„Voor het ogenblik, ja, maar het is beter dat jullie allebei weten" - hij keek even naar John voordat hij zijn hoofd boog - „dat haar dagen zijn geteld; er is niet veel tijd meer. "John kwam vlug overeind van zijn stoel vlak bij het laatste raam van de bibliotheek en ging naast Dan staan. Ze staarden beiden hun vader aan. Toen die opkeek, knikte hij langzaam. Even later keken de broers elkaar aan, waarop Dan naar de haard liep, zijn onderarm op de schoorsteenmantel legde en zijn hoofd erop steunde. Hij hief zijn hoofd niet eerder op dan toen hij zijn vader hoorde zeggen: „Dat is de reden dat ik wat langer dan gewoonlijk thuis ben de laatste tijd en waarom ik jullie allebei in de spinnerij wil hebben, niet enkel maar één, want er zijn er wel twee nodig om een dergelijk bedrijf te leiden. Ik wilde graag dat jullie allebei de slag ervan beet kregen onder Rington, voordat hij ophoudt met werken, en dat kan wat mij betreft liever vandaag dan morgen zijn. Ik heb hem nooit vertrouwd, niet volledig, sinds hij die staking in ons bedrijf bijna liet doorgaan. Als die jongen, Willy, er niet was geweest, die zijn verstand bij elkaar hield, dan zou het zover zijn gekomen. Willy zou het desnoods direct kunnen overnemen, want in menig opzicht is hij Rington de baas, maar vergeet niet dat hij een van de hunnen is, en zelfs de besten onder hen trachten te profiteren als er geen elite in de leiding zit. Ja, elite" - hij schudde bedachtzaam zijn hoofd voordat hij doorging - „zoals jullie stuk voor stuk. " Hij bleef hen aankijken en zei toen mat: „In mijn geval lag dat anders, en dat van mijn vader. We groeiden erin op, we waren een deel van de machinerieën, zou je kunnen zeggen, maar we maakten er wat van. Misschien is het dan niet de grootste katoenspinnerij, maar ik ben er altijd op uit geweest er de beste in de stad van te maken, en niet alleen door de beste katoen te maken, maar ook door een grote verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Vandaar dat het me kwetst, jongen, als ik ervan wordt beschuldigd mijn eigen mensen te verwaarlozen. " Harry maakte een duidelijke hoofdbeweging in Dans richting en op dit emotionele en strategische ogenblik verliet hij de kamer. Even later stonden de broers tegenover elkaar en keken elkaar aan. Toen zei John rustig: „Zo erg is het niet, helemaal niet zo erg, je went eraan. " „Ik zal er nooit aan wennen. De fabriek, die stad, de rotzooi. O, die rotzooi! " „Nou, je hoeft toch niet naar die smeerboel toe? Dat ligt aan jezelf. We wonen bijna drie kilometer van die rotzooi af, zoals jij dat noemt. " „Ze leven er als. . . ik wou vee zeggen, maar dat is schoon. Heb je weleens gezien hoe ze daar leven?" „Natuurlijk heb ik dat. " „Werd je er dan niet beroerd van?" „Het is verschrikkelijk, maar wat kun je eraan doen? Je kunt toch niet de hele stad veranderen, bedoel ik, niet in één keer. Ze hebben al heel wat neergehaald en ze zijn opnieuw aan het bouwen. " „Ja, en wat dan nog? Ik heb wat van die herbouw gezien: straten en nogeens straten met huisjes niet groter dan hutten. " „In ieder geval nieuw en schoon, en sommigen hebben zelfs waterleiding in de achtertuin. "De minachtende blik in Dans ogen maakte dat John zijn lippen bevochtigde en licht bloosde, en toen Dan herhaalde: „Sommigen hebben waterleiding in hun achtertuin," en erop liet volgen: „en anderen hebben dat niet en gooien nog altijd hun rotzooi op straat," riep hij woedend uit: „Zo zijn ze niet allemaal! Je hebt maar een deel van het geheel gezien. Er zijn een heleboel mensen die hun huis naar beste vermogen schoonhouden. " „Nou zeg je het zelf. " Ook Dan verhief zijn stem. „Naar beste vermogen. Kijk, nou verwijt je me hetzelfde als hij. Maar zeg eens op, waarom bracht hij ons eerst hier naar toe, kilometers verwijderd van alle smeerboel, midden in het hart van dit land, het woeste land, frisse lucht, heuvels en rivieren rondom ons, en verwacht dan dat we teruggaan naar Manchester? Goed, goed, we hebben een huis in een buitenwijk - net als al die andere verstandige directeuren, maar zelfs daar kun je die troep niet ontlopen, hun malle gebouwen, hun kerken, hun concertzalen, al die rommel; voor mij ruikt het nog allemaal naar vuiligheid, want ze zijn opgebouwd