10. Een halfnaakte man
Uren later werd er op mijn deur geklopt. Voor ik 'Binnen' kon
zeggen, deed Ami de deur open en liep in haar nachthemd de kamer
in. Ze was nog opgemaakt, maar haar haar wekte de indruk dat ze er
woest met haar vingers doorheen had gewoeld.
'Het spijt me van vanavond,' zei ze, terwijl ze liep te
ijsberen. 'Misschien was het niet zo'n goed idee Basil te laten
wachten en zoveel te laten drinken. We zullen er de volgende keer
aan denken. Hij kan vreselijk onhebbelijk zijn.' Ze bleef staan en
keek me aan. 'Heeft hij je van streek gebracht? Heeft hij je
gevoelens gekwetst?'
'Nee, niets aan de hand,' zei ik, maar wal die gekwetste
gevoelens betrof, vroeg ik me af of ik iets moest zeggen over mijn
confrontatie met mevrouw Cukor. Ik besloot echter dat het voor één
avond voldoende was geweest, en ik was moe. Ik had veel gelezen en
genoteerd en had een kort opstel geschreven voor mijn
taalles.
'Moet je dat zien,' zei Ami. Ze keek naar mijn bureau en zag
de opengeslagen boeken en alle papieren liggen. 'Je bent wél
leergierig, hè? Een opvallend ijverige leerling.'
Ik haalde mijn schouders op.
'Misschien wel, ja. Toen ik klein was, lazen mijn broer en
mijn moeder me vaak voor. Ze zeggen dat dat de beste manier is om
een goede leerling van iemand te maken.'
'Je broer? Je bedoelt toch je zusje, hè?'
'Ja,' zei ik.
'Wat moet dat allemaal vreemd zijn geweest. Ik wil graag eens
met je over dat alles praten, maar niet ais het voor een van ons
beiden onaangenaam is,' voegde ze er snel aan toe.
'Ik herinner me er niet genoeg van om erover te kunnen
praten.' antwoordde ik, en draaide me snel om. Behalve met Flora en
dr.
Sackett had ik nooit echt met iemand over mijn verleden
gesproken. Alle anderen legden een voor mijn gevoel bijna
pornografische belangstelling voor details aan de dag.
'Mooi. Vergeten kan soms een zegen zijn. Zoals ik alle nare
dingen die Basil vanavond gezegd heeft zal vergeten.' Ze knipte met
haar vingers. 'Kijk, zó. Zie je? Al het lelijks en alle narigheid
zijn verdwenen.
'Dit is een magisch oord. We kunnen het verdriet verdrijven
met een knipje van onze vingers of gewoon door naar buiten te gaan
en iels nieuws te kopen, wat ik van plan ben morgen te doen als jij
op school bent. Ik zal voor jou ook iets leuks kopen.'
'Je hebt me al zoveel gegeven. Ami.'
'Nou en? Ik doe graag dingen voor je, dingen waarvan ik weet
dat ze goed voor je zijn.'
Ze raakte zachtjes mijn wang aan.
'Het is trouwens net of ik het voor mezelf doe. Via jou beleef
ik mijn jeugd opnieuw, Celeste. Maak je dus geen zorgen. Je geeft
me iets heel kostbaars ervoor terug, iets heel kostbaars,' zei ze.
Toen boog ze zich voorover en gaf me een zoen op mij n voorhoofd,
waarna ze zich omdraaide en wegging. 'Mooie dromen," wenste ze me
bij de deur. 'Ik wil dat iedereen in huis mooie dromen heeft en
alle nachtmerries buiten de deuren en ramen blijven, waar ze
horen.'
Ik keek haar na en stond toen op en maakte me gereed om naar
bed te gaan. Maar voor ik ging slapen, besloot ik naar beneden te
gaan om iets kouds te drinken Het water uit de kraan in mijn
badkamer was niet erg koud, en ik verlangde naar iets zoets, een
sapje of een frisdrank. Ik wist dat er, als er niets in de keuken
was, in ieder geval iets te vinden zou zijn in de ijskast achter de
bar.
De gangen waren vaag verlicht, en alle kamers beneden waren
donker. Ik bleef aarzelend staan bij de deur van de keuken, denkend
aan mevrouw McAlister. die haar keuken als een cerberus bewaakte.
Ik wist zeker dat ze het zou merken als ik ook maar iets verstoorde
in de ijskast, dus ging ik naar de bar en vond een blikje ginger
ale. Ik maakte het open en nam een slok, toen ik iemand in de gang
hoorde. Ik keek voorzichtig om de hoek van de deur, de zwak
verlichte gang in. Was het mevrouw Cukor? Zwierf ze als een soort
geest in huis rond?
