HOOFDSTUK 10

 

 

 

Het weekend in Timaru was een zalige belevenis. Het moeilijkste moment voor Christabel was het weerzien met Rogan, die lijnen in zijn gezicht gekregen had, maar die naar lichaam en geest gelukkig wel weer herstellende was. Hij besteedde erg veel aandacht aan Davina, die overduidelijk bijzonder op hem was gesteld.

Toen Christabel met Jonsy alleen was, zei ze: ‘Wanneer ik had geweten hoe goed er voor de kinderen werd gezorgd, zou ik misschien niet zo snel naar het andere eind van de wereld gevlogen zijn.'

Ze liepen rond in de tuin van het ouderlijk huls van Rogan en Conrad in Timaru en plukten wat bloemen. ‘Wanneer Je maar niet gaat denken dat jouw komst niet nodig was, meisje. Jij bent degene die Conrad op Thunder Ridge kan houden. Je weet dat hij lange tijd heen en weer geslingerd is tussen zijn verlangen naar het oude huis en zijn drang om te schrijven. Sinds jij er bent, is hij een anders mens geworden. Hij heeft eigenlijk nog nooit ergens zijn draai helemaal kunnen vinden.’

Christabel zei heel zachtjes: Tedere man die net zo hard werkt als Conrad, verdient het om een secretaresse te hebben.’

'Iedere man die zo hard werkt als hij, verdient meer dan een secretaresse,’ merkte Jonsy droogjes op. ‘Nee, ik bedoelde méér met die opmerking. Ik vind het heerlijk om die jongen van me zo gelukkig te zien.’

‘Ik vind het prettig wanneer je Conrad “die jongen van me” noemt, Jonsy. Het geeft me hetzelfde gevoel als toen Conrad me vertelde dat je Rogan min of meer als een zoon beschouwde, omdat je hem als baby helemaal moest verzorgen.’

‘Ik heb van alle vier de kinderen veel gehouden. Rogan is de oudste, maar ik heb altijd het idee gehad dat hij niet buiten Conrad kon. En nu heeft hij Barbara weer. Weet je hoe de zaken er tussen hen voorstaan?’ Ze keek Chnstabel vragend aan.

‘Ja en ik vind het geweldig. Ik hoop dat de eerstkomende maanden voor hen heel snel voorbij zullen gaan.’

‘En Conrad heeft jou nodig, meisje. Laat je hier niet vandaan jagen door de gedachte dat Lisa hier zoveel kwaads heeft gedaan.’

‘Jonsy,’ zei Christabel. ‘Ik moet daar nog eens over nadenken. De tijd zal me wel raad geven. Ik zou het verschrikkelijk vinden wanneer ik door mijn aanwezigheid hier iedereen voortdurend aan Lisa zou blijven herinneren.’

‘Die tijd zal je worden gegund, meisje. Leef nu maar bij de dag. Weet je dat ik destijds de meisjes verschrikkelijk heb gemist toen ze na hun trouwen van huis weggingen. Maar jouw komst heeft veel goed gemaakt. Ik heb je hier ook nodig.’

De dagen daarop leken geruisloos in elkaar over te gaan. Het leven op een fokkerij had een heel bepaald, eigen ritme. Conrad gunde haar de tijd haar gedachten te ordenen. ‘Vind je niet dat ik me keurig gedraag?’ vroeg hij op een keer. ‘Geef ik je niet alle kans om me beter te leren kennen? Ben ik niet, geheel tegen mijn aard in, verschrikkelijk geduldig?’

‘Inderdaad,’ had ze hem toen geantwoord. ‘En daar ben ik je dankbaar voor. Mijn familie heeft je genoeg ellende bezorgd. Ik zal je overigens niet aan je woord houden, wanneer je dat niet wilt. Nee, ga me nu geen kus geven. Onder dergelijke omstandigheden ben ik niet in staat helder na te denken.’

Daar had hij om moeten lachen. ‘Ik wil niet dat je nadenkt. Maar best... ik zal voorlopig braaf doen wat je me vraagt. Realiseer je echter wel dat er een dag zal komen waarop mijn geduld is uitgeput en ik de touwtjes in handen neem.’