uit vuiligheid. "John keek naar zijn broer, van wie hij zo zielsveel hield. Dan was bijna een hoofd kleiner, maar breder gebouwd, en hij had een levendigheid, een vitaliteit die John ontbrak. Bovendien was hij in staat over ieder onderwerp zijn mening onder woorden te brengen, of het geoorloofd was of niet. Toch was hij in zeker opzicht ook lui en natuurlijk was hij ook idealistisch. Deze laatste eigenschap had het Manchester-conflict ontketend. Rustig zei John: „Dank zij Blake's Dark Satanic Mills' zijn wij in staat van de frisse lucht te genieten en van de heuvels en rivieren. Dat moet je nooit vergeten. " Langzaam gleed er een glimlach over Dans gezicht. Hij was zoals gewoonlijk zichzelf al heel gauw weer meester en lachend antwoordde hij: „Net iets voor jouw om alles tenslotte terug te brengen tot simpele feiten. " „Is dat dan ook niet verstandiger?"Het duurde even voordat Dan effen vroeg: „Wat zal ik doen?" „Tja, als je mijn raad opvolgt, doe dan wat hij je vraagt en geef het een eerlijke kans en. . . en ook, als moeder werkelijk zoals hij zegt zo ziek is, dan kun je nu toch ook moeilijk weggaan, zelfs al zou hij je het geld geven. " Dan draaide zich om en staarde weer in het vuur. Toen mompelde hij: „Wat doen we als moeder er niet meer is?" „Geen idee; dat zullen we moeten afwachten. "Een tijdlang zwegen ze beiden. Toen keek John op zijn horloge en zei: „Ik moet ervandoor. " „Waarheen?" Dan keek John na, die langzaam in de richting van de deur liep. „Ik heb beloofd met Barbara naar de boerderij te rijden. " „Sinds wanneer heb je op je genomen ,mevrouw' te begeleiden wanneer ze ,de heer der heuvelen' een bezoek brengt?" „Brigie wil niet meer dat ze op haar eigen houtje gaat, sinds ze die keer in de mist is verdwaald. . . " „En dus gebruikt ze jou?" „Ja, inderdaad. " „Hoe voel je je, dat je de tweede viool mag spelen en die boer de eerste?" „Ik wist helemaal niet dat ik viool speelde. "Dan liep op John toe en hij stelde de vraag toen ze tegenover elkaar stonden. „Meen jij het serieus met Barbara?" vroeg hij rustig. „Nee. "Het antwoord klonk vast en zeker. Dan keek verwonderd toen hij herhaalde: „Nee? Dan staat Brigie dus een verrassing te wachten, hè?" „Zo dom is Brigie niet. " „Brigie is wel onnozel als het Barbare betreft. Brigie is vastbesloten dat jij met haar lieve meisje trouwt en jullie zullen hier lang en gelukkig leven. " Hij wuifde met zijn hand boven zijn hoofd. „Zwam niet zo. Brigie heeft niet zo lang met Barbara opgetrokken om niet te weten dat er maar één en geen ander aan de einder opdoemt dan die ene, die boer. " „O, dat weet Brigie wel en dat weet Barbare ook, en ik en jij. Er is maar één die dat niet weet, en dat is de knappe boer zelf. " „Wat bedoel je? Hij is. . . dol op haar. ",,Ja, als broer, zoals we dat allemaal zijn, maar ik wed honderd tegen één dat hij niet met haar zal trouwen en jij wel. Ik zou mijn laatste geld op Brigie zetten. "Na deze woorden legde John zijn hoofd in zijn nek en schaterde het uit, toen het hij er rustig op volgen: „Maak er tweehonderd van. " „Afgesproken! Zullen we ook een tijdlimiet stellen?" „Vandaag over een jaar. " „Akkoord, vandaag over een jaar. "Ze lachten beiden toen ze de hal inliepen, maar ze keken nogal verward toen hun oog viel op het voorwerp van hun discussie. Barbara was net de voordeur binnengekomen en Armstrong hielp miss Brigmore al met haar jas. Nadat ze elkaar hadden begroet, keek miss Brigmore naar John en zei: „Het is prachtig weer. Je zult vast en zeker een heerlijke rit hebben, maar wil je haar alsjeblieft op tijd terugbrengen, ruim voordat de duisternis invalt?" „Geen zorgen; ik heb mijn eigen hachje te hef om in het donker over de heuvels te rijden. " „Wat zei je?" vroeg Barbara, haar blikken op John gericht, maar het was Dan die in zijn plaats antwoord gaf. Hij herhaalde snel met zijn vingers wat John had gezegd en Barbara antwoordde op haar vingers. Toen zei ze hardop, met een aanstellerig keelstemmetje: „Wees maar niet bang, ik zal je wel beschermen. "John lachte toen hij zich omdraaide en tegen miss Brigmore zei: „Wilt u me even excuseren, dan ga ik even moeder goedendag zeggen. Miss Brigmore keek Barbara recht aan en zei: „Wil je de hartelijke groeten aan je