***
Hoofdstuk 4
De volgende ochtend liep Helena door haar slaapkamer te ijsberen; met samengeknepen ogen dacht ze over de avond ervoor na.
En dacht na over de onverwachte koers die Sebastian was ingeslagen.
Ze herinnerde zich haar dromen.
En ze vroeg zich opnieuw af hoe het zou voelen om haar handen over zijn borst onder de zijde en het satijn van zijn jas te spreiden, hoe de omvangrijke, krachtige spieren zouden voelen...
'Non, non, non et non.'
Ze draaide zich woest om en schopte haar rokken weg. 'Daarom heeft hij het gedaan!'
Om haar te laten dromen, smachten, verlangen... om haar naar hem te laten snakken. Om te maken dat ze naar hem toe ging en zich als een onnozele, hopeloos verliefde deerne aan hem uit zou leveren.
Een gluiperige, oneerlijke overwinning.
Veilig en alleen in haar slaapkamer wilde ze wel toegeven dat het hem bijna was gelukt.
'Maar nu niet meer.' Niet nu ze had beseft wat hij echt van plan was. Ze was drieëntwintig - geen onschuldige maagd met sterretjes in haar ogen wanneer het om spelletjes ging die mannen graag speelden. Verleiding kon je langs meer dan een weg bereiken, en monsieur le duc kende ongetwijfeld alle wegen.
'En elke bocht in elke weg. Poe!'
Hij zou haar niet vangen.
Het duurde nog maar ruim een week voordat de ton uit Londen vertrok. Ze kon hem toch zeker tot die tijd op afstand houden.
'Mignonne, het is de gewoonte om aandacht te schenken aan de heer die jouw danspartner is.'
Helena sloeg haar blik naar Sebastian op en sperde haar ogen. ik keek alleen naar de juwelen van de dames.'
'Waarom?'
'Waarom?' Ze stapte om hem heen, draaide rond en kwam toen weer van aangezicht tot aangezicht met hem. Haar blik rustte opnieuw op de naburige dames. 'Omdat de kwaliteit hier echt uitstekend is.'
'Gezien jouw erfenis moeten de jouwe met geen goud zijn te betalen.'
'OUI, maar ik heb het grootste deel in de kluis op Cameralle achtergelaten.' Ze gebaarde naar het eenvoudige saffieren halssnoer dat ze droeg, ik heb de zwaardere stukken niet meegebracht - ik had me niet gerealiseerd dat ik ze nodig zou hebben.'
'Jouw schoonheid overtreft elk juweel, mignonne.'
Ze glimlachte, maar niet tegen hem. 'U hebt een gladde tong, uwe genade.'
Helena zat de volgende ochtend aan het ontbijt toen een pakje werd afgeleverd.
'Het is voor jou.' Louis liet het naast haar bord vallen toen hij naast haar kwam zitten.
Marjorie keek op. 'Van wie is het?'
Helena bekeek het pakje van alle kanten. 'Dat staat er niet op.'
'Maak het open.' Marjorie zette haar kopje neer. 'Er zal wel een kaartje in zitten.'
Helena scheurde de verpakking open en stak haar hand erin. Haar vingers raakten een verfijnd juweliersetui - en meteen werd ze bevangen door een angstig voorgevoel. Ze staarde naar het geopende pakje, bijna bang om de inhoud eruit te halen. Toen zette ze zich schrap en haalde het te voorschijn.
Een groenleren etui. Ze schoof het papier opzij en deed het etui open. Op een bed van diepgroen fluweel lag een heel lang dubbel snoer van de fraaiste parels genesteld. De snoeren werden op drie punten door enkele stenen onderbroken, elk een volmaakte rechthoek, heel simpel geslepen om hun kleur ten volle recht te doen. Eerst dacht ze aan chrysolieten maar toen ze het snoer optilde en het tussen haar handen liet hangen en het licht erop viel, fonkelden de stenen en zag ze de diepe kleur. Smaragden. Drie grote, pure smaragden van een levendiger groen dan haar ogen.
Oorringen met een kleinere smaragd boven de pareltjes, en een bijpassend stel armbanden, miniatuurafbeeldingen van het halssnoer, completeerden de set.
