De volgende dag rond half één verliet Rico met een knoop in zijn maag het penthouse dat hij van Charles had gekocht toen die naar het noorden van de stad was verhuisd. Met zijn privé-lift ging hij naar de parkeergarage. Daar beende hij naar zijn auto, sprong erin en startte de motor. Hij was aan de late kant; op de uitnodiging stond ‘vanaf elf uur’. Maar het zou hem hooguit een kwartier kosten om er te komen. Dat was een van de beste dingen aan Charles’ oude huis, afgezien van het uitzicht. Het stond zo heerlijk dicht bij Circular Quay.

Hij was nog maar een paar straten verder toen hij zich realiseerde dat het open dak erg onaangenaam was. Deze dag was niet zo’n perfecte lentedag zoals de vorige dag, toen het heerlijk warm was geweest. Terwijl hij het dak knarsetandend dichtritste, hield hij zich voor dat de grijze lucht geen voorteken hoefde te zijn voor de rest van de dag. Het was gewoon zo’n typische vroege septemberdag in Sydney. Hij kon zich er nog steeds over verkneukelen dat het tijdens de Olympische Spelen in Sydney, die ook in september gehouden waren, voortdurend zulk mooi weer was geweest. Meestal wist je pas wat voor weer het werd als je ’s ochtends je hoofd uit het raam stak. Vertrouwen op het weerbericht voor de volgende dag was net zo dom als denken dat Renée met hem uit zou willen gaan.

Hij kon nog steeds niet geloven dat hij het echt ging vragen. Over masochisme gesproken! Toch kon niets of niemand hem van gedachten doen veranderen. Hij jaagde altijd zijn doel na, tot onomstotelijk was bewezen dat hij het niet zou bereiken. Pas dan liet hij het los, om vervolgens zijn energie in iets haalbaarders te steken. Dus tot het moment waarop Renée hem recht in de ogen keek en hem glashard zou weigeren, bleef hij hopen dat hij in zijn onmogelijke opdracht zou slagen. Al rijdend overtuigde hij zichzelf er zelfs van dat hij een redelijke kans had.

Tenslotte had de vrolijke weduwe geen vaste partner. Als ze die wel had, zou hij haar vast wel een keer vergezeld hebben als ze naar de races ging. Maar ze kwam altijd alleen. Bovendien kwam ze áltijd opdagen op de vrijdagse pokeravonden, behalve die paar keer dat ze voor zaken in het buitenland had gezeten. Welke vrouw die een relatie had of samenwoonde met een man zou dat zo consequent doen? Niet dat Rico dacht dat Renée als een non leefde. Sinds haar man was overleden, moest ze wel vrienden ofwel minnaars hebben gehad. Vijf jaar was immers veel te lang voor een vrouw als zij om elke avond alleen te willen zitten.

Om de een of andere reden, waarschijnlijk uit zelfbehoud, had Rico nog nooit nagedacht over degenen met wie ze dan geslapen zou hebben. Nu was het ineens het enige waaraan hij kon denken. Hij verwierp de scenario’s waarin ze geheime verhoudingen met getrouwde mannen en avontuurtjes met gescheiden mannen met bindingsangst had, en besloot dat ze waarschijnlijk meer hield van seksuele escapades met mannelijke speeltjes die ze uit de enorme voorraad jonge modellen van haar bureau haalde. Hij kon zich haar gemakkelijk voorstellen in zo’n soort relatie. Zij wilde vast altijd de baas zijn en bovenop liggen.

Op de gedachte dat ze boven op hém zou zitten, reageerde zijn lichaam zoals het sinds zijn puberjaren niet meer had gedaan. Hij kromp ineen en probeerde de bobbel in zijn broek zo te schikken dat hij zich niet zo ongemakkelijk voelde, maar het was een verloren zaak. Alleen volledig lichamelijk contact met Renée zou zijn probleem kunnen oplossen.

Toen hij de straat in draaide waar Wards huis en de stallen zich bevonden, bezwoer hij zichzelf dat hij Renée mee uit zou krijgen, en dat ze met hem naar bed zou gaan, al moest hij er zijn ziel voor aan de duivel verkopen. Bij het zien van haar blauwe BMW langs de stoeprand kreeg zijn vastberadenheid even een knauw. Ze was er al; ze wachtte tot hij zichzelf voor gek zou zetten. Nu kon hij er niet meer onderuit, tenzij hij ervandoor ging. En hij was geen doetje. Bijna was de straat, die volstond met geparkeerde auto’s een excuus voor hem om door te rijden en deze waanzin uit zijn hoofd te zetten. Toen zag hij een lege plek tussen twee dure auto’s. De paardeneigenaren waren niet arm. Zuchtend parkeerde hij en zette de motor af.

