2
'Waar ga jij vanavond heen?'
'Ik ga naar meneer Beardsley.'
'Zorg dat je daar niemand tot last bent.'
'Ik ben hun niet tot last, ma.'
'Dat weet je helemaal niet. Ze zijn verdomme veel te beleefd om dat te zeggen.'
'Wat! Beardsley te beleefd om tegen mij te zeggen wanneer het tijd is om te gaan?'
'Doe nou es niet zo eigenwijs, je moet weten wat je plaats is.'
'Grote god, ma! Ik had gedacht dat je blij zou zijn dat ik een rol in een toneelstuk krijg.'
'Maar je zegt zelf dat je nog niet weet wat voor rol het is.'
Hij wendde zich van haar af en draaide een sjaal om zijn nek. Hij durfde haar niet te vertellen wat voor rol hij moest spelen, want dan zou ze hem de volle laag geven. Hij wist zelf niet of hij het kon. Maar meneer Bernice scheen te denken dat hij het kon en juffrouw Mason was ervan overtuigd dat hij het kon, jawel, ook al had hij hen beiden erop gewezen dat hij volmaakt tevreden was met de dingen die hij tot nu toe deed, zoals deze en gene voor gek zetten. Hij kon zelfs bijna alle stemmen van de leden van de cast imiteren en ook hun maniertjes en gebaren. Maar dit andere, drama zoals ze het noemden, o lieve help!
'Misschien zijn ze wel niet thuis,' zei zijn moeder hoopvol.
'Ze zijn waarschijnlijk wel thuis, ma, zoals ik je al heb gezegd. Ze gaan tegenwoordig zelden uit, ze willen de baby liever niet alleen laten. Het lijkt wel of dit de enige baby is die er ooit is geboren.' Hij draaide zich om en glimlachte naar haar. Hij vervolgde: 'Maar het is heel leuk om ze ermee bezig te zien. En hij moest 'm natuurlijk Jason noemen.'
'Waarom? Hoe bedoel je?'
'Nou, Jason was een van de goden, weet je, die een groep helden leidde toen ze het Gulden Vlies gingen zoeken. Ze heetten Jason en de Argonauten.'
Goden en Argodingessen. Die knul begon te veranderen. Niet alleen sinds hij van school was en een soort vriendschap met meneer Beardsley had gesloten, maar waarschijnlijk meer omdat hij met die toneelspelers omging. Zo te horen was dat een vreemd stel mensen.
Ze was pas twee keer in The Little Palace geweest sinds hij daar was begonnen en de tweede keer had ze een hoofd als een boei gekregen om de dingen die daar werden gezegd. Misschien was dat tegenwoordig de mode, maar de mode van tegenwoordig beviel haar helemaal niet. Nee, echt niet. Dat had ze ook tegen zijn vader gezegd, maar die zei alleen maar: 'Ach, mens, word toch eens wakker!' Nou, daar had ze hem eens flink de waarheid over gezegd. Word eens wakker, jawel! En dan uit de mond van iemand die meteen last van zijn rug kreeg als een baantje hem verveelde.
Riley keek naar de kleine vrouw en bedacht dat hij niet kon zeggen dat hij ooit van haar had gehouden. Ze was een moeilijke vrouw die door niemand aardig werd gevonden, bazig en hard, met een eenzijdige kijk op alles, heel scherp en gemeen. En toch had hij soms met haar te doen, vooral als ze uit werken moest gaan omdat zijn vader thuis zat met zijn rug. Aan de andere kant was ze echt niet de enige vrouw hier in de buurt die moest gaan werken om de zaak draaiende te houden.
Afgezien van dit alles had hij begrip voor haar. Niet dat hij dat zelf zo wilde stellen, maar hij wist dat de ware reden dat zij zo over de Beardsleys tekeerging was dat ze jaloers was omdat hij mevrouw Beardsley graag mocht - ze vond haar bekakt. En dan was er haar duidelijke jaloezie jegens juffrouw Mason. Hij had terloops verteld dat het een knappe vrouw was, iemand die het in Londen ver zou hebben gebracht als ze niet ooit een drankprobleem had gehad, waarop zijn moeder onmiddellijk tegen hem was uitgevallen: 'Hoe oud is ze?'
