24

De plaatselijke krant had twee topdagen: Jaloerse echtgenoot overvalt acteur, gevolgd door: nachtwake in het ziekenhuis.

De avondkrant van maandag ging verder: ex-bokser stapt weer in de ring en mishandeld acteur.

In alle gevallen volgden er 'uitvoerige artikelen over de verwondingen van Riley, die hadden gemaakt dat hij van het plaatselijke ziekenhuis moest worden overgebracht naar Newcastle, waar hij nu op de intensive care lag met ernstige hoofdwonden, een gebroken been, enzovoort. De derde dag was er niets, maar de vierde dag luidde de kop:

Acteur vecht voor zijn leven. Nachtelijke wake door vrouw en vader. Daarna volgde: 'In een speciaal interview met onze verslaggever zei Johnny Poole dat hij tot in het diepst van zijn hart spijt heeft van wat hij heeft gedaan, maar dat dit alles was veroorzaakt door anonieme brieven die hij had gekregen. Hij had ze een paar weken achter elkaar ontvangen. Ze lagen op hem te wachten in het depot en ze gingen over de bezoeken van zijn vrouw aan de flat van de acteur, waar zij zogenaamd alleen het wasgoed moest ophalen en de vriezer moest bijvullen. De vrouw van de acteur werd overwegend in beslag genomen door de zorg voor hun invalide zoon.' De verslaggever meldde voorts dat de heer Poole niets had gezegd over het feit dat hij zijn baan had verloren en dat zijn vrouw hem had verlaten en een verzoek tot echtscheiding had ingediend.

Er verscheen verder niets in de kranten, tot vijf weken later, toen de zaak voorkwam.

In de tussentijd rees echter onder de theatermensen en anderen de vraag wie die brieven kon hebben geschreven.

Alle familieleden en naaste vrienden hadden hen in kunnen lichten, maar ze wisten allemaal, omdat Riley dit vanaf het begin had gezegd, dat hij niet wilde dat de naam van zijn moeder werd genoemd, want als zijn moeder voor de rechtbank moest verschijnen zou de situatie openbaar worden gemaakt en dan zou hij nooit van haar verlost zijn. Het was al erg genoeg dat hij dit zijn hele leven met zich mee moest dragen. Alex had hen gewaarschuwd dat ze hun mond moesten houden en het aan hem moesten overlaten. Hij zou haar wel voor zijn rekening nemen. Reken maar.


Ze was de afgelopen vijf weken slechts vier keer thuis geweest, maar ze belde iedere morgen en iedere avond met Charles, en hij reageerde veel beter op haar afwezigheid dan ze had gedacht, want er was de belofte dat zijn vader weer thuis zou komen als zijn been beter was.

Ze had Charles nu aan de telefoon en ze zei: 'Pappa is gisteren uit bed geweest en heeft een eindje kunnen lopen, dus het duurt nu niet lang meer, liefje, voor hij naar huis mag.' Maar zelfs terwijl ze die woorden uitsprak, vroeg ze zich af waarom ze daar zo zeker van was, want de man die ze nu dagelijks zag leek in niets meer op de man die op de oprit had gestaan met het excuus dat hij zijn zoon wilde zien. Deze man was veel stiller, hij had het nooit over naar huis gaan en hij vroeg zelden naar zijn zoon.

De stem van het kind klonk weer: 'Heb je pappa verteld dat ik mijn naam al kan schrijven?'

'Ja, hij was daar heel blij om. En hij zei dat als jij je adres opschrijft, hij je een brief zal sturen.'

De lach van Charles klonk door de telefoon. Toen zei hij: 'Meneer Mac wil je even spreken, mamma.'

'Hallo, mevrouw.'

'Hallo, Hamish.'

'Hoe is het met hem?'

'Ongeveer hetzelfde als gisteren, maar hij kan zijn benen wat beter bewegen.'

'Zal hij voor Kerstmis naar huis kunnen?'

Toen ze niet meteen antwoord gaf, vroeg hij weer: 'Hij zal dan toch wel thuis kunnen zijn, hè? We kunnen iets bedenken zodat hij achter in de auto languit kan liggen.'

