8. Een nieuwe school


'Ami zal zich later duizend keer verontschuldigen," zei Wade toen we in zijn auto zaten en op weg waren naar de Dickinson School. 'Natuurlijk zal ze je ook vertellen dat het niet erg is als je de eerste dag mist. Je had je ook later op de dag kunnen inschrijven of zelfs de volgende dag. Roosters, regels, afspraken, waren nooit erg belangrijk voor Ami. Ik ben bang dat haar ouders waren wat we tegenwoordig eufemistisch tolerante ouders noemen. Ze was praktisch op zichzelf aangewezen vanaf de dag waarop ze kon lopen en praten.
'Maar het is niet haar bedoeling om iemand te kwetsen. En ik probeer haar te veranderen, haar meer verantwoordelijkheidsgevoel bij te brengen. Ik zal het nooit legen haar zeggen," voegde hij er glimlachend aan toe, 'maar ik vind het eerlijk gezegd leuk zoals ze met sommige verwaande en arrogante kennissen van mij en mijn vader omgaat. Ze heeft heel wat meer moed dan ik in dat opzicht.
in ieder geval denk ik datje de docenten op deze school aardig zult vinden. Een leerlinge zoals jij zal een verademing voor ze zijn, geloof me. Maar neem niet een van de slechte gewoontes van de anderen over, zoals rommel achterlaten in de gangen, in de kleed- kasten en de meisjestoiletten, ledereen heeft slechte gewoontes. Rijke kinderen hebben alleen meer geld om eraan te spenderen.'
'Ben jij op een particuliere school geweest?' vroeg ik hem, in de veronderstelling dat hij uit eigen ervaring sprak.
'Ik?' Hij lachte. 'Nee, de opvatting van mijn vader was: een school is een school is een school. Wat deed het ertoe naar welke school je ging? "Een en een is twee op elke school in het land, Wade," was zijn vaste commentaar. Mijn ouders hadden het zich gemakkelijk kunnen permitteren om me naar een particuliere school te laten gaan.' Er klonk een vage verbittering in zijn stem.
ik was een goede leerling, dus vond hij het niet belangrijk, maar liet is een feit dat ik een betere opleiding zou hebben gehad. Mijn docenten hadden het te druk met het handhaven van de discipline, liet enige goede van een particuliere school is dat ze je er gemakkelijker uit kunnen gooien. Zodra er geld aan te pas komt, leggen zelfs tolerante ouders plotseling veel meer interesse aan de dag.
ik werd geaccepteerd door Harvard Business, maar mijn vader stuurde me naar een goedkopere universiteit in Albany. "Uiteindelijk kom je toch bij mij werken," zei hij. "Wat maakt het voor verschil wat er op je diploma staat?" Mijn moeder steunde me, maar ze was toen al ziekelijk, en ik wilde niet voor nog meer problemen in haar omgeving zorgen.'
Hij keek me glimlachend aan.
ik weet het. Ik zitje te vertellen hoe moeilijk mijn leven was, en jij wenst waarschijnlijk datje mijn kansen had gehad.'
Ik wilde niet zeggen: O, nee, absoluut niet - ik benijd je helemaal niet. Ik dacht dat ik hem zou kwetsen als ik zoiets zei, dus glimlachte ik slechts.
'Herinner je je nog veel van je vroegere leven op de farm?'
'Vreemd genoeg wel, ja.'
'Een dezer dagen zou ik er graag wat over horen. Ik heb er natuurlijk wel het een en ander over gelezen, en om  heel eerlijk te zijn, had ik je je heel anders voorgesteld - grootgebracht als je bent in een wereld vol mystiek en bijgeloof. Ik moet het Ami nageven, zij heeft geen moment getwijfeld. En naar wat ik er tot dusver van heb gezien, zou ze weleens slimmer kunnen zijn dan ik."
'Dank je,' zei ik. Ik aarzelde, maar omdat hij zelf had gesproken over mystiek en bijgeloof, vroeg ik hem naar mevrouw Cukor.
'Andere mensen zouden haar waarschijnlijk niet zo lang in dienst houden met haar eigenaardige gedrag.' merkte ik op.
'Waarschijnlijk niet, maar ze is erg beschermend ten opzichte van de Emersons. Ze was bij tijd en wijle als een tweede moeder voor me, en mijn vader gelooft dat ze hem geluk brengt. Het kwaad bij ons vandaan houdt. Hij gelooft meer in die dingen dan je zou denken, en mevrouw Cukor weet hem ervan te overtuigen dat ze ons allemaal beschermt.'
ik weet precies wat je bedoelt.'
'Ja. Ami vertelde me wat ze onder je kussen had gelegd.'
'Vandaag vond ik een bosje knoflook aan mijn deurknop.' 7.ei ik. Ik vertelde er niet bij dat ik het daar had laten hangen.
ik zal met haar praten, maar dergelijke dingen doet ze van tijd tot tijd. Negeer het als je kunt, tenzij ze knoflook in je make-up gaat stoppen.'
