HOOFDSTUK 4
Cesare stak het licht aan toen ze Shelagh’s kamer binnengingen. Buiten zat een jongeman op een gitaar te tokkelen en met zijn heldere tenor zong hij er een Italiaans liefdesliedje bij. Amore Mia klonk zachtjes door de kamer. Cesare mompelde binnensmond een vloek en liep naar het raam om dat te sluiten. Shelagh ging in dezelfde stoel zitten waarin ze al eerder gezeten had. Ze was alle gevoel voor de werkelijkheid kwijt geraakt en het was of ze in een droomwereld leefde. De spiegels aan de wanden herhaalden een eindeloze reeks donkere mannen en roodharige meisjes. Ze zou wel spoedig wakker worden en ontdekken dat ze geslapen had en dat geen van die bizarre dingen werkelijk gebeurd was.
Cesare kwam tegenover haar staan en keek haar aan met een uitdrukking op het gezicht die ze als teder beschreven zou hebben. Maar dat woord klonk idioot met betrekking tot hem.
‘Ik vrees dat ik je een akelige schok zal moeten gaan bezorgen,’ zei hij zachtjes. ‘Ik wilde dat ik het je besparen kon, maar er is slechts één ding waarmee ik je helpen kan, en misschien staat die oplossing je helemaal niet aan.’
‘Zegt u het me alstublieft regelrecht,’ smeekte ze hem. ‘Probeert u me soms te vertellen dat Cam me in de steek gelaten heeft?’
Een diskreet knikje van het hoofd was zijn antwoord. Er werd op de deur geklopt en de kelner kwam binnen met de koffie en de cognac. Zwijgend wachtten ze tot hij het op een klein tafeltje bij Shelagh had neergezet. Cesare gaf hem een fooi en met een brede grijns wenste de man hen ‘Buona notte.’ Hij denkt dat we samen naar bed gaan, dacht Shelagh, en huiverde bij die gedachte.
De kelner sloot geluidloos de deur achter zich en zonder een woord te zeggen, begon Cesare koffie in te schenken.
‘Dat wilde u me dus vertellen,’ zei Shelagh ongeduldig.
Heel even keek hij haar strak aan.
‘Hij is weggelopen,’ zei hij.
Shelagh bevochtigde haar lippen met het puntje van haar tong. Al vanaf het moment dat ze hem op de luchthaven ontmoet had, was ze zich bewust geweest van de gespannen atmosfeer. Ze kon maar niet geloven dat Camillo haar vrijwillig in de steek gelaten zou hebben. Hij moest er toe gedwongen zij door deze dominerende aristocraat, die haar ongeschikt achtte om zijn vrouw te worden. Vanaf het moment dat hij haar ontmoet had, had hij met haar gespeeld als een kat met een muis, en daarna had hij de definitieve klap uitgedeeld. Ze had steeds vermoed dat Cesare heimelijk tegen dat huwelijk was geweest.
Haar groene ogen spuwden vuur toen ze hem beschuldigde.
‘U wilt zeggen dat u hem hebt weggejaagd.’
‘Dio mio,’ ontplofte Cesare. ‘Ben je niet goed wijs? Ik heb alles in het werk gesteld om hem in bedwang te houden, maar hij was bang. Hij heeft me bekend dat een huwelijk en alle verantwoording meer waren dat hij op zijn schouders kon nemen. Ik had hem zijn nek kunnen omdraaien.’
‘Ik geloof er niets van,’ zei Shelagh effen. ‘Vlak voor ik wegging, heb ik een brief van hem ontvangen waarin hij me vertelde dat u me zou komen afhalen omdat het niet netjes was als hij dat zou doen. Er was geen enkel teken dat erop wees dat hij er niet zou zijn. Dat was gisteren, signore, en het bewijst dat u onzin staat te vertellen als u zegt dat hij gevlucht is. Camillo zou me nooit uit vrije wil in de steek laten. U heeft hem weg gestuurd.’ Haar stem sloeg over van woede. Ze was opgesprongen en keek Cesare over het koffïetafeltje aan. ‘U heeft nooit gewild dat hij met mij zou trouwen, is het niet. Een arm, naamloos meisje. Het zou echter heel wat eerlijker geweest zijn als u dat regelrecht gezegd had. Maar u hoopte dat hij genoeg van me zou krijgen en dat onze liefde een natuurlijke dood zou sterven. Dat zou u heel wat moeilijkheden bespaard hebben. Maar dat is niet gebeurd... en wat heeft u nu met hem gedaan? Hem ontvoerd?’