Ze gedroeg zich zo verstandig omwille van hem. Niet omdat ze daar zelf behoefte aan had. Ze wist dat er voor haar nooit een andere man zou zijn dan Conrad. Maar hij moest zeker van zijn zaak zijn. Hij had zo lang aan haar getwijfeld en ze wilde niet dat hij dat ooit opnieuw zou gaan doen. Ze hoopte maar dat de tijd zou leren dat ze bij elkaar hoorden en hier gelukkig zouden zijn.

Het werd nu al weer eerder donker en daardoor kon Conrad wat meer tijd achter zijn bureau doorbrengen. Soms hield Christabel hem dan gezelschap, maar meestal zorgde ze ervoor dat ze overdag al haar typwerk af kreeg. Vaak ook ging ze naar haar kamer onder het voorwendsel dat ze wat brieven wilde schrijven. In werkelijkheid werkte ze dan verder aan de roman die ze onder handen had. Het zou nu niet lang meer duren voor haar eerste boek werd uitgegeven en dan zou ze Conrad vertellen dat ze zelf ook schreef. Eerder niet. Ze voelde zich nu een beetje zenuwachtig wanneer ze aan dat eerste boek dacht. Toen ze ermee bezig was, had ze het gevoel gehad dat het goed was, maar nu was ze daar opeens niet meer zo zeker van. Misschien vond hij het wel niets bijzonders. In ieder geval zou het een hele verrassing voor hem zijn.

 

Op een dag was Christabel alleen in het oude huis, Jonsy was metBarbara en de kinderen naar Mount Hebron gegaan, ‘Er staat kip voor jou en Conrad in de ijskast, 'had Jonsy gezegd. Zo hebben Conrad en jij de gelegenheid even lekker op te schieten met

dat boek.’

Daarna had ze de kinderen alvast naar de auto gestuurd en zachtjes gezegd: ‘Dek vanavond de tafel maar eens gezellig in de eet kamer. De kaarsen liggen bovenin de kast. Het wordt werkelijk tijd dat je die jongen uit de misère helpt. Wanneer je liever hebt dat we wat later dan half negen terug komen, moet je maar even bellen.’ Toen ze de blik op het gezicht van Christabel zag, begon ze hard te lachen.

Conrad, Bluey en Shaun waren buiten druk bezig met het repareren van een van de bijgebouwen. Christabel typte een paar uur achter elkaar door en besloot toen een douche te nemen en op haar gemak voor het eten te gaan zorgen. Op dat moment ging de telefoon. Christabel nam op en kreeg heerlijk nieuws te horen, ondanks het feit dat ze wenste dat het op een ander moment gekomen was. Ze moest nu wel gaan. Wanneer mensen de moeite namen om duizenden kilometers af te leggen om je een plezierige verrassing te geven, kon je niet zeggen dat je op dat moment geen tijd had.

De schuur waarin het gereedschap werd bewaard, zat vlak bij het huisje van de Gillespies. Christabel pakte de telefoon om Mrs. Gillespie te vertellen wat er was gebeurd en haar te vragen de boodschap aan Conrad door te geven. Ze had pech. De jongste Gillespie nam de telefoon aan en zei dat er niemand thuis was. ‘Maar ik kan de boodschap best aannemen, hoor.’ Christabel zei tegen hem dat hij Conrad moest vertellen dat het eten klaar stond in de oven en waar zij naartoe was gegaan.

‘Ik heb de post al opgehaald, maar nog niet gesorteerd,’ zei ze. ‘Wanneer je er zin in hebt, moet je Conrad maar vragen of je hem daarbij kunt helpen. En zeg hem maar dat ik, indien mogelijk, die vrienden van me zal uit nodigen om hier een nachtje te komen slapen.’

Snel bracht ze nog wat extra make-up op haar gezicht aan, pakte haar jas en vertrok in de richting van het nieuwe hotel in het dorp. Toen ze de hoofdweg opdraaide, bedacht ze zich dat ze misschien wel een briefje voor Conrad had kunnen achter laten met het verzoek zich voor het diner bij haar, Tim en Janice te voegen. De Stennisons hadden over de telefoon gezegd dat ze niet veel tijd hadden en daarom had ze niet op hem kunnen wachten, mede omdat het nogal eens voorkwam dat hij later dan gepland naar huis terugkeerde.

