Hoofdstuk XI


Paul heeft een beter plan

Aan de koffietafel deed Pietje het verhaal van het sergeantje, waarbij de oud-generaal weer in een soldatenlach uitbarstte. „Maar vader," protesteerde Martha, „u beloofde mij Pietje eens wat militaire discipline te leren... en in plaats daarvan lacht u om zijn ondeugendheid? " „Wel voor de... pardon, het was ook zo komiek... Ik geef toe dat het natuurlijk... zie je... van een standpunt van militair gezag... eh..." „Ach ja," vulde Martha aan, „onbehoorlijk was en niet te pas kwam maar intussen lacht u er maar om. Ik zal nu voortaan alleen zelf wel de opvoeding en verbetering van Pietje ter hand nemen, want aan u, mannen, heb ik niet de minste steun. Paul is al net zo erg als u. Die lacht ook altijd om alles wat Pietje doet. Zijn eigen vader is geen haar beter." Pietje zei niets en at maar. „Piet, wil je niet die cotelet met je lepel opscheppen, alsjeblieft. Waar zijn je manieren? " Pietje keek onder de tafel en haalde zijn schouders op. „Vanmiddag ga je met mij mee een paar visites afleggen. Mevrouw De Puyster ontvangt vandaag en dan zullen we ook even bij mevrouw Den Donck aanlopen. Jo en Hansje gaan ook mee." „Jo en Hansje? " herhaalde Pietje. Opeens ging hem een lichtje op. Jo was de jongere zuster van Paal, en Hans het broertje, waar hij twee jaar geleden zo'n pret mee gehad had, toen de badkamer vol water gelopen was en het plafond van de salon beneden haast in elkaar viel. „O, dat is leuk, Martha. Gaan wij ze halen? " „Neen, ze zullen over een uurtje hier zijn. In die tijd kan ik je wat opknappen. Ik heb wat pakjes op zicht besteld, die moet je aanpassen." Een uur later was Pietje in een nieuw sportpakje uitgedost, dat hem wel beviel. Er waren een ,hoop zakken' in, dat vond hij echt, hij kon ze dan allemaal lekker volstoppen met nuttige dingen, die jongens goed gebruiken konden. Om twee uur arriveerde Jo met haar broertje Hansje, die ongeveer van dezelfde leeftijd was als Piet. Ze herkenden elkander dadelijk en waren blij, weer bij elkaar te zijn. Het moet echter gezegd dat Hansje niet in dezelfde kringen was opgevoed als Pietje Bell en, ofschoon hij genoeg kattekwaad kon uithalen, niet zo'n avonturier was als Pietje Bell. Hansje ging naar een deftige school. Het is dus te begrijpen dat Hansje er geen vrienden op na hield, die Peentje en Blikkie en Sproet heetten. Pietje vertelde hem van ,De Zwarte Hand' en de Tip-Top-rijwielen en hoe hij met 'n paard op hol gegaan was en in 't politiebueau was terechtgekomen. Hansje vond al die avonturen vreselijk heerlijk en wou wel met Pietje mee terug naar Rotterdam om ook lid te worden van ,De Zwarte Hand'. Maar nu waren de dames gereed om te gaan. Pietje en Hansje liepen netjes voorop en zo wandelden ze naar de Vijverberg die niet ver weg was. Martha was werkelijk trots op haar broertje, nu ze hem zo netjes naast Hansje zag wandelen. Ze zou best een net jongeheertje van hem maken, dacht ze, als hij maar een poosje met betere vriendjes omging. De deur van het grote huis van mevrouw De Puyster werd door een huisknecht geopend, nadat Pietje toestemming van Martha had gekregen op de belknop te drukken. Maar ze verbleekte van schrik, toen Piet zei: „Dag meneer De Puist, hier benne we." Martha haastte zich om de fout te herstellen, door visitekaartjes aan te bieden die de knecht op een zilveren blad legde dat hij vervolgens, met zijn neus in de hoogte, naar binnen bracht. Pietje stak ook zijn neus in de hoogte en liep hem een eindje achterna, maar Martha trok hem gauw bij de kraag terug. Een