Vim alle rijkdom aan juwelen die ze al bezat was er niet een dat haar zo bekoorde.
Helena liet het halssnoer vallen alsof ze zich eraan had gebrand. 'We moeten het terugsturen.' Ze duwde het etui van zich af.
Louis had het pakje zitten bekijken; nu keek hij naar het etui. 'Er zit geen kaartje bij. Weet jij wie dat heeft gestuurd?'
'St. Ives! Het moet van hem zijn.' Helena duwde haar stoel naar achteren. Ze kreeg de aandrang om weg te rennen, om van het halssnoer weg te vluchten - van haar verlangen om het aan te raken, om haar vingers over de gladde snoeren te laten glijden. Om zich voor te stellen hoe het er om haar hals zou uitzien, hoe het zou staan.
Die verdomde Sebastian!
Ze stond op. 'Zorg er alsjeblieft voor dat het naar zijne genade wordt geretourneerd.'
'Maar ma petite.' Marjorie had het pakje zelf onderzocht. 'Er is geen kaartje bij, dus weten we niet zeker wie het heeft gestuurd. Veronderstel eens dat het niet monsieur le duc was?'
Helena keek neer op Marjorie; ze kon bijna Sebastians zelfvoldane lachje zien. 'Je hebt gelijk,' zei ze uiteindelijk. Ze ging weer zitten. Nadat ze een ogenblik naar de parels had zitten kijken die als een verleiding op hun fluwelen bed lagen, deed ze het etui dicht. 'Ik zal erover moeten denken wat het beste kan worden gedaan.'
'Jij hebt me deze gestuurd, nietwaar?'
Terwijl Helena's vingers van haar ene hand de parels streelden die om haar hals zaten hief ze haar gezicht naar Sebastian op. De zijde van haar lichtgroene rokken ritselden sensueel; ze liet haar vingers liefdevol over de parels glijden en volgde de snoeren die over haar borst hingen.
Met licht gekrulde lippen volgde Sebastian elke beweging. Ze werd niet wijzer van zijn gezicht of zijn ogen.
'Ze staan je buitengewoon goed, mignonne.'
Ze weigerde erover na te denken hoe goed ze haar stonden, en welk gevoel ze haar gaven.
Alsof ze zelf ook dangereuse was.
Hij alleen kon deze ultieme verleiding hebben aangeboden om zijn spel te kunnen spelen. Nooit eerder had ze zich zo machtig gevoeld - machtig genoeg om de strijd met hem aan te binden.
Er vlamde een huivering van opwinding op, van verraderlijke aantrekkingskracht; ze draaide zich om en begon te lopen omdat ze niet stil kon blijven staan.
Toen hij in de balzaal van lady Carlyle naast haar was opgedoken, waren zijn ogen rechtstreeks naar het halssnoer gegaan, en vervolgens had hij snel de bijbehorende sieraden opgemerkt die ze ook had aangedaan. Ze had meteen ingestemd met zijn uitnodiging wat rond te gaan lopen. En zoals alleen hij dat kon had hij natuurlijk een antichambre gevonden die aan de balzaal grensde. Een lege kamer, schaars verlicht door wandlampen, met een tegelvloer en een spetterend fonteintje in het midden.
Haar hakken tikten op de tegels toen ze voorlangs de fontein begon te ijsberen; ze wierp hem openlijk een peinzende blik toe. Als jij het niet was... misschien was het dan Were. Misschien mist hij me wel.'
Sebastian zei niets maar zelfs in dit zwakke licht zag ze zijn gezicht verstrakken.
'Nee,' zei ze. 'Were was het niet - jij was het. Wat verwacht je ermee te bereiken?'
Hij sloeg haar gade - ze wist niet of hij overwoog antwoord te geven of dat hij haar alleen nog nerveuzer wilde maken - maar zei toen: 'Als ik een dergelijk geschenk had gestuurd zou ik verwachten ervoor terug te krijgen... wat je van nature zou geven aan iemand die jou een plezier had gedaan.'
