12
Riley vond de feestdagen vermoeiender dan hij zich had voorgesteld, hoewel hij vrolijk meedeed aan alle voorbereidingen voor het huwelijk van Hamish en mevrouw Atkins. Hij toonde eveneens oprechte belangstelling voor de cursussen die Nyrene op het gebied van toneelspel, voordracht en houding gaf. En hij stoeide en speelde met zijn zoon. Hij kon zich er echter niet toe brengen zijn deel aan het vermaak te leveren door zijn gave voor imitatie te gebruiken. Op dat moment leek het niemand op te vallen, behalve Ivy, die later over de telefoon tegen Nyrene opmerkte: 'Peter leek niet helemaal zichzelf, laatst. Maar hij heeft vast veel aan zijn hoofd, met de grote dag voor de boeg. Daar verheugen we ons allemaal op. We komen met elf mensen.'
Pas op de avond voor zijn terugkeer naar Fellburn zei Nyrene tegen hem: 'Is er iets waar jij je zorgen over maakt, lieverd?'
'Ik... zorgen? Nee, waar zou ik me nou zorgen over moeten maken?'
'Nou ja, met dat hele circus van de opening voor de boeg?'
Hij lachte. 'Het zal inderdaad een circusvertoning worden,' zei hij. 'Juffrouw Connie heeft haar vriend lord Very zover gekregen dat hij de opening zal verrichten. De burgemeester zal er zijn en het voltallige personeel, we mogen niet vergeten dat er vanaf het begin van de eeuw bijeenkomsten van de gemeenteraad op het podium zijn gehouden.'
Hierop zei ze: 'Het zal een geweldig podium zijn om op te werken.'
'Dat is het inderdaad,' zei hij. 'De hele atmosfeer van die plek is geweldig, en de cast lijkt dat te voelen. De opwinding werkt aanstekelijk. Ik hoop alleen maar dat het publiek dat ook aanvoelt.'
'O, vast wel. Het is een heel leuk stuk, zelfs als je het alleen maar leest moet je al lachen.' Ze trok hem een eindje naar zich toe en zei: 'Maar je bent erg moe, hè?'
Hij wilde dit ontkennen door te zeggen: nee, ik ben helemaal niet moe. Maar het leek een goede uitweg, dus zei hij: 'Nou ja, niet erg moe, maar... maar gewoon een beetje gespannen over hoe alles zal uitpakken, want er hangt voor ons allen zoveel van af.'
Hij legde zijn hoofd op haar borst, trok haar tegen zich aan en mompelde: 'O, Nyrene, Nyrene.'
Ze zei ongerust: 'Wat is er, liefste? Wat is er? Ik heb het gevoel dat je iets dwarszit.'
Hierop antwoordde hij: 'Het is niets, helemaal niets. Ik zou alleen altijd wel zo willen blijven liggen, gewoon zo.'
Toen hij geen aanstalten maakte om de liefde met haar te bedrijven, wat haar op deze avond zeer verbaasde, drukte ze hem teder tegen zich aan en streelde hem over zijn haar. Hij viel in slaap, en zij bleef verwonderd in het donker liggen staren. Ze geloofde geen moment dat de ophanden zijnde opening werkelijk zo'n effect op hem had; hij genoot van zijn werk. Nee, er moest iets anders zijn wat hem dwarszat en ze had dat gevoeld vanaf het moment dat hij was thuisgekomen. De eerste avond in bed had hij op tedere wijze de liefde met haar bedreven. Er was geen koortsachtige begeerte geweest, zoals meestal als hij een paar weken was weggeweest, en ze kon zich zijn woorden herinneren toen hij in haar armen had gelegen, vreemde woorden voor hem om te spreken: 'Hou me vast, Nyrene. Laat me niet los. Laat me nóóit los!'
Het was vijf dagen voor de opening en de atmosfeer in het theater was geladen, net als in de stad. Overal hingen affiches. De mensen kwamen van heinde en verre om plaatsen te boeken, hoewel niet voor de openingsavond, want die was al weken geleden uitverkocht geweest. En er was veel belangstelling voor The New Palace en het restaurant en de aangrenzende gebouwen.
Het was half vijf in de middag en Peter was in de slaapkamer van de flat om een schoon overhemd aan te trekken, toen de telefoon ging. Toen hij Nyrenes stem hoorde, zei hij: 'Hallo, liefste.' En zij antwoordde: 'Ik probeerde je in het theater te bereiken, maar ze zeiden dat je naar huis was gegaan.' Ze lachte even toen ze eraan toevoegde: 'Het begrip ‘naar huis’ klinkt een beetje vreemd.'
