‘Zullen we ze tegelijk laten zien?’ stelde Rico voor, die nu te opgewonden was om nog aan de mening van anderen te denken.

Renées schouders gingen schijnbaar nonchalant omhoog, maar hij zag een flits in haar ogen. Toch geen paniek? Was ze plotseling bang dat ze zou verliezen? Haar hand trilde iets toen ze haar kaarten voor hem neerlegde. Ze was dus wél bang. Daar had ze alle redenen toe, dacht hij boosaardig toen hij haar kaarten zag. Vier negens was een goede hand, maar lang niet goed genoeg.

‘Ik hoop dat je niet bluft, maat,’ zei Charles, terwijl Rico zijn ongelooflijke hand liet zien.

Renée hapte naar adem, en Charles’ mond viel open. ‘Mijn hemel!’ riep hij uit. ‘Een royal flush. Weet je dat ik j die nog nooit heb gezien?’

‘Ik wel,’ zei Ali droog. ‘Wat een snode daad, Enrico, om Renée in een weddenschap te betrekken als je zo’n hand hebt.’

‘Ze hoefde het niet te doen,’ antwoordde Rico. Hij weigerde zijn uitbundigheid te laten plaatsmaken voor een schuldgevoel. ‘Het was aan haar om in te schatten wat voor kaarten ik had. Ze had kunnen weten dat ik niet blufte.’

‘Dat wist ik ook,’ zei Renée weer kalm. ‘Ik wist alleen niet dat je onverslaanbaar was. Ik had ook best goede kaarten.’

Fronsend keek hij naar haar. Ze was niet boos en teleurgesteld genoeg. Maar ze had zijn wens nog niet gelezen. Wat zou ze doen? Als hij een beetje mensenkennis had, wat volgens haar niet het geval was, zou hij durven wedden dat ze geen scène zou maken. Ze zou koel en beheerst zijn tot ze hem onder vier ogen sprak. Dan pas zou ze hem de waarheid zeggen. Op een perverse manier keek hij daarnaar uit. Het enige waarvan hij zondag had genoten, was haar enorme woede jegens hem. Vurige afkeer was beter dan kille onverschilligheid. Hij was ook niet vergeten dat ze had toegegeven hem lichamelijk aantrekkelijk te vinden. Integendeel, daar klampte hij zich aan vast.

Hij voelde een knoop in zijn maag toen ze haar hand uitstrekte naar de enveloppen. Maar ze ging voorbij aan de zijne en pakte die waarin haar vel papier zat.

‘Deze mag ik weer terug, hè?’ zei ze met een brutaal opgeheven kin. ‘De afspraak was toch dat de verliezer haar of zijn geheime hartenwens terugkreeg?’

‘Voor mij is het geen geheim,’ snauwde hij, geïrriteerd door de vertraging in het openen van zijn envelop. ‘Ik weet precies wat jij hebt opgeschreven.’

‘Dat denk je maar,’ klonk het cryptische antwoord.

Hij kon het niet geloven. Zelfs tijdens zijn triomf moest ze weer gewiekst doen, zodat hij werd afgeleid en ging zitten piekeren. Had hij die voorwaarde nu maar niet gesteld. Hij zou dolgraag weten wat ze had opgeschreven. Hij kon ervan overtuigd zijn dat het ging om zijn aandeel in Ebony Fire, maar zeker weten zou hij het nooit. En dat zou ze hem nooit vertellen. Daarvoor kende hij haar goed genoeg.

‘Ik kan er niet meer tegen, hoor,’ mopperde Charles. ‘Maak in vredesnaam die envelop open, zodat we weten wat hij wil. Ik hoop alleen maar dat je genoeg geld hebt, Renée, want met die hand had hij om de wereld kunnen vragen.’

‘Ik denk niet dat onze Italiaanse vriend iets heeft gevraagd wat je kunt kopen,’ zei Ali stilletjes en met zijn gebruikelijke inzicht. ‘Het is vast iets wat alleen Renée hem kan geven.’

‘Mijn idee,’ merkte Renée op. Ze nam alle tijd om haar envelop op te bergen in de handtas die ze altijd bij haar voeten neerzette, voordat ze eindelijk de envelop met Rico’s naam erop pakte. ‘Hebben we gelijk?’ vroeg ze, met een veelbetekenend glimlachje om haar lippen terwijl ze haar blik op hem richtte.

Hij probeerde niet langer meer te vechten tegen het gloeien van zijn wangen, een enorme inspanning als je bedacht dat zijn lichaam in vuur en vlam stond en zijn hersenen overspoeld werden met heel vernederende gedachten. Ze wist wat hij had gevraagd. In essentie, tenminste. En Ali vermoedde het. Was hij dan al die jaren zo doorzichtig geweest? Wisten ze allemaal dat hij haar graag wilde? Dat hij elke vrijdag door verlangen gekweld werd? Charles had een tijdje geleden al geraden dat hij stiekem op de vrolijke weduwe viel, maar hij was zijn beste vriend en Rico’s vertrouweling. Hij had zich niet gerealiseerd dat de andere twee ook wisten wat hij voelde. Het was uiterst kwetsend.

