Rico vond Renée in een hoekje van de wachtruimte. Ze praatte tegen Gina, die gelukkig stil was en op de plastic stoel naast haar zat. Het kind zat met open mond naar haar te luisteren. Toen Rico dichterbij kwam, hoorde hij dat ze een sprookje vertelde.

‘En de grote boze wolf trok een nachtjapon van grootmoeder aan en ging in grootmoeders bed liggen toen Roodkapje -’ Ze hield op toen ze Rico zag, en Gina begon onmiddellijk te protesteren.

Hij pakte de huilende Gina uit haar stoel en ging er zelf op zitten, met het kind op zijn schoot. ‘Als je nu niet ophoudt, Gina,’ zei hij streng, ‘krijg je de rest van het verhaaltje niet meer te horen.’

Het was precies de aanpak die Gina nodig had. Ze stopte onmiddellijk met huilen.

‘Ga door,’ moedigde hij Renée aan. ‘Dit is een van mijn lievelingssprookjes.’

‘Volgens mij vind jij alle verhalen met een grote boze wolf in de hoofdrol leuk,’ zei ze spits.

Hij lachte, en vervolgens luisterde hij. Ze was een geboren vertelster! Hij was onder de indruk.

Helaas was Gina dat ook, en zodra Roodkapje was afgelopen, wilde ze een nieuw verhaaltje. Renée schakelde naadloos over op De Drie Biggetjes, dat ze al even goed kende. Gelukkig begonnen Gina’s ogen tijdens het sprookje dicht te vallen. Kort na de laatste ‘en ik huf en ik puf en ik blaas je hele huisje om’ was ze diep in slaap.

Renée hield ogenblikkelijk op, en nu protesteerde Rico. ‘Nu wil ik het einde ook horen!’

Snaaks keek ze hem aan. ‘Je bedoelt het gedeelte waar de wolf zijn verdiende loon krijgt?’

‘Precies.’

‘Hm. Jammer dat het leven niet verloopt zoals in sprookjes. Ik ken een boze wolf die best in een pan kokend water mag vallen. Van een fikse uitkookbeurt zou zijn ego vast opknappen.’

‘Au! Maar serieus, Renée, hoe komt het dat je die sprookjes zo goed kent?’

‘Tijdens mijn tienerjaren heb ik ze elke avond aan mijn veel jongere neefjes en nichtjes voorgelezen.’

‘Waarom?’

‘Waarom? Vanaf mijn twaalfde ben ik door mijn oom en tante opgevoed.’

‘Waarom?’

Ze zuchtte. ‘Je stelt wel veel vragen.’

‘Omdat ik geïnteresseerd ben.’

‘Ik weet precies waarin jij geïnteresseerd bent als het om mij gaat, Rico Mandretti. Maar daar kun je hier niks mee, dus probeer je in plaats daarvan je nieuwsgierigheid te bevredigen. Als je het weten wilt: op mijn twaalfde ben ik wees geworden. Mijn ouders zijn omgekomen bij een frontale botsing, samen met mijn zusje. Gelukkig – of helaas, het is maar hoe je het bekijkt – was ik die dag bij mijn oom en tante. Later namen ze me in hun gezin op, en ik heb bij ze gewoond tot ik klaar was met mijn school en naar Sydney ging om werk te zoeken.’

‘Maar je was niet gelukkig bij hen?’ vroeg Rico, die tussen de regels door luisterde.

Ze haalde haar schouders op. ‘Ze deden hun best wel, geloof ik. Ik bedoel, ik was maar een nichtje en niet hun dochter. Mijn tante was geen moederlijk type. Joost mag weten waarom ze steeds maar kinderen kreeg. Ik weet alleen dat ze in mij een kant-en-klare babysitter zag. Sommige dagen paste ik vierentwintig uur per dag op. Haar kinderen hielden van me, en in die tijd had ik mensen nodig die van me hielden.’

