8

Miel kon niet in slaap komen, rusteloos draaide hij van de ene op de andere zij. “Nieuw-Zeeland”, schoot er opeens door zijn hoofd. Dat is waar ook! Dymphy! Hij was helemaal vergeten Dymphy op de hoogte te brengen! Hij besloot haar maar meteen te bellen, ook al was het nu al half twee.

“Dymphy! Met mij!”

“Miel! Hoi! Wat leuk dat je belt!” zei Dymphy opgewekt.

“Vind je het niet erg?”

“Nee, hoezo?”

“Het is al half twee!”

“Nou en?

“Goed punt!” zei Miel. “In ieder geval moet ik je even vertellen dat we zaterdag weggaan! Naar Nieuw-Zeeland, maar dat had je vast zelf ook al bedacht.”

“Ik kan zaterdag helemaal niet weg!” zei Dymphy.

“Waarom niet?!” vroeg Miel geschrokken.

“Danny en ik hadden besloten om dan kleren voor de baby uit te zoeken en ons alvast te richten op de inrichting van de kinderkamer, voor als we straks een huisje hebben!”

“Dymphy, je weet nog geen week dat je zwanger bent en je gaat al kleren kopen?”

“Ja, waarom niet? Wil je dat het kind klerenloos is als het op de wereld komt?” vroeg ze enigszins boos.

“Nee, dat niet, maar het hoeft ook niet zo’n enorme garderobe als jij nu hebt te zijn op het moment dat het geboren is! We moeten weg!”

“Ik…Ik…Oh, ik vraag het morgen wel aan Danny. Ik heb er eigenlijk niet heel veel zin in,” zei ze zuchtend, “ik ben nog zo moe van het ongeluk.”

“Ja, dat kan ik me indenken maar volgende week voel je je echt al weer beter. Ontspannend toch? Een mooi reisje, ik betaal en als je geen zin hebt om naar Eddy te zoeken, dan doe ik dat wel, ga jij lekker de zwangere dikzak uithangen aan de rand van het zwembad of zo,” zei Miel.

“Ik ben niet dik! Dat duurt nog wel een paar maanden!”

“Dat weet ik, zo idioot is het dus om nu ook al kleren te kopen. Daarnaast moet je eerst weten hoe dik je precies gaat worden, voordat je de maat van de babykleren vast kunt stellen!” zei Miel in een poging om haar van mening te doen veranderen.

“Goed, goed. Dan kopen we die later wel. Mogen hoogzwangere vrouwen wel vliegen?”

“Nee, maar je bent ook nog lang niet hoogzwanger!”

“Miel, soms weet je teveel over mijn lichaam,” zei Dymphy. “Ik begin wel vast met pakken. Ik zie je zaterdag dan. Schrijf jij even een nepbriefje van de dokter, zodat ik dat kan inleveren op school. Maak er maar een blindedarmoperatie van of zo.”

“Dat heb ik vorig jaar al gedaan, Dymphy. En je hebt niet twee van die dingen!”

“Nou iets anders dan, niertransplantatie, hartreparatie, buikmergbreuk…Maak er maar wat van.”

“Dat laatste bestaat niet. Maar oké, ik zal me uitleven! Slaap lekker nog even!”

“Dank je, jij ook, schat!”

Dymphy draaide zich een paar keer rusteloos om in bed. Er schoot van alles door haar hoofd. Zwanger, net uit het ziekenhuis en dan belt Miel ook nog eens midden in de nacht om te vertellen dat er nu een reis naar Nieuw-Zeeland op de planning staat. Om Eddy te zoeken!

De arts, die haar behandeld had, had haar gezegd dat ze nog een tijd rust moest nemen en niet teveel spanning op moest zoeken. Dymphy kende zichzelf, hoewel ze hier geen zin in had, wilde ze Miel niet teleurstellen en daarnaast was het ook wel spannend om Eddy te gaan zoeken. En dat zwembadverhaal van Miel klonk toch ook wel aanlokkelijk. Het zou zowel spannend als ontspannend zijn. Hoewel het niet te lang moest duren, want ze had natuurlijk ook nog school en dan binnenkort ook nog een bevalling van een kindje dat momenteel nog piepklein was en in haar buik lag te schommelen. Ze had nog helemaal niet op internet gekeken, en ook niet in de krant of naar het nieuws! Het lot van Eddy had haar weinig kunnen schelen omdat die klojo teveel met zichzelf bezig was. Toch, door deze plotselinge reis, leek het haar een goed idee om te kijken of er misschien nieuws was over het vliegtuig waar Eddy de desbetreffende dag inzat. Het was wel een beetje dom van Miel dat hij dat niet eerder had gedaan. Nou ja, ze gooide het maar op zijn haarkleur, hij kon er ook niets aan doen.