Maar het zou geweldig zijn wanneer ze een nachtje in het oude huis zouden kunnen blijven logeren en de kinderen even konden zien. Dan zouden ze ook wat meer tijd hebben om bij te praten. Janice had haar verteld dat ze in Nieuw-Zeeland waren in verband met een symposium dat Tim bij moest wonen, dat ze nu weinig tijd hadden, maar er later nog een paar dagen tussenuit zouden kunnen knijpen.

Wat zou ze hen later op de avond als hapje voor kunnen zetten? Ze zouden natuurlijk tot in de vroege uurtjes blijven praten en daar kreeg een mens altijd honger van. Misschien zo’n vol-au-vent als Jonsy vorige week had gemaakt. Maar zou dat kunnen met een vulling zonder champignons? Waarschijnlijk wel. Toch zou ze er verstandig aan doen om even langs de winkel te gaan om te kijken of die soms blikjes had. Dan wist ze zeker dat er niets mis kon gaan.

 

Toen Conrad en de mannen hun gereedschap op kwamen bergen, stond een trotse Gillespie junior al op hen te wachten. ‘Christie heeft opgebeld. Uw eten staat in de oven en er is pudding in de ijskast. Ze is naar het hotel in het dorp gegaan omdat een vriend van haar, die een reisbureau heeft, daar logeert en ze is van plan daar de nacht door te brengen. Ik moet met u meegaan om voor de post te zorgen.’

De jongen realiseerde zich volstrekt niet dat de baas van zijn vader niet blij was met die boodschap. Snel reden ze naar het oude huis, waar Conrad met grote passen het kantoor inliep, de postzak open maakte en alles snel sorteerde. ‘Ik zal de post voor de anderen in een plastic zak doen. Beloof je me dat je er heel voorzichtig mee zult zijn?’

Trots vertrok de kleine Robert om als postbode te fungeren, zonder te weten dat de grote man die hij aanbad, door de boodschap die hij hem had gegeven, volledig uit het, lood geslagen was.

Toen hij weg was, staarde Conrad enige tijd nietsziend naar de muur tegenover het bureau Toen keek hij met vochtige ogen weer naar de post. Er zat een pakketje bij van zijn uitgever. Nog meer drukproeven die gecorrigeerd moesten worden? Dat was onmogelijk. Zijn hoofd stond er nu helemaal niet. naar. En hij dacht zo dat christabel er ook wel niet mee aan de slag zou kunnen gaan wanneer hij haar had verteld hoe hij hierover dacht. Woedend maakte hij het pakketje open. Er viel een boek uit... een boek dat niet door Thaddeus Brockenhurst geschreven was. Het was een roman. Op de kaft. stond een tekening van een man en een meisje die met een hond aan hun voeten, bij een graanschuur stonden. Dat moest Kent zijn. Toen zag hij wie het boek geschreven had... Christabel Windsor.

Hij begreep er niets van. Snel sloeg hij het boek open. Daar stond het. Eerste roman van de dochter van een andere auteur, de inmiddels overleden Hugh Windsor. Haar tweede boek, las hij, zou binnenkort worden uitgegeven. Achterop de flap prijkte een foto van Christabel in de witte jurk die hij haar zo goed vond staan. Conrad Josefsen was nijdiger dan hij voor zover hij zich kon herinneren, ooit in zijn leven was geweest.

Wat een dwaas was hij geweest. Wat had hij zich laten beetnemen! Te bedenken dat hij Christabel zijn excuses had aangeboden voor het feit dat hij geen open kaart met haar had gespeeld! Hij had die paasdag bij Tekapo op het punt gestaan om haar te vertellen hoe lelijk hij over haar had gedacht vanaf die laatste dag van hun busreis door Zuid-Engeland. Gelukkig was hij daar door de komst van de kinderen nog net van weerhouden. Stel je voor dat hij ook nog eens daarvoor zijn excuses had aangeboden, die door haar dan natuurlijk eveneens met neergeslagen ogen in ontvangst genomen zouden zijn. Wat was hij een idioot geweest om te veronderstellen dat hij zich, anders dan Rogan, niet door een figuur à la Lisa beet zou laten nemen. Nee, nu was hij er zeker van dat die twee vrouwen precies hetzelfde waren.