De Dickinson School lag vlak voor ons aan de rechterkant. Het lage gebouw van lichtbruine steen strekte zich uit overeen enorm groot, mooi terrein, met een royale, fraaie fontein aan de voorkant. De drie treden die naar de ingang leidden waren lang en koffiekleurig, met aan beide kanten dikke pilaren. Er stond een vlaggenstok met een vlag die wapperde in de wind. Rechts was een parkeerterrein met tientallen hypermoderne auto's. Iemand was net een parkeerplaats opgereden, en er stapten leerlingen uit, van wie de meesten langzaam en met tegenzin naar de zij-ingang liepen.
'Er zijn hier niet meer dan een stuk of honderd leerlingen, als het er al zoveel zijn,' vertelde Wade. 'Het is een gewone high school, groep negen tot en met twaalf.'
'Heus? Alleen al mijn groep op de openbare school had bijna tachtig leerlingen.'
'Tja, dit is een bijzonder geval. Ik geloof dat de verhouding docent-leerling zoiets is als één op negen. Mijn vader heeft nooit begrepen hoe zo'11 situatie tot meer persoonlijke aandacht kan leiden. Ik neem aan dat het zijn voor en tegen heeft. Als je een boer laat. weet de hele school het.' voegde hij er lachend aan toe.
We stopten op een lege parkeerplaats en stapten uit.
'Ondanks, of misschien juist dankzij de omvang van het gebouw, is dit echt een imponerende school. Ze hebben geen noemenswaardig basketbalteam en de school is te klein voor football, maar ze hebben topgolf- en tennisteams.'
'Ik heb geen van beide ooit gespeeld," zei ik.
'O? Nou, wc hebben een eigen tennisbaan, dus zal ik het je leren, al ben ik niet zo'n sportman. Mijn vader is een uitstekende tennisser. zelfs nu nog. Hij speelt graag tegen mij, om te bewijzen dat hij zijn jeugdige kracht nog niet heeft verloren.' Wc liepen de trap op naar de ingang, ik heb hier eens een toneelopvoering bijgewoond, dus ik weet dat ze een goede toneelclub hebben. De dochter van een vriend van me speelde de hoofdrol. dat was twee jaar geleden. Ze heeft eindexamen gedaan en gaat nu naar Vassar. De leerlingen die hier hun diploma hebben gehaald komen meestal op de beste universiteiten terecht.'
Hij deed de deur open. Ik haalde diep adem en liep de kleine maar luxueuze hal in. De goudgeel betegelde vloeren glommen, evenals de drie zwartmarmeren pilaren. Er stonden vitrinekasten van donker hout en glas, vol trofeeën, en aan alle muren hingen schilderijen van landelijke taferelen. Op de verste muur stond geëtst THE DICKINSON SCHOOL. Daaronder stond een buste op een zwartmarmeren piëdestal. Wade vertelde me dat de buste van Zachary Dickinson was, de oprichter van de school en de eerste weldoener. Zachary Dickinson was een zakenman die een vermogen had verdiend in de meubelindustrie. Toen we dichterbij kwamen en ik het beeld beter kon bekijken, vond ik dat hij op Bob Hope leek.
Er waren twee gangen, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant. Boven de linkergang hing een bord met de mededeling dat zich hier de kantoren van de administratie bevonden. De stilte in het gebouw viel me op. Anders dan de scholen die ik had bezocht, leek deze verlaten. Zelfs als er les werd gegeven in de lokalen van mijn vroegere high school, liepen er leerlingen rond die lawaai maakten, naar elkaar schreeuwden, naar de wc gingen of zonder toestemming rondslenterden.
Aan het begin van de gang was links een deur met een vergulde plaat waarop stond te lezen HOOFDKANTOOR. Ik keek de rest van de gang af. Alle deuren van de lokalen en kantoren waren gesloten. Er liep niemand in de gang, en het was er even stil als in de hal. De muren waren kaal, zonder posters of borden, en de gang zag eruit of hij net geboend en gewreven was. Een reeks neonbuizen in het midden boven de gang wierp een geelwit licht op de muren en de vloer.
Voordat Wade zijn hand kon uitsteken naar de deurknop van het hoofdkantoor, hoorden we een andere deur opengaan. Een paar stemmen klonken aan het andere eind van de gang. Twee jongens kwamen binnen van het parkeerterrein. Ik kon zien dat een van hen dezelfde kleur haar had als ik, al zag het er in het geelwitte licht wal roder uit. Even verbeeldde ik me zelfs dat zijn haar in brand stond. De andere jongen had donker haar en was wat kleiner. Ze lachten om iets, bleven even staan om naar ons te kijken, en liepen toen een vertrek in.