Hij wist nog dat hij over zijn antwoord had moeten nadenken. 'Ik denk minstens veertig of zo, maar het hangt er helemaal van af welke rol ze speelt, want soms lijkt ze nog geen dertig.' En toen had hij de vergissing begaan eraan toe te voegen: 'Het is een heel knappe vrouw.' Dat moet zijn moeder aan het denken hebben gezet want ze was regelrecht naar het theater gegaloppeerd om te zien hoe de vrouw er nou eigenlijk uitzag.
En nu verwachtte hij in een stuk te gaan spelen dat haar de haren te berge zou doen rijzen. Hij moest echt maken dat hij wegkwam, hij moest met mevrouw Beardsley praten.
'Pak je warm in!'
'Ik ben warm ingepakt, ma.'
Toen ze de sjaal strakker om zijn nek trok, zei hij: 'Niet doen, zo krijg ik helemaal geen lucht meer.'
'Maak nu maar gauw dat je wegkomt en zorg dat je niet te laat thuis bent. Dat meen ik, kom niet laat thuis. Elf uur, denk eraan.'
'Ach, ma!'
'Niks ach, ma! En hang niet de grote jongen uit, dat stadium heb je echt nog niet bereikt.'
Buiten benam de koude lucht hem bijna de adem. Kom niet te laat thuis! Elf uur! En dan, je bent nog geen volwassen man. Over een paar maanden zou hij achttien zijn. Ze moest eens weten, hij was allang een volwassen man, dat vertelde zijn onderlijf hem anders wel.
In plaats van de bus te nemen naar de 'moderne woonwijk' waar zijn vrienden nu woonden, liep hij de hele afstand, want hij had de vijfentwintig minuten die de wandeling duurde nodig om alles nog eens te overdenken. Hij kon zich niet goed voorstellen dat die rol geschikt voor hem was, zo was hij echt niet. Maar meneer Bernice en juffrouw Mason, met name juffrouw Mason, waren erg overtuigd van zijn capaciteiten, en wat nóg verbazingwekkender was, was dat de hoofdrolspeler, James Culbert, heel instemmend had gereageerd.
Hij dacht terug aan de scène in het kantoor van meneer Bernice, die middag. Ze hadden hem alle vier op hun manier duidelijk verteld dat hij het kon... Hij was toch goed in mime, nietwaar? Jawel, in mime, maar hij had nog nooit geacteerd, niet echt, hij had alleen maar wat losse zinnen gedaan om His Lordship aan te kondigen, dat soort dingen. Hij had de eerste keer geweldig de kriebels gekregen en een sterke neiging gehad zich tot het publiek te wenden om iets geks te zeggen. Dat zou vast veel opschudding hebben veroorzaakt en hij zou er op staande voet uitgevlogen zijn...
Hij belde aan, en toen de deur werd geopend, begroette de reusachtige gestalte van Fred Beardsley hem met: 'Sst! Kom binnen.' Hij stak een lange arm uit, tilde hem zo ongeveer over de drempel de hal in en fluisterde: 'Ze heeft 'm net in slaap weten te sussen. Die kerel begint veel te veel praatjes te krijgen... Voor hem is zeven uur geen bedtijd. Kom, geef me je jas. Allemachtig, hij is bijna bevroren!'
'Dat zou u ook zijn geweest, meneer, als u in dit weer buiten was geweest. Het wordt nog erger. Als het nou maar ging sneeuwen, dan werd het een beetje warmer.'
Ze liepen op hun tenen door de grote hal en toen ze langs de trap kwamen, keken ze omhoog. Louise Beardsley kwam naar beneden, ze begroette hem ook al fluisterend. 'Hallo, Riley. Je ziet eruit alsof je het koud hebt.'
'Ik heb het ook koud, mevrouw. Heeft hij weer een keel opgezet?'