Ze zag er schitterend uit. Haar ogen spuwden vuur en haar haar hing als een koperen wolk op haar blanke schouders. Haar lichaam stond gespannen als een boog. Cesare’s grijze ogen vlamden eveneens, maar hij antwoordde rustig.
‘Kalmeer een beetje, kleine straaljager. Je praat onzin...’
‘Is dat zo?’ Met gebalde vuisten liep ze om het tafeltje heen naar hem toe. ‘Ik ben ervan overtuigd dat u tot alles in staat bent om uw zin te krijgen. Wat heeft u met Cam gedaan? Ik vraag het u, ik moet het weten.’ Met trillend lichaam schudde ze aan de revers van zijn smokingjasje. Haar groene ogen stonden hol in haar bleke gezichtje. ‘Vertel het me, onmenselijke bruut, vertel het me.’
Hij greep haar polsen in een stalen greep en hield haar van zich af. ‘Basta, piccolina, je wordt hysterisch.’
‘Is dat zo verbazingwekkend?’ riep ze wanhopig uit. ‘Hoe heeft u ons zo iets kunnen aandoen?’
Met harde hand duwde hij haar terug in haar stoel.
‘Ga zitten, en luister naar me.’
‘Dat wil ik niet... ik kan niet...’
Haar verwarde gevoelens en haar vermoeidheid kregen de overhand, en ze barstte in een wild snikken uit, ‘Het zal moeten,’ zei Cesare. Met opzet gaf hij haar een stevige klap in het gezicht. Die klap deed haar tot zichzelf komen. Langzaam herkreeg ze haar zelfbeheersing en het snikken begon af te nemen. Nadat ze de ogen met een zakdoekje had gedroogd, sprak ze op bittere toon:
‘Zijn dat de manieren van een heer?’
‘Het is mijn manier om een overspannen vrouw tot rede te brengen. Wreed misschien, maar wel doeltreffend. Drink nu eerst die koffie eens op, misschien wil je daarna naar me luisteren.’
Shelagh keek hem opstandig aan, maar ze nam toch een slokje uit het kopje dat hij haar voorhield. Hij had er een flinke scheut cognac in gedaan en dat maakte dat het bloed in haar aderen begon te bruisen. Ze was volkomen hulpeloos en aan Cesares genade overgeleverd nu Camillo zich had terug getrokken.
Cesare zei: ‘Ik zou niet tegen je durven liegen, Shelagh, dat verzeker ik je. Ik ben helemaal niet van plan geweest om te proberen jullie van elkaar te scheiden. Afkomst en een bruidsschat wegen niet op tegen loyaliteit en eerlijkheid. Met mijn grote ervaring met vrouwen denk ik wel dat ik jouw karakter goed geschat heb. Jij bent het soort meisje dat ik voor mijn zoon gewenst heb. Camillo heeft echter bewezen dat hij je niet waard is. Houd dus die scherpe tong van je in bedwang, ik verdien die verwijten niet.’
Hij sprak zo ernstig en overtuigend dat Shelagh er overtuigd van begon te raken dat haar beschuldigingen ongegrond waren. Hij had haar de waarheid verteld en had niets te maken met Camillo’s verdwijning. Sprakeloos staarde ze naar zijn ernstige gezicht; ze las de wanhoop in zijn blik. Ze was in de steek gelaten, en hij had medelijden met haar. Hij had haar eens verteld dat zij niet het eerste meisje was op wie zijn zoon verliefd was geworden. Ze slaakte een diepe zucht en wendde het hoofd af. Alle moed verzamelend, zei ze zachtjes:
‘Ik vraag excuus. Ik had dat niet mogen zeggen. U heeft erg veel geduld met me gehad. Ik heb de verkeerde man beschuldigd.’
