2

Parijs



Marion had moeite met het vinden van Gallia-schriften, zo als die waarin ze haar jongemeisjesdagboek had bijgehouden gedurende die eindeloze jaren waarin ze een jong meisje was geweest. Ze ging terug naar haar oude buurt waar niet alles was afgebroken of gemoderniseerd en liep nog eens de weg die ze iedere dag van haar huis naar het Victor Duruylyceum had afgelegd. De rue de Varenne was nog steeds een uitgestorven straat, gemummificeerd in een keurige eerbiedwaardigheid, met koetspoorten waarachter binnenplaatsen van sobere, precieze afmetingen lagen. De leerlingen van het Duruylyceum spraken het liefst af in de rue de Grenelle waar levensmiddelenzaken zaten, die in de rue de Varennes niet toegestaan waren, en waar ze amandelrotsjes, makarons die bij drie tegelijk op velletjes papier gekleefd zaten of la Semaine de Suzette konden kopen. Op de hoek van de rue de Bourgogne herkende ze de sombere winkel voor garen en band en schrijf- en kantoorbehoeften waar ze vroeger haar 'schoolbenodigdheden' kocht. De winkel hield nog stand, geflankeerd door een gevel als van een herberg uit de Champagne, met namaakkiezelsteentjes, en een kledingsaloon voor jongeren waaruit de ganse dag rockmuziek klonk. Maar het toverpaleis uit haar jeugd, waar ze met z'n allen naartoe gingen om na schooltijd de schatten te bekijken - kartonnen pennendozen versierd met alpenlandschappen, puntenslijpers in de vorm van een wereldbol waarin je het slijpsel kon opvangen, of die onbetaalbare vulpotloden met zes kleuren - was niet meer dan een slecht verlicht winkeltje. De deur klingelde nog steeds als je binnenkwam, en het was nog hetzelfde geklingel, en het was nog dezelfde verkoopster, die vijfentwintig jaar eerder al 'de oude garen-en-bandverkoopster' werd genoemd, die daar in het halfdonker de rest van haar dagen sleet met de verkoop van drukknopen, gommetjes van echt gom, notitieboekjes van zwart imitatieleer, rood op snee, en talloze in onbruik geraakte voorwerpen waarvan de prijs nog in centimes werd berekend.

Vroeger waren het twee zusters: de dames Bertheaume. Je voelde wel dat de straat slechts wachtte tot de laatste zus dood zou zijn, om dan het honderdjarige winkeltje binnen te vallen, de tientallen piepkleine laatjes eruit te rukken en die uitstaldoosjes die niet meer gemaakt worden, die spulletjes waarvan er een al te grote verscheidenheid was in de vuilnisbak te gooien, en ten slotte al die rommel in de stofzuiger te laten verdwijnen en daarmee ook de poëzie, en er een oranje filiaal van Goulet-Turpin te vestigen waar in het volle licht dezelfde producten verkocht zouden worden als aan de overkant bij le Cercle bleu. Garen- en bandwinkeltjes zie je trouwens niet meer in Parijs.

De Gallia-schriften van de oude verkoopster waren vergeeld. De jongelui, tegenwoordig een Hunnenleger, zei de oude dame, wilden geen Jeanne d' Are of Bayard meer op hun schriften, maar Johnny Halliday of Elvis Presley. De oude dame weigerde zich met die lui in te laten. Ze zei steeds vaker: 'Dat artikel heb ik niet' en het kon haar niets schelen. Ze wenste alleen maar tot de dag van haar dood in haar winkel in de Rue de Bourgogne te blijven zitten, te midden van haar eigen artikelen, en de horde projectontwikkelaars en interieurontwerpers die als aasgieren op haar deur loerden het hoofd te bieden. Marion kocht twaalf schriften van één franc vijftig bij haar. Ze meende dat ze het gesprek met die schriften weer gemakkelijk zou opnemen. Ze zag met een vertederde glimlach de figuur weer die op het kaft stond afgebeeld: een soort keizer die leunde op een enorm zwaard, met de punt naar beneden, en die in zijn hand een bol met een haan erop vasthield, tussen twee hoornen des overvloeds en metropolitaanse voluten. Het schrift was er in vier kleuren, altijd dezelfde: zachtpaars, roze, blauw en oker, met vage strepen ton sur ton, en onder het medaillon stond: wettig gedeponeerd Gallia. In de tijd dat je als kind nog geen reclame zag, gingen die schriften je hele schooltijd met je mee. Ze koos Siéyès-lijntjes. Dat werd aanbevolen voor Frans. 'Vertel over een reis rond de wereld. Geef je indrukken weer en de verschillende gedachten die de landen waar je doorheen reist bij je opwekken.'

