10

 

De arm van Tambese deed pij n en hij zweette zich kapot. Gelukkig hield de stofbril meteen het zweet uit zijn ogen, anders was het helemaal ondraaglijk geweest. Afgezien van de stofbril droeg hij een paar dikke isolatiehandschoenen. De lasbrander in zijn rechterhand was verbonden met de twee acetyleentankjes op zijn rug. Hij zat aan de trap langs de muur onder het mangat vast met het touw, dat door zijn riem liep en aan de zijkanten van de trap was vastgeknoopt. Comfortabel was het niet, maar zo had hij in ieder geval zijn handen vrij en dat was van essentieel belang voor het klusje waar hij mee bezig was. Met de blauwdruk uit het stadhuis had het hen bijna zeventig minuten gekost om zich een weg te zoeken door het doolhof van rioleringstunnels onder de stad, maar toen stonden ze eindelijk onder het mangat binnen de gevangenismuren. Ze hadden besloten om een uur of halfdrie in de ochtend naar boven te gaan en hadden dus nog ruim twee uur om de beste manier te verzinnen om door het deksel heen te branden zonder iemand te alarmeren. De wachten in de torens mochten niets zien en hun collega’s, die lagen te slapen in het gebouw een paar meter van het putdeksel, mochten niet wakker worden. Uit de blauwdruk hadden ze opgemaakt dat het deksel beschermd werd door een tijdslot. Ze gingen ervan uit dat dat slot gereguleerd werd vanuit de controlekamer in de gevangenis en dat ze onmogelijk het deksel konden verwijderen zonder op de een of andere manier alarm te slaan. Dat betekende dat ze slechts een deel van het deksel konden uitsnijden. Ze wisten dat de wachten in de torens het mangat niet konden zien. Bovendien zaten er geen ramen in het stafkwartier aan de kant van het deksel, dus de vlam was sowieso geen probleem. Het geluid was het probleem. En dat maakte het aantal opties aanzienlijk kleiner. Het was Graham die met de beste oplossing kwam. Ze moesten het deksel in stukken verwijderen. Op die manier hoefde er maar één persoon op de trap te staan. Tambese had erop gestaan dat hij het laswerk deed. Mocht de vlam onverhoopt toch gezien worden dan zouden Graham en Sabrina nog even tijd hebben om te vluchten. Het was tenslotte zijn vriend die ze uit de gevangenis gingen bevrijden. Graham had voorgesteld dat ze het om de beurt zouden doen, maar Tambese bleef voet bij stuk houden. Ze hadden al meer dan genoeg gedaan om hem te helpen. Dit deed hij alleen. Tambese schudde de zweetdruppels van zijn gezicht en keek naar beneden, naar Graham en Sabrina, die op de richel zaten met hun rug naar hem toe, zodat ze niet in de lasvlam hoefden te kijken. Ze hadden hun Uzi op schoot liggen. De afgelopen vijfentwintig minuten was hij een paar keer in de verleiding gekomen om op het aanbod van Graham in te gaan, maar nu hij aan het laatste stuk deksel bezig was, was hij alleen maar blij dat de klus bijna geklaard was. Hij gebruikte zijn vrije hand om het metaal vast te houden en sneed de laatste centimeters door. Toen het stuk metaal los in zijn hand lag stak hij zijn arm door de opening omhoog en legde het bij de andere stukken in de cirkel rond het mangat. Hij schakelde de brander uit en riep zacht naar Graham, die onmiddellijk opstond en het stuk touw om zijn riem losmaakte. Tambese klom weer naar beneden en liet de tank dankbaar van zijn rug zakken. Hij stopte het apparaat in de tas en legde de veiligheidsbril en de handschoenen ernaast. Intussen koelde Graham de rand van de put af met een busje kooldioxide. Hij wachtte tot Tambese en Sabrina uit de riolering waren geklommen en gaf toen de tas aan hen door. Vervolgens klom hij ook naar boven, hees zich uit het mangat en voegde zich bij de anderen, die al met hun rug tegen de muur van het stafkwartier stonden. Voorzichtig gluurde Tambese om de hoek van het gebouw naar de twee hoge, strenge wachttorens aan weerskanten van de hoofdpoort, zo’n tweehonderd meter vanwaar ze stonden. Hij zag de silhouetten van de twee gewapende wachten in het licht van de schijnwerper boven de poort. Hij hurkte neer en haalde de De Lisle karabijn uit de tas. ‘Geef mij het geweer maar,’fluisterde Sabrina. ‘Nee, ik doe het. Ik heb dit weleens eerder bij de hand gehad.’ ‘Laat Sabrina het doen,’zei Graham zacht achter Tambese. ‘Ze is de beste scherpschutter die ik ooit gezien heb. En dat is iets dat ik niet zomaar zeg.’ ‘Dit is mijn operatie,’siste Tambese. ik schiet.’ ‘Dit is mijn leven dat op het spel staat,’kaatste Graham terug. ‘Laat Sabrina het doen.’ ‘Ik zou het niet aanbieden als ik dacht dat ik het kon verpesten,’zei Sabrina tegen Tambese in een poging de plotselinge spanning tussen beide mannen op te heffen. ‘Vertrouw op mij, David.’Tambese was verrast doordat ze hem met zijn voornaam aansprak. Hij zuchtte diep, stond op en haalde hulpeloos zijn schouders op. ‘Ik geloof dat ik ben weggestemd.’ Sabrina nam het geweer van Tambese over, schroefde de geluiddemper op de loop, liep naar de hoek van het gebouw en keek op naar de wachttorens. Het was een zware verantwoordelijkheid die op haar schouders drukte, maar ze vertrouwde erop dat ze beide wachten geruisloos kon uitschakelen. Ze wikkelde de riem rond haar arm, bracht de kolf naar haar schouderen richtte op de wacht het verst bij haar vandaan. Ze legde haar vinger om de trekker. De wacht richtte zich plotseling op van de reling en liep naar de voorkant van de wachttoren. Nu stond hij half achter een van de houten palen. Ze kon geen schot riskeren. Ze liet de Uzi een eindje zakken en liet de trekker even los. Tambese zag het, maar Graham greep zijn arm en schudde zijn hoofd voordat Tambese iets zeggen kon. Haar ogen zochten de tweede bewaker. Die leunde nog steeds op de reling, zijn rug naar haar toe. Ze wenste