Na een blik op zijn horloge – het was bijna één uur – stapte hij uit, gooide het portier dicht en zette het alarm aan. Bij nader inzien controleerde hij zijn uiterlijk in de zijspiegel. Met zijn vingers kamde hij zijn warrige haardos uit zijn gezicht, voordat hij fronsend naar de stoppels op zijn wangen en kin keek. In het weekend scheerde hij zich nooit, iets wat Renée ongetwijfeld al eerder was opgevallen. Deze dag had hij het ook niet gedaan, om haar niet het gevoel te geven dat hij zich voor haar had opgedoft. Maar gezien zijn plan om haar uit te vragen – in gedachten voegde hij daar aan het eind van de avond seks aan toe – leek hem dat nu erg dom. Het paste precies in het plaatje: zodra Renée in beeld kwam, verloor hij zijn verstand.

Wie niet waagt, die niet wint, hield hij zichzelf koppig voor. Ook de hand van een mooie dame niet. Niet dat hij met haar wilde trouwen, hij was niet gek. Hij wilde gewoon een paar nachtjes in haar bed doorbrengen. Daarna zou deze seksuele obsessie van de afgelopen vijf jaar voorbij zijn. Hij hield niet van haar. Daar moest hij niet aan denken. Waar zou hij van moeten houden? Ze was geen haar beter dan Jasmine en even ongevoelig, hardvochtig en op geld belust. Ook zij was gespecialiseerd in het voor gek zetten van mannen, van hem vooral.

Met die charmante gedachte in zijn hoofd stak hij zijn handen in zijn broekzakken en liep aarzelend terug naar Wards terrein. Ondertussen wierp hij een blik op Renées auto. Als ze hier had kunnen parkeren, was ze vast de eerste gast geweest. Om zijn gedachten te ordenen, bleef hij even voor het hek staan staren naar Wards stijlvolle huis. De eigenaren zouden nu wel klaar zijn met het bezoeken van hun paarden. Ze zaten vast binnen aan de champagne en kaviaar. Iedereen behalve Renée. Waarschijnlijk was ze nog bij de tot nu toe duurste aankoop van hun syndicaat: een driejarig paard dat ze als eenjarige hadden gekocht van Ali.

Tijdens de eerste voorbereidingen had het dier ernstige klachten aan zijn been gekregen, en was hij in de wei gezet om ouder te laten worden. Nu trainde hij alweer een paar weken, en Lisa had Rico onlangs gebeld om te zeggen dat Ebony Fire verrukkelijk was om mee te werken en dat hij erg zijn best deed. Ongetwijfeld had Wards assistente hetzelfde aan Renée verteld.

Rico wist verrassend weinig over Renées privéleven, maar was zich ervan bewust dat ze van haar paarden hield. Ze was graag bij ze, aaide ze en praatte tegen ze. Op de paar open dagen die hij wel bezocht had, was ze maar nauwelijks bij de stallen weg te slaan geweest. ‘Ik kom niet voor de lunch,’ had ze hem toegesnauwd toen hij voorstelde naar binnen te gaan. ‘Ik kom voor mijn paarden.’

Bij die herinnering lachte hij zuur. Nee, hij wist zeker dat ze nog niet binnen zou zijn. Het was een troost. Het vooruitzicht dat hij haar in alle beslotenheid kon mee uit vragen, was oneindig veel prettiger dan in een kamer vol mensen die getuigen zouden zijn van haar hysterische gelach. Nu zou alleen hij bij de vernedering zijn.

Hij haalde diep adem, in de hoop dat het hem zou kalmeren, keerde zich om en liep naar het zijpad langs Wards huis richting de stallen, die aan de achterkant stonden. Aan het eind van het pad was een hek waarvoor dag en nacht een bewaker stond. De man van vandaag heette Jed, een klerenkast van een vent die alle eigenaren van de paarden kende.

‘Goedemiddag, Mr. Mandretti,’ zei Jed, terwijl hij het hek voor Rico opendeed. ‘U bent laat. De anderen zijn al naar binnen voor de lunch.’

