10
Riley was zojuist uit Londen van de auditie teruggekeerd en vanwege het resultaat wist hij precies wat hij ging doen zodra hij het huis van de Beardsleys had bereikt, waar nu al dagenlang een gespannen sfeer heerste, en dat was nog voorzichtig uitgedrukt. Zelfs Fred was niet in staat geweest zijn geforceerde vrolijkheid te handhaven.
Dan had je Nyrene nog. Haar blijdschap over het kind leek te worden overschaduwd door... door angst? In elk geval maakte ze zich ergens zorgen over.
Voor hij twee dagen geleden naar Londen was vertrokken had ze tegen hem gezegd: 'Ik hoop echt dat je wordt aangenomen. En als je een aanbod krijgt, laat je dan door niets weerhouden om het aan te nemen, ook al willen ze dat je naar Brazilië of Hongkong gaat.' Daarop had hij geantwoord: 'Zo ver mogelijk hiervandaan, bedoel je dat?'
Ze had zacht gezegd: 'Riley, je moet de dingen niet zo verdraaien.'
Maar zijn besluit stond vast, hij wist wat hem te doen stond.
Hij ging via de keuken het huis in, waar mevrouw Roberts hem oprecht hartelijk begroette: 'Wat leuk dat u weer terug bent, meneer Riley. Hoe was Londen?'
'Een heksenketel. Nog duizend keer erger dan Newcastle.'
'Nou, dat zegt wel iets. U komt precies op tijd voor de thee, mevrouw Beardsley is net thuis.'
Toen hij de keuken uit kwam en de hal in liep, zag hij Louise de trap af komen. Ze zei: 'Hallo, ben je terug?' Daarna riep ze onder aan de trap: 'Fred! Onze kostganger is teruggekomen.'
Riley zei niets maar dwong zich tot een glimlach: de vrolijkheid begon weer.
'Ha, die Riley. Dus je bent weer terug.'
Riley staarde naar deze grote, forse man en met een jongensstem zei hij: 'Weet u, meneer Beardsley, dat is het gekste wat u tegen iemand kunt zeggen... dus je bent weer terug. Wie denkt u, meneer Beardsley, dat er voor u staat?'
Fred stak zijn hand uit, gaf hem een por en zei: 'Slimmerik! En je bent nog steeds niet te groot om een draai om je oren van me te kunnen krijgen, hoor!' Waarop Riley met zijn gewone stem zei: 'En u bent niet groot genoeg, meneer Beardsley, om dat te doen.'
Ze keken elkaar aan en schoten toen in de lach.
Louise zei gespannen: 'Ik breng de thee wel binnen.'
Toen ze eenmaal op hun vertrouwde plaatsen zaten, keek Fred naar Riley en zei rustig: 'Je hebt een besluit genomen?'
'Hoe raad je het zo? Maar je hebt gelijk, ja, ik heb een besluit genomen.'
'Nou, het zal je misschien verbazen, maar wij hebben ook een besluit genomen. De stemming is de laatste tijd wat gespannen geweest, hè?'
Riley zat even met zijn mond vol tanden bij deze openlijke verklaring. Toen zei hij: 'Dus dat is je opgevallen.'
'We zullen het komende halfuur proberen elkaar geen vliegen af te vangen, Riley.'
Iets in de stem van zijn vriend en de blik in zijn ogen weerhield Riley van verder commentaar. Toen Louise de kamer binnenkwam met het dienblad, stond hij snel op om dit van haar aan te pakken en op een tafeltje te zetten, waarna zij de thee inschonk terwijl ze over de belevenissen van Jason die morgen in de peuterspeelzaal vertelde.
Fred zette zijn kop en schotel niet al te zachtzinnig op een tafeltje en zei tegen Riley: 'Nou, vertel op, hoe is het gegaan?'
'Ik heb de rol niet gekregen.'
Man en vrouw wisselden even een blik. Toen zei Fred: 'Waarom niet? Ik had gedacht dat ze je die op een presenteerblaadje zouden aanbieden.'
Riley lachte even en zei: 'In dit beroep kun je de obers nooit vertrouwen. Maar ik heb het in elk geval tot de laatste drie gebracht en de beste van ons heeft de rol gekregen. Hij was ouder dan de rest en had een andere presentatie doordat hij veel meer ervaring had, denk ik. Die andere kerel was ongeveer van mijn leeftijd, bijna twintig.'
'Jij bent zeker niet bijna twintig.'
'Dat is ook niet meer zover weg. Maar wat doet het ertoe?'
'Volgens mij moet dat er in dit geval wel toe hebben gedaan. Ze vonden je waarschijnlijk te jong.'
'Ze vonden me niet te jong. Ze wisten helemaal niets van me.'
'Hoe zat het met die man, meneer... hoe heet-ie ook alweer? Die gezegd had dat je daarheen moest gaan?'
'Hij was een van de vier en een roepende in de woestijn. Ik wist dat op het moment dat ik het theater binnenkwam. Hij ging af op mijn optreden in Het Gouden Verstand en dat was alles wat hij over mij wist. Het was niet genoeg tegenover wat de anderen hadden gedaan, of in elk geval tegenover dat wat de man die hem kreeg had gedaan. Maar ik heb mijn besluit genomen, ik neem dat aanbod van de tournee aan, ik heb een hekel aan stilzitten.'
Fred en Louise wisselden opnieuw een blik, en toen Louise naar haar man knikte, zei hij: 'Wij hebben ook een besluit genomen. We hebben je iets te zeggen, Riley, en het hing allemaal af van het resultaat van je tocht naar Londen. Als je die rol had gekregen, hadden we het daarbij gelaten, want als je eenmaal in Londen zat, was dat het opstapje naar iets groters geweest. We vonden dat allebei, en daarom wilden we je geen dingen vertellen die een belemmering voor je carrière hadden kunnen vormen. En wij waren niet de enigen die er zo over dachten, o, nee. Ik ga je een vraag stellen.'
Toen hij dit zei, ging Louise staan en zei: 'Ik ga nog even water opzetten.'
Fred keek haar aan, glimlachte, en zei toen: 'Goed, lieve. Als jij hem een pijnlijke situatie wilt besparen, moet je maar even thee gaan zetten.'
'O, Fred!'
Toen ze snel de kamer uit liep, vroeg Riley scherp: 'Wat heeft dit te betekenen? Wat voor pijnlijke situatie wil jij me besparen?'
'Ik ga je een vraag stellen. Herinner je je nog iets van het feest met Kerstmis en je afscheid, vorig jaar?'
Riley gaf geen antwoord, maar hij voelde zijn hele lichaam verstrakken.
'Je had gedronken en zij had gedronken. Dat weet ik wel, dus stel ik je de vraag zonder verdere omhaal: zijn jullie met elkaar naar bed geweest?'
Rileys lichaam was verstijfd. Hij voelde hoe hij van top tot teen rood werd. Fred had gezegd dat ze allebei dronken waren geweest en daarna had hij gevraagd of ze met elkaar naar bed waren geweest. Het klonk grof, zelfs smerig.
'Ik stel je een vraag en daar moet je een antwoord op hebben: ben je met Nyrene naar bed geweest?'
Riley ging staan. Hij had het liefst geschreeuwd: ja, ik ben met haar naar bed geweest en ik kan niet vergeten dat ik met haar naar bed ben geweest, maar zij is het wel vergeten. Maar hij zei niets.
'Ga zitten. Ga zitten, man, ik heb mijn antwoord al. Hoor eens, ik neem jou of haar echt niets kwalijk, nee, en Louise denkt er net zo over. Maar Nyrene maakt zich alleen maar zorgen over jouw toekomst. Ze vindt dat jij vrij moet zijn om je carrière voort te zetten zonder dat je je ergens verantwoordelijk voor hoeft te voelen. Je bent nog zo jong vergeleken...'
'Ik ben helemaal niet jong, Fred, vergeleken bij haar. Dat heb ik je al eerder verteld en dat heb je zelf ook gezegd. Ik ben nooit echt jong geweest. En wat bedoel je met dat zij niet wil dat ik me ergens verantwoordelijk voor voel?'
'Wil je nu echt even gaan zitten?'
Riley ging zitten en ze keken elkaar zwijgend aan terwijl het woord verantwoordelijkheid door Rileys hoofd ging. Verantwoordelijkheid voor wat? Dat kon toch niet? Maar het was wel zo. Hij had gehoopt en gehoopt, maar toen was die Charles erbij gekomen. Ja, die Charles speelde nog steeds een rol en hij zei: 'Wat voor verantwoordelijkheid zou ik moeten hebben?'