maar dat hij zo bleef staan. Toen draaide de andere wacht zich plotseling om en liep naar een stoel in de hoek van de wachttoren. Hij haalde een pakje sigaretten uit zijn zak, stak er een op, ging zitten en zette zijn AK-47 tegen de zijkant van de stoel. Sabrina verstevigde onmiddellijk haar greep op het geweer en nam het hoofd van de bewaker op de korrel. Ze haalde de trekker over. De kogel raakte de wachter in het hoofd en hij viel van de stoel. Er zat al een tweede kogel in de kamer tegen de tijd dat de tweede bewaker zich naar zijn gevallen collega had omgedraaid. Hij kreeg geen kans alarm te slaan en werd ook door het hoofd geschoten. De inslag van de kogel deed hem naar achteren slaan en ze beet gespannen op haar lip toen hij gevaarlijk dicht bij de leuning terecht kwam. Als hij viel, zou het geluid van zijn lichaam dat tegen de grond sloeg zelfs een lichte slaper wekken. Na wat een eeuwigheid leek, viel de bewaker met zijn gezicht voorover op de vloer. De AK-47 gleed over de grond en viel van de toren naar beneden. Ze kromp ineen toen het wapen met een doffe klap op de grond viel. Toen was het weer stil. Ze ademde uit en liet zich met haar rug tegen de muur zakken. ‘Waar heb je geleerd zo te schieten?’vroeg Tambese stomverbaasd. Ze haalde bescheiden haar schouders op en stopte het geweer weer in de tas. ‘Ga jij maar voor naar het cellenblok,’zei ze tegen Tambese. Hij knikte en keek om de hoek van het gebouw naar het cellenblok driehonderd meter verderop. Er brandde een enkel licht boven de hoofdingang, verder leek het verlaten. Van buiten tenminste. Tambese verdween om de hoek van het gebouw. Sabrina volgde. Graham pakte de tas en ging achter hen aan. Gebukt liepen ze onder de ramen van het stafkwartier door en pas toen ze daar voorbij waren gingen ze weer rechtop lopen. ‘Toen Tambese bij het cellenblok aankwam negeerde hij de dubbele deuren en liep direct naar een raam aan de zijkant van het gebouw. Hij was niet verrast het op een kier aan te treffen, niet in zo’n benauwde nacht. Hij drukte zich tegen de muur en keek voorzichtig door het raam naar binnen. Daar zat een bewaker die wacht had. Hij zat met zijn rug naar het raam en zijn voeten op tafel een krant te lezen. In de hoek van het vertrek stond een radio aan. Maar ze konden onmogelijk binnen komen zonder eerst de tralies door te snijden die het raam beschermden. Tambese liet zijn Uzi van zijn schouder glijden, zakte op een knie en stak de loop door de opening. Hij richtte op het hoofd van de bewaker. Sabrina keek de andere kant op toen hij de trekker overhaalde. De bewaker sloeg door de stuwkracht van de kogel voorover, maar toen hij op de grond viel haakte zijn voet achter een stoelpoot, zodat de stoel omviel. Graham en Sabrina stelden zich onmiddellijk aan weerszijden van het raam op. Tambese bleef op een knie zitten, zijn Uzi op de gang achter het vertrek gericht. Hij betwijfelde of het geluid van de stoel boven de muziek van de radio was uitgekomen, maar ze konden het zich niet veroorloven om risico’s te nemen, niet nu ze zo dicht bij hun doel waren. Hij wachtte een paar minuten, maar wist toen dat het geluid geen andere bewaker in het gebouw bereikt had, waarna hij zijn Uzi tegen de muur zette en de lasbrander weer uit de tas opdiepte. Graham en Sabrina gingen elk aan een kant van het cellenblok staan terwijl Tambese aan het werk ging. Binnen een paar minuten had hij de tralies al verwijderd. Hij stopte de spullen weer in de tas en riep de anderen terug. Als eerste klauterde hij door het raam, waarna hij de tas van Graham overnam en die op de grond zette. Graham en Sabrina klommen achter hem aan. Ze legden het lichaam van de man onder de balie en Tambese zette de stoel rechtop en veegde de bloedvlekken onder de tafel weg met een doek die op de grond lag. Zo zou het er tenminste niet verdacht uitzien wanneer iemand mocht langskomen. Het leek net of de bewaker even weg was. Tambese trok een rolgordijn voor het raam en ging hen voor naar een trap aan het eind van de gang. Hij gebaarde dat ze even moesten wachten en liep op zijn tenen naar beneden, waar hij voorzichtig om het hoekje van de muur keek. Aan weerszijden van de gang lagen rijen cellen en aan het eind stonden een tafeltje en twee stoelen voor de bewakers. Maar er zat niemand, zodat hij er automatisch vanuit ging dat er op deze verdieping geen gevangenen werden gehouden. Hij wenkte Graham en Sabrina en vroeg hen hem in de rug te dekken terwijl hij de cellen checkte. Snel en geruisloos liep hij de gang door en wierp een blik in elke cel. Hij had gelijk. Ze waren allemaal leeg. Hij keerde weer naar de anderen terug en wees naar een volgende trap, die verder naar beneden ging. ‘Hoeveel verdiepingen zijn er?’fluisterde Graham. Tambese stak drie vingers in de lucht en liep voorzichtig de trap af. Onderaan bleef hij weer staan en gluurde eerst om het hoekje. Ook deze gang was verlaten. Hij wenkte Graham en Sabrina en ging hen voor, de derde trap af. Onderaan stak hij zijn hand op. Hij veegde het zweet van zijn voorhoofd, drukte zich tegen de muur, hield zijn Uzi in de aanslag en keek behoedzaam om de hoek van de muur. Aan het eind van de gang zaten twee bewakers in een kaartspel verdiept. Tambese keek naar Graham en Sabrina en stak zijn duim op. Op hun tenen daalden ze de trap af en wachtten op zijn teken. Dat teken kwam niet. Tambese stapte plotseling de gang in en opende het vuur. Geen van de twee bewakers kreeg de kans zijn AK-47 te pakken, die naast de tafel tegen de muur stond: een regen van kogels maaide hen neer. Tambese haalde het lege magazijn uit zijn Uzi en deed er een vol voor terug, waarna hij de gang in sprintte naar waar de bewakers languit naast en onder de tafel en de stoelen lagen. Ze waren allebei dood. ‘David, hier,’zei Graham. Tambese haastte zich naar de celdeur waar Graham met de zaklamp voor stond. Remy Mobuto lag bewegingloos op een strozak in de hoek van de cel. ‘Remy?’riep Tambese door de tralies. ‘Remy, ik ben het, David. David Tambese.’Hij keek Graham bezorgd aan toen Mobuto niet reageerde. ‘Remy, hoor je mij?’Stilte. Sabrina kwam bij hen staan. ‘Alle andere cellen zijn leeg.’Toen zag ze de bezorgdheid op hun gezichten. ‘Wat is er?’ ‘Hij is gedrogeerd,’zei Graham grimmig. Hij nam de acetyleentank op zijn rug. ‘Zit er niemand in die andere cellen?’vroeg Tambese aan Sabrina. Ze schudde haar hoofd. ‘Dat betekent dat ze hier aan het vertrekken zijn,’concludeerde Tambese. ‘Het ziet ernaar uit dat we net op tijd zijn.’Graham knielde neer en begon met de lasbrander het slot weg te snijden. ‘Vertrekken?’herhaalde Sabrina. ‘Je bedoelt dat ze zich aan het voorbereiden zijn op een opmars naar Habane?’ ‘Zo interpreteer ik het, ja,’antwoordde Tambese. ‘Waarom zouden ze anders het cellenblok ontruimen? We hebben uit betrouwbare bron vernomen dat hier gistermorgen nog tenminste twintig mensen gevangen zaten.’ ‘Waar zijn die dan heen gebracht? Naar het garnizoen waar je het eerder over had?’ Tambese schudde zijn hoofd. ‘Ze zijn nergens heen gebracht.’ ‘Je bedoelt dat ze geëxecuteerd zijn?’ ‘Hoogstwaarschijnlijk wel, ja,’antwoordde Tambese nuchter. ‘De geheime politie spaart alleen mensenlevens als ze denken dat je hen op de een of andere manier van dienst kunt zijn. En wanneer je dat niet meer bent vermoorden ze je. Zo zijn ze de afgelopen vijfenveertig jaar te werk gegaan dus zo zal het nu ook wel zijn gegaan.’ ‘Hij zit los,’zei Graham nog voor Sabrina hier iets op kon zeggen, Tambese haastte zich de cel in en voelde Mobuto de pols. ‘En?’vroeg Graham achter hem. ‘Hij klopt regelmatig,’antwoordde Tambese. ik draag hem wel. Mike, neem jij mijn Uzi.’ Graham hing de Uzi van Tambese over zijn schouder. Sabrina stopte de tank en de gasbrander weer in de tas, pakte hem op en liep terug naar de trap. Graham hielp Mobuto overeind, waarna Tambese zich bukte en Mobuto op de schouders nam. Hij knikte naar Graham, liep de cel uit en volgde Sabrina naar de trap. Graham liep achteraan, zijn Uzi in de aanslag. Toen ze boven bij de receptie waren aangekomen liet Tambese Mobuto even van zijn schouders glijden. Hij legde hem op de grond, ‘Ik neem hem wel even over,’bood Graham aan. ‘Nee,’antwoordde Tambese scherp. Hij glimlachte snel om zijn uitval te vergoelijken. ‘Bedankt, Mike, maar Remy is mijn vriend. Als daarbuiten iets gebeurt ben ik verantwoordelijk voor zijn veiligheid.’ ‘Goed,’zei Graham. Hij gebaarde naar de dubbele deuren. ‘Kunnen we daardoor?’ ‘Ik hoop het wel,’antwoordde Tambese. ‘Het spaart ons een hoop tijd als we niet door het raam hoeven. Hem door dat mangat naar beneden krijgen is al moeilijk genoeg.’ Sabrina probeerde de deur. Die zat op slot. Vergeefs zocht Graham de zakken van de bewaker op sleutels na. Toen keek hij naar de laden onder de balie. Ook daar lagen geen sleutels. Hij zuchtte diep en schudde zijn hoofd. ‘We zullen toch door het raam moeten,’zei Sabrina. ‘We kunnen het niet riskeren het slot open te schieten. Zelfs met een geluiddemper zou dat nog te veel lawaai maken.’ ‘Ik ga wel eerst naar buiten, dan...’zei Graham, maar hij werd onderbroken door een roffel op de deur. Ze keken elkaar bezorgd aan en Sabrina stapte achteruit, haar Uzi op de deur gericht. Graham ging bij het raam staan. Een stem riep iets door de deur. Graham en Sabrina keken naar Tambese voor een vertaling. ‘Dat waren namen,’fluisterde Tambese. ‘Die vent heeft vermoedelijk gezien dat de twee bewakers in de wachttorens nergens te bekennen waren en denkt dat ze hier binnen zitten.’ ‘Ik ga naar buiten,’zei Graham zacht. Hij legde de Uzi van Tambese op de tafel. ‘We zitten hier als ratten in de val wanneer hij alarm slaat.’ Tambese en Sabrina knikten. Graham liet het rolgordijn voorzichtig omhoog glijden en klom in de vensterbank. Geruisloos landde hij op de grond buiten. Zijn ademhaling ging gejaagd terwijl hij naar de hoek van het gebouw liep. Er werd opnieuw op de deur geklopt, deze keer nog harder, en de stem riep iets in het Swahili. Aan het eind van de muur veegde Graham het zweet uit zijn gezicht. Hij nam de Uzi stevig in zijn handen en kwam te voorschijn. De man, die een korte broek en een vest droeg, keek verrast om naar Graham, zijn ogen samengeknepen. Hij had een AK-47 in de hand. Graham gebaarde dat hij zijn wapen moest laten vallen. De man slikte nerveus en richtte het op Graham, die hem meteen in de borst schoot met een salvo uit zijn Uzi. De man wankelde achteruit, struikelde over de treden van het trapje en viel. Hij had zijn vinger nog om de trekker en een salvo barstte los. De kogels verdwenen in de muur, een meter boven Graham. Het lawaai echode over het stille gevangenisterrein. Graham vloekte hardop. Over een paar seconden zouden alle aanwezige rebellen hen op de nek springen. Hij schoot het slot kapot en trapte de deur open. Tambese had Mobuto alweer op de schouders genomen. Hij haastte zich naar buiten en liep moeizaam naar het mangat. In het stafkwartier waren al verscheidene lampen ontstoken. Sabrina gooide de Uzi van Tambese naar Graham, waarna ze achter Tambese aan renden. Ieder moment verwachtten ze de eerste rebellen te zien opduiken. Ze waren nog ruim zestig meter van het mangat toen een raam van het stafkwartier aan diggelen werd geslagen en de loop van een AK-47 naar buiten werd gestoken. Graham gaf een salvo op alle vier ramen aan hun kant, waarbij het glas in de rondte vloog. De AK-47 