HOOFDSTUK 3
De verwachting van Tina dat iedereen 'het gerucht' na enkele dagen
weer zou zijn vergeten, kwam helaas niet uit. Het nieuwtje was nog
steeds het onderwerp van gesprek onder de leerlingen en er werden
zelfs weddenschappen afgesloten op de waarheid van 'het
gerucht'.
Mieke had spijt dat ze er ooit over was begonnen. Tijdens de lessen van Van Heerwaarden was ze opvallend stil en ze verwachtte elk moment het verzoek om na de les even te blijven. Maar dat bleef uit.
Het leek of Van Heerwaarden zich in het geheel niet bewust was van de consternatie die hij veroorzaakte op school; in ieder geval liet hij niets merken. Nog steeds was 'het gerucht' niet bevestigd en kon iedereen alleen maar gissen naar de juistheid ervan.
Tot grote opluchting van Mieke was 'het gerucht' inmiddels al zo wijd verspreid dat niemand meer wist van wie het nu eigenlijk afkomstig was. „Gelukkig hebben wij geen gym van mevrouw Boekhorst," verzuchtte ze, terwijl ze zich met Tina een weg baande door de drukke gangen tijdens de wisseling van de lesuren.
„Denk er maar niet meer aan, Mieke. Het is nu eenmaal gebeurd en je kunt het niet meer terugdraaien. Denk liever aan de Franse tekst die we van
Toetje moeten leren. Snapte jij daar iets van?" vroeg Tina.
Mieke schudde haar hoofd. „Geen snars. Ik heb me de hele tijd afgevraagd of Toetje niet een stuk van de tekst was vergeten. Ik kon er in ieder geval geen touw aan vastknopen."
Toetje stond voor het bord en wachtte geduldig tot de leerlingen op hun plaats zaten.
De nieuwe leraar Frans, meneer Goedhart, stond naast hem en observeerde de klas met belangstelling. Hij wisselde even een paar woorden met Toetje en nam toen plaats op een lege stoel achter in het lokaal.
„Jongelui, zoals jullie weten, zal meneer Goedhart jullie ook enkele lessen gaan geven. Vandaag woont hij mijn les bij, dus gedragen jullie je alsjeblieft een beetje," verzocht Toetje dringend.
Verbaasd keek Bas hem aan. „Maar, meneer, dat doen we toch altijd? Wij kunnen uw verzoek eigenlijk niet zo waarderen. U wekt hiermee de indruk dat we ons normaal niet gedragen," luidde zijn laconieke reactie, hetgeen een zacht gegrinnik teweegbracht.
Toetje slaakte een diepe zucht en keek Bas even wanhopig aan. „Dank je wel, meneer Jansen, voor je advies," zei hij ironisch.
Bas bleef Toetje onbewogen aankijken en zei uiterst beleefd: „Niets te danken, meneer. Ik ben altijd bereid u van advies te dienen." Hierop klonk opnieuw een onderdrukt gelach in de klas.
„Zo is het wel genoeg, Bas!" wees Toetje hem op scherpe toon terecht. „We gaan de opgegeven tekst behandelen."
„Meneer, was de tekst wel compleet?" reageerde Mieke onmiddellijk op Toetjes verzoek.
Toetje trok zijn wenkbrauwen op en keek Mieke aan. „Hoe bedoel je dat, Mieke?" vroeg hij.
„Ik snapte er niets van, meneer. Het leek wel of er stukken ontbraken, waardoor het verhaal geen logisch geheel meer was," legde Mieke uit.
Toetje nam de bedoelde tekst erbij en keek Mieke hoofdschuddend aan. „Juffrouw Tinnemans, dat was ook de bedoeling van deze tekst. De stukken die ontbraken, moesten jullie zelf invullen, zodat het één geheel zou worden," antwoordde Toetje geduldig.
„Maar hoe konden we dat nu weten?" riep Mieke verontwaardigd uit.
Uit het instemmend gemompel was af te leiden, dat de rest van de klas zich bij Mieke aansloot.
„Jullie hebben toch allemaal de vragen gelezen?" riep Toetje geërgerd uit.
„We hebben helemaal geen vragen van u gekregen, meneer," antwoordde Sjoerd.
Even keek Toetje hem verbaasd aan, waarna hij een wantrouwende blik over zijn leerlingen liet gaan. „Heb ik jullie de vragen niet gegeven of zitten jullie de zaak te flessen?" vroeg hij achterdochtig.