‘Inderdaad,’ antwoordde hij. ‘Een onmenselijke bruut.’ Hij schudde het hoofd. ‘Je neemt geen blad voor je mond, jongedame.’
‘Het... het spijt me.’
‘Va bene. Geloof me, ik wil je vriend zijn.’
‘Ik zie niet in hoe u dat, onder de gegeven omstandigheden, kunt zijn,’ merkte Shelagh op. Ze nam nog een slokje van haar koffie en keek hem daarna wat zelfbewuster aan. ‘Het is allemaal een afschuwelijke vergissing geweest, nietwaar?’ ging ze bedroefd verder. ‘We... we waren niet geschikt voor elkaar, en ik had hem nooit zo serieus moeten nemen.’
‘Je had alle reden om hem serieus te nemen,’ onderbrak Cesare haar. ‘Die jonge deugniet was vast van plan met je te trouwen tot hij zich begon te realiseren dat hij dan aan banden gelegd zou worden.’ Hij begon door de kamer te ijsberen en de spiegelbeelden volgden hem in een onafzienbare rij mannen in zwart en wit gekleed.
‘De ellende die ik met die jongen heb gehad,’ riep hij tenslotte uit. ‘Gokken, vrouwen, schulden... maar ik heb het allemaal aan zijn jeugdige overmoed toegeschreven. De jeugdige Barsinis zijn allemaal een beetje wild, maar als ze eenmaal volwassen zijn, zijn het goede burgers. Ik vrees dat Camillo zijn onverantwoordelijke temperament van zijn moeder heeft geërfd. Ik hoopte dat zijn gevoelens voor jou oprecht zouden zijn en dat hij onder jouw leiding wat kalmer zou worden. Dit huwelijk had goed voor hem kunnen zijn. Ik wilde hem alle kansen geven.’ Verdrietig glimlachend keek hij Shelagh aan. ‘Weet je, ik had ook illusies, maar ik had kunnen weten dat het hopeloos was en had je moeten waarschuwen dat hij niet betrouwbaar was.’
‘Ik zou toch niet geluisterd hebben,’ antwoordde Shelagh. ‘Voor mij was hij een soort van jonge prins en ik was volkomen verblind.’ Er kwam een diepe droeve uitdrukking op haar gezicht. ‘Ik had nog nooit zo iemand ontmoet, en het kwam me als een wonder voor dat hij verliefd op me werd. Maar het was geen echte liefde, nietwaar?’ Cesare haalde de schouders op. ‘Ik zou het een heel andere naam kunnen geven.’ Zijn blik gleed over het tere meisjesfiguurtje. ‘Je bent een begeerlijke vrouw, mia cara.’
‘Oh, nee.’ Shelagh kromp ineen onder zijn onderzoekende blik. ‘Ik ben slechts een ongelooflijke dwaas. Maar wanneer is Cam weggegaan? Had u me niet kunnen beletten hierheen te komen?’
‘Hoe?’ vroeg Cesare sarcastisch. ‘Door je een telegram te sturen waarin stond: ‘Bruidegom met Noorderzon vertrokken? Dat zou toch afschuwelijk wreed geweest zijn. Alhoewel ik wel wist dat hij twijfelde, dacht ik dat ik hem overgehaald had om te blijven. Gisteravond ontving ik echter een briefje van hem waarin hij me vertelde dat hij Venetië verlaten had, en dat hij niet zou terugkomen. Heeft hij jou niet geschreven?’
‘Ja, dat heb ik toch gezegd, maar daarin legde hij alleen uit waarom hij me niet zelf kon afhalen.’
‘Madonna mia, wat een laf zwijn,’ riep Cesare woedend uit. ‘Hij heeft zelfs de moed niet gehad om je zelf de waarheid te vertellen.’ Het was duidelijk dat het hem moeite kostte zijn boosheid te beheersen, en hij ging verder: ‘Ik besloot dat het beter was je hier te laten komen, zodat ik je zelf de miserabele situatie kon uitleggen, en om het voor je te verzachten.’
‘Een lieve gedachte,’ merkte Shelagh op, ‘maar u kunt niets doen.’ ‘Je bent in de steek gelaten, en beledigd.’
