15

“En wat doen we nu dan?” vroeg Dymphy. Ze boog over Miel heen en probeerde zijn wond te bekijken door het shirt aan de kant te trekken.

Hij hield haar tegen. “Weet ik niet. Dat hangt van de ernst van de wond af, denk ik zo.”

Ze fronste. “Laat me die wond nou zien dan!”

“Het doet pijn en ik heb het koud,” constateerde Miel.

“Had dan ook een jas aangetrokken,” zei Dymphy.

“Maar dat zag er niet echt uit boven deze broek,” reageerde Miel verontwaardigd.

Ze zuchtte. “Soms ben je wat té.”

Hij glimlachte. “Je wordt volwassen, Dymph.”

Ze keek hem vragend aan. “Misschien heb je wel gelijk. Al die stomme dingen die we de laatste tijd hebben gedaan zijn niet allemaal even positief geëindigd. Misschien…Misschien is het beter dat we voortaan beter over dingen na gaan denken!”

Miel beantwoordde haar blik met de zijne en ze keken elkaar een paar tellen recht in de ogen. “Misschien,” zei hij uiteindelijk.

Achter hen hoorden ze weer iets op de grond vallen, waarschijnlijk nog een stuk plafond. Ook zagen ze nu grote rookpluimen verschijnen vanaf het dak. “We moeten weg,” zei Miel.

“Waarom?”

In de verte klonken sirenes. “Reden genoeg?” vroeg Miel. Hij stond kreunend op en hinkte weg. Dymphy keek hem een paar tellen na en moest stiekem een beetje lachen om de vertoning die hij neerzette.

Halfnaakt over straat strompelend, alleen gekleed in een zwarte katoenen broek met een shirt om z’n voet gewikkeld. Waar waren zijn schoenen eigenlijk?

“Miel! Staan je schoenen nog binnen?” vroeg ze.

Hij keek om en knikte. “Ja, maar laat maar zitten! We moeten weg voordat de politie of de brandweerauto’s ons vinden.”

“En die dooie dan?”

“Instant crematie! Scheelt veel kosten! Kom op nou, voordat de politie of de brandweer, of wat er ook maar aankomt, hier is!” riep Miel terwijl hij snel door hinkte.

“Maar dat gaat stinken!” protesteerde Dymphy.

“Dymph!” klonk een strenge Miel.

Dymphy zuchtte nadrukkelijk en volgde Miel.

Op de terugweg naar het hotel was Dymphy zo verstandig om een lading verband en een shirtje aan te schaffen bij een winkel die ze passeerden. Het shirt trok ze meteen aan. Beide waren ze helemaal verkleumd, natgeregend en verwaaid toen ze aankwamen bij het hotel.

“Dit is niet mijn idee van een perfecte vakantie…Of een avontuurlijke zoektocht,” zei Miel.

“Ik weet het,” zei Dymphy die de badkuip vol had laten lopen. “Ik kom bij je in bad zitten hoor.”

Miel opende z’n mond maar Dymphy was hem voor.

“Nee, niet naakt. Als we dat nou beiden niet doen kunnen we lekker opwarmen. Gatver, wat een weer zeg. Het lijkt Nederland wel!”

Ze hielp Miel naar de badkamer, Miel trok zijn broek uit en ging in bad zitten.

“Leuk roze onderbroekje!” zei Dymphy.

“Dank je,” zei hij. “Je bent jong en je wilt wat, hm?”

Dymphy dimde het licht wat en kwam tegenover Miel zitten. “Ah, wat een verademing! Zullen we straks lekker lui roomservice bellen en toch maar weer wat smerig eten bestellen?”

“Laten we dat doen,” zei Miel, die alles goed vond zolang hij maar lekker kon blijven zitten.

“Hoe voelt je voet aan?” vroeg Dymph.

“Pijnlijk. Alsof er stukken huid heen en weer deinen in het water.”

“Het bloedt gelukkig niet meer, dat is natuurlijk al heel wat!” zei ze nadat ze Miels voet naar boven had getrokken. Ze trok een beteuterd gezicht. “Maar over die huid heb je helemaal gelijk. Zo te zien heb je geluk dat er geen glas in je huid is achtergebleven.”

