Hoofdstuk 6
Majoor Francis was de laatste die zijn stoel aanschoof. De stafvergadering kon beginnen. Dare keek nog eens rond de tafel. Inderdaad, iedereen was aanwezig.
‘Goedemorgen, mensen.’ Sinds zijn komst op de luchtmachtbasis had hij de aanspreekvorm ‘heren’ achterwege gelaten. ‘Dames en heren’ kon ook niet, omdat er slechts één dame aanwezig was. Vandaar dat hij het op ‘mensen’ hield.
Hij trok zijn blocnote naar zich toe. ‘Het eerste agendapunt. Aanstaande dinsdag komt generaal Hamilton voor een routineonderzoek. Hij is op de hoogte gebracht van de gebeurtenissen van de afgelopen week en wil graag een ontmoeting met kapitein Burke hebben. We zullen een officiële lunch in de officiersmess hebben. Daarvoor heb ik een vrijwilliger nodig die het een en ander kan regelen.’
Toen Dare de tafel langs keek, zag hij op het gezicht van Andrea een verrukkelijke blik van verwarring. Het vleide hem dat hij die koele kapitein Burke zo gemakkelijk aan het blozen kon brengen.
‘Ik zal die taak wel op me nemen, sir,’ zei kapitein Bradley na een korte aarzeling. ‘Ik heb het al eens eerder gedaan.’
‘Ik heb een hekel aan dit soort zaken,’ zei Andrea. ‘Het is een van die dingen waardoor ik me wel eens afvraag waarom ik ooit bij de luchtmacht ben gegaan.’
Dare moest moeite doen om een glimlach te onderdrukken. ‘Tja, jij bent gewond, Andrea,’ zei hij luchtig. ‘Jij kunt je er dus altijd op beroepen dat je nog wat zwakjes bent.’
Ze wierp hem een boze blik toe. ‘Ik ben geen lafaard, sir,’ zei ze met nadruk op ‘ik’.
Ik wel soms, vroeg Dare zich af. Zijn mondhoek ging weer heel even een stukje omhoog. De mensen zouden straks nog gaan denken dat hij een tic had, als Andrea zo bleef doorgaan.
Nadat hij nog enkele punten van de agenda had afgewerkt, zei hij: ‘Ik wil alle verzoeken voor het kerstverlof vóór de tiende binnen hebben. We houden ons aan het rooster van vorig jaar, wat betekent dat na 3 januari in principe geen verlof meer kan worden opgenomen. Het jaarlijkse kerstbal voor officieren zal dit jaar plaatsvinden op 20 december. Luitenant Tubbs zorgt voor de organisatie. Luitenant?’
Tubbs stond op en begon een uiteenzetting te geven van het programma. Dare liet zijn gedachten afdwalen. Zijn eigen vakantie was zo vol met allerlei afspraken voor feestjes en partijen, dat hij bang was dat hij de helft van de maand december met een kater zou rondlopen. Wat zou Andrea doen?
Andrea zat juist te denken dat ze dit jaar maar eens bij een van haar broers op bezoek moest gaan in plaats van de kerstvakantie op de basis door te brengen. Dat laatste betekende zo nu en dan een feestje bij mensen die ze ternauwernood kende en avondjes in de officierssociëteit in gezelschap van andere vrijgezellen. Ze wist echter van tevoren dat ze haar vage voornemen niet zou uitvoeren. Ze voelde het als een plicht tijdens de kerstvakantie op de basis te blijven, zodat de mensen die een gezin hadden, naar huis konden gaan.
Aan het eind van de vergadering drong het tot haar door dat haar knorrige stemming niet uitsluitend het gevolg van haar pijnlijke schouder kon zijn. Het kwam voornamelijk door MacLendon, dacht ze geïrriteerd. Het was vooral de schuld van die cowboy.
Met een nors gezicht liep ze terug naar het bewakingsbureau. Het was wel heel gemakkelijk om te zeggen dat het rooster van vorig jaar zou worden aangehouden, maar daarmee was niet meer dan een aanknopingspunt gegeven. In de loop van het jaar waren er op haar dienst heel wat veranderingen in het personeelsbestand opgetreden. Vrijgezellen waren vervangen door gehuwden - en omgekeerd. Dat werd, kortom, nog een heel gepuzzel.
‘Laat mij dat maar opknappen, kapitein,’ bood Nickerson aan toen ze het onderwerp met hem besprak. ‘Mij en luitenant Dolan. Ik denk zelfs dat het voor de luitenant een geknipt karweitje is. Op die manier kan hij erachter komen dat dit werk niet alleen glamour is. En had u kolonel MacLendon niet beloofd naar huis te zullen gaan wanneer u zich moe voelde?’