'Als jij niet kunt rekenen, dan zal ik wel voor je rekenen. Je weet wanneer jullie met elkaar naar bed zijn geweest en je weet wanneer het kind is geboren.'
Riley wilde weer gaan staan, maar Fred gebaarde hem te blijven zitten.
'Maar het kind kwam te vroeg.'
'Te vroeg? Lariekoek!'
'Wat... Wat zeg je nou? Maar hoe zit het dan met die Charles, haar vriend? Ga me nou niet vertellen dat die verzonnen was, want Louise zei dat ze hem had gesproken.'
'Nee, nee, hij was niet verzonnen, Riley. Er was inderdaad een Charles, voluit Charles Kingston. En ze was dol op hem, want hij was toevallig haar peetvader.'
'Wat?' Het woord was zacht maar doordringend.
'Ja - Fred knikte langzaam - 'haar peetvader. Haar vader en Charles Kingston hadden samen in de oorlog gevochten, ze waren dikke vrienden. Hij is zijn hele leven vrijgezel gebleven en hij zat er warmpjes bij, met een mooi huis in een buitenwijk van Peterculter, in de buurt van Aberdeen. Ik heb begrepen dat dat het familiehuis was, maar hij was de laatste die overbleef. Ivy, de nicht van Nyrene, en haar man Ken waren ook goede vrienden van hem, ze waren zijn naaste buren, heb ik gehoord. Dat was het tweetal bij wie jij me onlangs in opdracht van Nyrene vandaan moest houden. Maar ze was Louise vergeten, en die kreeg later bij de koffie het hele verhaal te horen. Niet dat zij dachten dat er een verhaal te vertellen was, want ze hadden niets te verbergen, niet zoals onze lieve Nyrene. En op die manier ontdekte Louise dat Nyrene iedere mogelijke vakantie bij haar peetvader had doorgebracht en dat toen haar ouders waren gestorven zij een nog hechtere band met hem kreeg en ze alle weekends daar bij hem zat... zelfs toen ze aan de drank was. Hij was feitelijk degene die haar weer op de been hielp toen ze aan de kant was gezet door dat mispunt. Je vroeg je toch wel eens af waar ze in het weekend naartoe ging? Wij ook, maar we dachten dat ze daarheen ging om bij haar nicht te logeren. Hoe dan ook, onze Nyrene bezit niet alleen haar eigen huis maar ze heeft nu ook een veel mooier huis in Schotland, voorzover ik dat op de foto's heb gezien. En ze heeft voldoende geld om de rest van haar leven comfortabel te kunnen doorbrengen, zelfs als ze nooit meer een voet op de planken wil zetten. En ze heeft haar nicht niet vergeten, wat ze heel aardig van haar vonden.'
'Hoe oud was hij?' Rileys stem klonk dof.
'Een jaar of tachtig, geloof ik. Eén- of tweeëntachtig, ik weet het niet precies, maar in de tachtig.'
'Tachtig!'
'Ja, tachtig. Maar daar gaat het nu niet om. De vraag is, wat ga je eraan doen? Van onze kant kan ik zeggen dat ze ons in vertrouwen heeft genomen, maar onder de voorwaarde dat we niets zouden vertellen. Alles moest hetzelfde blijven. We vonden echter vanaf het begin dat het een loze belofte was, omdat we meenden dat je recht had op de waarheid. Maar dit zou afhangen van de weg die jouw carrière zou nemen. Trouwens, voel je iets voor het kind?'
'Nee, het slaat in als een bom. De enige persoon voor wie ik iets voel is zij. Ze is voortdurend in mijn gedachten geweest. En de afgelopen maanden waren een hel. Je hoort wel eens over mensen die worden verteerd door hun gevoelens, door hun emoties. Nou, ik weet hoe dat is, en geloof me,' - hij bewoog zijn hoofd langzaam heen en weer - 'het is geen kalverliefde. Ik ken haar vanaf mijn zestiende en vanaf het begin, helemaal vanaf het begin, toen zij een ster op dat toneel was en ik, als alle assistent-toneelknechten, niet meer dan een loopjongen was, een veredelde krullenjongen, hield ik van haar. En er is nog iets anders dat ik me de laatste tijd heb gerealiseerd.' Hij zweeg even en keek naar zijn handen. 'Ik had nog nooit echte verliefdheid meegemaakt. Ik voelde me nooit opgewonden of geraakt door de meisjes die ik kende. Mijn rol in dit leven leek altijd die van clown of stoere jongen te zijn. Maar wat ik vanaf het begin voor haar heb gevoeld en wat met de dag is gegroeid, zal me bijblijven tot... nou ja, nu klink ik als m'n pa of m'n ma, maar het zal me de rest van mijn leven bijblijven. Zo zit dat. Ik zweer het je.'
Fred leunde achterover in zijn stoel en zuchtte. 'Dat zou ik niet doen, Riley, daar zou ik niet op zweren. Maar ik geloof dat de zee van je emoties hoog gaat waar het haar betreft en daar heb ik begrip voor. Het is een heel knappe vrouw en je kunt haar haar leeftijd niet aanzien. Ik ga echter niet zeggen dat ik je moet waarschuwen, maar de jaren kunnen een grote rol spelen in emoties, ze veranderen ondanks al je goede bedoelingen. En als ze niet echt veranderen, dan bekoelen ze, gaan over in iets anders: tederheid, vriendschap, vriendelijkheid, begrip, een mengeling die uiteindelijk - en ik spreek nu vanuit mijn leeftijd - veel meer voldoening geeft dan de elementen die je kunnen verteren. Aan de andere kant: wie ben ik om zo te praten? Je zult je leven moeten leven voordat het zover is, en ze zal je daarbij helpen, dat wil zeggen, als ze je wil hebben.'
'Hoe bedoel je: als ze me wil hebben?'
'Je zult haar van een aantal dingen moeten overtuigen. In de eerste plaats dat je niet alleen van haar houdt, maar dat je het kind ook wilt, want ik kan je verzekeren dat het kind op dit moment het allerbelangrijkste in haar leven is, waarschijnlijk omdat het ook jouw kind is, maar misschien nog wel meer omdat het iets is wat ze nooit had gedacht te zullen hebben. Zou je met haar willen trouwen?'
'Ja, natuurlijk! Wat dacht je dan? Waar hebben we het anders over?'
Rileys stem was luid geworden, net als die van Fred toen hij antwoordde: 'Ik weet heel goed waar we het over hebben, kerel. Ik weet waar we het over hebben en ik kan je wel verzekeren dat als je echt met haar gaat trouwen, je een hoop kritiek zult krijgen, niet alleen van die kattenkop van een moeder van je, maar van de hele plaatselijke bevolking. Het is een klein stadje. Je woont er niet, maar iedereen kent je door je acteerwerk. Een mens heeft geen privé-leven meer als hij op de planken staat. Alles wat je doet wordt in de kranten onder de loep genomen.' Hij schreef met zijn wijsvinger denkbeeldige woorden in de lucht: 'De jongeman die in The Little Palace Theatre met zoveel succes de rol van de zwakzinnige jongen in Het Gouden Verstand speelde, en die nog geen twintig is,' - met veel nadruk - 'gaat binnenkort trouwen met juffrouw Mason, die de veertig al gepasseerd is...'
'Ze is nog geen veertig.'
De vinger bleef schrijven: 'Hij ontkent dat ze veertig is, dus dat laten we zitten. Juffrouw Mason is echter al vijftien jaar lang een van de sterren van het theater en ze heeft onlangs een zoon ter wereld gebracht.'
Riley wilde weer overeind komen, maar Fred liet zijn hand op de armleuning van de stoel vallen, hij leunde achterover en zei: 'En dan is het nog vriendelijk tegenover jou, kerel. Maar als je je moeder over de vloer krijgt die eens even gaat vertellen wat haar mening is over deze oude vrouw die haar zoon heeft verleid, dan heb je de poppen pas goed aan het dansen. Nyrene is zich dit alles terdege bewust, nog veel meer dan ik, en dat is iets wat jij zult moeten overwinnen.'
'Met jouw hulp?' Er klonk bitterheid in Rileys stem en Fred antwoordde rustig: 'Ja, met mijn hulp. Ik praat nu, net als de afgelopen tien minuten, met jou als de beste vriend die je hebt. Je zult nooit een betere krijgen, dat kan ik je wel verzekeren.'
