Een
'Hebben we hier drieduizend kilometer voor gevlogen?'
Wyatt Culver hoorde aan de stem van zijn collega dat hij het uitzicht niet
kon bewonderen, maar in tegenstelling tot Julian Varga vond hij het zelf
best meevallen - ook al stond er een groot veiligheidshek omheen. Natuurlijk,
hij zag onmiddellijk waarom Luther Van Dormers landgoed in Santa
Barbara ook wel de 'De Gevangenis' werd genoemd, maar dat betekende
nog niet dat ze Julian en hem hier daadwerkelijk gingen opsluiten. Daar ging
hij niet vanuit, tenminste. Tenzij Luther Van Dormer dit keer echt was
doorgeslagen - erger nog dan de laatste keer dat Wyatt hem had gezien. Dat
was inmiddels al bijna twintig jaar geleden en er kon in de tussentijd veel
gebeurd zijn, zo kon Luther dit keer wel eens echt, helemaal zijn doorgeslagen.
'Zesduizend kilometer als je de terugreis naar Cincinnati meerekent,' antwoordde
Wyatt.
Die opmerking maakte het er niet veel beter op. Niet verwonderlijk, natuurlijk.
'En wat hebben we hier nu eigenlijk te zoeken?' vroeg Julian. 'Je zou
me op de hoogte brengen als we er waren.'
Wyatt grinnikte. 'O, we gaan een vrouw ontvoeren. Had ik toch gezegd?'
Julian keek hem verbijsterd aan. 'Wat?'
'O, krijg nou wat, vergeten dus,' zei Wyatt met gespeelde ergernis. 'Heb ik
je niet eens even laten weten dat we tijdens ons uitstapje in zonnig Californië
een ernstig misdrijf gaan plegen.' Hij sloeg zich voor het hoofd,
waardoor een lok van zijn lichtbruine haar opsprong. 'Tjee, sorry hoor, Julian.
Dom van me.'
Julian was met stomheid geslagen. Wyatt bleef even naar hem staan grijnzen,
waarna hij zijn aandacht weer op het uitzicht richtte.
Ondanks zijn deprimerende bijnaam was het landgoed van Van Dormer
adembenemend mooi - een grote, laaggelegen villa in Spaanse stijl, die, nu de schemering viel, zowel van binnen als van buiten uitnodigend was verlicht.
De prachtig verzorgde gazons onder een bladerdak van met mos behangen
jacaranda's en weelderige bougainvilles ademden een serene rust,
en de lucht was zwanger van de bedwelmende geuren van jasmijn en gardenia.
Toegegeven, het huis werd omgeven door een uit de kluiten gewassen,
ijzeren hek in mediterrane stijl en alle ramen waren voorzien van bijpassende
dikke, ijzeren tralies, En dan had je daar nog dat uiterst nonchalant
drentelende drietal Dobermans dat hem nauwlettend in de gaten hield, alledrie
met dezelfde uitdagende blik in de ogen. En de een, twee, drie - lieve
help, vier - gewapende wachten die strategisch op het dak en de balkons
stonden opgesteld, verleenden het huis inderdaad de aanblik van een gevangenis.
Misschien was Luther Van Dormer dit keer werkelijk doorgeslagen, dacht
Wyatt. Dat idee was nog niet bij hem opgekomen toen Luther hem eerder
die week had gebeld, zelfs niet toen de man Wyatt gevraagd had zijn dochter
te ontvoeren. De inwoners van het voorstadje Woodhaven in Ohio vonden
Luther Van Dormer een excentriekeling. Vervelend genoeg wilde excentriciteit
wel eens overgaan in iets anders, wist Wyatt. In, tja... waanzin,
bijvoorbeeld. Of criminele bezetenheid.
Oké, schitterend of niet, Luthers huis was inderdaad een fort. Maar wat
dan nog? Massa's mensen woonden in een fort. Toegegeven, het merendeel
van hen had vreselijke misdaden op zijn geweten of was zo gek als een deur,
maar daarvan was in dit geval geen sprake... toch? Wyatt liet het voorlopig
maar even in het midden, zolang hij niet wist wat Luther Van Dormers beweegredenen
waren.
'Eh,' zei Julian, Wyatts gemijmer onderbrekend, 'misschien moet ik je er
toch even aan herinneren dat we privé-detectives zijn. Met andere woorden:
wij onderzoeken ontvoeringen, we kidnappen niet zelf.'
'Doet er niet toe,' antwoordde Wyatt. 'Iedere klus is weer anders. En dit
belooft een zéér interessante klus te worden.'
'Hm, 't bevalt me niks,' zei Julian.
'Laat het allemaal nou maar aan mij over,' antwoordde Wyatt.
'Dat bevalt me nog minder.' Zonder een reactie af te wachten op zijn laatste
opmerking, knikte hij naar het gebouw. 'Dus hier woont Van Dormer. Is
die man een veiligheidsfreak, of zo?' Kennelijk liet hij die ontvoeringskwestie
liever even rusten. 'Nee,' antwoordde Wyatt. 'Luther is gewoon paranoïde, zoals zoveel mensen.
Het verschil is alleen dat hij een paar honderd miljoen dollar meer
heeft.'
'Hm,' zei Julian veelbetekenend.
'En een van de appetijtelijkste dochters ter wereld,' liet Wyatt er in één
adem opgewekt op volgen. Want door herinneringen op te halen aan Luther
Van Dormer moest hij natuurlijk ook meteen weer aan die fantastische,
getalenteerde Eve Van Dormer denken, met wie hij in een voorstadje van
Cincinnati op Woodhaven High School had gezeten. En met wie hij een
keer heel...
Maar daar ging hij het nu niet over hebben. Ze hadden nog een lange
avond voor de boeg. Om maar te zwijgen van die ontvoering waarover ze
hun gedachten moesten laten gaan. Daar kon hij inderdaad beter over zwijgen
- en geen gedachten aan wijden - op dit moment tenminste. Vooral
omdat hij nog steeds niet wist wat hij ervan moest denken, tenzij hij inderdaad
rekening moest houden met de mogelijkheid dat Luther Van Dormers
was doorgeslagen. Maar daar wilde hij zich nu niet mee bezighouden.
'Eindelijk zeg je weer eens iets normaals voor jouw doen,' zei Julian. 'Ik
begon me al zorgen te maken, Wyatt.'
'Die dochter van Luther moeten we kidnappen.' Oké, oké, Wyatt zou zijn
mond houden over die ontvoering en nu begon hij er toch weer over. Kon
hij het helpen?