'Ik weet niet of hij daartoe in staat zal zijn, Hamish.' Ze had het hart niet om te zeggen: ik weet niet of hij wel wil komen. Want dat was dichter bij de waarheid geweest.

'Nou ja, we moeten het maar van de positieve kant blijven bekijken, vindt u niet, mevrouw? En Mary heeft een hele waslijst aan koekjes die ze allemaal gaat bakken. Ze is op dit moment boven. Moet ik haar roepen?'

'Nee, ik spreek haar vanavond wel, Hamish. Ik moet terug. Het is de dag van de rechtszaak.'

'O, ja. Hij heeft twee jaar verdiend, maar ik zou hem er drie geven.'

Ze gaf hier geen commentaar op, want ze wist wie er eigenlijk drie jaar naar de gevangenis zou moeten, en dat was niet deze grote lobbes van een ex-bokser.

Toen ze Rileys kleine eenpersoonskamer had bereikt bleek hij in zijn ochtendjas op de rand van het bed te zitten.

Hij glimlachte naar haar, alsof ze zojuist de kamer had verlaten en nu weer terug was, en hij zei: 'Ze zeggen dat ik therapie ga krijgen.'

Ze schoof een stoel dichterbij en ging naast hem zitten, maar ze maakte geen aanstalten om hem te kussen en hij ook niet om haar te kussen. Met uitzondering van de korte tussenpozen dat ze naar huis was geweest, had ze hem dagelijks gezien en hun intimiteit was nooit verder gegaan dan elkaars hand vasthouden. Ze zei tegen hem: 'Ik heb net even naar huis gebeld. Charles klonk heel opgewekt.' Hij gaf hier geen antwoord op maar knikte alleen en zei toen: 'Hoe laat is het?' Ze keek op haar horloge en zei: 'Kwart voor tien.'

'Dan is de rechtszaak begonnen.'

'Ja.' Ze had gedacht dat ze het beter niet met hem over de rechtszaak kon hebben, maar hij begon er zelf over, dus moest hij erover hebben nagedacht. Dit bleek vooral toen hij zei: 'Ik hoop dat ze hem vrijspreken.'

Haar stem klonk verontwaardigd toen ze zei: 'Hij verdient geen vrijspraak! Je had wel dood kunnen zijn!'

'Misschien door die voetschraper, maar niet door wat hij deed.'

Haar verontwaardiging maakte dat ze bijna uit haar stoel opstond toen ze zei: 'Een scheur in je lies, een gebarsten heupbeen, een gebroken kaak, vier tanden eruit, en je halve oor weg.'

'Dat kwam door die punt.'

'Nee, als hij jou niet had geslagen was jij niet gevallen en hij had je echt niet hoeven schoppen. En bedenk wel dat die punt je schedel had kunnen doorboren. De chirurg zei nadrukkelijk dat je erg veel geluk hebt gehad.'

'Ja, dat weet ik, maar jij weet net zo goed als ik, Nyrene, dat het niet echt zijn schuld is.' Hij noemde niet de naam van degene wier schuld het wel was, en zij ook niet. Hij vervolgde: 'En hij was stomdronken.'

Na een korte stilte zei hij rustig: 'Hij heeft me geschreven, weet je.'

'Echt waar?'

'Ja, en hij zei dat het hem geweldig speet wat hij had gedaan. Ik heb tegen Lily gezegd - ze was hier vanmorgen vroeg al - dat ze niet van hem moet scheiden. Ik heb het weliswaar niet op die manier gezegd, ik heb gezegd dat ze niet bij hem weg moet gaan omdat hij iemand nodig zal hebben, want als, zoals ik heb gehoord, rechter D'Arcy achter de tafel zit, zal hij waarschijnlijk de gevangenis indraaien.'

Ze zei zacht: 'Dat is precies wat hij heeft verdiend, want hij had je wel levenslang invalide kunnen maken.'

