12

Nadat ze zich een aantal dagen hadden vermaakt door de westerse toerist uit te hangen, brak de dag aan dat Danny moest vertrekken voor zijn sollicitatie. Dymphy was constant bezig om de aandacht van hem te trekken.

“Danny, hou je nog wel van me?” vroeg ze.

“Ja, natuurlijk hou ik nog wel van je. Hoezo?”

“Je zegt het nooit meer!”

“Maar ik mag het niet van je zeggen, omdat je dat te klef vindt, en als ik het wel doe bijt je een stuk uit mijn oor.”

“Ja, dat is wel zo. Maar laat het dan op een andere manier merken!”

Danny keek haar aan. “Ik vind het ook niet leuk dat ik weg moet, maar het is voor het goede doel! Straks woon ik dicht bij je in de buurt en dan kunnen we elke dag samen zijn en hoef je niet te wachten op het weekend. Zit er nou maar niet over in dat ik niet van je zou houden, ik ga juist weg omdat ik van je hou!”

“Wat een dramatisch verhaal,” merkte Miel op. “De volgende keer in Danny en Dymphy…Danny verlaat Dymphy voor het goede doel! Dymphy vind het werkelijk verschrikkelijk! Ze weet niet meer wat ze moet doen en loopt in haar ondergoed rond in Hong Kong! Wat een verschrikking! Wat een toestand! Wat een – ”

“Miel, hou je mond. Jij zou het ook niet leuk vinden als een van je mogelijke partners weg zou gaan als je net romantisch op vakantie bent!” beet Dymphy hem toe.

“Dat is zo, maar toch. Ik moest er gewoon even wat mee doen. Ooit moet dit echt verfilmd worden. Het wordt een kijkcijferkanon! En overigens, we zijn niet op vakantie, we hebben een zoektocht georganiseerd om onze vermiste vriend Eddy te vinden.”

Dymphy negeerde hem.

“Wil je me even vasthouden?” vroeg ze aan Danny.

“Ik ga. Seks-ze!” zei Miel. “En niet kindjes verwekken hè, één is genoeg.”

“Dag Miel, ik zie je zo nog wel hè?” zei Danny.

“Ja, is goed,” zei Miel. Hij sloeg de deur dicht en liep naar de badkamer. Voor de zesde keer in vijf dagen ging hij in bad zitten en liet het vollopen. Hij benutte de kansen maar even omdat ze thuis geen bad hadden. Hij zette zijn mp3-spelertje aan en droomde weg.

“Eigenlijk wil ik best wel met je mee naar huis,” zei Dymphy zacht tegen Danny. Ze lagen knuffelend bovenop de witte dekens en de kamer werd verlicht door de stralende zon. Er dwarrelde stof heen en weer.

“Dat kan toch niet zomaar! Dan moet Miel ook mee.”

“Ach, die redt zich wel.”

“Nee, dat kun je niet maken, Dymphy,” zei Danny.

“Ik ben het gewoon zat!” schreeuwde Dymphy, totaal onverwacht. Ze voelde zich opgesloten omdat ze geen keus had. Haar geliefde ging naar de andere kant van de aardbol en ze was verplicht om met homo, die zich druk kon maken om de kleur van zijn ondergoed, in Hong Kong te blijven. Zoals gewoonlijk had ze weer last van een algehele stemmingswisseling.

“Wat ben je zat?” vroeg Danny, die een wenkbrauw optrok.

“Ja, die Stommerd! Waarom doen we nu in vredesnaam moeite voor Eddy, als het hem altijd maar grote moeite kost om mij niet af te zeiken?”

“Omdat hij vermist is, geloof ik. Tenminste, ik dacht dat dat de reden was dat we een paar dagen geleden de halve wereldbol zijn rondgevlogen,” zei Danny. Hij streelde door Dymphy’s haar.

“Ja, maar Danny, ik wil hem helemaal niet zoeken. Ik wil gewoon lekker vakantie vieren, uitrusten van alles wat we de laatste tijd hebben meegemaakt. Ik wil niet meer dat wij ruzie hebben om niks, ik wil niet meer denken aan mijn baas, ik wil niet meer denken aan ongelukken…Ik wil nu alleen nog maar denken aan leuke dingen! Zoals het kindje dat we gaan krijgen…Het is hier zo mooi! En wat doen wij? Een tussen aanhalingstekens vermiste vriend opzoeken. En zo vermist is ie niet want er wordt nog gewoon met zijn mobiel gebeld!”

“Dat was ik alweer vergeten, dat telefoontje,” zei Danny. “Probeer hem anders even te bellen met deze telefoon hier?”