“Ik hoop niet dat ik de rest van m’n leven moet strompelen,” zei Miel.

“Vast niet. En anders zet ik je wel in een rolstoel en duw ik je overal heen.”

“Je bent een schat, Dymphy. Je wordt vast een heel goede moeder!”

“Oh, ja. Ik ben zwanger! Ik heb er gewoon een hele dag niet aan gedacht!”

Ze bleven even stil zitten.

Dymphy keek om zich heen en zag haar broek op de grond liggen.

Die was smerig en nat. Ze hoopte dat haar kind ook eens zo thuis zou komen. Smerig en nat, zodat ze even heel kwaad moest kijken terwijl ze dat absoluut niet zou menen. Het leek haar al met al best leuk om het kindje op te voeden. Ook al was ze nog maar net achttien.

“Sorry,” zei Miel ineens.

“Mm?” zei Dymph. “Waarvoor?”

“Gewoon. Voor alles, voor dat ik ben wie ik ben. Soms heb ik echt het idee dat ik je alleen maar in de weg zit. Dat je elke keer een gesprek met me aangaat omdat je medelijden met me hebt…Omdat ik alleen ben.”

Haar grote ogen keken hem aan.

“Ik ben niet alleen. Ik heb best een leuke baan, ik heb een goede band met m’n collega’s, ik heb nog een paar leuke vrienden ook, ook al heb ik die de laatste tijd amper gezien omdat ik al een hele tijd idiote dates heb gehad en het voor die tijd ook niet echt genieten was…” ratelde Miel.

Ze zweeg maar keek hem begripvol aan.

“Weet je, misschien heb je wel gelijk. Ik ben alleen, tenminste, als ik jou niet zou hebben. Is het niet andersom? Claim ik jou juist niet omdat ik anders alleen ben? Moet ik minder aan je gaan hangen want dan moet je het meteen zeggen, hoor! Ik wil niet dat je een hekel aan me krijgt. Ik heb gewoon geen idee wat ik moet, eigenlijk,” zei Miel die op z’n lip beet na deze zin.

“Miel…” begon Dymphy.

“Zeg maar niets, je hebt gewoon gelijk. Ik ben een blok aan je been.”

“Dat is helemaal niet zo, joh! Oh lieverdje, kom eens hier!” Ze trok hem naar voren en sloeg haar armen om hem heen. “Waar haal je deze onzin nou weer vandaan? We gaan met elkaar om omdat we vrienden van elkaar zijn, niet omdat een van ons zielig is!”

Ze trok haar hoofd terug en keek hem aan. “Denk niet van die rare dingen!”

Er viel een traan vanuit Miels ooghoek naar beneden en hij haalde zijn schouders op. “Ik weet het ook niet meer,” zei hij voordat hij uit bad opstond en de kamer uitliep met een drijfnatte onderbroek.

Dymphy vond hem slapend op de bank nadat ze zichzelf had omgekleed en de smerige kleren in een zak had gestopt. Ze bond haar haren bijeen in een staart, pakte de dekens van het bed af en legde die over hem heen. Hij had wel een beetje gelijk, misschien. Het moedergevoel kwam al wat naar boven. Op een hulpeloze Miel oefenen was stiekem ook wel handig. Toch leefde ze wel met hem mee. Hij had het niet makkelijk. Ze was veel te snel geweest met de dates. Hij was nog net niet geflipt. Volgende keer moest ze beter opletten, tenminste, als er een volgende keer kwam. Ze hoopte het niet voor hem, want hij verdiende gewoon een leuk vriendje waar hij dingen mee kon ondernemen, die er voor hem was, maar er ook voor zorgde dat hij de band met z’n vrienden behield. Ze moest de dates maar wat matigen, bedacht ze. Zou ze meteen de leukste maar regelen als ze thuis waren en de andere lelijke jongens maar afzeggen? Een beetje leedvermaak was natuurlijk ook wel goed maar blijkbaar ging hij eraan onderdoor.