Rico was geschokt door haar tragische verhaal en door het feit dat hij tot dan toe nog geen moment had stilgestaan bij haar familie of haar jeugd. En hij beweerde dat hij van haar hield! Misschien was hij inderdaad net zo egoïstisch als die Roberto. Of misschien waren alle mannen egoïstisch. Hoe dan ook, het was hoog tijd dat hij eens aan haar ging denken, in plaats van aan zichzelf. ‘En je oom? Met hem had je toch hopelijk geen problemen?’

Ze schrok op. ‘Wat bedoel je? O… O nee, helemaal niet. Waarom denken mensen altijd meteen aan zulke verschrikkelijke dingen?’

Schouderophalend antwoordde hij: ‘Zelfs op je twaalfde moet je al een knap meisje zijn geweest.’

‘Eerlijk gezegd niet. Ik was nooit zo’n beeldschoon kind met babyblauwe ogen en krulletjes. Ik was altijd erg dun en knokig. Verder had ik steil, muisbruin haar, een huid die nooit bruin werd en van die grote lichtgroene ogen. Op school noemden ze me Kikker. Rond mijn veertiende schoot ik de lucht in en kreeg ik een ontzettend vreemd en slungelig uiterlijk. Een en al benen en geen noemenswaardige borsten. Ik was niet zo’n meisje naar wie mannen kijken en fluiten. Toen ik achttien was, verbeterde het iets, maar ik had nog steeds geen zelfvertrouwen. Ik liep rond met hangende schouders en keek altijd naar de grond.’

‘Dat kan ik bijna niet geloven. Je loopt zo mooi en recht.’

‘Dankzij een cursus lichaamshouding en persoonlijke verzorging, die ik won nadat ik naar Sydney was gekomen. Het was een prijs in een tombola die door de vrouwen op mijn werk was georganiseerd. Indertijd werkte ik op de postkamer van een plasticbedrijf. In elk geval, de mensen van de cursus zeiden dat ik model kon worden, en bevolen me aan bij een bureau. Ik had niet verwacht dat ze me zouden aannemen, maar dat gebeurde wel, en voor ik het wist, liep ik op de catwalk en deed ik modeshows. Ik ben nooit een supermodel geworden – daarvoor ben ik iets te klein – maar ik heb er goed van kunnen leven.’

‘Ik moet toegeven dat ik me je naam alleen vaag herinner. Maar toen ging ik ook niet met modellen om.’

‘Te kleine borsten naar je smaak?’

‘Heel geestig. Nee, ik denk dat ik een te groot ego had om met succesvolle vrouwen te kunnen concurreren. Ik was tevreden met meiden die mij fantastisch vonden, in plaats van andersom. Hopelijk ben ik sindsdien veranderd. Ik weet dat jij denkt dat ik van de ene blonde del naar de andere loop, maar dat is niet zo. Niet meer, tenminste.’

Bedachtzaam keek ze hem aan. ‘Je verbaast me. Reflecteren over wat je hebt gedaan en waarom, is een teken van volwassenheid. Ik ben blij dat je geen vriendinnen als Jasmine meer wilt. Je verdient beter. Hè? Zei ik dat? Nou ja, ik zei al dat je me gek maakt.’

Hun blikken ontmoetten elkaar, en hij wilde haar opnieuw kussen. Heel graag. Natuurlijk deed hij het niet. In plaats daarvan probeerde hij meer over haar te weten te komen. ‘Hoe zit het met dat ongeluk van je ouders?’ vroeg hij vriendelijk. ‘Hoe is het gebeurd?’

