Eindelijk was het lente geworden. Teresa’s tuinen hadden er nog nooit zo mooi uitgezien. De blauweregen stond in volle bloei, en haar veelgeprezen azalea’s deden het dit jaar goed, met hun vele roze, rode en witte bloemen. Sommige Australische vrienden hadden haar gezegd dat ze geen azalea’s in het westen van Sydney moest planten. Het was er te heet en te droog. Maar ze wist precies waar ze ze neer moest zetten: onder de bomen op de lichte helling die het grote terras omgaf. Ze bemestte en besproeide ze regelmatig, en iedereen die de Mandretti’s in de lente bezocht, bewonderde ze uitvoerig.
‘Ik heb nog nooit zulke azalea’s gezien, Teresa,’ had Renée gezegd. ‘Bij mij doen ze het nooit, zelfs niet in potten.’
Het was de eerste zondag in oktober, en de traditionele familiebijeenkomst was omgetoverd tot een verlovingsfeestje. Rico had Teresa het nieuws pas een week geleden verteld, en ze had hard gezwoegd om er een perfect feest van te maken. Het eten, de wijn, de aankleding. Niets was goed genoeg voor haar Rico en zijn fantastische aanstaande bruid.
De rest van de familie had natuurlijk geholpen. De vrouwen hadden beloofd verse salades en desserts mee te brengen, en de mannen waren een dag eerder het gras komen maaien en hadden schragen op het terras gezet. Frederico mocht nog steeds geen zwaar werk doen.
Er werden ruim zestig gasten verwacht, van wie het grootste deel familie was. Het gelukkige stel was op verzoek als eerste gearriveerd. Enrico had zijn vader onmiddellijk meegenomen om met hem te bespreken waar de kennels en renbanen voor de honden gebouwd moesten worden. Hij wilde ze per se voor kerst aan hem geven. Hoewel Frederico nog steeds terughoudend deed over het avontuur, wist Teresa dat hij er stilletjes gelukkig mee was.
Zodra de mannen weg waren, had Teresa voor Renée en zichzelf een glas wijn ingeschonken, en nu zaten ze op het bankje onder de pergola uit te rusten.
‘Ze zeggen dat ik groene vingers heb,’ merkte ze op.
‘Daar hebben ze gelijk in,’ stemde Renée warm in.
Teresa glimlachte. ‘Over vingers gesproken, laat me je ring nog eens zien.’
Toen Renée haar linkerhand optilde en met haar vingers wiebelde, scheen de zon op de diamant in het midden, waardoor allerlei kleuren verschenen.
‘Magnifico!’ riep Teresa uit.
Renée lachte. ‘Ja hè? Net als mijn Rico,’ voegde ze eraan toe, met een stem die aan zijn moeder meer verried dan aan Rico zelf.
Nu begreep Teresa waarom haar zoon had gekozen voor een vrouw die misschien geen kind kon baren. In eerste instantie was ze geschokt en ongerust geweest toen Rico het haar had verteld. Maar ook trots, omdat haar zoon zo onzelfzuchtig kon liefhebben. Anderzijds had ze altijd geweten dat haar bambino meer liefde in zijn pink had dan de meeste mannen in hun hele lichaam. Ze was gerustgesteld toen hij haar had verteld dat ze kinderen wilden adopteren én wilden proberen zelf kinderen te maken, al zouden ze daar niet op gaan zitten wachten. Ze hadden al plannen om naar de Filippijnen te vliegen en een aantal weeshuizen te bezoeken. Een prima idee, vond ze. Ouders die adopteerden, kregen daarna vaak zelf kinderen.
‘Ik… Ik hoop dat je niet teleurgesteld bent,’ voegde Renée eraan toe, iets in de stilte van de andere vrouw aanvoelend. ‘Ik weet dat je liever een jongere schoondochter had gewild. En één die met de regelmaat van de klok baby’s baart.’
Teresa reikte over de smalle tafel naar haar arm en klopte erop. ‘Ik wil alleen maar dat mijn zoon gelukkig is. En jij maakt hem gelukkig. Wat wil een moeder nog meer?’