tante Constance doen?" „Ja, Brigie. " „Zeg haar dat ik zal proberen de volgende week te komen, als het weer het tenminste toestaat. " Met een glimlach wendde ze zich tot Dan. „Het is altijd ,als het weer het toestaat'. Is het niet vreemd dat ons leven eigenlijk door het weer wordt geregeerd? Hoe is het vandaag met je moeder?" „Ze leek iets beter, erg vrolijk. " Hij had dat ook werkelijk gedacht, maar nu voelde hij zich nogal miserabel door de druk van wat hij nu wist. „O, dat doet me genoegen. " Miss Brigmore knikte en glimlachte. Ze was ervan overtuigd dat Matilda op haar sterfbed erg vrolijk zou lijken. De laatste jaren was ze Matilda steeds meer gaan bewonderen en in haar was een diepe genegenheid gegroeid voor de vrouw die tenslotte haar meesteres was. Ze wendde zich weer tot Barbara. „Voorzichtig zijn, hoor! " zei ze, draaide zich om en liep naar de trap. Dan was nu alleen met Barbara. Hij keek haar even peizend aan voordat hij haar op zijn vingers vroeg:, ,Ga je mee, dan wachten we in de zitkamer?" „Hij zal er wel zo aankomen," antwoordde ze met haar mond. „Dat weet je nooit met John. Je zou toch mee kunnen gaan en even gaan zitten. "Barbara ging er op een fantasiestoeltje zitten vlak bij de deur, wat Dan aanleiding gaf op zijn vingers tegen haar te zeggen: „Ja, vooral op de eerste de beste stoel! Lastig als je zo'n haast hebt. "Voordat ze hem antwoord gaf, hield ze haar hoofd schuin en zei: „Doe niet zo belachelijk! " en maakte aanstalten op te staan, maar hij hield haar met een overdreven beweging tegen. „O, blijf alsjeblieft zitten, ik voel me minder verlegen als je zit. Dan zijn we tenminste ongeveer even groot. " Hij nam haar plagend met scheef hoofd op. Hij strekte zijn hand uit en gaf tussen duim en wijsvinger een afstand aan met de woorden: „Ik geloof dat je zowat vijf centimeter groter bent dan ik, en als je tot je eenentwintigste blijft groeien, belooft het nog wat, een levende bonestaak! " „Denk eens in dat jij blijft stilstaan, wat krijgen we dan te zien! " Dit felle gekibbel was hun normale conversatie of het nu met woorden dan wel met gebaren was. Van tijd tot tijd grensde het zelfs aan vijandigheid. „Ga je op bezoek bij die boer?" „Bij wie dacht je anders?" „Je maakt misbruik van John. " „Ik maak van niemand misbruik. John stelde voor om samen te gaan. " „Je zou geen toestemming hebben gekregen erheen te gaan als hij niet met je meeging. "Ze kneep haar lippen vast op elkaar toen ze hem aankeek, maar even later barstte ze los: „Je middelbare schoolopleiding was bedoeld je een heer te doen schijnen. . . "Toen hij zijn hoofd achterover gooide en in een schaterlach uitbarstte, sprong ze overeind. Hij keek haar recht in haar gezicht en antwoordde nu ook met zijn mond: „Het was net of ik Brigie hoorde. Je weet toch wel dat je net Brigie bent? In je hart ben je precies gelijk aan haar. " „Ik lijk op niemand anders dan op mezelf. "De spot in zijn ogen gleed weg; er kwam een strakke blik voor in de plaats. Het waren dezelfde woorden die hij even tevoren tegen zijn vader had gesproken. De ondeugende glimlichtjes kwamen weer te voorschijn en hij knikte nadrukkelijk toen hij tegen haar zei: „Je hebt gelijk. Je lijkt op niemand anders dan op jezelf, een langpootmug. " Hij nam haar van het hoofd tot de voeten op, haar kleine borsten, het dunne middeltje en de ruim vallende rok van haar rijkostuum. Toen liet hij erop volgen: „Je mag binnenkort wel een groter paard dan de hit hebben, anders slepen je voeten over de grond, zoals op dat plaatje in de kinderkamer, waar Christus op een ezel rijdt. . . "Nu was ze toch echt geschokt. Hij had haar werkelijk kwaad gemaakt. „Dat is godslasterlijk en bepaald niet geestig. Het lukt je nooit geestig te zijn, alleen maar vervelend, en nu heb je zelfs je toevlucht tot godslasteren genomen. "Zijn hele houding veranderde en berouwvol zei hij:, ,Het spijt me zo, heus, het spijt me. " Toen hij echter zijn hand uitstak om haar arm aan te raken, gaf ze hem een klap met de woorden: „Een dezer dagen zul je nog veel meer spijt krijgen. " Daarop draaide ze zich om en wandelde de kamer uit. Hij bleef naar de dichte deur staren. Een dezer dagen zou hij nog meer spijt krijgen. Hij kon niet meer spijt hebben dan op