Ik zag haar niet maar voelde haar aanwezigheid. Misschien
stond ze in de schaduw van de verste deur of net achter de deur van
het kantoor. Ze spookte niet rond in huis, ze achtervolgde mij. Ik
wachtte nog even, liep toen de trap weer op naar mijn kamer. Toen
ik boven bij de deur van mijn kamer kwam, hoorde ik een gekerm
komen uit de slaapkamer van Ami en Wade.
Wades stem klonk gedempt, maar ik kon horen dat hij pleitte,
vleide, haar bijna om iets smeekte. Haar reactie was alleen maar
huilen en kermen. En toen liet ze een gil horen die mijn hele
lichaam deed beven door het schrille, angstwekkende geluid. Daarna
werd het stil, en ik voelde me schuldig dat ik voor luistervink had
gespeeld.
Wat was er aan de hand? vroeg ik me af. Was Ami ziek? Deed
Wade haar pijn? De gedachte daaraan en aan mevrouw Cukor die als
een schaduw op de muren beneden rondsloop, hield me een tijdje
wakker, maar ten slotte viel ik in slaap.
Ik werd weer wakker door mijn telefoon.
'Wakker worden!' zei Wade op zangerige toon.
Weer verbaasde ik me dat ik niet uil mezelf wakker was
geworden.
ik moei een wekker zetten.'
'Hoeft niet. Ik vind het niet erg.'
ik word bijna nooit zo laat wakker. Ik weet niet hoe het
komt.'
'De wijn bij het eten,' antwoordde hij nuchter. 'Ami slaapt
nog als een roos, dus zoals ik al verwachtte, zal ik je weer naar
school brengen.'
'Dank je,' zei ik, stond op. kleedde me aan en ging naar de
eetkamer om te ontbijten, waar hij zoals gewoonlijk zijn krant zat
te lezen.
Het maakte me nieuwsgierig naar een leven dat zo
gereglementeerd en georganiseerd was als dat van hem, dag in, dag
uit dezelfde dingen doen en dat blijkbaar prettig vinden. Sommige
mensen stelden spontaniteit gewoon niet op prijs en voelden zich
niet op hun gemak met veranderingen, hoe gering ze ook waren, dacht
ik. Wade was een van die mensen. Hij droeg dezelfde kleren,
borstelde zijn haar op dezelfde manier, kwam op dezelfde tijd op
kantoor, en las dezelfde krant. Ami, die zo onvoorspelbaar was,
moest wel een buitenaards wezen lijken in zijn ogen.
Mevrouw McAlister verscheen in de deuropening en wachtte
tot
ik zei wat ik voor mijn ontbijt wilde. Ik vroeg me af of ik er
ooit aan zou wennen dat mensen zoveel voor me deden - kookten,
schoonmaakten en ook mijn kamer opruimden.
'Ik denk dat ik vanmorgen een paar eieren wil, met een hele
dooien
'Met een hele dooier,' herhaalde ze. 'Gebakken of
gepocheerd?'
'Gebakken, denk ik.'
'Hm,' zei ze, alsof ze dat al verwacht had en trok zich terug
in de keuken.
Wade liet zijn krant zakken.
'Sorry voor mijn vader gisteravond. Hij was al halfdronken
toen hij kwam en toen hij zo lang op jullie moest wachten, dronk
hij nog een hoop meer. Niet dat hij nuchter zoveel beter is le
pruimen,' voegde hij eraan toe.
'Het geeft niet. Het stoorde me niet zo erg,' zei ik. Ik had
trouwens het idee dat ik niet het recht had me over iemand hier in
huis le beklagen.
'Nee. Ik geloof niet dat het jou stoorde. Je bent een
geweldige meid, Celeste. Misschien heeft het leven in weeshuizen je
harder gemaakt dan Ami denkt. Ik geloof niet dat je daar breekbaar
of overgevoelig kunt opgroeien. Alles wal Ami verschrikkelijk of
weerzinwekkend vindt, sla jij van je af als een olifant een
vlieg.'
'Er zijn dingen die je ook in het weeshuis kunnen storen,'
merkte ik op, 'maar je kunt niet je beklag doen, en je krijgt toch
weinig sympathie, dus vind je manieren om het te verbergen of in
jezelf op te sluiten.'
Hij knikte.
'Wal me niet vernietigt, maakt me sterker,' zei hij.
'Pardon?'
'Niets. Het is een uitspraak van een filosoof, een uitspraak
die me bevalt.'
Ik dacht erover na en glimlachte
'Mij ook,' zei ik. 'Ik zal het onthouden. Dank je.' Hij
glimlachte.
Gek, dacht ik, dat was iets dat ik hem thuis zelden zag doen.
glimlachen.
'Gaat het goed met Ami?' vroeg ik. denkend aan het gekerm dat
ik had gehoord.