Marion verwachtte namelijk dat ze het niet zes maanden zou volhouden om niet te werken. Zoals het iemand niet lukt om zuiver te zingen, zo was zij niet in staat om niets te doen. 'Het is een gebrek,' zei Yves altijd. 'Het is een kwestie van hormonen,' corrigeerde haar dochter Pauline die de ontoerekenbaarheid van het individu beleed, 'je kunt er niets aan doen.' Marion dacht eerder dat luiheid een gebrek was. Yves kon hele dagen op bed blijven liggen. Ze was beslist niet jaloers op hem. Al die uren die leken op de dood! Hij kon ook eindeloos naar de zee zitten kijken terwijl hij voor anker lag. Dat noemde hij schuitjevaren. Terwijl hij zou schuitjevaren, zou zij schrijven. Om dingen te onthouden, voor haar plezier en in de kinderlijke hoop dat een nakomeling op zekere dag beschimmelde schriften zou aantreffen en geroerd zou worden door die grootmoeder die misschien wel talent had gehad. Want talent had ze; of zou ze zeker gehad hebben als allerlei bijkomstigheden haar niet hadden verlamd. Als ze het geluk had gehad in de steek gelaten te worden... of weduwe te zijn... of als man geboren te worden... of niet van tuinen te houden, van vissen, van huizen, van boeken van anderen of minder van Yves te houden... of onvruchtbaar te zijn.

Nu stond ze met haar rug tegen de muur. Haar dochters waren volwassen of getrouwd en tijdens de komende zes maanden zou er geen tuin, beroep of keuken zijn. Maar het was wel laat. Door haar verleden was ze meer dan ooit een vrouw, die per definitie niet anders dan vrouwenliteratuur kon voortbrengen - aangezien mannenliteratuur literatuur zonder meer was - en een vrouw die leed aan die schandelijke ziekte die de ouderdom is. Ze voelde zich op non-actief gesteld door al die onbeschaamde jongelui van tegenwoordig die hun eerste gekrabbel durfden te publiceren, waarover iedereen zich met onderdanige welwillendheid boog uit angst om er schijnbaar niet meer bij te horen. Veel vriendinnen van haar leeftijd hielden een manuscript verborgen in een la, als een borst die je tegelijkertijd zou willen verbergen en laten zien, het verhaal van hun eerste overspel of van hun jeugd, dat leek op alle andere en pas dan plotseling eruit zou kunnen springen als de superieure stijl van Léon Bloy, van Colette of Gracq eraan te pas kwam. Maar al die dames die erg ontroerd waren door hun eigen roerselen, al die jongelui die van hun zus hadden gehouden en geen Chateaubriand waren... dat ontnam je de lust tot schrijven. Je moet die droom kunnen opgeven dat je geschapen bent voor iets anders van hogere orde en afzien van de verwachting dat je die over het algemeen onzegbare ervaring die een leven is zou kunnen overbrengen. Na hun vijfenveertigste worden dromers mislukkelingen, vooral vrouwen.

'Waarom vooral vrouwen?' vroeg Yves dan, die zich ergerde aan de bitterheid van Marion en aan die als bescheidenheid gecamoufleerde trots.