Ze liet haar ogen vonken, liet zien dat ze kwaad was. Ze was er in al die weken aan gewend geraakt hem dat openlijk te tonen. Ook nu leek er geen reden om haar gevoelens voor hem te verbergen. Met wervelende rokken draaide ze zich om teneinde hem aan te kijken en tilde haar kin. 'De manier waarop ik degene zou bedanken die me zo had verwend... die zou ik alleen kunnen geven als ik wist wie de betreffende heer was.'
Hij glimlachte. Met zijn gebruikelijke sluipende manier van lopen overbrugde hij de afstand tussen hen beiden. 'Om eerlijk te zijn kan hei me niet schelen of je denkt dat ik jouw dankbaarheid verdien, mignonne.'
Hij bleef voor haar staan, hief een hand en vervlocht zijn vingers ineen onder haar hals. Hij tilde de parels op, liet zijn vingers eroverheen glijden tot hij de lange strengen vlak boven de halslijn in zijn vuist had gesloten.
'Ik zou veel liever zeker willen weten,' murmelde hij met een stem die zich tot een gevaarlijk gespin verlaagde, 'datje, iedere keer dat je dit sieraad draagt, aan mij denkt.' Hij deed zijn vuist open en liet de parels vallen. Door het gewicht van de grootste smaragd vielen de strengen in haar decolleté en glipten tussen haar borsten.
Ze snakte naar adem vanwege de hitte - de hitte van zijn hand die in de parels gevangenzat.'Ik zou veel liever weten dat je elke keer dat je dit droeg aan ons dacht. Aan wat gaat gebeuren.'
Hij had het halssnoer niet helemaal losgelaten; een van zijn lange vingers zat nog in het snoer vast. Met een blik op de strengen hief hij ze op en liet ze dan weer naar beneden glijden en ronddraaien, en zo haar blote borsten strelend, ondanks haar japon en haar chemise, ondanks het feit dat ze volledig gekleed was. Doelbewust liet hij de parels in een traag, zinnenstrelend ritme omhoog komen en naar beneden glijden. Ze kon zich maar al te goed voorstellen dat zijn vingers het voorbeeld volgden.
Haar longen leken dicht te zitten; ze haalde hortend en bevend adem en deed heel even haar ogen dicht. En voelde haar borsten oprijzen, zwellen en warm worden.
Hij kwam wat dichterbij staan - ze voelde het meer dan ze het hoorde, ze voelde hem als een vlam op haar huid. Ze deed haar ogen open... en tuimelde halsoverkop in het blauw van de zijne, iedere keer dat je dit draagt, mignonne, denk dan... aan dit.' Ze had hem niet zo dichtbij willen laten komen. Ze was niet van plan geweest haar gezicht op te tillen en zich door hem te laten kussen. Maar met zijn dronken makende warmte zo nabij, met de murmelende diepe stem in haar oor, met het zinnenberovende gevoel van de nog steeds warm aanvoelende parels die provocerend tussen haar borsten werden bewogen, was ze verloren.
Zijn lippen sloten zich over de hare. Bij de eerste lichte druk, de eerste aandrang, opende ze haar mond voor hem, niet onderdanig maar uitdagend, zelfs nu nog weigerend zich over te geven. Ze kon hem kussen en het overleven, ze kon zich door hem laten kussen en toch niet de zijne zijn. Als hij het anders zag, dan zou hij er nog wel achter komen. Ze hief haar armen, liet haar vingers in zijn haar glijden en kuste hem stoutmoedig terug. Heel even overviel ze hem ermee, maar dat duurde niet lang.
Hij reageerde op een onverwachte manier - geen verstikkende stormvloed van hartstocht, geen overweldigend verlangen. Nee, hij evenaarde haar kus, gaf haar alles wat ze wilde, en gaf alleen aan dat er meer was. Verlokte haar verder te gaan.
Ze wist het, maar ze kon zich er niet tegen verzetten. De enige manier waarop ze zichzelf in stand kon houden, nog iets van een schijn van zelfbewustzijn en wilskracht op te houden, was zich onder te dompelen in de kus, zich over te geven en hem te volgen, iedere volgende stap goed in zich op te nemen en heel bewust al die stappen te zetten.