'Ami? Zeker. Ik weet niet of ze je verteld heeft dat ze elke
dag vroeg op zou staan om met je te ontbijten of zo, maar het zou
me verbazen als ze dat ooit zou doen.'
'Ik wil niemand tot last zijn,' zei ik.
'Waarom zegje dat?' Zijn glimlach werd nog innemender. 'Het is
geen moeite voor me om je naar school te brengen. Echt niet. Ik kom
er langs als ik naar mijn werk ga, en ik ben altijd zo vroeg op.
ook in het weekend.'
'Oké.' zei ik en dronk nog wat sinaasappelsap.
Hij reikte over de tafel heen en schonk koffie in mijn
kopje.
'Dus vertel eens, nu mijn vader niet tegen ons zit te
bulderen, hoe was je eerste dag op school? Heb je een paar aardige
mensen leren kennen?' Hij glimlachte weer. 'Soms kunnen rijke
mensen ook best aardig zijn.'
'Ja.' zei ik.
'Een jongen misschien?' Hij hield zijn hoofd schuin.
'Ja.'
'Mooi zo. Ik denk dat je een druk sociaal leven zult krijgen,
en binnenkort uitgenodigd zult worden voor party's en zo,' zei
hij.
Het lag op het puntje van mijn tong om te zeggen dat ik al een
uitnodiging voor een party had, maar ik dacht dat ik Ami dan zou
verraden. Wade zou het misschien niet helemaal eens zijn met de
beperkingen die ze me oplegde, en dan zou ze denken dat ik me bij
hem beklaagd had.
'Misschien wel, ja,' zei ik.
Mevrouw McAlister kwam binnen met mijn eieren. Weer hing ze
bijna over me heen terwijl ik begon te eten. Ik durfde zelfs geen
peper en zout te pakken, ook al had ik dat graag gewild.
'Dank u,' zei ik tussen twee happen door. 'Precies zoals ik ze
lekker vind.'
'Zo wil meneer Emerson zelf ze graag hebben,' antwoordde ze,
alsof dat de gouden norm was hier in huis. Ze knikte naar Wade en
ging terug naar de keuken.
Onmiddellijk stak ik mijn hand uit naar het zout. Wade keek me
met een slim glimlachje aan. Ik hoorde geen stofzuiger of enig
ander geluid in huis en vroeg me af waar mevrouw Cukor was. Weer
dacht ik erover te vertellen over mijn confrontatie met haar na het
diner, maar weer vond ik dat het niet op mijn weg lag om
moeilijkheden in dit huis te veroorzaken.
In plaats daarvan praatte ik over school, mijn indruk van de
docenten, van wie de meesten me imponeerden, en over de
faciliteiten. Hij informeerde naar mijn ervaringen op de openbare
school en luisterde als iemand die werkelijk belangstelling had
voor de jonge mensen van tegenwoordig.
Later, in de auto en op weg naar school, vertelde Wade verder
over zijn eigen jeugd en zijn heimelijke ambitie om Engels te
doceren aan de universiteit.
'Net als jij, heb ik veel gelezen,' zei hij. 'Ik heb zelfs
geprobeerd beroepsschrijver te worden. Mijn moeder moedigde me aan,
maar mijn vader vond dat ik geld verkwistte aan postzegels, door
mijn korte verhalen en gedichten naar tijdschriften te sturen.
Misschien had hij gelijk; ik heb nooit ergens iets gepubliceerd,
behalve in het literaire schoolblad en de schoolkrant, en
natuurlijk praatte pa altijd minachtend over docenten en het
onderwijs in het algemeen, omdat het slecht betaald werd. Hij
schepte op dat hij als loodgieter in één maand meer verdiende dan
mijn Engelse leraar op high school in zes. Ik geloof dat dat waar
was, maar het was lijd verspilling om te proberen hem ervan te
overtuigen dat er nog andere dingen meespeelden bij de keus van een
loopbaan.
'Als je gaat schrijven voor de schoolkrant, wil ik het graag
lezen, als ik mag,' vervolgde hij.
'Natuurlijk, maar ik kan niet beloven dat het iets bijzonders
zal worden.'
Hij draaide zich lachend naar me om.
'Maar jij bent iets bijzonders, Celeste. Je hoeft niets te
beloven, dat zie ik nu al.'
Ik weet niet hoe vaak in mijn leven ik al blij was geweest met
een achteloos complimentje, maar ik wist dat mijn gezicht in vuur
en vlam stond. Hij moest lachen en er verscheen een glinstering in
zijn lichtbruine ogen, zodat ze meer leken op glimmende stenen
onder het heldere water van een beek. 'Ik wens je weereen heel
prettige dag,' zei hij toen we bij de school kwamen. 'O.' Hij
haalde een zakelijk visitekaartje uit zijn zak en gaf het aan mij.