“Ja, laten we dat eens proberen. Goed idee!” Dymphy haar depressieve bui leek meteen als sneeuw voor de zon verdwenen. Ze pakte de telefoon, draaide Eddy’s nummer, liet hem een paar keer overgaan en gooide toen de hoorn weer neer. “Nee!” zei ze. “We moeten eerst met een ander telefoonnummer bellen, om te kijken of hij dan niet opneemt. Anders zien ze dat we vanuit Hong Kong bellen. Waar is Miels telefoon?”

“Waarom die van Miel?”

“Ik heb jou al teveel gebeld deze maand, ik ben al over mijn belminuten heen!”

“Ah. Zou je het dan eerst niet even aan Miel vragen?”

“Nee joh, die ligt toch lekker in bad.”

’BUUUUUT I STILL LOVE TO WASH IN YOUR OLD BATHWATER,’ Zong Miel vanuit de badkamer.

“mieeeel!”

“wat?”

“schreeuw niet zo!”

“wat zeg je?”

“schreeuw niet!”

“hè?”

“Danny, ga jij even naar hem toe. De vorige keer dat ik bij hem in de badkamer zat, zag ik bijna zijn Elisabeth.”

“Nou, dat maakt het erg interessant om naar hem toe te gaan. Zal ik meteen maar even vragen waar z’n telefoon is en of we die mogen gebruiken?”

“Doe maar, als het zo nodig moet,” zei Dymphy zuchtend.

Een paar minuten later zat Miel ook op bed, met een handdoek om z’n middel gebonden. Hij zocht naar Eddy’s nummer, vond wat hij zocht en drukte op ‘bellen’.

De telefoon ging een paar keer over voor er werd opgenomen.

“Eddy, het is met mij. Miel. Niet ophangen!”

Aan de andere kant van de lijn werd niets gezegd, alleen langzaam geademd en toen werd de verbinding verbroken.

“Nou?” vroeg Dymphy aan Miel.

“Niks, alleen ademhaling en toen werd ik opgehangen.”

“Hm, die mensen, of wat het ook zijn, zijn wel erg mysterieus,” merkte Dymphy op.

“Het zijn gewoon hijgers, joh,” zei Miel.

Prompt ging de telefoon weer.

“Shit! Wat nu?” vroeg Dymphy verschrikt. “Laat maar rinkelen. Nee, neem op! NEEM OP!”

“Maar…” begon Miel.

“Neem o-hop!” zei Dymphy.

“Hallo, met Miel,” zei Miel.

Stop calling, your friend didn’t make it,” hoorde hij iemand brommen.

“What? Why do you have his phone?” vroeg Miel.

Er kwam geen reactie, er was alweer opgehangen.

“Nou, nou?” vroeg Dymphy terwijl ze zat te stuiteren van spanning.

“Het enige wat er werd gezegd is: ‘Stop calling, your friend didn’t make it…’” zei Miel.

Dymphy keek alsof ze een puzzel moest oplossen. “Wat heeft onze vriend niet gemaakt?”

“Nee, dat is een Engelse uitspraak. Het betekent dat-ie dood is,” verklaarde Danny.

“Dat kan toch niet,” zei Dymphy geschokt.

“Iedereen kan doodgaan,” zei Miel.

“Stelletje pinda’s, geef dat telefoonnummer van Eddy maar, dan bel ik nog een keer!”

Miel keek verstoord op. Het voelde voor hem, alsof er tijdens een verjaardagsfeestje, ineens bericht was gekomen dat er een bekende was overleden. Hij gaf z’n telefoon aan Danny.

“Succes ermee. Ik trek m’n kleren even aan.”

Danny toetste het nummer in en ging er vanuit dat hij geen contact zou krijgen. Zijn gedachtegang was blijkbaar verkeerd geweest. Er werd opgenomen.

“Alright, don’t blame me for getting your ass in this shit. Your friend, Ed or Eddy, however you pronounce it…He’s still alive,” werd er meteen verteld, ook al had Danny nog geen woord gezegd.

“Ehm,” zei Danny.

“We checked his phone to see who he has called last. Your names were in the list. Dymph and Meal, right? Odd names. In any case, he just called you guys. Eddy was the largest and weirdest passenger and we want to get rid of him, A.S.A.P.”

“Where are you?” vroeg Danny.

“You’re not the one to ask questions. The thing is that we’ve never arrived in New Zealand. Tomorrow you will receive a text message with more information regarding this. Think it over and choose the right path. Goodbye.”

Weer werd de verbinding verbroken.

“Nou, dat was apart. Eddy leeft wel en doordat hij ons als laatste heeft gebeld, bellen ze ons de hele tijd,” zei Danny samenvattend.