Hij staarde haar aan. Hij wilde tegen haar zeggen dat hij hem inderdaad levenslang invalide had gemaakt, niet zozeer wat lichaam maar wel wat geest betrof. Hij had de afgelopen weken veel nagedacht toen hij daar had gelegen. Pijn maakte veel duidelijk, je ging je prioriteiten heel anders stellen. Wat bereikte je in een bestaan als acteur, buiten applaus van het publiek en het strelen van je toch al grote ego? Maar voor je dat applaus kreeg, moest je behagen, en wat gaf je op om te behagen? In zijn geval had hij tijd opgegeven, tijd om bij zijn vrouw te zijn, tijd om bij zijn kind te zijn, en waar had dat toe geleid? Het antwoord lag in het litteken op zijn kin. En om acteur te blijven, moest je over bezieling beschikken, en bezieling betekende enthousiasme en vuur. Nou, er was geen spoortje vuur meer in hem achtergebleven. Wat enthousiasme betrof besefte hij dat hij nooit meer één stap op het toneel zou zetten. De behoefte om zichzelf uit te drukken, anderen te plezieren, zichzelf zelfs tentoon te stellen, was verdwenen. Het enige wat hij nu wilde was een plek zoeken waar hij een tijdje alleen kon zijn. Niet thuis, o, nee, niet thuis. Ze bleef maar praten over thuis, over hoe hij thuis moest komen voor Kerstmis. Maar hij had het gevoel dat het grootste deel van haar gepraat uit medelijden voortkwam. Voor de rest probeerde ze haar schuldgevoelens uit te wissen, omdat ze het kind boven hem had gesteld, want ze besefte dat als ze het kind nu alleen kon laten, ze hem bok eerder alleen had kunnen laten, en dat als ze dit had gedaan, er niets van dit alles was gebeurd, en dat hij zeker dat litteken op zijn kin niet zou hebben gehad.

'Doet je gezicht pijn?'

Hij haalde zijn hand van zijn wang. Hij had onbewust het litteken betast en hij zei: 'Nee. Nee, maar af en toe voelt mijn oor een beetje vreemd. Ze zeggen dat ze het deze week af zullen maken, en dat ik het verschil niet zal zien.' Hij legde een hand om zijn verbonden oor.

Hij keek haar aan en zei: 'Dus je gaat niet naar de rechtszitting?'

'Nee, Peter, dat kan ik echt niet.'

'Het hoeft ook niet. Pa zal er trouwens zijn, en Betty en Lily. Arme Lily.'

Hij leek erg met Lily te doen te hebben, maar terwijl ze dit dacht voelde ze geen enkele jaloezie jegens dat meisje. Het was niet haar schuld dat dit was gebeurd, het was feitelijk haar eigen schuld, want als zij in de flat was geweest om de was voor haar man te doen, was het niet nodig geweest dat Lily langskwam. Ze schudde snel haar hoofd. Ze moest zich er niet meer zo in verdiepen. Dit voortdurend de schuld op zich nemen voor alles wat er was gebeurd, zou haar nog eens doen bezwijken.

De deur werd opengeduwd en een zuster zei: 'Het rijtuig is onderweg, Rip Van Winkle. Maak u klaar!'

De deur ging weer dicht en Nyrene glimlachte. 'Rip Van Winkle? Noemt ze je zo?'

'Ja, ze is van de therapiekamer. Ik denk dat ze me zo noemt omdat Rip Van Winkle in dat verhaal honderd jaar heeft geslapen.'

'Ja, ik ken het verhaal.'

'Ze zei dat ik de eerste veertien dagen heb liggen slapen. Maar om je de waarheid te zeggen heb ik nog maar vage herinneringen aan die eerste dagen.'

De deur ging weer open en er werd een rolstoel naar binnen geduwd, en toen Nyrene opzij stapte om Riley zich erin te laten helpen, zei ze: 'Ik ga naar de flat, je vader zei dat hij daarheen zou bellen.'

Hij draaide zijn hoofd om naar haar op te kunnen kijken en hij zei: 'Ja, doe dat, liefste. Doe dat. Tot vanmiddag.'

'Ja, tot dan.' Ze bleef knikken toen hij werd weggereden door twee lachende en grapjesmakende verpleegsters, een aanblik die op de een of andere manier nog bijdroeg aan haar voortdurende gekwetstheid. Hier was opnieuw de jeugd vertegenwoordigd, vrolijk en onopgesmukt. Ze stond er niet bij stil dat die twee verpleegsters waarschijnlijk net zo hadden gedaan bij een beverige oude man. Nee, zij zag alleen maar hun jeugd.