"Mocht Ami niet op tijd zijn of totaal vergeten je af te halen, bel
dan het mobiele nummer op dit kaartje, dan kom ik je halen.'
'Dank je,' zei ik en liep naar de ingang van de school.
Ik voelde zijn ogen nog op me gericht, draaide me om en
zwaaide naar hem. Hij knikte en reed weg, maar er lag zo'n
melancholieke uitdrukking op zijn gezicht, dat ik me even bedroefd
voelde.
ledereen die ik buiten het weeshuis leer kennen schijnt zich
in lagen geheimzinnigheid te hullen, dacht ik. Kinderen waren
naakt, hun angst en hoop waren voor iedereen te zien, vooral
weeskinderen die alleen waren, drijvend op hot water als bladeren
die niet langer verbonden zijn met de takken van een boom, niet in
staat zich de boom te herinneren waarvan ze waren afgevallen.
Zowel Wade als Ami had familie, erfgoed, een fundering, een
fundering van waaruit ze konden groeien, maar binnen hun wereld
waren ook zoveel niet gehoorde stemmen. Het was ironisch, dacht ik.
Zij hadden één nadeel dat ik niet had. Vanaf de dag waarop ze
konden begrijpen, praten en lopen, stonden ze onder druk om hun
ouders een plezier te doen. Ik kon voelen dat Wade nog steeds
verlangde, hunkerde, naar de goedkeuring van zijn vader. Waarom zou
hij zich anders in het keurslijf hebben laten dwingen van de zaak
van zijn vader?
Naar wat voor goedkeuring was Ami op zoek, en van wie?
Hoe was het mogelijk dat het hebben van echte familie ooit een
nadeel kon zijn? Het was te gek om zelfs maar aan te denken.
En toch herinnerde ik me maar al te goed hoe schuldig ik me
als kind kon voelen, bang dat ik niet voldeed aan de verwachtingen
van mijn moeder, mijn geweldige spirituele familie. Wat stond me te
wachten nu ik me in de 'buitenwereld' bevond, zoals wij
weeskinderen die noemden? Wie zou ik nu teleurstellen?
Ik liep de school binnen en begon de dag. Trevor was elk
moment dat hij kon bij me. Ik zag dat Germaine Osterhout zich
ergerde aan de aandacht die hij me schonk. Ze staarde me over het
middenpad heen woedend aan, fluisterde met haar vriendinnen terwijl
ze fel mijn richting uitkeek, en draaide me zoveel ze kon de rug
toe, vooral als ik met Trevor opliep of met hem praatte.
'Ik wilde echt datje naar dat feest kon komen,' zei hij
tijdens de lunch. 'Misschien kan ik er met je nicht over praten.
Dan beloof ik haar dat ik je vroeg thuis zal brengen. Ze horen blij
te zijn dat je nieuwe mensen leert kennen. Dat is een van de
moeilijkste dingen als je op een nieuwe school komt. Zal ik het
proberen?'
Ik dacht erover na. Ik wilde er dolgraag heen, maar had nog
steeds het gevoel dat Ami het zou opvatten als een soort
verraad.
een vorm van ondankbaarheid. Ik had ingestemd met haar
restricties en had niet gejammerd of geklaagd.
'Ik denk niet dat het zo'n goed idee zou zijn. Ik moet ervoor
zorgen dat ik niets doe wat hen kan ergeren. Ze doen zoveel voor
me,' zei ik, in de hoop dat hij het zou begrijpen.
'Als ze je echt willen helpen, zouden ze je vrienden laten
maken.' Hij weigerde zich te laten afwijzen.
Hij zag mijn bezorgde blik. Ik vond hem aardig. Dat vond ik
echt. Ik geloof dat hij dat ook besefte.
'Ik weet wat,' zei hij plotseling weer opgewekt. 'Vergeet die
verjaardag van Waverly. In plaats daarvan kom ik bij jou op bezoek.
Hoe vind je dat?'
'Wat? Bij mij op bezoek? Hoe bedoel je?'
'Je nodigt me bij je thuis uit. Zaterdagavond. Dan kom ik daar
in plaats van op dat feest.'
'Het is mijn huis niet.'
'Nou en? Je woont daar toch? Nodig me uit.'
'Ik weet het niet.' Mijn stem klonk nerveus. 'Ik zal -'
'Wat is daar voor verkeerds aan? Mensen kunnen je toch
bezoeken? Ze sluiten je in het weekend toch niet op in de kelder of
op zolder? Je nicht kan ons de hele tijd chaperonneren, als ze dat
wil.'
'Ja, natuurlijk, maar... oké, ik zal het vragen.' Ik liet me
vermurwen, zag in dat elk ander antwoord misplaatst zou zijn.