Andrea keek hem met fonkelende ogen aan. ‘Heeft hij dat jou verteld?’
‘Ja, en ik vind dat u er op het ogenblik erg bleekjes uitziet.’
‘Leg me niet in de watten, Nick.’
‘Ik zou niet durven. Ik zou nog eerder een ratelslang in de watten leggen. Ik ga iets warms te eten halen. Hebt u ook ergens trek in?’
Andrea dwong zichzelf over de vraag na te denken. ‘Ik heb wel trek in een kop soep. En misschien in een paar boterhammen.’
Nick knikte. Hij was gewend aan Andrea’s eetlust. ‘En een toetje?’
Ze haalde haar schouders op. ‘Als je iets fatsoenlijks ziet.’
‘Goed. Ik ben zo terug.’
Hij legde haar wel degelijk in de watten, maar hoezeer haar dat ook ergerde, ze was er toch ook wel door geroerd.
Haar gedachten dwaalden af naar Dare MacLendon. Of ze het nu wilde toegeven of niet, ze voelde een hevig verlangen zich in zijn sterke armen te laten sluiten. Vrouwelijke dwaasheid, hield ze zich voor. Daarvoor was in haar leven geen plaats. Nee, van nu af aan zou ze Alisdair MacLendon op een afstand houden.
Met dat voornemen ging ze weer aan de slag. Andrea Burke had belangrijkere dingen te doen dan over een man mijmeren.
De daaropvolgende tien dagen lukte het haar aardig zich aan haar voornemen te houden. Dare stelde haar ook niet op de proef. Ze hield zich voor dat ze blij was dat hij net zo graag haar wilde mijden als zij hem. Niettemin voelde ze ergens diep in haar binnenste iets van teleurstelling.
En toen, een week voor Kerstmis, hoorde ze opeens een bekende stem door de telefoon.
‘Goedemiddag, Burke,’ zei kolonel Alisdair MacLendon.
Andrea bezwoer zichzelf dat haar hart geen tik sneller sloeg bij het horen van die stem. Nee, dat opgewonden gevoel was gewoon een effect van haar schouderwond.
‘Goedemiddag, sir,’ wist ze koel uit te brengen.
‘Ik wil dat je wat voor me doet, Burke. Ik wil dat je me vanavond of morgenavond laat zien hoe de bewaking van de raketsilo’s is geregeld.’
Dat was wel het laatste waar ze zin in had. ‘Waarom?’ vroeg ze botweg. ‘Vanwaar die plotselinge belangstelling?’
‘Omdat ik ook voor die silo’s de verantwoordelijkheid draag. Ik hoor te weten hoe de zaken zijn geregeld.’ Zijn toon hield het midden tussen sarcasme en overdreven geduldigheid. ‘Nou?’
Tja, als ze er dan toch niet onderuit kwam, dan kon het maar het beste zo snel mogelijk worden afgehandeld. ‘Vanavond dan maar. Zullen we zeggen om een uur of zeven?’
‘Goed. Haal me thuis af. Ik zal zorgen dat ik tegen die tijd klaarsta.’ Daarna brak hij het gesprek af.
Dare stond al bij het raam naar haar uit te kijken toen ze even voor zevenen met haar blauwe vrachtwagentje kwam voorrijden. Buiten gekomen, liep hij op het portier aan de bestuurderskant toe. ‘Ik rij wel,’ zei hij tegen haar. ‘Schuif jij maar op.’
Andrea was blij toe. Het was een lange dag geweest, eigenlijk een te lange dag. Bovendien deed haar schouder erg veel pijn.
‘Gaan we echt naar Romeo?’ vroeg ze. Hoe meer ze erover had nagedacht, hoe ongeloofwaardiger het haar had toegeleken dat hij inderdaad geïnteresseerd was in de bewaking van de raketsilo’s. Het was natuurlijk mogelijk, gezien zijn voorliefde om overal zijn neus in te steken, maar toch had zijn verzoek iets merkwaardigs.
‘Nee, we gaan een kilometer of vijftien verderop ergens koffie drinken.’
Ondanks haar vaste voornemens, voelde ze zich zwak worden. Had hij al die moeite genomen enkel en alleen om een poosje met haar alleen te kunnen zijn?
‘Hoe gaat het met je schouder, Andrea?’
‘Wilt u horen hoe het er echt mee gaat, of wilt u een beleefd antwoord, sir?’
‘Is het zo erg?’
‘Zo erg is het, sir.’
‘Ik had gedacht dat het zo langzamerhand wel wat beter zou gaan.’