Hoewel dat onderzoek naar Eddy natuurlijk een erg moeilijke bezigheid was als je in een coma lag, nam ze het zichzelf toch kwalijk dat ze het niet gedaan had. Snel sprong ze uit haar bed, startte haar computer op en wurmde zichzelf in een badjas.

Vliegtuigongeluk” typte ze in op Google. Hm, het eerste wat verscheen was iets over een ongeluk in 1982! Daar was Eddy vast niet bij geweest.

Dymphy dacht even na en tikte toen snel: ‘Vliegtuigongeluk recent’. Het resultaat ging voornamelijk over de zangeres Aaliyah die om het leven was gekomen door een vliegtuigongeluk. “Mensen vermist uit vliegtuig’ was het volgende wat in haar opkwam. Hebbes!

Google News:

Mensen vermist na vliegreis

Schiphol – Het vliegtuig met het vluchtnummer 371Q, dat afgelopen zaterdag vertrok is spoorloos verdwenen. In het toestel bevonden zich J74 inzittenden passagiers. Sinds het vliegtuig langs Hong Kong is geweest, is er niets meer van de inzittenden vernomen. Momenteel wordt dit mysterie verder onderzocht door de lokale politie.

“Dat is het!” riep Dymphy, iets te enthousiast. Er bewoog wat in haar bed en ze hoorde Danny kreunen en zag hem toen slaperig overeind komen. Dymphy begon direct alles te vertellen.

“Danny! Kijk dit nieuwsbericht! Het is toch wel erg raar dat ze ons hebben gebeld als nu blijkt dat het hele toestel is verdw – ”

“Dymphy! Kom nou eens liggen! Je moest verdomme rustig aan doen van de dokter en nu zit je midden in de nacht achter de computer,” zei hij streng.

“Ja, ja, ja, maar luister eens! We gaan zaterdag naar Nieuw-Zeeland, Eddy is vermist en het vliegtuig ook!”

“Dymphy, waar héb je het over? En je mag helemaal niet naar Nieuw-Zeeland!”

“Jawel,” zei Dymphy enthousiast. Ze begon haar verhaal opnieuw en probeerde deze keer alles zorgvuldig uit te leggen.

“Miel, het is met mij.”

“Met wie?”

“Nou, met mij.”

“Oh met jou! Ik heb nog steeds geen idee wie je bent, help me eventjes.”

“Je weet wel, meneer Dag van reisbureau Sunshine?”

“Oh, jij. Ja, je kunt niet verwachten dat ik alle stemmen onthoud hoor, ik hoor er zoveel elke dag,” kreunde Miel terwijl hij op z’n wekker keek. De cijfertjes dansten voor z’n ogen en nadat hij in z’n ogen had gewreven was het nog stukken erger. “Hoe laat is het?”

“Bijna kwart over drie.”

“Allemachtig, waarom bel je me?” vroeg Miel gapend. “Wat is je voornaam eigenlijk? Dat ben ik de vorige keer helemaal vergeten te vragen.”

“Timon.”

“Oh, echt? Wat cool! Maar…Waarom bel je me nou?”

“Eh, het is nogal wat om uit te leggen en zo telefonisch gaat het nogal lastig. Kan ik niet langskomen?”

“Maar het is kwart over drie!” zei Miel, met een gedempte stem. Hij was niet vergeten dat zijn moeder en stiefvader zijn gebrom wel eens konden horen.

“Dat weet ik wel, dat heb ik je net verteld.”

Bijdehandje, dacht Miel. “Maar ehm, Timon. Als je zo nodig je ei kwijt moet, doe dat dan in het weekend en niet op een doordeweekse dag als ik de volgende dag weer om acht uur moet beginnen met werken!”

“Maar ik moet het je vertellen! Alsjeblieft!” klonk de stem van Timon.

“Ik heb je nog nooit in het echt gezien, wie weet ben je een of andere engerd,” fluisterde Miel.

“Dat is wel zo, maar toch. Je bent het enige aanspreekpunt dat ik heb!”

“Dat is op z’n beurt dan wel weer een beetje treurig,” zei Miel. “Heb je geen andere vrienden om midden in de nacht wakker te bellen?”