Rico voelde teleurstelling opkomen, tot hij bedacht dat Jed dat niet zeker kon weten, gezien zijn plek. Wards stallencomplex bestond uit een vierkant met binnenin een plein. Elke zijde van het vierkant bestond uit zes stallen met aan het einde voedsel- en tuigkamers. Op de tweede verdieping bevonden zich de personeelswoningen. Jed kon wel door een opening in de dichtstbijzijnde hoek naar het plein turen, maar kon onmogelijk in de stallen kijken. En daar hield Renée zich altijd op. Het was niet genoeg voor haar om de neuzen van haar paarden over de staldeuren heen te strelen. Als het paard rustig genoeg was, ging ze de stal in.

‘Dat geeft niet, Jed,’ antwoordde Rico, en hij liep verder. ‘Vandaag eet ik niet mee. Tot straks.’

Op één staljongen na was het plein leeg. Hij spoot een restje paardenvijgen weg dat op de stenen was terechtgekomen toen de paarden hier aan hun eigenaren waren getoond. ‘Ik zie dat je hard aan het werk bent, Neil,’ zei Rico, toen hij de jongen naderde.

De jonge knul keek aangenaam verrast op. ‘Dag, Mr. Mandretti,’ antwoordde hij. Soepel draaide hij zich om, zodat hij de kraan dicht kon draaien en Rico geen spetters op zijn mooie en dure kleren zou krijgen. Als er één eigenaar was die hij net zo aardig vond als Mrs. Selinsky, was het Mr. Mandretti wel. Om te beginnen, kende hij zijn naam, in tegenstelling tot een hoop anderen. Bovendien gedroeg hij zich helemaal niet als een beroemde tv-ster. Hij was heel aardig. Niemand was natuurlijk zo aardig als Mrs. Selinsky, maar zij was ook een echte dame. Gul ook. Steeds als een paard van haar prijzengeld had gewonnen, gaf ze de stalknechten een bonus.

Toch was het geld niet de enige reden waarom ze haar hier zo graag mochten. Het ging om hoe ze met de paarden omging. Ze hield echt van ze. Zelfs de baas mocht Mrs. Selinsky graag. Dat kon je merken aan de manier waarop hij met haar kletste, iets wat hij lang niet met iedereen deed. ‘U bent zeker hier om het driejarige paard te zien,’ zei Neil. ‘Mrs. Selinsky is nog bij hem. Volgens mij zou ze in de stallen blijven slapen, als het van de baas mocht.’

Rico besloot ter plaatse dat, als reïncarnatie bestond, hij terug wilde komen als een van Renées renpaarden. ‘In welke stal staat Blackie?’ vroeg hij. Blackie was de stalnaam van Ebony Fire.

‘Nummer 18. De laatste van die rij daar. Ik weet dat het niet aan mij is om te zeggen, maar als hij net zo goed rijdt! als hij er nu uitziet, hebt u een eersteklas winnaar.’

‘Dat hoop ik, Neil. Maar er kan nog een hoop misgaan voordat hij winnaar is.’

‘Dat is waar. Maar zo gaat het met de races, hè? Het is één grote gok. Net als het leven zelf.’

Rico knikte. Neil had gelijk. Het leven was een gok. Soms won je, en soms verloor je. Kennis vergrootte echter je kans op winst. Plotseling wilde hij dat hij veel meer wist over Mrs. Renée Selinsky. Al was het nu te laat om daarover in te zitten. Het was tijd om een gokje te wagen in zijn eigen race. Het probleem was alleen dat het een grote gok was, en hij dus een grote kans op verlies had.

Ondanks zijn groeiende nervositeit zwaaide hij luchtig gedag naar Neil voordat hij naar stal 18 liep. Verscheidene paarden hinnikten toen ze hem langs zagen lopen. Ebony Fire niet. Op het eerste gezicht leek de stal leeg, maar toen zijn ogen eenmaal aan het gedempte licht gewend waren, zag hij dat het zwarte paard op een dik strobed in de verste hoek stond. Zijn flank werd gestreeld, en iemand sprak tegen hem alsof hij een geliefd kind was.

‘Je bent een mooie knul,’ zei Renée zangerig, onderwijl doorgaand met het ritmische strelen. Haar linkerarm had ze om de nek van het paard heen geslagen, en haar wang rustte tegen zijn glanzende zwarte manen. ‘Ward zegt dat de pijn aan je been waarschijnlijk niet terugkomt, en dat je gauw klaar bent voor je eerste race. En volgens hem ga jij winnen. Ik heb hem gezegd dat je in het begin misschien een beetje zenuwachtig zult zijn, en dat we niet meteen te veel moeten verwachten, maar volgens hem ben je een en al zelfvertrouwen. Een geboren renpaard. Een potentiële kampioen. Ik wou dat je alleen van mij was, lieverd. Maar eenderde is beter dan niets.’

