Gezelligheid

 

 

 

 

 

 

Zondagmiddag, en regen. Een drukte van belang in het café. Het meest in het oog springend, want ze nemen de meeste ruimte in beslag: jonge gezinnen.

Vader en moeder allebei op rubberlaarzen, de regenjacks uit, slordig over de stoelen gedrapeerd. De gezichten: bleek, moe, ja, waar zijn ze aan begonnen?

Buggy’s en kinderstoelen in de gangpaden tussen de tafeltjes. Rugzakken, tassen met hulpstukken op de grond. Kinderen in de weer met kleurpotloden, blokken, Barbies, Duplex, een enkeling, al wat ouder, enigst kind, met een PlayStation. Hier en daar huilt er eentje, in een hoek achter een plant geeft een moeder een baby de borst.

Sfeer: moeilijk te omschrijven.

Is het gezellig, bijvoorbeeld?

Het is vooral warm. De ramen van het café zijn beslagen. Een wereld van koffie verkeerd, appelsap, chocolademelk, liga’s en rijstwafels van huis meegenomen. Eric Clapton zingt zachtjes ‘Tears in Heaven’, dat hij schreef naar aanleiding van de dood van zijn zoontje: die viel in New York uit het raam van een wolkenkrabber. Er komt rook uit het tostiapparaat achter de bar. Een vader worstelt zich met zijn zoontje een weg naar de toiletten.

Behalve jonge gezinnen zijn er ook stellen die misschien over een poosje jonge gezinnen zullen zijn. Zij lezen de krant, drinken wijn, sms’en, eten soep. Soms kijken ze zwijgend naar het gezinsgeluk om hen heen. Een jongeman die zich niet heeft geschoren zit over een laptop gebogen. De vrouw die bij hem hoort, trekt gekke bekken naar de kleuters aan het aanpalende tafeltje – twee; de bijbehorende vader heeft er eentje op iedere knie. Tegenover hen zit mama, die een tijdschrift leest, een moment voor haarzelf.

Nogmaals: is het gezellig?

Moeilijk te zeggen, toch. De jonge ouders zijn er plichtmatig op uit getrokken. Weer of geen weer, je moet eruit met de kleintjes. Een hele dag binnen is een hele dag televisiekijken. Frisse neuzen horen bij de zondagmiddag. Zonder uitje komt er bovendien geen einde aan, en dat is toch wat iedereen wil. De kinderen naar bed, de rotzooi aan kant, een glaasje samen, hèhè, eindelijk rust. Straks naar bed, misschien komt er nog iets van – hoopt de jonge vader. Maar als hij nu naar de jonge moeder kijkt, ziet hij het somber in.

Buiten blijft het maar regenen. Sommige kinderen worden al vervelend. Ze hollen door de zaak heen. De jongen met de laptop kijkt verstoord op als een meisje met vlechtjes voor de tweede keer over zijn uitgestoken voet struikelt. Hij is wat aan de lange kant, en de tafeltjes zijn klein – je moet ergens heen met je benen, toch?

Het kind valt plat in het gangpad neer en begint te gillen. Achter in het café komt een moeder overeind, in haar haast om bij het ongeval te komen, stoot ze een glas wijn om op een ander tafeltje. Een serveerster schiet toe met een stapel servetjes. Haar weg wordt versperd door een geparkeerde driewieler met grote rubberbanden. Een jonge vader met verward haar geeft zijn zoontje een draai om de oren, en krijgt ruzie met zijn vrouw. ‘Jan Willem, klootzak!’ schalt het door het café.

Het tochtgordijn bij de deur bolt op. Een ouder echtpaar komt binnen. Ze kijken de zaak rond, en daarna naar elkaar, de klassieke blik van verstandhouding. Daarna maken ze rechtsomkeert. Nick Lowe zingt ‘True Love Travels on a Gravel Road’; ze draaien in ieder geval goede muziek in het café, deze zondagmiddag.