'Goed zo.'
Later, tussen mijn les in creatief schrijven en het laatste
uur, kwam Lynette Firestone in de gang naar me toe en gaf me een
por legen mijn schouder om me stil te laten staan.
'Je wilt Germaine Osterhouts vriendje wel heel gauw inpikken,'
mompelde ze. 'Iedereen heeft het erover en plaagt haar
ermee.'
'Niemand heeft me verteld dat hij haar vriendje was, en ik
denk dat hij zelf wel kan beslissen.'
'Ik waarschuw je maar. Ze is niet het type om als vijand te
hebben. Ik weet het uit ervaring,' ging ze verder. Ze trok haar
mondhoeken omlaag.
'Je draait de dingen om.'
'Hè ? Wat bedoel je?'
'Ik ben niet degene die je als vijand moet hebben,' zei ik, en
liep haastig naar mijn laatste les.
Aan het eind van de dag liep Trevor met me mee naar buiten.
Beiden verwachtten we dat Ami zou staan wachten, net als de vorige
dag. maar ze was nergens te bekennen.
'Weet je zeker dat ze je komt halen?' vroeg Trevor toen we
zeker tien minuten gewacht hadden. De meeste andere leerlingen
waren in hun auto gestapt of opgehaald door hun ouders. We waren
praktisch de enigen die daar nog stonden. Het parkeerterrein was
bijna leeg.
De hele dag was de lucht overgegaan van gedeeltelijk bewolkt
tot totaal bewolkt tot een enkel regenbuitje, en het zag ernaar uit
dat de wolken uit het oosten kwamen opzetten om ons op een nieuwe
regenbui te trakteren. De wind stak op en joeg het stof over de
oprijlaan. Bomen zwaaiden en trilden. Ik zag de vochtigheid in de
lucht. Zelfs de vogels trokken zich terug.
Waar was ze? vroeg ik me af. Misschien was ze gisteravond
werkelijk ziek geworden, maar waarom had ze me niet laten weten dat
ze niet kon komen? Ik betastte het kaartje in mijn tas dat Wade me
had gegeven. Hij had het me overhandigd met een gezicht alsof hij
verwachtte dat ik het nodig zou hebben, maar ik dacht dat ik hem
dan uit zijn werk zou halen. En misschien zou ik moeilijkheden
veroorzaken tussen hem en Ami, en misschien zelfs tussen Ami en
mij, vooral als ze onderweg was en ik te snel mijn conclusies had
getrokken.
Ik tuurde de straat af, maar zag haar niet. En over twintig
minuten begon mijn tweede rijles. Hoe moest dat?
'Zal ik je thuisbrengen?' bood Trevor aan.
'Ik weet het niet. Veronderstel dat ze komt en ik ben er
niet?' zei ik bijna jammerend.
'We zullen onderweg naar haar uitkijken. Als we haar zien,
toeter ik en zorg dat ze stopt.'
Ik wipte van de ene voet op de andere. Mijn zenuwen trilden
als gitaarsnaren door mijn hart. De eerste dikke regendruppels
vielen.
'Kom.' zei Trevor. Hij pakte mijn linkerarm en trok me mee
naar zijn zwarte Mercedes sportwagen. 'Ik heb die auto pas
kortgeleden gekregen en wil er graag mee opscheppen. Het is idioot
om in de regen te blijven wachten, en het ziet er naar uit dat het
een flinke bui zal worden.'Mijn tegenzin begon te verdwijnen, en ik
stond hem toe me naar zijn auto te brengen, het portier te openen
en me te helpen instappen. De auto rook inderdaad nieuw, vooral het
leer.
'Mooie auto,' zei ik toen we erin zaten.
'Ja. Mijn vader geeft me er een om te gebruiken en verkoopt
hem dan als een tweedehands auto. maar na vriendelijk gebruik, als
je begrijpt wat ik bedoel.' zei hij lachend. Hij startte de motor
en reed weg.
Ik hield mijn blik strak op de weg gericht, zocht nog steeds
naar een leken van Ami, maar er was niets van haar te bekennen.
Gek, dacht ik. Waar was ze? Hoe kon ze me vergeten? Waarom belde ze
de school niet en liet ze me door mevrouw Brentwood of iemand
anders zeggen dat ze later zou komen?
We reden weg van school. Het was te laat om van gedachten te
veranderen, en ik deed echt niets verkeerds, dacht ik. Ze zou het
begrijpen.
'Feitelijk zou je nicht blij moeten zijn als ik je elke dag
thuisbracht,' zei Trevor, ons overhaast tot een relatie dwingend,
althans in zijn gedachten, ik kan je zelfs 's morgens komen
afhalen. Het is geen enkele moeite om langs hun huis te
rijden.'