De herinnering maakte haar droevig. ‘Ze gingen met mijn zusje, Fay, naar Sydney naar een specialist. Mijn zusje had een vergroeide ruggengraat. We woonden op een boerderij op het platteland, vlakbij Mudgee. In die buurt waren weinig specialisten. Die ochtend waren ze naar Sydney gereden, en ze hadden de hele dag in het ziekenhuis doorgebracht. Nadat ze ’s avonds in Sydney hadden gegeten, reden ze vrij laat terug. Niet ver van huis raakte de auto aan de verkeerde kant van de weg en kwam vlak voor een vrachtwagen terecht. Ze denken dat papa achter het stuur in slaap gevallen was.’

Zijn hart ging naar haar uit. ‘Dat is verschrikkelijk, Renée. Ik vind het heel erg voor je.’

Hun ogen vonden elkaar, en hij hoopte dat ze zijn oprechte sympathie in de zijne zag.

‘Je bent niet echt een grote boze wolf, hè?’ zei ze fronsend.

Hij glimlachte, blij dat ze eindelijk meer in hem zag dan een rokkenjager. ‘Nee. Ik moet toegeven dat ik me de afgelopen dagen niet van mijn beste kant heb laten zien.’

‘Lieve deugd, als dat niet je beste kant was, dan staat me deze maand nog wat te wachten.’

Hij moest lachen. Ze had een venijnig soort humor. Bijna kwam hij in de verleiding om haar te vertellen dat ze hem niet voor de gek kon houden. Hij wist dat ze meer dan seks van hem wilde. Ze wilde dat hij van haar hield en met haar zou trouwen. Maar het was de tijd noch de plaats voor zo’n confrontatie. Hij wilde niet het risico lopen haar door zijn ongeduld helemaal te verliezen. Hij zou wachten op het juiste moment, waarop ze zijn liefde kon accepteren. Intussen zou hij voorzichtig nog meer persoonlijke vragen aan haar stellen. Ze was nu begonnen hem dingen te vertellen, en er was geen reden om daarmee op te houden.

‘Wat gebeurt er nu met je vader?’ vroeg ze. ‘Hij zag er niet al te slecht uit. Een beetje flets, maar prima in staat om, net als alle mannelijke Mandretti’s, negentig jaar te worden. Tenzij ze worden vermoord natuurlijk. Ongetwijfeld door jaloerse exen en wraakzuchtige minnaressen.’

Hij grinnikte en begon haar net te vertellen wat de dokter had gezegd, toen Katrina binnenkwam. Ze keek verbaasd en blij toen ze zag dat haar kleine meid sliep. ‘Ik werd ongerust,’ zei ze. ‘Maar ik zie dat het niet nodig was. Heel erg bedankt, maar ik neem haar mee naar huis,’ ging ze verder, onderwijl haar dochter uit Rico’s armen overnemend. ‘Papa ligt lekker te rusten. Morgen ga ik weer bij hem langs. Leuk je te ontmoeten, Renée. En bedankt voor het oppassen. Jammer dat je niet echt Rico’s verloofde bent. Voor de verandering mag hij best eens met een aardig iemand trouwen. Dag, Rico.’ Ze bukte om hem te kussen, en toen ze dat deed, fluisterde ze: ‘Idioot.’

Hij grinnikte naar haar toen ze weer rechtop ging staan. Katrina was altijd als een tweede moeder voor hem geweest, en ze had hem bijna net zo verwend als ze Gina deed. Als ze hem een idioot noemde, was dat een zeer ernstig verwijt. Toch betekende het ook dat ze Renée goedkeurde als potentiële schoonzuster. Dat was erg fijn. ‘Tot morgen, zusje.’

Ze rolde met haar ogen naar hem en vertrok.

‘Zien al je broers en zusters er zo goed uit als jullie tweeën?’ vroeg Renée, toen Katrina wegliep.

Hij dacht even na. ‘Bijna,’ zei hij, en Renée gaf hem plagerig een stomp op zijn bovenarm.

‘Verwaande kwast.’

‘Ja, dat probleem hebben wij, boze wolven, gemeen. We zijn arrogant. Zullen we eens gaan kijken wat de oude heer aan het doen is?’ Hij stond op, pakte haar hand en trok haar omhoog.