dit ogenblik, over heel uiteenlopende zaken: Manchester, de spinnerij, zijn moeder, zijn gefrustreerd zwerfverlangen en dan dit andere, dit hopeloze andere, dat hij al jaren verkeerd had aangepakt, dit uitzichtloze gevoel en misschien wel de hoofdzaak waarom hij zo graag weg wilde. Hij liep weer naar de haard, legde zijn armen op de schoorsteenmantel en bleef daarop met zijn hoofd rusten. Automatisch streek miss Brigmore haar haren aan weerszijden van de scheiding glad en trok de rok van haar grijze katoenen japon recht voordat ze op de slaapkamerdeur klopte en binnenstapte. Ze wachtte al lang niet meer op toestemming binnen te gaan. „O, hallo! " Matilda's stem begroette haar vanaf het raam. ,,Je ziet dat ik op ben. Ze heeft me al overeind voordat ik me heb aangekleed. " Ze maakte een hoofdbeweging in de richting van de verpleegster, die bezig was het bed op te maken, en liet er toen op volgen: „Kom gezellig zitten, hier, neem een stoel. "Toen miss Brigmore een stoel tegenover de zieke had gekozen, liet ze erop volgen: „Hoe voelt u zich vandaag?" „O best, uitstekend! Ziet u dat niet? Ik zei net nog tegen Harry dat als het zulk weer blijft, hij me maar eens naar Newcastle moet rijden, dan kan ik een nieuwe plunje kopen, misschien wel meer dan een, en dan in een van die grote hotels logeren. Dat zei ik net, hè Harry?" „Inderdaad, meidje. Je hebt maar te kikken en we gaan onmiddellijk op weg. " „Nou, wat heb ik u gezegd? Hoe gaat het met uzelf?" „Ik maak het uitstekend, dank u. " „Het zou ook eigenlijk niet anders kunnen op zo'n morgen, hè? Moet u eens naar buiten kijken. Is dat niet geweldig? Kijk eens naar die heuvels! O, als u eens wist hoe vaak ik mezelf al heb beloofd er bovenop te klimmen. Al is het er maar één, heb ik tegen mezelf gezegd, klim er nou toch eens bovenop, enkel maar om te vertellen dat je het hebt gepresteerd. Maar wat ik aan klimmen heb gedaan, is niet veel meer dan in een rijtuig. Allemaal luiheid en niets anders, allemaal luiheid, hè, Harry?" „Net wat je zegt, Tilda. Zo lui als je groot bent. Nooit in je leven een poot uitgestoken, voor zover ik me kan herinneren. "Terwijl ze beiden schaterden, keek miss Brigmore van de een naar de ander. Ze konden er samen om lachen. Nooit een hand uitgestoken deze vrouw, die al op haar zesde jaar was begonnen te werken, over de donkere modderige straten liep met halfdichte oogjes van de slaap aan de rokken van haar moeder. Van 's ochtends zes tot 's avonds zeven of acht uur. Zo lui als ze groot was! Deze vrouw had haar verhalen verteld die de tranen in haar ogen hadden gebracht. Hoe haar zuster haar hand had verloren toen ze negen jaar was. Toen ze tussen de machines doorliep, was ze zo door slaap overmand geworden, dat ze voorover was gevallen en een hand had uitgestoken om de val te stuiten en, zoals Tilda het noemde, God zij dank had ze niet beide handen uitgestoken. Hij was niet in een keer afgerukt, vertelde ze, alleen maar platgewalst, maar toen ze haar in het ziekenhuis hadden gebracht, moest de hand geamputeerd worden. In de loop van de jaren was miss Brigmore tot de overtuiging gekomen dat wat ze uit boeken had opgestoken, ver achterbleef bij wat ze over de menselijke natuur had geleerd door gesprekken met Matilda Bensham. ,, John is hier net geweest om te zeggen dat hij met Barbara naar de boederij ging rijden. Als we goed uitkijken, kunnen we hen daar langs zien komen. Tjonge, wat is Barbara toch een plaatje op een paard. Onze Katie bepaald niet, die ziet er als een voddenbaal uit op een paard. Heeft hij je al verteld wie we hier gisteren op bezoek hebben gehad?" Ze knikte weer in Harry's richting en die antwoordde: „Nee, nog niet. Hoe zou ik daartoe gelegenheid hebben gehad? Ze is net binnen. Bovendien heb ik de hele ochtend besteed aan een gesprek met die twee uilskuikens van je, geprobeerd wat gezond verstand in hen te pompen, althans bij Dan. " „O, Dan komt er. Die redt zich wel! " Een warme glimlach gleed over Matilda's bleke, gezwollen gezicht. „Maar ik had het over Katie en onze bezoeker" - ze knikte tegen miss Brigmore - „die meneer Ferrier bracht ons gisteren een bezoek. " „Echt? Ik wist niet dat hij in het land was. " „Nou, dat is hij echt. Hij nam haar mee op een