'Op dit moment lijkt het in de verste verte niet op thuis, liefste. Volgens Lily is het hier een buitengewone puinhoop.'
'Wat? Wie?'
'Lily Poole.'
'O, Lily!'
'Ja, Lily. Ze kwam langs om mijn wasgoed op te halen. Ze zegt dat je nylon overhemden voor me zou moeten kopen in plaats van katoenen. Ze is heel lief voor me geweest. Maar dat zeg ik alleen maar omdat ze hier naast me staat, even nieuwsgierig als altijd. Ze wil je spreken.'
'Hallo, mevrouw Riley.'
'Hallo, Lily.' Nyrenes stem klonk heel opgewekt, ze kende Lily even goed als Peter, of misschien nog wel beter, want zij had geholpen haar op te leiden. Ze was niet bang voor Lily. Ze zei: 'Is het daar een erge puinhoop, Lily?'
'Ach, een beetje rommelig. Af en toe doet hij er wel wat aan, en hij stopt zijn wasgoed tegenwoordig in de machine, maar daar blijft het dan ook bij. Hij kan niet strijken en ik heb hem al vaak verteld dat het tijd wordt dat-ie dat eens leert. Maar verder is alles goed met hem en verheugt hij zich op uw komst. Ik wou echt dat u erbij was, mevrouw Riley, het is allemaal heel spannend. Maar ik geef de telefoon nu weer aan uw man terug, want hij staat te popelen. Tot ziens.'
'Tot ziens, Lily' Daarna zei ze op gedempte toon tegen Riley: 'Dat accent raakt ze nooit kwijt, hè?'
'Jawel hoor.' Zijn stem was ook gedempt. 'Als ze eenmaal op de planken staat, hoor je er niets van.'
Vanuit de keuken werd nu geschreeuwd: 'Ik hoor wel wat daar gezegd wordt, hoor! Je reinste kwaadsprekerij!'
'Kun je dat horen? Ze luistert mee. Ze is een best mens, en ze speelt geweldig. Larry is erg tevreden over haar, net als David. Wat mij betreft,' - zijn stem werd luider - 'ik zal me gewoon naar haar moeten schikken, dat is alles. Ik ben degene die haar er op het toneel doorheen sleept.'
Uit de keuken riep een stem: 'Moet je dat nou horen!' Daarna klonk de stem van bijna vlak naast hem: 'Ik ga ervandoor.' En ze schreeuwde zo ongeveer: 'Tot ziens, mevrouw Riley!'
Toen de deur met een klap achter haar was dichtgevallen zei hij: 'Ze is weg. Ze is altijd goed voor je humeur. Maar hoe is het met Charles?'
Het duurde even voor ze antwoordde: 'Ik maak me zorgen, Peter. Sinds hij in de sloot is gevallen, loopt hij erg te hoesten. Ik heb de dokter erbij gehaald.' Toen ging ze op bittere toon verder: 'O, dokters! Het enige wat hij toen zei was: ‘Maakt u zich geen zorgen. Maakt u zich geen zorgen. Een onderdompeling zal hem echt geen kwaad doen, en wat schone modder ook niet.’ Maar het was toen ijskoud en we hebben hem pas na tien minuten gevonden, want hij kon niet op eigen kracht uit die modderige sloot klimmen. Er moet echt iets aan dat stuk land worden gedaan, het zal moeten worden gedraineerd. Ik heb gisteren de dokter weer gebeld - ik had twee nachten met hem getobd. Maar hij geeft hem nu antibiotica. Volgens mij had hij dat al veel eerder moeten doen. Tja, lieverd, ik vind het vreselijk om dit te moeten zeggen, maar ik zal morgen niet kunnen komen. Ik kan hem zo echt niet alleen laten, hij is erg ziek.'
Het bleef even stil. Toen zei Riley: 'Natuurlijk kun je hem zo niet alleen laten, liefste, maar denk je dat je wel alleen 's avonds kunt komen?'
'Ja, dat moet echt lukken. Ik zal mijn uiterste best doen. Zelfs al moet ik met de vroege trein komen en later weer weggaan, toch zal ik er zijn. Ja, Peter. En het spijt me geweldig. Maar zulke dingen gebeuren nu eenmaal, en ik maak me echt zorgen. Het lijkt wel of er elke keer een obstakel is dat ons uit elkaar houdt.'