“Jawel, maar die liggen allemaal te slapen!”

“Doos! Ik lag ook eindelijk te slapen en ik had een droom over iets leuks en nu ben ik vergeten waar het over ging.”

“Vast over bloemetjes en bijtjes. Maar, kan ik langskomen? We hadden overigens afgesproken om te gaan daten.”

“Ja, dat is wel weer waar. Duurt het lang?”

“Dat hangt er vanaf!”

“Dit klinkt zó fout, weet je,” zei Miel.

“Nee, nee! Geen verkeerde dingen denken! Het is nogal een dramatisch verhaal…Ik werd net gebeld en dit kan gewoon niet wachten tot de ochtend. Daarnaast klink jij wel alsof je over enige emotionele intelligentie beschikt en…” hij slikte en toen was het stil.

“Oké, oké. Maar we kunnen hier niet zitten hoor, m’n ouders liggen op bed en zo, dus we zullen ergens anders naartoe moeten.”

“Dat maakt niet uit, ik heb een auto tot m’n beschikking. Ik ben er over, wat zullen we zeggen…Een halfuurtje?”

“Hoe weet je nou waar ik woon?” vroeg Miel verbaasd, die ondertussen al had bedacht dat hij dat waarschijnlijk op dezelfde plek had gevonden als zijn telefoonnummer. Hij had immers alles genoteerd toen Miel de reis had geboekt.

“Genoteerd tijdens je telefoontje,” zei Timon resoluut. “Ik kom eraan!”

Miel kon zichzelf wel voor zijn kop slaan, dit moest de meest idiote actie zijn die hij in tijden had uitgevoerd. Aan de andere kant zou Dymphy bijzonder trots op hem zijn. Hij was én uit bed gekomen midden in de nacht én een date én een willekeurig iets gedaan.

Een half uur later stond, zoals verwacht, Timon bij de voordeur. Miel had niet de tijd gehad om zich om te kleden, hij had het veel te druk met tandenpoetsen en de juiste luchtjes opdoen. Uiteindelijk liep hij in zijn pyjama naar buiten, een beetje extra verwarmd door een sjaal die hij om had geslagen en z’n hondenkoppantoffels die zijn voeten verwarmden.

“Hai,” zei Miel.

“Goedenavond,” zei Timon. “Stap in.”

“Het is best fris,” merkte Miel droogjes op toen hij op de bijrijderstoel ging zitten.

“Echt? Geen last van,” zei Timon.

“Wat is er nou zo ernstig?” vroeg Miel die Timon ondertussen aandachtig bestudeerde.

“Laten we eerst een rustig plekje zoeken.”

Ze reden een poosje door de stilte van de nacht en toen begon het zachtjes te regenen. “Waar zijn hier rustige plekjes? Ik kom hier praktisch nooit.”

“Daar is het rustig,” wees Miel afwezig. Hij staarde naar een cilindervormig lang ding in het opbergvak van de deur en er schoten diverse gedachten door z’n hoofd heen over wat het mogelijk zou kunnen zijn.

De auto stopte, Timon deed de koplampen uit en knipte het licht in de auto zelf aan. Miel knipperde met z’n ogen, die even moesten wennen aan het plotselinge licht. Toen ze eenmaal gewend waren, zag Miel Timon pas echt goed. Hij had niet gelogen, hij zag er lang en walgelijk aantrekkelijk uit. In een onwillekeurige beweging kneep Miel zichzelf in zijn arm en merkte dat hij toch echt niet droomde.

“Nou, wat is er?” vroeg Miel.

“Goed, ja, ik ben je wel wat verschuldigd, een verklaring lijkt me juist om mee te beginnen,” zei Timon.

“Jezelf eerst fatsoenlijk voorstellen is ook een idee,” flapte Miel eruit voordat hij er erg in had. “Oh, eh, sorry. Ik wilde niet – ”

“Geeft niets,” zei Timon. “Je hebt gelijk.” Hij stak zijn hand, die Miel beleefd schudde.

“Zeg maar Tim, trouwens.”

“Goed, zeg maar Miel. Maar dat deed je al,” glimlachte Miel zenuwachtig.