ommetje te paard, zoals hij dat noemt, en vandaag is hij er alweer. Hij heeft nu de brik bij zich en neemt haar mee naar Hexham. Wat zegt u me daarvan? Nou, wat denkt u? Ik heb er niet bij stilgestaan toen hij haar verleden jaar van school haalde, maar nu komt hij echt op bezoek en ze kennen elkaar al twee jaar. Och, wat klets ik toch, al veel langer. Hij komt hier ieder jaar sinds hij uit het buitenland terug is en hij haar ontmoet heeft op de boerderij. Wat denkt u ervan?"Wat dacht ze ervan? En wat dacht Constance ervan nu haar heimelijke hoop - en die was niet zo heimelijk - weer de bodem werd ingeslagen? Toen Pat Ferrier de eerste keer terugkeerde, bleef hij maar een paar weken in Engeland, maar in die tijd besteedde hij veel aandacht aan Constance en zij verjongde zichtbaar, alsof de hoop als een levenselixer werkte, maar dat verloor zijn effect toen hij haar per brief zijn vertrek meedeelde, zoals eens Willy Headley had gedaan, en ze werd weer de boerin, de liefhebbende moeder en de buitengewoon snel geïrriteerde tante. Toen hij het jaar daarop weer ten tonele verscheen, besteedde hij weer aandacht aan haar, je zou haast over het hof maken kunnen spreken, en zo was het nu al bijna vijf jaar aan de gang. Maar nu had ze het gevoel dat de hoop in Constance nog slechts een minuscuul vonkje was, dat desondanks hoopte te worden aangeblazen. Als haar ter ore zou komen dat hij de Hall bezocht met de zeer uitgesproken bedoeling in het gezelschap van Katie te zijn, zou het vonkje doven, en wat zouden de gedoofde spaanders in haar karakter veranderen? Eerst een huwelijk zoals het hare, daarna afgewezen te worden door twee quasi-aanbidders, ja afgewezen was het juiste woord. O, ze moest er niet aan denken!„Hij is ruim vijftien jaar ouder dan zij, maar het zou een goed huwelijk zijn, geweldig. Denkt u ook dat het een goede echtverbintenis zou zijn? Stel je voor, onze Katie met een huis in Londen en een in Parijs in Frankrijk, en een landgoed in Westmoreland. Tjonge, jonge! " „Dat zegt helemaal niks! " Ze draaiden zich beiden om en keken Harry aan. „Wij hebben hier in Northumberland een huis en een in Manchester. Ik zou er morgen een in Londen kunnen kopen en ook een in Parijs en we zouden er financieel nog niets van merken. Het gaat niet om wat iemand heeft, maar om wat hij is! " „Maar je vindt hem toch aardig?" „Ja, dat zit wel goed, ik mag hem wel. Hij gedraagt zich niet zoals al die anderen, die naast hun schoenen lopen. Maar je moet goed bedenken dat we nooit iets van hem zouden hebben gemerkt als hij niet achter iets aan zat. Laten we er geen doekjes om winden. Hij zou niet bij ons zijn komen aankloppen als hij het oog niet op Katie had laten vallen. " „Goed, maar dat doet iedere jongen, zeg nou zelf. In ieder geval heeft hij een oogje op haar. " „Haal je nu niets in je hoofd, Tilda. Hij komt twee keer op bezoek, en jij trekt de conclusie dat hij verzot op haar is. Hoe kom je erbij? Ik weet van kerels die al tien jaar een meisje het hof maken en desondanks is het niet doorgegaan. Gek op Katie! " Hij maakte een knorrend geluid als van een varken. „Kijk, daar gaan Barbara en John. Wat is er aan de hand? Ze blijven staan. O, Katie holt achter hen aan, die zal Barbara het grote nieuws wel willen vertellen. Wat een stelletje, die twee, net zusters, hè?" Ze richtte deze laatste woorden tegen miss Brigmore, en deze knikte en zei: „Ja, inderdaad, net zusters. " „En ze zijn dol op elkaar; al lijken ze dan geen sikkepitje op elkaar, ze mogen elkaar erg graag, dat kun je wel merken. " „Ja, erg graag, dat geloof ik ook. " „Tjonge! Wat ziet die Barbara er geweldig uit op een paard. Onze John ook; hij heeft een goede houding, onze John. Vind je dat ook niet, Brigie?" „Ja, inderdaad, het is een keurige jongeman. " „Het is een leuk stelletje om te zien. " „Ja zeker! " O, inderdaad, ze vormden een leuk span en ze pasten goed bij elkaar. Miss Brigmore onderschreef dat helemaal. John was vriendelijk, zacht en bedachtzaam en hij kon Barbara aan. Hij had er slag van haar boze humeur weg te praten. Maar de uitbarstingen waren de laatste tijd veranderd in mokken. Aanvankelijk had ze het beschouwende perioden genoemd, maar als ze er nu aan dacht, waren het sombere