Toen de deur openging draaide Riley zich met een ruk om en keek Louise aan. Ze had niet een nieuwe pot thee in haar hand en ze liep rechtstreeks, met uitgestrekte armen, op hem af. Ze omhelsde hem en voelde hoe zijn hele lichaam slap werd. Hij stamelde: 'Louise. O, Louise, wat moet ik doen?'
Ze legde haar handen om zijn gezicht, kuste hem en zei: 'Kom nu even tussen ons in zitten, dan zullen we iets bedenken. Want hoewel ik weet dat hij je het hele verhaal al voor de voeten heeft geworpen, heeft hij dat voor je eigen bestwil gedaan.' Ze duwde hem op de bank omlaag en voegde eraan toe: 'Ze is niet de enige die van je houdt, bedenk dat wel. En vergeet jij ook niet, meneer Beardsley, dat ik slechts dankzij Riley iets in jou ben gaan zien.'
'Hou je mond, mens, voordat ik je een draai om je oren geef!' Fred trok haar voorzichtig tussen hen in. Daarna zei hij, nu op ernstiger toon, tegen Riley: 'Luister eens even. Verplaats je eens in Nyrene. Je zit daar in dat huis, je hebt dat kind, je bent verliefd op een kerel die half zo oud is als jij. Zoals jij het ziet heeft hij zijn hele leven nog voor zich, maar je houdt te veel van hem om dat helemaal op te eisen. Stel dat hij nou eens naar je toe zou komen om te zeggen dat hij zich geen barst van dat leeftijdsverschil aantrekt en dat de toekomst van later zorg is, wat zou jij dan doen?'
Zonder te aarzelen draaide Louise zich om, keek Riley aan en zei: 'Ik zou hem om de hals vallen.'
'Ach, Louise.' Riley hield haar handen vast en met gebogen hoofd mompelde hij: 'Denk je echt dat ze dat zou doen?'
'Waarom probeer je het niet gewoon in plaats van zo te twijfelen? Vooruit! Kom daarna weer hier terug om te zeggen dat je meteen je spullen meeneemt. En je zou kunnen vragen: ‘Vind je het goed, Louise?’ Vooruit!' Toen ze hem omhoog wilde duwen draaide hij zich naar haar om en nam haar in zijn armen. Maar toen keek hij naar zijn weldoener, vroeger meneer Beardsley en nu Fred, en hij vroeg: 'Mag ik?'
'Vooruit, ga je gang. Wie ben ik om je tegen te houden?'
Hierop boog Riley zich naar voren en kuste Louise, waarna hij snel overeind kwam en de kamer uit liep.
'Waarom huil je nou?' Fred trok Louise stevig naar zich toe en ging verder: 'Ik wist dat er een heer in Riley school en dat laatste bewees het. Iemand anders van zijn soort had jou zonder iets te vragen gekust, maar niet Peter Riley.'
Mevrouw Atkins begroette hem op dezelfde manier als mevrouw Roberts. 'Dus u bent weer terug?' En zonder op enig antwoord te wachten ging ze verder: 'Juffrouw Mason is boven. Allemachtig, de jongeheer is vandaag wel bezig, hij heeft de hele boel bij elkaar geschreeuwd. Ik heb tegen haar gezegd dat ze zich geen zorgen hoeft te maken, dat het alleen maar lucht is en dat ze hem ook niet iedere minuut moet oppakken. Ja, het is allemaal prima met hem wanneer je met hem heen en weer loopt. Ik wed dat u wel een kopje thee lust.'
'Nee, dank u, mevrouw Atkins. Ik heb net thee gedronken bij meneer Beardsley.' Hij holde de trap op.
Bij de deur van de kinderkamer aarzelde hij even voor hij hem voorzichtig openduwde, waarna hij ontdekte dat Nyrene er niet was. Hij bleef even staan voor hij langzaam naar de wieg liep om neer te kijken op wat hij zeker wist dat zijn zoon was.
Hij kreeg een brok in zijn keel en er kwamen tranen in zijn ogen, zodat hij in zijn zak naar een zakdoek tastte.
Dit was zijn zoon. Zijn zoon. Hij had deze baby geschapen, dit kind, dit was zijn zoon. Hij werd overweldigd door de enormiteit ervan: dit kind was verwekt in een opwelling van zeldzame hartstocht, ook al was het met door drank benevelde zinnen. Toch had de drank de essentie van wat er had plaatsgevonden niet weggewist en er was ook geen dag voorbijgegaan zonder dat hij eraan dacht. Hij had het moeten weten. Hij had het moeten raden. Maakte het nu nog wat uit? Maakte het wat uit?
Er klonk een gesmoorde kreet achter hem en daar stond ze in de deuropening. Ze liep niet naar hem toe, maar hij wel naar haar. Hij liep op zijn tenen naar haar toe, greep haar bij de arm en trok haar de gang in, naar haar slaapkamer.
Eenmaal binnen bleef hij met zijn rug tegen de deur staan en sloeg zijn armen om haar heen.
Ze had geen woord gesproken, zelfs niet toen hij had gezegd:
'Hij is van mij, hè? Ik had het moeten weten. O, Nyrene, Nyrene.' Hij kuste haar zoals hij haar die eerste avond had gekust en daarna nooit meer.
Toen ze zich ten slotte van hem los wist te maken, zei ze: 'Ze hadden het nog zó beloofd.'
'Ja, dat weet ik, en als ik die rol in Londen had gekregen, hadden zij hun belofte gehouden.'
'Heb... heb je 'm dan niet gekregen? Ik dacht dat het zo goed als zeker was.''
'Tja, liefste.' Hij nam haar gezicht in zijn handen en legde zijn mond weer op de hare. Daarna zei hij: 'Zeker jij moet weten dat niets in deze business zeker is voordat je uit de coulissen het toneel op komt om je eerste regels te zeggen.'
'O, lieve Riley.'
'Ik ben niet zomaar je lieve Riley, van nu af aan ben ik alleen maar je liefste Riley.'
'Goed, goed, je bent mijn liefste Riley. Ja, echt. Zeker. Maar hoor eens, er is niets veranderd. We moeten heel verstandig blijven. We moeten aan het publiek denken.'
'Het publiek kan me gestolen worden!' Zijn stem benadrukte de uitdrukking van zijn gezicht. 'En dat meen ik, het publiek kan me gestolen worden! Ja, ik weet best wat ze zullen zeggen: ‘Hij is nog geen twintig en zij bijna veertig.’ Dat is me daar al heel grondig ingepeperd.' Hij gebaarde met zijn hoofd. 'Maar jij bent nog geen veertig, je lijkt geen dertig en ik lijk echt niet iemand van bijna twintig. Beardsley wilde me zelfs dat niet geven, hij hield het op negentien, maar ik ben nooit negentien geweest, ik ben nooit achttien geweest, noch zeventien, noch zestien. Ik voelde me al een man voor ik van school ging en de twijfelachtige bescherming van mijn leermeester achter me liet. Als iemand me via mijn verstand tot volwassene heeft gemaakt, dan was het Fred zelf wel. Dus laten we ons niets van leeftijd aantrekken.'
'Misschien lukt ons dat, liefste, misschien,' - haar stem was heel ernstig - 'maar David lukt dat niet. En The Little Palace Theatre ook niet, noch de bevolking van Fellburn. En dan is jouw familie er nog.'
'Mijn familie kan me gestolen worden! Trouwens, wat heb ik nou nog voor familie? Ik heb daar echt geen thuis.'
'Jij misschien niet, maar uit wat ik heb gehoord zal je moeder daar heel wat commentaar op hebben.'
'Ze doet maar. Pa zal aan onze kant staan, net als Betty. En daar gaat het om.'
'We moeten praten, liefste, we moeten echt praten, er staat zoveel op het spel.'
'Voor wie?'
'Voor jou natuurlijk. Het is allemaal leuk en aardig dat jij zegt dat je van me zult blijven houden tot je laatste snik, maar over tien jaar ben jij dertig en ik vijftig. Dat moeten we wel onder ogen zien.'
'En dan ben je nog het kritieke punt na zeven jaar vergeten te noemen.'
Ze schoot in de lach.
'Er is nog één ander ding dat ik je wil vragen, Nyrene, en geef me alsjeblieft een eerlijk antwoord. Hou je van me? Ik bedoel, hou je echt van me?'