Julian zuchtte. 'Ja, nu maak ik me toch weer zorgen.'
'Maak je niet dik,' zei Wyatt. 'Ik heb een plan.'
'Nu maak ik me pas echt zorgen,' antwoordde zijn partner.
O, die Julian, dacht Wyatt. Die vatte alles zo serieus op. 'Dan kan ik de rest
over Eve Van Dormer beter voor me houden,' zei hij.
'Wat valt er dan nog meer te vertellen?'
'O, dat ze op school zo'n enorm opgewonden standje was.'
'Opgewonden standje?' Julian leek niet erg onder de indruk.
'Ze kon iemand de ogen uitkrabben op tien meter afstand.'
'Dan had ze zeker lange armen.'
'Overdrachtelijk, bedoel ik.'
'Wauw. Je hebt zeker weer in je 'Hoe vergroot ik mijn woordenschat' zitten
neuzen,' zei hij droog. 'Ik wist niet dat je zo'n overdrachtelijk type was,
overdrachtelijk gesproken dan.'
Wyatt keek de ander achterdochtig aan. 'Waarom krijg ik plotseling het gevoel dat wij een komisch duo zijn, ik de sullige aangever en jij de succesvolle
lolbroek?'
'Je kunt in ieder geval niet beweren dat we elkaar niet goed aanvullen.'
Dat was inderdaad zo, dus hield Wyatt zijn mond maar verder.
'Zijn we te vroeg?' vroeg Julian, omdat het hek nog altijd dicht was.
Wyatt schudde zijn hoofd. 'Zeven uur. Precies op tijd.'
En alsof het hek hem gehoord had, begon het nu langzaam naar links te
schuiven met een zacht gedreun dat werd begeleid door het gefluister van
de warme Californische wind en het ruisen van de Grote Oceaan in de
verte. Wyatt keek achterom om te checken of hun huurauto veilig langs de
weg geparkeerd stond. Erachter deinde de oceaan op en neer als fel saffierkleurig
satijn. De zon hing vlak boven de horizon, een lint van water waarboven
de grote, rode vuurbol draalde en draalde, alsof hij geen zin had te
verdwijnen.
Vreemd, dacht hij. Hoewel hij best nieuwsgierig was naar Luther Van
Dormers idiote ontvoeringsplan, had hij bijna met de zon willen ruilen. De
gedachte om in de oceaan te duiken en daar tot zonsopgang te blijven,
oefende een eigenaardige aantrekkingskracht op hem uit. Misschien had
Luther tegen zonsopgang het idee uit zijn hoofd gezet om hem en Julian in
te huren. Dan kon Wyatt terugkeren naar Ohio en naar het leven dat hij
voor zichzelf had uitgestippeld, en proberen de Van Dormers uit zijn gedachten
te bannen. Zijn leven was niet bepaald spectaculair te noemen,
maar het kon slechter. Hij raakte eigenlijk nooit in moeilijkheden of gevaarlijke
situaties verzeild. Dat wil zeggen: tot dusver. Maar nu...
Met een diepe zucht richtte hij zijn blik weer op De Gevangenis en probeerde
niet aan nu te denken. En aan toen wilde hij al helemaal niet denken.
Maar vreemd genoeg leken beide onlosmakelijk met elkaar verbonden. En
telkens was Eve de verbindende factor.
Het hek had zijn reis beëindigd, zodat niets Wyatt in de weg stond om de
tuin in te wandelen, waar zich de heerlijkste bloemengeuren verspreidden.
Julian was al doorgelopen, maar zelf aarzelde hij nog om die stap te zetten.
Eigenaardig, dacht hij. Hij aarzelde nooit ergens over. Nou ja, behalve over
Eve Van Dormer dan.
'Vertel eens wat meer over die onsympathieke, appetijtelijke dochter,' zei
Julian, alsof hij Wyatts gedachten kon lezen.
Met moeite kwam Wyatt in beweging. Hij vroeg zich af hoe hij die vraag
moest beantwoorden, want hoe kon hij Eve Van Dormer beschrijven zonder over te komen als een smoorverliefde jonge hond - al was dat ellendig
genoeg precies hoe hij zich altijd voelde als hij bij haar in de buurt was. Per
slot van rekening had hij het grootste deel van zijn schooltijd hijgend en
kwijlend achter haar aangelopen, en naar de maan gejankt omdat hij wist
dat hij haar toch nooit kreeg.
Hoe kon hij Julian vertellen dat haar ogen en haar de kleur hadden van
espresso, en dat op allebei gouden schitteringetjes oplichtten als de zon haar
bescheen? Hoe kon hij zijn partner nu vertellen over haar lage, hese lach,
een lach die even benevelend was als een goede fles Ierse whiskey op een
ruige zaterdagavond in de kroeg. En hoe kon hij - zonder de indruk te wekken
dat hij zijn verstand had verloren - Eve's roze kanten beha's en bijpassende
slipjes beschrijven, kledingstukken die even zoet roken als bloeiende
rozen na een zacht zomers regenbuitje?
Smoorverliefd, dacht Wyatt. Ja, dat was precies de juiste omschrijving van
wat hij destijds voor Eve Van Dormer voelde. Het was maar goed dat hij de
afgelopen twintig jaar zo was veranderd. Gelukkig was het ondenkbaar dat
hij nu even snel voor haar zou bezwijken als toen hij nog een puber was.
Gelukkig was hij niet meer zo'n oversekst, opgewonden knulletje met
dwaze, poëtische gedachten over zaken als vrouwenogen, -haar en -lingerie.
Gelukkig interesseerde het hem geen snars hoe Eve er nu uitzag. Gelukkig
liet het hem allemaal volkomen koud.
Laat dat duidelijk zijn.
'Eh, ze was wel aardig, geloof ik,' beantwoordde hij Julians vraag ten slotte
met veel gevoel voor understatement.
En hij probeerde zich voor te stellen hoe ze er tegenwoordig uitzag. In een
visioen zag hij haar voor zich in een zwartleren minirok en een vuurrood
topje, gehuld in netkousen en op kilometers hoge hakken. Niet dat Eve zich
ooit zo kleedde - nee, op school was zij meer iemand die de schattige, slordige
Annie Hall-look nastreefde - maar Wyatt was heer en meester over zijn
eigen fantasie en daarin kon hij haar net zo kleden als hij zelf wilde. Ze was
geen zeventien meer. Er was niets strafbaars - of smerigs - aan zijn huidige
gedachtespinsels.