'Je moet die preutsheid zo snel mogelijk afleren, of liever
gezegd. leren beheersen. Er zijn
'Ik denk het niet,' zei ik vriendelijk. 'Mijn neef rijdt langs
de school op weg naar zijn werk.'
'Niet echt. Het is een omweg voor hem.'
'Hoe dan ook,' zei ik, verbaasd dat te horen, 'hij doet het
graag.'
'Oké. Vertel eens wat meer over jezelf en waar je vroeger
woonde en naar welke school je ging. het was geen particuliere
school, hè?'
'Nee.'
'Heb je daar iemand achtergelaten, een geliefde die wegkwijnt
zoals in dat sonnet van Shakespeare dat we vandaag hebben gelezen?'
vroeg hij met een heimelijk lachje.
'Nee.'
Hij maakte een grimas en keek me sceptisch aan.
'Wat heb je gedaan? Er een eind aan gemaakt vlak voordatje
wegging of zo?'
'Ik heb nooit een vaste vriend gehad. Trevor.'
'Bang voor een relatie omdat je ouders dit doormaken? Ik kan
het je niet kwalijk nemen.' zei hij voor ik kon antwoorden. 'Weet
je, drie van de vijf kinderen op school hebben gescheiden
ouders.
Met mijn ouders gaat het prima,' voegde hij er gauw aan toe.
'Ik ben niet bang voor een serieuze relatie.'
'Had je verkering met Germaine Osterhout?'
'Wat heeft ze tegen je gezegd? Ik heb nooit -'
'Nee. Lynette Firestone waarschuwde me vandaag dat ik een
vijand zou krijgen door haar vriendje weg te kapen.'
Hij schudde zijn hoofd.
'Net iets voor Lynette. Ze moet het leven van anderen
meebeleven omdat ze geen eigen leven heeft. Germaine en ik zijn
samen wel eens uitgegaan, maar ze is echt niet mijn vaste vriendin.
Je bent toch niet bang voor haar, hè?' vroeg hij met een ondeugende
grijns.
'Echt niet,' zei ik.
Hij keek me even aan en zijn glimlach verdween.
'En wanneer ga je me je levensverhaal vertellen?'
'Zodra ik klaar ben met het schrijven ervan,' antwoordde ik en
hij lachte.
Menige waarheid werd verteld bij wijze van grap. Ik dacht aan
mijn dagboek.
Een tijdje later stopten we bij het hek. het stroomde van de
regen. De ruitenwissers konden er niet tegenop.
ik denk niet dat ze zullen horen loeteren. Ik loop wel even
naar de intercom,' zei hij en trok zijn jasje over zijn
hoofd.
'Je wordt kletsnat.'
'Alles vooreen schone dame,' zei hij, citerend uit een van de
gedichten die we bij de Engelse les hadden gelezen.
Hij slapie uit en liep naar de intercom. Het begon nog harder
te regenen. Zijn dure leren jasje raakte doorweekt. Degene die de
intercom moest opnemen deed er heel lang over. Het kon alleen
mevrouw Cukor of mevrouw McAlister zijn, dacht ik, tenzij Ami thuis
was, maar waarom zou ze dan de school niet hebben gebeld?
Hij draaide zich om en haalde zijn schouders op. De regen
droop langs zijn wangen en doorweekte zijn broek en bedierf zijn
schoenen.
'Kom terug in de auto!' riep ik.
Plotseling ging het hek langzaam open.
Hij holde terug, gooide zijn natte jasje achter in de auto. We
reden de oprit op.
'Je bent kletsnat,' zei ik.
ik weel het. Als ik doodga... 'tis better to have loved and
lost than never to have loved at all. Het is beter om te hebben
liefgehad en je geliefde te hebben verloren, dan nooit te hebben
liefgehad.'
'Je bent een idioot,' zei ik lachend. Ik zag mijn
rij-instructeur en zijn auto niet, en ik was al tien minuten te
laat. 'Rij om het huis heen. Vlak naast de garage is een
zij-ingang.'
'O. de personeelsingang, hè?'
Hij stopte.
'Het spijt me dat je zo nat bent geworden. Wil je mee naar
binnen om op te drogen?'
Ik vond dat ik het aan moest bieden. dat was niet meer dan
billijk.
'Graag,' zei hij.
'Oké, kom maar mee.' Ik haalde diep adem, deed het portier
open en rende naar de zij-ingang. Hij volgde me op de hielen.
Lachend holden we naar binnen.
'Nou, dat is watje noemt regen,' zei hij.
Mevrouw McAlister kwam de keuken uit en keek naar ons.
'Hallo, mevrouw McAlister,' zei ik. 'Dit is Trevor Foley. Hij
heeft me thuisgebracht omdat Ami niet kwam. Weet u waar ze is of
wat er gebeurd is?'
ik zou het niet weten," zei ze.