'O, Riley! Mijn liefste, liefste Riley! Ook al word ik vijftig' - ze glimlachte even - 'toch zal ik je nooit kunnen zeggen hoeveel ik van je hou. Maar wacht... Wacht...' Hij stond op het punt haar opnieuw te kussen. 'Luister goed. Wat mijn gevoelens voor jou ook mogen zijn, dat leeftijdsverschil zal er altijd zijn en we moeten in deze wereld leven en de wereld is wreed. Een mens kan wel zeggen: ‘Het kan me allemaal niks schelen!’ maar zo werkt het niet. Niet dat ik me er iets van zal aantrekken als ze flauwe grapjes over ‘ontucht met minderjarigen’ maken - en die zullen ze echt maken - maar het feit dat jij kans hebt op een carrière en dat ik een blok aan je been zal zijn, zal steeds een rol blijven spelen. En dat zou ik niet kunnen verdragen.'
'Ga hier zitten.' Hij trok haar op de rand van het bed. 'Luister goed. Ik wil met je trouwen. En dat niet alleen, ik ga met je trouwen en jij gaat met mij trouwen. Vroeg of laat ga je met mij trouwen. Tot die tijd ben ik jouw kostganger, want ik neem hier morgen mijn intrek, met mijn hele hebben en houden. Fred en Louise willen dat ook, ze willen me kwijt. Maar ze willen vooral dat wij gelukkig zijn en zonder jou kan ik niet gelukkig zijn, liefste, en jij kunt niet gelukkig zijn zonder mij. Dat weet ik. Je bent een heel goede actrice en je hebt me af en toe voor de gek gehouden, maar nu zul je me nooit meer voor de gek kunnen houden. Ik zie je nog met die kop thee naast mijn bed staan, die morgen dat ik wakker werd met zo'n geweldig gevoel, en toen veranderde jij zomaar weer in juffrouw Mason, en je was zo overtuigend dat ik je wel moest geloven. Wat was ik een idioot. Zo zit het. Ik heb het allemaal op een rijtje gezet. Ik zal de tournee afmaken en dat zal David de tijd geven om te wennen aan de gedachte dat de heer en mevrouw Riley ooit samen weer op hef toneel zullen staan.'
'O, nee, liefste! Nee, echt niet. Dat zou ik niet kunnen verdragen. Niet hier.'
'Maar het is wel de enige manier waarop wij de hele tijd bij elkaar kunnen zijn en dat is de enige manier waarop ik wil leven... de hele tijd bij elkaar zijn. En ik wil ook mijn zoon leren kennen. Echt.'
'Ik moet je iets zeggen.' Nyrene pakte zijn hand en drukte die tegen haar borst. 'Er is niets wat ik zo graag zou willen als met jou op het toneel staan, maar na de dood van Charles heb ik de gedachte aan het toneel al opgegeven.' Ze glimlachte. 'Die lieve Charles. Je had hem vast heel aardig gevonden. Je zult inmiddels wel weten wie hij werkelijk was. Je zult bovendien ongetwijfeld ook weten dat hij me veel heeft nagelaten, onder andere een heel aardig huis in de buurt van Aberdeen. Het is een leuk dorpje, heel klein. Fred en Louise weten nog niet dat ik dit huis al te koop heb gezet en dat ik daar ga wonen.'
'Geweldig! Geweldig! Ik heb er geen enkel probleem mee om van het geld van mijn vrouw te leven.'
Ze schudde hem door elkaar en zei: 'Voor mij is het als een script van een nieuw leven, maar heb je er geen bezwaar tegen om daar te gaan wonen?'
'Uit wat jij gezegd hebt klinkt het schitterend, gewoon schitterend. En er zijn vast theaters in Aberdeen... Maar ik dacht dat jij zoveel van dit huis hield.'
'Dat is ook zo, maar ik ken het huis van Charles ook. Ik heb mijn halve jeugd op The Little Grange doorgebracht. Het is daar heel mooi, en helemaal niet ver van de echte Hooglanden.'
'Maar wat ga jij de hele dag doen, als ik aan het werk ben?'
'Er zijn allerlei dingen die ik graag wil doen. Om te beginnen wil ik het huis graag net zo mooi onderhouden als Charles dat altijd heeft gedaan, of in elk geval zoals de oude Sally Nolan het jarenlang voor hem heeft onderhouden tot ze stierf. Voorts zal ik de vreugde hebben mijn' - ze knikte naar hem - 'onze zoon op te voeden. En ten slotte zal er veel tijd in de tuin gestoken moeten worden. Er ligt zo'n twee hectare land rond het huis. Voor de helft is het een prachtige tuin, de andere helft bestaat uit wat bos en weilanden, waar Hamish voor zorgt. Charles heeft in zijn jonge jaren veel paardgereden, dus is er een stal voor een paard en weidegrond om te grazen. Kun je je ons leven daar voorstellen?'
'Het klinkt te mooi om waar te zijn. Veel te mooi, liefste.'
'Het zou kunnen, maar afgezien van Ken en Ivy en de andere drie huizen die binnen een paar kilometer afstand liggen, zullen we op onszelf zijn aangewezen en op degenen die wij als vrienden kiezen.'
'Maar luister, Peter - ik ben niet van plan je Riley te blijven noemen - luister. Er is één voorwaarde die ik wil stellen en dat is dat jij onder geen beding je carrière mag opgeven. Ik weet dat je daardoor af en toe ver bij mij vandaan zult zijn, maar ik zal op je wachten. En we zullen dan geen Fred en Louise hebben, geen David, niemand van het toneelgezelschap. En bedenk wel dat al die mensen jouw bekenden zijn, mensen met wie je dingen gemeen hebt. Hoe lijkt het leven je zonder hen?'
Ze keek hem doordringend aan en ze zei zonder iets van zachtheid in haar gezicht: 'Je zit aan mijn zwakheden te denken, hè? Nou, laat me je dit wel vertellen: vanaf de dag dat ik wist dat ik een kind verwachtte, heb ik gezworen dat ik het nimmer schade zou berokkenen. Ik heb nooit gerookt, dus dat was geen obstakel, maar ik heb wel gedronken en, dat moet ik bekennen, meer dan goed voor me was. De eventuele schade die ik mijn lichaam heb aangericht en die bij mijn kind terecht is gekomen, daar kan ik nu niets meer aan doen. Ik heb beloofd dat ik alleen met mezelf zou kunnen leven als ik het drinken volledig opgaf, en dat heb ik tot dusver weten vol te houden. Ik heb Louise en Fred zelfs geen gezelschap gehouden toen er een toast op de nieuwe wereldburger werd uitgebracht. Ik bekijk het op deze manier: als ik de fles heb kunnen laten staan gedurende de tijd dat ik me zo eenzaam en ellendig voelde, om niet te zeggen ziek, dan zie ik mezelf ook niet voor de drank zwichten als ons zoveel geluk te wachten staat, zelfs als jij weg moet.' Ze liep naar hem toe, sloeg haar armen om hem heen en keek hem aan terwijl ze verderging: 'Ik zal iedere avond je stem aan de telefoon horen, ik zal elke morgen je brief bij de post krijgen. Ja,' - ze knikte naar hem en glimlachte - 'ik eis dat ik iedere morgen een brief krijg. Dus je ziet dat je carrière vastligt, net als de mijne. Het enige wat ons te doen staat - is hier weggaan en een nieuw leven op The Little Grange beginnen.'
'Maar eerst gaan we trouwen.'
'Ja, eerst gaan we trouwen.'
Hij sloeg zijn armen om haar middel en legde zijn hoofd tegen haar wang. Hij mompelde: 'Ik kan het niet geloven. Ik kan het gewoon niet geloven.'
De volgende dag zette Fred Riley bij het huis af, samen met zijn bagage.
Hij werd door mevrouw Atkins begroet met: 'Komt u hier logeren, meneer Riley?' En hij antwoordde: 'Inderdaad, mevrouw Atkins, inderdaad.' Waarna hij zijn koffers in de hal zette.
Toen hij weer naar het trottoir liep om de rest van zijn bagage te pakken, keek hij naar de man die hem toegrijnsde en hij zei: 'Bedankt, Fred, ik kom morgen nog langs.' Fred keek langs hem heen naar Nyrene en zei: 'Hallo! Ik heb nu een taxibedrijf, mevrouw. Mocht u ooit een auto nodig hebben, dan sta ik geheel tot uw dienst, wanneer u maar wilt.'
'Dank u, meneer Beardsley, ik heb uw nummer.'