“Ik zal nu maar van wal steken, je zult er helemaal niets van snappen. Ik weet ook niet precies waarom ik hier ben, maar ik had gewoon de behoefte om je te spreken, vreemd genoeg. Nou ja, genoeg gebazel. Ik heb nieuws ontvangen vanuit Nieuw-Zeeland en het is niet positief. Ik weet niet wat jouw redenen precies zijn om daarheen te gaan en dat maakt me ook niet heel veel uit maar ik werd anderhalf uur geleden gebeld en…”

Het was echt geen goed nieuws, dacht Miel. Tim zag er hondsberoerd uit en slikte een paar keer moeizaam.

“Mijn ouders zijn daar bij mijn tante op bezoek gegaan. Tenminste, dat was de bedoeling. Mijn tante belde zonet dus dat ze daar nooit zijn aangekomen, bij haar. Blijkbaar zijn ze wel overgestapt in Hong Kong, maar daarna is niks meer van ze vernomen. Ze was doodongerust. Wat ik je nu wilde vragen, en wat ook meteen de reden is dat ik niet andere vrienden van me wakker belde, is…”

“Nou?” vroeg Miel, die nu ongeduldig werd.

“Ik wil je vragen of je het erg vind als ik met jullie meega, op reis. Om ze te zoeken.”

Miel keek verbouwereerd op en keek recht in de ogen van Tim. Ogen waar hij geen nee tegen kon zeggen. “Nee, natuurlijk vind ik dat niet erg. Gezellig. Toevallig gaan wij ook op onderzoek uit.”

Hij vertelde het verhaal van Eddy en ook Tim vond iets niet kloppen.

Ze zaten beide even voor zich uit te staren en toen zei Tim: “Ik zal je weer naar huis brengen. Het is kwart over vier ondertussen.”

“Wacht even,” zei Miel.

“Mm?”

Miel leunde iets naar links, wat Tim blijkbaar opvatte als een uitnodiging om hem een zoen te geven. Miel deinsde sputterend achteruit.

“Wat doe jij nou? Dat was niet de bedoeling! Ik wilde alleen even weten wat dat ding daar is.”

“Oh, een thermoskan met thee,” zei Tim. “Wil je een bakje?”

“Nee, maar bedankt voor het aanbod. Ga nu maar verder met wat je net deed, nu ik er zeker van ben dat je geen perverse dingen in je auto hebt slingeren,” grinnikte Miel.

Toen ze klaar waren zette Tim de auto in z’n achteruit en wilde wegrijden. “Eh,” stamelde hij.

“Dit meen je niet,” zei Miel. Hij deed het portier open en stapte uit.

Hij stond meteen met z’n pantoffels in de blubber. Zachtjes vloekend banjerde hij naar de voorkant van de auto. “Oké, geef even vol gas terwijl je het stuur alle kanten op draait. De vorige keer dat ik vast zat hielp dat.”

Een aantal seconden later was zijn grijze pyjama besmeurd met een massa zompige modder. “Ja, stop maar! Het helpt niet!” riep hij terwijl hij beweging in het zware gevaarte probeerde te krijgen. “Zet ‘m eens in z’n vrij en kom helpen duwen!”

Een paar tellen later stonden ze beide te duwen. “Dit schiet ook niet op,” zei Tim.

“Waarom stonden we hier ook alweer?” vroeg Miel, die ondertussen op blote voeten liep omdat z’n pantoffels in de modder waren blijven hangen.

“Omdat ik met je mee wil naar Zeeland. Nieuw-Zeeland.”

“Hebben ze daar eigenlijk ook kangoeroebeesten?”

“Geen idee,” zei Tim. “Wacht even.”

Hij liep naar de achterbank, haalde er 2 stokken vandaan en plaatste die zo op de koppeling en het gaspedaal dat hij gas gaf. “Duwen Miel!” riep hij terwijl hij de auto in de achteruit schakelde. Toen rende hij snel naar voren en hielp duwen.

Ze slaagden erin om beweging in het vehikel te krijgen. De auto kwam omhoog en schoot toen met een rotgang achteruit. “Mooi gedaan,” zei Miel bibberend maar opgetogen. Tim gaf Miel een knuffel en bracht hem snel naar huis.

Even later had Miel zijn uitzonderlijk smerige pyjama maar in de wasmand gedaan en lag hij weer in z’n bed, nog nadromend van Tim en verrukt dat hij mee op reis zou gaan.

Hij besloot Dymphy nogmaals te bellen om mede te delen dat hij én een date had én dat Tim ook meeging naar Nieuw-Zeeland. Het was inmiddels half vijf, maar Dymphy vond alle telefoontjes altijd welkom.

“Dymphy! Met mij!”