'En mijn rij-instructeur?'
'Hij heeft gebeld om te zeggen dat hij vandaag niet kwam omdat
je nog niet voldoende ervaring hebt om in dit weer te rijden.
Behalve kok, ben ik hier ook nog boodschappenjongen. Mensen bellen
meestal op de directe lijn van mevrouw Emerson en laten een bericht
achter op haar antwoordapparaat.'
'Het spijl me,' zei ik. 'Ik heb niet... ik bedoel, ik heb geen
mobiel of...'
'Ik zou daar maar niet blijven staan druipen op mevrouw Cukors
vloer. Anders spreekt ze een vloek over je uit.' waarschuwde ze, en
verdween weer in de keuken.
'Wie is dat, en wie is mevrouw Cukor?'
'Ik hoop voor je dat je daar niet achter komt,' mompelde ik.
'Trek je schoenen en sokken uit en zorg in ieder geval dat je een
beetje droog wordt. Ik weet hoe ik de droger moet gebruiken.
De
deur naar de wasruimte is hier in de gang. Die regen is
ijskoud.'
'Brrr!' overdreef hij. maar hij leek zich inderdaad erg
onbehaaglijk te voelen. Zijn broek was doorweekt.
Hij trok zijn schoenen en sokken uit en volgde me de gang
door. Ik nam hem eerst mee naar de kleedkamer beneden.
'Wat een huis! Ik dacht dat dat van ons iets bijzonders was,'
zei hij, om zich heen kijkend.
'Ga daar naar binnen en trekje natte kleren uit,' zei ik.
wijzend naar de kleedkamer, ik zal een badjas voor je halen tot ze
droog zijn.'
Haastig liep ik naar boven, pakte de dikke badjas van de haak
in mijn badkamer en holde weer de trap af.
Toen klopte ik op de deur van de kleedkamer en gaf hem de
badjas toen hij opendeed. Hij stond in zijn onderbroek en lachte
naar me. Hij overhandigde me zijn natte kleren Hij moest lachen om
het gezicht dat ik trok en begon de badjas aan te trekken.
'Ruikt lekker,' zei hij snuivend.
'Ik ben beneden in de wasruimte,' zei ik en liep weg.
Toen zijn kleren in de droger lagen, ging ik mijn schoolboeken
halen en vond hem toen op blote voeten in de gang, waar hij dooide
open deur van de zitkamer naar het portret van Wades moeder stond
te kijken. Op dat moment kwam mevrouw Cukor uit de zitkamer, waar
ze de meubels had gewreven. Toen ze hem zag, bleef ze stokstijf
staan.
'Trevor.' riep ik. 'Sorry, ik ben vergeten je een paar
slippers te geven. Kom mee, tot je kleren droog zijn.'
Hij keek naar mevrouw Cukor, wier woedende blik iedereen op de
vlucht zou hebben gejaagd, en liep toen naar de voet van de trap,
waar ik stond.
'Wie is dat?' fluisterde hij. 'Ze keek me zo strak aan, dat ik
het gevoel had dat haar ogen in mijn gezicht brandden.'
'De huishoudster. Ze is een beetje vreemd,' zei ik en bracht
hem de trap op naar mijn kamer.
'Wauw.' zei hij, naar binnen kijkend. 'Gezellig. Mooi bed
heb
je'
Ik legde mijn boeken op mijn bureau en trok mijn schoenen uil.
Mijn haar was een beetje nat, maar ik was lang niet zo doorweekt
als hij, omdat hij zo lang in de regen bij de intercom had
staan
wachten tot iemand het hek zou openen. Hij liep rond in mijn
ka- meren bekeek alles. Toen liet hij zich achterover op bed
vallen, met uitgestrekte armen.
'Comfortabel,' zei hij.
Ik staarde hem aan. Op dat moment drong het tot me door dat ik
nog nooit met een jongen alleen in een kamer was geweest, behalve
een paai- seconden in een klaslokaal van de openbare school.
'Wat is er?' vroeg hij. Hij ging overeind zitten en keek me
aan. 'Je ziet eruit of je doodsbang bent.'
'Dat ben ik niet,' snauwde ik, me snel beheersend. 'Ik ben
alleen -'
'Zenuwachtig?' vroeg hij plagend.
'Nee.'
'Verlegen?' Hij stond op van het bed. 'Vertel me niet dat een
knap meisje als jij nog nooit alleen in een kamer is geweest met
een halfnaakte jongen.'
'Dat ben ik nooit geweest,' bekende ik.
Hij kwam glimlachend naar me toe.