ogenblik later kwam de knecht terug en zei dat de dames binnen mochten qaan. Pietje zag, hoe de nette Hansje mevrouw De Puyster een hand gaf en een kleine buiging maakte. Pietje deed dat dan ook keurig en gaf haar 'n knipoogje op de koop toe. De dames spraken over allerlei dingen, waar de twee jongens niet veel belang in stelden. Pietje zat naast een staande lamp en speelde met het koord. Opeens ging de lamp aan en Pietje trok hem haastig weer uit. Toen begon hij een beetje op zijn stoel te wippen, maar och heden, dat was toch zo'n gekke stoel en ineens lag hij achterover op de grond. Mevrouw De Puyster vroeg of de twee kinderen niet liever wat in tuin wilden gaan kijken en dat vonden ze best. Maar een kwartier later telefoneerde de eigenaar van het aangrenzende huis dat mevrouw De Puysters jeugdige gasten over de muur in zijn tuin geklommen waren en geprobeerd hadden zijn Engelse bulldog een beetje op te vrolijken! De hond had hun vriendelijke bedoelingen verkeerd begrepen en een flink stuk uit de broek van een hunner gebeten. De buurman zei dat het hem vreselijk speet van de hond, maar hij kon het heus niet helpen en stuurde de twee aardige jongetjes maar zo gauw mogelijk terug, ditmaal door de voordeur. Het was Pietje, die een gat in de broek van zijn nieuwe sportpak had. Martha wist van schaamte niet wat zij moest doen. De dames verontschuldigden zich tegenover mevrouw De Puyster, bestelden een taxi en brachten Pietje thuis. Martha meende dit nu een goede gelegenheid te vinden Pietje eens onder handen te nemen en wat betere manieren te leren. „Jou ondeugende rakker! " zei ze, „kun je je dan nooit eens netjes gedragen? Moet je altijd iedereen last veroorzaken? " „Ach," zei Pietje verdrietig, „die hond leek eerst zo vriendelijk en hij zag er zo eenzaam uit, Martha, en toen zei ik tegen Hansje: laten we een poosje met hem spelen en toen klommen we over het muurtje en voor ik op de grond was, sprong ineens die hond naar me toe en scheurde mijn broek. Maar het was zo erg niet, Martha, want er zat een spijker in dat muurtje en mijn broek was toch al gescheurd." „En een gloednieuw pak dat je voor het eerst aan had! " zei Martha boos. „Nu kan je voor de rest van de dag hier op je kamer zitten voor straf. En vanavond zonder eten naar bed! Ik zal jou weieens goed aanpakken, jonge vriend, en je zult ondervinden dat zuster Martha heus niet met zich laat spotten; je hebt al genoeg kattekwaad uitgevoerd sinds je hier in Den Haag bent en je straf is meer dan verdiend." Dus werd Pietje alleen op zijn kamer achtergelaten, terwijl zijn zuster met Jo Velinga en Hansje mevrouw Den Donck ging bezoeken.Pietje had zijn nieuwe pak verwisseld voor een oud en nu stond hij treurig voor het vesnter naar buiten te kijken. Hij zag hoe de dames weer in de taxi stapten, die voor het huis gewacht had. Verdrietig draaide hij zich om en liep de kamer eens op en neer. Helemaal niets te mogen doen was een vreselijke straf, vooral wanneer je zo'n levendig, actief ventje bent als Pietje Bell. Och, och, wat was hij toch weer een ongelukkig knaapje, altijd gingen de dingen verkeerd. Het zou maar het beste zijn, eens een kijkje door het huis te gaan nemen, want je kon toch maar niet zo de hele dag stil blijven zitten en helemaal niets doen? Pietje liep de kamer uit en daalde de trap af. Verschillende mensen uit het grote huis, alleenwonende heren vooral, kregen hun eten uit een grote centrale keuken, waar een Franse juffrouw, mademoiselle Madeion, heerlijk voor hen kookte. Uit de keuken kwam een geur