“Miel! Hoi! Wat leuk dat je weer belt!” zei Dymphy opgewekt.

“Ja, goed hè?”

“Ja, ik ben trots op je! Maar waarvoor bel je?”

“Nou Tim, dat is #4, gaat ook mee naar Nieuw-Zeeland en ik heb zonet met hem gezoend en hij is echt onweerstaanbaar knap en volgens mij nog een beetje verlegen ook! En tegelijkertijd wel zo gek om me midden in de nacht wakker te bellen om met me te praten én hij had een thermosfles met thee in z’n auto! Oh, het was zo fijn!”

“Je mag helemaal niet zoenen op je eerste date Miel! Je hebt echt maling aan mijn regels,” klonk Dymphy teleurgesteld.

“Ja, maar verder mag je best trots op me zijn! Ik ben middenin de nacht m’n bed uitgegaan voor een willekeurige date!”

“Dat is ook wel weer zo, ik ben trots op je. Ga nu maar snel in je dagboek schrijven. Ik moet ophangen voordat Danny wakker wordt want dan hebben we de poppen aan het dansen!”

“Oké, ga ik doen! Dag Dymph!”

Date #4

Best boekgeval, vandaag heb ik weereen ontmoeting gehad en ik ben weer uitgeput! Ditmaal omdat ik wakker gebeld werd door meneer Dag van het reisbureau, die Timon bleek te heten. Timon! Dat is toch op zich al een heel hippe naam!

Ik heb meteen een date met hem gehad en het was geweldig! Nou ja, date is niet echt het woord dat ik moet gebruiken. Hij belde me midden in de nacht op om te vertellen dat zijn ouders in hetzelfde vliegtuig als Eddy zaten, en dat er van hen ook niets is vernomen. Dymphy is uit haar coma ontwaakt en zaterdag gaan Dymphy Danny, Timon dus en ikzelf naar N-Z.

Zo, een lekker warrig verhaal. Als ik het maar snap, vind je niet?

Ik ben echt uitgeput! Dit stomme dagboek ook! Ik ga proberen nog wat te slapen!

 

+ Hij was echt heel erg – dare I say it – sexy!

+ Hij had een thermoskan met thee bij zich! Altijd goed!

+ Hij zoent als een hond

Ja, dat laatste dan weer niet, maar het komt in ieder geval in de buurt…(Dat was een grapje, natuurlijk! Wat overigens helemaal niet grappig is maar doorkrassen staat weer zo slordig).

Negatieve punten heb ik nog niet mogen ontdekken, al was het iets minder fijn dat ik mijn trendy pantoffels kwijt ben geraakt! Nou ja, shit happens.

Ik zal op z’n Dymphy’s afscheid nemen:

Gedag!

—M.

Miel klapte het boek dicht en plaatste het onder zijn bed. Het was inmiddels half 6, wat betekende dat hij nog slechts anderhalfuur de tijd had om te slapen. Deze anderhalfuur waren dan ook wel broodnodig.

Miel doezelde al snel weg na de hectische nacht. Opeens schrok hij wakker van een mekkerend geluid. De tijd vloog soms toch echt. Je had het gevoel net 5 minuten te liggen of de wekker ging alweer. Nog half slapend mepte hij een paar keer op de wekker maar het stopte het geluid niet. Hij nam de moeite maar even om zijn ogen te openen en zag een fel licht naast zich. Hij keek op het schermpje van zijn mobiel waar ‘Dymphy belt! NEEM OP!’ op stond, een persoonlijke boodschap die zij zelf had ingesteld.

Miel gehoorzaamde zijn telefoon met een lichtelijk zucht.

“Met Miel.”

“Ja dat snap ik ook wel, oekel!” hoorde hij Dymphy’s stem door de telefoon tetteren.

“Dymphy, waarom?” bracht Miel moeizaam uit terwijl hij zich probeerde te focussen op blijde gedachten om niet finaal uit z’n slof te schieten.

“Wat waarom?”

“Waarom bel je?”

“Omdat ik zo melig ben!” lachte Dymphy luidop en haar lach klonk weer.

“DYMPHY’! IK PROBEER TE SLAPEN EN…” probeerde Miel kwaad te zeggen maar door haar gelach en de compleet idiote avond, moest ook hij lachen en vergat hij z’n woede.

“Hahahaha! Ja, maar ik ben al uren wakker, ik kan niet meer slapen, hahahaha,” giechelde Dymphy.

