8
Sabrina keek omhoog naar de tienduizenden sterren die aan de donkere lucht fonkelden als diamanten tegen een achtergrond van fluweel, en geloofde bijna dat er een hemel was. Wat kon er anders achter zoveel schoonheid zijn? Hoewel ze katholiek was opgevoed had ze zichzelf nooit als erg religieus beschouwd en tegenwoordig ging ze nog maar één keer per jaar met haar ouders naar de mis en dat was met Kerstmis en dat deed ze meer voor hen dan voor zichzelf. Ze glimlachte. Waarom moest het onderwerp religie altijd de kop opsteken wanneer ze aan het werk was? Een onbewuste poging om eeuwige verdoemenis te ontlopen? Ze zette de gedachte van zich af en concentreerde zich op hun plannen. Ze hadden besloten dat ze met hun vijven naar Kondese zouden afreizen. Tambese had hen voorgehouden dat ze de rebellen alleen maar zouden alarmeren als ze versterkingen meenamen. Sabrina had met Graham onder vier ogen gesproken over de beslissing om Moredi en Laidlaw mee te nemen. Moredi kende de Branco-gevangenis omdat hij er zelf gevangen had gezeten en Laidlaw was bij Delta de specialist geweest op het gebied van in- en uitbraak. Beiden zouden van onschatbare waarde zijn, maar geen van beiden zou deel uitmaken van het uiteindelijke aanvalsteam. Sabrina was tevreden geweest en had de zaak verder laten rusten. Tambese had een assortiment wapens opgehaald van zijn kazerne en had toen bij een firma in de stad een Cessna gecharterd. Niet alleen zouden ze door de lucht sneller reizen, het was ook de aangewezen manier om de wegversperringen te vermijden die de rebellen op alle toegangswegen van Kondese hadden opgericht. Moredi had geregeld dat ze bij een boerderij vlak buiten Kondese konden landen. Daar woonde Matthew Okoye, een persoonlijke vriend van de Mobuto’s. Hij was een van de rijkste zakenlieden van het land en Ngune had zijn mensen wijselijk instructies gegeven dat Okoye met rust moest worden gelaten. Hij wist wat mensen als Okoye waard konden zijn: zij waren de toekomst van Zimbala, ongeacht wie er aan de macht was. In minder dan een uur waren ze bij de privélandingsbaan van Okoye aangekomen. Tambese had de kist keurig aan de grond gezet, waarna ze naar de boerderij gereden waren. Okoye en zijn vrouw hadden zich na het eten discreet uit de grote woonkamer teruggetrokken, zodat zij de operatie konden bespreken. Maar ze konden niets doen zolang de toegezegde plattegrond van de gevangenis nog niet bezorgd was. Sabrina was dus maar even naar buiten gegaan om op de veranda een luchtje te scheppen. De deur achter haar ging open. Ze keek om en glimlachte naar Graham toen hij ook naar buiten kwam. ‘Het is zo vredig hier. Kijk eens naar die lucht geen wolkje te zien, alleen maar sterren zover het oog reikt. En je kunt zelfs de lichtjes van Kondese in de verte zien. Is het niet prachtig?’ ‘Ja. Op dit soort momenten zie je pas waar Keats zijn inspiratie vandaan haalde voor "The Secret Rose", of Hopkins voor "The Starlight Night".’ ‘Jij blijft me verbazen, Mike Graham,’zei ze verbaasd haar hoofd schuddend, ik had me nooit gerealiseerd dat je poëzie las.’Hij glimlachte en ging naast haar op het trapje zitten, ik ben ermee opgegroeid. Mijn moeder heeft een heleboel poëziewerken, allemaal prachtig in leer gebonden - Keats, Wordsworth, Browning, Shelley, het hele zootje. Iedere vrijdagavond kwamen haar ouders eten en na het eten moest ik hen uit een van die boeken voorlezen. Dat ging door tot in mijn tienerjaren.’ ‘Lees je nog steeds gedichten?’ ‘Alleen als ik bij mijn moeder op bezoek ga in het bejaardenhuis in Santa Monica. Ze heeft al die boeken nog op een plank in haar kamer staan. Haar gezichtsvermogen wordt minder, dus ik lees haar altijd haar favoriete gedichten voor.’ ‘Dit is de eerste keer dat je ooit echt iets over je jeugd hebt verteld, weet je dat?’ ‘Nu weet je meteen waarom,’zei hij met een wrange glimlach. ‘Stel je een jochie van tien jaar voor in een pak en met een stropdas om die "Elegy Written in a Country Churchyard" aan zijn opa en oma voorleest. Maar ze bedoelde het goed en daar gaat het om.’Sabrina gniffelde, ik had er graag bij willen zijn.’ ‘Dat denk je maar,’kaatste Graham terug. ‘Dan had jij ook moeten voorlezen.’ ‘Ik weet dat je je moeder heel hoog hebt, maar je hebt het bijna nooit over je vader. Ik wil niet nieuwsgierig zijn, maar is daar een reden voor?’ ‘Ik ben nooit erg close geweest met mijn vader. We hadden domweg niets gemeen. Hij heeft me nooit één keer meegenomen naar een wedstrijd van de Giants of de Yankees. Ik moest met de vaders van andere kinderen mee tot ik oud genoeg was om zelf te gaan. Het was heel gênant. Toen ik elf was begon ik zelf football te spelen. Hij is niet één keer komen kijken, nooit. Mijn moeder was ook niet in football geïnteresseerd, maar ik kan me niet herinneren dat ze ooit een wedstrijd gemist heeft wanneer ik in de buurt van New York speelde.’ ‘Ging hij niet eens kijken toen je voor de Giants speelde?’ ‘Mij overleed zeven maanden voor ik bij de Giants kwam. Maar ik betwijfel of hij ooit was komen kijken. Waarom zou je met een levenslange gewoonte breken?’ Ze hoorde de verbittering in zijn stem en besloot er niet op door te gaan. Maar ze was nog steeds verbaasd over zijn openheid. Een jaar geleden was hij dichtgeklapt wanneer er maar naar het verleden gewézen werd. Begon hij de barrières af te breken die hij had opgetrokken sinds hij zijn gezin verloren had? Of was het de geduchte dat hij eindelijk oog in oog zou komen te staan met de man die hij van hun dood beschuldigde? En wat zou er gebeuren als hij inderdaad oog in oog met Bernard kwam te staan? Zou hij hem vermoorden? Of zou hij hem aan de autoriteiten overgeven? Ze wist dat ze die vraag niet kon beantwoorden. Of misschien wilde ze dat wel gewoon niet... Wat zitten jullie daar gezellig met z’n tweetjes,’zei Laidlaw vanuit de deuropening. ‘Wat heeft dat verdomme te betekenen?’vroeg Graham, die meteen overeind krabbelde. ‘Geintje,’zei Laidlaw met een knipoog naar Sabrina. Sabrina schudde langzaam het hoofd. Wat een zak. Maar ja, hij kende Graham natuurlijk ook niet zoals zij hem kende. Bij iedere hint dat zij iets zouden hebben, was Graham altijd meteen op zijn qui-vive. Sommige dingen waren nog niet veranderd. ‘Wat wil je?’snauwde Graham. ‘Hé, rustig, man. Ik zei toch dat het een geintje was?’Laidlaw keek van Sabrina naar Graham. ‘Luister, het maakt mij geen bal uit als jullie iets hebben...’ Graham greep Laidlaw bij zijn shirt en duwde hem tegen de muur. ‘Wij werken samen, punt uit. Begrepen?’ Laidlaw rukte zich los en trok zijn shirt recht. ‘De plattegrond is er,’zei hij kortaf, waarna hij weer naar binnen ging. ‘Waarom kunnen een man en een vrouw niet samenwerken zonder dat er altijd een of andere seksuele ondertoon wordt bijgesleept?’Sabrina knikte met haar lippen stijf op elkaar en volgde Graham naar binnen. Laidlaw kwam naar Graham toe. ‘Het spijt me, Mike. Ik had het niet moeten zeggen.’ ‘Het is al goed,’antwoordde Graham. Hij liep naar waar Tambese en Moredi op de bank zaten, de plattegrond uitgespreid voor zich op het tafeltje. ‘Ga zitten,’zei Tambese, gebarend naar de bank die ze aan de andere kant van het tafeltje hadden neergezet. Graham wachtte tot ze allemaal zaten en keek langs Sabrina heen naar Laidlaw. ‘Wat denk je?’ Laidlaw draaide de plattegrond om en keek Moredi aan. ‘U zei dat het hele hek om de gevangenis heen onder stroom staat?’Moredi knikte. ‘Het voltage weet ik niet, maar het is dodelijk. Toen ik er zat is er een keer iemand doodgegaan die probeerde te ontsnappen.’ ‘Ontsnappen was onmogelijk,’vulde Tambesi aan. ik heb verhalen gehoord van gevangenen die net in de gevangenis aankwamen en die zich losrukten en zichzelf tegen dat hek gooiden om te voorkomen dat ze ondervraagd zouden worden. Zo bang waren de mensen voor de geheime politie.’ ‘Waar is de controlekamer?’vroeg Laidlaw. Tambese klopte op een vierkantje midden in het gebouw. ‘Daar. Maar de controlekamer ligt onder de grond. En er is maar één toegang en daar staat een metalen hek voor. De deur zelf is van gewapend staal en kan alleen vanuit de controlekamer geopend worden. Je kunt er onmogelijk binnen komen.’ ‘David was een van de officieren die de Branco-gevangenis hebben ingenomen na de dood van Alphonse Mobuto,’zei Moredi. ‘Was dat de eerste keer dat u in die gevangenis kwam?’vroeg Sabrina. Tambese knikte. ‘Het leger en de gewone politie werden nooit toegelaten toen de geheime politie het er nog voor het zeggen had.’Is de stroom niet uitgeschakeld toen de gevangenis bevrijd werd?’vroeg Graham. ‘Ja wel,’zei Tambese, ‘maar het is niet moeilijk om de stroom er weer op te zetten.’ ‘En u weet niet zeker of dat ook inderdaad gebeurd is?’vroeg Sabrina. ‘Volgens onze bronnen hier in Kondese is het wel gebeurd,’antwoordde Tambese. ‘Kunnen we de stroom niet afsnijden?’vroeg Graham. Tambrese schudde zijn hoofd. ‘Dat zou geen zin hebben, ook al konden we in de elektriciteitscentrale komen. Er staat een noodgenerator op het gevangenisterrein.’ ‘En hoe zit het met de ingang?’vroeg Laidlaw zonder van de plattegrond op te kijken. ‘Er is één grote poort daar,’wees Moredi. ‘Ook weer bestuurd vanuit de controlekamer,’vulde Tambese aan. ‘En de poort wordt geflankeerd door twee wachttorens. In elke toren staat een gewapende wacht. We kunnen die poort op geen honderd meter naderen zonder gezien te worden.’Waar is hij van gemaakt?’vroeg Laidlaw. ‘Gewapend staal.’ Laidlaw beet bedachtzaam op zijn lip en bleef de kaart bestuderen. ‘Hoeveel man heeft Ngune in de gevangenis rondlopen?’vroeg Graham aan Tambese. We denken een stuk of vijfentwintig.’ ‘En de rest van zijn troepen?’vroeg Sabrina. Ik wilde maar dat ik het wist,’antwoordde Tambese met een zucht. ‘Echt. Er zijn natuurlijk de manschappen die de wegversperringen rond Kondese bemannen, en dan heb je nog de troepen die in het stadscentrum patrouilleren. Het verzet heeft overal gezocht sinds de rebellen Kondese hebben ingenomen, maar tot nu toe hebben ze niets gevonden. Het is gewoon griezelig. Er moet hier nog ergens een heel garnizoen zitten, maar we kunnen het nergens vinden.’ Als het nu eens bluf is en Ngune niet over de manschappen beschikt die hij volgens eigen zeggen heeft?’ ‘Daar hebben wij ook aan gedacht, meneer Graham. Maar wat heb je aan tanks en vliegtuigen als je geen manschappen hebt? En we weten dat hij beide heeft.’ ‘Waarom vernietigt u die dan niet?’vroeg Sabrina verrast. ‘Omdat ze in Tsjaad staan. Als onze troepen de grens met Tsjaad overschrijden zouden we een internationaal schandaal veroorzaken. En dat is het laatste dat we nodig hebben nu we op het punt staan weer te worden toegelaten als lid van de Verenigde Naties. We hebben een formeel protest ingediend bij de regering van Tsjaad, maar die zegt dat die tanks en vliegtuigen tot hun eigen arsenaal behoren - wat in zekere zin nog waar is ook. Maar we weten uit betrouwbare bronnen binnen het leger van Tsjaad dat Ngune een afspraak heeft gemaakt met hun regering: hij mag, wanneer hij een greep naar de macht doet, een aantal tanks en vliegtuigen van Tsjaad gebruiken, mits hij zelf de bemanning levert. Dus op dit moment is er sprake van een patstelling.’ ‘Kan dat garnizoen niet ook in Tsjaad liggen?’vroeg Sabrina. Tambese schudde zijn hoofd. ‘Nee, dat hebben we al gecontroleerd. En bovendien is de regering van Tsjaad daar veel te slim voor. Als zij de mannen van Ngune binnen hun grenzen haalden, zou dat ons de kans geven Tsjaad in diskrediet te brengen.’ ‘Dat is het!’flapte Laidlaw er opeens uit. ‘De riolering.’ ‘Wat?’vroeg Sabrina verbaasd. ‘Zo komen we binnen - door de riolering. Daar, dat is het mangat,’zei Laidlaw. Hij wees het aan op de kaart. ‘Dat zit vast op slot,’opperde Graham. ‘Dan snijden we het open met een lasbrander,’zei Laidlaw. ‘Maar dan zien de wachten de vlam vanaf die torens,’wierp Graham tegen. Laidlaw glimlachte triomfantelijk. ‘Nee, dat doen ze niet. Volgens de schaal van deze kaart kan dat riooldeksel nooit meer dan een paar meter achter het stafkwartier liggen. Dus kunnen de wachten het vanaf die toren niet zien.’ ‘En de manschappen in het stafkwartier dan?’vroeg Sabrina. ‘Als we om drie uur ‘s nachts komen liggen die te slapen.’Laidlaw keek naar Tambese. ‘Weet u zeker dat de enige wachten op dat moment die twee in de torens zijn? Er patrouilleren geen bewakers over het terrein zelf?’ Tambese schudde zijn hoofd. ‘Dat is niet nodig. De wachttorens hebben uitzicht over het terrein.’ ‘Oké, laten we zeggen dat we inderdaad door dat deksel heen komen met die brander,’zei Graham, starend op de plattegrond. ‘Hoe komen we dan van het stafkwartier naar het cellenblok?’ ‘De wachten moeten eerst worden uitgeschakeld. Het enige dat we daar voor nodig hebben is een scherpschuttergeweer met geluiddemper.’Laidlaw keek weer naar Tambese. ‘Zou u daarvoor kunnen zorgen?’ ‘Dat is niet nodig,’zei Sabrina tegen Tambese. ‘We kunnen de Uzi’s wel gebruiken die u uit Habane hebt meegenomen. Daar zitten ook geluiddempers op.’ ‘Dat is te riskant,’wierp Laidlaw tegen. ‘Die wachttorens liggen op ruim tweehonderd meter van het stafkwartier. Als we die wachten niet met de eerste kogel neerleggen, zou dat de hele operatie in gevaar kunnen brengen. We hebben een geweer met telescoopvizier nodig. De eerste kogel moet meteen raak zijn.’ ‘Ik kan ze met een Uzi wel neerleggen,’zei Sabrina zacht. Laidlaw glimlachte flauw. ‘Luister, ik ben ervan overtuigd dat je een goede schutter bent...’ ‘Ze is de beste,’onderbrak Graham hem op scherpe toon, zijn ogen strak op Laidlaw gericht. Ik zal voor een geweer met geluiddemper zorgen voor het geval jullie dat mochten willen gebruiken,’zei Tambese diplomatiek, in een poging de plotselinge spanning te breken. ‘Oké, dus die wachten zijn uitgeschakeld,’verbrak Graham de stille die dreigde te vallen. ‘En dan?’ ‘Dan gaan we naar het cellenblok en zoeken Remy Mobuto op,’antwoordde Laidlaw nuchter. Graham haalde zijn vingers door zijn haar en keek verbaasd. ‘Die twee gebouwen zullen toch wel van elkaar gescheiden zijn door een muur of zo?’ ‘Volgens de plattegrond niet,’antwoordde Laidlaw, wijzend naar de twee rechthoeken op de kaart. ‘Het is geen San Ouentin, meneer Graham,’zei Moredi zacht, waarna hij achterover leunde en zijn handen in zijn schoot vouwde. ‘Er is geen kantine waar de gevangenen hun maaltijd kunnen gebruiken. En er is geen terrein waar de gevangenen kunnen rondlopen en de benen strekken. Er bestaan geen rechten in de Branco. Dat was het eerste dat ik leerde toen ik daar kwam. Ik heb er acht weken vastgezeten. En net als bij alle andere politieke gevangenen in de Branco werden mijn handen en voeten geketend en werd ik in een donkere cel van één meter twintig bij twee meter veertig gezet, en de enige keren dat ik daar uit mocht was wanneer ik naar een vertrek zonder ruiten aan het eind van de gang werd gebracht waar mijn ondervragers klaarstonden om me te martelen. Iedere avond werd een schijnwerper in de hoek van de cel ingeschakeld en moest ik in de houding gaan staan. Dat gebeurde bijna ieder uur. En wanneer ik te uitgeput was om nog op te staan, kwam een bewaker in mijn cel om me af te tuigen. Als ik geluk had, gebruikte hij een zweep of een knuppel; als ik pech had een knuppel met scherpe spijkers of een stuk prikkeldraad. En ik kon me natuurlijk niet verdedigen, omdat mijn handen en voeten geketend waren. Ze gaven je niet eens een emmer om je behoefte in te doen, zodat je in je eigen uitwerpselen lag. Om de paar dagen, als de stank zelfs de bewakers te erg werd, kwamen ze langs met een brandslang en spoten de cel schoon.’Moredi glimlachte opeens bedroefd naar Graham. ‘Dus u begrijpt wel dat het niet nodig was om een muur tussen de twee gebouwen op te trekken. We konden geen kant uit.’
***
Graham knikte grimmig maar zei niets. Na wat Moredi hen verteld had, zou ieder woord hol klinken. ‘Ik kan jullie wel een ruwe plattegrond van het cellenblok geven, maar ik ga niet mee naar binnen,’zei Moredi handenwringend, ‘Niet na wat ik daar heb doorgemaakt.’ ‘Dat begrijpen we,’zei Sabrina vriendelijk. ‘Dus het wordt het plan van meneer Laidlaw?’vroeg Tambese na een lange stilte. ‘Het is het proberen waard,’antwoordde Graham. ‘Maar we kunnen er niet op de gok naar toe. We moeten eerst weten hoe die riolering ongeveer loopt.’ ‘Inderdaad,’zei Laidlaw. Hij keek weer naar Tambese. ‘Kunt u aan een plattegrond van de rioleringen in de buurt van de gevangenis komen?’ ‘Niet zonder argwaan te wekken,’antwoordde Tambese. ik heb die kaart van de Branco alleen in handen kunnen krijgen doordat iemand binnen het verzet die nog had liggen. Plattegronden van rioleringen worden waarschijnlijk in het stadhuis bewaard en dat is gesloten.’ ‘We hebben zo’n plattegrond gewoon nodig,’ze Haidlaw, van de een naar de ander kijkend. ‘Zonder beginnen we niets.’ ‘Dat laat ons maar één keus,’concludeerde Graham. ‘Inbreken in het stadhuis en er een te pakken zien te krijgen.’ ‘We komen nooit langs die wegversperringen,’zei Sabrina. ‘En bovendien is er een avondklok ingesteld. Niemand mag zich op straat wagen tussen zes uur ‘s avonds en zes uur ‘s morgens,’wist Moredi. ‘Dan hebben we maar één alternatief. We zullen het verzet moeten inschakelen. Ik roep Matthew Okoye. Ogenblikje,’zei Tambese. Hij stond op en liep naar de deur. ‘We kunnen toch wel contact opnemen met de verzetsbeweging zonder Okoye erin te betrekken?’riep Graham hem na. ‘Nauwelijks. Hij is hun leider,’antwoordde Tambese, waarna hij de woonkamer verliet.
***
Simon Nhlapo ging achter het stuur van de ambulance zitten en startte de motor, terwijl Joe Vuli, zijn partner, naast hem kwam zitten. Hij schakelde de sirene in, reed het terrein af en sloeg de verlaten straat in. Hij was al achttien jaar als paramedicus werkzaam in het Nationale Ziekenhuis Kondese. Nou ja, zo heette het tegenwoordig. Het had altijd het Margaret Mobuto Ziekenhuis gehelen, naar de vrouw van Alphonse Mobuto, die vier jaar na de opening in 1972 gestorven was. Maar zijn vader was nog maar een paar dagen dood, of Jamel Mobuto had opdracht gegeven dat de naam veranderd moest worden net als dat van het Alphonse Mobuto Ziekenhuis in Habane, dat werd omgedoopt tot Nationaal Ziekenhuis Habane. Nhlapo was niet politiek georiënteerd, maar als zoveel Swahili’s in en om Kondese, zag hij een toekomst voor Zimbala onder Jamel Mobuto. Daarom begreep hij ook niet waarom de regering Ngune en zijn slachters Kondese had laten innemen. Hij herinnerde zich de dagen nog goed dat Kondese ‘s avonds een bruisende stad was. Nu waren de straten verlaten, afgezien van de patrouillerende bendes van Ngune die door het stadscentrum toerden op zoek naar mensen die stom genoeg waren om de avondklok te negeren. De straf die daarop stond was onmiddellijke executie. Zelfs de politie was door Massenga ontbonden en nu waren de enige voertuigen die na de avondklok nog op straat reden, die van de bezetters. Hun wagens hadden speciale pasjes op de voorruit. En dan had je natuurlijk de ambulances. In het begin had het ziekenhuispersoneel gevreesd dat Ngune zijn eigen ‘artsen’ zou installeren, maar hij had de directie verzekerd dat hij niet van plan was zich met het ziekenhuis te bemoeien zolang het personeel zich aan de regels hield. Velen deden dat, uit angst; maar anderen, zoals Vuli en hijzelf, hadden zich bij de verzetsbeweging aangesloten toen de geheime politie de macht in Kondese overnam. Het was voor het eerst dat hij bij een ondergrondse beweging betrokken was, maar hij vond dat de tijd gekomen was om stelling te nemen tegen de wreedheid van Ngune en zijn geheime politie. Als Ngune de macht greep, zou het land opnieuw aan de genade van een corrupte dictator zijn overgeleverd. Er zou niets veranderd zijn. Hij moest worden tegengehouden. Maar Nhlapo wist ook wat hem te wachten stond als hij ooit gepakt werd. Dat was hen bij hun eerste ontmoeting heel duidelijk gemaakt. Hij zou naar de Branco gebracht worden, waar ze hem zouden martelen en executeren. Tientallen mensen waren al door de mannen van Ngune vermoord sinds ze naar Kondese waren teruggekeerd. Het was alsof ze nooit weg waren geweest. De geruchten dat het leger zich voorbereidde om de stad te ontzetten deden al drie weken de ronde. Maar tot dusver was er niets gebeurd. En de inwoners van Kondese begonnen wanhopig te worden... Hij trapte op de rem toen ze bij de eerste van de vele wegversperringen aankwamen die her en der in de stad waren opgericht. Een rol prikkeldraad lag dwars over de straat. Vier mannen stonden ernaast, allen in spijkerbroek en T-shirt en allen gewapend met Kalashnikovs. Een van de mannen kwam naar de wagen toe, de Kalashnikov in zijn rechterhand geklemd. ‘Waar gaat u heen?’vroeg hij. ‘Er is een ongeluk gebeurd op de M3,’antwoordde Nhlapo. ‘Een auto is van de weg geraakt.’ De man knikte. Hij had het al vernomen van de controleur in het ziekenhuis. De ambulance werd doorzocht op wapens of smokkelwaar, maar er werd niets gevonden. Tevreden gesteld liep de man weer terug naar het raampje. ‘U krijgt vrije doorgang tot aan de laatste wegversperring aan de rand van de stad.’ ‘We weten het zo onderhand wel,’zei Nhlapo kortaf. De man knikte tegen zijn collega’s en de barricade werd teruggetrokken tot er net genoeg ruimte was voor de ambulance om door Ie kunnen rijden. Nhlapo reed snel verder. Ze passeerden nog vier andere wegversperringen en werden elke keer doorgelaten door gewapende wachten. En bij de laatste werden ze, zoals verwacht, opnieuw aangehouden. De ambulance werd weer doorzocht voordat ze mochten doorrijden. Nhlapo reed het kleine eindje naar de M3. De weg lag er spookachtig en verlaten bij. De verzetsbeweging had de meeste lichten kapotgeschoten voordat ze een reeks bliksemsnelle aanvallen hadden uitgevoerd op rebellenpatrouilles rondom de stad. De restanten van rebellenvoertuigen langs de kant van de weg waren de stille getuigen van de successen van het verzet. Meer dan dertig rebellen waren gedood in hinderlagen voordat Ngune besloten had zijn troepen tot binnen de bebouwde kom terug te trekken. Onmiddellijk had hij de wegversperringen aan de rand van de stad versterkt met manschappen en wapens, om iedere poging van het verzet Kondese terug te veroveren de kop in te drukken, maar een reeks arrestaties en executies in de afgelopen weken had het verzet ernstig ontregeld en gedemoraliseerd. Ze konden geen offensief op Kondese inzetten zonder de steun van de regeringstroepen. En die leken vastbesloten te wachten tot Ngune zijn eerste zet deed... Vuli wees naar een man die in de verte verwoed met een witte zakdoek stond te zwaaien om hun aandacht te trekken. Nhlapo zette de sirene af, reed naar de man toe en parkeerde de ambulance vlak voor hem aan de kant van de weg. ‘Hebt u het ziekenhuis gebeld?’vroeg Nhlapo nadat hij uit de wagen was gesprongen. ‘Ja,’antwoordde Tambese. Hij stopte de zakdoek weer weg. ‘Dit is een verraderlijk stuk weg,’zei Nhlapo. ‘Vooral ‘s avonds,’beaamde Tambese. ‘Of in de regen,’vulde Vuli aan. Dit gesprekje was afgesproken bij wijze van wachtwoord toen Okoye hen op het ziekenhuis gebeld had. Zij kenden de naam van Tambese niet en hij kende de hunne niet. Dat was een voorzorgsmaatregel voor het geval iemand van hen door de geheime politie mocht worden gearresteerd. Op die manier konden ze de schade zoveel mogelijk binnen de perken houden. Wal is het plan?’vroeg Nhlapo. ‘U smokkelt ons langs de wegversperringen. Meer hoeft u niet te weten.’ ‘Met hoeveel zijn jullie?’ ‘Met zijn drieën,’antwoordde Tambese. Hij floot op zijn vingers. Laidlaw was de eerste die te voorschijn kwam. Hij droeg een zwarte dokterstas, die ze van de vrouw van Okoye geleend hadden. Zij was arts. Vuli keek geschokt toen Graham en Sabrina uit de bosjes achter hem opdoken. Mevrouw Okoye was meer dan een uur bezig geweest hen zo op te maken dat het leek alsof ze een ernstig auto-ongeluk hadden gehad. Hun gezichten en kleren zaten onder het schapenbloed en beiden hadden ‘schaafwonden’ in het gezicht, die ze met een mascarastift keurig had bijgekleurd. ‘Het is make-up,’stelde Tambese Vuli en Nhlapo gerust. ‘Het is heel realistisch,’zei Vuli. ‘Dat is ook de bedoeling,’zei Tambese. ‘We moeten hen langs die wegversperringen zien te krijgen.’ Graham liep naar Laidlaw toe. ‘Dus je weet wat je te doen staat?’Laidlaw bedwong zijn boosheid en knikte. ‘De auto mee terug nemen naar de boerderij en op jullie telefoontje wachten. Ik blijf erbij dat ik van enig nut zou...’ ‘Nee!’onderbrak Graham hem snel. ‘We hebben het hier al uitvoerig over gehad, Russ. Er moet iemand die ik kan vertrouwen op de boerderij achterblijven om naar New York te bellen voor het geval er iets mis mocht gaan.’ ‘Moredi is op de boerderij,’wierp Laidlaw tegen. ‘Hij weet niet dat Sabrina en ik voor de UNACO werken. Jij wel. Als je tegen de ochtend nog niets van ons gehoord hebt, moet je het nummer bellen dat ik je gegeven heb.’ ‘En het aan ene C.W. melden. Ja, ik weet het.’ ‘Klaar, meneer Graham?’vroeg Tambese. Graham knikte. Laidlaw overhandigde Tambese de dokterstas en keek weer naar Graham. ‘Pas goed op jezelf, oké?’ ‘Oké,’antwoordde Graham, waarna hij naar de ambulance liep. ‘En dit dan?’vroeg Sabrina, wijzend naar de tas die ze droeg. Er zaten drie Beretta’s in, drie Uzi’s met geluiddemper, reservemunitie en de holsters die Tambese uit de kazerne in Habane had meegenomen. Okoye had ervoor gezorgd dat iemand van het verzet een geweer, een geluiddemper en een lasbrander bij het stadhuis had klaargelegd. Graham keek Tambese aan. ‘Nou, waar leggen we die neer?’ ‘We kunnen die tas niet zomaar in de ambulance zetten,’antwoordde Tambese. ‘Dan zien ze hem sowieso.’ ‘Wat stelt u dan voor?’vroeg Sabrina. Tambese klom achter in de ambulance. ‘Geef die tas eens aan.’Sabrina gaf hem de tas. Hij ritste hem los en legde de inhoud op een van de brancards. Toen trok hij de lakens op beide bedden terug en legde de wapens, de holsters en de munitie midden op de matrassen, waarna hij de bedden weer opmaakte. ‘Dus we gaan er gewoon op liggen?’vroeg Graham. Tambese knikte. ‘Dat is de eerste plek waar ze zoeken,’wierp Graham tegen. ‘Als jullie autochtonen geweest waren wel, ja,’beaamde Tambese. ‘Maar jullie zijn buitenlanders. En jullie gaan door voor journalisten. Dat kan in deze dagen een hoop verschil maken.’Graham klom ook in de ambulance en liet zich op een van de brancards zakken. ‘Waarom zou dat verschil moeten maken?’ ‘Omdat ik de rebellen ga vertellen dat jullie buiten Kondese door regeringstroepen zijn aangehouden. Ze zullen vast en zeker inzien dat ze daarmee een prachtige publiciteitsstunt in handen gespeeld krijgen, vooral als jullie door de rebellen extra goed behandeld worden. Dat betekent dat ze de ambulance ongetwijfeld vrije doorgang naar het ziekenhuis zullen geven. Het is een kans voor open doel die ze niet graag zouden missen.’ ‘En als ze er nu niet intrappen?’vroeg Graham. ‘Dan zitten we in de problemen,’antwoordde Tambese. Hij stak een hand uit en hielp Sabrina met instappen. Vuli kreeg in het Swahili te horen dat hij het praten aan Tambese moest overlaten en dat hij op de glazen afscheiding moest kloppen zodra ze de eerste wegversperring naderden. Vuli knikte, sloot de achterdeuren en klom voor in de wagen. Nhlapo startte de motor en veegde een druppel zweet van zijn gezicht. ‘God sta ons bij wanneer ze die wapens vinden.’Vuli keek naar Nhlapo en schudde langzaam zijn hoofd. ‘Zelfs Hij kan ons dan niet meer helpen.’ Nhlapo slikte nerveus en keerde de ambulance, waarna ze terugreden naar Kondese. Vuli bonsde hard op de glazen afscheiding toen de wegversperring in zicht kwam. Nhlapo trapte instinctief op de rem toen een van de rebellen op het wegdek stapte om de ambulance tegen te houden. Vuli klopte Nhlapo geruststellend op de arm en pakte het klembord op het dashboard .Daar stonden de details op betreffende het ‘ongeluk’. Vuli had ze bijna woordelijk overgenomen van het verslag dat Tambese had opgesteld voor ze de boerderij verlaten hadden. Ngune stond er namelijk op dat de ambulancedienst verslag uitbracht van ieder incident dat hen voorbij de wegversperringen aan de rand van de stad bracht. De omgeving van de stad werd door de rebellen als niemandsland gezien. Dat was een grote overwinning voor het verzet en het was nog maar het begin, zei Vuli bij zichzelf... De ambulance stopte een meter voor de rol prikkeldraad die over de weg lag. Een gehavende M41 Walker Bulldog tank stond in de schaduw voor een leeggeplunderde winkel. Een man in een verbleekt Adidas T-shirt zat op de geschutskoepel, een Kalashnikov naast zich. Vuli zag ook nog de voorkant van een Ferret pantservoertuig die om de hoek van een zijstraatje stond. Van een voormalige soldaat die nu bij het verzet vocht wist hij dat beide voertuigen in onbruik waren geraakt en alom werd gedacht dat de M41’s die overal in de stad stonden opgesteld in een conflict onbruikbaar zouden zijn, aangezien vitale onderdelen ontbraken. Die tanks waren alleen maar bluf. Maar ze werden goed bewaakt en alle pogingen van de verzetsbeweging om er een te veroveren waren op niets uitgelopen. De man die de ambulance aanhield klopte op het raampje van Vuli, die nog in gedachten verzonken zat. Snel draaide hij het open. ‘Uitstappen. Allebei,’beval de man. Vuli en Nhlapo stapten uit en een andere rebel begon onmiddellijk naar wapens te zoeken die ze buiten de stad zouden kunnen hebben opgepikt. ‘Rapport!’De man knipte met zijn vingers en stak een hand uit naar Vuli. ‘Geef hier.’Vuli overhandigde de man het klembord. ‘Amerikanen?’vroeg de man, naar Vuli opkijkend. Vuli knikte. ‘Journalisten.’ ‘Doe de achterdeuren open,’beval de man. Nhlapo liep naar de achterkant van de ambulance en opende de deuren. De man schrok. Graham had een zuurstofmasker voor zijn gezicht en Sabrina, die met haar hoofd naar één kant lag, had met een pleister een infuus aan haar arm bevestigd. De man keek van Graham naar Sabrina en keek toen in de koude ogen van Tambese. ‘Wie bent u?’ ‘Dokter Moka,’kaatste Tambese terug. ‘Ik woon vlak bij waar hun auto van de weg is geraakt. Ik was de eerste die ter plaatse was.’ ‘Het zijn Amerikanen?’ ‘Journalisten. Beiden uit New York.’ ‘Zijn ze ernstig gewond?’ Tambese knikte grimmig. ‘Ze zijn beschoten door een regeringspatrouille. Een van de kogels heeft de vrouw geraakt. Zij reed. Dat wist ze me nog net te vertellen voor ze haar bewustzijn verloor. En hij schijnt met zijn hoofd tegen de voorruit geknald te zijn toen de wagen tegen een boom botste. Hij heeft een zware hersenschudding. Ze moeten allebei snel naar het ziekenhuis.’ ‘Nadat wij de ambulance hebben doorzocht,’kwam het scherpe antwoord, alsof de man het idee had dat zijn autoriteit in het bijzijn van zijn collega’s ondermijnd werd. ‘De vrouw bloedt hevig,’snauwde Tambese en hij wees naar de zak bloed die met het infuus verbonden was. ‘Ze kan sterven als ze niet binnen een uur geopereerd wordt. En als ze het niet overleeft kunt u ervan op aan dat ik u persoonlijk verantwoordelijk zal stellen. Uw kolonel Ngune zou door de internationale pers aan de schandpaal genageld worden. Ik betwijfel of hij u daar dankbaar voor zou zijn, u niet?’ De man keek opeens heel bang toen de naam Ngune viel. Hij keek naar Sabrina en overlegde toen op fluistertoon met zijn collega’s, die zich achter de ambulance verzameld hadden. ‘Wat is het probleem?’bulderde Tambese. ‘Ik moet deze vrouw onmiddellijk naar het ziekenhuis brengen!’De man wierp snel een paar onderzoekende blikken naar binnen, lekende het rapport op het klembord en gaf het aan Vuli. Tambese zuchtte diep. Dat was de vergunning die ze nodig hadden. ‘Hoeveel wegversperringen krijgen we nog voor we bij het ziekenhuis zijn?’vroeg Tambese. ‘U kunt verder overal doorrijden,’luidde het antwoord. ‘Dank u,’zei Tambese. ‘Dat zou voor deze vrouw weleens het verschil kunnen uitmaken tussen leven en dood.’De man knikte naar Vuli, die de achterdeuren meteen dichtdeed. Tambese liet zich achterover zakken in zijn stoel toen de portieren dicht zaten en veegde met zijn handen over zijn gezicht. Sabrina noch Graham bewogen, ook al hadden ze wel gehoord dat de deuren weer gesloten waren. De ambulance werd weer gestart en toen ze reden werd de sirene weer ingeschakeld. ‘We zijn erdoor,’zei Tambese. Graham ging onmiddellijk rechtop zitten en trok het zuurstofmasker van zijn gezicht. Met een pijnlijk vertrokken gezicht wreef hij over zijn rug. ‘Jezus, wat doet dat pijn.’ Sabrina trok de pleister van haar arm en grinnikte naar Tambese. ‘Ik weet niet wat u tegen die lui gezegd hebt, maar u klonk behoorlijk boos.’ ‘Mijn moeder is achter in een ambulance gestorven,’zei Tambese na een korte stilte, ik denk dat ik die emoties gewoon weer een keer doormaakte.’ ‘Het spijt me,’zei Sabrina verontschuldigend. ‘Het is al lang geleden,’antwoordde Tambese. ‘Hebben we nu verder vrije doorgang?’vroeg Graham, de plotselinge stilte verbrekend. ‘Helemaal tot aan het ziekenhuis,’antwoordde Tambese. Hij zwaaide met zijn wijsvinger naar hen. ik zei toch dat ze erin zouden tuinen?’ ‘Wat hebt u dan gezegd?’vroeg Sabrina. Tambese bracht in het kort verslag uit. ‘De naam Ngune heeft het hem waarschijnlijk gedaan,’zei Graham toen Tambese klaar was. ‘Dat hielp uitstekend, ja. Zijn mensen zijn doodsbang voor hem.’ ‘Dat wil ik wel geloven,’zei Sabrina grimmig. Vuli schoof het glazen tussenraampje open en stak zijn duim naar hen op. ‘Waar willen jullie eruit?’vroeg hij aan Tambese in het Swahili. ‘Rijd maar gewoon naar het ziekenhuis,’zei Tambese. Vuli knikte en deed het raampje weer dicht. ‘Wat gebeurt er nu met die twee?’vroeg Sabrina met een knikje naar voren. ‘Gaat Ngune nu geen wraak op hen nemen?’ ‘Zij gaan meteen ondergronds. Het verzet smokkelt ze Kondese uit.’ De ambulance minderde snelheid en Tambese tuurde uit het raam, zijn handen gekromd aan weerszijden van zijn gezicht. ‘Wat is er?’vroeg Graham bezorgd. ‘We zijn bijna bij het ziekenhuis,’antwoordde Tambese zonder naar hem om te kijken. ‘God zij dank. Wat nu?’ ‘Maak je klaar,’antwoordde Tambese. Hij opende het schuifraampje weer. ‘Rijd maar achterom,’zei hij tegen Nhlapo. ‘Ik zeg wel wanneer u moet stoppen.’ Nhlapo knikte en reed de oprijlaan van het ziekenhuis op. Hij zette de sirene af. Graham en Sabrina trokken hun bebloede kleren uit, ze droegen er zwarte overalls onder. Sabrina trok een zwarte wollen muts over haar hoofd, haalde een tube camouflagecrème uit haar zak en kneep een beetje op haar handpalm, waarna ze de tube naar Graham gooide. Die wreef de crème over zijn gezicht en handen en bood de tube toen aan Tambese aan, die vrolijk grijnsde en zijn hoofd schudde. Graham haalde met een stalen gezicht zijn schouders op en liet de tube op het bed vallen. Tambese keek weer door het raampje naar voren of de rij vuilnisbakken al in zicht was waar Okoye had gezegd dat ze konden uitstappen. Hij klopte op het glas toen hij ze zag en zei tegen Nhlapo dat hij daar moest stoppen. Graham deelde de wapens uit en verdeelde de munitie in drie gelijke porties. Ze laadden hun wapens en staken de reservemunitie in de zakjes op hun riem. Nadat hij zi|n Beretta in de holster had gedaan klopte Tambese zachtjes op het schuifraampje. Nhlapo keek door zijn raampje naar buiten en stak toen zijn duim op naar Vuli. Vuli keek steels om zich heen om te zien of de kust aan zijn kant ook veilig was, liep snel naar achteren en opende de deuren. Tambese liet Graham en Sabrina voorbaan en sprong toen zelf soepel uit de wagen, waarna Vuli de deuren onmiddellijk weer dichtdeed. ‘Ruim die kleren op en verwijder alle vingerafdrukken uit de ambulance,’zei Tambese tegen Vuli. ‘Dat is niet nodig, we steken hem in brand,’antwoordde Vuli. ‘Dat waren onze orders.’ ‘Nou, in ieder geval bedankt voor de hulp.’ ‘Succes,’zei Vuli. Hij glimlachte en keek om zich heen. ‘Ga nu maar, er kan elk moment een portier langskomen.’Tambese hees zich over het lage muurtje waar Graham en Sabrina al zaten te wachten. ‘Het stadhuis is een paar honderd meter verderop,’fluisterde hij. Hij keek de verlaten straat door en draaide zich toen naar hen om. ‘Klaar?’ Ze knikten allebei en volgden Tambese over het talud naar de stoep, waar hij bleef staan luisteren of hij geen auto’s hoorde. Stilte. Gebukt renden ze naar een portiek tegenover het stadhuis, dat een heel blok besloeg. Het was een lelijk, langwerpig gebouw uit het begin van de negentiende eeuw, toen het land nog deel uitmaakte van het Franse imperium. Tambese wilde juist weer verder rennen toen ze een voertuig hoorden naderen. Ze doken weer terug in het portiek en gingen plat op hun buik liggen, hun Uzi’s in de aanslag. Een zwarte Toyota pick-up reed langs. Voorin zaten twee mannen en een derde stond achterin, leunend op het dak van de cabine. Een Sterling machinepistool hing losjes over zijn schouder en hij had een fles wijn in de hand. De wagen reed door tot een kruispunt, waar de chauffeur de motor even stationair liet draaien terwijl ze besloten welke kant ze op zouden gaan. Toen trapte hij op het gaspedaal en reed met gierende banden een zijstraat in. Tambese krabbelde overeind en keek de straat langs, waarna hij zijn duim opstak naar Graham en Sabrina. Ze sprintten naar de voorgevel van het stadhuis en stonden even uit te hijgen toen ze een automotor hoorden. Tambese wees naar een paar bosjes naast het gebouw en ze doken er net onder toen dezelfde wagen weer kwam aanrijden. De man die achterin stond riep iets naar de chauffeur. De wagen stopte voor het stadhuis. De man sprong uit de bak en gooide de lege wijnfles in de goot. De chauffeur schreeuwde kwaad naar hem toen glassplinters tegen de zijkant van de wagen spatten. De man grinnikte naar de chauffeur en stak zijn middelvinger naar hem op, waarna hij onvast naar de bosjes liep. Sabrina deinsde onwillekeurig achteruit toen de figuur hun kant uitkwam en raakte iemands arm. Ze keek naar Graham, die het dichtst bij haar zat. Hij had zijn beide armen voor zijn borst gekruist en hield de Uzi daartussen. Het was niet zijn arm geweest die ze had aangeraakt. Heel langzaam, met tegenzin, draaide ze haar hoofd om en keek wiens arm het dan was. Een lichaam lag in de bosjes achter haar. Het gezicht, dat van dichtbij was weggeschoten, krioelde van de maden. Ze voelde een gil in haar keel oprijzen maar Graham legde zijn hand ruw op haar mond voordat een geluid aan haar lippen ontsnappen kon. Hij had het lichaam wel gezien en had haar reactie verwacht. De man, die in een bosje vlak bij stond te urineren, hoorde haar gesmoorde kreet niet boven zijn valse gefluit uit. Toen hij klaar was, draaide hij zich weer om naar de wagen, nog steeds in zichzelf fluitend. De chauffeur startte onmiddellijk de motor en reed van de stoeprand weg. Een paar seconden later was de stilte weer over de verlaten straat neergedaald. ‘Alles goed?’vroeg Graham, een hand op haar arm. Sabrina knikte schuldbewust. Tambese leidde hen een eindje bij het lichaam vandaan. Ze hadden besloten dat hij en Sabrina in het gebouw zouden inbreken, terwijl Graham in de buurt op zoek zou gaan naar het dichtstbijzijnde riooldeksel. Over twintig minuten zouden ze elkaar buiten weer ontmoeten. ‘Bukken!’zei Sabrina opeens. Een paar koplampen scheen de straat in. Ze doken weg en even later kwam een jeep in zicht. Hij reed met hoge snelheid voorbij het stadhuis en door een rood licht om meteen weer in een zijstraat te verdwijnen. Is dat het enige dat ze doen?’vroeg Graham, die voorzichtig weer overeind kwam. Tambese knikte. ‘Het is heel effectief, zoals je gezien hebt. Je weet nooit wanneer ze zullen opduiken. En als ze opzoek zijn naar verzetsmensen rijden ze zonder licht. Maar hier gebeurt dat niet. De verzetsbeweging beperkt zich tot de voorsteden.’Hij keek Sabrina aan. ‘Klaar?’ ‘Klaar,’antwoordde ze. ‘Laten we onze horloges gelijk zetten,’zei Tambese. Hij wachtte tot zijn secondewijzer bij de twaalf was aangekomen. ‘Het is precies tien uur tweeënveertig.’ Graham en Sabrina zetten hun horloge op de aangegeven tijd en keken hem aan. ‘Twintig minuten,’zei Tambese tegen Graham, waarna hij om de hoek van het gebouw verdween. Sabrina volgde hem. Ze bleven gebukt lopen en passeerden een rij ramen met uitzicht over de enorme tuin. Het gras was opgeschoten in de bloembedden waren overwoekerd met onkruid. Bij een stalen ladder die aan de zijkant van het gebouw was bevestigd bleef Tambese staan. Hij bukte zich en keek achter een bosje. Daar lag inderdaad de tas die Okoye er had laten deponeren. Hij ritste hem open en bekeek de inhoud: een draagbare lasbrander, isolatiehandschoenen, een busje kooldioxide, een De Lisle karabijn, een zaklamp en een rol touw. Hij gaf de zaklamp aan Sabrina, hing het touw over één schouder en zijn Uzi over de andere en klom op het platte dak. Hij keek naar de straten om hen heen, waarna hij Sabrina wenkte. Ze hing haar Uzi om haar schouder en klom naar boven, waar Tambese op haar stond te wachten. Ze negeerde zijn toegestoken hand en sprong soepel op het dak. ‘Daar is het dakraam,’zei ze. Ze wees naar het glazen raam midden op het dak. Tambese liep ernaar toe, kromde zijn handen aan weerszijden van zijn gezicht en tuurde naar binnen. ‘Nou?’vroeg Sabrina. ‘Matthew had gelijk: het is een soort archiefruimte. Er moeten daar duizenden dossiers liggen.’ ‘Hoever is het naar de vloer?’ ‘Een meter of tien,’antwoordde Tambese, waarna hij het touw van zijn schouder liet zakken. ‘Dit is dertien meter. Tenminste dat hoop ik.’ ‘Ik ook,’zei Sabrina en wees naar de vlaggenstok achter hen. ‘Die extra paar meter hebben we nodig om het touw daar aan vast te binden.’ Tambese wikkelde het touw los en bond het ene eind aan de stok vast. Hij trok hard aan het touw om te testen of het stevig genoeg was. De paal stond muurvast. Hij keek langzaam om zich heen. De straten waren nog steeds verlaten. Hij hurkte weer naast het raam neer. ‘Deze hebben we zo open.’ Sabrina legde haar vingers onder het kozijn en tilde het op. ‘Was het open?’vroeg Tambese verbaasd. Ze liet hem een nagelvijltje zien. ‘Het hout was verrot. Het was een kleine moeite om de vergrendeling open te duwen.’Tambese glimlachte, trok het dakraam verder open en liet het touw door de opening zakken. Een meter boven de grond bleef het hangen. Hij gebaarde dat zij als eerste mocht gaan. Ze hing de Uzi weer over haar schouder en liet zich naar beneden zakken, waarna ze geruisloos op de vloer belandde. Tambese volgde haar en was bijna beneden toen hij zag dat Sabrina haar hand naar hem had uitgestoken. Hij begreep wat ze met dat gebaar wilde zeggen en wist dat ze gelijk had. Ze verdiende het om als een gelijke te worden behandeld en niet als een vrouw in een mannenwereld. Hij stak zijn hand op om aan te geven dat hij de boodschap begreep. Sabrina liep snel naar de deur en opende die op een kier. De gang was verlaten. Ze stak haar duim naar hem op en bleef bij de deur staan om de gang in het oog te houden. Hij trok de kaart van Okoye uit zijn zak en oriënteerde zich. Rondom stonden allemaal kasten met planken vol stoffige, aan de hoeken omgekrulde dossiers. Die interesseerden hem niet. Wat hem wel interesseerde waren de tientallen ladekasten langs de wanden. Daarin lagen blauwdrukken van ieder gebouw dat in de afgelopen twintig jaar in of bij Kondese verrezen was. Okoyes contactpersoon had gezegd dat de blauwdrukken voor de stadsriolering bewaard werden in sectie 350-400. Tambese liep naar de dichtstbijzijnde rij laden en ontdekte tot zijn grote opluchting dat iedere la genummerd was met een veelvoud van tien. Snel vond hij de sectie die hij moest hebben en trok lade nummer 350 open. De blauwdrukken lagen opgerold in de la, in keurige rijen, en aan iedere rol zat een wit label vast waarop een nummer stond. Hij vloekte inwendig. Zonder code zou hij iedere rol apart moeten bekijken. Toen hij de eerste uit de la haalde zag hij een vel papier dat op de bodem van de la zat vastgeplakt. Hij duwde de blauwdrukken die erop lagen aan de kant en zag dat het een index was die de nummers identificeerde. Hij liet zijn vingers langs de lijst glijden, legde de blauwdruk die hij in zijn hand hield weer terug en sloot de la. Daar lag hij niet. ‘Er komt iemand aan!’siste Sabrina. Tambese keek om en gebaarde dat ze de deur moest dichtdoen. Ze deed wat hij gezegd had en ging naast de deur staan wachten. Tambese haalde zijn Uzi van zijn schouder en richtte hem op de deur. Ze konden onmogelijk vanaf de straat gezien zijn en de contactpersoon van Okoye had gezegd dat de geheime politie het alarmsysteem had uitgeschakeld toen ze het gebouw bestormd hadden, dus hoe kon die man nu weten dat ze hier waren? Snel stelde hij zichzelf gerust: misschien had de man hen wel helemaal niet gezien, misschien ging hij wel naar een ander vertrek. Het was een lange gang. Plotseling hoorden ze geschuifel achter de deur. Sabrina verstijfde en hield haar Uzi in de aanslag. Ze kromde haar vinger rond de trekker toen ze een bos sleutels hoorde rammelen. Even later werd een sleutel in het slot gestoken en ging de deur langzaam open. Maar niemand kwam binnen. Toen klonk er een metalige klik boven hun hoofd, gevolgd door een bevel in het Swahili om hun wapens te laten vallen. Tambese schudde zijn hoofd naar Sabrina toen hij haar de loop naar boven zag richten. Langzaam draaide hij zich om en keek naar het dakraam. Een man stond op het dak, zijn Kalashnikov op Tambese gericht. Hij herhaalde zijn bevel. Tambese liet de Uzi vallen. Een tweede man kwam binnen en ontwapende Sabrina snel. ‘Ik had hem kunnen neerschieten,’siste ze naar Tambese. ik ook, maar tot welke prijs? Die ander zou onmiddellijk het vuur geopend hebben. En ook al waren we erin geslaagd hem eveneens uit te schakelen, dan nog zouden de schoten iedere patrouille in de buurt gealarmeerd hebben. Het laatste wat we nodig hebben is een vuurgevecht midden in het centrum van de stad.’Sabrina zei niets. Ze wist dat hij gelijk had. Ze bad dat Graham de man op het dak had zien klimmen. Op dat moment was hij hun enige kans. Tambese praatte expres tegen de bewaker op het dak, in de hoop dat Graham zijn stem zou horen. De bewaker grinnikte en wees naar de muur bij de deur. ‘Er zit een infrarood sensor in die muur,’vertaalde Tambese voor Sabrina. ‘Zo wisten ze dat we hier waren.’ ‘Okoye heeft niets over sensoren gezegd,’fluisterde Sabrina terug. ‘Ze zijn ook pas geplaatst toen de geheime politie hier kwam. Dat was een mooie manier om op het aantal bewakers te kunnen bezuinigen.’ De bewaker achter Tambese zei dat hij zijn mond moest houden. Hij keek op naar zijn collega en terwijl ze met elkaar overlegden keek Tambese steeds grimmiger. ‘Wat is er?’siste Sabrina vanuit haar mondhoek. ‘Ze weten niet wat ze met ons aan moeten. De man op het dak zegt dat we de avondklok genegeerd hebben en meteen moeten worden geëxecuteerd. De man achter ons wil de Branco bellen en het aan Ngune doorgeven.’ Opnieuw kreeg Tambese te horen dat hij stil moest zijn. De bewaker trok Sabrina de muts van het hoofd, zodat haar haar op haar schouders viel. Hij riep iets naar zijn collega en de beide mannen lachten. ‘Wat zei hij?’vroeg ze aan Tambese, die weer was gaan staan. ‘Dat zal ik maar niet vertalen,’antwoordde hij. De bewaker beneden sloeg Tambese in de rug met de kolf van de Kalashnikov omdat hij zijn mond niet wilde houden. Hij wankelde en viel. De bewaker richtte de Kalashnikov op hem, zijn vinger aan de trekker. Sabrina haalde uit met haar voet en raakte zijn pols. De Kalashnikov vloog uit zijn hand. De man boven richtte meteen op Sabrina’s rug. Tambese wist dat hij nooit bij de Uzi kon zijn voor de man de trekker had overgehaald. Hij dook naar Sabrina en wierp haar tegen de grond. De bewaker op het dak opende echter zijn mond en een spoortje bloed gleed langs zijn kin, waarna hij door het dakraam naar binnen tuimelde en met een oorverdovende bons op de houten vloer belandde. Er zaten twee kogelgaten in zijn rug. Tambese en de overgebleven bewaker grepen beiden naar de Kalashnikov op de grond. De bewaker had hem het eerst. Hij haalde uit met de kolf en raakte Tambese op zijn wang. Tambese draaide zich half om als een duizelige bokser die een rechtse heeft geïncasseerd. De bewaker richtte zijn Kalashnikov meteen op Sabrina, die net haar Uzi wilde pakken. Toen zag hij boven zich iets bewegen. Hij richtte zijn Kalashnikov op het dakraam, maar Graham schoot hem twee keer in de borst. De kogels deden hem tegen de muur slaan en hij gleed levenloos neer. Graham hurkte aan de rand van het dakraam neer. ‘Alles kits daar beneden?’ Sabrina pakte de Uzi’s en vroeg: ‘Waar bleef je toch?’ ‘Ondank is ‘s werelds loon,’kaatste Graham terug. ‘Hebt u het mangat gevonden?’vroeg Tambese, die behoedzaam over zijn wang wreef. ‘Ja, maar dat viel niet mee. Het dichtstbijzijnde is een paar straten verderop. Daarom duurde het zo lang. Daarom en door die zes patrouilles die ik onderweg moest zien te vermijden. Hebt u de plattegronden?’ ‘Nog niet,’antwoordde Tambese. ‘Maar dat duurt niet lang meer.’Sabrina stak haar haar weer op en trok de muts eroverheen. Vervolgens hing ze haar Uzi om een schouder en klom naar het dak. Tambese doorzocht de overgebleven laden tot hij de blauwdruk had gevonden. Hij stopte hem onder zijn shirt en klom toen ook terug naar het dak. Graham trok het touw op en Sabrina deed het dakraam weer dicht. Sabrina keek naar de twee lichamen op de grond onder het raam. ‘Hoe lang duurt het voor zij ontdekt worden?’vroeg ze. ‘De volgende ploeg komt om zes uur ‘s ochtends. Dan zijn wij allang weg.’ Graham maakte het stuk touw weer los van de vlaggenmast en slingerde het om zijn schouder, waarna hij Tambese en Sabrina naar beneden volgde. ‘Hoe ver is de gevangenis hier vandaan?’vroeg Sabrina toen ze allemaal weer op de grond stonden. ‘Zo’n vierenhalve kilometer pal naar het oosten,’antwoordde Tambese. Hij trok de blauwdruk onderzijn shirt vandaan en stopte hem in de tas. ‘Die bekijken we wel als we in de riolering zijn. Daar hoeven we tenminste niet de hele tijd op te letten of er ook patrouilles aankomen.’Hij nam het touw van Graham over en stopte dat ook in de tas. ‘Klaar?’ Graham knikte en sprintte honderd meter verder naar een lage heg aan de rand van de tuin. Hij keek de verlaten straat langs en wenkte hen. Sabrina en Tambese renden ook naar de heg en hurkten naast hem neer. Graham wilde juist weer opstaan toen hij het geluid van een naderende auto hoorde. Ze gingen plat op de grond liggen tot het geluid wegstierf. Graham kwam weer halfovereind en gluurde over de heg. Hij knikte en rende naar de poort, waar hij ineen kromp toen die behoorlijk bleek te piepen. Toen wenkte hij hen naar zich toe en ging hen voor naar de overkant van de straat. Hij schoot een smal steegje in en stak zijn hand op toen ze aan het eind van het steegje waren aangekomen. Voorzichtig keek hij om de hoek de volgende straat in. Die was verlaten. Hij wees naar het riooldeksel op straat, zo’n vijftig meter van waar ze stonden. Tambese legde de tas op de grond en wreef op de plek waar de riemen in zijn schouders hadden gedrukt. Hij wilde hem juist weer oppakken toen Sabrina aan zijn mouw trok en naar zichzelf wees. Ze pakte de tas op. Hij was inderdaad zwaar, maar ja, er zat ook heel wat in, hield ze zichzelf voor. Graham keek om en liep toen verder, behoedzaam langs de gevels sluipend voor het geval ze weer in een portiek moesten wegduiken. Ze waren het mangat op twintig meter genaderd toen de man uit de schaduw van een steegje aan de overkant te voorschijn kwam. Tambese herkende hem meteen als de man die in de bosjes bij het stadhuis had staan plassen. Hij had weer een fles drank in de hand. Op het moment dat hij hen in het oog kreeg liet hij de fles vallen en greep naar zijn Kalashnikov. Tambese was echter veel sneller en schoot hem neer. Graham sprintte naar de man toe en voelde zijn pols. Toen keek hij op en schudde zijn hoofd. Ik dacht dat er niet te voet gepatrouilleerd werd,’zei Sabrina tegen Tambese toen ook zij bij het lichaam stonden. ‘Dat doen ze ook niet,’antwoordde Tambese grimmig. ‘Dat betekent dat zijn maten weer voor hem terugkomen,’concludeerde Graham. We moeten het lichaam verstoppen,’zei Sabrina. Ze keek om zich heen of ze een geschikte plek zag. Graham knipte met zijn vingers. ‘De riolering.’ ‘Ik maak het deksel open,’zei Tambese en hij rende al naar het mangat. Graham veegde het zweet van zijn voorhoofd en keek ongerust in beide richtingen de straat af. Hij wist dat de jeep ieder moment kon terugkeren of dat er ieder moment een andere patrouille langs kon komen. Hij haakte zijn handen onder de oksels van de man terwijl Sabrina hem bij zijn benen pakte. Samen droegen ze hem naar het mangat, waar Tambese nog met het deksel worstelde. ‘Opschieten!’siste Graham. Ik doe mijn best,’klonk het scherpe antwoord. Graham liet het lichaam op de grond zakken en hurkte naast Tambese neer. Met z’n tweeën tilden ze het deksel aan de kant en legden het voorzichtig op het wegdek. Sabrina sleepte het lichaam naar de rand van de opening en Graham hielp haar het lichaam in het gat te duwen. Met een harde plons belandde het in het water. Toen werd het stil. Tambese tuurde in het donker van het riool. Een rij sporten liep langs de muur naar beneden. Hij liet zich in de put zakken en klom tot hij een richel voelde. De stank was verschrikkelijk. Graham volgde hem. Sabrina wilde hen juist achterna komen toen ze aan de tas dacht. Ze haastte zich naar de ingang van het steegje en pakte hem op. Toen hoorde ze een auto snel naderbij komen. Ze wist dat ze nooit op tijd bij het mangat zou aankomen en gebaarde naar Graham dat hij het deksel overde opening moest trekken. Het lag nog maar net op zijn plaats of de pick-up kwam de hoek om. Sabrina trok zich terug in de schaduw van de steeg, de tas in één hand, de Uzi in de andere. Ze dook weg achter een rij metalen vaten en legde haar hand op haar neus en mond om de stank van het rottende afval rondom haar niet te hoeven ruiken. De wagen bleef aan het begin van de steeg staan en de chauffeur riep de dode man. De tweede man wees naar de gebroken fles, hief zijn armen wanhopig ten hemel en stapte uit. De chauffeur wierp hem een zaklamp toe en Sabrina bukte terwijl de lichtbundel zich door de duisternis boorde. Hij viel op het vat waar ze achter zat en wierp een flauw licht op de grond voor haar voeten. Toen zag ze het: een grote, dikke, zwarte rat, die op een stuk oud brood zat te knagen dat zo’n tien centimeter van haar tenen lag. Ze hield de adem in en durfde zich niet te verroeren, terwijl de lichtbundel langs de vaten danste. Het deed haar aan een incident uit haar jeugd denken. Als kind was ze eens per ongeluk in een stikdonkere kelder opgesloten en had ze twee uur lang niets anders gehoord dan het geritsel van ratten. Ze had er een diepgewortelde angst voor alle soorten knaagdieren aan overgehouden, een angst die haar bij een missie in Joegoslavië een keer bijna het leven had gekost. Ze was opgesprongen toen ze ontdekte dat een doos waar Graham en zij zich achter verscholen hielden vol ratten zat. Graham had haar leven gered door haar tegen de grond te werpen een fractie van een seconde voordat een kogel haar getroffen zou hebben. De man knipte de zaklamp eindelijk uit en liep terug naar de wagen. Hij sprak kort met de chauffeur en stapte weer in. De chauffeur vloekte kwaad, startte de motoren reed weg. Sabrina wachtte tot het geluid van de motor was weggestorven alvorens op te staan. De plotselinge beweging maakte de rat aan het schrikken en het dier verdween door een gat in de muur achter haar. Ze zweette als een otter. Ratten maakten haar nog steeds bang, maar ze was nu in ieder geval in staat haar emoties in de hand te houden. En aan die zelfbeheersing had ze nu haar leven te danken. Ze pakte de tas en liep voorzichtig naar het begin van het steegje. De straat lag er verlaten bij. Ze haastte zich naar het mangat en klopte op het deksel. Het werd weggeschoven en het hoofd van Graham stak naar buiten. ‘Alles goed?’vroeg hij bezorgd. Ze knikte en overhandigde hem de tas. Graham gaf hem door aan Tambese en drukte zich tegen de muur om haar erlangs te laten. Toen Sabrina naast Tambese op de richel stond pakte ze de zaklamp uit de tas en deed hem aan. Het eerste object waar ze de lichtbundel op richtte was een dode rat die in het water dreef. ‘Daar zijn er een heleboel van hier beneden,’zei Tambese naast haar. ‘Daar kan ik wel mee leven,’antwoordde ze nonchalant. Graham glimlachte bij zichzelf en trok het deksel weer op zijn plaats.