'Had ik al gezegd dat ze een zus heeft?' vroeg hij snel, voordat zijn gedachten
wél een strafbaar of smerig karakter kregen. Pas nadat hij zijn vraag
had gesteld, realiseerde Wyatt zich dat Simone Van Dormer voor hem - net
als twintig jaar geleden - maar bijzaak was.
'Eh, nee,' zei Julian. 'Nog zo'n kleinigheidje dat je me hebt vergeten te zeggen.
Gaan we haar ook ontvoeren?' vroeg hij met een uitgestreken gezicht
en niet meer dan een vleugje sarcasme in zijn stem.
'Weet ik nog niet,' zei Wyatt. 'Over zijn plannen met Simone deed Luther
nogal vaag. Maar ik kan mijn nieuwsgierigheid bijna niet bedwingen.' Zijn
eigen stem droop van het sarcasme. Wyatt kon dat soort dingen nooit zo
goed verhullen als Julian.
'En wat was zij voor type?' vroeg de ander terwijl ze hun weg naar het huis
vervolgden.
Onder het lopen hield Wyatt de Dobermans nauwlettend in de gaten.
Beesten met zulke scherpe tanden en zo'n hete adem keerde hij liever niet
de rug toe. Met een onrustig gevoel streek hij door zijn lichtbruine haar en
friemelde aan zijn stropdas.
Zijn stropdas, godallemachtig. Wyatt stond er opnieuw zelf versteld van.
Hij kon zich de dag niet heugen dat hij een das had gedragen, maar voor
zijn huidige opdracht had hij zich uitgedost als een begrafenisondernemer.
Maar dan wel eentje in het goedkopere marktsegment, aangezien hij geen
nettere broek bezat dan een donkere Dockers en geen keuriger overhemd
dan een wit Oxford-shirt met een button-down boord, en zijn stropdas
werd opgesierd door een handgeschilderde, heupwiegende hoeladanseres
onder een palmboom. Toch zag hij er zeer keurig uit voor iemand die normaal
gesproken in een spijkerbroek en een Oxford-shirt zonder das liep.
Waaruit viel af te leiden dat hij zijn werk serieus nam.
'Simone was altijd een beetje... ja, ik weet niet,' zei hij tegen zijn vriend,
die zich nog veel meer had uitgesloofd dan hij, want Julian droeg een donkerblauwe
blazer, een grijze pantalon, een duur overhemd en een zeer
smaakvolle stropdas. 'Ik bemoeide me nooit zo veel met haar,' vervolgde
Wyatt. 'Anderen ook niet.'
'Waarom niet?' vroeg Julian. 'Wat mankeerde er dan aan haar? Was ze zo
lelijk? Of was ze zo iemand met een - hij huiverde om uitdrukking te geven
aan zijn afschuw - geweldig karakterV
Wyatt wist niet meteen wat hij moest antwoorden. Niet dat Simone Van
Dormer nou zo moeilijk te beschrijven was, maar hij had zich werkelijk
nooit met haar bemoeid, zelfs al was ze Eve's tweelingzus en dacht je bij
tweelingen normaal gesproken toch aan beide personen - en dat gold zeker
voor zo iemand als Wyatt.
'Ik weet niet,' zei hij nog een keer. 'Vroeger op school was ze zo'n kind dat
je gauw over het hoofd zag. Stil maar niet echt verlegen, slim maar niet echt
intelligent, kleurloos maar niet echt lelijk, onopvallend maar niet echt onzichtbaar.
Ze leek totaal niet op haar zus.'
Maar Eve Van Dormer was dan ook uniek, dacht hij bij zichzelf.
'Ik kan niet zeggen wat voor iemand ze was,' vervolgde hij, 'want ik ging
eigenlijk niet veel met haar om. Niemand ging veel met haar om. Volgens
mij had ze zelfs niet eens zo'n innige band met haar zus.'
Julian knikte, aandachtig luisterend. Ze waren nu bijna bij de ingang van
het grote huis en Wyatt zag in het pikzwarte haar van zijn compagnon een
zilverblauwe weerschijn in dezelfde onaardse tint als van zijn grijsblauwe
ogen. De observatie werkte een beetje op Wyatts zenuwen, wat niet zo verrassend
was, want Julian werkte sowieso nu en dan op zijn zenuwen. Waarom,
wist hij ook niet precies, maar zijn metgezel had iets over zich dat, nou
ja... dat op zijn zenuwen werkte.
Met zijn één meter tachtig was Wyatt een stuk kleiner dan zijn partner,
die bovendien een goeie tien kilo zwaarder was. Julian woog zeker honderd
kilo, met die enorme spierbundels van hem. Al was hij tien jaar jonger dan
Wyatt, hij leek veel ouder, zelfs ouder dan Wyatt. Julian was bovendien zo'n
figuur die een oosterse mystieke leer aanhing en steeds op zoek was naar innerlijke
rust, die zijn geest alleen voedde met het voedzaamste geestelijke
voedsel en zijn lichaam beschouwde als een heiligdom. Hij was dan ook bijzonder
zuinig op zijn... pagode.
Wyatt daarentegen... Met tegenzin keek hij naar zijn eigen pagode en
zuchtte. Op weg van de luchthaven naar het landgoed van Van Dormer
waren ze bij een klein strandcafé buiten Montecito gestopt om wat te eten.
Natuurlijk had Julian het feit dat ze nu in Californië waren ten volle benut
en een pastaschotel met tofu en alfalfa besteld. Watje. Om van te kokhalzen.
Zelf had hij zijn keuze laten vallen op de extra grote bacon-cheeseburger
met gefruite uitjes.
Dat was tenminste stevige kost voor een vent, dacht hij tevreden. Zijn
buik was trouwens ook behoorlijk stevig, moest hij bekennen. En Julian, het
watje, had nu vast niet zo ongenadig het zuur als hijzelf. Maar Wyatt durfde
er de hoogte van zijn cholesterolspiegel in goud onder te verwedden dat
zijn vriend daarentegen op dit moment weer niet het genoegen mocht smaken
van en lekkere, door rood vlees opgeroepen testosteronroes.
Net goed.
'Ik ken die types wel,' zei Julian ten slotte. Wyatt moest even diep in zijn
geheugen graven om de draad weer op te pakken. O ja, ze hadden het over
de gezusters Van Dormer. 'Simone was zeker zo'n meisje dat niet waarneembaar
is met het blote oog.'
'Laat ik het zo formuleren,' zei Wyatt. 'Als je in gezelschap verkeerde van
Simone Van Dormer viel er helemaal nergens iets bloots te bekennen.
