Moordcommando 

Proloog

 

Op een niet onthulde datum in september 1979 zat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties een buitengewone vergadering voor, die werd bijgewoond door zesenveertig speciale afgezanten die tezamen bijna alle landen ter wereld vertegenwoordigden. Er stond maar één punt op de agenda: de schrikbarende stijging van de internationale misdaad. Misdadigers en terroristen konden in het ene land toeslaan en dan naar een ander land vluchten, maar de nationale politie kon de landsgrenzen niet overschrijden zonder in strijd met de internationale verdragen te handelen of de soevereiniteit van andere landen te schenden. Bovendien was de administratieve rompslomp bij het opstellen van verzoeken om uitlevering zowel kostbaar als tijdrovend en menige gewetenloze advocaat had mazen in de wet gevonden, waardoor hun cliënten onvoorwaardelijk moesten worden vrijgelaten. Er moest een oplossing worden gevonden. Er werd overeenstemming bereikt over de oprichting van de UNACO, de United Nations Anti-Crime Organization, de nieuwe misdaadbestrijdingsorganisatie van de VN, die onder bescherming van de Veiligheidsraad zou opereren. Het doel ervan was ‘internationale criminele activiteiten te voorkomen en te neutraliseren en/of de personen of groepen personen die zich daarmee bezighielden te arresteren’. Ieder van de zesenveertig afgezanten werd verzocht een gedetailleerd curriculum vitae te overleggen van een kandidaat uit hun eigen land die door de regering geschikt werd geacht voor de positie van directeur van de UNACO. De uiteindelijke beslissing lag in handen van de secretaris-generaal. Op 1 maart werd het geheime bestaan van de UNACO een feit.