'Nou, omdat een oude man als hij mislukt is eigenlijk al leen in materieel opzicht niet geslaagd is. Met vertedering wordt dan gezegd dat hij een kind is gebleven. Vaak is hij mooi, zoals mensen zijn die geen verantwoordelijkheden op zich hebben willen nemen. Een oude vrouw die mislukt is, heeft haar man en kinderen voor niets ongelukkig gemaakt. Dat vergeeft men haar niet: had ze maar in de keuken moeten blijven, dat is zo'n eenvoudige oplossing waarmee je verzekerd bent van algehele achting.'

'Maar jij hebt toch niemand opgeofferd. En nu heb je zes maanden de tijd, voor jou alleen als je dat wilt.'

Dat ze zo laat pas in de gelegenheid was gesteld, schrikte Marion juist af. Ze voelde zich net iemand bij het amateurtoneel die lange tijd in de coulissen heeft staan wachten en die men ten slotte het toneel opduwt met de woorden: 'Zo! nu zullen we eens kijken wat jij ervan terechtbrengt!' Het uur waarop ze anderen en zichzelf zou teleurstellen, had geslagen.

Ze pakte het eerste schrift, een blauw schrift, en ontdekte weer hoe prettig het was een nieuw kaft te laten kraken en de mooie eerste bladzijde glad te strijken. Eerste bladzijden zijn altijd goedgeschreven, vol van dezelfde verwachting. Wat leek dat een gemakkelijke tijd, toen ze alleen nog maar in haar mooie ronde handschrift hoefde te schrijven: Marion Fabre, klas 5a, Franse Literatuur! Ze borg de twaalf schriften onder in haar koffer weg, samen met balpennen in alle kleuren, lijm en zwarte viltstiften voor de doorhalingen. Ze hield van het ambachtelijke van het schrijven en had het bevredigende gevoel dat ze 'haar schooltas ingepakt' had voor de volgende dag. Haar dochters hadden nooit gevoel gehad voor hun schooltas; noch voor hun schriften trouwens. Ze bonden hun ringbanden met uit neembare blaadjes zo'n beetje vast met een riem, en schoudertassen en leren schooltassen waarop in de loop van het schooljaar zoveel kostbare sliblagen werden afgezet, bestonden alleen nog in de herinnering van een paar achterlijke oudere leerlingen, samen met Gauloise-pennen en kroontjespennen, inktpotten die in de tafeltjes zaten, vloeibladen, lessenaars met een klep en het dogma dat de meester een heilig ambt bekleedt. Marion had nu een opklapbare lessenaar moeten hebben om te kunnen vluchten voor de arrogante, scherpe blikken van haar leerlingen die nooit meer ongelijk hadden. Wat zou er van hen zijn geworden wanneer ze de arena weer zou betreden? In dat beroep zou je eigenlijk niet moeten stoppen. Het was geen heilig ambt meer maar een krachtsverhouding die je tot elke prijs in je voordeel moest zien te handhaven. Voor zes maanden zou ze de strijd staken.