De tranen liepen nu ook bij Miel over z’n wangen van het lachen.

“Dymphy, hou nou op! Je lach is te aanstekelijk!”

“Hahahaha, weet je?” vroeg ze.

“Nee!” zei Miel. “Vertel.”

“Ik weet het ook niet! Nee, laat me even serieus zijn.”

Dymphy kuchte even om uit haar melige bui te komen. “Jij belde mij wakker en nu ben ik zo melig, want ik wilde je een SMS sturen…Maar ik sms’te het naar je opa!” zei ze in een poging serieus te klinken.

“Maar,” zei Miel. “Mijn opa heeft helemaal geen mobiel, daar snapt die arme man niets van!”

“Nee, daarom is het ook nog veel erger!” zei Dymphy vrolijk. Ik heb het gewoon naar de vaste lijn ge-SMS’t. Dan krijgt je opa zo’n telefoontje waarin het SMS-je wordt voorgelezen! En ik had allemaal smilies in het SMS-je getypt dus hij krijgt nu een telefoon die, als hij opneemt, dat met een robotstem voorleest.

“Wat sms’te je dan?” vroeg Miel.

“Nou, het zal ongeveer zo klinken: ‘Hoi gekke dodo! Danny is boos op mij omdat ik te druk doe iksdee. En nu ben ik nog meliger dubbele punt dee. Slaap lekker! Dubbele punt pee. Morgen spreken we wel verder over onze missie. Yours sincerely, uwe Dymphyheid, dubbele punt sterretje.’” Ze schoot weer in de lach.

“Maar dat slaat helemaal nergens op!” hinnikte Miel van het lachen.

“Ik weet het!”

“Die arme man kan zich wel doodschrikken!”

“Bel hem dan!” suggereerde Dymphy.

“Ja, doe het zelf, muts! Ik wil nog even slapen als je het niet erg vindt!”

“Nee, ik durf niet,” zei ze.

Miel hoorde gestommel op de overloop.

“Nou, dan niet. Ik ga nu echt slapen want mijn stiefvader staat al op! Tot snel Dymphy! Kus, kus!”

De volgende ochtend waren zowel Miel als Dymphy helemaal gaar.

Dymphy had vrij van school, maar moest wel werken, wat ervoor zorgde dat ze als een zombie stond te werven voor het goede doel.

Miel viel die dag een paar keer tijdens een gesprek in slaap totdat hij uiteindelijk naar huis gestuurd werd om bij te slapen. Gelukkig was het rustig en vond de leidinggevende het zelfs wel grappig.

‘s-Avonds waren ze beiden online.

Dymphy:

Miel, ik moet naar de kapper voordat we vertrekken!

Miel:

Dan doe je dat toch?:o

Dymphy:

Ja, dat ga ik ook weldoen maar je moet me even helpen om een kapsel uit te zoeken.

Miel:

Oh. Eh, nou…Welke kapsels heb je uitgezocht? Hierop kreeg Miel verschillende foto’s toegezonden, met allemaal afgrijselijke kapsels. Miel koos de minst lelijke.

Miel:

Dymphy, het ziet er allemaal niet uit.

Dymphy:

Miel:

Ik bedoel, het is niet jouw stijl. Die ene met die plukjes is wel leuk bijvoorbeeld, maar het zou niet bij jou staan.

Dymphy:

Soms ben je echt een ongevoelige eikel, weet je dat?

Miel:

Dat weet ik en dat weet jij ook. Daarom hou je van me, ik zeg tenminste eerlijk wat ik vind!

Dymphy:

Misschien. OH, trouwens miel?!

Miel:

JA DYMPHY, WAT IS ER?

Dymphy:

Heb je al een briefje geschreven voor school? Dat ik ziek ben en zo?

Miel:

Oh, eh. Ja. Het is met de post mee vandaag. Je zult het morgen wel ontvangen.

Dymphy:

Mooi, dan kan ik het nog net vrijdag inleveren om te vertellen dat ik vanaf maandag niet meer kom voor een tijdje. Dat moet wel acceptabel zijn! En dan kan ik vrijdagmiddag naar de kapper en dan maakt die er wel wat leuks van. Jammer dat je het niks vond, ik doe het lekker toch!

Miel:

Doe nou niet, muts!

Dymphy:

WEL! IK GA! DAG!

En met die woorden logde ze uit, wat Miel een goed idee vond. Hij sleepte zichzelf naar z’n bed en ging om zeven uur slapen.