Hij wist exact wat hij zou gaan doen. Hij zou erheen gaan en die twee opwachten om eens precies te vertellen hoe hij over hen dacht. Godzijdank waren Jonsy en de kinderen er niet. Christabel Windsor zou met het eerste het beste vliegtuig terug gaan naar Londen.

Hij ging naar boven en trok een lichtblauw costuum aan dat hij hier normaal gesproken nooit droeg. Zorgvuldig koos hij toen bijpassende sokken, overhemd, das en schoenen uit. Toen hij langs het kantoor terug liep, zag hij het boek, raapte het op en nam het mee. Toen startte hij de wagen en reed weg in een wolk van stof.

Conrad reed veel sneller dan Christabel, die bovendien in de winkel met een lange rij wachtenden werd geconfronteerd en nergens een blikje champignons kon ontdekken.

Toen ze die uiteindelijk dan toch had gevonden, keek ze toevallig even naar buiten en zag Conrad aan komen rijden. Verbaasd zag ze, toen hij uitstapte, dat hij een keurig net pak had aangetrokken. Waar zou hij naartoe onderweg zijn? Naar haar, natuurlijk. Hij had besloten samen met hen een hapje te eten. Snel rende ze op hem af. ‘Conrad, wat heerlijk dat je gekomen bent! Eet je een hapje met ons mee?’

Pas toen zag ze dat zijn gezicht als een donderwolk stond. Hij keek zo razend dat ze geschrokken een stap achteruit deed en de blikjes bijna uit haar handen liet vallen. ‘Ja, ik ben hier inderdaad naartoe gekomen om me bij jullie te voegen. Maar daar zullen we het hier niet over hebben. Laat de Triumph maar staan en geef mij de sleuteltjes. Ik doe hem wel op slot. En stap dan in de stationcar. Ergens in de buurt van dat dure hotel zullen we wel een plekje kunnen vinden om dit uit te praten.’

Christabel begon van schrik te stotteren. ‘De... de s-sleuteltjes zitten nog in de auto. Maar w-waarom? Je eten staat klaar in de oven... Je hebt het nooit erg gevonden.

Hij liep op de Triumph af, trok de sleutels eruit en deed hem op slot. Toen gaf hij haar met een handgebaar te kennen dat ze naast hem moest gaan zitten. Ze deed wat hij van haar verlangde. Er liepen hier zoveel mensen rond en ze voelde er niets voor om in het openbaar ruzie te gaan maken.

‘Rijd niet zo idioot hard, Thaddeus Brockenhurst,’ zei ze toen hij de wagen had gestart. ‘Ik voel er niets voor om mijn leven te riskeren met een krankzinnige achter het stuur. En ondanks het feit dat je je zo onbeschoft gedraagt, zou ik het toch ook niet prettig vinden wanneer jou hierdoor iets óverkwam.’

Hij reed wat langzamer. ‘Je hebt gelijk. Jij bent het niet waard om enig risico voor te lopen. Maar zodra ik een geschikt plekje heb gevonden, zal ik je eens precies vertellen hoe ik over dit alles denk ' Christabel voelde zich koud van woede worden ik waarschuw je Conrad. Ik laat niet over me lopen. Je zutl, me heel wal, uit te leggen hebben, dat kan ik je wel verzekeren. Zo laat Ik me niet behandelen Door niemand. Wat denk je wel? Ik zeg niets meer tot we de plaats hebben bereikt waar het duel van start moet gaan.’

Beiden bleven grimmig zwijgen, tot Conrad de weg was afgedraaid en de auto bij een bergpad tot stilstand had gebracht. Ze stapten uit.

‘Gek, ben ik geweest,’ zei Conrad meteen. ‘Volslagen krankzinnig!’

‘Dat zou ik ook zo denken,’ zei ze even venijnig.

Op dat moment keek ze even om naar de achterbank van de wagen en zag haar eigen naam. ‘Wat is dat?’ vroeg ze meteen. ‘Hoe ben je daaraan gekomen?’