'Ja, hij heeft weer een keel opgezet, Riley. Het lijkt wel of hij weet dat ik het grootste deel van de dag weg ben geweest nu ik weer naar school ga.'
'Natuurlijk weet hij dat je het grootste deel van de dag weg bent, mens. Zelfs een achterlijk kind zou zijn moeder missen. Maar die jongen is niet achterlijk, nee, hij weet dat hij maar een kik hoeft te geven of jij springt in de houding. Nou, het wordt tijd dat hem dat wordt afgeleerd.'
'U verkondigt nu wel heel andere dingen, hè, meneer?'
'Hoe bedoel je?'
'Nou, het is nog niet zo lang geleden dat u beweerde dat kinderen vanaf hun geboorte weten wat het beste voor ze is en dat ze vrijheid van meningsuiting moeten hebben. Dat was het toch, mevrouw? Vrijheid van meningsuiting. Daar had hij het toch altijd over?'
'Ja, Riley, daar had hij het altijd over, tot hij ontdekte dat zijn geweldige zoon nog geen klok kan kijken. Sinds de klok is teruggezet en het vroeger donker wordt, doet hij zo.'
'Hou toch je mond, mens! En ga eens zitten, want dat doe ik ook, en als hij schreeuwt, dan laat je hem maar schreeuwen. Hoort u dat, mevrouw Beardsley? Hij blijft schreeuwen tot hij moe is, en als hij moe is, zal hij vanzelf in slaap vallen.'
Louise Beardsley keek op naar haar man. Achter de humor in haar blik lag een diepe liefde, die Riley duidelijk zag. Hij vond het altijd heerlijk om haar naar haar man te zien kijken. Het was een heerlijk gevoel bij deze twee mensen te zijn. De atmosfeer was zo anders dan bij hem thuis, zo anders dan in het theater. Het was iets wat gewone liefde te boven ging. Maar er was nog iets waarover hij moest praten.
'Wat voert jou vanavond hierheen? Meestal worden we op vrijdag vereerd met een bezoek van jou.'
'Fred! Hou je mond en schenk ons iets te drinken in.'
Riley wendde zich tot de elegante vrouw die naast hem op de bank zat en hij zei zacht: 'Ik kom jullie om raad vragen. Ik weet niet wat ik moet doen.'
Fred Beardsley hield op met het inschenken van glazen en keek de jongeman aan. Het was vreemd, maar die knul leek vanavond heel anders. Eigenlijk leek hij al een tijdje heel anders, maar hij had er nog niet over nagedacht. Hij leek geen jongen van achttien, zoals hij daar zat. Eerder een jongeman van in de twintig.
'Zijn er problemen?' vroeg hij.
'Nee, meneer, er zijn geen problemen, niet het soort problemen dat u bedoelt, tenminste. Ik heb wel overwogen een auto te pikken, ik kwam onderweg langs een mooie Jaguar, maar ik ben het een beetje verleerd.'
'Riley!'
Hij keek naar Louise, die lachend zei: 'Je hebt toch niet echt een auto gestolen, hè?'
'Jawel, mevrouw, dat... heb ik echt gedaan. Maar het ding botste tegen een muur en ik wist er nog net op tijd uit te komen voor hij in de lucht vloog.'
'Lieve help!'
'Ach, jij weet niets over het verleden van onze vriend hier.' Fred gaf zijn vrouw een glas sherry en daarna gaf hij er een aan Riley. Toen ging hij met zijn glas port zitten en zei: 'Nou, vooruit met de geit. Wat is het probleem?'
'Het is geen probleem.'
'Nou, als het geen probleem is, waarom kijk je dan zo moeilijk?'
'Hebt u ooit het boek Het Gouden Verstand gelezen?'
Man en vrouw keken elkaar aan en herhaalden: 'Het Gouden Verstand?' En Louise zei: 'Ja, dat boek heeft een paar jaar geleden voor veel sensatie gezorgd. Het werd een toneelstuk en het heeft een poos in Londen gelopen. Het was geschreven door een Amerikaan. Wat is daarmee?' Maar voor Riley antwoord kon geven zei Fred: 'Ga me nou niet vertellen dat ze dat stuk willen brengen.'