Binnen een paar seconden had hij haar van de wereld gebracht. Alleen hij kon haar ernaar terugbrengen.
Sebastian liet de parels los en liet ze als een vage herinnering op hun plaats tussen haar blote borsten liggen. Hij sloot zijn armen om haar heen en trok haar tegen zich aan totdat haar zachte lijf opnieuw tegen zijn veel hardere lijf zat gedrukt. Het verlangen welde op en knaagde aan hem als een uitgehongerd beest dat meer wilde - veel meer.
Hij wilde haar onder zich, hem omvattend.
Hij wist dat het niet kon - nog niet. Niet vanavond. Niet morgen. Hij durfde haar niet eens intensiever te strelen. Zijn instinct, uit ervaring geboren, waarschuwde hem: nog niet, nog niet.
Ze dreef hem langzaam maar gestaag tot waanzin. Als hij haar niet binnenkort de zijne kon maken...
Nog nooit had hij zo lang gewacht; geen enkele vrouw - geen van de vrouwen naar wie hij had verlangd - had het hem ooit ontzegd. Had ooit geweigerd de hele weg af te leggen.
Maar ondanks het feit dat haar lichaam het zijne was, dat haar hartslag versnelde wanneer hij op haar af kwam, haar pupillen groot werden en haar huid warm werd zodra hij haar aanraakte, weigerde haar verstand toe te geven - en hield haar wil hem koppig op afstand.
Iedere nacht die hij zonder haar doorbracht deed zijn verlangen toenemen, en die primitieve drang aanwakkeren toe te slaan, zijn wellust te lessen... haar te bezitten.
Haar handen raakten zijn wangen aan, sloten zich om zijn gezicht, en hielden het stil toen ze hem als reactie op zijn laatste plundering schandelijk hartstochtelijk kuste. Toen ze hem plaagde en hem uitdaagde erop te reageren, voelde hij zijn zelfbeheersing beven en wankelen...
Heel even liet hij zijn schild zakken en gaf haar een glimp van wat haar te wachten stond - de hitte, de ongebreidelde hartstocht achter het hoffelijke masker.
Onder die woeste aanval sloeg alle weerstand op de vlucht; haar rug, tot op dat moment gestaald door haar ijzeren wilskracht, verslapte. Gaf mee.
Hij trok zich snel terug voordat het verlangen en de dolzinnige hartstocht er met hem - met hen - vandoor ging. Met zwoegende borst hief hij zijn hoofd op. Voelde haar diep adem halen, voelde haar borsten tegen zijn borstkas drukken.
Toen trilden haar oogleden en vanonder haar lange wimpers zag hij haar ogen glanzen. Ze waren schitterender dan zijn juwelen die om haar hals, aan haar oren en rondom haar polsen fonkelden.
Ondanks de frustratie welde tevredenheid in hem op die hem verwarmde. Hij liet haar los; ze deed haar ogen open, knipperde even en deed een stapje terug.
En keek hem behoedzaam aan.
Hij slaagde erin niet te glimlachen. 'Kom mee, mignonne - we moeten terug naar de balzaal.'
Ze gaf hem haar hand en liet zich door hem naar de deur leiden. Hij bleef er even staan, hief een hand, haakte een vinger in de parelstrengen, tilde ze uit haar lijfje en hing ze weer over de zijde.
'Denk erom, mignonne.' Hij ving haar grote ogen. 'Iedere keer dat je deze draagt, denk dan aan wat zal komen.'
Het eerste wat Helena zag toen ze de volgende ochtend wakker werd, waren zijn parels die uit het groene leren etui stroomden. Ze lagen op haar commode waar ze ze had neergelegd - en leken haar spottend aan te kijken.
'Je suis folie.'
Kreunend keerde ze hen de rug toe, maar ze kon ze nog steeds als geestverschijningen om haar hals, aan haar oren en om haar polsen voelen.
Ze was echt gek geweest dat ze had gedacht in dat strijdperk tegen hem in opstand te kunnen komen en te zegevieren.