‘Het gaat al iets beter dan in het begin.’ Ze wilde van onderwerp veranderen. ‘Ik heb gehoord dat we vanavond storm krijgen.’
‘En een flinke temperatuurdaling en een pak sneeuw,’ voegde hij eraan toe. ‘We zullen wel terug zijn voordat het te bar wordt.’
Ze knikte. De storm was pas voor het eind van de avond voorspeld. Toch vroeg ze zich af waarom hij een B-weg had gekozen. Was hij soms bang dat iemand hen zou volgen?
‘Eh... Kolonel?’
‘Hmm?’
‘Is deze James-Bondachtige aanpak ergens goed voor?’
MacLendon grinnikte even. ‘Jazeker. Ik zal het je straks, onder de koffie, uitleggen.’
Andrea leunde berustend achterover. Ze deed een poging een zo comfortabel mogelijke houding voor haar schouder te vinden. Wat niet goed lukte.
Bijna twintig kilometer ten westen van de basis stopte Dare bij een chauffeurscafé. Het parkeerterrein was vrijwel leeg; er stonden één oplegger en een aantal kleine vrachtwagentjes. Het interieur van de zaak zag er wat troosteloos uit. De meeste, met plastic beklede, bankjes vertoonden opvallende slijtageplekken. Dare koos een tafeltje helemaal in een hoek, zo ver mogelijk van de andere gasten vandaan.
Een wat oudere serveerster met een Zweeds accent nam hun bestelling op. Dare wilde koffie met appeltaart, Andrea hield het op koffie zonder iets erbij. Het liefst had ze een warme douche genomen om haar verstijfde spieren wat soepeler te maken.
Pas toen hun bestelling was geserveerd, stak Dare van wal. ‘Moet je luisteren,’ zei hij traag, ‘dat gat in die bommenwerper is niet door een gans veroorzaakt. Het is het gevolg van een actie met een explosief geweest.’
Andrea hief met een ruk haar hoofd. Een ogenblik was ze volkomen sprakeloos. ‘Mijn hemel... Maar waarom zou iemand zoiets doen? Wat zou iemand met zo’n daad willen bereiken?’
Dare haalde zijn schouders op. ‘Wie zal het zeggen? Een terreuractie? Iets ingewikkelders? We zullen het pas weten wanneer we de dader te pakken hebben. Daarmee kom ik op de James-Bondachtige aanpak, waarover jij het in de auto had. Andrea, volgens de rechercheurs van de OSI heeft de indringer hulp van binnenuit gekregen. Een andere mogelijkheid is dat iemand die op het terrein werkt, een buitenstaander als afleidingsmiddel heeft gebruikt. Hoe het ook zij, we zitten goed in de problemen.’
Het duurde enige tijd voordat Andrea een reactie kon geven. Ze was geschokt. ‘Waarom denken ze dat er iemand van de basis bij betrokken is?’ vroeg ze ten slotte.
‘Jij bent de beveiligingsspecialist. Jij moet weten wat een terrorist moet doen om een explosief in de neus van een B-52 aan te brengen. Dat is nog het gemakkelijkste deel, denk ik. Het moeilijkste is om het terrein te betreden. De OSI is erg onder de indruk van de beveiligingsmaatregelen die jij hier hebt getroffen. Het is een van de best bewaakte terreinen, vinden ze. Daarom denken ze dat de indringer hulp van binnenuit moet hebben gehad. Ze achten het vrijwel uitgesloten dat iemand in zijn eentje door al die bewaking heen kan komen.’
‘Een uniform. Een pasje. Het lijkt me vrij simpel.’
‘Zo simpel is het niet. De OSI heeft de afgelopen twee weken vier keer geprobeerd illegaal toegang tot het terrein te verkrijgen. Telkens opnieuw zijn ze door jouw mannen in de kraag gepakt.’
‘Sinds die schietpartij ’
MacLendon legde haar met een kort handgebaar het zwijgen op. ‘Zeker, iedereen is op zijn qui-vive, maar ze waren al alert voordat jij werd neergeschoten, vanwege die toestand met dat hek. Jij had de bewaking al langer geïntensiveerd.’
Andrea staarde somber in haar koffie. ‘Iemand van binnenuit. Verdorie. Wie verdenken ze? Mijn mensen? De monteurs? De piloten?’
‘Op het ogenblik is iedereen verdacht. Iedereen behalve jij en ik. Jij bent niet verdacht, omdat je bent neergeschoten. Ik ben niet verdacht, omdat ik de OSI heb ingeschakeld.’
Zonder haar hoofd te bewegen, keek ze hem aan. ‘Wat doen we eraan?’