‘Heb je liever dat ik in de auto op je wacht?’

‘Absoluut niet. Papa is dol op mooie vrouwen. Jouw aanblik zal zijn hartslag goeddoen.’

‘Vleier.’

‘Die eigenschap kom je ook vaak tegen bij boze wolven. We vleien.’

‘Ik heb al gezegd dat je geen boze wolf bent.’

‘Dat is zo. In dat geval ben ik geen vleier. Dan moet je dus echt mooi zijn.’

Ze schonk hem een van haar komische gezichten. ‘Na u, Mr. Mandretti.’

‘Ik moet even aan de zuster vragen waar hij ligt.’ Nadat de verpleegster het had uitgelegd, gingen ze op weg. De aanwijzingen waren nogal ingewikkeld, en ze verdwaalden een paar keer. Ze doolden door lege gangen voor ze eindelijk de juiste vleugel en kamer vonden.

Rico was blij te zien dat het een eenpersoonskamer was. Inmiddels zag zijn vader er beter uit en had hij wat kleur in zijn gezicht. Hij was ook diep in slaap, dankzij een injectie die hij had gekregen, vertelde zijn moeder hen.

‘Je hoeft niet te blijven,’ zei ze tegen Rico. ‘Kom morgen maar langs.’

‘En jij dan, ma? Je moet wat gaan slapen. Ik zal je wel thuisbrengen.’

‘Dank je, Enrico, maar dat hoeft niet. Ik kan hier blijven slapen. Dadelijk brengt een vriendelijke zuster eer stretcher. Ik slaap hier bij papa.’

Rico fronste. Hij vond het maar niks. Waarom zou het ziekenhuis dat toestaan? Alleen als -

‘Tegenwoordig is dat een standaardmogelijkheid in ziekenhuizen,’ onderbrak Renée zijn gedachten zacht. ‘Het betekent niets.’

Hij keek haar aan. ‘Hoe weet…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Laat maar.’ Hij wilde denken dat ze hem aanvoelde, dat ze nu al op elkaar afgestemd raakten, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Hij omhelsde zijn moeder ten afscheid en kuste zijn vader gedag, voor het geval dat. ‘Laat me niet in de steek, pa,’ fluisterde hij. ‘Ik houd van je.’

‘Het komt wel goed,’ zei Renée, toen ze hem voorging naar zijn auto. ‘Hij wordt goed verzorgd.’

‘Dat denk ik ook.’

‘Toch zit je over hem in,’ zei ze, toen ze Rico’s auto bereikten. Het was de enige overgebleven auto op de parkeerplaats, en hij werd verlicht door een telegraafpaal. ‘Je houdt veel van je familie, hè?’

‘Natuurlijk. Familie is alles, Renée.’ Haar ogen kregen ogenblikkelijk een sombere uitdrukking, en hij kon zichzelf wel voor zijn hoofd slaan. ‘Lieve hemel, wat ben ik toch een stommeling,’ mompelde hij, en hij trok haar in zijn armen.

Ze liet hem begaan, maar ze snikte. Toen ze haar gezicht tegen zijn borst drukte en huilde, hield hij haar vast en streelde haar haren.

‘Dat had ik niet moeten zeggen,’ zei hij berouwvol. ‘Het was stom van me.’

‘Nee,’ snikte ze, hoofdschuddend. ‘Nee, het is juist heel mooi.’ En ze huilde nog even verder. Intens. Wanhopig.

In de wetenschap dat hij niets kon zeggen waardoor ze zich beter zou gaan voelen, liet hij haar uithuilen. Vóór deze avond had hij niet geweten hoe het zou voelen als je je beide ouders op zo’n tragische wijze verliest. De angstige gebeurtenis met zijn vader had hem een idee gegeven. Maar niet helemaal, moest hij toegeven. Hoe zou hij echter kunnen weten hoe het was als je als twaalfjarige te horen kreeg dat je hele familie was omgekomen? En hoe het was om te wonen bij mensen die je niet echt wilden of niet van je hielden? ‘Ik weet niet hoe het met jou is gesteld,’ zei hij, toen ze eindelijk was gestopt met huilen. ‘Maar ik zou wel iets willen eten. Zouden ze onze barramundi warm hebben gehouden?’