Haar ogen vernauwden zich toen ze over het hele voorval nadacht. Ze draaide zich om en zag de parels weer. Haar eerste impuls was geweest ze onder in haar hutkoffer te verbergen. Maar haar trots schreef voor dat ze ze elke avond droeg. Hij had deze ronde overtuigend gewonnen, maar dat mocht ze niet laten blijken.
Wat betekende... dat ze zich inderdaad elke aanraking van de parels - verwarmd door zijn handen - tegen haar blote borsten zou herinneren. En zich echt zou afvragen...
Ze was er na aan toe de grond onder haar voeten te verliezen. Ze kon niet toestaan dat hij de volgende ronde won.
Maar ze kon het spelletje ook geen halt toeroepen.
Ze deed het weer - zich terugtrekken en hem de weg versperren.
Aan de overkant van de balzaal van lady Cottlesford keek Sebastian naar Helena terwijl er iets achter zijn façade leek te glinsteren dat heel veel op ergernis leek.
Er was bijna geen tijd meer. Toen hij zich ten doel had gesteld ervoor te zorgen dat ze zou toegeven dat ze hem wilde, had hij zich niet kunnen voorstellen dat het zoveel tijd zou vergen. Over vijf dagen zou het bal masqué van lady Lowy plaatsvinden. De afgelopen jaren was dat feest aan de exodus van de ton uit Londen voorafgegaan.
Hij had nog maar vijf dagen - vijf avonden, om precies te zijn - om haar te laten capituleren. Om enige aanduiding le krijgen dat ze zijn avances zou verwelkomen, laai staan een formeel huwelijksaanzoek. Met minder wenste hij geen genoegen te nemen.
Vijf avonden. Normaal gesproken meer dan genoeg tijd. Maar hij had haar al zeven avonden belegerd. Hoewel hij een deukje had aangebracht in de muren die ze om zich heen had opgetrokken, had hij nog geen kans gezien ze te slechten. Hij had haar nog niet zover gekregen dat ze haar ophaalbrug had neergelaten om hem binnen te laten.
'Hoe gaat het met je jacht op een eega?'
Martin. Sebastian draaide zich om naar zijn jongste broer die hem een klap op de schouder gaf.
Eén blik op zijn gezicht deed Martin meteen een stapje terug doen en zijn handen in de hoogte steken. 'Niemand heeft het gehoord, dat zweer ik.'
'Dat kun je maar beter hopen.' Ook dat klonk geïrriteerd.
'Nou? Heb je nog steeds een oogje op de gravin? Een aantrekkelijk wicht, dat moet ik toegeven, maar wel spits, vind je ook niet?'
'Als ze jou zo over haar hoort spreken, dan is ze in staat om van mij te eisen dat ik je aan je duimen ophang. Of nog erger.'
'Een echte vuurvreter dus?'
'Haar humeur is een fractie beter dan het mijne.'
'O best, best, ik zal je niet meer plagen. Maar je kunt niet ontkennen dat ik een zeker persoonlijk belang in deze kwestie heb. Je kunt nauwelijks van me verwachten dat ik er geen belangstelling voor heb.'
'Niet dat je er geen belangstelling voor hebt. Beslist wel dat je er wat minder belangstelling voor toont.'
Martin negeerde die opmerking en keek om zich heen. 'Heb jij Augusta gezien?'
'Naar mijn mening,' zei Sebastian terwijl hij het kant aan zijn manchet bekeek, 'heeft onze lieve zuster de hoofdstad verlaten. Huntly heeft het vanochtend laten weten.'
Martin keek hem scherp aan. 'Is alles met haar in orde?'
'O, absoluut. Maar zij en ik waren het erover eens dat ze voorlopig genoeg had van de ton, en omdat ik haar heb gevraagd de feestelijkheden op Somersham te organiseren geeft haar dat voldoende afleiding.'
'Aha!' Martin knikte. 'Een uitstekende strategie.'
'Dank je,' mompelde Sebastian. ik doe wat ik kan.' Hij wilde maar dat hij het wat beter deed met een zekere gravin.
'Daar is Arnold. Ik moet even met hem praten.' Martin gaf hem een klap op de rug. 'Veel succes, niet dat je het nodig hebt, maar zorg er in godsnaam voor dat het niet mislukt.'