Opnieuw had ze zijn trots gekrenkt. Hij wilde haar niet aanstaren en probeerde niets van zijn wrevel te laten merken. Toch was hij niet zo goed in het verbergen van zijn gevoelens als zij. Hij voelde zijn ogen vlammen en zijn hart bonken van woede. Hij zwoer dat hij het haar betaald zou zetten op de enige manier die hij kon. In de komende maand zou hij haar zo ver krijgen dat zé om hem smeekte. Hij zou haar laten janken van begeerte en kreunen van verlangen. Misschien zou hij zelfs zorgen dat ze verliefd op hem werd! Dat zou een verrukkelijk zoete wraak zijn voor het kleineren dat ze al die jaren had gedaan: als de vrolijke weduwe niet alleen haar lichaam, maar ook haar ziel aan hem gaf.

Terwijl ze de envelop nog aan het openmaken was, wist hij het al. Ze toonde geen zichtbare reactie. Geen schok, geen boosheid. Uiterlijk niet, tenminste. Ze zou haar trots beschermen. De zijne kon naar de hel.

‘Kijk eens aan,’ was het enige wat ze zei. Ze trok alleen haar rechterwenkbrauw iets op, zoals ze ook altijd deed als ze haar gewone, sarcastische zelf was. ‘Maar Rico, dat had je toch gewoon kunnen vragen? Je hoefde niet te wachten op deze kans van één op een miljoen om je hartenwens vervuld te zien.’

Knarsetandend onderdrukte hij zijn opkomende woede. ‘Had je gewoon ingestemd als ik het had gevraagd?’

‘Wat had gevraagd?’ wilde Charles weten. ‘Wat heeft hij, verdorie, gevraagd? Of mogen we dat ook niet weten?’

‘Maak je niet zo druk, Charles,’ zei Renée sussend. ‘Natuurlijk mag je dat weten. Rico heeft me mee uit gevraagd.’

Rico kon niet ontkennen dat hij perplex was. Hij was er zeker van geweest dat ze hem zou verraden. Maar toen snapte hij het. Natuurlijk! Ze beschermde haar eigen trots weer. Ze wilde niet dat de anderen wisten wat ze de komende maand zou doen.

‘Maar dat slaat nergens op,’ zei Charles verbaasd. ‘Als je met Renée uit wilde, had je dat toch kunnen vragen, zoals ze zegt?’

‘Hij wilde niet riskeren dat ze nee zei,’ legde Ali uit. ‘Geen enkele man wordt graag afgewezen.’

‘Renée zou niet hebben geweigerd,’ zei Charles beslist. ‘Toch, Renée?’

‘Zeker niet, Charles,’ antwoordde ze op die schijnbaar beleefde, maar ondertussen spottende toon die Rico zo goed kende. ‘Hoe zou ik Rico’s charme ooit kunnen weerstaan?’

‘Ik héb haar eerder gevraagd,’ bracht Rico uit. Hij kon zijn woede nauwelijks voor zich houden.

‘Alleen voor familiefeestjes,’ wierp ze tegen. ‘Niet voor een intieme afspraak met zijn tweetjes.’

Rico had durven zweren dat hij een zweempje opwinding in haar ogen zag toen ze ‘met zijn tweetjes’ zei. Maar nee, daar moest hij zich in vergissen. Het was onmogelijk dat ze met hem wilde slapen. Hij gokte erop dat ze hem lichamelijk niet afstotelijk vond, maar zondag had ze heel duidelijk gemaakt dat ze hem voor geen greintje mocht. Zelfs als hij de laatste man op aarde was, zou ze hem nog niet als minnaar willen.

‘Wat zal Dominique in haar sas zijn,’ zei Charles met een verrukte glimlach. ‘Jullie zullen haar uitnodigingen voor een etentje nooit meer kunnen afslaan.’

‘We gaan alleen een paar keer uit, hoor,’ benadrukte Rico. ‘Om te kijken of we elkaar mogen. Maak nog maar geen toekomstplannen.’

‘We kunnen toch wel één keertje naar een dineetje, Rico?’ Renée liet hem schrikken. ‘Eerlijk gezegd voel ik me nog steeds schuldig omdat ik voor haar laatste uitnodiging heb bedankt. Vraag haar of ze me belt, Charles. Dan spreken we gauw iets af.’