‘Waarom gaan we niet naar mijn huis?’ bood ze aan. Haar ogen waren nog steeds mooi, ondanks hun rode randjes. ‘Ik heb een hele voorraad kant-en-klare maaltijden in mijn vriezer staan die in de magnetron zo klaar zijn. Geen supermarktproducten, hoor, maar lekker zelfgemaakt eten.’

‘Dat klinkt heerlijk,’ zei hij, in een poging niet te laten merken dat hij verbaasd was dat ze kookte.

Haar woning was een nog grotere verbazing. Landelijk meubilair dat zeer comfortabel was, terwijl hij zich duur antiek had voorgesteld of van dat kille, minimalistische spul dat je vaak in woonbladen zag. Voor hij het wist, zat hij op een houten stoel die met een gebloemd kussen bekleed was, Thaise kip en noedels te verorberen. Daar dronken ze Chinese thee bij. ‘Je weet niet half hoe ik geniet als iemand anders heeft gekookt,’ zei hij tussen twee happen door.

‘Je weet niet half hoe ik geniet als iemand anders mijn eten eet,’ reageerde ze. ‘Ik ben altijd alleen.’

Terwijl hij nog wat van het heerlijke voedsel at, liet hij die informatie bezinken. Hij wist zo weinig van haar. ‘Waarom ben je getrouwd met iemand die zoveel ouder dan jij was?’ vroeg hij, toen hun borden leeg waren. ‘En geef alsjeblieft geen onzinantwoord. Ik wil de waarheid.’

‘De waarheid,’ herhaalde ze langzaam. Berustend leunde ze achterover in haar stoel. ‘Je bent vanavond extra nieuwsgierig, hè? Goed, misschien moet je de waarheid maar eens horen. Ik ben met Jo getrouwd omdat hij van me hield en geen kinderen wilde.’

Hij had niet verbaasder kunnen zijn. Of ongeruster.

‘Het had niets te maken met zijn geld,’ voegde ze er zuur aan toe.

‘Ik geloof je.’ Hij knikte traag. ‘Maar waarom wilde jij geen kinderen?’

‘Dat zei ik niet. Jo wilde ze niet.’

‘Sorry, ik snap er niets van.’ Geen bal.

‘Dit vertel ik je alleen maar, omdat ik een akelig vermoeden heb waar dit heen gaat. De hele waarheid is dat ik geen kinderen kan krijgen.’

Het was of hij een klap in zijn gezicht kreeg; in één keer waren al zijn plannen weggevaagd. Hoe kon hij met haar trouwen en haar de moeder van zijn kinderen maken als ze er geen kon krijgen? Hij zat daar met zijn mond open, terwijl zijn hoop op een toekomst met haar verdween. ‘Hoe… Hoelang weet je dat al?’ vroeg hij, toen hij weer kon nadenken.

‘Sinds mijn zesentwintigste. Ik had een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Ik kreeg complicaties en een ernstige bacteriële infectie. Om mijn leven te redden, moesten ze me opereren, waarna ik het goede nieuws hoorde.’

Hij wist niet wat hij moest zeggen. Hij wist dat haar sarcasme veel pijn verborg. Dat zag hij in haar ogen. De chirurg had haar baarmoeder moeten verwijderen. Wat een bericht om te moeten geven aan een vrouw van in de twintig! Toch verklaarde het veel. Haar huwelijk met Joseph Selinsky, haar besluit nooit meer een vaste relatie te beginnen, haar terughoudendheid om over liefde te praten of er zelfs maar aan te denken. ‘Roberto was de vader, hè?’ zei hij begripvol.