vlagen. Als Barbara daarin verkeerde, sprak ze geen woord, ook niet met haar handen. Nee, dan zwierf ze door de heuvels, net als haar moeder had gedaan toen ze dit kind verwachtte. Soms merkte miss Brigmore dat Barbara haar gespannen aankeek, een vraag verborgen achter haar ogen, vele vragen, maar tot nu toe waren die nog niet over haar lippen gekomen en ook niet op haar vingers gesteld. Toch voelde miss Brigmore hoe langer hoe duidelijker dat de dag nabij was waarop ze zou worden geconfronteerd met een jonge vrouw die de volledige waarheid wilde weten. Ze schrok wel even toen Matilda dwars door de kamer riep: „Zou u zo vriendelijk willen zijn een glas wijn voor ons te halen, zuster?" Dat was nu een van die dingen die haar nooit gelukt waren: Matilda duidelijk te maken hoe het hoorde, hoe je een bediende opdrachten gaf. De verpleegster was een nieuwe aanwinst in de huishouding. Ze keek een tikkeltje verontwaardigd, maar Harry zei: „Val haar niet lastig; ik bel Brooks wel. " „Nee, Harry, jij wilt het wel even gaan halen, hè liefje?" De verpleegster keek van Matilda naar miss Brigmore en toen deze een nauwelijks waarneembare beweging met haar hoofd maakte, draaide ze zich om en liep de kamer uit. „Dat is het nu juist. Ik wilde haar even kwijt. We kunnen in haar bijzijn geen twee woorden zeggen. Het past niet iedereen maar je eigen zaakjes te laten horen, hè? Ga nou eens zitten, Harry, en houd op met dat geren door de kamer; je lijkt wel een in de kelder losgelaten sleperspaard. Vertel haar nu eens waarover we het gisteravond hebben gehad. " Ze keek naar haar echtgenoot, maar wees op miss Brigmore. Harry liet zich ongewoon gehoorzaam in een stoel vallen en zei: „O, daar hebben we nog tijd genoeg voor, Tilda. " „Stel niet uit tot morgen. . . dat zeg jij zelf altijd. Weet je nog dat je dat jaren geleden al tegen me zei ? Stel niet uit tot morgen wat je heden doen kunt, zei je, trek een jas aan en zet je hoed op en we laten ons trouwen. " Ze wierp haar hoofd achterover en haar wangplooien schudden van het lachen. Harry glimlachte en knikte zonder haar aan te kijken. „Ja, ja, ik herinner me dat. Stel niet uit tot morgen wat je heden kunt doen. Hoewel" - hij schudde zijn hoofd en wierp een blik op miss Brigmore - „zo vlug ging het nu ook weer niet. We hadden nog zeker een week nodig. " Weer vulde Tilda's lach de kamer, maar opeens hield ze op, stak haar hand uit naar miss Brigmore en zei, terwijl ze haar pols greep: „We willen datgene voor je doen, meid, waarover we het heel lang geleden hadden. Iets blijvends waardoor je het kunt uitzingen tot de volgende troep klaarstaat om onder het mes te worden genomen. "Miss Brigmore keek zichtbaar ontdaan naar Harry en op haar vragende blik antwoordde hij grijnzend: „Ze bedoelt te zeggen dat als ze eenmaal getrouwd zijn en ze kinderen krijgen, u dan weer voor die kinderen kunt zorgen. " „O! O! " Ze lachte wat onzeker. „Ik vraag me af of ik nog ooit weer andere kinderen onder mijn hoede neem. " „Waarom zou u niet? U hebt zeker nog een jaar of dertig voor de boeg en twintig daarvan kunt u beslist nog wel werken. " Harry had zich nu rechtstreeks tot haar gewend. „Je zou u uw leeftijd beslist niet geven, bij lange na niet, vind je wel, Tilda?" „Nee, bij lange na niet. Dat heb ik al zo dikwijls gezegd, hè? O zeker, ja, zeker. " „Kom, laten we spijkers met koppen slaan. " Harry deed voortvarend. „Het gaat hierom: eerst onze kant van de zaak. We zouden graag zien dat u iedere dag even langs kwam, zoals gewoonlijk, maar niet op vaste tijden, net wanneer het u schikt. Kom even binnenlopen en help Tilda een handje met de gang van zaken, zoals u dat altijd al hebt gedaan. Maar mochten er nu eens dagen zijn dat u geen zin hebt en niet lastig gevallen wilt worden, dan is het ook goed, dat begrijpen we volkomen. U moet niet het gevoel hebben dat u afhankelijk van ons bent, vandaar dat we u een vast bedrag willen geven. " „O nee, nee! " Door de onverwachte beweging van miss Brigmore gleed een poot van haar stoel over de rand van het kleed en kraste over de gewreven houten vloer. ,,U hebt me uitstekend betaald, royaal, al te royaal, zou ik willen zeggen. Denk eens wat u voor Barbara hebt gedaan; het paard en het wagentje en het