Het was het overwegen waard. Ze bukte, gaf hem een zoen op z’n voorhoofd, pakte de zak met smerige was en liep de kamer uit. Ze ging maar eens kijken waar ze de was kon doen en waar ze voedsel kon scoren.

Miel sperde z’n ogen wijd open. “Dymphy?”

De stilte begroette hem. Hij probeerde overeind te komen, wat hem niet lukte. Hij lag vastgebonden op een bank in een of andere vage hotelkamer. “Dymphy! BEN JE HIER?!” schreeuwde hij.

“Wat denk je nou helemaal?”

“Ah, je bent er,” zei Miel opgelucht.

“Nee, denk nog maar eens goed na.”

“Danny?”

“Nee, onnozele. Ik ben het weer! Je geweten.”

“Oh. Jij.”

“Wat een hartelijke begroeting weer,” klaagde het geweten.

“Ik kan nou niet zeggen dat ik veel vrolijker werd van je vorige bezoek,” zei Miel.

“Ach, dat ligt aan jezelf. Je bent gewoon een zwak mannetje.”

“Pest je Dymphy soms ook op deze manier?” vroeg Miel.

“Nee, jij bent toch mijn eigenaar?” vroeg het geweten.

“Ik begrijp je niet,” zei Miel.

“Nee, ik jou ook niet. En daarom is het nodig om zo nu en dan even een gesprek met je aan te gaan.”

“Wat is het hele probleem?” vroeg Miel geërgerd.

“Je bent een aansteller. Je voet bloedt een klein beetje, wat resulteert in een hoop gejank en nu lig je hier op de bank te slapen en ben je je vriendin kwijt,” zei het geweten scherp.

“Ik droomde net dat Dymphy in een park werd aangevallen door twee enge mannen!” zei Miel.

“Spannend, ben je jaloers?”

“Enigszins, ja. Zomaar twee mannen scoren…Ik doe het haar niet snel na.”

“Dat is het voordeel van vrouwen. Ze hebben twee opvallende blikvangers. Als jij ook die aandacht wilt, dan moet je iets anders doen.”

“Oh? Heb je nu plotseling ook nog goede adviezen?”

“Ik zit er barstensvol mee. Zal ik maar meteen beginnen?”

“Gaarne,” zei Miel.

“Goed. Stap één. Kom met je luie rotreet van die bank af.”

“Maar ik zit vastgebonden!”

“Nee, Dymphy heeft je ingestopt, zwakkeling. En nu opstaan, dan gaan we haar redden. Ik denk dat het geen droom was namelijk.”

“Oh.”

Miel ging met wat meer kracht overeind zitten en slaagde. “Goed. Droge onderbroek. Kleren. Mhm.” Hij mompelde tegen zichzelf terwijl hij zich aankleedde. “Oh, en eau de toilette. Onmisbaar!”

Hij stormde de deur uit.

“Gewetengevalletje?”

“Ja.”

“Waarom ben je nu maar alleen?”

“Ik ben het beste van beide. Sarcastische klootzak én behulpzaam.”

“Klinkt goed, zo ben ik ook,” zei Miel al rennende. Hij negeerde de pijn van zijn voet.

“Ja,” zei het geweten. Als het ogen had gehad was dit het moment geweest om ze te laten rollen.

In tegenstelling tot wat Miels droom liet zien en wat zijn geweten hem vertelde, zat Dymphy helemaal niet in het park, ze zat op het toilet de nieuwe Chinese Donald Duck te lezen. Ze had hier plaatsgenomen nadat ze een acute vorm van koude voeten had, wat bij haar altijd het teken was dat ze maar eens nodig een grote boodschap moest doen.

Nadat Dymphy tot de conclusie kwam dat ze niet begreep waar de Chinese Donald Duck over ging en haar grote boodschap had geloosd, liep ze naar het restaurant van het hotel. Gelukkig kon ze daar een paar droge broodjes scoren en een fruitcocktail. Omdat ze Miel er vast een plezier mee zou doen, nam ze voor hem ook wat mee. Bij terugkomst was de bank, waar Miel zojuist nog op lag te slapen, leeg.

“En hier gaan we weer…” kreunde ze. “Miel! miel, waar ben je?!”