verdween. De deur werd opengesmeten en een rebel vloog naar buiten, maar Graham had hem al neergelegd voor hij kon schieten. De man vloog achterover en zakte een paar meter achter de plaats waar hij getroffen was in een hoopje in elkaar. Graham en Sabrina gaven elk weer een salvo op de ramen, zodat Tambese weer wat tijd won om bij het mangat aan Ie komen. Graham wierp een van de Uzi’s weg toen het magazijn leeg was, stopte een nieuw magazijn in de andere Uzi en riep naar Sabrina dat ze bij Tambese moest blijven, voor het geval rebellen achter het gebouw langs kwamen. Ze knikte en sprintte achter Tambese aan, terwijl Graham opnieuw de ramen beschoot. Hij vuurde door tot het magazijn leeg was, haalde het lege magazijn eruit, stak zijn laatste magazijn in de Uzi en rende naar het mangat. Toen hij bij het gebouw was aangekomen, was zijn laatste magazijn leeg. Hij rende de hoek om en bleef abrupt staan toen hij een stuk of zes rebellen om het mangat zag staan, allen gewapend met AK-47’s. Twee dode rebellen lagen vlak naast de put. En van Tambese en Sabrina zag hij geen spoor. Hij grijnsde. Ze hadden het gehaald. Een van de mannen draaide zich om en keek Graham aan. Hij droeg een grijs trainingspak. Graham herkende hem onmiddellijk als Tito Ngune. Zijn gezicht zat nog onder de schaafwonden van de lynchpartij die hem een paar dagen geleden in Habane bijna het leven had gekost. ‘Dat was een fraaie show, meneer Graham,’zei Ngune. ‘Maar maakt u zich geen zorgen, we krijgen uw metgezellen wel te pakken. Ze waren zo zwaar bepakt dat ze nooit erg kunnen opschieten.’ ‘U spreekt goed Engels voor een barbaar,’zei Graham minachtend. ‘Ngune glimlachte. ‘Laat dat wapen vallen, wilt u?’Graham wierp het op de grond. Hij hoorde voetstappen achter zich en wilde zich juist omdraaien toen de kolf van een AK-47 hem op het achterhoofd raakte. Hij was bewusteloos nog voor hij op de grond lag.

*** 

‘We kunnen Mike daar niet achterlaten,’riep Sabrina. ‘We zullen wel moeten,’antwoordde Tambese door opeengeklemde tanden. Hij hees Mobuto weer iets hoger op zijn schouders. Sabrina voelde zich hol van binnen. Wat ging er met Graham gebeuren? Ze weigerde er zelfs maar aan te denken. Maar ze wist dat Tambese gelijk had. Ze konden niets voor hem doen, niet zonder zelf ook gepakt te worden. Ze waren zelf maar net op tijd geweest: een paar seconden nadat zij in het mangat waren gedoken had een horde rebellen zich als een zwerm bijen op de put gestort. Ze wist dat ze er drie vanuit de put had neergeschoten. Een was door de opening naar beneden gevallen en in het water terecht gekomen. Nog even en een stel rebellen zou naar beneden gestuurd worden om hen op te sporen. ‘Zo’n vijfhonderd meter verderop is een deksel. Daar kunnen we eruit.’ ‘Dat kan nooit,’kaatste Sabrina terug. ‘De rebellen hebben onze tas natuurlijk al gevonden. En dat betekent dat ze de blauwdruk ook hebben. Er staan allang mannen op wacht bij ieder riooldeksel in de omgeving.’ ‘Vertrouw op mij, Sabrina.’ Ze ging er verder niet op door. Het kon wel wachten. Ze moest zich nu volledig concentreren op hun bescherming, tot ze in veiligheid waren, waar dat ook mocht wezen. Tenslotte was zij de enige die gewapend was. Toen hoorde ze het, voetstappen. Dat kon nooit de echo van hun eigen voetstappen zijn, zij droegen schoenen met rubberzolen. Dit waren laarzen. En het was meer dan één paar. Ze keek in het halfduister achter hen, maar kon niet verder zien dan een paar meter. De lampen die om de veertig meter aan de muur aan de andere kant van het water hingen waren zwak en bovendien waren verscheidene lampen gesprongen en nooit vervangen. Als haar vrienden haar nu eens konden zien. De gedachte bracht een flauwe glimlach naar haar lippen en hielp haar de plotselinge angst die ze had voelen opkomen weer bezweren. Had Tambese de voetstappen ook gehoord? Hij liet er in elk geval niks van merken. Toen zag ze iets bewegen in de schaduw, zo’n dertig meter achter hen. Ze wilde juist schieten, maar hield zich nog net in. Spaar je munitie, meisje, hield ze zichzelf voor. Ze was met haar laatste magazijn bezig en wist niet eens meer hoeveel kogels er nog in zaten. Ze schakelde het wapen over van automatisch op enkel vuur. Een ander silhouet dook op uit de schaduw, maar opnieuw hield ze zich in. Waarom hadden ze het vuur nog niet geopend? Of hadden ze soms instructies gekregen hen levend weer mee naar boven te nemen? Dat was heel goed mogelijk. De gedachte speelde nog steeds door haar hoofd toen een figuur heel even te zien was in het licht van een lampje. Ze vuurde. Er klonk een kreet, gevolgd door een luide plons. ‘Wat was dat?’riep Tambese over zijn schouder. ‘Dat was een van de rebellen,’antwoordde Sabrina. ‘Waarom zei je niet dat we gevolgd werden?’Ik dacht dat je de voetstappen wel gehoord had.’ ‘Nee,’antwoordde Tambese schuldbewust, ‘ik heb niets gehoord.’ ‘Maak je nu maar geen zorgen en loop gewoon door. Hoever is dat mangat nog?’ ‘Zo’n honderd meter,’antwoordde Tambese. ‘Goddank,’mompelde ze. Een kogel boorde zich in het plafond boven hun hoofd. Sabrina vloekte binnensmonds. Hadden ze nu maar een zaklamp bij zich gehad. Toen zag ze opnieuw iets bewegen en vuurde. Maar deze keer klonk er geen kreet. Ze vloekte zichzelf uit omdat ze een kogel had verpest. Opeens klonken de voetstappen veel luider. Kogels begonnen in te slaan in de muren om hen heen, maar het waren nog steeds alleen maar waarschuwingsschoten. Toch liep Sabrina gebukt verder, achteruit nu, zodat ze voortdurend kon zien of er misschien iemand uit de schaduw zou opduiken. Intussen hield ze de rand van de richel in de gaten. Toen zag ze hen. Ze telde er minstens zeven en ze kwamen snel naderbij, hun AK-47’s in de aanslag. ‘Hoever is het nog?’riep ze. ‘Dertig meter,’riep Tambese terug. Nou, dan moet het maar, dacht ze. Ze schakelde haar Uzi weer over op automatisch vuur en vuurde een salvo af op de naderende mannen. Twee vielen en een derde struikelde over een van hen en viel voorover in het water. De anderen bleven doorlopen. Het moest wel een zelfmoordcommando zijn. En vermoedelijk stonden er achter hen acht nieuwe manschappen klaar om het over te nemen wanneer zij gevallen waren. En allemaal omdat Ngune hen levend in handen wilde krijgen. Ze zouden blijven komen totdat ze geen kogels meer had. Dat moest hun strategie wel zijn, anders zouden ze nu alle drie allang dood zijn geweest. Hoeveel kogels had ze nog? Ze schoot opnieuw. Een man struikelde en viel. ‘We zijn er bijna,’riep Tambese achter haar. Ze vuurde opnieuw. Een ander viel. Nog twee over. Ze haalde de trekker over. Klik. Het magazijn was leeg. En ze kwamen snel naderbij. Liepen er nog anderen achter hen? Ze zag niets. Ze vertrouwde erop dat ze deze twee zou weten te ontwapenen wanneer ze dicht genoeg bij kwamen. Ze gooide de Uzi weg en bleef staan, haar handen beschermend voor zich uitgestoken. Opeens barstte er een salvo los boven haar hoofd en op nog geen vijftien meter voor haar werden de overgebleven rebellen neergemaaid. Ze liet zich vallen en keek verschrikt om. De kogels waren vlak over haar hoofd gevlogen. Tambese stond op de ladder onder het mangat, een Uzi in de hand. ‘Alles goed?’vroeg hij. ‘Nog net. Waar haal je die vandaan?’vroeg ze ongelovig, knikkend naar de Uzi. ‘Kom maar, dan zal ik het je laten zien.’ Ze trok de wollen muts van haar hoofd en klom hem achterna naar boven. Een hand werd naar haar uitgestoken, maar na een scherpe opmerking van Tambese snel weer teruggetrokken. Ze klom uit de put en keek langzaam om zich heen. Ze kon haar ogen nauwelijks geloven. De man naast Tambese was gehuld in legertenue. Het was een kapitein. Een legerjeep stond achter hen langs de kant van de weg. Een eindje verderop stond een gigantische Challenger tank het eind van de straat te bewaken, ernaast stonden acht soldaten. De geschutskoepel was open en ze zag de tankcommandant staan, zijn armen op de rand geleund, een veiligheidsbril op zijn voorhoofd. Hij rookte een sigaret. ‘Wat is dit?’vroeg ze uiteindelijk aan Tambese. ‘En waar is Remy Mobuto?’ ‘Die heb ik naar het ziekenhuis laten brengen. Dit zijn mijn mannen. De anderen staan elders in de stad. Kondese is niet langer in handen van de rebellen. Het is allemaal volgens plan verlopen...’ ‘Wat voor plan?’vroeg ze. ‘Waarom hebben wij hier niets van gehoord.’ ‘Het was strikt geheim. Jamel en ik waren de enige twee die ervan wisten. We konden ons geen risico’s veroorloven, niet nu er zoveel op het spel staat. Er is in het leger veel sympathie voor Ngune. Daarom heb ik deze manschappen persoonlijk voor deze operatie geselecteerd. En ze hebben pas hun opdracht gekregen toen ik van huis ging.’Tambese stak zijn hand op nog voor ze iets kon zeggen. ‘Ik weet het, ik ben je een verklaring schuldig. Later. Eerst moeten we Mike uit de Branco zien te krijgen.’ ‘Hoe dan?’ ‘Dat zie je wel.’Tambese glimlachte om de verdwaasde uitdrukking op haar gezicht. ‘Het wordt een fraaie voorstelling, dat kan ik je verzekeren.’

*** 

Toen Graham bijkwam lag hij op een vloer met vloerbedekking. Hij wreef voorzichtig over zijn achterhoofd en hees zich overeind. Hij was in een kantoor. Toen zag hij een portret van Alphonse Mobuto aan de muur hangen. Ernaast hing een ingelijste foto van Mobuto en Ngune die elkaar de hand schudden op de een of andere officiële gelegenheid. Beide mannen droegen een jacquet. Er stond ook een portret van Ngune op het bureau. Het was niet moeilijk te achterhalen waar hij was. Toen zag hij de gewapende wacht bij de deur staan. Zijn AK-47 was op hem gericht. Graham bleef zijn nek masseren tot hij voetstappen hoorde naderen. De deur ging open en Ngune kwam binnen, nog steeds in hetzelfde grijze trainingspak. Hij knikte naar de wacht die in de houding was gesprongen en zei dat hij op de plaats rust kon gaan staan en zijn AK-47 op Graham gericht moest houden. ‘Gaat u toch zitten, meneer Graham,’zei Ngune. Hij wees naar de leunstoel voor het bureau. Zelf liet hij zich achter het bureau in de enorme, zwartleren bureaustoel zakken. Graham krabbelde overeind en liet zich in de stoel zakken. Meteen begon hij zijn nek weer te masseren. ‘Sigaret?’vroeg Ngune. Hij hield Graham de zilveren doos voor. Graham keek hem alleen maar woedend aan. ‘Zoals u wilt,’zei Ngune, die zelf wel een sigaret opstak. Hij blies de rook uit, leunde achterover en keek Graham flauw glimlachend aan. ‘Zoals ik al eerder zei, dat was een mooie show die u daar vanavond hebt opgevoerd. Acht doden volgens de laatste telling. Het kunnen er ook meer zijn.’ ‘Ik hoop in ieder geval van wel,’bromde Graham. ‘O, ze zijn allemaal vervangbaar, hoor,’antwoordde Ngune met een onverschillig schouderophalen. ‘Een vrouw en zoontje niet.’ ‘Vuile klootzak,’schreeuwde Graham en hij sprong op Ngune af. De wacht sloeg Graham met de kolf van zijn geweer op de schouder en Graham ging onderuit. Hij wilde het de wacht betaald zetten, maar die stond alweer op veilige afstand, de AK-47 op zijn hoofd gericht. Hij hees zich overeind en negeerde de pijn in zijn schouder. Zijn ademhaling kwam met horten en stoten en hij keek woest naar de loop van de Walther P5 die Ngune uit een van de bureauladen had gehaald. ‘Gaat u zitten, meneer Graham, voor u zichzelf iets aandoet.’De intercom op zijn bureau zoemde. Ngune wachtte tot Graham weer was gaan zitten alvorens hem te beantwoorden. ‘Met de controlekamer, meneer,’zei een ongeruste stem in het Swahili. ‘We kunnen geen contact krijgen met onze patrouilles. Ze reageren geen van allen.’ Ngune veegde een druppel zweet af die over zijn voorhoofd gleed. ‘Stuur een patrouille op verkenning. En blijf proberen contact te maken met de andere patrouilles.’ ‘Dat is nog niet alles, meneer. We kunnen ook geen contact krijgen met het garnizoen.’ ‘Heb je al gekeken of er misschien iets mankeert aan onze radio?’ "Ja, meneer. Die doet het wel.’ ‘Blijf het proberen. En houd me op de hoogte.’ ‘Ja, meneer.’ Ngune schakelde de intercom weer uit en keek naar Graham. ‘We weten dat je vanavond met je partner samenwerkte. Wie was het derde lid van jullie team?’ ‘Mickey Mouse,’antwoordde Graham minachtend. ‘Wie was het?’schreeuwde Ngune. Hij richtte zijn Walther op het hoofd van Graham. ‘U hebt moeilijkheden, geloof ik, of niet?’zei Graham met een blik op de intercom. Ngune liet het pistool zakken. ‘U doden zou wel heel stom zijn. Of u beantwoordt mijn vragen hier in mijn gerieflijke kantoor of ik laat u naar beneden brengen naar een van de verhoorkamers en laat u martelen tot u me vertelt wat ik wil weten. De keuze is aan u, Graham.’ De keuze is aan mij?’vroeg Graham quasi-verbaasd. ‘En ik maar denken dat u de pest had aan alles wat ook maar enigszins naar democratie neigde. Misschien heb ik u wel schromelijk onderschat.’ ‘Ik vraag het voor de laatste keer. Wie was het derde lid van jullie team?’ ‘Dat zei ik toch? Mickey Mouse.’ Ngune leunde achterover en staarde Graham aan. ‘Ik heb uw soort hier wel eerder gehad. U denkt dat u mij in de war kunt brengen door te doen alsof u niet bang bent om gemarteld te worden, maar dat werkt nooit. Het is nog nooit voorgekomen dat ik niet de antwoorden kreeg die ik wilde, nog nooit. U zult geen uitzondering zijn, Graham, wat u misschien ook mag denken. Ik breek u.’ ‘Martel me zoveel u wilt,’antwoordde Graham, die Ngune recht in de ogen bleef kijken. ‘Maar vertelt u me eens, hoe denkt u een man te breken die al immuun is voor pijn?’ Ngune kneep zijn ogen tot spleetjes en wachtte tot Graham verder zou praten. Denkt u nu werkelijk dat wat voor machinerie u daar beneden ook voor me hebt klaarstaan in die verhoorkamers van u, dat die een pijn kunnen veroorzaken die zich ook maar kan meten met de pijn die ik heb doorgemaakt toen ik mijn gezin verloor?’Graham schudde zijn hoofd. ‘Nee. Doet u wat u wilt, Ngune. Mij doet u geen pijn, niet meer.’ ‘We zullen zien,’antwoordde Ngune, maar de intercom zoemde alweer voor hij Graham naar een van de verhoorkamers kon laten brengen. Hij drukte op het knopje. ‘Ja?’ ‘De controlekamer, meneer.’ ‘Hebben jullie al contact gekregen?’ ‘Nee, meneer.’Er viel een nerveuze stilte. ‘We hebben net twee vliegtuigen op de radar gesignaleerd. Ze komen deze kant op. En aan hun snelheid te zien moeten het gevechtsvliegtuigen zijn.’ ‘Dat kan niet,’zei Ngune achterdochtig, ik heb niemand opdracht gegeven om vliegtuigen van ons te laten opstijgen van onze basis in Tsjaad. En als die vliegtuigen uit Habane kwamen, zouden onze informanten ons al hebben ingelicht.’ ‘Ze komen niet uit Habane, meneer. Ze komen uit een van de buurlanden in het zuiden.’ ‘Tsjaad?’ ‘Dat kan ik niet zeggen, meneer.’ ‘Heb je al geprobeerd radiocontact met ze op te nemen?’ ‘Ja, meneer, maar tot dusver hebben ze volledige radiostilte in acht genomen.’ ‘Waar zijn ze?’ ‘Zestig kilometer van hier, meneer, en ze komen snel dichterbij.’ ‘Laat alarm slaan maar zeg dat niemand een schot mag lossen tot we de identiteit van die vliegtuigen weten. Ze kunnen van ons zijn. En blijf radiocontact met ze zoeken.’ ‘Ja, meneer.’ Ngune schakelde de intercom weer uit en leunde achterover in zijn stoel. Wat was er aan de hand? Eerst verloren ze contact met de patrouilles, daarna verloren ze contact met het garnizoen en nu kwamen twee ongeïdentificeerde gevechtsvliegtuigen op hen af. Hij had al aan de mogelijkheid gedacht dat de regeringstroepen Kondese alweer heroverd hadden, maar hij had geen geweervuur gehoord. Nou ja, niet meer dan anders. En als de stad was ingenomen had toch op zijn minst één patrouille contact opgenomen met de basis? Dan was er het mysterie van het garnizoen aan de grens tussen Tsjaad en Zimbala. Als die door het regeringsleger was aangevallen zou die ook radiocontact met de basis hebben gezocht. Maar niets. Absolute stilte. Het leek wel alsof ze geïsoleerd waren. De gedachte speelde even door zijn hoofd. Maar hoe? Hij zette de gedachte van zich af en droeg de wacht op Graham naar een van de verhoorkamers te brengen. Hij kwam er zo aan. De wacht duwde Graham in de rug met zijn AK-47 en maakte duidelijk dat hij naar de deur moest lopen. Ngune wachtte tot de twee mannen zijn kantoor verlaten hadden, haalde toen een sterke nachtkijker uit een bureaula en liep naar het raam. Hij bracht de kijker naar zijn ogen en keek de horizon af. Niets. Toen, even later, zag hij de lichtjes. In het begin waren de toestellen vaag en vervormd, maar toen ze dichterbij kwamen kon hij de silhouetten van twee straalvliegtuigen onderscheiden. Hij herkende ze onmiddellijk als Dornier Alpha’s, maar de emblemen kon hij niet zien. Toen zwenkte het voorste vliegtuig naar rechts en zag Ngune het embleem van de Zimbalese luchtmacht onder de vleugels. Hij liet de kijker zakken en veegde met zijn hand over zijn klamme voorhoofd. Dit was onmogelijk. Hoe konden twee gevechtsvliegtuigen van de luchtmachtbasis in Habane gesmokkeld worden zonder dat op zijn minst een van zijn informanten daar lucht van had gekregen? Verdomme, ze wóónden op de basis. Hoe kon dat nu gebeurd zijn? Hij schakelde de intercom in en gaf opdracht het vuur te openen zodra de vliegtuigen binnen bereik kwamen. Hij keerde