Voordat ze haar werkkamer verliet, sloot ze met een sleutel zorgvuldig de la af waarin ze haar bekentenissen opborg, het enige persoonlijke plekje dat niet tot gemeenschappelijk bezit was geworden. Ze was niet bang dat Yves er zou binnendringen, maar Pauline wel. En Pauline zou al die tijd thuisblijven, want ze had heel snel ontdekt dat de positie van meisje-dat-thuis-bij-haar-ouders-woont ideaal was om te genieten van alle vrijheden die tegenwoordig aan die staat zijn verbonden zonder dat je de bijbehorende prestaties hoefde te leveren. Marion keurde de levenswijze van haar oudste dochter af, haar keuzen, haar theorieën en zelfs de manier waarop ze zich kleedde. Gesprekken met haar liepen doorgaans uit op irritante, vruchteloze botsingen. Maar ze kon maar niet besluiten haar toelage stop te zetten en haar eruit te gooien, hoewel Pauline heel cynisch had geweigerd haar studie voort te zetten of een baan te zoeken voordat ze er met geweld toe werd gedwongen. Ze had een zwak voor Pauline en hield van haar zoals je alleen van je oudste kind houdt, het eerste wat je echt hebt gemaakt op aarde. Ze vroeg zich niet af hoe haar dochter van haar hield: zoals alle dochters zou ze daar pas heel laat achter komen, want dat soort gevoelens wordt heviger naarmate je ouder wordt. Dominique, haar tweede dochter, was te jong getrouwd en Marion was heimelijk blij dat de 'verloofdes' van Pauline met de noorderzon waren vertrokken voordat ze om haar hand hadden kunnen vragen om haar in de boeien te slaan. Ze zag haar tenminste ongeschonden terug in de tussentijdse periodes, telkens als zich een vacature voordeed op het gebied van de liefde, waardoor ze, onder de lagen die de vorige invasie had achtergelaten, opnieuw de werkelijke contouren van haar dochter kon onderscheiden.

Dat was op het ogenblik niet het geval. Al sinds een paar maanden was Pauline alleen nog maar geïnteresseerd in de filmkunst, in de duistere gedaante van een regisseur in wording, die altijd op het punt stond contracten te tekenen die in de honderden miljoenen liepen, en die intussen nog steeds geen geld had om te telefoneren. Hij had duidelijk het vaste voornemen zich in huis te installeren zodra de ouders, die pottenkijkers, waren vertrokken, zodat hij eindelijk een vast adres had, zijn vrienden kon ontvangen en zijn schijnproducers kon opbellen zonder telefoonmunten te hoeven kopen. Wat had het voor zin dat te verbieden? Pauline in het appartement laten betekende impliciet accepteren dat zij Eddie daar ontving, je kon de werkelijkheid net zo goed onder ogen zien.

2-5

'Als hij komt, deelt hij in de kosten natuurlijk,' zei Pauline, terwijl ze heel goed wist dat hij niet alleen niet in de kosten zou delen, maar dat hij ze zou verdubbelen volgens een wet die vrij veel opgang doet in dat milieu en die mensen die geen geld hebben in de gelegenheid stelt veel geld uit te geven. Eddie bracht zijn nachten bij Castel door en at 's avonds altijd in de beste restaurants, Marion probeerde maar niet meer te begrijpen hoe. Dit soort types had haar altijd geërgerd. Ze dacht er liever niet aan. Met Pauline was het altijd een kwestie van afwachten...

'Als je nou eens bij me in bed kwam voor de laatste nacht?' zei ze tegen haar dochter.

Vriendelijk stemde Pauline ermee in. Marion wist dat haar dochter liever rustig in haar kamer had liggen lezen tot het tijdstip dat ze zelf had gekozen en dat zijzelf algauw spijt zou krijgen van die uitnodiging. Maar plotseling verlangde ze terug naar de tijd dat Pauline een nacht bij haar in bed als een geweldige beloning beschouwde, de tijd dat ze haar dochter nog in haar armen kon sluiten, haar betasten, haar beknijpen met een dierlijke vreugde.

Pauline trok haar korte nachthemd aan en kroop in het bed, haar gezicht volgesmeerd met een zalf tegen acne en een crème tegen rimpels voor het gebied rondom haar ogen.

'Dat is toch belachelijk,' zei Marion. 'Al die crèmes op jouw leeftijd...'

'Dat heb je me nou al vijftig keer verteld, mama, je ziet toch dat het geen enkele zin heeft! Ik vind nou eenmaal dat het nuttig is.'

Marion haalde maar niet haar schouders op, om hun laatste avond niet te bederven met één van die eeuwige discussies.

'Ik weet best dat je je nauwelijks kunt inhouden,' zei Pauline lachend. 'Maar je moet je er maar bij neerleggen: mijn opvoeding is nu mislukt. Ik ben bijna drieëntwintig wanneer je terugkomt, weet je. Het is een verloren zaak!'