Hij staarde even naar de telefoon zonder antwoord te geven, terwijl hij bedacht dat het wel elke keer hetzelfde obstakel was: hun zoon. Maar wat wilde hij dan dat ze deed? Het kind in die toestand alleen laten? Ten slotte zei hij: 'Hoor eens, liefje, probeer je niet te veel zorgen te maken. Ik weet dat je je uiterste best zult doen om voor de opening hier te zijn, want zoals David gisteren zei, jij hóórt erbij te zijn, jij hoort er nog meer bij dan juffrouw Connie. Zij is alleen maar een nieuwkomer... hoewel ze natuurlijk wel voor het geld zorgt.' Hij lachte vriendelijk. 'Is de dokter vandaag al geweest?'
Nog niet, ik zit op hem te wachten. Ik moet zeggen dat hij sinds die eerste keer heel aardig is geweest. Ik was kwaad op hem omdat hij het zo luchthartig opnam. Maar ik had moeten weten dat hij Charles als een normaal kind zou behandelen.'
Riley antwoordde resoluut: 'Maar dat zeg jij toch ook altijd, dat hij een normaal kind is?'
'Geestelijk wel, maar lichamelijk niet. Hij heeft een broze gezondheid, dat weet jij ook.'
In de stilte die erop volgde dacht Riley: hij heeft niet alleen een broze lichamelijke gezondheid, zijn geestesgesteldheid is ook broos, als je dat nou maar eens wilde inzien.
'Ben je daar nog, Peter?'
'Ja, lieverd, ik ben er nog, maar ik maak me zorgen over jou. Ik hoor daar bij je te zijn.'
Haar stem klonk zacht toen ze zei: 'Nee, ik hoor daar bij jou te zijn, dat besef ik maar al te goed. Iedere vezel in mijn lijf zegt me dat. Mevrouw Atkins en Mac zijn geweldig en hij houdt van hen, maar ze zijn het er allebei over eens dat ze heel slechte vervangers voor ons zijn.'
'Voor jou, liefste, voor jou.'
'Nee, niet alleen voor mij, want gisteren vroeg hij me tot drie keer toe, tussen zijn hoestbuien door: 'Wanneer komt pappa?'
'O, hemel, Nyrene, ik voel me echt heel schuldig.'
'Nee, zo moet je het je niet aantrekken. Ik vind het geweldig dat hij zo naar je verlangt.'
Ze had eraan toe kunnen voegen: want hij ziet je zo weinig. Maar ze zei: 'Hoor eens, maak je niet ongerust. Hou het vol tot de grote avond en dan zal ik er zijn. Je weet dat ik mijn uiterste best zal doen om te komen, want ik heb me er net zo op verheugd als jij. Ik moet nu gaan, maar maak je over de situatie hier geen zorgen. Er is niemand die zo zorgzaam kan zijn als Mac en mevrouw Atkins, en Ivy en Ken zijn ook geweldig geweest. Ik neem aan dat jullie de hele tijd als waanzinnigen moeten repeteren?'
'Larry heeft ze vanmorgen vanaf half acht op de planken gehad en afgezien van een korte lunchpauze zijn we nu net klaar.'
'Lieve help!'
'Zoals je maar al te goed weet is dat het patroon voor een première. Hoor eens, ik bel later vanavond nog wel even, en als het dan niet beter gaat, probeer ik morgenochtend weg te komen om 's avonds weer hier te zijn.'
'Nee, dat moet je niet doen. Juist jij bent daar nodig. Als zijn toestand verslechtert, zal ik het je meteen laten weten. Probeer je geen zorgen te maken, lieverd. Ik hoop je die avond... de dag van de avond, te zien. Ja, ik wil er heel graag bij zijn. Tot ziens, lieverd.'
'Tot ziens, liefje.'
De hele stad was in rep en roer. De koppen in de plaatselijke krant beweerden dat het de meest opwindende gebeurtenis was die er in jaren had plaatsgevonden. Naar de generale repetitie te oordelen zou het publiek een uitermate amusante avond beleven. Vandaag was er geen repetitie, want Larry hechtte aan een vrije dag voor de première.
Larry Fieldman en Riley zaten op het balkon en keken uit over het toneel. Ze spraken opnieuw hun bewondering uit voor het schitterend beschilderde plafond met de vergulde sierlijst erlangs, waar kleurige gestuukte guirlandes aan hingen.
'Ik denk dat er nergens in dit land zo'n theater te vinden is,' zei Riley, en Larry antwoordde: 'Nou, er zijn nog wel een paar mooie, maar ik ben het met je eens dat dit niet snel kan worden overtroffen. Die prachtige mahoniehouten lambrisering is op zichzelf al schitterend, net als de ingang en de trap.'
'Meneer Riley.' De stem klonk van beneden, uit de stalles, en Riley riep omlaag: 'Ja, wat is er?'
'Er is telefoon voor u.'