van gebak. Hij snoof eens en stapte de keuken binnen. De Franse keukenmeid was een heerlijke taart aan het bakken, want ze kon veel betere maken dan in de winkel te koop waren. Och, och, het water liep Pietje uit de mond, toen hij het heerlijke gebak op tafel zag staan. En dan het vooruitzicht dat hij de hele dag niets meer te eten zou krijgen, stemde hem nog veel droeviger. In een hoek van de ruime keuken was een andere meid groenten aan het schoonmaken. Pietje ging er eens naar kijken en stak heimelijk een kleine ui in zijn zak. Daarop ging hij treurig op een stoel tegen de muur zitten en begon te huilen. Het uitje kwam hem daarbij weer fijn te pas, want in minder dan geen tijd biggelden grote tranen over zijn wangen. De Franse keukenmeid haalde juist een blik met koekjes uit de grote oven en zette dat op het aanrecht. Toevallig wierp ze een blik op Pietje en zette grote ogen op. „Sacré bleu! ... pauvre garcon... watte isser? Waarom jij uil? " Pietje schudde het hoofd, zijn schouders schokkend. „Ik ben geen uil," snikte hij, „alleen maar vreselijk ongelukkig." „Zo zo... jij oonkeluuk? Vertel Madelon, ja? " „M'n zuster Martha... ik krijg de hele dag niks te eten omdat de hond een stuk uit mijn broek scheurde... en nou heb ik toch zo'n honger..." „Ah... vreselijk... hij 'onger... miskien als Madelon keef jou koekjes dan jij niet meer 'huil, ja? " „Ja Madelon, alsjeblieft wat koekjes en 'n stuk taart," snikte Pietje zijn tranen drogend. Daarop deed de goedhartige keukenmeid een aantal koekjes op een schoteltje en Pietje ging met moed aan het werk. Intussen verhaalde hij op treurige toon zijn laatste avonturen in de kazerne en bij mevrouw De Puyst, waarbij de keukenmeisjes het natuurlijk uitgierden. Ze beklaagden hem ook, omdat hij vanavond geen eten meer kreeg en de hele dag maar op zijn kamer moest blijven. Maar Pietje zat vol met ideeën. Hij vertelde de keukenmeisjes dat hij een touw uit het achterraam naar beneden zou laten, terwijl de familie aan het avondmaal was, en wilden ze dan alsjeblieft zo goed zijn een flink stuk taart in een papier te pakken en dat aan het touw te binden, anders zou hij vast en zeker sterven van honger en dan zouden ze 's morgens zijn geraamte vinden in bed, omdat-ie de hele dag geen eten had gehad. De keukenmeisjes veegden zich de tranen uit de ogen: Pietje dacht dat zij huilden om zijn geraamte. Zuster Martha sprak die avond met haar echtgenoot, Paul Velinga, over Pietje. Zij betwijfelden of zij ooit wel in staat zouden zijn, de jongen te veranderen. Paul dacht dat hij er raad op wist. Toen het avondeten afgelopen was, kwam Paul naar Pietjes kamer. Dat vond Pietje aardig. Paul sprak hem heel anders toe dan Martha. „En hoor eens, Pietje," zei hij, ,,al dat thuiszitten de hele dag in je zomervakantie is niets gedaan voor een echte jongen. Wat zou je ervan zeggen als we eens met een paar jongens voor een paar dagen gingen kamperen in de Wassenaarse duinen! Ik ken een paar leuke knulletjes, die daar pret in zouden hebben. We gaan erheen met de auto en nemen wat gereedschappen mee om te kamperen, We zullen ons eigen vuurtje stoken en ons middagmaal koken. Wat zeg je daarvan? " Pietje vond het een goed idee. En toen vertelde Paul hem allerlei dingen omtrent kamperen en hoe je in de bossen kon leven. Pietje werd er zo door meegesleept, dat hij dadelijk wel wilde weggaan en in de bossen leven, waar je niemand hinderen kon en niet telkens in de misère kon komen, omdat de dingen altijd verkeerd gingen, wanneer je de mensen helpen wou en opvrolijken.