onderhoud van het paard ook. Ik kan uw edelmoedigheid nooit revancheren. Nee, beslist niet, ik kan nu niets meer van u aannemen. " „Het gaat er niet om wat u wel en wat u niet kunt aannemen. " Harry stond weer, zoals zijn gewoonte was, in zijn volle lengte tegenover haar. ,,U moet van honderdvijftig pond per jaar rondkomen, dat weet ik, en jullie leefden daar schrieltjes met zijn drieën van voordat u hier in dienst kwam. " Hij maakte een enorme zwaai met zijn hand, alsof hij haar weigering wegmaaide, en vervolgde: „Als Barbara eens zal trouwen, zal ze misschien die honderd pond zelf willen hebben, dat hangt er maar van af wie ze neemt. Ja, ja" - knikte hij - „dat hangt er maar van af wie ze neemt. " Hij was niet zo wreed om er aan toe te voegen: „of wie haar neemt," maar zei in plaats daarvan: „Er is nog veel onzeker, en waar bent u dan aan toe? Dan hebt u een dak boven uw hoofd en een pond per week om samen van te leven. "Terwijl ze hem aankeek, dacht ze: Wat een tegenstrijdigheid! Hij had medelijden met haar dat ze er van een pond per week moest komen en toch was dat zeker driemaal zoveel als hij sommige van zijn knechten betaalde. Een vreemde kerel, onhandelbaar, maar edelmoedig, en ze wist diep in zich dat ze, welke tegenwerpingen ze ook, zoals de hoffelijkheid gebood, zou maken, blij zou zijn zijn aanbod te accepteren, want ook nu waren de financiën een voortdurend probleem, omdat Barbara bepaalde wensen had die ver uitgingen boven hun inkomen. Maar toen ze hem hoorde zeggen: „Drieduizend dachten wij, Tilda en ik, drieduizend, en ik zal het voor u beleggen; dat zal u bijna net zoveel opbrengen als u nu krijgt, misschien zelfs iets meer," protesteerde ze. Hij legde haar het zwijgen op met de woorden: „Begin nu niet! " en hij wees met zijn vinger naar haar toen ze vlug overeind kwam. „Ik luister naar geen tegenspraak van u, want ik weet dat wanneer u uw mond opendoet, u iets zegt dat me de mond snoert. Het is dus geregeld. Ik ga nu vlug naar beneden. Rustig blijven zitten. " Die laatste woorden waren voor zijn vrouw bedoeld. Hij knikte tegen haar en ze knikte met een stralende glimlach terug terwijl ze zei: „Ja, heus, Harry, ik zal zoet blijven zitten. " „O, en u" - hij keek nu weer miss Brigmore aan, maar nu alsof ze schuldig aan iets was - „als u een minuutje voor me hebt, zou ik graag nog even iets met u bespreken. " „Goed, uitstekend," klonk haar stem gedwee. „Mooi zo" - hij knikte van de een naar de ander - „dat hebben we dan gehad. " „Blijf je niet nog een glaasje wijn drinken?"Hij draaide zich bij de deur om en keek naar miss Brigmore. „O, daarvoor is er nog tijd genoeg, al heb ik geen last van wijn, en geen sterveling kan zeggen dat ik een buikje heb. " Hij klopte op de voorkant van zijn broek, schudde krachtig met zijn hoofd en verdween. Ongeliktheid, vriendelijkheid, liefde, uit die drie ingrediënten bestond het leven van deze mensen. Ze ging weer zitten, stak nu haar beide handen uit en nam die van Matilda liefdevol in de hare. Ze mompelde haast onhoorbaar: „Wat kan ik daarop nu zeggen?" „Niks, meidje, niks, wat dat betreft tenminste. Wat de rest betreft doe je maar zoals je altijd hebt gedaan; zeg ronduit in dat keurige Engels, zonder iemand naar de ogen te zien, wat je te zeggen hebt. Dat zegt Harry altijd van u, dat u zonder iemand naar de ogen te kijken uw mening zegt. Hij vindt u een echte dame. Dat zegt Harry en hij heeft gelijk. Nou, of-ie gelijk heeft! Ik ben zo blij dat ik u heb leren kennen. Nu we toch ronduit met elkaar praten, kunt u me wel zeggen, meisje. . . Hoe lang denkt u dat ik nog te leven heb?" „O, Matilda! " „Kom, kom, schrik daar maar niet zo van. Ik weet heus wel dat ik nogmaar kort te leven heb, maar ik heb geen idee of het een week of een maand is en ik wil nog enkele dingen doen, in orde maken. "Miss Brigmore hield zich met moeite goed en ditmaal wist ze geen woord uit te brengen. „Denkt u dat hij het weet?" „Nee, o nee," loog ze nadrukkelijk. „Hij is de laatste tijd zo rustig en zacht, weet u. Ik dacht dat hij misschien een ietsepietsie vermoedde. ", ,Nee, hij is vriendelijk omdat hij zich zorgen over u maakt. Hij is bijzonder, heel bijzonder op u gesteld. " „Ja, dat is ook zo, maar een vreemde zou het niet