Julian knikte. 'Niks aan dus.'
'Nee, dat bedoel ik nou juist - er ging niks uit' antwoordde Wyatt gevat.
'Niet bij Simone Van Dormer.'
Haar zus daarentegen...
Opnieuw tikte hij zichzelf op de vingers. Dat kon hij ook maar beter voor
zich houden. Zeker op zo'n zwoele meiavond als vanavond, met zijn heerlijke
bloemengeuren en boeiende vooruitzichten. Deze avond deed hem net
iets te veel denken aan dat schoolfeest in Cincinnati in 1981. En dat was wel
het laatste jaar, de laatste plek en het laatste feest waarnaar Wyatt terugverlangde.
Ze hadden hun wandeling door de uitgestrekte voortuin inmiddels overleefd
zonder door kogels te zijn doorzeefd of tussen kaken te zijn vermalen
en stonden nu voor de ingang van Luther Van Dormers optrekje. Voor wie
niet beter wist, zag de deur eruit als een doorsnee mahoniehouten voordeur
ter waarde van een paar mille, maar voor een man als Wyatt, die zijn brood
verdiende als privé-detective, vormde hij het equivalent van een slotgracht
met haaien - let wel, haaien van de ergste soort - als het erom ging geteisem
buiten de deur te houden.
Hij had nog maar nauwelijks aangebeld of een dienstbode deed open. Ze
was begin vijftig en zag eruit als het schoolvoorbeeld van een huishoudster:
grijze polyester jurk, wit schort en praktische schoenen met rubberzolen.
Ze droeg haar grijswitte haar zedig in een knotje op haar achterhoofd en
had - zoals het huishoudelijk personeel betaamt - een onmiskenbaar verveelde
uitdrukking op haar gezicht.
Wat Wyatt onmiddellijk opviel waren haar armen, die de afmetingen
hadden van een paar uit de kluiten gewassen vuilniswagens. Hij begreep dat
Luther Van Dormer zijn bedienden niet louter had aangenomen om hun
gedienstigheid en hun huishoudelijke kwaliteiten. Die rubberzolen zagen
eruit alsof ze uitstekend in staat waren om een vent met één snelle, goed gemikte
trap te ontmannen, en het zou hem niets verbazen als in de lange
mouwen van de grijze polyester jurk een of twee vlammenwerpers verstopt
zaten. Een man als Luther verwachtte zonder twijfel dit soort extra vaardigheden
van zijn personeel.
'Senor,' zei de vrouw met een knikje naar Wyatt, en maakte daarna hetzelfde
gebaar naar Julian. 'Senor Van Dormer verwacht u, ja?'
'Ja, mevrouw,' antwoordde hij met dezelfde zorgvuldig ingestudeerde beleefdheid
die de huishoudster/huurmoordenares had voorgewend.'
'Volgt u mij, porfavor.'
Omdat hij er niet de man naar was om een bevel in de wind te slaan van
iemand die hem met één snelle, goed gemikte trap kon ontmannen,
gehoorzaamde Wyatt onmiddellijk. En Julian ook. De huishoudster deed
direct de deur achter hen dicht en vergrendelde hem - driemaal - waarna
ze zich omdraaide om zich geluidloos door de enorme hal naar de binnenste
geledingen van het landgoed te begeven. Achter haar aan lopend door
het immense huis en vervolgens een trap op, nam Wyatt snel de omgeving
in zich op: de terracotta tegels, de in aardetinten geverfde muren, het mediterrane
meubilair, de kostbare abstracte kunst en de zachte Spaanse gitaarmuziek
die hen begeleidde van kamer naar kamer naar kamer naar kamer
naar kamer...
Zo geconcentreerd was hij bezig zich een beeld te vormen van het huis dat
hij bijna over Luthers huishoudster/beroepskiller struikelde, toen ze halt
hield voor al weer zo'n onschuldig ogende - maar in werkelijkheid o zo gevaarlijke
veiligheidsdeur - die naar alle waarschijnlijkheid bescherming
bood aan de werkkamer van Luther Van Dormer. Of aan zijn schuilplaats.
Of zijn isoleercel. Of wat het dan ook wezen mocht.
De huishoudster klopte zachtjes drie keer op de deur, wachtte even en
klopte toen nog tweemaal. Dit werd binnen beantwoord met drie klopjes,
waarna de vrouw nog twee keer klopte.
Bijna had Wyatt zijn ogen ten hemel geslagen en 'mijn hemel' gekreund,
maar hij wist zich nog net te bedwingen. Was dat een code? Al die veiligheidsmaatregelen
en dan wilde Luther Van Dormer nog dat er met een geheime
code op de deur van zijn werkkamer/schuilplaats/isoleercel/wat het
dan ook wezen mocht werd aanklopt?
Het geluid van het zoveelste slot dat werd ontgrendeld, bracht Wyatt weer
in opperste staat van paraatheid. Langzaam zwaaide de deur open, met veel
gekraak en onheilspellend als in een spannende film. Zijn hart begon steeds
harder te bonzen en het zweet brak hem uit, terwijl de deur steeds verder
openging alsof er geen einde aan kwam, totdat - eindelijk, eindelijk -
Luther van Dormer in het vizier kwam.
De laatste keer dat Wyatt de man gezien had, was hij achttien en bloédde
hevig uit zijn lip. Dat kwam omdat Luther Van Dormer hem even daarvoor
een oplawaai had verkocht. En dat kwam omdat Wyatt Eve niet zoals beloofd
na afloop van het schoolfeest had thuisgebracht. Nee, Wyatt had haar
achtergelaten op de achterbank van Stuart Turners Cherry Nova, half ontkleed
en in tranen.
Achteraf kon hij wel begrip opbrengen voor Luthers reactie. Als een kerel
het gewaagd had om zijn dochter in de steek te laten - had hij er een gehad
- dan had Wyatt hem vast en zeker ook een paar rake klappen verkocht, en
niet alleen op zijn lip. Toch zou hij het prettiger hebben gevonden als Eve's
vader eerst even naar hem had willen luisteren, alvorens hem op zijn gezicht
te timmeren.
Luther zag er nog goed uit voor zijn leeftijd, moest Wyatt toegeven. Zijn
donkere haar was weliswaar een stuk grijzer geworden, maar hij oogde nog
altijd even fit en gespierd als vroeger. De mouwen van zijn donkerblauwe
poloshirt zaten strak gespannen om zijn biceps en zijn buik was zo plat als
een stoomstrijkijzer onder de band van zijn kaki broek. Zijn gezicht vertoonde
weliswaar een paar kleine rimpeltjes, maar zijn huid was donker gebruind
en de lijntjes gaven zijn toch al sterk geprononceerde trekken juist
iets krachtigs. In zijn ene hand hield hij een kristallen whiskyglas met een
amberkleurige, ongetwijfeld dure inhoud en in zijn andere een brandende,
ongetwijfeld dure sigaar.
