Anders

 

 

 

 

 

 

‘Weet jij een Hans Anders in de buurt?’ vroeg de ene hippe jongen aan de andere hippe jongen. Beiden droegen witte broeken van parachutestof, met veel zakken en ritsen, en hadden van die kapsels waarin het haar in kleine, puntige plukken rechtop staat. Ze zaten aan de bar van een trendgevoelig café.

‘Een Hans Anders? Nee.’

De jongens bestelden allebei een Corona en nadat ze het bijbehorende partje limoen door de hals in de fles hadden geduwd, namen ze vrijwel gelijktijdig de eerste slok. Het was tien over drie, en buiten scheen de zon.

‘Is er hier ergens een Hans Anders?’ vroeg een van hen aan het meisje achter de bar. Hoeveel piercings ze in haar navel had, was niet helemaal duidelijk, meerdere waarschijnlijk – de hele navel was een trosje glitterende stenen.

‘Een wat?’ reageerde het meisje.

‘Een Hans Anders,’ herhaalde de jongen. Daarna zette hij zijn Corona weer aan de mond en hoorbaar liep het bier zijn keel binnen. Iets obsceens had het wel, dat geluid.

‘Welke Hans?’ De woorden waren de meisjesmond nog niet uit of ze realiseerde zich hoe dom ze waren. ‘Nee, nee, volgens mij niet,’ sputterde ze haastig.

De jongens lachten.

‘Is er hier een Pearle dan of zo?’ vroeg de snelle drinker.

Het meisje dacht na. Winkels genoeg in de buurt, maar was er ook een Pearle? Eigenlijk wist ze het niet, maar ze wilde zich ook niet laten kennen. ‘Uh, ik euh...’ begon ze.

‘Doe er nog maar twee,’ onderbrak de andere jongen haar. Hij had ineens zijn Corona op en zette het flesje op de bar. Zijn collega nam snel de laatste slok van de zijne.

Het meisje liep naar de koeling en pakte twee nieuwe flessen. Ze wiegde goed met haar heupen, maar de jongens hadden er geen belangstelling voor.

‘Wat is er eigenlijk met je bril?’ vroeg de ene aan de ander.

‘Hier, kijk, d’r mist een schroefje.’ De jongen liet zijn zonnebril, een aanzienlijk gevaarte met lichtblauwe glazen, aan zijn buurman zien en bewoog al doende de linkerpoot, die inderdaad wat zielig aan het montuur hing.

‘Klote,’ was het commentaar.

Het meisje zette het bier voor de jongens neer en liep weg, naar een andere klant. Het heupwiegen liet ze nu achterwege. Ook verder maakte ze een licht beledigde indruk.

‘Bij Hans Anders maken ze gratis je bril,’ zei nu de jongen met de zielige bril, ‘dus ik dacht: daar lopen we even langs. Maar ja, d’r is hier geen Hans Anders.’

De andere jongen was zijn fles bier aan het leegdrinken. Hij was er alweer bijna. Zijn vriend volgde het voorbeeld. Ook hij had de wind er al snel onder.

‘Let’s go,’ zei de eerste, die zijn fles leeg op de bar zette.

De ander zette zijn fles ernaast. De jongens hesen zich van hun barkruk. ‘Hoeveel krijg je van ons, schat?’ riep een van hen naar het meisje.

Ze liep naar de kassa en toetste de genoten consumpties in. ‘Vierentwintig euro,’ zei ze. Ze veegde een haarlok van haar voorhoofd.

Een van de jongens haalde een pak bankbiljetten uit zijn broek en pelde een vijftigje los. Het meisje gaf wisselgeld en ze verdwenen. ‘Op naar Hans Anders,’ riep de brillenman bij de deur.