'Ja, en ze zijn er allemaal voor.'
Riley zag hoe zijn vrienden een lange blik wisselden. Toen zei Louise zacht: 'En ze willen dat jij die geestelijk gehandicapte jongen speelt?'
'Ja, dat willen ze, mevrouw. Ik moet een jongen van zestien spelen. De gedachte lokt me niet erg aan. We hadden vroeger aan het eind van de straat een jongen die zo was. Ik heb altijd geprobeerd hem te mijden, en hij mij.'
Hij keek Fred aan. 'Ik ben altijd de grappenmaker, dat weet u, meneer. U hebt zelf gezegd dat ik met imiteren en met komedie mijn brood zou kunnen verdienen en ik besef dat ik dat kan. Ik kan ze aan het lachen maken, maar... maar...'
'Maar wat?'
Riley keek Fred aan en zei zacht: 'Juffrouw Mason, u kent juffrouw Mason?'
'Jazeker, ik ken juffrouw Mason heel goed en ik hecht veel waarde aan haar oordeel.'
Riley richtte zijn blik even op het tapijt voor hij antwoordde: 'Ze zei dat het moeilijker was om mensen te laten huilen dan om ze te laten lachen.'
Het was stil in de kamer. De blokken in de neoklassieke open haard knetterden. Ergens buiten klonk het geluid van een auto die werd gestart.
'Je wilt het niet doen?'
'Ik zou het toch zeker niet kunnen, meneer? Ik bedoel, ik! Ik kan de dwaas spelen. Tja, daar hebt u maar al te veel ervaring mee gehad, hè? En ik kan iedereen aan het lachen maken met mijn malle opmerkingen, en ik heb veel geleerd van het kijken naar anderen: wanneer je eens moet wachten, wanneer je door moet ratelen, en wanneer je er een punt achter moet zetten. Net als u zei, mezelf altijd voor schut zetten en niemand anders, omdat ik op die manier meer lachers op mijn hand zou krijgen. En dat gebeurt ook. In de pauzes ligt de hele groep soms in een deuk als ik deze of gene nadoe. En stel je dan eens voor dat ik iets serieus moet spelen, zo serieus dat ik een geestelijk gehandicapte moet spelen, en zo serieus dat ik me als niet-normaal moet gedragen. Ze hebben me het boek gegeven, maar ik durfde het niet mee naar huis te nemen. Ik heb er een beetje in gelezen voor ik wegging. Niet te geloven, wat die kerel doet!'
'Ja, niet te geloven wat die kerel doet.' Louise knikte. 'Ik heb het stuk twee keer gezien. De acteur die de rol speelde was geweldig, want hij moest zoveel verschillende dingen doen: hij moest dansen, hij moest flarden zingen van de liedjes die in zijn hoofd opkwamen, en hij moest alle poëzie spuien die door zijn gekwelde geest ging. Af en toe treedt hij buiten zichzelf en ontdekt hij wat liefde is. Als zijn ouders hem dan nadat hij zoveel jaar in een inrichting heeft gezeten naar huis halen, waarbij zijn moeder naar hem verlangt en zijn vader ontzet is over deze gedachte, terwijl er een oudere broer en een jongere zuster zijn met wie ook rekening moet worden gehouden, is dat het moment dat het drama pas echt begint. De broer reageert net als de vader, die hem niet kan verdragen, en hij plaagt hem. Maar het zusje heeft medelijden met hem, vanaf het eerste moment houdt ze zelfs van hem.' Ze zweeg, knikte naar haar man en zei: 'Het is een heel zwaar stuk voor The Little Theatre om te brengen, vind je niet?'
'Ach, ze hebben Ibsen ook gebracht,' zei Fred.
Hierop verklaarde Riley: 'Ja, meneer, ze hebben Ibsen ook gebracht, maar meneer Bernice heeft wel toegegeven dat Fellburn er nog niet klaar voor was, en dat het een vergissing van hem was geweest. Maar dit lijkt me een nog veel grotere vergissing.'