En met dat bevel ging hij ervandoor.
Sebastian wist een frons te onderdrukken. Hij keek weer naar de overkant van de zaal - en besefte dat hij Helena uit het oog was verloren.
'Wel verdomme!'
Ze moest naar hem hebben staan kijken, op zich een goed teken. Maar...
Hij zocht met zijn ogen de zaal af maar vond haar niet. Met een strakke mond stapte hij uit de schaduwen en mengde zich onder de aanwezigen.
Het kostte hem ruim tien minuten van glimlachjes, begroetingen,
meedoen aan gesprekken en zich er weer aan onttrekken, voordat hij madame Thierry op een chaise in het oog kreeg. Ze was druk in gesprek met lady Lucas; Helena was nergens te bekennen.
Sebastian liet zijn ogen weer over de verzameling gasten gaan. Zijn blik viel op Louis de Sèvres. In naam was de man Helena's begeleider, maar iedereen ging ervan uit dat hij de beschermer was die haar familie had meegestuurd om een waakzaam oogje op haar te houden. De Sèvres stond zich aan een van de gezusters Britten te vergapen. Sebastian wandelde naar hem toe.
De Sèvres werd door Sebastians schaduw op hem opmerkzaam gemaakt. Hij keek op en tot Sebastians verbazing glimlachte hij en boog hij kruiperig. 'Ach, uwe genade. Zoekt u mijn mooie nicht? Ze is naar het vertrek met de verversingen gegaan om daar hof te houden, geloof ik.'
Sebastian keek de Sèvres peinzend aan en onderdrukte de neiging het hoofd te schudden. De man hoorde haar te beschermen... Madame Thierry had ook een andere toon aangeslagen. Als nog niemand van de ton zijn ware bedoelingen had doorgrond - en hij zou het beslist weten als dat wel het geval was - dan was het onvoorstelbaar dat de Thierry's en de Sèvres hem wel zouden hebben doorzien.
De Sèvres werd onrustig onder die kritische blik. Sebastian besloot zijn onverwachte hulp te aanvaarden tot hij Helena in de hand had. Maar daarna zou hij een onderzoek instellen naar wat er achter de aanmoedigingen van de Sèvres schuilging.
Hij keek over het hoofd van de Sèvres naar de toog die naar een kleinere salon voerde. 'Is dat zo? Wil je me dan excuseren?'
Hij wachtte niet op antwoord maar liep door.
Eén blik door de toog en hij zag wat ze had gedaan. Ze had een bolwerk opgericht. Ze had zichzelf omringd maar niet met heren van het slag van Were of anderen die ze op het oog had gehad, maar met de jongste lichting fatten en dandy's die indruk op haar probeerden te maken.
Ze waren net als hij twaalf jaar geleden was geweest, als motten aangetrokken door haar vuur en onverschrokkenheid, en stoutmoedig genoeg om iets waanzinnigs te doen, zelfs waanzinnig genoeg om het tegen hem op te nemen.
Vooral als het om haar ging. Ze konden zich niet met hem meten maar zouden dat nooit willen toegeven, zeker niet in haar bijzijn. Daar had hij wel begrip voor.
Hij dacht er even over na, bekeek de aanblik die ze boden zoals ze zich om haai' heen hadden verzameld, en keek naar de parels die om haar hals lagen, aan haar oren hingen en om haar polsen zaten. Hij draaide zich om en wenkte een lakei.
Helena haalde inwendig opgelucht adem toen ze Sebastian vanonder de toog zag weglopen. Ze was zich maar zelden niet bewust van zijn blik; de afgelopen week was het bijna vertrouwd geworden, als een warme adem die over haar huid gleed.
Bij die gedachte onderdrukte ze een huivering en richtte haar aandacht weer koppig op de jonge lord Marlborough: hoewel hij minstens vijf jaar ouder was dan zij, vond ze hem nog steeds jong. Niet ervaren. Niet... fascinerend. Absoluut niet.
Maar ook al verveelde het haar allemaal, ze was in ieder geval veilig. Dus lachte ze hen bemoedigend toe om over hun heldendaden uit te wijden. Over hun laatste wagenrennen, hun laatste ruzies met de grote baas, hun laatste uitje met hun liefje. Wat waren het toch nog kinderen.