Ze kreunde. ‘Blijf er toch alstublieft niet zo op hameren. Alles wat u nu voor me kunt doen, is me naar huis terugsturen. Oh...’ Ze sloeg een hand voor de mond. Ze had geen huis meer, en geen baan om naar terug te gaan. Ze had haar baan opgegeven en er zou een ander meisje bij Gillian komen wonen. In het klooster zou ze altijd welkom zijn, maar ze voelde niet voor medelijdende blikken van de nonnen.
Het was of Cesare haar gedachten geraden had, want hij zei: ‘Je hebt geen onderdak meer, is het niet? Evenmin heb je familieleden die je kunnen steunen en troosten bij je verdriet. Dat maakt Camillo’s gedrag des te meer laakbaar. Ik kan je in ieder geval een toevluchtsoord bieden. Het Isola di Santa Lucia is een goede plaats om een gebroken hart te laten genezen.’
‘Dat is erg aardig van u.’ Ze herinnerde zich dat Cesare twee vrouwen verloren had. Om de eerste had hij kennelijk niet al teveel getreurd, maar hij had het nog nooit over Rita’s moeder gehad. Misschien was dat slechts een korte idylle geweest en treurde hij om haar op die afgelegen plaats. Maar ze voelde er niets voor om zich daar terug te trekken. Italië was te vol van herinneringen aan haar verloren liefde.
‘Ik ga liever naar Engeland terug,’ besloot ze. Een plotselinge opkomende gedachte deed haar opleven. ‘Signore, is het mogelijk dat Camillo terugkomt op zijn besluit en ... en bij me terugkomt?’
De boosheid laaide weer op in de grijze ogen. ‘Ik zou hem nooit meer terug willen hebben, en als je nog een sprankje trots over hebt, jij ook niet.’
Ze boog het hoofd. ‘Liefde is sterker dan trots.’
‘Het is te laat. Ik heb hem onterfd.’
Geschrokken keek Shelagh hem aan.
‘Is dat niet een beetje drastisch?’ stamelde ze. ‘Uw eigen zoon?’
Hij aarzelde. ‘Je kunt het maar beter allemaal weten,’ zei hij tenslotte. ‘Dan koester je tenminste geen valse hoop meer. Hij is naar Amerika vertrokken, en niet alleen.’
Dat was nog net nodig om haar vernedering kompleet te maken.
‘Een meisje?’ vroeg ze toonloos.
‘Zeg maar liever vrouw, een rijke Amerikaanse. Ze bracht de winter in Italië door en hij verwaarloosde zijn werk om bij haar te kunnen zijn. Dat begon nadat hij terug was van dat bezoek aan jou in Londen. Ik waarschuwde hem dat ik dat gedrag niet zou toestaan omdat hij met jou verloofd was. Hij besloot met haar te zullen breken, maar heeft dat niet gedaan. Toen ontdekte ik dat hij geld van haar aannam. Dio mio, die zoon van me, liet zich door een vrouw onderhouden.’
‘Ik moet morgen terug gaan,’ zei ze desolaat. Met afschuw dacht ze aan de ontmoeting met Gillian en haar andere vrienden.
‘Dat zou niet erg prettig voor je zijn.’
Ze lachte geforceerd. ‘Voor het altaar een blauwtje gelopen, zo gezegd. Nee, prettig zal het niet zijn, maar ik overleef het wel.’
Ze probeerde dapper om op de been te blijven, maar ze zag er verloren en kwetsbaar uit.
‘Het is allemaal niet nodig om een blauwtje te lopen,’ zei Cesare. Verbaasd keek ze hem aan. ‘Wilt u zeggen dat u me voor de gek gehouden hebt? Dat Camillo terugkomt?’
Cesare’s strenge gezicht lichtte op, en heel zachtjes zei hij:
‘Nee, piccolina, hij zal nooit terugkomen, maar ik wil niet dat je naar je vrienden terug gaat met je gekwetste trots. Als je erin zou kunnen toestemmen om mij in de plaats van mijn zoon te aanvaarden, dan zal er toch een bruiloft zijn.’