Het Californische leven beviel hem wel, zo te zien. Wyatt herinnerde zich
Luther als een tamelijk sombere, achterdochtige en paranoïde man, maar
nu leek hij een... een... hmmm. Nou ja, minder somber, achterdochtig en
paranoïde.
Dat was tenminste iets.
'Wyatt,' begroette Luther hem met een verbazend hartelijke lach. Tijdens
hun telefoongesprek drie dagen geleden, had hij op norse, zakelijke toon
met hem gesproken.
'Fijn dat je er bent. Bedankt, Carmen,' Dat laatste zei hij tegen de huishoudster/
gewetenloze criminele ten teken dat zij kon vertrekken. Ze gaf een
knikje en draaide zich om zonder haar werkgever en zijn gasten verder een
blik waardig te keuren.
Met een vlammenwerper in je mouw had je er waarschijnlijk geen moeite
mee om anderen de rug toe te keren, veronderstelde Wyatt.
'Kom binnen, kom binnen,' vervolgde Luther, en deed een stap opzij om
Wyatt en Julian binnen te laten. 'Wat drinken jullie?'
Wyatt keek naar zijn handen en naar die van Julian. 'Eh, op het moment
niets, mijnheer.'
Luther gniffelde. 'Heel lollig, Wyatt. Vroeger was je ook al zo'n grapjas,
herinner ik me.'
'Mm,' antwoordde Wyatt neutraal. Het leek hem beter om de man niet te
vragen of hij hem twintig jaar geleden die oplawaai ook voor de lol had verkocht.'
In plaats daarvan zei hij: 'Doet u mij maar hetzelfde dat u drinkt, Mr.
Van Dormer.'
'Noem me maar Luther,' verzocht Van Dormer. 'En u, Mr.... Varga. Zo
heette u toch?'
'Zeg maar Julian,' zei Julian. 'Een flesje mineraalwater graag.'
Watje, dacht Wyatt. Het werd hoog tijd dat hij eens een avondje met Julian
op kroegentocht ging. Dan kon hij hem dronken voeren en meeslepen
van de ene obscure tent naar de andere. Totdat ze een groepje kleerkasten
op de zenuwen begonnen te werken. Het liefst motorrijders. Een stuk of zes.
Die achter ze aan kwamen in een donker, doodlopend steegje. En dat liep
dan uit op een stevige knokpartij, waarbij ze met z'n tweeën op het nippertje
het vege lijf konden redden.
Wat was Julian toch een verschrikkelijke saaie Piet.
Terwijl hun gastheer en potentiële werkgever zich aan de drankjes wijdde,
nam Wyatt het kantoor eens goed in zich op en kreeg direct het gevoel
te zijn terechtgekomen op de set van Dallas of Dynasty.
Het vertrek stond bol van de luxe en comfort, en was in dezelfde stijl ingericht
als de rest van het huis - strak maar niet formeel, stijlvol maar niet
vrouwelijk, duur maar niet intimiderend. De tuindeuren - die dicht en ongetwijfeld
vergrendeld waren, hoewel het een prachtige avond was - boden
een panoramisch uitzicht op de ondergaande zon, de weelderige voortuin
en de oceaan in de verte.
Luther was inmiddels klaar met de drankjes en reikte de beide mannen
hun glazen aan, waarna hij zijn eigen glas van de bar pakte. 'Je zult je wel afvragen
waarom ik jullie hier vanavond heb laten komen.' Hij lachte opnieuw.
'God, dat klonk dramatisch, hè? Dat heb ik nou altijd al eens willen
zeggen.'
'Hebt u ons, eh, daarom laten komen?' vroeg Wyatt onschuldig.
Luthers glimlach verdween van zijn gezicht. 'Nee, ik heb je laten komen
omdat ik je wil inhuren. Jullie beiden,' verduidelijkte hij, Julian bij het gesprek
betrekkend. 'Ja, dat zei u ook al door de telefoon,' zei Wyatt. 'En hoewel ik het natuurlijk
zeer op prijs stel dat u ons dit weekend hebt uitgenodigd in zonnig
Californië, vind ik dat we het toch even moeten hebben over die klus die u
voor ons in petto hebt, Mr. Van Dormer.'
Nadenkend nam Luther nog een slok. 'O?' vroeg hij. 'Ik dacht dat ik duidelijk
genoeg was geweest aan de telefoon.'
Wyatt dacht goed na voor hij verder sprak. 'Eh, neem me niet kwalijk,
Mr....'
'Luther.'
'...Mr. Van Dormer, maar ik snap niet goed waarom u nu eigenlijk wilt
dat Julian en ik Eve ontvoeren.'
'O, nee,' zei Luther verschrikt. 'Nee, Wyatt, je hebt me verkeerd begrepen
aan de telefoon. Ik wil helemaal niet dat jij en Julian Evie ontvoeren.'
Verbaasd vroeg Wyatt: 'O nee? Maar...'
'Nee, natuurlijk niet. Zoiets doe je toch niet als vader? Waar zie je me voor
aan?'
'Nou...'
'Dacht je nou werkelijk dat ik twee mannen opdracht geef om een nietsvermoedende
vrouw te ontvoeren? Belachelijk.'
Oef, was Wyatt even opgelucht dat Luther zelf ook inzag dat het een onzinnig
plan was. Nu hoefde hij Luther tenminste niet aan zijn verstand te
brengen dat het krankzinnig was. Die zou misschien alleen maar gedacht
hebben dat Wyatt eigenlijk bedoelde dat hij krankzinnig was. En dan had
Luther inderdaad wel eens krankzinnig kunnen worden... van woede.
'Maar één van jullie beiden hoeft Evie te ontvoeren,' verduidelijkte Luther.
O. Hij was dus toch krankjorum.
'Wyatt,' vervolgde Luther. 'Evie kent jou. Het plan heeft een veel grotere
kans van slagen als jij haar ontvoert. Dan kan Julian Simone voor zijn rekening
nemen.'
'Wat?' riep Julian. Onnozel liet hij erop volgen: 'Maar ik ken haar helemaal
niet.'
'O, maak je geen zorgen,' antwoordde Luther. 'Waarschijnlijk is het niet
eens nodig om Simone ontvoeren. Ze is een stuk verstandiger dan Evie.