Hierop lachte Fred en hij riep naar haar: 'Als die schoolbel gaat voordat ik er ben, raak ik echt mijn baan kwijt. Tot ziens, Nyrene.'
'Ja, Fred, tot ziens.'
De auto reed weg en ze stond op het punt de deur dicht te doen toen ze bleef staan en zei: 'Die man aan de overkant, Peter, is dat niet je vader?'
Riley liep weer naar de deuropening en riep uit: 'Allemachtig, ja! Het is m'n pa. Wacht even, ik moet hem spreken.'
Maar ze hield hem tegen door hem bij de arm te grijpen en te zeggen: 'Waarom vraag je hem niet binnen?'
Ze wisselden even een blik en hij zei: 'Bedankt, liefste. Dat zal ik doen.'
Hij liep naar de overkant van de straat op zijn vader af. 'Hallo pa! Wat doe jij hier? Is er iets aan de hand?'
'Nee, jongen, niets. Ik kwam net terug uit het ziekenhuis en liep door deze straat en... nou ja, toen zag ik jou.' Hij lachte even. 'En omdat ik je nu eenmaal ken, bleef ik onwillekeurig staan, hè?'
'Kom even binnen.'
'Nee, jongen, nee. Ga... ga je daar wonen?'
'Ja, het was mijn bagage die daar naar binnen ging. Meneer Beardsley gooit me eruit.'
'Dat kan ik me niet voorstellen.'
'Kom mee. Blijf daar niet staan. Kom mee.'
'Nee, jongen. Ik weet echt niet waar ik over zou moeten praten.'
'Je zegt maar wat er in je opkomt, pa, en je zult een hoop te zeggen hebben als je eenmaal binnen bent geweest. Kom mee.' Riley pakte zijn vader bij de arm en trok hem de straat over de hal in, waar Nyrene haar hand naar hem uitstak en zei: 'Hallo, meneer Riley! Wat leuk u te ontmoeten.' Ze wees naar de zitkamer. 'Komt u verder.'
Intussen gooide Riley zijn jas neer, keek mevrouw Atkins aan en zei: 'Laat alles maar even staan. Ik breng dit zo naar boven.'
'Ja, dat is goed. Ik zal echt niets aanraken.'
'Sta niet te liegen, mens.' Toen hield hij in en zei rustig: 'Dit is mijn vader.'
'Ik ben niet doof.' Ze glimlachte hartelijk en zei toen: 'Wat zal het zijn: thee of koffie?'
'Nou, ik denk een kop thee.' En toen Riley de zitkamer binnenging zei Nyrene juist: 'Trek uw jas toch uit, meneer Riley, anders hebt u het buiten straks koud. Ik weet dat het pas oktober is, maar het is verbluffend hoe koud het de hele dag is geweest.'
Riley keek naar zijn vader. Hij had hem nooit eerder in een overjas gezien, niet zolang hij zich kon herinneren. Hij moest hem uit een tweedehandswinkel hebben gehaald en dat betekende dat hij er zelf naartoe was gegaan. Zijn moeder was al jaren klant bij Oxfam, maar voorzover hij wist had ze nog nooit iets voor zijn vader meegebracht. Hij leek heel anders. Zijn haar was wat korter geknipt, zijn gezicht was glad geschoren, hij zag er, zoals ze zeggen, 'welgesteld' uit. Hij was nooit het soort man geweest dat er goed uitzag, maar dit was toch een heel andere man dan vroeger. Zijn uiterlijk leek te passen bij de persoon die in het ziekenhuis te voorschijn was gekomen.
'Wilt u een kopje thee?'
'Dat heb ik net tegen mevrouw Atkins gezegd, liefste.'
Alex Riley keek van de een naar de ander. Hij was verbijsterd over wat hij dacht. Het was een knappe vrouw, zonder meer, maar ze was in de dertig, ongeveer vijfendertig zou hij zeggen, en Peter was nog geen twintig. Hij had wel eens gehoord dat zulke dingen gebeurden, maar niet met zo'n groot verschil in leeftijd. Toch was die jongen veranderd sinds de vorige keer dat hij hem had gezien. Hij was echt een man. Misschien kwam het door zijn lengte: hij was bijna een meter tachtig. Hij bedacht dat het vreemd was dat hij niet veel meer dan een goeie één meter zestig was, met dan zo'n zoon, die zich kennelijk ook nog in de beste kringen wist te bewegen. En het leek nog maar zo kort geleden dat hij een straatjongen was geweest die altijd in de problemen zat. Kijk maar naar dat gedoe met die auto. Maar sinds hij die wedstrijd had gewonnen en onder de hoede van meneer en mevrouw Beardsley was gekomen was hij echt veranderd. Zie hem nou eens in deze prachtige kamer zich gedragen alsof hij zijn hele leven niet anders gewend was - en het zag ernaar uit dat het voorlopig wel zo zou blijven ook. Allemachtig! Alles bij elkaar genomen mocht hij van geluk spreken dat hij zo'n vrouw had gevonden. Ze was knap, heel knap. Toch waren er geruchten geweest dat ze als actrice een drankprobleem had gehad. Maar de mensen zeiden wel meer. De mensen waren slecht, vooral de vrouwen. Daar kon hij van meepraten. Wacht maar eens tot zijn vrouw hier lucht van kreeg. Hij hoopte maar dat hij daar niet bij zou zijn, of liever gezegd, dat zij er niet bij zouden zijn.
'Pa, ga je even mee naar boven?'
'Wat? Naar boven, bedoel je hier?'
Riley schoot in de lach, net als Nyrene, en ze zei: 'Hij wil u iets laten zien, meneer Riley. Het is een opschepper, dat weet u toch.'
Toen de oudere man overeind kwam zei ze tegen Peter: 'Blijf niet te lang weg, mevrouw Atkins komt zo met de thee.'
Eenmaal op de overloop aangekomen bleef meneer Riley staan, keek om zich heen en zei: 'Wat een mooi huis, hè?'
'Ja, pa, het is een prachtig huis, maar we gaan hier weg.'
Alex Riley merkte dat 'we' op, maar hij zei alleen maar: 'O, ja? Wat dan? Ik bedoel, waar gaan jullie dan naartoe?'
'Naar Schotland. Nyrene heeft daar ook een mooi huis.'
Zijn jongen ging dus zomaar naar Schotland, met deze vrouw die daar nog een huis had, Nyrene had hij haar genoemd.
'Een prachtige naam is dat, Nyrene,' zei hij.
Ze waren nu in de kinderkamer en stonden naast de wieg. Het kind was wakker en er liep een klein straaltje speeksel over zijn kin.
Toen Riley het mondje van de baby met een zachte tissue afveegde, zei hij zacht en tegen niemand in het bijzonder: 'Hij is van mij.'
Alex Riley keek naar de baby, daarna keek hij naar zijn zoon en zei: 'Wat zei je daar, jongen?'
'Ik zei, pa, dat het kind van mij is.'
'Grote hemel! Meen je dat echt?'
'Ja, ik meen het.'
'Jongen toch! Hoe heeft dat kunnen gebeuren...?' Alex Riley kneep gegeneerd zijn ogen dicht, en Riley antwoordde zacht: 'Op de bekende manier, pa. En we houden van elkaar, we hebben altijd van elkaar gehouden. Vanaf het eerste moment dat ik haar zag, denk ik. Ik weet dat er een groot leeftijdsverschil is, maar ze is vanbinnen niet oud en ze ziet er lang niet zo oud uit als ze is. Ik lijk ook niet zo oud als ik ben. Niemand geeft me pas negentien, bijna twintig.' Hij schoot in de lach. 'Als Beardsley erbij was geweest, had hij dat negentien benadrukt en het bijna twintig weggelaten. Mijn goede vriend is sterk in duidelijke feiten, maar ik word binnenkort twintig en voel me minstens dertig.'
Alex Riley keek naar het kind en mompelde: 'Ik kan het niet geloven. Dus dan ben ik opa.' Hij keek op en er glinsterden tranen in zijn ogen. 'Dat is toch wel iets, hè? Dat is toch wel iets. Jongen,' - hij stak zijn hand uit over de wieg - 'ik moet dit zeggen, ik heb het vroeger niet vaak gezegd, maar ik heb het de laatste tijd wel vaak gedacht: ik ben trots op je.'
Toen veranderde zijn hele blik en hij zei: 'Lieve help, jongen, lieve help! Wat gaat er gebeuren als zij dit hoort?'