‘Nog zo’n voorbeeld van jouw voorliefde voor geheimzinnigheid,’ zei hij meteen. ‘Waarom heb je me niet verteld dat je zelf ook boeken schreef? Ik dacht dat het pakketje voor mij was, maar het bleek voor jou bestemd te zijn. Waarom heb je me dat niet verteld?’

‘Om dezelfde reden als jij aanvankelijk onder een schuilnaam hebt geschreven. Omdat ik er een beetje verlegen mee was. Ik was van plan om je dat boek te laten zien zo gauw het binnen was, maar niet voor die tijd. Bovendien vond ik dat je mijn hulp nu hard nodig had, gezien het feit dat er op de fokkerij nog zoveel ander werk te doen was. Je zult me natuurlijk wel niet geloven. Ik heb de indruk dat je geen goed woord van of over me wilt horen. Maar ik kan je wel zeggen dat ik helemaal niet begrijp waarom.’

‘Dat komt omdat jij niet weet dat ik er alles van af weet,’ zei hij toen en opeens klonk zijn stem nauwelijks boos, maar wel intens vermoeid. ‘Ik hoopte dat je dat allemaal achter je had gelaten. Ik was het al bijna vergeten ... Maar nee, dat kwam alleen maar omdat zich geen gelegenheid voordeed.’

Christabel begreep er niets van, schudde eens met haar hoofd en zei toen uiterst kalm: ‘Ik denk dat je me nu maar beter meteen kunt vertellen waar je het over hebt. Uiteindelijk krijgt een gevangene voor de rechtbank ook te horen waarvan hij wordt beschuldigd. Maar dit zal ik je wel vertellen: ik zal mijn avond er niet door laten bederven. Mijn beste vriendin en haar man zijn net in het hotel gearriveerd - per helicopter vanaf Franz Josef, maar dat moet je weten want ik heb Robert gevraagd om je dat door te geven. Janice is een schat van een vrouw, die me heel dierbaar is. Ze zou het niet kunnen verdragen wanneer ze de indruk kreeg dat ik het moeilijk had, terwijl ik haar heb geschreven dat ik me hier prettig voelde. Ik was van plan om te vragen of ze niet een nachtje in het oude huis konden komen logeren, omdat ik hen graag met jou kennis had laten maken en om die twee met eigen ogen te laten zien hoe gelukkig de kinderen hier zijn. Maar dat zal ik nu beslist niet meer doen. Zet me in het dorp maar af en dan zal ik wel zien hoe ik thuis kom. Thuis in Londen, bedoel ik, want ik ben niet van plan om hier te blijven. Ik heb het op Thunder Ridge heerlijk gevonden en deze ervaring heeft mijn leven ingrijpend veranderd, maar het is nu zonder meer duidelijk dat ik in Londen thuis hoor. Ik heb mijn hart aan de bergen verpand... maar nu zal ik niet kunnen blijven ... Conrad ... wat mankeert je opeens? Waarom kijkje me zo aan?’

Hij greep haar armen vast en zei: ‘Wat vertelde je me daarnet? Je beste vriendin? Samen" met haar echtgenoot? Was je van plan die twee te vragen bij ons te komen logeren? Maar... maar dat begrijp ik niet. Robert zei dat er een vriend van je in het hotel was gearriveerd en dat je vannacht bij hem zou blijven ... ’

Christabel staarde hem aan. ‘Oh nee! Dat is niet mogelijk! Ik had je dus tóch een briefje moeten schrijven. Maar ik vond het gemakkelijker om de Gillespies te bellen en Robert wilde die boodschap zo graag doorgeven. Maar hoe kan je ook maar even hebben geloofd dat ik zo iets dergelijks zou doen? Je kent me toch? Oh, ik begrijp het al. Je bent tot de conclusie gekomen dat Lisa en ik uiteindelijk toch één pot nat bleken te zijn. Oh, hoe héb je dat kunnen denken?’