Simone was altijd het brave tweelingzusje, zie je. Zij deed altijd precies wat
er van haar verlangd werd. Maar Evie is altijd een lastpak geweest, sinds de
dood van haar moeder. De meisjes waren toen negen. Evie deed nooit wat
haar werd gevraagd. Ze wist best hoe het hoorde, maar deed altijd precies
het tegenovergestelde. Ze was zo'n wildebras. Maar dat hoef ik jou niet te
vertellen, hè Wyatt?'
Oké, daar zul je het hebben...
Zijn bedenkingen tegen de ontvoering moest hij maar even opzijzetten.
Hij kon beter eerst proberen een tweede rechtse directe af te wenden, voordat
hij misschien een gebroken kaak opliep: 'Mr. Van Dormer, die keer op
dat schoolfeest...'
Maar zijn gastheer gebaarde hem te zwijgen. 'Je hoeft me niets uit te leggen,'
zei Luther. 'Ik weet precies wat er die avond gebeurd is. De volgende
dag hoorde ik hoe het werkelijk zat.'
O, geweldig, dacht Wyatt. Het was alsof hij een stomp in zijn maag kreeg,
ook al hield Luther zijn handen thuis. 'Dus dan weet u...'
'Alles.'
Goeie god...
'Toen Eve die avond thuiskwam was ze te zeer van streek om alles goed op
een rijtje te zetten. Ze vertelde enkel stukjes en brokjes en ik heb daaruit de
verkeerde conclusie getrokken. De volgende dag ging het wat beter met haar
en heeft ze me uitgelegd wat er werkelijk was voorgevallen. En het spijt me,
Wyatt, van die... je weet wel...'
'Die dikke lip?'
'Ja.' Luthers blik dwaalde af naar een punt boven Wyatts rechterschouder,
en hij had tenminste het fatsoen om een schaapachtig gezicht te trekken.
'Hoe het ook zij, ik had niet zo overhaast uit mijn slof moeten schieten,' vervolgde
hij.
'Zit er maar niet over in,' zei Wyatt, inwendig huiverend om de woorden
van de ander, al kreeg hij geleidelijk aan zijn zelfvertrouwen terug. 'Het is al
zo lang geleden.'
'Het is nog helemaal niet zo lang geleden,' antwoordde Luther cryptisch.
'Natuurlijk had ik je eigenlijk twintig jaar geleden mijn verontschuldigingen
moeten aanbieden, Wyatt, maar ja... het lag toen allemaal nogal
moeilijk.'
'En, eh, daar kwam bij dat u een week later samen met Eve en Simone met
de noorderzon was vertrokken,' bracht Wyatt naar voren. 'Zonder een adres
achter te laten.'
Luther keek weer naar zijn glas. 'Ja, inderdaad, daardoor werd het ook wat
lastig om mijn spijt te betuigen.'
En zo weet ik nog wel een paar dingen, dacht Wyatt.
'Ho, stop even,' onderbrak Julian hen. 'Jullie zijn een heel andere weg ingeslagen
en ik ben het spoor nu totaal bijster.'
Dat kwam wel vaker voor als je je met de Van Dormers inliet, dacht
Wyatt.
Wyatt gaf Julian een korte uitleg, wetend dat Luther ook zijn steentje zou
bijdragen. 'Destijds deden er in de buurt nogal wat verhalen de ronde over
Mr. Van Dormer.'
'Luther,' verbeterde de ander hem nog maar eens.
'Over Mr. Van Dormer,' vervolgde Wyatt onverstoorbaar. 'Er werd gezegd
dat hij twijfelachtige deals had gesloten die helemaal verkeerd waren uitgepakt
en dat er daarom een paar ongure types achter hem aan zaten, die het
op hem gemunt hadden. Maar dat was waarschijnlijk allemaal kleinsteeds
geroddel.'
'Cincinnati is anders geen kleine stad,' merkte Julian op.
'Nee, maar Woodhaven wel,' antwoordde Wyatt.
Dit werd niet tegengesproken. Ook al had het een eigen centrum en een
behoorlijke omvang, toch had Woodhaven een zeer dorps karakter en wist
iedereen alles van elkaar. Zo was het twintig jaar geleden geweest en ook al
woonde Wyatt inmiddels al jaren in Cincinnati, hij was ervan overtuigd dat
er in zijn oude buurt niets was veranderd.
Vreemd genoeg werd ook zijn opmerking over die twijfelachtige deals
door niemand tegengesproken. Zelfs niet door Luther.
'Het berustte op een misverstand,' was het enige dat hij zei.
Voor het eerst vroeg Wyatt zich af wat er in vredesnaam twintig jaar geleden
kon zijn gebeurd dat Luther zijn huis en zijn stad - waar zijn familie
generaties lang had gewoond - de rug toekeerde, zijn schoolgaande dochters
wegrukte uit hun vertrouwde omgeving en meer dan een half continent
doorkruiste om uiteindelijk zijn intrek te nemen in een fort, bevolkt door
gewapende wachten, kwaadaardige honden en vlammenwerpende huishoudsters.
Dat moest dus wel een vreselijk misverstand zijn geweest.
Voordat Wyatt de man om uitleg kon vragen, zei Luther haastig: 'Maar
laten we terugkomen op de ontvoering van Evie.'
Ja, dolgraag, dacht Wyatt. Hij keek een ogenblik peinzend naar Luther en
zei toen: 'Weet u, Mr. Van Dormer...'
'Luther.'
'Mr. van Dormer,' zei Wyatt. 'Dat ontvoeringsplan van u, ik moet zeggen
dat ik er geen snars van begrijp, en ik denk dat ik ook namens Julian
spreek.'
Julian knikte: 'Inderdaad.'
Luther slaakte een diepe zucht. 'Dat is een lang verhaal,' zei hij.
'En wij hebben drieduizend kilometer gevlogen om het te horen,' bracht
Wyatt in herinnering.
Luther knikte vermoeid. 'Mijn dochters willen volgende week naar Cincinnati,
naar de reünie van dat schoolfeest van twintig jaar geleden,' begon
hij. Na deze aankondiging keek hij wat onzeker naar Wyatt, omdat hij in de
gaten kreeg dat Wyatt hogelijk verbaasd was. 'Wat?' vroeg Luther. 'Wist je
dat niet van die reünie? Heb jij dan geen uitnodiging ontvangen? Evie en
Simone hebben hem al maanden geleden gekregen.'