Hij hoefde niet uit te leggen wie 'zij' was en Riley antwoordde: 'Zij heeft er niets mee te maken. Ze kan doen of zeggen wat ze wil.'
'Dat is het, jongen, maar wat ze zegt en waar ze het zegt zal toch wat uitmaken. Ze zal meteen hierheen komen. Je weet dat ze geen enkel besef van fatsoen heeft, in elk geval niet waar het jou betreft. Ik kan wat haar betreft naar de hel lopen, maar jij... jij zou haar oogappel en haar geweldige jongen worden. Nou, je bent inderdaad een geweldige jongen geworden, maar niet de hare, je zit niet bij haar onder de plak. Ze had zich voorgesteld dat jij nog jaren thuis zou blijven wonen, en ik zag al voor me hoe zij het ene meisje na het andere zou dwarsbomen. Niemand zou haar goedkeuring krijgen. Sommige moeders zijn nu eenmaal zo. Er worden maar al te veel echtscheidingen door schoonmoeders veroorzaakt. Het heeft niets met rangen en standen te maken, dit soort problemen kom je overal tegen. Hoogstens reageren die moeders iets anders. Jawel. Zij, vindt het maar al te leuk om op straat een potje te staan schelden. Ze heeft het meer dan eens tegen mij gedaan, tot ik helemaal murw was en haar haar zin gaf omdat ik er niet meer tegen kon zo te worden uitgekafferd. Het is maar al te vaak gebeurd dat ze buiten de was ophing en ondertussen de hele buurt bij elkaar schreeuwde. Alle buren wisten precies wat ik allemaal fout deed. Maar hoe dan ook... ik ben blij voor jou, jongen, heel erg blij. En ik weet dat Betty ook blij zal zijn. Ze mist je heel erg, weet je, jullie konden het altijd goed vinden samen en haar moeder heeft haar het leven knap zuur gemaakt. Nu krijgt zij de volle laag.'
Toen ze weg wilden gaan boog de oudere man zich over de wieg, raakte het knuistje aan en lachte naar het kind dat hem met grote ogen aankeek. 'Ik ben je opa. Wat vind je daar wel van? Ach, niet veel, hè?'
'Schiet op, jij!' Riley trok zijn vader mee naar de deur, maar op de overloop hield Alex Riley hem tegen, hij keek hem recht aan en zei: 'Ik overweeg bij je moeder weg te gaan.'
'Wat zeg je, pa?'
'Je hebt gehoord wat ik zei, en kun je het me kwalijk nemen?'
'Nee, dat niet. Maar hoe komt dat zo opeens? Ik bedoel, waar wil je dan naartoe? Wat moet je dan doen?'
'Nou, hetzelfde wat jij hebt gedaan. Ik ga mijn leven heel anders aanpakken, ik heb een... een vrouw ergens.'
Zijn vader had een ander! Nou, nou! Je stond ervan te kijken wat er allemaal gebeurde.
'Ze is een weduwe met drie dochters, maar die zijn allemaal onder de pannen. Twee zijn er getrouwd en er is er één naar college. Jawel,' - hij schudde zijn hoofd - 'ze is niet zomaar iemand. Herinner je je nog die zuster die in het ziekenhuis zo aardig deed toen jij op bezoek kwam, die grapjes met je maakte?'
'Jawel, pa. Is zij het?'
'Ja, zij is het, jongen. Ze is acht centimeter langer dan ik en de hemel mag weten wat ze in me ziet, maar ze schijnt iets te zien, en wel zo veel dat ze er zelf over begon. Ik kan het gewoon niet geloven. Ik heb er wel aan gedacht, maar ik had het nooit durven zeggen. Maar zij zei zomaar dat ik iets voor haar betekende. Ze heeft een leuk huis en een goeie baan, en ze is een volledig gediplomeerd verpleegster.'
'Heeft ma hier enig idee van?'
'Nee, geen flauw idee, jongen, hoewel ze zich wel afvraagt waarom ik er tegenwoordig een stuk netter bij loop. Toen ze in het ziekenhuis kwam, toen ik er slecht aan toe was, dacht ik dat alles misschien een beetje veranderd was. Maar nee, dat was maar een fase, ze moest de mensen laten zien dat ze een heel zorgzame vrouw was. Zodra ik thuis was kon ik weer al die klusjes voor haar doen: stofzuigen, afwassen, alles. Toch was ik degene die nooit iets uitvoerde. Ze ging 's ochtends weg, deed haar werk, en dat was dat. De rest van de dag was haar vrije tijd, behalve misschien het opscheppen van het eten dat ik had gekookt. Nee, ik deed helemaal niets, ik deed nooit iets. Dat beweerde ze altijd. En iedereen geloofde haar, behalve misschien een paar buren die altijd aardig voor me zijn geweest.'
'Pa, wat jij nu verder met je leven doet, zul je zelf moeten bepalen, maar je zult altijd welkom bij me zijn, waar ik ook woon. En Betty ook. Zeg dat maar tegen haar.'
'Ik zal het zeggen, jongen.'
En toen gebeurde er iets heel vreemds. Zijn vader spreidde opeens zijn armen uit en omhelsde hem. En toen Riley die omhelzing beantwoordde, bedacht hij dat de wereld toch zo slecht nog niet was.
Sinds de operatie had hij zich gedwongen zijn rug recht te houden als hij liep en vandaag was die rug rechter dan ooit, en zijn stap was snel en veerkrachtig. Hij kwam juist bij Peter vandaan en morgen zouden hij en Nyrene gaan trouwen. Ze wilden dat hij ook naar het gemeentehuis kwam, samen met hun vrienden meneer en mevrouw Beardsley. Ze wilden het verder stilhouden, de enige andere persoon die het verder wist was mevrouw Atkins. Ze zou een maand mei hen meegaan om te zien of het leven in Schotland haar zou bevallen. Ze had in Fellburn niets wat haar bond en ze woonde in een klein flatje en ze hadden tegen haar gezegd dat ze graag wilden dat ze permanent bij hen zou blijven.
Het leek wel of alles tegelijk gebeurde, want ook hijzelf had een besluit genomen over zijn toekomstige leven. Omdat hij pas vijfenveertig was, hoewel hij wist dat hij vijftig leek, dacht hij dat hij nog wel een aantal jaren voor zich had, waarin hij een vredig en gelukkig leven kon leiden. Hij dacht dat hij daar bij Maggie van verzekerd kon zijn. Alles was geregeld. Eerst wilde hij Peter getrouwd zien, daarna zou hij tegen Mona zeggen dat hij vertrok. Hij voelde geen wroeging omdat hij zijn twee andere kinderen achterliet, en Betty kon voor zichzelf zorgen. Ze waren nu toch allemaal tieners en de jongste twee gedroegen zich tegenover hem al net als hun moeder. Ze zou ongetwijfeld het punt van de kosten van hun onderhoud ter sprake brengen. Nou, volgens haar was het lang geleden sinds hij iets aan hun onderhoud had bijgedragen. Het enige wat hij jarenlang had binnengebracht was zijn ziektegeld, en zij zou beweren dat hij dat niet zou missen omdat hij het nooit had gehad. Daar had zij wel voor gezorgd.
Hij had een gevoel van opgetogenheid, dat hij eindelijk tot leven was gekomen, maar toen hij het hekje van de achtertuin openduwde en haar stem uit de keuken hoorde, zonk de moed hem in de schoenen. Betty had kennelijk een vrije middag en hij hoorde zijn vrouw tegen haar tekeergaan.
Toen hij de keukendeur opendeed, draaiden ze zich beiden om en keken hem aan. Betty's gezicht was bleek en ze leek op het punt te staan in huilen uit te barsten, maar het gezicht van zijn vrouw was vuurrood en hij zag onmiddellijk dat ze zich opmaakte om weg te gaan: haar hoed en jas lagen over de rugleuning van de bank, en ze had een kam in haar hand. Ze kamde haar zwarte haar altijd naar achteren voordat ze haar hoed opzette. Hij had altijd het idee gehad dat zij de enige vrouw in Fellburn was die nog een hoed droeg, zelfs als ze boodschappen ging doen. Zoals ze ooit tegen hem had gezegd beschouwde ze dit als een teken van beschaving, alleen volksvrouwen droegen een hoofddoek. Hij had haar bij die gelegenheid eraan herinnerd dat ze zich op lastig terrein begaf: hoe zat het dan met de koningin?
De toon van haar begroeting was als gewoonlijk: 'Waar heb jij de hele tijd gezeten?'