„Nee, meneer, we hebben de vragen echt niet gehad," zei Tina.
Verward draaide Toetje zich om en hij opende zijn tas. Hij zocht tussen de stapel papieren en haalde er ten slotte een aantal vellen uit. „Jullie hebben gelijk. Ik ben vergeten de vragen uit te delen," gaf Toetje eerlijk toe.
„Dit maakt geen goede indruk op meneer Goedhart, hoor. Wat moet hij daar nu van denken, meneer?" was de nuchtere reactie van Bas.
Toetje kreeg een kleur, die meer aan ergernis dan aan schaamte was toe te schrijven. Hij keek Bas met een dreigende blik aan. „Ik wens verder geen commentaar meer, Jansen, en zeker niet van jou!" waarschuwde hij Bas.
Bas knikte met een ernstig gezicht. „Goed, meneer, maar ik wilde u alleen behoeden voor een ernstige misstap die schadelijk zou zijn voor uw carrière," verklaarde hij.
„Genoeg, Jansen! Nog één opmerking en je vliegt eruit!" dreigde Toetje, nu duidelijk geïrriteerd.
Het lichte geroezemoes dat was ontstaan na de opmerking van Bas, verstomde en er viel een stilte. Ze wisten allemaal dat Toetje het meende en dat ze maar beter konden luisteren.
Ook Bas koos nu de veiligste weg en hield zijn mond. Hij voelde de dreigende blik van Toetje nog even op zich gericht, alvorens deze zich omdraaide naar het bord en dit naar beneden trok. Met driftige
gebaren veegde hij het bord schoon.
„Dan zal ik de tekst opnieuw behandelen en jullie uitleggen wat de bedoeling is," besloot Toetje. Hij pakte een krijtje en begon de eerste regels van de tekst op het bord over te nemen.
Op dat moment klonk buiten het geluid van een sirene. Aanvankelijk schonk niemand er enige aandacht aan, aangezien er dagelijks wel ergens een sirene te horen was, maar naarmate het geluid aanzwol, werd de nieuwsgierigheid van de klas meer geprikkeld. De aandacht voor hetgeen Toetje op het bord schreef, verschoof naar de naderende sirene, die spoedig werd gevolgd door een tweede, van een brandweerwagen afkomstige sirene.
„Dat moet hier ergens in de buurt zijn," concludeerde Tina, terwijl ze pogingen deed om naar buiten te kijken.
„Misschien staat de school wel in brand," opperde Bas op hoopvolle toon.
Het geluid was nu vlak bij en hield zo abrupt op dat er geen twijfel meer was over de plaats van de brand.
Tina kon haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Ze schoof haar stoel naar achteren, sprong op en holde naar het raam. Toen ze de twee brandweerauto's aan de overkant van de weg zag staan en de zwarte rookwolken omhoog zag stijgen, trok alle bloed uit haar gezicht weg. Ze hapte naar adem en sloot even haar ogen in de hoop dat wat ze zag
slechts gezichtsbedrog was.
„Tina, wat is er? Je ziet spierwit," riep Sjoerd bezorgd uit toen Tina zich omdraaide en met grote, verschrikte ogen naar haar klasgenoten keek.
„Het is... het is 'Kareltje'!" kon ze met moeite de woorden over haar plotseling kurkdroge lippen krijgen.
Nu sprongen ook andere leerlingen op en vlogen naar het raam, om daar tot hun ontsteltenis te constateren dat het waar was, wat Tina had gezegd. 'Kareltje' stond in lichterlaaie!
„Willen jullie nu eindelijk eens gaan zitten?" klonk het scherpe verzoek van Toetje. Woedend wilde hij Tina terechtwijzen, maar hij aarzelde even toen ook hij haar spierwitte gezicht zag.
„Ik móet erheen," klonk Tina's stem gesmoord. Ze holde naar de deur en vloog de gang op, zich in het geheel niet storend aan Toetjes woorden.
„Sorry, meneer, maar ik moet ook even weg," mompelde Sjoerd half in het voorbijgaan. Hij rende eveneens de gang op, op de voet gevolgd door Mieke en Bas.