Ik ging het kantoor binnen toen Wade de deur had geopend. In tegenstelling tot de kantoren in mijn oude school was het of ik in een bibliotheek kwam. De twee vrouwen die aan hun bureau achter de balie zaten te werken, spraken zachtjes met elkaar. Alles was even schoon en ordelijk; zelfs op het mededelingenbord links van ons waren de aankondigingen in perfecte rechte rijen opgeprikt. Er was niets te bekennen van het tumult en de drukte waaraan ik gewend was in het kantoor van een schooi.
Een van de vrouwen leek rond de zestig, de andere niet ouder dan een jaar of dertig. Ze keken allebei op toen we binnenkwamen. De oudste vrouw bleef achter haar bureau zitten, terwijl de jongste naar de balie liep.
'Waarmee kan ik u van dienst zijn?' vroeg ze met een glimlach naar mij.
'Ik ben Wade Emerson. Mijn vrouw en ik hebben met mevrouw Brentwood afgesproken dat we Celeste vanmorgen zouden inschrijven.' zei hij.
Toen pas drong het tot me door dat Ami me had willen voorstellen als haar nichtje. Per slot hadden zij en ik gisteravond samen het verhaal verzonnen. Maar zou het kantoorpersoneel niet op de hoogte zijn van de waarheid? vroeg ik me af.
'O. Een ogenblik,' zei de vrouw en keerde terug naar haar bureau om de telefoon op te nemen. Ze sprak net zo zacht als ze met haar collega had gesproken.
Bijna onmiddellijk ging het kantoor van de directeur open, en mevrouw Brentwood kwam tevoorschijn. Ze droeg een antracietkleurig mantelpak en een witte blouse en zag er even elegant en aantrekkelijk uit als toen ik haar gezien had in het restaurant.
'Meneer Emerson, hoe maakt u het. Komt u binnen, alstublieft.' Ze deed een stap opzij.
'Dank u,' zei Wade. Hij wachtte tot ik hem voor zou gaan.
'Hallo,' zei mevrouw Brentwood glimlachend. 'Jij bent dus Celeste.' Ze gaf me een hand.
'Goedemorgen.' zei ik. We gingen haar kantoor binnen.
Als ze Ami, mij en Wade de vorige avond in het restaurant had gezien, liet ze dat niet merken.
'Ik kreeg de indruk dat uw vrouw haar zou brengen,' zei ze tegen Wade, toen ze zag dat Ami er niet bij was.
'Ik ook,' zei hij op droge toon. 'Feitelijk komt dit wel goed uit. Het is op weg naar mijn werk.'
Ze trok haar wenkbrauwen op. glimlachte nog innemender en ging weer achter haar bureau zitten.
'Alstublieft.' zei ze, wijzend naar de stoelen die voor haar bureau stonden.
Ik ging zitten, en Wade ook.
'Laat ik beginnen met je officieel en informeel welkom te helen, Celeste,' zei ze tegen mij. 'Ik ben onder de indruk van je schoolrapport. Het is prettig een goede leerling erbij te krijgen, en ik zie dat je verleden jaar ook een opstelwedstrijd van je school hebt gewonnen.'
'Weet u dat al allemaal?' vroeg ik.
'O. ja. Dat heeft mevrouw Emerson vorige week doorgegeven.'
'Vorige week? Maar hoe -' Ik klemde mijn lippen op elkaar en keek naar Wade, die even naar mij en toen weer naar mevrouw Brentwood keek.
'Ik hoop alleen datje niet zoveel verder bent dan de andere leerlingen. dat je je gaat vervelen en ongeduldig wordt. Alle docenten zijn overigens op de hoogte van je komst, en ze willen je allemaal graag leren kennen. Hier is je lesrooster.' Ze overhandigde me een kaart. 'Ik zal je rondleiden om je vertrouwd te maken met het gebouw. Je zult merken dat dat in enkele minuten gebeurd is,' ging ze verder, met een glinstering in haar ogen. 'Onze school is waarschijnlijk niet meer dan een derde van je vorige school, maar we houden het graag gezellig.'
'Hebt u alle telefoonnummers en alle informatie die u nodig hebt?' vroeg Wade.
'Ja, die hebben we.' Ze keek naar een dossier dat opengeslagen op haar bureau lag. inclusief de data van haar inentingen. Heel volledig. Alles staat hierin," voegde ze er nadrukkelijk aan toe. 'Dit is een boekje over de Dickinson School, Celeste,' ging ze verder, en overhandigde me een in goud en blauw gebonden brochure. 'Dat zijn trouwens de kleuren van onze school. Het boekje vermeldt onze geschiedenis, verklaart ons beleid, onze regels. Er is ook een lijst van de keuzevakken voor de ouderejaars, en dat is in feite de enige beslissing die je dient te maken ten aanzien van je officiële lesrooster. Het vijfde lesuur is facultatief en je kunt kiezen uit kunstgeschiedenis, toneelvoordracht, of creatief schrijven en journalistiek. Die klas maakt de schoolkrant. Ben je in iets daarvan geïnteresseerd?'