'Natuurlijk heb ik een uitnodiging gehad.' loog Wyatt.
Dat hij niets van die reünie afwist, kwam natuurlijk omdat hij vier, vijf
jaar geleden voor het laatst iemand van zijn school had gesproken, en dan
nog alleen in het voorbijgaan
Bovendien wist niemand zijn nieuwe adres. Daar kwam bij dat hij de afgelopen
jaren vaak was verhuisd. En hij had een geheim privé-nummer - al
stond het nummer van de zaak op drie verschillende plaatsen in het telefoonboek
van Cincinnati. Hij was nu eenmaal moeilijk te vinden tegenwoordig,
dat was het hele eiereten.
Daardoor kwam het dat niemand hem iets over die reünie had verteld.
Niet omdat ze hem allemaal nog steeds met de nek aankeken vanwege dat
fiasco op het schoolfeest.
Ja, dat was het. Omdat hij een mysterieus persoon was. En daar was hij
kennelijk erg bedreven in, als niemand van zijn oude klasgenoten hem had
weten te traceren om hem een uitnodiging te sturen voor die reünie van
hun schoolfeest. Want tien jaar geleden was hij wel op de reünie geweest, zij
het maar even, maar lang genoeg om te zien of Eve Van Dormer er ook was
- en bijna niemand had het over die toestand op dat feest gehad. Maar dat
kwam waarschijnlijk - bedacht hij nu - omdat bijna niemand met hem had
gesproken op die reünie, tien jaar geleden. Het was zelfs zo geweest dat telkens
als hij iemand tegenkwam, ze bijna allemaal meteen de andere kant uit
keken - en liepen.
Kortom, hmmm.
Daarbij kwam, bedacht hij, dat hij tien jaar geleden ook geen uitnodiging
had gekregen voor de reünie. Hij was er toevallig achter gekomen dat hij
gehouden werd en was toen maar uit zichzelf langsgekomen, ondanks protesten
van Mitzi Halloran, de secretaresse van de laatstejaars, die als een uitsmijter
van een exclusieve nachtclub de deur had bewaakt en er niet over
peinsde om hem zonder uitnodiging binnen te laten.
Maar in die tijd was hij ook al een mysterieus persoon, herinnerde Wyatt
zich. En dat soort mensen wordt nu eenmaal zelden of nooit uitgenodigd
voor een klassenreünie. Vooral omdat ze zo... mysterieus zijn.
'Maar Eve en Simone zijn tien jaar geleden ook niet naar de reünie geweest,'
merkte Wyatt op. 'Waarom gaan ze nu dan wel?'
'Simone ging tien jaar geleden niet, omdat ze het niet kon combineren
met haar werk - haar werk is heel belangrijk voor haar. Evie is niet geweest
omdat het niet mocht van die vreselijke man van haar.'
Nou dat was een interessante mededeling. Twee aspecten van Luthers antwoord
trokken Wyatts aandacht, namelijk 'die vreselijke man van haar' en
'niet mocht'. Vreemd genoeg maakte het laatste de meeste indruk op hem.
Dat kwam omdat hij het woorden 'niet mogen' nog nooit had gehoord in
samenhang met Eve Van Dormer. Eve liet zich niets verbieden. Eve deed wat
ze wilde, zei wat ze wilde, hield er haar eigen ideeën op na en ventileerde
haar eigen mening. Ze vroeg - of wenste - nooit iemands toestemming
voor wat dan ook. Toch was die 'vreselijke man van haar' er op de een of andere
manier in geslaagd haar iets te verbieden wat ze klaarblijkelijk graag
had willen doen.
Die man van haar. Wyatt stond opnieuw perplex. Mocht niet. Beide begrippen
deden zijn maag omdraaien.
'Is Eve getrouwd?' vroeg hij, en merkte zelf hoe verslagen hij klonk.
'Gescheiden,' verbeterde Luther Wyatt en zichzelf snel.
En plotseling begon de aarde weer om zijn as te draaien. Langzaam begon
Wyatts hart weer te kloppen. Zijn ademhaling kwam geleidelijk aan weer op
gang. De kamer stopte met rondtollen, de werkelijkheid keerde terug, en
Wyatt was - bijna - weer de oude.
'Ze zijn nog maar een paar maanden officieel uit elkaar,' legde Luther uit,
'maar toen hadden ze al een heel lange, heel nare scheidingsprocedure achter
de rug. Evie woont nu al drie maanden hier in huis. Simone heeft haar
overgehaald hierheen te komen, mij lukte het niet. Alledrie zijn we als de
dood dat haar man naar haar op zoek gaat. We zien hem er zeker toe in
staat.
Opnieuw keerde Wyatts maag zich om.
'Denkt u dat hij haar iets aandoet?' vroeg hij.
Luther aarzelde voor hij antwoord gaf. 'Ik weet het niet,' zei hij ten slotte
met schorre stem. 'Eerlijk gezegd maak ik me er meer zorgen over dat hij zal
proberen haar over te halen om weer bij hem terug te komen.'
'En doet ze dat?'
'Ik hoop het niet,' zei Luther met een verbeten trek op zijn gezicht.
Het misselijke gevoel in Wyatts maag werd erger en hij vroeg zich af wat
dit allemaal te maken had met die ontvoering van Eve.
'Maar goed,' sprak Luther haastig verder. 'Vanwege dat, eh, misverstand in
Woodhaven, twintig jaar geleden, komen Evie en Simone straks in Cincinnati
terug in een omgeving waarin...'
Luther stopte abrupt, net nu het interessant werd.
'Een omgeving waarin...?' moedigde Wyatt hem voorzichtig aan, in de
hoop dat hij eindelijk te weten zou komen waarom de Van Dormers twintig
jaar geleden in het geniep waren vertrokken.
Luther leek te beseffen dat hij op het punt stond enkele concrete achtergronden
te onthullen van een vage roddel, want hij liet peinzend een stilte
vallen, voordat hij verderging. 'Een omgeving waarin... waarin het nog altijd
niet kan worden uitgesloten dat de Van Dormers kwaad wordt berokkend,'
maakte hij uiteindelijk zijn zin af.
'Wat voor soort kwaad?' vroeg Wyatt.
Weer aarzelde Luther. 'Laten we het erop houden dat mij kort voordat ik
met Evie en Simone uit Cincinnati vertrok, een paar... onfrisse voorstellen
zijn gedaan die de veiligheid van mijn dochters in gevaar konden brengen.
Ik vrees dat die onfrisse voorstellen wel eens de onfrisse werkelijkheid kunnen
worden als mijn dochters teruggaan naar Ohio.'