Rico wist niet of hij jaloers was op het paard dat Renée streelde, of op Ward Jackman. Het klonk alsof die man veel meer tegen Renée zei dan tegen hem of tegen wie dan ook. Zou de relatie tussen Renée en hem meer zijn dan die van trainer en eigenaresse? Plotseling kreeg Renées auto die vlak voor het hek geparkeerd stond, een andere, onheilspellende betekenis. Misschien was ze niet als eerste gearriveerd, maar was die auto er gewoon vannacht blijven staan…

Hij slikte en probeerde deze mogelijkheid rationeler en zonder paniek te overdenken. Hij had nooit iets gemerkt van intimiteit tussen die twee. Geen veelbetekenende blikken of ongepaste aanrakingen.

Toch zou het wel een verklaring zijn voor de verbluffende hoeveelheid informatie die ze kennelijk over Ebony Fire hadden uitgewisseld. Zelfs de zwijgzaamste mannen werden loslippig in bed. Bij het beeld van Renée die met de knappe paardentrainer in bed lag, zonk het hart hem in de schoenen. Hij balde zijn vuisten en drukte zijn nagels in zijn handpalmen. Een seksuele verhouding was in theorie toch heel iets anders dan als je de minnaars voor je zag. Als het waar was wat hij vermoedde, begreep hij wel waarom ze nooit een vriend meenam naar de races. Die was daar al! Hij staarde naar haar, maar in zijn ogen was het niet meer Ebony Fire die ze streelde, maar Ward Jackman, naakt en opgewonden. Langs zijn ruggengraat trok een hevige rilling.

Plotseling keerde het dier zijn hoofd naar Rico. Toen hij hem zag staan, hinnikte hij tegen zijn nieuwe bezoeker.

Met een ruk draaide Renée zich om. Haar ogen werden groot toen ze zag wie de bezoeker was. Heel even leek haar gebruikelijke kalmte haar in de steek te laten. Ze leek geïrriteerd terwijl ze zich, met het paard op haar hielen, naar de staldeur haastte. ‘Wat doe jíj hier?’ snauwde ze, ondetwijl de onderste helft van de deur openrukkend. Ze kwam naar buiten en deed snel de deur weer dicht, zodat het paard haar niet achterna kon komen. ‘Jij gaat toch altijd naar je familie op de eerste zondag van de maand?’

Zoals zij het uitsprak, leek het of hij lid was van de maffia, in plaats van de zoon van een eerlijke, hardwerkende tuinder. ‘Jij ook goedemiddag,’ antwoordde hij, onder de indruk van zijn eigen koele stem, ofschoon binnen in hem jaloezie en woede brandden. ‘Het toeval wil, lieve Renée dat ik geen dag meer zonder je charmante gezelschap kon,’ voegde hij eraan toe. Zijn spottende toon verhulde de waarheid.

Ze negeerde hem, terwijl ze zich concentreerde op het vergrendelen van de staldeur. Pas toen ze daarmee klaar was, wendde ze haar kille groene ogen tot hem. ‘Waarom was je dan gisteren niet bij de races?’

Hij glimlachte. ‘Ik voel me gevleid dat mijn afwezigheid je is opgevallen.’

‘Dat hoeft niet. Ik heb een plezierige middag gehad. Bij een paar winnaars had ik zelfs goed gegokt.’

‘Waarom kijk je dan zo zuur? Of doe je dat altijd als ik in de buurt ben?’ Hij voelde dat hij te ver ging. De hoof dat ze zijn uitnodiging om uit te gaan ooit zou aanvaarden, verdween. Niet dat hij haar nu wilde vragen. Eerst moest hij uitzoeken wat er tussen haar en Jackman was. Niemand wilde graag een blauwtje lopen, zelfs niet iemand die zo wanhopig was als hij. Zijn blik gleed over de oorzaak van zijn wanhoop, en hij probeerde niet te lonken naar de zandkleurige broek die haar lange, slanke benen bedekte. Haar keurige witte T-shirt sloot strak om haar lichaam, waardoor ze meer boezem had dan hij zich had gerealiseerd. Of droeg ze een voorgevormde beha?