„Wat voor de drommel..." riep Toetje kwaad, maar ook enigszins verbluft uit. Hij deed een stap naar voren en werd bijna omvergelopen door Karlien, Anjo en Dick, die langs hem heen schoten en ook verdwenen. „Dit gaat te ver!" brieste Toetje woedend. Hij maakte aanstalten om het groepje achterna te lopen, maar beperkte zich tot het sluiten van de deur. Toen richtte hij zijn aandacht weer op de rest van de klas, die wat aarzelend was blijven zitten. Het leek of Toetje iets wilde zeggen, maar hij slikte zijn woorden in en liep naar het raam. Even bleef hij daar staan om te kijken naar de brandende snackbar. Hij draaide zich zwijgend om, maar zei toen: „Dit heeft geen zin. Gaan jullie ook maar."
Onzeker keken de leerlingen elkaar aan. Hoorden ze dat goed?
Aarzelend stonden Frank en José op.
„Jullie hebben me toch verstaan? Schiet op!" herhaalde Toetje. Een seconde bleef het stil, maar toen stond iedereen op en vloog het lokaal uit.
Hoofdschuddend stond Toetje voor het raam en hij zag zijn leerlingen naar buiten hollen.
Meneer Goedhart, die perplex het gebeuren had gevolgd, kwam nu ook langzaam overeind en ging naast Toetje staan. „Wat gebeurt er allemaal, Theo?" informeerde hij niet-begrijpend.
Toetje slaakte een diepe zucht en keek zijn nieuwe collega aan. „Ik kan me voorstellen, Jos, dat je er niets van snapt, maar het kost te veel tijd om het allemaal uit te leggen. Het zal je allemaal wel duidelijk worden als je deze klas wat beter leert kennen. Dit is belangrijker voor ze dan een Franse tekst, neem dat maar van mij aan!"
Jos Goedhart knikte, hoewel hij er nog niet veel van begreep. In het halfuur dat hij de klas had meegemaakt, had hij echter wel begrepen dat er geen tweede klas was, zoals deze. Er hing een bijzondere sfeer in de klas en hij was beslist van plan Theo van Someren daarover uit te horen.
Maar Theo van Someren, alias Toetje, was op dit moment duidelijk niet in de juiste stemming om verhalen te vertellen. Hij stond nog steeds voor het raam en aanschouwde het drama dat zich aan de overkant van de straat voltrok.
Verbijsterd stond Tina intussen naar de hoog oplaaiende vlammen te kijken, die uit de ramen van ' Kareltje' sloegen.
Er was al een flinke oploop ontstaan bij de brandende snackbar en de politie had de handen vol om het publiek op een veilige afstand te houden. Het personeel van de aangrenzende winkels en de bewoners van de nabijgelegen huizen stonden verdwaasd op straat. De brandweer was met vier brandspuiten in de weer om het vuur te bedwingen.
Sjoerd sloeg zijn arm om Tina's schouders en hield haar stevig tegen zich aan. Ze zag nog steeds spierwit en stond te trillen op haar benen.
„Dit is verschrikkelijk, Sjoerd. Dit kan niet waar zijn!" stamelde Tina.
Sjoerd, die eveneens aangeslagen was, wist niet wat hij moest zeggen en trok Tina opnieuw in zijn armen.
„Waar is Rob?" gilde Karlien. Buiten adem van het harde lopen stond ze achter Tina en ze liet een gejaagde, zoekende blik over de mensen gaan.
Tina draaide zich met een ruk om en keek Karlien aan. „Die heb ik niet gezien! O nee, Rob zal toch niet..." riep ze angstig, maar ze slaakte bijna op hetzelfde moment een zucht van opluchting toen ze Rob zag staan.
Karlien had Rob nu ook gezien en rende naar hem toe, op de voet gevolgd door Tina, Mieke, Bas en Sjoerd.
„Rob!" riep Karlien. Rob zag eruit als een geest. Karlien sloeg in een troostend gebaar haar arm om hem heen, wat haar een dankbare blik van Rob opleverde.
„Wat is er gebeurd?" informeerde Tina.
Rob haalde zijn schouders op. „Ik weet het niet precies. Het ging allemaal zo snel. Ik rook plotseling een brandlucht, die uit de keuken leek te komen. Toen ik wilde gaan kijken en de keukendeur opende, sloegen de vlammen me al tegemoet," vertelde hij met een vreemde, hese stem.
Hoewel de brandweer het vuur onder controle scheen te hebben, moesten Tina en haar klasgenoten machteloos toezien hoe 'Kareltje' volledig afbrandde.