'Ergens anders.'
'Probeer niet lollig te zijn. Nou, terwijl jij ergens anders zat, heb je misschien het laatste nieuws over je zoon gehoord?'
Het was hem de laatste tijd ook opgevallen dat het nu zijn zoon, niet meer haar zoon was. 'Zij heeft zich laten ontvallen dat hij niet meer bij Beardsley zit, dus waar denk je dat hij dan uithangt?'
'Zeg het maar.'
'Ja, ik zal het je zeggen: hij is ingetrokken bij die hoer van een toneelspeelster, die net een kind heeft gekregen, een bastaard.'
'Hou je mond, mens!' Hierop viel haar mond open, want die toon was ze niet gewend van haar man. Hij liep naar haar toe in plaats van bij haar vandaan, en toen duwde hij zijn vinger niet bepaald zachtzinnig tegen haar in korset gestoken borst en zei: 'Zeg dat nooit meer over dat kind of over wie dan ook!'
Ze herstelde zich enigszins en gaf een gemene klap tegen zijn pols. 'Ik zeg wat ik wil. Ik heb het over je zoon.'
'Jawel, mijn zoon. Hij is niet langer jóuw zoon, hè? Maar als hij nu mijn zoon is, waarom laat je hem dan niet aan mij over? Wat heb jij met zijn doen en laten te maken?'
'Ik heb ermee te maken als hij ons voor de hele stad voor gek zet met die...!'
'Ik waarschuw je!'
'Jij... wat?' Ze stak haar hoofd naar voren en toen hij, zonder zich te bewegen, herhaalde: 'Ik waarschuw je, je houdt je smerige praatjes voor je, anders krijg je er spijt van,' was het duidelijk dat zijn vrouw nu echt verbijsterd was. Ze keek naar Betty, die er ook verbaasd, maar wel vol leedvermaak bij stond. Ze glimlachte, tot haar moeder brulde: 'Haal die grijns van je gezicht, anders sla ik hem eraf!'
'Nee ma, dat doe je niet. Niets daarvan. Je moet nog even naar pa luisteren, want dan kom je nog meer te weten.'
'Wat heeft dit te betekenen?' Ze keek van de een naar de ander. 'Twee handen op één buik, hè? Nou, je doet maar, voor mij maakt het allemaal niets uit. Een kind nog, in de klauwen van zo'n...' Ze zweeg en haalde diep adem, en hierop zei hij: 'Precies, denk jij maar eens goed na voordat je het eruit spuugt. En als ik jou was, zou ik dat in de toekomst blijven doen.'
'Ik weet niet wat jou bezielt, maar ik kan je dit wel vertellen: je moet niet denken dat je mij de mond kunt snoeren als het over hem gaat, en ook niet als het over haar gaat. Niets daarvan. Hij is nog steeds een kind.'
'Hij is bijna twintig.'
'Hij is nog steeds een kind en hij heeft ons een slechte naam bezorgd.'
Hij moest nu lachen. 'Ons een slechte naam bezorgd? Als iemand ons een slechte naam heeft bezorgd... Ik bedoel hier in de buurt van het huis, dan ben jij het wel, dame. Voor de rest van de stad ben je... Ach, wat ben je? Je bent de werkster van mevrouw Charlton, maar hier in de buurt hebben ze andere namen voor je. Wist je dat?'
'Nou, misschien hebben ze dan een reeks namen voor mij, maar ik heb een reeks namen voor hen, en in mijn woorden schuilt een hoop waarheid, want de mensen die aan jouw kant staan, zijn ordinaire, dronken, vloekende lieden... en hoerenlopers, ja.'
'Misschien heb je gelijk, maar ze doen één ding dat jij nooit hebt gedaan, en dat is leven. Zij genieten in elk geval van een deel van het leven, en het zou allemaal niet zo erg zijn als jij niet van een deel van jouw leven kan genieten, maar je maakt dat een aantal andere mensen ook nergens van kunnen genieten, tot en met je eigen ouders. Ik ben een tijdje geleden gaan inzien dat ze blij waren je kwijt te raken, ook al trouwde jij, zoals je vond, ver beneden je stand. Wat jammer dat je de koster van de St. Bride's niet kon krijgen. Je hebt toch hard genoeg achter hem aan gelopen. Maar hij was verstandig.' Toen haar ogen snel heen en weer gingen, begreep hij dat ze iets zocht om beet te pakken. Ze had haar kaken opeengeklemd, haar ogen schoten vuur, en toen ze mompelde: 'Daar zul je voor boeten' blafte hij terug: 'Ja, misschien wel, maar niet door jou, nooit meer door jou, mijn lieve vrouw.'
Hij zag hoe ze opnieuw naar Betty keek, alsof haar dochter misschien in staat was uit te leggen wat deze man bezielde, deze slome, muisachtige sukkel, zoals ze hem altijd had beschouwd. Toen begon hij te vertellen.
Het eerste wat hij zei was: 'Ik was van plan dit bericht te bewaren tot overmorgen, omdat het morgen een speciale dag is. Mijn zoon... Hoor je wat ik zeg? Mijn zoon gaat morgen trouwen en ik zal daarbij zijn. Daarna, de volgende dag, wilde ik je iets anders vertellen en dat is wat ik je nu ga zeggen. Ik ga bij je weg. Weet je, ik heb een ander. Ik zal later een verzoek tot echtscheiding indienen, maar tot het zover is gaan we samenwonen en wel in deze stad, in een buitenwijk, maar toch in Fellburn.'
Hij zag haar mond openvallen, ze kneep haar ogen halfdicht. Toen werd haar gezicht weer strak en zei ze: 'Ach, kom nou! Denk nou niet dat je me daarmee bang kunt maken, jij met een andere vrouw! Laat me niet lachen!'
'Ik ben bloedserieus, hè, Betty?' Hij draaide zich om naar zijn dochter en zij keek haar moeder aan en zei: 'Ja, hij heeft een ander, ma.'
Hij zag hoe ze tegen het aanrecht leunde, alsof ze daar steun zocht en tijd wilde vinden om te verwerken wat hij zei. Dat dit misbaksel van plan was haar te laten zitten en dat hij een ander had. Dat was waarom hij de laatste tijd zo anders was, dat had ze toch door moeten hebben. Hij had belangstelling voor zichzelf gekregen en voor hoe hij eruitzag en ze had gedacht dat dit kwam doordat hij in het ziekenhuis had gelegen en ze daar zoveel heisa om hem hadden gemaakt, want zijn rug was echt heel slecht geweest. Maar het was een vrouw. Wie? Ach, wat deed het ertoe? Wie het ook mocht zijn, het was een vrouw en hij wilde zomaar bij haar weggaan, terwijl zij nog twee kinderen moest grootbrengen. Dat wierp ze hem voor de voeten: 'Je kunt niet zomaar bij me weglopen, dat kun je niet doen als ik nog twee kinderen moet grootbrengen.'
'De twee die jij nog moet grootbrengen, zoals je het noemt, zijn nu in hun tienerjaren en ik heb ze op geen enkele manier grootgebracht, daar heb jij wel voor gezorgd. Een kale kip valt niet te plukken, dus je krijgt mijn ziektegeld, maar dat is dan ook alles. Ik kan je echter verzekeren dat je daarvoor zult moeten vechten, want ik moet ook nog kunnen leven en dat weten de autoriteiten ook wel. Je hebt trouwens altijd de kinderbijslag nog en je bent in staat al het andere op te eisen wat jij van de regering kunt krijgen. Nou, je zult je wel weten te redden. En ik kan je één ding wel verzekeren: als jij Betty' - hij gebaarde met zijn hoofd - 'op deze manier het leven zuur blijft maken, dan neem ik haar gewoon mee, en ze zal graag meegaan, want ze heeft die vrouw ontmoet en ze kunnen het goed met elkaar vinden.'
Hij zag hoe ze haar ogen nu op haar dochter richtte en ze woedend stamelde: 'God in de hemel! Ik kan gewoon niet geloven dat dit gebeurt. Dat heb ik echt niet verdiend.' haar stem brak even. Maar toen zei hij scherp, bijna schreeuwend: 'Ja, dat heb je wel verdiend! Je komt er nog gemakkelijk van af, want ons hele huwelijksleven heb jij niets anders gedaan dan tegen mij schelden en tieren, vanaf die keer dat je me uit bed kieperde en ik de hele dag op de vloer lag en me niet kon verroeren en daar ook de hele nacht had moeten liggen als m'n broer niet was binnengekomen en te horen had gekregen dat ik de hele dag boven lag te nietsnutten. Hij vond me en haalde de dokter erbij. Maar jij wilde het nog steeds niet geloven, o, nee. Zelfs niet toen ik voor een medische commissie moest komen en jouw slogan werd: ‘Je kunt best werken, als je maar wilt. Andere mannen moeten ook werken.’ Maar nu zeg ik niets meer, want alles wat ik te zeggen heb is al gezegd.'