'Maar dat was twintig jaar geleden,' zei Wyatt. 'Hoe kunt u er zo zeker van
zijn dat die bedreigingen nog altijd van kracht zijn? Tot nu toe heeft nog
nooit iemand iets geprobeerd, dus het lijkt me onwaarschijnlijk dat er wat
gebeurt.'
'Een bedreiging verjaart nooit,' antwoordde Luther.
'Aan wat voor bedreiging moet ik denken?' vroeg Wyatt.
Weer zocht Luther naar een antwoord, duidelijk niet op zijn gemak. Er
waren wat... problemen,' begon hij, 'vanwege een zakelijke deal die ik had
gesloten. Ik ga niet verder op de details in,' liet hij er haastig op volgen. 'Het
volstaat om te zeggen dat er iemand bij betrokken was met wie ik beter niet
in zee had kunnen gaan. En toen de deal verkeerd afliep, beweerde deze andere
persoon, een zeer machtige, meedogenloze kerel, dat ik hem opzettelijk
had opgelicht voor een groot bedrag.
'Hoe groot?' vroeg Wyatt.
'Zeer groot,' antwoordde Luther.
'Wat bedoelt u precies met "zeer"?'
'Behoorlijk.'
'Wat bedoelt u precies met "behoorlijk"?'
'Flink.'
'Wat bedoelt u precies met "flink"?'
'Een gigantische som.'
'Wat...?'
'Er is natuurlijk niets van waar,' viel Luther hem in de rede, om een einde
te maken aan wat het dan ook was waar ze mee bezig waren. 'Als je zaken
doet, kunnen er dingen misgaan,' legde hij uit, 'en dat kan allerlei redenen
hebben. Maar deze persoon was ervan overtuigd dat hij door mijn schuld
een aanzienlijk verlies had geleden.'
'Kunt u uitleggen wat u precies bedoelt met "aanzienlijk"?' deed Wyatt
opnieuw een poging.
'Nee,' antwoordde Luther dit keer botweg.
'Kunt me dan zeggen wie die persoon is?' vroeg Wyatt.
'Dat doet niet terzake,' antwoordde Luther. 'De persoon in kwestie is drie
jaar geleden gestorven.'
'Wat is dan het probleem?'
'Het probleem is dat z'n dochter na zijn dood het bedrijf heeft overgenomen
en ze liet er geen twijfel over bestaan dat ze van plan is om... oude rekeningen
te vereffenen.'
'Ik kan u niet helemaal volgen, Mr. Van Dormer,' zei Wyatt.
'Luther, alsjeblieft,' verbeterde de oudere man hem.
Maar in plaats dat hij hem eindelijk zijn zin gaf door hem bij zijn voornaam
te noemen, vroeg Wyatt: 'Hoe heet degene die uw gezin bedreigt?'
Luther keek hem achterdochtig aan, alsof hij zich afvroeg of het wel zo
verstandig was om zelfs maar de naam van die persoon te verraden. Ten
slotte zei hij: 'Twintig jaar geleden was het Dennis Portman.'
Wyatt schudde zijn hoofd. 'Die naam zegt me niets.'
'Hij trad niet op de voorgrond.'
'En nu leidt zijn dochter zijn bedrijf?'
Luther knikte. 'Drie jaar geleden belde Alice Portman me op "om herinneringen
op te halen aan vroeger" en me erop te wijzen dat ik nog een
schuld had uitstaan bij de familie Portman. Ze zei dat haar vader bereid was
geweest hier geen werk van te maken, zolang mijn kinderen en ik ons niet
in Ohio vertoonden, en dat zij het graag zo wilde houden mits we wegbleven.
Maar mocht een van ons terugkomen, dan wilde ze maar al te graag
alsnog het plan uitvoeren dat haar vader oorspronkelijk voor mijn dochters
in gedachten had.'
'En wat hield dat plan in?' vroeg Wyatt. 'Worden ze ontvoerd of vermoord?
'Wat moet ik me erbij voorstellen?'
Luther keek nadenkend naar zijn glas. 'Twintig jaar geleden vertrok ik
met de meisjes uit Cincinnati, omdat hij had gedreigd ze bij me weg te
halen. Ik moet er niet aan denken wat hij met ze gedaan had, als hij ze daadwerkelijk
had meegenomen. De man was al knettergek voordat die deal
misliep. En daarna...' Luther schudde langzaam zijn hoofd, alsof hij nog
steeds niet kon geloven dat iemand in staat was zulke dreigementen te
uiten.
'Na mijn vertrek is het me gelukt om hem een paar jaar te ontlopen,' ging
hij verder, 'maar uiteindelijk kwam hij erachter dat we ons hier in Santa
Barbara hadden gevestigd. Ik heb hem een deel van het geld betaald dat ik
hem volgens zijn zeggen schuldig was, en hij was bereid om een status-quo
te handhaven, zolang we ons niet in Ohio lieten zien. Maar hij gaf me duidelijk
te kennen dat als ik of de meisjes terugkeerden in Cincinnati, hij...'
Luther slikte en zweeg. 'Na zijn dood, heeft zij de zaak op scherp gezet. Als
een van ons drieën het waagt om terug te gaan, lopen we gevaar.'
'Het spijt me, maar het is me nog steeds niet helemaal duidelijk,' zei Julian.
Het was dat zijn vriend en partner zijn mond opendeed, anders was
Wyatt finaal vergeten dat hij er ook was. Eigenaardig toch hoe een gesprek
over een andere tijd en plaats je in gedachten weer helemaal kon terugvoeren
naar die bewuste plek. Door de tuindeuren zag Wyatt dat de oceaan inmiddels
een donkerblauwe kleur had gekregen nu de zon bijna onder was.
Hij kon nauwelijks geloven dat hij zich duizenden kilometers van huis bevond.
Even was hij weer achttien geweest, terug in Cincinnati en bezorgd
om Eve Van Dormer. Want er kwam ooit een dag dat ze te ver ging, en zichzelf
in de nesten werkte en dan was hij niet in de buurt om haar te hulp te
schieten. En wat moest ze dan?
Het mocht niet van die vreselijke man van haar.
Het leek er veel van weg dat Eve zichzelf inmiddels dubbel en dwars in de
nesten had gewerkt.
'Mr. Van Dormer,' zei Wyatt, en hij liet zich ongevraagd in een stoel vallen.
'Ik begrijp het ook nog steeds niet helemaal. Misschien is het beter dat
u bij het begin begint en precies vertelt wat u van ons verwacht.'