‘Hoe raad je het zo.’

‘Wat is er gebeurd? Heeft hij je gedumpt omdat je geen kinderen meer kon krijgen?’

‘Nee, zeg. Hij was een veel grotere egoïst. Hij deed lief, zei dat hij nog steeds zielsveel van me hield, en dat we alsnog zouden trouwen. Daarna bleef hij met me slapen alsof er niets aan de hand was. Niet veel later begon hij veel naar het buitenland te gaan. Voor modellenwerk, zei hij. Rond die tijd zette ik mijn modellenbureau op, en ik kwam erachter dat hij in geen tijden modellenwerk had gedaan. Toen ik dat ontdekte, was hij weg. Ik belde hem onmiddellijk en vroeg hoe het zat. Tijdens het telefoongesprek bekende hij dat hij al zijn tijd bij zijn nieuwe, zwangere vrouw in Italië doorbracht.’

Rico hapte naar adem. Die schoft was getrouwd!

‘Ze kwam uit een zeer rijke familie,’ vertelde Renée verder, haar mond tot een glimlach forcerend. ‘Het gekke is dat hij niet snapte waarom ik zo kwaad was. Hij zei dat hij nog steeds van me hield, en wilde dat ik zijn minnares bleef. Zijn schoonvader had hem een baan gegeven op de exportafdeling van diens schoenenfabriek, zodat hij regelmatig naar Australië kon komen. Ik was een perfecte minnares, omdat ik niet zwanger kon worden en hij dus zelfs geen condooms hoefde te gebruiken. Hij zou alleen met mij en zijn vrouw slapen, zodat alles veilig was.’

Rico kon zijn oren niet geloven. Wat voor man deed of (zei zulke arrogante en ongelooflijk tactloze dingen? ‘Wat heb je gedaan?’

‘Hoe bedoel je, wat heb ik gedaan?’ vroeg ze op haar beurt. ‘Ik heb gezegd dat hij moest oprotten, wat dacht jij dan?’ riep ze hysterisch, onderwijl opspringend. ‘Dacht je dat ik op mijn rug zou gaan liggen om hem zijn gang te laten gaan? Ik heb meer trots dan dat. Dit vertel ik je alleen zodat je niet denkt dat ik met je ga trouwen. Want dat dacht je vanavond. Je denkt dat je van me houdt. Waarschijnlijk denk je dat ik van jou houd. En misschien is dat zo, maar onder deze omstandigheden is dat niet belangrijk. Jij wilt kinderen, en ik kan ze je niet geven. Punt uit. Relatie uit.’

Hij stond op, wandelde om de tafel heen en nam haar bevende lichaam in zijn armen. ‘Ik denk niet alleen dat ik van je houd, maar ik weet het ook. Ik heb nooit anders gedaan. Ik houd van je en wil dat je mijn vrouw wordt. Wat kan het mij schelen dat je geen kinderen kunt krijgen. Mijn gevoelens voor jou zijn veel belangrijker.’ Hij meende het. Hoe zou hij kunnen wat Roberto had gedaan? Een ander trouwen en kinderen krijgen, terwijl zijn hart aan deze dappere, mooie, trotse, koppige vrouw toebehoorde?

‘Dat is niet zo,’ zei ze huilend. ‘Kinderen zijn bijna het belangrijkste voor je. En je houdt niet van me. Het is seks, geen liefde. Na een maand elke nacht seks met mij zul je zien dat je zogenaamde liefde al iets is afgenomen, en dat je me dankbaar bent dat ik nu nee zeg. Zelfs als je echt van me hield, zou je me gaan haten als ik je vrouw was.’