“Dan hadden Miel en ik het toch goed! We dachten al, dat juist wij werden gebeld, omdat wij de laatste waren die hij belde voor zijn vertrek. Morgen moeten we verder op onderzoek uit. Maar morgen ben jij er niet meer!” zei Dymphy panisch.

“Je gaat je hier ook niet mee bemoeien, Dymphy. Dit is veel te gevaarlijk. Ga zo maar met Miel naar de politie en vertel ze alles. Of nee, laat dat maar aan Miel over.”

Dymphy keek hem even vernietigend aan.

“Die spreekt beter Engels,” verklaarde hij, terwijl Miel aangekleed en wel de kamer weer binnen kwam. “Oh, nog een belangrijk punt, de vreemde man zei dat ze nooit in Nieuw-Zeeland zijn aangekomen?”.

“Huh? Dus dat zou betekenen dat Eddy hoogstwaarschijnlijk in Hong Kong verblijft? En dat die enge mensen dus ook hier in de buurt zijn!”

Dymphy keek geschrokken van Danny naar Miel.

“Of ze zijn toch neergestort,” vulde Miel haar aan.

“Ook mogelijk, maar dan is Eddy dood en die andere vreemde gasten leven nog.”

“Nee, die gast zei net dat Eddy nog wel leeft,” vulde Danny het puzzelende stel aan.

“Oh, Danny! Het is al kwart over vijf! Over een paar minuutjes moet je weg. Je tas is nog niet eens fatsoenlijk gepakt,” zei Dymphy verschrikt toen ze op de klok keek.

“Miel! Helpen inpakken!”

“Ik zit zelf nog in kledingcrisis, dan kan ik jullie toch ook niet nog eens helpen?!”

“Je hebt toch al kleren aan!”

“Ja, maar dit past niet bij elkaar. Ik moet me even omkleden.”

Toen Miel eenmaal goed was aangekleed was ook Danny’s bagage al volledig ingepakt.

“Danny, moest je om drieëntwintig over vijf hier vandaan of moest je dan al op het vliegveld zijn?” vroeg Miel toen hij de kamer binnen kwam lopen.

“Nee, dan moet ik hier weg. De taxi zal al beneden staan, waarschijnlijk. Bedankt,” zei hij toen Dymphy hem een tas gaf. Hij zoende haar.

“Nou, tot ziens!”

“We gaan mee naar het vliegveld hoor!”

“Nee, dat hoeft niet, joh, het kan toch allemaal maar net. Blijf hier maar, wel naar de politie gaan en dan eh…Tot snel. Doe voorzichtig!”

“Nee,” snikte Dymphy en ze kon de tranen niet meer tegenhouden.

“Neem me met je mee!” stelde ze voor.

“Ik laat jullie wel even alleen,” zei Miel. “Danny, goede reis en tot snel!” zei hij glimlachend.

“Bedankt, succes met alles,” zei Danny en toen Miel uit het zicht was verdwenen ging hij verder: “Dymphy, je hoeft echt niet mee. Ik vind het wel heel lief dat je het aanbiedt.” Hij zoende haar op haar voorhoofd. Hij stapte de taxi in en Dymphy volgde hem.

“Wa…?” zei Danny.

“Ja, je moet zometeen ook nog een tijd op het vliegveld wachten en zo, ik wil gewoon bij je zijn,” zei Dymphy zo lief mogelijk. Vervolgens negeerde ze Danny een tijdje volkomen en begon tegen de chauffeur te praten over hoe ze hier verzeild waren geraakt en dat ze geen idee hadden hoe ze moesten communiceren met de medemens hier. Ze deed dit allemaal in het Nederlands dus de Chinese man gaf geen teken van leven. Uiteindelijk besloot ze toch maar weer haar aandacht te richten op Danny.

“Oh, Danny. Wie had nou ooit gedacht dat we nog eens in Hong Kong zouden verblijven terwijl ik eigenlijk nu op school had moeten zitten? Ik moet wel eens een echo laten maken binnenkort en ik weet niet wanneer ik eigenlijk ben uitgerekend? Ik moet niet teveel stressen maar gelukkig zijn we op vakantie ook al noemen we het geen vakantie. We gaan wel zo snel mogelijk naar de politie, die vage engerd heeft tenslotte niet gezegd dat er geen politie bij mocht. Vind je niet?

Ik weet het zelf niet, eigenlijk. Ik beloof je niet op onderzoek uit te gaan voordat je terug bent. Ben je wel goed voorbereid op je sollicitatie? Wat zou Miel nu doen? Vast het hotel opruimen, zo is hij wel.