Rico zat erbij en glimlachte instemmend, maar vanbinnen kookte hij van woede. Het was niet zijn bedoeling om tegenover zijn vrienden te doen alsof hij haar partner was. Hij wilde haar voor de nachten, puur voor zijn privégenot. Als hij haar mee uit nam, zou het voor een drankje en een gewaagde dans in halfduister zijn, en ze zou gekleed zijn zoals alleen een minnares gekleed ging. Hij wilde niet de heer spelen. Geen moment. Onder die uitnodiging zou hij wel uit zien te komen.

‘Het souper is klaar, zegt James.’ Ali stond op.

Het souper op de pokeravonden bestond uit een aantal verrukkelijke sandwiches, taart en koffie. Alles stond op de grote koffietafel waaraan ze met zijn vieren konden zitten, zodat ze zichzelf konden bedienen. James nam alleen de koffie voor zijn rekening. Hij schonk in en bleef dan aan één kant van de kamer staan om zo nodig bij te schenken.

Meestal duurde het eten niet langer dan een halfuurtje. Het werd voorafgegaan door bezoeken aan het toilet, en Renée bracht de laatste tien minuten door op het aangrenzende balkon om een paar sigaretten te roken. Die gewoonte had ze overgehouden aan haar tijd als model, toen ze rookte om slank te blijven. Het was een van de weinige onthullingen over haar verleden.

Deze avond dronk ze haar eerste kop koffie razendsnel op, zag Rico, waarna ze een tweede kop inschonk en zonder iets te eten naar het balkon vertrok. Als Charles niet was blijven doorkletsen over Rico’s kaarten en de weddenschap, was hij haar achterna gegaan.

‘Jeetje, Rico. Je had alles kunnen vragen. Alles. Maar jij wilde alleen een afspraakje. Ik wist niet dat je zo’n romanticus was.’

‘Alle mannen zijn romantici,’ zei Ali. ‘Als ze de juiste vrouw ontmoeten. Helaas is het vinden van de juiste vrouw vaak het probleem.’ Hij zette zijn lege kop neer en wuifde de butler weg, toen die naar voren kwam om bij te schenken. Ali kon net zo enthousiast koffiedrinken als Rico zijn chianti. ‘Ik heb genoeg gehad, James, dank je wel. Ik ben zo terug, vrienden. Dan gaan we terug naar de kaarttafel.’

Toen Ali weg was en Charles zijn mobiel pakte om Dominique te bellen, onder het mom dat hij niet kon wachten om haar te vertellen over Rico’s kaarten en de wonderlijke weddenschap, nam Rico de kans waar om naar Renée op het balkon te gaan. Bij het passeren van de tuintafel waarop ze haar tas en koffiekopje had neergezet, zag hij dat de asbak vol lag met smeulend papier. Hij begreep dat ze zich naar buiten had gehaast om haar hartenwens te verbranden. Het wekte zijn nieuwsgierigheid nog meer, maar hij was vastbesloten er niets over te zeggen. Tevens besloot hij niet te zwichten om haar van haar verplichting te ontslaan, ook al voelde hij zich op dat moment nog zo schuldig.

Haar aanblik, bijna verslagen leunend tegen de balustrade, maakte nog meer schuldgevoelens bij hem los. Hoe kun je hier mee doorgaan, Rico? vroeg hij zich af. Het antwoord was erg complex, maar het kwam erop neer dat hij geen keus had. Hij had een dwangmatige behoefte om haar ten minste één keer te hebben. Maar van haar verwachten dat ze een maand lang tot zijn beschikking zou staan, was onbetamelijk. ‘Waar denk je aan?’ vroeg hij, naast haar over de balustrade leunend.

Ze keek hem niet aan, noch gaf ze hem antwoord. Ze rookte gewoon door.

‘Eén nacht,’ bracht hij uiteindelijk schor uit, onmiddellijk spijt hebbend. ‘Ik breng de weddenschap terug tot één nacht.’

Ze ademde langzaam uit en keek hem vervolgens arrogant en spottend aan. ‘Medelijden, Rico? Van jou? Je verbaast me. Het spijt me, schat, maar ik moet je galante gebaar afslaan. Een weddenschap is een weddenschap. Jij wilde dat ik een maand lang je minnares zou zijn, dus dat zal ik zijn. Geen dag meer of minder.’

Haar tegendraadsheid schokte hem. Was dit nog steeds haar trots, of had ze een geheime agenda? Wat het ook was, de ervaring had hem geleerd dat hij haar nooit achteraf moest bekritiseren, dus haalde hij zijn schouders op. ‘Best.’ Tenslotte was het niet aan hem om haar strafvermindering te geven. Ze kon het krijgen zoals ze het hebben wilde.

‘Dat denk je nu misschien,’ antwoordde ze. ‘Maar over een maand kan het heel anders zijn.’

‘Is dat een dreigement of een uitdaging?’