De schok van Camillo’s vertrek moest haar volledig verdoofd hebben. Cesare kon nooit zo’n voorstel gedaan hebben. Verdoofd staarde ze naar zijn donkere gezicht. Camillo! Ze moest aanvaarden dat ze hem nooit terug zou zien. Toen drong het tot haar door dat Cesare nog steeds aan het woord was.
‘Rita heeft een moeder nodig en ze mag je graag. Ik weet dat ik je, in vergelijking met mijn zoon, oud moet voorkomen, maar ik kan je in ieder geval een dak boven je hoofd en bescherming bieden. Bovendien hoef je niet terug te gaan als de verlaten bruid. Je zult de geëerde meesteres van het Isola worden. Zou dat geen kompensatie voor je verlies kunnen zijn?’
‘U kunt het niet echt menen,’ bracht ze met moeite uit. Toen voegde ze er kinderlijk aan toe: ‘We houden niet van elkaar.’
Zijn gezicht werd hard als marmer. ‘Ik dacht dat je net geleerd had hoe onbetrouwbaar zogenaamde liefde kan zijn.’
Ze kreunde. ‘Dat heb ik ook, maar oh, signore...’
‘Cesare,’ onderbrak hij haar, ‘zo moet je me in het vervolg noemen.’ ‘Dat kan ik niet... ik bedoel, het is aanmatigend. U bent een echte gentleman.’
‘Dat was mijn zoon niet.’ Arrogant hief hij het hoofd. ‘De eer van mijn geslacht eist dat ik je volledig schadeloos stel.’
Shelagh wreef over het voorhoofd. Ze moest dromen. Zijn voorstel was eenvoudig fantastisch. Tegenwoordig gaf toch niemand meer iets om familie-eer. Het was niet voldoende reden voor een liefdeloos huwelijk met een man die oud genoeg was om haar vader te kunnen zijn. Toch was zijn aanbod, als hij het tenminste echt meende, geweldig aantrekkelijk. Het zou haar behoeden voor een terugkeer naar Londen. Zelfs Gillian was heimelijk jaloers geweest op haar romance en zou er misschien niet eens rouwig om zijn dat het zo tragisch tot een einde was gekomen. Ze verbrak de lange stilte door te zeggen:
‘Als u alleen aan Rita denkt, zou ik dan niet haar gouvernante kunnen worden, of zoiets? Ik , ik verlang er nauwelijks naar om uw... uw vrouw te worden.’
‘Rita heeft al een geschikte gouvernante,’ antwoordde hij. Hij zag hoe wisselende emoties door haar heen gingen. Dat ze niet onmiddelijk op zijn voorstel was ingegaan, was in haar voordeel. Het bewees dat ze niet onderdanig was.
‘Ik heb gezegd dat ze een moeder nodig heeft, een vrouw die permanent in haar leven zal zijn. Ik wil niet dat ze dezelfde weg opgaat als haar broer. Ik heb ook een gastvrouw nodig als ik bezoek ontvang, dat doe ik in Genua heel dikwijls...’ Shelagh slaakte een ongeartikuleerde kreet en hij zweeg even. ‘Denk je dat je daar niet geschikt voor zult zijn?’
‘Dat ben ik beslist niet.’
‘Je bent nog jong genoeg om het te leren. Je kunt alles leren waar ik je voor nodig zal hebben.’ Erg prettig vond Shelagh die opmerking niet. Ze dacht dat Cesare wel een strenge leermeester zou zijn, en wat als ze niet aan zijn eisen zou voldoen?
‘Je bent helemaal niet dom,’ ging hij verder, ‘en je bent erg mooi. Je zou er geweldig uitzien aan het hoofd van mijn eettafel.’
Ze bloosde onder zijn goedkeurende blik, en zei toen wrang:
‘Hou je van rood haar?’
‘Het heeft een glorieuse kleur. Je zult eruit zien als een Venetiaanse hertogin, mits je natuurlijk passend gekleed bent.’ Overredend ging hij verder: ‘Je zult natuurlijk alle luxe hebben. Je weet dat ik geen arme man ben, en ik zal geld voor je vastzetten zodat je, wat er ook mocht gebeuren, van een goed inkomen verzekert bent. Is het de overweging niet waard?’