Ze had zich ontspannen, en haar waakzaamheid laten vallen toen een lakei naast haar opdook. Hij had een zilveren presenteerblad in de hand dat hij haar voorhield. Er lag een eenvoudig briefje op. Ze keek ernaar en pakte het toen op. Met een glimlach naar de lakei die zich buigend terugtrok, en een snelle blik rond haar beschermende kring, ging ze een eindje opzij staan en maakte het briefje open.
Welke zal het worden, mignonne'? Kies er maar een, dan zal ik ervoor zorgen dat hij me tegenover zich zal vinden. Want wanneer ik je uit hun midden kom halen, dan is het absoluut zeker dat een van hen er geen weerstand aan kan bieden en me zal uitdagen. Maar mocht je liever hebben dat geen van hen morgen bij dageraad op een groen veld zijn lot zal ondergaan, ga dan hij hen weg en kom naar me toe in de antichambre die aan de hal aan de voorzijde grenst.
Mocht je keus daarop vallen, treuzel dan niet, mignonne, want ik ben geen geduldig man. Als je niet snel komt opdagen, zal ik je komen halen.
De laatste woorden las Helena door een rood waas. Haar handen trilden toen ze het briefje weer opvouwde en vervolgens in het kleine zakje van haar japon propte. Ze moest even blijven staan om diep adem te halen en haar woede in te slikken. Die moest ze inhouden totdat ze die op degene kon loslaten die het had opgewekt.
'Jullie moeten me excuseren.' In haar eigen oren klonk ze gespannen, maar de cavaliers waren veel te druk met zichzelf om het op te merken. 'Ik moet naar madame Thierry terug.'
'Wij zullen u begeleiden.' verkondigde lord Marsh.
'Nee - doe geen moeite. Madame zit hier vlakbij in de balzaal.' Ze zei het op bevelende toon en liep vervolgens haastig en met een zelfverzekerde blik langs hen heen.
Ze gehoorzaamden aan haar wens, murmelden vaarwel en bogen zich over haar hand - en nog geen minuut nadat ze hen had achtergelaten zouden ze haar al zijn vergeten, daarvan was ze overtuigd.
Zonder onnodige aandacht te trekken kwam ze in de voorhal. Een lakei wees haar naar de antichambre die aan een korte gang lag, en ver weg van het feestgedruis. Ze bleef in de schaduw van de gang staan; met haar ogen strak op de deur rukte ze het briefje uit haar zak, deed het snel open, haalde diep adem, riep alle woede op die ze in zich had, deed de deur open en vloog naar binnen.
De kleine kamer was schaars verlicht; een brandende lamp op een zijtafeltje en het knetterende vuur vormden de enige lichtbronnen. Twee leunstoelen flankeerden het vuur. Sebastian stond traag en met zijn gebruikelijke heerszuchtige gratie uit een van die stoelen op.
'Goedenavond, mignonne.' Er lag een vriendelijk, paternalistisch en triomfantelijk glimlachje om zijn mond.
Helena deed de deur achter zich dicht en hoorde hoe hij in het slot viel. 'Hoe durft u!'
Ze deed een stap naar voren en zag de glimlach van Sebastians gezicht wegtrekken op het moment dat het licht op haar viel. 'Hoe durft u me zo'n briefje te sturen!' Ze stak de hand met het briefje woest naar hem toe. Haar stem trilde van pure woede. 'U denkt zich te kunnen vermaken met mij te achtervolgen, en toch heb ik u vanaf het allereerste begin verteld dat ik nooit de uwe zal zijn. my lord.' Haar ogen schoten vuur, haar stem klonk striemend: ze liet haar beleefde masker volledig vallen. Ze kwam met grote stappen naar hem toe. 'Aangezien u het zo moeilijk schijnt te vinden mijn besluit te accepteren u onwrikbaar af te wijzen, laat mij u dan uitleggen waarom ik hier in Londen ben, en waarom ik nóóit op uw avances zal ingaan.'