Het bleef even heel stil in de keuken voor ze zichzelf hernam, zich overeind hees en hem woest aankeek. 'Misschien heb jij niets meer te zeggen, maar ik ben nog niet eens begonnen, want ik ga naar die twee toe en wat ik ze te zeggen heb, is nog maar het begin, en dan ben jij aan de beurt.'
Ze greep haar hoed van de bank, zette die op haar hoofd zonder in de spiegel te kijken, zoals ze dat anders deed, ze duwde haar armen in haar jas en bleef hem woest aankijken terwijl ze de jas dichtknoopte. Maar toen ze naar de deur wilde lopen, was hij haar voor en hij ging er met gespreide armen tegenaan staan.
'Voor ik jou daarheen laat gaan om die twee met je valse tong en je smerige ideeën kapot te maken, ga ik eerst met jou de straat op om je buiten de huid vol te schelden en een pak slaag te geven. Voor de eerste keer in mijn leven zal ik je slaan, en ik besef nu dat dat hoog tijd werd. Dus ga terug naar de keuken en zet die uniformpet af.' Hij maakte een gebaar alsof hij de hoed van haar hoofd wilde rukken, maar ze gaf hem een harde klap op zijn pols en dit maakte dat hij rechtop ging staan en bij de deur vandaan liep. Ze maakte geen aanstalten die open te doen maar liep achteruit bij hem vandaan.
Eenmaal terug in de keuken keek ze hem aan en riep: 'Je kunt me nu wel tegenhouden, maar er komt een moment dat ik mijn gang kan gaan.'
Hij keek haar woest aan, maar besefte dat dit waar was. Als hij eenmaal het huis uit was, kon ze meteen daarheen hollen, op de deur bonzen en die arme vrouw de huid vol schelden. En die scheldpartij zou de glans van zelfs de stralendste liefde doen verbleken, want als het leeftijdsverschil tussen Nyrene en haar jonge aanstaande man haar nu geen zorgen baarde, dan zou het dat wel doen nadat Mona haar mond had opengedaan. Hij wist dat je je niets moest aantrekken van de dingen die andere mensen over je zeiden, maar het kwaad was dan al geschied en de twijfel was gezaaid.
Hij had zich tot deze afgelopen weken nooit gerealiseerd hoeveel hij van zijn zoon hield, van zijn enige zoon, want tot nu toe had zij steeds een wig tussen hen gedreven. Ze had dat gedaan vanaf het eerste moment dat ze gezien had dat zij een band kregen, door samen te gaan wandelen of naar voetbalwedstrijden te gaan, en hij moest er niet aan denken wat er zou gebeuren nu ze hem niet meer met handen en voeten aan zich kon binden. Ze zou hem vernietigen, op de enige manier die ze kende. Hij wist dat zijn zoon iets had gevonden wat zeldzaam was. Als jonge kerel had hij ooit zelf van zo'n liefde gedroomd, maar was daarvan teruggekomen, want hij kwam er al snel achter dat dat slechts nachtelijke fantasieën waren. In het echte leven was geen plaats voor zulke gevoelens. Toch had zijn zoon de ware liefde gevonden. Zijn hele gezicht straalde. Hij was altijd al een knappe jongen geweest om te zien, maar nu lag er nog iets meer in zijn gezicht, iets wat hij vooral uitstraalde als hij bij haar was of het kind in zijn armen hield. Hij mocht dit gevoel niet kwijtraken, dat mocht niet, en er mocht niets gebeuren wat zijn geluk kon bezoedelen. De jaren zouden hun tol eisen, maar dat hadden ze zelf in de hand. Hij... hij zou met haar moeten onderhandelen. Jawel, dat was het, onderhandelen. Hij draaide zich om, liep naar een stoel, ging zitten en zei: 'Ik wil iets met je afspreken.'
'Wat?'
'Je hebt gehoord wat ik zei. Ga zitten.'
'Ik ga niet zitten, en ik ga niets met je afspreken.'
'Goed, zoals je wilt. Als jij daarheen gaat, dan ben ik weg. Maar als jij je gedeisd houdt en de dingen op hun beloop laat en...' Hij keek naar Betty, die hem met grote ogen aanstaarde, en daarna mompelde hij, alsof hij zich een beetje schaamde voor wat hij ging zeggen: 'Dan zal ik bij je blijven. En dat moet voor jou je gezicht redden, want jij zou niet in staat zijn het geklets van de buren te verdragen als die weten dat jouw verachtelijke man je voor een andere vrouw had verlaten. In deze buurt bestaan nog altijd regels waaraan mensen geacht worden zich te houden. Je hoort bij elkaar te blijven, samen de hel en al het andere te verdragen. Maar je kunt kiezen: ik blijf als jij hem met rust laat, dus wat vind je?'
Hij zag de spieren in haar gezicht krampachtig bewegen. Ze beet op haar lip. Toen ging haar mond open en dicht, ze wendde zich van hem af en liep naar het raam, waar de vitrages de nieuwsgierige blikken buiten hielden. Ze stond ernaar te staren alsof ze erdoorheen in de toekomst kon kijken. Ze wist dat alles wat hij had gezegd waar was, en ze voelde nu al de minachting van haar buren. Ze wist precies hoe het oordeel zou luiden: ze had alles meer dan verdiend; hij had al jaren geleden bij haar weg moeten gaan. Nee, dat zou ze niet kunnen verdragen.
Ze wendde zich af van het raam en keek naar hem zoals hij daar nog steeds bij de tafel zat. En zelfs in haar nederlaag moest ze nog roepen: 'Denk niet dat je me hebt waar je me hebben wilt, nog lang niet. Er zullen andere gelegenheden komen.' Maar ze zei niet: ik stem in met je voorstel, en ze zei het ook niet met andere woorden. Bij wijze van antwoord deed ze haar hoed af en trok ze haar jas uit en daarna liep ze naar de deur, de gang in, en hoorden ze haar met veel misbaar de trap op lopen.
Toen meteen daarop boven een deur werd dichtgesmeten greep Betty over de tafel heen haar vader bij de arm en zei: 'O, pa! Wat moet je nu doen? Maggie rekent op je.'
'Dat weet ik, meisje, maar ze zal er begrip voor moeten hebben. En jij hebt er ook begrip voor, hè? Ik kon je moeder daar toch zeker niet naartoe laten hollen? Het zou hun ondergang betekenen, zelfs na hun trouwerij. Maar maak je geen zorgen...' Hij stond op en fluisterde: 'Ze vertrekken vrijdag naar Schotland. Ze hebben het huis aan de dochter van de buren verkocht en Nyrene heeft me veel spullen gegeven.'
'Weet je, pa, ik heb toch een beetje met ma te doen.' Ze keek op en voegde eraan toe: 'Ze is heel ongelukkig. Diep in haar hart is ze heel ongelukkig.'
'Vertel mij wat, meisje. Ze is haar hele leven ongelukkig geweest.'
'Weet ik, pa. Weet ik. Maar wat zal er gebeuren als ze van het bestaan van het kind hoort?'
'Dat mag Joost weten. Ik denk dat ik dat maar voor later bewaar, ik bedoel, als ze hoog en droog in Schotland zitten en zij niet weet waar ze naartoe zijn. Want jij weet het niet, hè? Ik ben de enige die het weet en meneer en mevrouw Beardsley.'
'Jij zult Maggie nog steeds blijven zien, pa?'
'Ja, natuurlijk. Natuurlijk. Op dat punt zal er niets veranderen. En ze zal er begrip voor hebben, dat weet ik. Ze zal begrijpen dat het slechts een kwestie van tijd is.'
Betty richtte zich op en er lag een glimlach op haar gezicht toen ze zei: 'Ik voel me niet oud genoeg om tante te zijn, maar dat ben ik wel, hè?'
Alex Riley ging staan en zei: 'Jawel, meisje, je bent tante. En ik ben opa. En het is een heerlijk gevoel om opa te zijn.'