‘Het is een belofte. Ik heb niet alleen een nog grotere hekel aan je, maar inmiddels veracht ik je ook.’

‘Als je me zo verachtelijk vindt, waarom vertelde je Charles dan niet wat er echt op mijn briefje stond? Waarom loog je om me te redden?’

‘In ’s hemelsnaam! riep ze ongeduldig uit. ‘Ik heb niet gelogen voor jou. Ik wil gewoon niet dat Charles weet dat zijn boezemvriend een enorme schoft is.’

‘Wat kan jou dat schelen?’

‘Omdat die dwaas je graag mag, daarom. En ik mag hem graag. Waarom moet hij hierdoor van streek raken? Dit jaar heb je hem al genoeg verdriet bezorgd, vind je niet? Deze strijd is iets tussen ons, en zo moet het blijven ook.’

‘Strijd? Wat merkwaardig dat je het zo noemt.’

‘Ik vind het juist erg passend. Jij en ik zijn in oorlog. Al heel lang.’

‘Misschien moeten we er dan eens mee ophouden. Vrijen in plaats van vechten.’

‘Vrijen?’ zei ze spottend. ‘Je bent gek. Jij wil net zo min met mij vrijen als ik met jou. Het enige wat jij wilt, is wraak voor wat ik zondag tegen je heb gezegd.’

Plotseling drong het heel duidelijk tot hem door dat wraak niet het eerste was waaraan hij dacht als het Renée betrof. Hij had liever gehad dat ze hem aardig vond en respecteerde en, ja, hem begeerde zoals hij was. Maar dat zou niet gebeuren, wist hij. Dus zou hij zichzelf niet verder vernederen door zijn hart te laten spreken. ‘Geloof wat je wilt, Renée. Zodra we klaar zijn met pokeren, boek ik een kamer voor ons in het hotel. Ik verwacht dat je bij me komt en de hele nacht blijft. En omdat die brave Charles van jou niet mag weten dat ik een door en door slechte vent ben, stel ik voor dat we in de lobby afspreken nadat hij het hotel verlaten heeft.’

Ze gaf geen krimp. Uiterlijk niet, tenminste.

Hij begon te betwijfelen of ze een levend wezen was of een kwaadaardig instrument van de duivel dat naar aarde was gezonden om dwazen zoals hij te kwellen en martelen.

‘Best,’ zei ze, zijn onverschillige antwoord van daarnet herhalend. ‘Nog één vraag voor we weer naar binnen gaan. Wat voor minnares wil je eigenlijk? Een stoeipoes die alles doet wat jij wilt, of een serieuze, kinky minnares die in zwart leer gekleed is en een zweepje heeft?’

Even was hij uit het veld geslagen. Toen vroeg hij geïntrigeerd: ‘Stel dat ik voor de laatste koos?’

Haar glimlach was kil. ‘Dat zou me plezier doen. Ik heb altijd gevonden dat je eens een flink pak slaag nodig had.’

Hij kon er niets aan doen. Hij barstte in lachen uit. Dit was de Renée die hem het meest opwond, de sarcastische kat. ‘Misschien is het dan maar beter dat ik daar niet op val,’ zei hij, nog steeds glimlachend. ‘Mijn huid is me te kostbaar.’

‘En je ziel dan?’ vroeg ze vals. ‘Geloof je nou echt dat je hierna jezelf nog in de spiegel durft aan te kijken?’

Gedurende één moment speelde zijn geweten op. Hij wist drommels goed dat het niet in de haak was, wat hij deed. Maar als het om deze vrouw ging, maakte hij al lang geen onderscheid meer tussen goed en fout. ‘Je hebt gelijk,’ zei hij. Hij trok een berouwvol gezicht en genoot van haar verbaasde blik. ‘Ik weet zeker dat ik me naderhand heel rottig zal voelen. Maar als ik wil, kan ik altijd nog gaan biechten. Kom op, mijn lieve Mrs. Selinksy,’ ging hij verder, de sigaret uit haar vingers grissend. ‘We moeten terug naar de pokertafel.’

Hij stapte naar voren en doofde de sigaret in de nog steeds smeulende asbak, voordat hij haar opnieuw met glanzende ogen aankeek. ‘Niet dat ik me op het pokerspel zal kunnen concentreren. Ik zal de hele tijd bezig zijn om me jou voor te stellen als – hoe noemde je het ook alweer? – een stoeipoes die alles doet wat ik wil. Joost mag weten hoe je dat voor elkaar wilt krijgen, gezien het feit dat je zo’n hekel aan me hebt. Maar ik heb wel eens gelezen dat modellen behalve modepopjes ook uitstekende actrices zijn. Dus doe maar precies wat je zo goed deed op de catwalk én tijdens je huwelijk met Mr. Selinsky: acteren!’