Met ieder woord voelde ze zich sterker worden; haar woede klonk door in haar stem die harder was geworden terwijl ze een paar meter bij hem vandaan bleef staan.
'Ik werd naar Engeland gestuurd om een echtgenoot te zoeken - maar dat wist u al. De reden dat ik daarmee instemde was om aan de greep van mijn voogd te kunnen ontsnappen. Hij is een machtig man, rijk, vooraanstaand, met een onbuigzame wil en ambities waar geen eind aan komt. Zeg eens, uwe genade, komt die omschrijving u bekend voor?'
Ze keek hem minachtend en met een opgetrokken wenkbrauw aan. Ze was witheet van woede. 'Ik ben vastbesloten deze kans aan te grijpen om aan mannen als mijn voogd, en als uzelf, te ontkomen. Mannen die er geen moeite mee hebben - totaal geen moeite mee hebben - om vrouwen zodanig te manipuleren dat ze doen wat zij willen.'
Alle vermaak was van zijn gezicht weggevaagd. 'Mignonne ...'
'Noem me niet zo!' Ze smeet hem het bevel recht in zijn gezicht en wierp haar handen omhoog. 'Ik ben niet de uwe! U hebt me niet te bevelen, u hebt niet met me te spelen alsof ik een pion op een schaakbord ben!' Ze wapperde weer met zijn briefje. 'Toen u in de gaten kreeg dat u werd gedwarsboomd, pakte u zonder erbij na te denken een pen, zonder ook maar enigermate met mijn gevoelens rekening te houden, en drong me schuldgevoelens en angst op zodat ik precies zou doen wat u wilde. Zodat u zou zegevieren.'
Sebastian probeerde iets te zeggen, maar ze onderbrak hem met een woest handgebaar.
'Nee! Dit keer zult u me laten uitpraten - en dit keer zult u luisteren. Mannen zoals u - jullie zijn o zo elegant, rijk, en machtig, en de reden waarom jullie dal zijn is omdat jullie er zo bedreven in zijn om iedereen naar uw hand te zetten. En hoe krijgen jullie dat voor elkaar? Door te manipuleren! Dat vinden jullie doodnormaal. Jullie schenken net zoveel aandacht aan het manipuleren als aan ademhalen. Jullie kunnen er niets aan doen. Kijk maar eens hoe u uw zuster 'naar uw hand zette' - o. ik weet wel zeker dat u tegen uzelf zult zeggen dat het voor haar eigen bestwil is, net als mijn voogd ongetwijfeld tegen zichzelf zegt dat al zijn intriges uiteindelijk ook voor mijn bestwil zijn.'
Sebastian hield zijn mond. Ze brandde van woede, de vlammen waren bijna te zien. Ze wist die te beteugelen en hield zich in. Maar haar blik bleef strak op hem rusten.
'Mijn halve leven heb ik met dat soort manipulaties, dat soort intriges te maken gehad - en ik verdraag het niet langer. Wat u betreft hoort hel manipuleren van anderen - en vooral van vrouwen - gewoon bij uw karakter. Het maakt deel uit van de man die u bent. U kunt het niet veranderen al zou u het willen. Maar de laatste man op aarde die ik als mijn gemaal zou willen beschouwen, is een man in wie de eigenschappen die ik juist probeer te ontvluchten, verankerd zitten.'
Ze smeet hem het briefje toe dat hij in een reflex opving.
'Heb niet de moed me nog ooit een dergelijk bevel te sturen."
Haar stem beefde van woede en minachting; diezelfde gevoelens deden haar ogen vuur spuwen.
'Ik wens nooit meer iets van u te zien of te horen, uwe genade.'
Ze draaide zich op haar hielen om en snelde naar de deur. Sebastian keek toe toen ze die opende en naar buiten liep; de deur viel achter haar dicht.
Hij keek naar het briefje in zijn hand. Met twee vingers vouwde hij het open en streek het glad. En las het nog eens door.
Daarna maakte hij er een propje van en knipte met zijn vinger zodat het in het vuur belandde. De vlammen brandden even heel fel en zakten toen weer terug.
Sebastian keek er nadenkend naar, draaide zich vervolgens om en liep met grote passen naar de deur.