'Creatief schrijven en journalistiek, denk ik.'
'Ja, natuurlijk. Je hebt die opstelwedstrijd gewonnen. Prachtig. Meneer Feldman zal heel blij zijn. Hij heeft meer strijders nodig voor zijn troepen. Goed dan,' ging ze verder, en pakte een andere brochure van haar bureau. 'Dit is voor de ouders, meneer Emerson. Daarin staan de schoolactiviteiten, de open-huisdagen, evenementen die we hopen dat de ouders zullen bijwonen. We zijn nogal trots op de steun van de ouders voor onze school.'
Wade pakte het aan, keek er even naar en knikte.
'Natuurlijk. We zullen doen wal wc kunnen.'
'Mooi.' Ze keek op haar horloge. 'We hebben nog tien minuten voordat de lessen beginnen. Alle leerlingen zijn in hun eigen lokaal. Jij hebt lokaal twaalf, de laatstejaars. We gaan meteen aan de slag. Ik zal je rondleiden. Wilt u ons vergezellen, meneer Emerson?'
'lk denk dat ik beter naar mijn werk kan gaan. Ik geloof dat ik haar in goede handen achterlaat.'
'Daar kunt u van op aan,' zei mevrouw Brentwood. 'En als u nog vragen hebt. kunt u of mevrouw Emerson me altijd bellen.'
'Dal zullen we doen.' zei Wade. Hij liep langs ons heen naar de deur en draaide zich toen weer naar me om. 'Veel succes, Celeste. Maar ik denk niet dat je mijn aanmoediging nodig zult hebben.' Met die woorden ging hij weg.
Even voelde ik me in de steek gelaten. Het was maar een voorbijgaand gevoel, maar het sneed door me heen als een scherp mes door een zachte cake. lk bungelde ergens in het luchtledige. Ik voelde me niet alleen als een vis op het droge, maar als een vis die geen idee had waar ze eigenlijk thuishoorde. Wie waren deze mensen? In wat voor wereld was ik terechtgekomen? Hoe zou ik daar ooit kunnen thuishoren en me op mijn gemak voelen?
'Zo, Celeste,' zei mevrouw Brentwood. Haar stem klonk plotseling strenger, harder. Ik draaide me een beetje verbaasd om. 'Jij en ik gaan nu over tot wat ik mijn Kom-tot-Jezus-samenkomst noem. We hebben tijd genoeg. Ga weer zitten.' beval ze. Haar ogen waren niet langer zachtblauw, maar kil grijs.
Ik ging zitten en wachtte terwijl zij naar het raam liep, het rol- gordijn dichttrok en zich toen weer naar mij omdraaide.
ik ben blij te zien datje zulke goede cijfers hebt behaald op je openbare school,' begon ze. Ze sprak het woord openbare uit of het haar tong vervuilde. 'Maar ik ben me er ook van bewust dat goede cijfers soms worden gegeven uit welwillendheid of omdat het de gemakkelijkste manier is. Ik weet hoe gestrest de leerkrachten op onze openbare scholen zijn, hoe ze onder druk staan en alle problemen proberen te vermijden.'
'Ik heb mijn cijfers met hard werken verdiend. Niemand heeft me ooit een voldoende gegeven die ik niet verdiend had.' antwoordde ik. 'Praktisch mijn hele leven heb ik nooit iemand gehad die me verdedigde of voor me opkwam als ik onrechtvaardig behandeld werd, mevrouw Brentwood. Mijn docenten waren niet bang voor een probleem.'
Haar ogen werden feller en smaller, maar haar lippen bleven strak.
'Ja, dat kan wel waar zijn, maar ik ben me ook heel goed bewust dat kinderen zonder ouders, zonder huiselijk leven, anderen kunnen besmetten die dat wél hebben,' zei ze.
Ik voelde me of ze me over het bureau heen een klap in mijn gezicht had gegeven. Ik kromp ineen en dook weg in mijn stoel.
'Ze hebben me heel wat dingen genoemd, mevrouw Brentwood, maar nooit een besmettelijke ziekte.'
ik beschuldig je nergens van en wat ik zeg is niet speciaal op jou gemunt. Ik beoordeel mensen niet naar hun uiterlijke verschijning. Ik wacht tot ze me tonen wie en wat ze zijn door hun gedrag. Ik wil je alleen attent maken op mijn grote verantwoordelijkheid hier. Het welzijn van de leerlingen als geheel gaat boven alles. Dat heb ik beloofd aan de ouders die me het welzijn van hun kinderen hebben toevertrouwd en die veel geld betalen voor deze extra liefdevolle aandacht.'
Te oordelen naar de manier waarop ze sprak, kon ik me niet voorstellen dat die aandacht erg liefdevol was.
'Nooit zal een individuele leerling belangrijker zijn dan dat. hoe rijk zijn of haar weldoener ook is,' zei ze nadrukkelijk.