'Dit is iets heel anders. Dit is een modern toneelstuk, Riley, en je zult het feit dat ze denken dat jij het kunt als een eer moeten beschouwen. Ze hebben ingezien dat jij iets in je hebt. De hemel mag weten wat,' - hij schudde zijn hoofd - 'want ik heb het nooit ontdekt.'
'Ach, hou toch je mond.' Louise gebaarde ongeduldig naar Fred. 'Die scène met de broer en zuster in bed is het gedeelte waar het echt op aan komt. Het is maar net hoe het wordt gespeeld. Toen ik het zag, kwam het heel mooi over, of liever gezegd, aangrijpend.'
'Nou, bij mij niet. Allemachtig! Mijn haren gingen er zelfs van overeind staan.'
Nu schalde er gelach door de kamer. Fred boog zijn hoofd over zijn knieën, Louise lag achterover tegen de rugleuning van de bank, en Riley sloeg zijn handen voor zijn ogen en zei: 'Nou, het spijt me hoor, maar dat doet de deur dicht. Ik doe niet mee aan die grap. Ik moet er niet aan denken wat mijn moeder zou zeggen. Hemel! Ze zou er op slag grijze haren van krijgen.'
'Het geeft niet, Riley. Het stelt echt niets voor. Het is maar net hoe je ertegenaan kijkt,' zei Fred.
'Het maakt niet uit hoe ze het brengen. Ze krijgen mij niet op het toneel met iemand in bed, laat staan met een meisje dat mijn zuster moet voorstellen. Wilt u me ook nog vertellen wat er daarna gebeurt?'
'Tja, de ouders vinden hen daar en de vader, die er het ergste van denkt, trekt zijn dochter uit het bed en schudt haar als een rat heen en weer, maar dan rukt de jongen zich los uit de armen van zijn moeder en stort zich op zijn vader. Ze vallen allebei op de grond, de jongen boven op de man.' Louise zweeg even en zei toen: 'Dat was een van de griezeligste momenten in het stuk, want de jongen, die heel sterk leek te zijn, tilt zijn verdwaasde vader bij de schouders op en beukt zijn hoofd herhaaldelijk tegen de vloer. Ik hoor nog hoe het publiek een gesmoorde kreet slaakte toen ze hem weer op zagen staan, waarbij de lieve glimlach weer op het gezicht kwam terwijl hij zich in zichzelf terugtrok en weer begon te dansen en te zingen, om tot slot vlak bij het voetlicht te gaan zitten en zwijgend het publiek aan te staren met een vreemde glimlach op zijn gezicht. Ik weet nog dat het een paar minuten duurde voor het gordijn viel en er volgde nog een periode van stilte voordat het publiek begon te klappen.'
Het bleef stil in de kamer, tot Riley uitbarstte: 'Hoe zou ik zoiets kunnen doen, hoe zou ik zo iemand kunnen spelen? Ik kan dat echt niet!'
'Nee, dat kun je niet.' Fred stond op om zijn glas op het bijzettafeltje nog eens in te schenken. Daarna vervolgde hij: 'Niet met jouw houding zoals die op dit moment is, in ieder geval. Maar met wat begeleiding van je vriendin juffrouw Mason en met veel repetities, zou je het kunnen. Dat wil zeggen, als je de knoop doorhakt en niet weifelt. Of je zegt bij jezelf dat je het doet, óf je zegt dat je het niet kunt, dat het te zwaar voor je is.'
Riley keek Louise aan en zei: 'Ik weet niet waarom ik hem om raad kom vragen. Over negatief doen gesproken. Als ik niet al negatief was toen ik hier kwam, dan ben ik het nu zeker nu ik vertrek.' Hij schudde langzaam zijn hoofd en liet zijn stem bijna zielig dalen tot die van een jonge jongen: 'Maar eerlijk gezegd jaagt de gedachte aan het spelen van zo'n rol me de stuipen op het lijf.'