‘Op onze hoede blijven en alles goed in de gaten houden. Wat kunnen we anders doen?’
Met een zucht bracht Andrea haar kopje naar haar mond.
‘Andrea?’
‘Mmm?’
‘Ik heb je steeds vergeten te zeggen dat ik je een geweldig officier vind.’
Ze kreeg een kleur, van haar wangen tot in haar hals. Dare keek gefascineerd toe. Hij had niet verwacht dat ze zo uitbundig zou kunnen blozen.
‘Andrea?’
‘Sir?’
‘Wij moeten eens praten.’
‘Ik dacht dat we dat al aan het doen waren, sir.’ Haar hart begon te bonzen. Instinctief voelde ze aan welke richting hij uit wilde.
‘Ik weet dat je boos op me bent.’
‘Boos, sir}' Ze keek hem met een uitgestreken gezicht aan. Waarom kon hij haar niet met rust laten?
ik kan je niet met rust laten,’ zei hij alsof hij haar gedachten had gelezen. ‘Het is net als een zere kies: je zit er steeds met je tong aan.’
Er verscheen een glans in haar ogen. ‘Dat is waarschijnlijk de allereerste keer dat ik met een zere kies word vergeleken, sir.'
‘Schei uit, Andrea. En hou op met dat “sir".’
‘Dat hebben we al eerder geprobeerd, sir. U zult vast wel hebben gemerkt dat ik het niet langer dan een paar minuten kan volhouden. Het lijkt me trouwens ook net zo onverstandig als spelen met een granaat die op scherp staat.’ Inmiddels bonsde haar hart zo hevig, dat het haar begon te beangstigen.
‘Wat zijn je carrièreplannen?’ vroeg hij onverwachts.
Ze streek peinzend met haar tong over haar bovenlip. ‘Veertien dagen geleden zou ik hebben gezegd dat ik als kolonel met pensioen zou willen gaan. Nu weet ik dat niet meer zo zeker. Nu ik eenmaal daadwerkelijk van mijn wapen gebruik heb moeten maken, is er het een en ander voor me veranderd. Ik zal op de een of andere manier met mezelf in het reine moeten komen.’ Plotseling keek ze hem strak aan. ‘En de uwe, sir?’
‘Mijn carrièreplannen? Als ik wil, kan ik over een jaar al met vervroegd pensioen. Ik denk er hard over van die regeling gebruik te maken, Andrea.’
‘Maar je staat op de nominatie om generaal te worden.’
‘Ik kan ook als generaal met pensioen gaan.’ Er zijn een heleboel dingen waaraan ik nooit ben toegekomen, en ik moet eerlijk bekennen dat ik daar de laatste tijd nogal veel over nadenk.’
Ze raakte milder gestemd, merkte hij. Daarvan kon hij maar beter meteen gebruik maken. ‘Wat datgene betreft wat er tussen ons tweeën is gebeurd, Andrea...’
Haar hoofd schoot omhoog. In haar ogen lag plotseling vuur. ‘Inderdaad, sir, laten we het daar eens over hebben. Het is hoog tijd dat we dat over dat punt helderheid krijgen.’
O jeetje, dacht Dare.
‘Ik weet niet of je mijn situatie wel helemaal begrijpt. Het gaat erom dat mijn hele carrière door één enkele indiscretie naar de knoppen kan gaan. Jij bent een man. Van jou wordt verwacht dat je een rokkenjager bent. Als die rok toevallig toebehoort aan een ondergeschikte van je, dan doet het er niet zoveel toe - tenzij de dame in kwestie er ophef over maakt.’ Ze schraapte haar keel. ‘Ik daarentegen ben een vrouw. In deze geëmancipeerde tijden wordt het geaccepteerd dat ik een verhouding heb, maar het zal nooit worden geaccepteerd dat ik een intieme relatie met mijn commandant heb. Er hoeft maar even een dergelijk gerucht de ronde te doen, en ik ben voor altijd gebrandmerkt als de vrouw die haar lichaam gebruikt om hogerop te komen. Ik kan mijn verdere carrière wel vergeten als zoiets gebeurt.’
‘Ho, ho, Andrea, zo’n vaart loopt het niet.’
Ze schudde haar hoofd. ‘Niet dat ik je niet wil kussen.’ Dat was wel heel zachtjes uitgedrukt, dacht ze onmiddellijk. ‘Maar de prijs voor een vluchtige relatie zou wel eens veel te hoog voor me kunnen zijn.’