Ze schraapte haar keel en haar stramme houding ontspande enigszins.
'Goed. Je begint hier onder de dekmantel van een bedrog waar- mee ik heb ingestemd, omdat je pleegmoeder zo bezorgd is voor je welzijn en je opname in de familie van de Dickinson School. Ik heb haar verzekerd dat er geen reden was voor haar angst, maar ze maakte zich serieus ongerust en smeekte me het verzinsel niet tegen te spreken.1
'Het verzinsel?'
'Hoor eens, privézaken zijn privé/aken. Dit is geen kantoor van een van die openbare scholen waar dingen uitlekken via het roddelcircuit. Wij dulden geen geroddel en als iemand van mijn personeel zich daaraan schuldig maakt volgt onmiddellijk ontslag.
'Kortom, wat jij je medeleerlingen vertelt is jouw zaak, zolang niemand anders er schade van ondervindt. Ik heb er geen probleem mee dat je mevrouw Emersons nichtje bent, als zij zich daarbij meer op haar gemak voelt. Ik heb je pleegmoeder die belofte gedaan, en beloof het nu ook jou, maar ik moet die voorwaarde eraan verbinden, Celeste. Doe niets wat de Dickinson School schade, gebrek aan respect of slechte publiciteit kan opleveren. Heb je me goed begrepen ?'
'Ja, mevrouw,' zei ik. Ik hield mijn ogen op haar gericht zoals ik ze vroeger, toen ik veel jonger was, op volwassenen gericht hield, ook al duizelde het me. Hoe kon Ami dit vóór gisteravond hebben afgesproken? Ze had kennelijk ons hele spontane bedenksel al lang van tevoren gepland.
Mevrouw Brentwood leek zich onbehaaglijk te voelen onder mijn strakke blik en stond op. Ze liep om het bureau heen naar de deur.
'Volg me,' beval ze, opende de deur van het kantoor en liep naar buiten.
De twee vrouwen achter de balie keken op, maar richtten hun ogen onmiddellijk weer op hun werk toen wc de gang opliepen.
'Onze school is klein genoeg om de taken van counselors, directeuren en decanen op openbare scholen op me te kunnen nemen,' begon ze toen we door de gang liepen. 'Als je enige problemen of vragen hebt, kun je een afspraak maken om mij te spreken, waar het ook over gaat.
'Dit.' ging ze verder, terwijl ze bij een deur bleef staan, 'is ons natuur- en scheikundelokaal.' Ze deed de deur open. Een kale man in een laboratoriumjas, met wat grijs pluishaar rond zijn oren. keek op van zijn lessenaar, die hoger stond dan de lessenaars van de leerlingen. Hij zette zijn bril recht op zijn neus en temperde de vlam van een bunsenbrander.
'Goedemorgen, meneer Samuels. Dit is Celeste Atwell, de nieuwe leerlinge. U hebt haar papieren eind vorige week ontvangen. U zult zich herinneren dat ze uw scheikundelessen in het derde uur zal volgen.'
'Ja, natuurlijk. Ik heb gezien datje al scheikunde had op je oude school. Ik hoop dat we er niet voor onderdoen,' zei hij.
Ik voelde dat mevrouw Brentwoods haren overeind gingen staan.
'Daar twijfel ik geen moment aan, meneer Samuels,' zei ik. 'Mijn klas was zo groot, dat we de handleidingen om de beurt moesten raadplegen.'
'Hm, ja, welkom op Dickinson, Celeste,' zei hij glimlachend. Zijn ronde wangen bolden.
'Dank u,' zei ik.
'Ik geef haar een heel snelle rondleiding,' zei mevrouw Brentwood. Ze liep achteruit en deed de deur dicht. 'Meneer Samuels is al twaalf jaar bij ons. Hij heeft een belangrijk essay geschreven over genetica, dat gepubliceerd is in een vooraanstaand wetenschappelijk blad. Hij sponsort ook de natuurwetenschapsclub na schooltijd, voor het geval het je interesseert.' ging ze verder. Ze hamerde haar woorden als spijkers van trots in mijn hoofd.
'Dit is het lokaal van groep negen," zei ze, met een knikje naar lokaal 9.
'En het tiende, elfde, en jouw lokaal," ging ze verder, maar ze bleef niet staan.
We liepen de gang door naar de kantine, die nog niet half zo groot was als die op mijn oude school, maar veel mooiere meubels had en er veel schoner uitzag. Twee oudere dames en een jonge vrouw waren druk bezig met het menu van de dag.
'Je hoeft niets te betalen, dus er is geen caissière,' legde mevrouw Brentwood uit. 'Dat is allemaal inbegrepen in het schoolgeld. We vragen jullie alleen om de boel op te ruimen en geen eten te verspillen.'