‘Dat betwijfel ik. Ik heb al geprobeerd je te haten, en het is me niet gelukt. Jou trouwens ook niet. We houden van elkaar, Renée, en we horen man en vrouw te zijn. Wat kinderen betreft… We kunnen adopteren. Ik weet dat er weinig Australische kinderen ter adoptie worden gesteld, maar elders op de wereld zijn arme, verwaarloosde weeskinderen die snakken naar een goede mama en papa. En wij zouden goede ouders zijn.’

Ze staarde naar hem, haar groene ogen lichtgevend van de tranen en nog iets. Het was verwondering en ontzag. ‘Dat meen je nog ook, hè?’

‘Ja.’

‘O, lieve hemel… Hoe kan ik nee zeggen? Toch moet ik dat. Ik weet het. Het gaat te snel. Op dit moment denk je even niet helder. Weet je wat, ik zal een maand lang je minnares zijn, zoals afgesproken. Een maand lang wilde, ongeremde en voortdurende seks, Rico. Als je na die maand nog steeds met me wilt trouwen, zeg ik ja.’

‘Echt?’ Hij had moeite zijn vreugde te bedwingen, niet over die maand wilde seks, maar over het feit dat ze ja zou zeggen. Hoewel die maand seks ook fantastisch klonk.

‘Echt.’

‘Kom je er niet op terug?’ vroeg hij, haar optillend.

‘Nee. Tenzij je in de tussentijd iets heel ergs doet.’

‘Zoals wat?’

‘Weet ik veel. Als je een seriemoordenaar wordt of je gaat scheren in de weekends misschien,’ mompelde ze, met haar hand over zijn zeer stoppelige kin strijkend. ‘Volgens mij zijn mijn tepels hier verslaafd aan geworden…’

‘Alleen je tepels?’ vroeg hij zuur.

‘Misschien andere gevoelige delen ook wel.’

‘Jij weet niets over verslaving, dame,’ zei hij, terwijl hij haar naar haar slaapkamer begon te dragen. ‘Ik zal je laten zien wat serieuze verslaving is, en wat je eraan kunt doen.’ Voor de tweede keer bedreef hij de liefde met haar, waarna hij zich ineens de rapporten van dat bureau herinnerde.

‘Rico,’ zei ze zachtjes kreunend toen hij stopte.

Hij kuste haar schouder. ‘Ik hap even adem, lief.’

Lieve hemel, als ze er ooit achter kwam… Zou hij het de volgende dag afzeggen? Nee, dat had geen zin. Trouwens, hij wilde nog steeds weten met wie ze had geslapen. En zelf zou ze dat niet vertellen. Ten aanzien van haar financiën moest hij zichzelf ook maar geruststellen.

‘Rico, alsjeblieft…’ Haar heupen kronkelden tegen de zijne, haar borsten wiebelden onder zijn handen.

Hij kermde. Het was onmogelijk om nu aan iets anders te denken. Met zijn rechterhand gleed hij over haar buik, zijn linker bleef om haar borst heen liggen. Hij drukte haar rug tegen zich aan tot ze twee perfecte lepeltjes waren, tegen elkaar aan alsof ze één waren. Toen ze weer kronkelde, schoten er elektrische vonken van genot door hem heen en kwam hij al bijna klaar. Hij rolde op zijn rug en nam haar mee, nu niet meer zo diep in haar. Toen ze haar benen rusteloos spreidde en doorging met bewegen, bleef hij rustig in haar. Intussen speelde hij met haar stijve tepels, en met zijn andere hand ging hij naar het plekje waarvan hij wist dat het ook opgericht was. De lichtste aanraking deed haar naar adem snakken. Een steviger streling, en ze verstijfde. Een kneepje, en ze gilde het uit.

‘Van míj,’ mompelde hij, en hij kwam heftig klaar. Van mij, tot de dood ons scheidt… Of totdat… Nee, zwoer hij wanhopig. Dat mocht niet gebeuren. Nu niet en nooit niet. Het zou zijn geheim zijn, en dat zou hij meenemen in zijn graf.