terug naar het raam en bukte zich instinctief toen een van de straalvliegtuigen vlak over de gevangenis scheerde. De eerste raket explodeerde een paar meter voor het hek, maar zijn manschappen moesten toch dekking zoeken toen een regen van stenen en rotsen op het terrein neerdaalde. De tweede raket vloog door het hek en detoneerde onder een van de wachttorens. Ngune keek als gefixeerd toe hoe de toren wankelde onder de kracht van de explosie alvorens om te vallen en op de barak neer te storten waarin zojuist een aantal van zijn mannen waren gevlucht om dekking te zoeken. Een handjevol mannen probeerde uit de barak weg te vluchten, maar werd onmiddellijk neergemaaid door een mitrailleursalvo. De derde raket raakte de poort en rukte hem uit zijn hengsels alsof hij van papier maché was. Toen kwam de eerste Challenger tank van het leger het terrein op hobbelen, de vuurmond al gericht op de barak waar een handjevol van zijn mannen zich schuilhield. Machinepistolen stonden tegenover tanks, maar Ngune wist dat ze zouden vechten tot de laatste man. Het was een kwestie van eer. En opeens begreep hij het. Ze hadden geen contact kunnen krijgen met het garnizoen omdat dat al door gevechtsvliegtuigen was uitgeschakeld. Het garnizoen beschikte niet over radar, zodat de luchtmacht ongezien kon toeslaan. Hij had altijd een aanval vanuit Habane verwacht. En om vanuit Habane naar het garnizoen te komen moest de luchtmacht langs Kondese. Maar zijn hele plan had zich tegen hem gekeerd. Op een vreselijke manier. Jamel Mobuto, de man die hij al zoveel jaren veracht had, was hem te slim af geweest. En zonder manschappen was hij nergens. De droom was eindelijk voorbij. Nu was het enige waar hij nog voor moest zorgen zijn eigen hachje. En hoe langer zijn mannen het uithielden, hoe groter zijn kans om te ontsnappen. Hij opende de kluis in de muur en stopte zijn zakken vol bankbiljetten. Toen trok hij de onderste la open en haalde daar een miniatuurzendertje uit te voorschijn, maar nog voor hij dat kon gebruiken om te ontkomen vloog de deur open. Hij legde het zendertje op zijn bureau. Graham kwam binnen en richtte de AK-47 op Ngune. ‘U had uw mannen moeten leren dat ze altijd het onverwachte moeten verwachten. Het was een koud kunstje hem te ontwapenen.’Ngune slikte zenuwachtig. ‘We kunnen een deal sluiten, Graham. Neem het geld uit de kluis. Toe maar.’in ruil voor een vrije aftocht?’ ‘Ja.’Ngune gebaarde naar de kluis. ‘Het zijn allemaal ponden en dollars. Toe maar, neem alles maar mee.’ ‘O, dat doe ik ook. Ik neem alles mee en overhandig het aan de autoriteiten wanneer ik u aangeef.’Graham liep naar voren en wierp een blik in de kluis. ‘Jezus, er ligt daar genoeg om het begrotingstekort van de Verenigde Staten aan te vullen. Dat zal me een fraai proces worden, Ngune.’ Ngune keek naar de Walther op het bureau. Kon hij daarbij voor Graham hem neerschoot? Hij betwijfelde het. Maar hij had geen keus. Wanneer hij voor de rechter moest verschijnen zou hij hangen. Hij moest de kans wagen. Maar het was al te laat. Graham stapte naar voren en pakte de Walther. Hij wipte het magazijn eruit en gooide het wapen weer op het bureau. ‘Maak uw zakken leeg,’snauwde Graham. Ngune trok de bundeltjes bankbiljetten uit zijn zakken en liet ze met tegenzin op het bureau vallen. ‘Alles!’beval Graham en hij gebaarde naar het borstzakje van Ngunes trainingspak. Ngune trok nog een bundel bankbiljetten uit zijn borstzak en smeet dat op het bureau. ‘Laten we gaan,’zei Graham met een knikje naar de deur. Ngune was al om het bureau heen gelopen toen de granaat de zijkant van het gebouw raakte. Het raam vloog in scherven en pleisterwerk regende door de kamer. Ngune haalde uit met zijn vuist en raakte Graham op zijn slaap. Graham viel achterover tegen de muur en de AK-47 glipte uit zijn handen. Ngune gaf Graham een gemene trap in zijn maag, greep het zendertje en gebruikte het om de deur achter het bureau te openen. Een paneel dat in de muur verscholen zat schoof weg. Erachter lag een betonnen trap die naar een tunnel liep. Ngune schoot door de opening en liet de deur onmiddellijk weer dicht glijden. Graham hees zich overeind en vloog op de deur af. Net voor hij dicht schoof haakte hij zijn vingers erachter. Hij knarste met zijn tanden en schoof de deur langzaam maar zeker weer open. Na wat een eeuwigheid leek kon hij erdoor. Het paneel schoof meteen achter hem dicht. De tunnel was meer dan driehonderd meter lang en Ngune was al halverwege. Graham rende de trap af en sprintte achter hem aan. Ngunes tempo verraste hem: hij was behoorlijk fit voor een man van zijn leeftijd. Hoewel Graham aardig op hem inliep, haalde hij Ngune niet in voor deze aan de voet van een trap bleef staan, zijn gezicht kletsnat van het zweet. Ngune rukte een ketting van zijn hals. Er hing een sleutel aan. Hij rende de trap op en draaide de deur van het slot. Hij trok hem open maar deed geen poging de sleutel weer uit het slot te halen. Dat zou alleen maar tijd kosten -en meters. Hij verdween door de deuropening. Een paar seconden later was Graham ook bij de trap aangekomen. Hij nam de trap met twee treden tegelijk, maar bleef bij de deuropening staan en keek voorzichtig om het hoekje. Achter de deur bevond zich een ruimte die werd verlicht door een enkel peertje. Het was een garage. Ngune had de gehavende Ford stationcar laten staan en was naar buiten gerend. De zijdeur stond open. Graham trok de deur open en vloekte binnensmonds. Hij stond in een straat waar een groep autochtonen al dansend en zingend de bevrijding van hun stad aan het vieren was. Als Ngune zich onder de mensen wist te mengen zou Graham hem nooit weer vinden. Hij keek de straat langs