Marion deed het licht uit en trok haar dochter tegen zich aan.

'Hé, zeg, denk je soms dat je Eddie bent?'

'Ik was er eerder,' antwoordde Marion terwijl ze zich nog dichter tegen haar aandrukte, 'en ik hoop echt dat hij er niet meer is als ik terugkom. En je kunt me maar beter met respect behandelen, want moeders, die gaan lang mee, weet je...'

'Dat begin ik te merken,' zei Pauline liefdevol terwijl ze zich naar de muur draaide om te slapen. Haar al te blonde haren glansden vaag in het donker. Marion legde haar hand in het dal van haar taille. Ze was merkwaardig gebouwd, die Pauline van haar. Op sommige plaatsen heel smal, en op andere heel bol. Heel anders dan Dominique met haar gewelfde lijnen. Een vreemde in ieder opzicht, de meest intieme vreemde.

'Probeer toch maar werk te vinden voor die periode. Je had me verteld dat je vriend Claude bij de beurs voor land bouwwerktuigen een of ander baantje als hostess voor je wist?'

'Ja, ik zal hem een dezer dagen opbellen,' mompelde Pauline.

'Waarom een dezer dagen? Doe het morgen!' zei Marion, omdat je op perrons altijd nutteloze dingen zegt.

'Ik ben zijn nummer kwijt. Moet ik zijn zus vragen.'

'Heb je dan geen adresboekje? Weet je niet waar je beste vrienden wonen?'

'O, mama,' zei Pauline op geërgerde toon.

Moeders zijn onverbeterlijk, dacht Marion, en ook hier is vluchten de enige manier om te overwinnen. Die reis kwam net op tijd om haar te verlossen van deze veeleisende rol.

Yves was met Alex al een week in Toulon om te zorgen voor proviand en buitenlands geld en om het filmmateriaal aan boord te brengen. Iris en zij zouden zich de volgende dag weer bij hun echtgenoten voegen en de zoon van Iris zou met hen meegaan. Marion nam zich voor hem niet te laten rijden: zoals de meeste jonge mensen was hij niet bang voor de dood. Ivan was net in september voor de vierde keer gezakt voor het toelatingsexamen van de universiteit en wilde van de wereldreis die zijn ouders maakten profiteren om zich in Bombay te laten afzetten, waar hij in zijn naïviteit dacht betere bestaansredenen te zullen vinden dan in Parijs. Ieder van ons, dacht Marion, begint aan deze wereld reis om bestaansredenen te vinden of terug te vinden. Ze keek aandachtig naar haar kamer op deze laatste avond, naar dat witte behang met blauwe vergeet-mij-nietjes dat haar zo vaak had zien huilen. Het was alsof ze zich, net als de Moana, voor het vertrek gereedmaakte, alsof ze een slagveld verliet waar zoveel innerlijke strijd was geleverd dat het terrein voorgoed verziekt was. Ze zou als ze terug was ander behang nemen. En het bed verplaatsen. Enzovoort. Een cruise van zes maanden en drie oceanen zouden misschien voldoende zijn om Yang te verdrinken, die kleine dode die hardnekkig tussen Yves en haar in bleef zitten, die waarschijnlijk ook door haar toedoen was gestorven, door haar ontoegeeflijkheid, maar die wel wraak nam door hun nu te beletten te leven. Gelukkig kunnen doden slecht op reis gaan: Marion hoopte echt dat Yang, ver van de vergeet-mij-nietjes van haar kamer en hun kinderlijke symboliek, voorgoed zou verdwijnen, maar deze keer door een natuurlijke dood.

Ze drukte Pauline tegen zich aan... overmorgen zou de Moana uitvaren; dan zou ze bij Yves zijn. Of hij nu vrolijk of verdrietig was, het zou Yves zijn. Het belangrijkste onder alle omstandigheden is te blijven leven, dacht ze, terwijl ze gelukzalig in de slaap liet wegzinken.