We liepen verder naar de sportzaal, die, hoewel hij kleiner was dan die van mijn vorige school, ook een stuk schoner was en er nieuwer uitzag; zelfs de banken leken comfortabeler. De sportlerares van de meisjes was bezig een volleybalnet te spannen.
'Goedemorgen, mevrouw Grossbard,' riep mevrouw Brentwood. Haar stem weergalmde door de zaal.
Mevrouw Grossbard, die klein en gedrongen was voor een sportlerares, draaide zich om. Ze had heel dun, kortgeknipt lichtbruin haar en droeg een uniform in de kleuren van de school.
'Dit is Celeste Atwell.'
'O, ja. Hoe is je golf?' vroeg ze onmiddellijk. 'Ik heb nog een plaatsje voor je in het team.'
'Ik heb het nog nooit gespeeld.' antwoordde ik.
Ze keek verstomd.
'Misschien is ze een natuurtalent,'opperde mevrouw Brentwood. 'Neem haar eens een test af.'
'Ja. Natuurlijk. Ja,' zei mevrouw Grossbard. maar het klonk niet erg enthousiast. Ze ging weer terug naar haar volleybalnet, en wij liepen door. Ik keek door de achterdeuren naar buiten, naar de bal- velden, de tennisbanen en een golfbaan. Aan de voorkant van het gebouw was daar niets van te zien, en het verbaasde me dat het terrein van de school zo groot was en zo goed onderhouden.
'De tennisbanen waren een geschenk van een van onze anonieme weldoeners,' merkte mevrouw Brentwood op.
De gang voerde verder naar nog meer klaslokalen en de bibliotheek. Een lange, donkerharige man was aan het werk bij een archiefkast.
'Dit is meneer Monk, onze bibliothecaris,' zei ze. en hij draaide zich naar ons om. 'Onze nieuwe leerlinge, Celeste Atwell.'
'Welkom,' zei hij. 'Ik zal je een overzicht geven van je studie hier. We hebben zes computers en twintigduizend boeken,' zei hij trots. 'Studenten van de plaatselijke universiteit komen hier vaak research doen. Natuurlijk met schriftelijke toestemming.' ging hij verder met een knikje naar mevrouw Brentwood.
Ze knikte zwijgend, en hij ging verder met zijn dossiers alsof hij een hersenoperatie uitvoerde en geen seconde van zijn aandacht kon verspillen.
'Dank u,' zei ik, en we liepen terug naar de hal en naar haar kantoor. waar ze bleef staan.
'Ik denk dat je je weg nu wel kunt vinden. Je kunt nu naar jouw lokaal gaan. Je hebt nog drie minuten, en je docent, meneer Hersh, die tevens je wiskundeleraar is. zal je inschrijven in zijn boeken. Veel succes en welkom.' zei ze. Haar aantrekkelijke glimlach en zachte blik keerden terug.
Ik dacht aan een hert in het bos, en hoe goed het dier in zijn omgeving kon opgaan, zodat het bijna onzichtbaar werd. Als een kameleon kon ze van kleur wisselen, maar in haar geval waren het stemmingen, momenten, precies zoals het uitkwam. Misschien was dat de deskundigheid van een succesvolle bestuurder, een politicus. Ze liet merken dat ze alles kon zijn voor alle mensen. Stel haar tevreden, en ze was mevrouw Minzaamheid. Dwarsboom haar, en ze was mevrouw Scherprechter.
'Dank u,' zei ik, en liep door de gang naar mijn klaslokaal. Ook al had ze de tijd genomen om me een rondleiding te geven door het gebouw, een preek te houden vol versluierde dreigementen, en had ze me aan een paar docenten voorgesteld, toch had ik het gevoel dat ik onvoorbereid in het diepe werd gegooid. Op mijn oude school zorgde het leerlingei\bestand in ieder geval voor wat we noemden Big Brothers en Big Sisters, die de nieuwe leerlingen op z'n minst met de omgeving lieten kennismaken en ze voorstelden aan andere leerlingen. Ze hadden iemand om mee te praten, zodat ze zich niet te veel alleen en verloren voelden. Ik denk dat iedereen hier verondersteld wordt onafhankelijk te zijn en wereldwijs genoeg om daar geen last van te hebben, dacht ik. Bovendien, wat had ik voor keus?
In weerwil van wat me verteld was over de omvang van het leerlingenbestand, was ik verbaasd dat er niet meer dan ongeveer achttien leerlingen waren in de hoogste klas. Alle ogen werden op mij gericht zodra ik de deur opendeed en binnenkwam. De roodharige jongen die ik in de gang had gezien, zat op de eerste rij, onderuitgezakt, zijn lange benen gestrekt onder de bank, zodat zijn zwarte sportschoenen aan de voorkant tevoorschijn kwamen. Hij had sproeten op zijn jukbeenderen en een kuiltje in zijn linkerwang. Zijn felblauwe ogen en oranje getinte lippen gaven hem een kleurrijk gezicht. Hij glimlachte schelms, alsof hij alles over me wist.