maar zag hem nergens. Maar hij kon nooit ver zijn, hield Graham zichzelf voor, niet na die sprint van daarnet. Zelfs hij voelde zich uitgeput. Toen zag hij iets bewegen in een portiek aan de overkant van de straat. Hij wachtte tot de optocht gepasseerd was, rende naar de overkant en liep toen langzaam naar het portiek. Een auto kwam voorbij en in het licht van de koplampen zag hij een fractie van een seconde het gezicht van Ngune, verlicht in de duisternis. Graham begon te rennen. Toen zag Ngune hem. Hij schoot het portiek uit, maar zijn benen wilden niet meer en Graham kon hem snel van achteren beet grijpen en hem met zijn rug tegen de muur smijten. Ngune zakte in elkaar en Graham beging de fout zijn greep te verslappen. Ngune haalde uit en gaf Graham een enorme klap op de zijkant van zijn hoofd. Graham wankelde en kreeg nog een klap. Ngune rende naar het eind van de straat. Graham krabbelde overeind en spurtte achter hem aan. Even later had hij hem al ingehaald en tackelde hem. Beide mannen klapten tegen de grond, maar Graham reageerde als eerste en sloeg Ngune met zijn elleboog in het middenrif. Ngune klapte dubbel tegen de muur en kon even geen adem krijgen. Graham stond op, hees Ngune overeind en zette hem met het gezicht tegen de muur. Toen zag hij het groepje mannen op de hoek van de straat staan. Ze waren met een stuk of twaalf. En ze waren gewapend met stokken en kettingen. Eén had zelfs een hakbijl. Ngune zag hen ook en begon in het Swahili tegen hen te schreeuwen. Intussen probeerde hij zich aan de houdgreep van Graham te ontworstelen. De bende kwam op hen af. Graham stond voor de keus. Misschien moest hij zich wel verdedigen, maar dan zou hij Ngune moeten loslaten. Opeens maakte een van de mannen zich los uit de groep en rende op hen af. Hij sloeg Graham op zijn schouder met een stok. Graham kromp ineen van de pijn en Ngune begon wild te gebaren en de bende in het Swahili verder op te hitsen. De mannen kwamen nu op Graham af. Ngune rook zijn kans en begon zich te verwijderen. Ze hadden Graham nu omsingeld en schreeuwden tegen hem in het Swahili. Hij kreeg nog een klap, maar deze wist hij af te weren met zijn onderarm. Zo kon hij het echter nooit lang uithouden, dat was wel duidelijk. Maar wat kon hij doen? Hij kon niet met deze mensen communiceren. Maar je hoeft helemaal geen Swahili te spreken, schoot het opeens door hem heen. Natuurlijk niet. Tito Ngune!’riep Graham en wees beschuldigend naar de man in het trainingspak. ‘Tito Ngune. Tito Ngune.’De naam veroorzaakte een onmiddellijke reactie. Alle hoofden draaiden zich naar Ngune, die zich er met bluf uit probeerde te redden. Een dikke vrouw greep hem echter bij de arm en trok hem naar zich toe om zijn gezicht te bekijken. Ze staarde een paar seconden naar zijn gebogen hoofd, keek naar Graham en knikte. Toen duwde ze Ngune naar de mannen, die hem ruwweg op de grond smeten en hem met hun stokken begonnen te bewerken. Graham wilde juist een poging wagen tussenbeide te komen toen een legerjeep de straat inreed. Hij bleef naast de mannen staan en twee soldaten sprongen eruit en baanden zich een weg naar het midden, waar Ngune in elkaar gedoken tegen de muur lag, zijn armen over zijn hoofd. Een luitenant stapte nu ook uit en bleef voor Graham staan. Hij zag er niet ouder uit dan vijfentwintig, Graham vroeg hem of hij Engels sprak. De luitenant zei niets, draaide zich om en liep naar Ngune, wiens grijze trainingspak donker van het bloed was. De dikke vrouw drong zich nu ook naar voren en sprak de luitenant aan. Graham meende de naam Ngune te horen. De luitenant blafte een bevel en de twee soldaten trokken Ngune overeind. De luitenant bekeek Ngunes bebloede gezicht nauwlettend, haalde een paar handboeien te voorschijn en boeide Ngune de handen op de rug. De twee soldaten duwden Ngune op de knieën en stapten aan de kant. Graham bleef staan kijken. Hij vroeg zich af wat er nu ging gebeuren. Ngune was in de boeien geslagen. Dat impliceerde een arrestatie. Maar waarom werd hij niet naar de jeep gebracht? Toen trok de luitenant zijn RF83 revolver uit de holster aan zijn riem en duwde de loop tegen Ngunes achterhoofd. Graham stapte naar voren, vol afgrijzen over wat hij zag. Dit was barbaars. Het stond buiten kijf dat Ngune schuld droeg, maar hij behield het recht op een eerlijk proces. Dat was de wet, een universele wet. De luitenant keek naar Graham en zei iets tegen hem in het Swahili. Graham haalde machteloos zijn schouders op, maar toen hij dichterbij probeerde te komen werd hij tegengehouden door de twee soldaten, die hun M16’s op zijn buik richtten. De luitenant keek op Ngune neer, die nu onsamenhangend was begonnen te babbelen en medelijden probeerde te wekken. Ooit was Ngune de op één na machtigste man van het land geweest, maar nu was hij niets meer dan een trieste oude man op de rand van de dood. De luitenant haalde de trekker over. Ngune begon groteske stuiptrekkingen te maken en zijn achterhoofd spatte uiteen in bloed en stukjes bot. De mensen begonnen te juichen toen hij voorover op de grond zakte. De luitenant stak zijn revolver in de holster, snauwde een bevel naar de twee soldaten en keerde met hen terug naar de jeep. Deze keer negeerde de luitenant Graham volledig. De chauffeur startte de motor en reed weg. Graham staarde naar het lijk en probeerde te verwerken wat hij juist gezien had. Afrika was wreed, een continent waar genade vaak als een teken van zwakte werd gezien en waar wreedheid en een gewelddadige dood bij het leven hoorden. Bedroefd schudde hij zijn hoofd, terwijl de menigte zich dansend en zingend rond het lichaam van Ngune verzamelde. Toen draaide hij zich om en liep langzaam de straat uit.