Tranen welden op in Renées ogen. ‘Dank je, ik ben blij dat te horen. O jee, ik hoor een auto aankomen, en nu is mijn mascara uitgelopen.’
‘Kom op, dat is zo weer in orde.’
Het was waar. Toen de eerste gasten aanbelden, was haar make-up weer hersteld, en glimlachte ze weer.
Teresa vond dat haar toekomstige schoondochter er mooier dan ooit uitzag. Ze had een vrouwelijke golvende groene jurk aan die bij haar ogen paste en haar blanke huid en gitzwarte haar benadrukte. Verder had ze haar haren opgebonden, met zachte plukjes om haar gezicht.
Toch was het niet haar uiterlijke schoonheid waardoor de Mandretti’s in de uren daarna van haar gingen houden. Het was haar oprechte warmte, het gemak waarmee ze met iedereen praatte en haar duidelijke liefde voor hun lievelingszoon. Ze hadden de verschrikkelijke Jasmine allemaal meegemaakt, en waren blij dat hij nu een vrouw met hersens en stijl had.
Rico’s geluk was erg aanstekelijk. Nu hij de ware liefde had gevonden, was hij uitbundiger dan ooit en trok iedereen mee in zijn gelukzalige vreugde. Zelfs zijn beste vriend Charles, die erg serieus kon zijn, lachte en grapte veel.
De lunch was verorberd, en alle volwassenen zaten innig tevreden na te tafelen met een glas van Frederico’s verrukkelijke wijn. De oudere meisjes zaten binnen over make-up en jongens te praten, en de jongsten waren naar bed gebracht voor een middagslaapje. Plotseling kwamen de oudere kinderen aanrennen, die in de tuin hadden gevoetbald.
‘Er komt een enorme vrachtwagen aan,’ riepen ze in koor.
Frederico keek zijn vrouw vragend aan, maar die haalde haar schouders op.
‘Iedereen die zou komen, is er,’ zei ze.
‘Dan gaan we even kijken,’ antwoordde Frederico, en iedereen liep om het huis heen om te zien van wie de vrachtwagen was.
Zodra Rico Ali’s koninklijke ordetekens op de zijkant van de veewagen zag, vermoedde hij wat er achter het geheimzinnige gedoe zat. Hij gaf Renée een kneepje en zei: ‘Ik kan het mis hebben, maar volgens mij wordt er zo meteen een nieuwe hartenwens van je vervuld.’
Ze keek op naar hem. ‘Een paard? Van Ali?’
‘Dat denk ik.’ Ali was niet gekomen. Naar dit soort gelegenheden ging hij nooit. Volgens hem verpestten de veiligheidsmaatregelen die hij zou moeten treffen het voor de andere gasten.
De wagen stopte niet ver van de verwachtingsvolle menigte, en de bestuurder en zijn bijrijder sprongen eruit. Ze droegen grote hoeden en glimlachten breed. ‘We hebben een paard hier voor een pas verloofde Enrico en Renée!’ zei de bestuurder, met een grijns van oor tot oor.
‘Dat zijn wij,’ zei Renée opgewonden.
‘Aangenaam, madam, sir,’ zei hij, tegen zijn hoed tikkend. ‘Gefeliciteerd met uw verloving. Zijne Hoogheid, Prins Ali van Dubar, heeft voor u beiden een cadeautje, namelijk een niet zo klein paard. Hier is zijn stamboom, plus alle papieren.’
Renée hapte naar adem toen ze zag waar het dier vandaan kwam. ‘Kijk Rico, een tweejarig halfbroertje van Ebony Fire. Dezelfde moeder, maar een andere vader.’
‘Dat klopt, madam,’ lichtte de bijrijder toe. ‘Het is een renpaard. De baas wilde hem zelf houden, zo snel was hij in de wei. Dus u mag zich gelukkig prijzen. Hij is al gedresseerd, maar moet alleen wat worden bijgeschaafd op het gebied van racen. Zijn stalnaam is Bobbie, maar zijn race-naam is Streak of Lightning.’