Hij keek haar strak aan en zei toen zachtjes maar indringend: ‘Dat zal ik je vertellen. Omdat ik een deel heb gelezen van de brief die je tijdens onze busreis naar de man van je beste vriendin hebt geschreven. Tot dat moment hield ik van je ... maar toen overhandigde het kamermeisje me dat schrijfbloc van jou ... Je weet hoe snel ik kan lezen... Ik stond stomverbaasd en kon aanvankelijk mijn ogen niet geloven. Je schreef dat je niet zonder hem kon leven en dat je nooit had verwacht dat je ooit zou gaan houden van de man van je beste vriendin. Hoe verklaar je dat dan Christabel? Nu is het jouw beurt!’ Plotseling konden Christabels benen haar niet meer dragen. Op de tast zocht ze de kruk van het achterportier van de wagen en liet zich op de bank zakken. Ze bracht haar handen naar haar ogen.

Conrad liep op haar af en trok die omlaag. ‘Je bent aan het lachen. Aan het lachen! Nu, ik vind dit helemaal niet komisch. Ik houd toevallig van je. Ik ben even idioot geweest als Rogan. Houd op met lachen!!’

‘Oh... Conrad, Conrad,’ slaagde ze erin uit te brengen. ‘Je hebt de verklaring zelf meegenomen.’ Ze hoopte maar dat ze de desbetreffende passage in haar eerste roman snel zou kunnen vinden. ‘Hier... vrijwel woordelijk wat je toen hebt gelezen. Lezen! Lees het zo snel mogelijk door en dan mag je herhalen wat je hebt gezegd over houden van.’

Hij keek haar nog steeds niet begrijpend aan. ‘Ik heb die brief niet geschreven ... althans niet persoonlijk. Hij hoort in dit boek thuis. Mijn uitgever was niet tevreden met de oorspronkelijke versie en dus heb ik tijdens die vakantie dat deel herschreven. Op het schrijfbloc van Janice, omdat ik het mijne was vergeten. En nu moet je deze bladzijde lezen, Conrad. Anders zul je me nooit geloven.’

Hij deed het en liet zichzelf toen op zijn knieën vallen in het natte gras bij haar voeten. ‘Oh Christabel, lieveling, ik heb me als een dwaas aangesteld. Maar je zou eens moeten weten hoe ellendig ik me toen heb gevoeld... wat er door me heenging toen ik dacht dat je diezelfde man hier zou ontmoeten... ’

Hij kwam overeind en trok haar naar zich toe. Toen boog hij zich voorover om haar te kussen.

Daarna reden ze snel in de richting van het hotel. Janice en Tim stonden al voor de deur op haar te wachten. Meteen stelde ze Conrad voor. ‘Ben jij dezelfde man die het haar heeft verboden om hier naartoe te komen?’ vroeg Tim stomverbaasd. ‘Ik kan het me niet voorstellen.’

Daar moesten ze allemaal hartelijk om lachen. Ze liepen het hotel in en Timothy bestelde een drankje. ‘Nee, ouwe jongen,’ zei Conrad meteen. ‘Laat mij dat maar doen. We nemen champagne, want Christabel en ik hebben ons een half uurtje geleden verloofd.’

Het werd een geweldige avond. Tijdens de maaltijd verliet Conrad de tafel even om Jonsy over de telefoon het heugelijke nieuws mee te delen. ‘Ze was razend enthousiast,’ meldde hij, toen hij terug kwam. ‘Ze rekent er vast op dat ze nog lang genoeg zal mogen leven om een nieuwe generatie Josefsens op te voeden.’

‘Ja, een kleine Helga en een kleine Peer. Mooiere namen zijn er niet denkbaar, hè lieveling?’ zei Christabel.

Janice en Tim besloten in het hotel te overnachten, maar beloofden dat ze de ochtend daarop in het oude huis langs zouden komen.

Christabel en Conrad reden naar huis over de door de maan beschenen hoofdweg. Ze passeerden de Portalen en reden hun eigen kleine koninkrijkje binnen. Hand in hand liepen ze het trapje naar het terras op. Daar bleven ze even staan kijken naar Mount Sefton, alvorens de helverlichte keuken in te lopen, waar Jonsy ongetwijfeld op hen zou zitten wachten.

‘Ook jij bent een ware dochter van de mistige bergen geworden, net als Barbara, nietwaar, lieveling?’

Ze knikte dromerig, gaf hem een kus en zei: ‘Dit zijn mijn sterren en mijn bergen. Dit is mijn maan. En jij, Thaddeus, mijn allerliefste Thaddeus, bent de allergrootste dwaas die er op deze aarde rondloopt.’