Twee woorden troffen hem: vluchtige relatie. Zag zij de zaak zo? Vluchtig was nu niet bepaald de passende kwalificatie voor wat hij voor Andrea voelde. Hij had die gevoelens nog niet echt onderzocht, maar hij had het idee dat het wel tijd werd om dat eens te doen.
‘Andrea,’ zei hij ten slotte, ‘voor mij is dit niet iets vluchtigs. Wat het precies is, weet ik niet, maar het is niet iets vluchtigs.’
Ze sperde haar ogen open. Daarna knipperde ze even, zoals ze wel vaker deed wanneer ze perplex was. ‘O.’ Ineens leken alle argumenten haar te ontglippen. Niet iets vluchtigs. Die bekentenis joeg haar angst aan en luchtte haar tegelijkertijd op. Enerzijds wilde ze niet dat zijn belangstelling voor haar een vluchtig karakter had, anderzijds wist ze niet goed wat ze met de situatie aan moest als zijn belangstelling voor haar dieper ging. Grote genade, ze leek wel gek!
‘Ik weet niet of je er zo dankbaar voor zult zijn als je erover nadenkt,’ zei hij droog. ‘Een vluchtige relatie kun je veel gemakkelijker uit je hoofd zetten.’ Hij stak een sigaret op. Voor iemand die een paar maanden geleden bijna gestopt was, rookte hij de laatste tijd weer verschrikkelijk veel.
‘Wat wilt u daarmee precies zeggen, sir?’
‘Ik heb ook in jouw positie verkeerd, Andrea. Ik kan me jouw zienswijze veel beter voorstellen dan jij denkt. Misschien kun jij je over een jaar of tien, twaalf in mijn positie verplaatsen. Als je je hele leven aan een institutie hebt gegeven, krijg je erg weinig persoonlijke beloning. Op een ochtend word je wakker en kom je tot de ontdekking dat de essentie van wat het leven te bieden heeft, je is ontsnapt. Dat is geen prettige ervaring. Vandaar dat ik mijn prioriteiten anders heb gesteld. Dat is de reden waarom ik je heb gekust en dat is de reden waarom ik je weer ga kussen.’
Andrea haalde diep adem.
‘Rustig, kapitein. Maak je geen zorgen. Ik ben echt niet van plan schade toe te brengen aan je carrière. Er zal zelfs niet over je worden gefluisterd. Maar ik ga je hoe dan ook nog eens kussen. Andrea.’ Hij bedekte haar handen met de zijne.
Ze keek op. Er lag zo’n uitdrukking van onverhuld verlangen in haar ogen, dat MacLendon het gevoel had alsof hij een trap tegen zijn borst had gekregen. Nog nooit had iemand hem zo aangekeken.
Hij keek op zijn horloge. ‘Hoe laat zou je vanavond terug zijn geweest als je inderdaad naar Romeo was gegaan?’
‘Om een uur of half elf.’ Ze klonk ineens weer volkomen zakelijk.
‘Dan hebben we nog tijd voor een tweede kop koffie.’ Hij drukte zijn sigaret uit en wenkte de serveerster.
Andrea knikte met afgewende blik. Hoe lang zou het duren voordat de aanblik van Dares gezicht haar niet meer pijn deed dan haar schouder? Ze voelde een bijna fysieke pijn zodra ze hem aankeek.
Toen ze naar buiten gingen, was het meteen duidelijk dat ze er verkeerd aan hadden gedaan om zo lang te blijven. Het sneeuwde flink, en de wind was sterk aangewakkerd. Het zicht bedroeg hooguit drie meter.
‘We zitten met een probleem,’ constateerde Dare toen ze veilig en wel in de cabine van het vrachtwagentje zaten.
‘Toch zal het gemakkelijker zijn te verklaren wat we een kilometer of acht ten oosten van hier in een greppel doen dan te verklaren wat we in deze buurt in een chauffeurscafé te zoeken hebben.’
‘We kunnen gewoon terugrijden,’ zei Andrea. ‘Het is één rechte weg van hier naar de basis. We moeten alleen een beetje voorzichtig rijden.’
Toen ze op weg gingen, was het nog mogelijk de rand van de weg te onderscheiden. Het duurde echter niet lang, of ze kwamen in een echte sneeuwstorm terecht, waarin zelfs de neus van het vrachtwagentje niet meer te onderscheiden viel. Dare vloekte binnensmonds.
‘Misschien kunnen we de auto beter aan de kant zetten,’ stelde Andrea voor.
‘Aan de kant zetten? Ik zou niet weten waar de kant van de weg is!’ Zijn woorden waren nog niet koud, of het vrachtwagentje kieperde een stukje opzij. Ze waren van de weg afgeraakt.