Nee, dat was niet zo, zag hij de tweede keer. Hè? Ze had helemaal geen beha aan! Haar tepels waren duidelijk te zien onder het dunne, witte katoen. Ze waren net zo lang en hard als kogels. Misschien had ze het koud. Zo warm was het tenslotte nog niet. Of waren haar tepels zo hard doordat ze de hele nacht in Jackmans bed had doorgebracht? Zijn maag keerde zich om bij het beeld dat een ander aan haar tepels zoog. Dat kon hij niet verdragen. Hij moest weg. Nu meteen, voordat hij iets zei of deed waarvan hij spijt zou krijgen. Maar hij kon het niet. ‘Mag ik je een persoonlijke vraag stellen?’ vroeg hij schor, trachtend niet zo te klinken als hij zich voelde.

‘Maakt het uit of ik ja of nee zeg?’ wierp ze terug.

‘Nee.’

‘Dat dacht ik al.’

‘Zijn Ward en jij geliefden?’ wilde hij weten. Zijn ogen lieten de hare niet los.

Ze was duidelijk verbaasd. Boven de snel knipperende ogen gingen haar fijne gewelfde wenkbrauwen nog verder omhoog, en haar glanzende rode mond viel iets open. Ze herstelde zich echter snel en haar gezicht nam al spoedig weer die zelfgenoegzame, enigszins superieure uitdrukking aan. Hem negerend, boog ze voorover om haar zwartleren jasje en de bijbehorende tas van de grond te pakken. Door de beweging viel haar dikke schouderlange bruine haar als een gordijn over haar hoge jukbeenderen, en kon hij haar gezicht niet zien. Toen ze weer rechtop stond, viel het keurig terug op zijn plaats, een eerbewijs aan haar kapper. Met een iets opgeheven kin richtte ze haar spottende groene ogen op de zijne. ‘Waarom wil je dat weten? Heeft iemand iets over ons gezegd?’

‘Nee. Maar ik hoorde je tegen Blackie praten, en het klonk alsof jullie nogal dik met elkaar zijn. Je moet toegeven dat de meeste mensen met moeite twee woorden uit hem krijgen, maar aan jou heeft hij kennelijk van alles verteld over Blackies vorderingen.’

‘Dus was het jouw conclusie dat hij dat in bed had gedaan?’’Nou, is het waar of niet?’

‘Het gaat je niets aan,’ zei ze kil, en ze keerde zich weer om naar Blackie om hem opnieuw te aaien.

‘Vanaf nu wel,’ beet hij haar toe.

‘Waarom?’ vroeg ze onverschillig. Ze keek hem niet eens aan. ‘Wat kan jou het schelen met wie ik slaap?’

‘Ik wil niet dat je met Jackman slaapt,’ snauwde hij.

Nu stopte ze met aaien en keek hem nieuwsgierig aan. ‘Waarom dat dan?’

Wat moest hij zeggen? Je mag met geen een man slapen. De enige wiens bed je mag delen, ben ik. Ze zou hem keihard uitlachen, en een dergelijke vernedering kon hij domweg niet aan. ‘Hij is de trainer van ons syndicaat,’ zei hij in plaats daarvan kortaf. ‘Ik vind het niks dat je beschikt over kennis die alle eigenaren zouden moeten hebben.’

Ze liet een kort, droog lachje horen. ‘Typisch. Ik had kunnen weten dat dat erachter zat. Voor jouw informatie: ik heb niets met Ward. Als je een beetje aandacht voor je omgeving had, zou je weten dat hij en Lisa dolverliefd op elkaar zijn. Ze is zelfs bij hem ingetrokken. Ward praat alleen meer met mij omdat hij weet dat ik echt van mijn paarden houd. Het gaat mij niet alleen om de status of het gezelschap. Tevreden?’

Hij greep haar arm vast toen ze wilde weglopen. Ze verstijfde, en als blikken konden doden, was hij ter plekke neergevallen. Hij verstevigde zijn greep. ‘Waarom heb je zo’n hekel aan me?’ vroeg hij. ‘Wat heb ik je ooit misdaan?’

Ze keek neer op zijn hand om haar arm, totdat hij haar losliet. Op dat moment rilde ze letterlijk.