‘Je bent heel edelmoedig, maar... maar...’ Onrustig keek ze de prachtige kamer rond. Het was zijn natuurlijke omgeving, maar de hare niet. Toen ze Cesare’s belangstellende blik ontmoette, bloosde ze.
Nerveus streek ze haar rok glad over haar knieën, en haar hart begon wild te kloppen.
‘Signore, u overrompelt me,’ mompelde ze. Toen hief ze het hoofd en keek hem met verschrikte ogen aan. ‘Ik geloof niet... dat ik alle taken van uw vrouw... zal kunnen vervullen.’
Ze vroeg zich af of hij haar begrepen zou hebben. Kennelijk was dat wel het geval want er kwam een glimlach om zijn mond toen hij antwoordde:
‘Piccolina, dat zal ik niet van je vragen. Ik heb je toch gezegd dat alles wat ik van je vraag, is om een moeder voor mijn dochter te zijn, en een gastvrouw aan mijn tafel.’
Alhoewel zijn woorden niet erg vleiend voor haar vrouw-zijn waren, waren ze wel geruststellend. Ondanks al zijn galante opmerkingen, verlangde hij haar niet voor zichzelf. Hij zou haar slechts als een soort verzorgster voor Rita beschouwen. Er moest toch al een vrouw in zijn leven zijn, en als dat zo was, wat kon hij dan winnen bij een huwelijk dat alleen in naam gesloten werd? Hij had haar niet nodig om aan zijn lichamelijke behoefte te voldoen. Ze vond het een vreemde geschiedenis, maar ze kon hem er moeilijk naar vragen.
‘Ik hou al van Rita,’ vertelde ze hem, en ineens drong het tot haar door dat het kind een grote troost voor haar zou kunnen betekenen. Om een mogelijk misverstand weg te nemen, voegde ze eraan toe:
‘Maar ik zal nooit van een andere man kunnen houden.’
‘Camillo is die trouw niet waard,’ stelde Cesare vast.
Ze werd zich ervan bewust dat Cesare haar aandachtig zat op te nemen, en kreeg een kleur. Ze was er dankbaar voor dat hij haar gedachten niet kon lezen. Vriendelijk merkte hij op:
‘Het zou het beste zijn als je er eens een nachtje over sliep. Je moet wel uitgeput zijn na zoveel emoties. Morgen zal ik je uitleggen hoe Rita het opgenomen heeft. Ik weet niet hoe ze zal reageren op de vlucht van haar broer en op het uitstellen van het huwelijk.’
Het viel Shelagh op dat hij het over uitstel had. Hij moest wel erg zeker van haar zijn.
‘Ze schijnt niet zo erg dol op hem te zijn.’
‘Daar heeft hij haar alle reden voor gegeven,’ zei Cesare droog. ‘Hij is helaas altijd jaloers op haar geweest. Hij wil nu eenmaal altijd de eerste zijn. Hij is ook tegen mijn huwelijk met Carlotta geweest, en ze heeft niet lang genoeg geleefd om zijn genegenheid te winnen.’
Er was een afwezige blik in zijn ogen gekomen, en even scheen hij Shelagh’s aanwezigheid te vergeten. Hij had dus van zijn tweede vrouw gehouden en treurde nog steeds om haar verlies.
‘Rita heeft me al verteld dat jij een betere keuze voor me zou zijn dan haar broer,’ vertelde ze hem, en tot haar verbazing lukte het haar dat opgewekt te zeggen.
Cesare’s frons verdween en hij begon te lachen.
‘Is dat zo? Kleine duvel. Bene, ik hoop dat je ons geen van beide zult teleurstellen.’
‘Maar als ik het aanneem, zou je wel eens verschrikkelijke spijt van je goedheid kunnen krijgen,’ zei ze bezorgd.
‘Dat zal onmogelijk zijn,’ verklaarde hij galant. ‘En ik zal er mijn uiterste best voor doen dat je dat nooit zult doen.’
Mooie zinnen, maar hadden ze wel betekenis?
Hij kwam naar haar toe en nam haar handen in de zijne.