geloven, omdat hij altijd zo tegen me tekeerging. Maar ik liet het langs mijn koude kleren afglijden, want zo was hij nu eenmaal. Bovendien ergerde ik hem, want ik ben altijd een soort uilskuiken geweest als het op kennis aankwam. Hij wilde dat ik ook studeerde, omdat zijn eerste vrouw nogal geleerd was, maar zoals ik eens tegen hem zei" - ze glimlachte weer flauwtjes — „ze gaf je verdomd weinig, met al haar knapheid! O, daar heb je het weer; ik mag in uw tegenwoordigheid geen grove woorden gebruiken, maar goed, dat zei ik dan tegen hem en hij lachte en sloeg me op mijn billen en hij zei: „Och, je hebt gelijk,' en sindsdien heeft hij nooit meer geprobeerd me wat bij te brengen. En weet u, ik heb zo bij mezelf gedacht in de afgelopen jaren, dat als het u niet is gelukt me wat bij te brengen, dat het dan niemand zou zijn gelukt, want u bent geweldig in lesgeven. . . Ik. . . ik wil nog niet sterven, Brigie. " Miss Brigmore keek hulpeloos naar de vrouw, die haar met betraande ogen aanstaarde, en wist geen antwoord te bedenken. Haar keel zat dicht en haar hart liep over van medelijden. Mensen die geen lijnen wisten te brengen in de loop van een gesprek, zelfs van het meest intieme, verwarden je, deden je de das om, zou Mary zeggen. Ze slikte hoorbaar toen Tilda met een door tranen verstikte stem voortging: „Het gaat er niet om dat ik dit alles niet kan missen, want dat heeft nooit een sikkepitje voor me betekend. Ik zou net zo gelukkig zijn geweest twee-hoog en ik miste Manchester, dat zeker, maar dat wilde ik hem niet laten merken. Nee, nee, ik wil voor hem niet weg. Weet u, ik weet niet wat hij zal gaan doen, meid. Ik hoop bij God dat Florrie Talbot hem niet aan de haak slaat. Ik zou het afschuwelijk vinden als ze hier in mijn plaats kwam. God nog aan toe, ik geloof dat ik dat niet zou kunnen hebben, de gedachte alleen al. . . " Weer slikte miss Brigmore hoorbaar en vroeg toen na een kuchje: „Florrie Talbot? Die naam heb ik nog nooit gehoord. " „Nee, we hebben het niet vaak over haar. Het is zijn nicht. Toen zijn eerste vrouw was gestorven, wilde zij hem hebben; ze was zeker zes jaar jonger dan ik. Ze is nu achter in de veertig, maar het is een echte verfomfaaide slet. En ze is ook werkelijk geen haar beter dan dat. Toen ze nog een jong meisje was, moest haar vader haar herhaaldelijk uit het park halen. " Miss Brigmore fronste vragend haar wenkbrauwen. Matilda legde uit: „Ach, u weet wel, dat heb ik u weleens verteld, waar de sletjes tippelden, dag of nacht, dat maakte voor hen niets uit. Nou, öf die onbeschaamd waren, en zij was een van hen. Haar vader sloeg haar van top tot teen bont en blauw en sloot haar drie dagen spiernaakt in een kamer op om het haar af te leren, maar ik vrees dat het hem nooit is gelukt. Toch is ze nadien keurig getrouwd met een gabber uit de havens van Liverpool. Toen die stierf, kwam ze terug naar Manchester. Daar woont ze nog steeds, en zodra ik mijn biezen heb gepakt, komt ze als een bloeddorstige luis op mijn Harry af. " „O nee! Maak u geen zorgen, Matilda. Meneer Bensham zou er niet over denken een ander uw plaats te laten innemen. " „Nee, de eerste tijd misschien niet en ik zal altijd een plekje in zijn hart houden, daarvan ben ik zeker, maar de menselijke natuur blijft nu eenmaal overal ter wereld dezelfde, zoals we allebei wel weten, meid, en nood breekt wet. Hierover wilde ik u wat vragen. Mocht ze hier opduiken — en ik zou me al sterk in haar vergissen als ik de tijd zou hebben om me in mijn graf te nestelen voordat ze hier de oprit opkomt, daar durf ik heel wat op te verwedden - zou u dan alstublieft met hem willen praten en hem zeggen dat hij moet wachten, bijvoorbeeld een jaar? Naar u zal hij wel luisteren. U hebt geen idee hoeveel ontzag hij voor u heeft. " „Maakt u zich maar geen zorgen. Ik zal doen wat ik kan. Zit maar nergens over in. O" - opgelucht keek ze naar de deur - „daar is de wijn. Een glas zal u goed doen. " „Dat zal het, meid, dat zal het zeker. Er gaat niets boven een glas wijn om je weer fitte voelen. " Matilda snoot haar neus en zag kans tegelijkertijd haar tranen weg te wissen, en ze glimlachte tegen de strak kijkende verpleegster toen die het blaadje op het tafeltje naast haar bed zette.