Naast hem zat een, vond ik, veel interessantere en knappere donkerharige jongen, wiens donkere ogen gevoeligheid en intelligentie verrieden. Hij zat rechterop, krachtiger, en zag er, zonder arrogant te lijken, atletischer en zelfverzekerder uit. Hij keek me even strak aan, toen verzachtten zijn lippen en keek hij weer naar de docent.
Ik keek naar de rest van de klas en zag dat de meisjes net zoveel belangstelling voor me hadden en even nieuwsgierig naar me waren als de jongens. Eén meisje in het bijzonder, een aantrekkelijke brunette met lichtbruine ogen. keek een beetje ontsteld toen ik mijn entree maakte. Het was alsof ik iets had onderbroken dat ze zei of deed. Ze keek naar de donkerharige jongen en toen weer naar mij, terwijl ik naar voren liep, naar de lessenaar van meneer Hersh.
Hij stond met zijn handen op zijn heupen en had zijn jasje losgeknoopt. Hij leek in de vijftig, had zwart met grijs doorstreept krulhaar en blauwgrijze ogen. Ik had het idee dat hij bezig was de groep een uitbrander te geven. Hij richtte zich snel op en keek naar mij.
'Welkom,' zei hij. 'Klas, dit is Celeste Atwell, die vanmorgen is ingeschreven.' Ik wachtte terwijl hij iets in zijn register noteerde. Toen keek hij weer op en glimlachte. 'Neem die lege schoolbank maar aan het eind van de eerste rij, Celeste. Ik was bijna klaar met mijn aankondigingen voor vandaag, en we hebben nog maar een minuut of zo voordat de bel gaat voor het eerste lesuur.'
'Dank u,' zei ik.
'Wat een beleefdheid,' zei de roodharige jongen hatelijk. Sommigejongens lachten, maar niet de donkerharige jongen naast hem. Hij schudde slechts zijn hoofd.
Ik liep het lokaal door, over het middenpad. Toen ik langs de aantrekkelijke brunette kwam. bekeek ik haar belangstellend, omdat ze me zo aanstaarde. Maar ze beantwoordde mijn glimlach niet. Zodra ik zat, ging meneer Hersh verder.
'Zoals ik al zei, heeft mevrouw Brentwood me gevraagd jullie erop te wijzen dat iemand onachtzaam is geweest met het weggooien van handdoeken in de afvalemmer in het meisjestoilet hier in de gang. Als iemand een papieren handdoek op de grond ziet liggen, moet ze die in de afvalemmer gooien.'
'Jakkes,' kermde een klein meisje met lichtbruin haar. 'Wie wil nou andermans vuil oprapen?'
De meisjes om haar heen knikten instemmend.
'Waarom kunnen meiden niet net zo netjes zijn als wij, jongens?' riep de roodharige jongen. De andere jongens juichten.
'Jij veegt je handen niet af aan handdoeken, Waverly. Jij veegt ze af aan je broek,' antwoordde het meisje met het lichtbruine haar. Gejuich en gesis.
'Oké, zo is het genoeg,' zei meneer Hersh krachtdadig. De leerlingen kalmeerden ogenblikkelijk. 'Jullie brengen het grootste deel van de dag door in dit gebouw. Je hoort je hier te gedragen zoals je je thuis gedraagt.'
'Dat is nou juist het probleem.' riep een andere jongen, en er werd opnieuw gelachen.
'Als dit zo doorgaat,' zei meneer Hersh vastberaden, 'vinden jullie straks helemaal geen handdoeken meer in de toiletten. Dan moeten jullie allemaal je handen afvegen aan je kleren, en omdat sommige van die kleren nogal kostbaar zijn, zou ik er maar eens goed over nadenken, meisjes.'
Als dat het grootste probleem hier is, dacht ik, dan zal dit inderdaad een heel nieuwe ervaring zijn. Het meisjestoilet in mijn school stonk altijd naar rook, overal op de grond lagen verfrommelde papieren handdoeken, op de muren en spiegels was graffiti gekalkt, en de wc's lagen vaak vol sigarettenpeuken, snoeppapiertjes en zelfs tampons.
De bel ging en iedereen stond op. De donkerharige jongen keek even naar mij en liep toen de klas uit. De aantrekkelijke brunette kwam naar me toe.
ik ben Germaine Osterhout,' zei ze. 'Ik ben de klassen-vertegenwoordigster. Welkom op Dickinson.'
'Dank je,' zei ik, maar nog voordat ik was uitgesproken, had ze zich al omgedraaid en liep weg.
'Dat is meer dan mij ten deel viel toen ik voor het eerst hier op school kwam,' zei een heel lang meisje met lang, steil bruin haar. 'Hel duurde weken voordat iemand hallo zei of zich zelfs maar van mijn bestaan bewust was.'
Ik staarde haar even aan, en ze begon te lachen.