Met tranen in haar ogen draaide Tina zich om toen het dak met een akelig geluid instortte.
„Het lijkt wel of mijn eigen huis afbrandt," fluisterde Mieke, bij wie de emoties ook hoog zaten. Zwijgend sloegen de vriendinnen de armen om elkaar heen en lieten hun tranen de vrije loop.
Rob deed eveneens geen enkele moeite om zijn tranen te verbergen. Hij stond nog steeds bij Karlien, die haar hoofd had afgewend van de brand, die inmiddels bijna was geblust. Kleine vlammen likten hier en daar nog aan de zwartgeblakerde resten van wat eens het honk van de klas van Tina was geweest. De plek waar ze bijna dagelijks samenkwamen en waar vele plannen waren gemaakt. De plek waar ook vriendschappen waren opgebloeid. En nu was 'hun plek' door een brand weggevaagd!
Het publiek begon zich weer te verspreiden nu de grootste vlammen waren gedoofd en de brandweer aan het nablussen was.
Een politieagent stond met Rob te praten.
Naast het tweetal stond een kleine, wat gedrongen man, die hoofdschuddend naar het uitgebrande pand keek. Tina herkende hem als Karei Donkers, de eigenaar van de snackbar.
Karel Donkers knikte even naar de jongelui, die hij wel kende uit de tijd dat hijzelf nog in de snackbar stond. Sinds geruime tijd had hij het werk overgelaten aan Rob en een part-time kracht en was aan het genieten van een vervroegd pensioen. Na het telefoontje van Rob was hij zo snel mogelijk gekomen, maar hij kon alleen nog ontsteld constateren dat er niets meer te redden viel van wat eens een florerende zaak was geweest.
Verslagen keken de leerlingen elkaar aan; nog amper bevattend wat er was gebeurd.
Op dat moment ontdekte Tina Toetje, die samen met Jos Goedhart de straat overstak en naar hen toekwam. „O nee, nu krijgen we natuurlijk de wind van voren," zuchtte ze.
In de verwachting dat Toetje hen woedend kwam halen om hen een fikse uitbrander te geven, keek de klas Toetje aan. Maar de uitbrander bleef uit. Er kwam geen woede-uitbarsting, noch het verzoek om onmiddellijk naar school terug te gaan.
Toetje stond zwijgend te kijken naar de nog smeulende resten van 'Kareltje' en schudde zijn hoofd. „Vreselijk," mompelde hij half in zichzelf. Toen draaide hij zich om naar zijn leerlingen. „Hoe is het gebeurd?" vroeg hij belangstellend.
„Waarschijnlijk door kortsluiting," klonk de stem van Rob achter het groepje. Hij zag er zichtbaar aangeslagen uit.
Karei Donkers voegde zich bij hen, nadat hij voor de zoveelste maal een ongelovige blik op de plek van de ramp had geworpen.
Er hing een mistige, vieze nevel in de lucht en de brandlucht hechtte zich aan iedereen vast, die in de buurt stond.
„Jullie zien eruit alsof jullie wel een kop koffie kunnen gebruiken," stelde Toetje vast, terwijl hij zijn blik over de groep liet gaan.
Zwijgend liepen ze de school binnen, waar Toetje hen naar de lerarenkamer bracht. De ruimte was verlaten, aangezien de lesuren in volle gang waren.
Omdat ze niet de rust had om te gaan zitten, liep Tina naar het koffiezetapparaat en hielp Toetje met het inschenken van de koffie.
„Gaat het weer een beetje, Tina? Je ziet zo wit!" informeerde Toetje zacht. Onderwijl wierp hij een bezorgde blik op haar.
Tina knikte, maar ze merkte dat haar handen hevig trilden toen ze de plastic bekertjes aanpakte en op het blad zette.
„Ga jij maar eens even rustig zitten, meisje. Ik zorg wel voor de koffie," sprak Toetje haar op bijna vaderlijke toon toe.
Dankbaar keek Tina hem aan en ze knikte. Nu pas voelde ze hoe ze was geschrokken en wat de uitwerking daarvan was op haar hele lichaam. „Bedankt, meneer," zei ze zacht.
Toetje gaf haar een knipoog.
„Bent u nog kwaad, meneer? Omdat we zomaar uit de les wegliepen?" vroeg Tina toen aarzelend.
Met zachte drang voerde Toetje haar naar een stoel. „Eén brand is al erg genoeg," was zijn veelzeggende antwoord.