'Bedankt, ik neem hier wel op.' Hij draaide zich snel om en holde de treden van het balkon op, naar Davids kantoor, en daar nam hij de telefoon op en zei: 'Ja? Met Peter Riley. O, hallo, liefje.'
'Peter...'
'Wat is er? Wat is er?'
'Charles... Hij heeft longontsteking.' Het was duidelijk dat ze huilde. Ze moest een paar keer slikken voor ze kon uitbrengen: 'De dokter is vandaag twee keer geweest. Ik... ik kan echt niet bij hem weg, Peter.'
'Natuurlijk niet, dat begrijp ik.' Zijn stem was zo zacht dat hij zichzelf nauwelijks kon horen spreken. Toen zei hij: 'Wanneer is het gebeurd?'
'Het ging... het ging steeds slechter. De dokter heeft niet meteen gezegd dat het longontsteking was. Hij... hij kan nauwelijks ademhalen, liefste. Ik kan echt niet bij hem weg.'
'O, Nyrene!' Er viel een korte stilte voor hij verderging: 'Maar wind je niet te veel op. Als je niet kunt, dan kun je niet. Ik hoor eigenlijk daar bij jou te zijn. Dat weet ik. Ik wou dat ik me in tweeën kon splitsen.'
Ze zei met gebroken stem: 'Toe, trek het je niet zo aan. Jouw plaats is daar... Ik moet nu ophangen, lieverd.'
'Ja, ja, natuurlijk. Maar bel me later en laat me weten hoe het gaat.'
'Ja, dat zal ik doen.'
'Tot dan, liefste.'
Hij legde de hoorn op de haak en liet zich toen in een stoel vallen. Daarna draaide hij die om naar het bureau, legde zijn armen erop, balde zijn vuisten en timmerde ermee op het bureaublad. Wat gebeurde er toch met hen? Zonder dat hij er iets aan kon doen dreef het kind hen uit elkaar. Soms, als hij 's nachts alleen in bed lag, stelde hij zich Nyrenes gezicht op het kussen naast hem voor, en dan dacht hij terug aan hoe ze de liefde hadden bedreven. Maar het was nu dikwijls een ander gezicht dat hem aankeek en zijn lichaam raakte dan verhit bij de gedachte aan de vakkundige manier waarop Yvette de liefde had bedreven.
Maar nu had zijn zoon longontsteking en hij had het gevoel dat dit, doordat Nyrene er nu niet bij kon zijn, opnieuw een gat in zijn toch al zwakke verdediging zou slaan. Hij kreunde. Wat er ook mocht gebeuren, een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de première lag op zijn schouders. Hij moest de cast aanvoeren, voor deze keer zou hij opnieuw de clown, de dronkelap, de onnozele hals spelen, om feitelijk terug te gaan naar waar hij was begonnen...
Hij ging naar beneden om David te zoeken, en hoewel David zelden vloekte, zei hij nu: 'Wel verdomme! Ze had eerlijk gezegd een van de belangrijkste attracties moeten vormen. Ze was in The Little Palace zo bekend en geliefd, ze hadden haar toegejuicht.'
'Het spijt me.'
'Doe niet zo gek, dat kun jij toch zeker niet helpen. Ik denk alleen maar aan haar, en aan je kind, en ik weet wat jij zult denken: dat je daar hoort te zijn. Nou, dat gaat niet, hè? Dus kom op, maak er het beste van. Er hangt veel van jou af. Vooral morgenavond. Maar maak je er niet te veel zorgen over. Als je donderdag naar huis moet, kan Tom heel goed je rol overnemen, ook al is hij jou niet en zal het publiek teleurgesteld zijn. Maar zo is het leven nu eenmaal en ze zullen er begrip voor hebben. Dus kop op.' Zijn toon veranderde en hij vervolgde: 'Connie is net binnengekomen. Ze lijkt wel een tiener die zich op haar eerste fuifje verheugt. Weet je wat ze gisteren tegen me zei? Ze zei dat deze onderneming haar tien jaar jonger had gemaakt. Dat ze eigenlijk nu de jeugd beleeft die ze nooit heeft gehad. Weet je, Riley, ze mag dan heel rijk zijn, ze is nooit erg gelukkig geweest, voorzover ik heb begrepen. Maar ze wil jou spreken. Kom mee.'
Toen hij door de ruime, met tapijt beklede foyer liep, vroeg hij zich af of iemand ooit echt gelukkig was. Je dacht dat je gelukkig was, maar dan bracht een van de streken van dit leven je weer op de knieën. Bij hem was dat Yvette en hij droeg nu niet alleen een zware last aan schuldgevoelens met zich mee, maar ook de angst haar weer te ontmoeten, want ze had in hem een deur geopend die hij niet meer dicht kreeg.