‘O, wat mooi!’ riep Renée uit. ‘Ik kan niet wachten om hem te zien. Mag ik hem zien?’
Rico vond het heerlijk om haar zo opgewonden en gelukkig te zien.
‘Geen probleem, madam. Onze opdracht is om hem uit de wagen te halen en hem u te tonen zo lang als u wilt. Daarna brengen we hem naar de stallen van Ward Jackman in Randwick.’
Het jonge paard was donkergrijs, had zwarte manen en een zwarte staart en was erg vurig. Of misschien was hij blij uit zijn gevangenis te zijn. Hij ging een paar keer op zijn achterbenen staan en danste rond, alsof hij schaamteloos opschepte tegenover zijn menigte bewonderaars. De bijrijder was duidelijk een ervaren pikeur, want hij ging zeer deskundig met het dier om. ‘Naarmate hij ouder wordt, zal hij lichter van kleur worden,’ vertelde hij.
‘Ik moet Ali nageven dat hij een goed fokker is,’ zei Rico, nadat het paard eindelijk op weg was naar zijn nieuwe thuis. ‘Wat een prachtig paard. En een prachtig cadeau. Ik zal hem bellen en vertellen hoe blij we er allebei mee zijn.’ Hij voegde de daad bij het woord.
Ali stond op het punt om naar huis te vliegen. Na Rico sprak ook Renée met hem, en ze beloofde hem een maand lang niet te verslaan met pokeren.
Ali lachte, ik ben te slim om voor dat soort bluf te vallen, Renée. Vanaf nu zal ik vrijdags nog voorzichtiger zijn dan anders.’
‘Ik wist niet dat Ali zo attent en gul was,’ merkte Renée later die avond op weg naar huis op. ‘Op mij komt hij altijd nogal kil over.’
‘Ali is helemaal niet zo kil,’ antwoordde Rico. ‘Hij is er ook een uit de club “één keer gebeten, twee keer zo verlegen”.’
Ze schonk hem een sceptische blik. ‘Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen dat Ali verlegen is. Tijdens de races lonkt hij altijd naar alle vrouwen.’
‘Misschien is “verlegen” niet het juiste woord. Voorzichtig klopt beter. Voorzichtig om zijn ziel bloot te leggen en zijn emoties te tonen. Hij is ooit diep gekwetst.’
‘Door een vrouw?’
‘Door een vrouw, een man en zijn hele familie, denk ik.’
‘Je weet veel meer over hem dan ik, hè?’
‘Niet veel. Iets. En pas sinds kort.’
‘Wil je het me vertellen?’
‘Alleen als je belooft er met niemand over te praten. Ali wil vast niet dat dit bekend wordt.’
‘Dat beloof ik.’
‘Ik vertel het als we thuis zijn. Als we in bed liggen.’
Ze lachte. ‘Jij denkt ook maar één ding, hè, Rico Mandretti?’
‘Eigenlijk denk ik aan drie dingen: eten, poker en seks. Alleen heeft seks de laatste tijd een beetje de overhand gekregen, maar dat is puur jouw schuld. Als je niet zo verleidelijk was, zou ik niet de hele tijd aan mijn verlangen tegemoet hoeven komen.’
‘Mij hoor je niet klagen,’ zei ze glimlachend.
‘Hm. Dat heb ik gemerkt.’
‘Ik houd van je, Rico Mandretti.’
Grinnikend keek hij haar aan. ‘Goed gezegd, schat. Maar dat was pas de zevende keer. Je weet dat tien keer je dagelijkse hoeveelheid is.’
Ze lachte. ‘Wanneer mag ik daarmee ophouden?’
‘Zodra je je gevoelens voor mij normaal kunt uiten.’
‘Ik dacht dat ik dat elke nacht al deed.’
‘Ja, maar niet in woorden. Ik wil de woorden horen.’
Ze lachte. ‘Oké. Ik houd van je, ik houd van je, ik houd van je. Is dat beter?’
‘Hm, niet slecht. Maar misschien heb je toch gelijk en zeggen daden meer dan woorden.’ Hij drukte het gaspedaal stevig in.
***