‘Ik ben niet de boeman die je denkt dat ik ben,’ vertelde hij haar. ‘Ik zal goed voor je zijn, piccolina, en ik zal nooit van je vragen wat je niet uit vrije wil kunt geven.’
De aanraking van zijn lange, nerveuze vingers deed een rilling langs haar rug lopen. Het drong tot haar door dat hij een veel krachtiger man was dan zijn zoon en dat hij een sterke aantrekkingskracht bezat. Onwillekeurig kwam het bij haar op dat als hij ooit iets van haar zou verlangen, ze dat moeilijk zou kunnen weigeren... als ze tenminste zou willen weigeren. Haar gevoelens schokten haar. Ze had gedacht dat ze nu ongevoelig voor sex geworden zou zijn en had nooit gedacht dat ze zich zo snel na het verlies van Camillo tot een andere man aangetrokken zou kunnen voelen. Ze realiseerde zich niet dat Camillo gevoelens in haar opgeroepen had zonder die te bevredigen en dat ze maar al te gemakkelijk onder zijn invloed gekomen was.
Maar uit Cesare’s houding en de manier waarop hij haar hand vasthield, spraken geen amoureuse bedoelingen, alleen maar de wens om haar gerust te stellen.
‘Welterusten, cara,' zei hij zachtjes. ‘Zal ik een slaaptabletje voor je halen?’
Ze schudde het hoofd. ‘Nee, dat zal ik niet nodig hebben.’
Ze zou niet wakker blijven liggen, want ze had haar besluit al genomen. Die cognac in de koffie moest sterk geweest zijn want toen ze over haar schouder keek om aan Cesare’s bewonderende blik te ontkomen, begonnen de beelden in de spiegel te vervagen. Zijn zwarte haar vermengde zich met haar rode lokken. Dat zou nooit van zijn leven gebeuren. Plotseling raakte ze in paniek. Er was één ding waar ze absoluut zeker van moest zijn. Het opkomen van die verontrustende gevoelens toen Cesare haar had aangeraakt, had haar erg geschokt. Ongekontroleerd riep ze uit:
‘Je begrijpt het toch... ik zal nooit van een andere man kunnen houden, hoe hij ook voor me is.’
‘Ik dacht dat we het daar al over eens waren,’ antwoordde Cesare rustig. ‘Ik weet heel goed dat je nooit van me zult gaan houden.’
Er kwam een spottend glimlachje om zijn mond, maar dat zag ze niet. Cesare was veel te ervaren om een dergelijke bewering van een meisje van twintig serieus te nemen.
‘Als je het maar weet...’ mompelde Shelagh.
‘Geloof me, ik begrijp je heel goed,’ zei Cesare raadselachtig. Hij liet haar hand los die hij onnodig lang had vast gehouden. Buona notta, cara, je zult nu toch Italiaans moeten gaan leren. Arrivederci.’
Hij maakte een lichte buiging.
‘Welterusten, sig... Cesare,’ antwoordde ze mechanisch. Het drong tot haar door dat hij wel heel erg zeker van haar antwoord was en dat het leren van de taal wel het kleinste van al haar problemen was.
Toen hij weg was, ging ze zich in de spiegel bekijken. Een bleek gezichtje, starende ogen, verwarde haren. Ze vond dat ze er uitzag als een bang poesje. Ze kon er beslist niet verleidelijk hebben uitgezien voor een man als Cesare Barsini, die het puikje van de Italiaanse vrouwen zou kunnen krijgen. Zijn gevoel voor ridderlijkheid moest wel bijzonder sterk zijn dat hij haar dit voorstel gedaan had. Voor zover ze zien kon, zou een huwelijk uit berekenig voor haar heel wat voordeliger zijn dan voor hem. Ze kon blij zijn dat zijn familietrots en Rita’s genegenheid voor haar de redenen voor zijn voorstel geweest waren. Maar het was noch haar genegenheid voor het kind, noch haar hang naar geld die de doorslag gegeven hadden. Wat ze niet zou kunnen verdragen, was de gedachte aan Gillian’s kritiek over het mislukken van haar liefdesaffaire. Ze moest er niet aan denken dat haar vriendin zou zeggen: ‘Ik heb het je wel gezegd.’