'Kom, malle, ik maak maar gekheid.' Ze pakte mijn arm en trok me mee achter de anderen aan. 'Ik ben Lynette Firestone. Mijn moederen je nicht zijn goede vriendinnen.'
'O?'
Ami had haar naam niet genoemd, maar ze had nooit iemand bij naam genoemd, en wat nog verbluffender was. ze had niet gezegd
dal ze ons verzinsel al aan iemand anders verteld had.
Lynette bleef even staan en draaide zich in de gang naar me om. Ik merkte dat ongeveer iedereen die langskwam me belangstellend opnam.
'Ik vind het heel erg van je ouders. Gelukkig maar dat je niet een stuk jonger was toen het gebeurde. Het is echt heel aardig van je nicht om je bij haar in huis te nemen, ook al geeft het je het gevoel dat je een vluchteling bent.'
'Sorry? Een vluchteling?'
'Geintje. Het is aardig van haar om voor je te zorgen, en aardig van mij om aan te bieden je te helpen geacclimatiseerd te raken.'
Ze had een brede mond, waarvan de hoeken omlaag hingen, alsof de spieren rond haar lippen verslapt waren van vermoeidheid. Haar donkere ogen waren iets te groot voor haar smalle gezicht, en haar neus was arrogant en leek recentelijk gecorrigeerd door een plastisch chirurg. Ze had een goed figuur, maar was niet knap genoeg om model te worden. Haar lengte, zo te zien minstens een meter tachtig, moest een nadeel zijn ten opzichte van de rest van haar, dacht ik.
'Je zou weleens dankjewel kunnen zeggen,' ging ze ironisch verder toen ik niets zei.
'Wat?' Precies wat ik nodig had, iemand die me eraan herinnerde wanneer ik dankjewel moest zeggen, dacht ik.
'Niks,' zei ze glimlachend. 'Grapje. Bijna niemand hier zegt ooit dankjewel. En niemand verontschuldigt zich voor iets, dus dat hoef je niet te verwachten.'
'Dat doe ik niet. Ik verwacht nooit iets van iemand. Als er dan iels goeds gebeurt, is dat een prettige verrassing.'
Ze glimlachte.
'Feitelijk heeft mijn moeder me met mijn hand op de bijbel laten zweren dat ik je vriendin zou worden. Dat had ze je nicht beloofd.'
'O, pieker daar maar niet over,' zei ik, en raadpleegde mijn lesrooster om te weten naar welk lokaal ik moest voor mijn volgende lesuur. 'Ik verwacht niet hier vrienden te maken.'
'Hè?' zei ze. Haar mond viel open van verbazing.
'Ik maak maar gekheid.' zei ik, en liep door.
'Goed zo,' hoorde ik een stern rechts van me. Ik keek op en zag dat de jongen met het donkere haar naar me glimlachte en toen doorliep naar hetzelfde klaslokaal. Ik had geen idee dat hij naast ons had gestaan en ons gesprek had afgeluisterd.
Het bleek dat hij schuin tegenover me zal. Het was de economie-les van meneer Franks, een kwieke man van in de veertig, met voortijdig grijs haar, wiens energie en levendigheid erop gericht waren enthousiasme en belangstelling te wekken bij zijn leerlingen. Soms leek het of hij de achterkant van de klas onderwees, een denkbeeldige, perfecte groep leerlingen. Ik moest heimelijk lachen om de manier waarop hij een vraag stelde en dan, in de verwach- (ing toch geen antwoord te zullen krijgen, die zelf beantwoordde, alsof iemand in de klas dat had gedaan. Ik kon zien dat de donkerharige jongen zich net zo amuseerde als ik.
'Hallo,' zei hij toen de bel aan het eind van de les ging. ik ben wel niet de klassen vertegenwoordiger, maar welkom op Dickinson.'
'Dank je,' zei ik, en legde toen snel mijn hand voor mijn mond. 'Oeps. dat wilde ik niet zeggen.'
Hij lachte.
ik ben Trevor Foley. Geloof geen woord van wal Lynette je vertelt,' waarschuwde hij. 'Ze is een pathologische leugenaarster en het minst populaire meisje van school. Als iemand je een slechte start wilde geven bij de leerlingen van Dickinson, zou hij je aanraden vriendschap te sluiten met Lynette.
'Doe het rustig aan en doe wat iedereen hier doet: eerst de etalages bekijken voor je koopt.'
'Doe jij dat ook?'
'Natuurlijk. En het bevalt me uitstekend wat ik zie.' zei hij glimlachend, en liep door.
Iets in hem deed me denken aan Noble. Was het de manier waarop hij naar de mensen keek? De manier waarop hij glimlachte? Het mysterie in zijn ogen ? Of was de wens de vader van de gedachte?
Per slot vreesde ik niets zo erg als alleen zijn. En iets zei me dat dat hier net zo gemakkelijk kon gebeuren als overal elders.