Ik ga daar geen minuut langer zitten dan nodig is. Die kleine ruimtes benauwen me nogal. Al die vreemde mensen, ik ga op zoek naar een camping. Zo snel mogelijk een camping. Vrijheid! En als jij dan komt kunnen we met z’n drieën kamperen. Gelukkig is het prachtig weer, dan zal je reis wel voorspoedig verlopen. Toch wel eng, die vliegtuigen. Wel voorzichtig doen en wel sms’en als je aangekomen bent hoor, maar niet teveel want één SMS-je kost misschien niet veel, als je er veel stuurt wél. Zorg er maar snel voor dat je aangenomen wordt want dan hebben we een leuk inkomen en kunnen we meer sms’en en goed voor de kleine zorgen. Het wordt Sammie als het een jongetje is en Sophie als het een meisje is, oké? Lief, en toch stoer.”

“Dymphy?” onderbrak Danny haar.

“Ja?”

“Je hebt nu zoveel vragen gesteld zonder mij antwoord te laten geven, dus ik geef je maar gewoon géén antwoord, oké? Ben je gespannen, schat?”

“Ik denk het wel. Helemaal alleen met Miel in Hong Kong voelt alsof..Nou ja, je kunt niet zeggen dat het een stoere vent is…Alsof ik hier ben met een meisje dat nog zwakker is dan ikzelf.”

“Miel zorgt echt wel goed voor je, anders liet ik je niet alleen met hem, dat weet je toch? Als het goed is ben ik over vier daagjes weer terug.”

“Gelukkig. Veel langer moet het ook niet duren hoor,” zei Dymphy.

Ze kneep in Danny’s wang en keek zuchtend naar buiten. Ze wilde niet dat hij wegging, maar hij moest. Dat wist ze ook wel. Maar om hier alleen met Miel te zitten…Soms had hij best stoere acties, maar zoals net een kledingcrisis? Dat kan toch niemand gebruiken als je op onderzoek gaat naar een vermiste vriend?

“Het heeft eigenlijk ook wel wat avontuurlijks zo, vind je niet?” zei ze na een minuut.

“Jawel, maar ik vind het niet fijn hoe het zo gaat met dat gedoe van Eddy. Ik wil niet dat we enig risico lopen, vooral niet nu jij zwanger bent,” zei Danny. Hij keek haar bezorgd aan.

“Ik heb je zonet toch beloofd dat ik voorzichtig zou doen? Maar je begrijpt denk ik wel dat het belangrijk is om Eddy toch te helpen. Hoewel hij op dit moment zo’n eikel is, weet je ook wel dat ie heel belangrijk voor me is, en vooral ook hoe belangrijk hij voor me was. Ik ken hem al vijf jaar en we hebben alles gedeeld en elkaar geholpen en gesteund op moeilijke momenten,” zei Dymphy.

“Dat weet ik wel lieverd. Ik neem je uitbarstingen ook altijd met een korreltje zout.”

“Lekker is dat! Dus als ik weer eens laaiend op jou ben, dan neem je dat niet serieus?” zei Dymphy mokkend.

“Natuurlijk wel!” zei Danny met een zware toon van sarcasme in zijn stem.

Dymphy besloot dat het toch maar beter was als ze bij Miel zou blijven. Overigens was er voor haar waarschijnlijk geen plaats meer in het vliegtuig, en mocht dat wel zo zijn dan had ze geen ticket. Dramatisch nam ze afscheid van Danny en stapte de taxi weer uit.

In de straten liepen allemaal kleine mensen. Dymphy voelde zich erg groot, terwijl ze altijd als klein werd beschouwd. Een heel andere wereld leek het wel. Vooral voor een meisje dat nog niet verder dan België was geweest. De drukte viel haar op. Vooral zo middenin de stad. Dymphy had de afgelopen dagen haar ogen al uitgekeken bij alle verschillende kledingwinkeltjes. Ook al zag niemand dat ze zwanger was omdat ze na twee maanden nog geen dikke buik had, vond ze het zelf een uitermate goed excuus om steeds nieuwe kleding te kopen.

Die kleine moest het wel warm hebben.

Het voelde wel goed om zo met haar beste vrienden ver van huis te zijn. Om alles even achter zich te laten. Het zou vast iets zijn waar veel mensen van droomden. Alleen, het nadeel was dat ze in haar examenjaar zat, in verwachting was en nu gewoon de wereld rondreisde, terwijl er nog zoveel te doen was! Gelukkig stond ze er goed voor op school. Nieuw-Zeeland leek haar wel veel boeiender dan Hong Kong.

Uiteraard was deze stad helemaal geweldig, maar Nieuw-Zeeland sprak haar toch meer aan. Vooral toen ze foto’s had bekeken, samen met Eddy, een jaar voor zijn vertrek. Die jongen had alles mooi uitgepland en nu was hij spoorloos. Wat een raar wereldje was het toch.