Toen wist hij dat ze nooit met hem uit zou gaan, laat staan met hem zou willen vrijen. Niet uit vrije wil. Om de een of andere reden walgde ze van hem. Het was de vreselijkste ontdekking in zijn leven, erger dan toen hij ontdekte dat Jasmine een goudzoekster was, erger dan wat ook in zijn leven. Nu was hij degene die rilde. Maar het was niet zichtbaar. Hij rilde diep vanbinnen.

‘Geloof me, dat wil je niet horen,’ antwoordde ze pinnig.

‘Geloof me, dat wil ik wél,’ snibde hij.

De blik in haar groene ogen werd nog killer, als dat mogelijk was. ‘Goed dan, dan zal ik het je vertellen. Ik heb een hekel aan je omdat je alles vertegenwoordigt waaraan ik een hekel heb in een man. Je bent egoïstisch en egocentrisch en walgelijk oppervlakkig. Je zegt dat je iets wilt zijn in je leven, maar je bent een en al schijn. Je trekt overhaaste conclusies over anderen zonder ooit iets verder te kijken. Als ik eraan denk hoe je bijna Charles’ huwelijk had verpest…’

Haar bovenlip krulde van minachting en hij kromp ineen. Oké, het was fout van hem geweest om Dominique ervan te beschuldigen dat ze net zo’n goudzoekster als Jasmine was geweest. Maar alles had er indertijd op gewezen.

‘Alleen maar omdat je niet verder kunt kijken dan je eigen zielige mislukte huwelijk,’ ging ze bijtend verder. ‘Zoals ik al zei: egoïstisch en oppervlakkig. Natuurlijk hebben de meeste knappe mannen dat. Jullie denken dat jullie zo onweerstaanbaar zijn omdat jullie met een mooi lichaam en een hoop sex-appeal geboren zijn. Denk je dat ik niet weet dat het je dwarszit dat ik niet elke keer in zwijm val als jij als arrogante Italiaan binnenkomt? En dat ik beter poker dan jij? Als je je één keer verstandig en gevoelig gedroeg, Rico Mandretti, zou ik misschien meer respect voor je hebben. Maar nee, je gaat maar door met je act van rokkenjager, als een verwend kind dat zijn zin niet krijgt.’

Haar stem klonk nu iets harder, en hij keek wanhopig om zich heen. Opgelucht zag hij dat Neil klaar was met spuiten en was verdwenen.

‘Maar het allerzieligste,’ ging Renée genadeloos verder, ‘is de manier waarop je van de ene blonde del naar de andere holt, om vervolgens te klagen over het feit dat je niet hebt wat Charles heeft. Word eens volwassen, Rico. Ga leven en zoek een leuke vrouw. Ga dat gezin dan stichten waarvan je zegt dat je het wilt hebben. Misschien dat ik je dan ga mogen. Hoewel, nee,’ voegde ze smalend aan toe, ‘je mogen zal ik nooit, maar ik zou tenminste wat respect voor je hebben.’

Dat was het einde van haar tirade. En van Rico. Nooit eerder was hij zo vakkundig neergesabeld. Zelfs op haar venijnigst had Jasmine hem niet zo’n intens waardeloos gevoel gegeven. Hij had terug kunnen slaan, dacht hij. Haar verleden was ook verre van perfect. Maar op de een of andere manier wist hij dat hij dat terug zou krijgen. Joost mocht weten hoe, maar het zou gebeuren. Niemand kon hem wijsmaken dat ze uit liefde met die oude kerel was getrouwd. Hoewel, misschien was het haar niet om het geld gegaan. Misschien was dat weer zo’n overhaaste conclusie van hem.

‘Ik heb je gewaarschuwd,’ zei ze kortaf, toen hij zwijgend en verslagen bleef staan. ‘Geef me nou geen schuldgevoel omdat ik de waarheid heb gezegd. Heb het lef niet! Het maakt je toch geen fluit uit wat ik denk. Mannen als jij geven niets om anderen, alleen om zichzelf.’ Boos schudde ze haar haren naar achteren en liep langs hem weg.

Ze vindt me tenminste wel knap, dacht Rico bitter terwijl hij haar nakeek. Ze walgt duidelijk meer van mijn karakter dan van mijn geweldige lichaam. Dat was nog iets. ‘Natuurlijk, Rico,’ mompelde hij somber. Terwijl hij zijn handen dieper in zakken stopte, sjokte hij terug over het plein, dat gelukkig leeg was. Hij mompelde een afscheidsgroet tegen Jed bij het hek en liep toen bedroefd naar zijn auto, waarmee hij weer naar huis zou gaan.