'Waarom wil elk meisje tegenwoordig elke jongen laten denken
dat ze de preutsheid zelve is? Onschuldig en rein?' vroeg hij, met
zijn gezicht enkele centimeters van het mijne verwijderd. 'Omdat zo
weinig meisjes het maar zijn?'
Hij legde zijn rechterhand op mijn middel. Ik trok me niet
terug. Ik voelde me als gehypnotiseerd, als een hert gevangen in de
koplampen, gevangen door Trevors ogen, Trevors uitnodigende lippen,
zijn aantrekkelijke glimlach en de belofte van genot die ze
inhielden.
Met zijn linkerhand maakte hij de badjas los en liet hem
openvallen, toen drukte hij zich tegen me aan en kuste me, eerst
zacht, toen harder, perste zijn opgezwollen lid tegen me aan, zodat
ik de passie als een elektrische stroom van zijn lichaam in het
mijne voelde overgaan. Het duizelde me.
'Je bent verrukkelijk,' fluisterde hij, en stond op het punt
me weer te zoenen toen we de deur open hoorden gaan. We draaiden
ons om en zagen Ami op de drempel staan. Haar haar was kletsnat, en
ze haalde zo hijgend adem dat haar schouders op en neer gingen. Ze
was blijkbaar de trap opgehold. Ze keek geschokt en verbijsterd.
Haar ogen waren opengesperd en haar lippen zo strakgetrokken dat
haar mond openviel, als in een stomme gil.
Ze legde haar rechterhand op haar hart alsof ze het moest
tegenhouden, voorkomen dat het door haar borst heen zou springen,
en toen leunde ze tegen de deurpost alsof ze Hauw ging vallen.
Trevor ging snel achteruit en deed de badjas dicht.
'Wat... wat doen jullie daar?' bracht ze er met moeite
uit.
'Trevor heeft me thuisgebracht,' Hapte ik er snel uit. 'We
hebben een hele tijd staan wachten en toen bood hij aan me thuis te
brengen. Maar hij was doorweekt omdat hij zo lang bij de intercom
moest staan wachten voordat iemand het hek opende, dus hebben we
zijn kleren in de droger gedaan, en...'
Ze kwam naar voren alsof ze ons allebei wilde aanvallen.
Trevor voelde zich zo gegeneerd dat hij daar in mijn badjas
stond, dat hij zich omdraaide en naar de grond staarde.
ik was maar een kwartier te laat, Geleste. Ik zou het de
school hebben laten weten als ik je niet kon komen halen. Ik was
wanhopig, en ik ben zelf kletsnat geworden toen ik uit de auto
stapte en de school inliep om je te zoeken. Mevrouw Brentwood was
kwaad, omdat niemand haar gevraagd had me te bellen. Ik héb een
mobiel, weet je. Ik was te bereiken. Ze heeft mijn nummer in geval
van nood.'
'We wisten niet wat we moesten doen,' protesteerde ik zwakjes.
'Het was niet mijn bedoeling om moeilijkheden te veroorzaken. Het
spijt me.'
Ami beheerste zich. • 'Het schijnt dat Trevor je iets meer
heeft aangeboden dan je alleen thuisbrengen.' zei ze lel. Het leek
of ze met pijltjes naar hem gooide, alleen troffen sommige ervan
ook mij. Ik voelde dezelfde pijn. 'Ik wil datje nu meteen naar
beneden gaat, jongeman. We zullen mevrouw Cukor vragen je kleren te
pakken. Die zullen nu wel droog genoeg zijn.'
'Ja, mevrouw,' zei Trevor gehoorzaam. 'Ik wilde niet voor
problemen zorgen. Ik -'
'Nee. Mannen willen nooit problemen veroorzaken.' zei Ami.
'Maar dat doen ze wél. En hoe!'
Trevor keek verward naar mij. Ik kon zijn gedachten horen. Wat
is dat voor raar mens. Is ze wel van vlees en bloed?
'Nou ja.' zei Trevor. en liep naar de trap. Ami deed een stap
opzij.
'Toe dan. Mevrouw Cukor staat op je te wachten,' zei ze
streng.
Hij keek achterom naar mij.
'Het spijt me, Trevor,' zei ik. 'Dank je.'
'Oké. Graag gedaan.'
Hij ging weg en Ami keek hem na. Ze week nog verder naar
achteren, alsof ze bang was dat hij haar zou aanraken, en keek toen
naar mij.
'Ik ben zo in je teleurgesteld, Celeste. diep teleurgesteld,'
zei ze hoofdschuddend.
Ze liep de kamer uit en deed de deur achter zich dicht.
Beschaamd. verward, gefrustreerd en kwaad bleef ik achter. Ik
voelde me alle richtingen uit getrokken, voelde me uiteenvallen als
een kleifiguur.
Ik zou algauw weten hoe ik weer in elkaar gezet zou
worden.