12

 

Wing-Commander Carpenter liet de Mosquito tot vijftienhonderd meter klimmen en liet hem daar. Het gekruip tussen de struiken had zijn tijd gehad; op de heenreis was de enige zorg van Carpenter geweest dat geen enkel Duits station hem lang genoeg opmerkte om zelfs maar een flauw idee te krijgen waarheen hij onderweg was. Nu echter kon voor zijn part elk radarstation van het land weten waarheen hij ging; hij ging naar Engeland terug, met een uitgevoerde opdracht en in heel Europa was geen oorlogsvliegtuig dat hem kon inhalen. Op zijn gemak trok wing-commander Carpenter aan zijn stinkende bruyèrepijp. Hij voelde zich bijzonder tevreden. Misschien waren zijn pas ingestapte passagiers minder tevreden, al was het ook nog zo weinig. Ze misten Carpenters goedbeklede vliegersstoel. Met het comfort voor eventuele passagiers hield een Mosquito geen enkele rekening. Het interieur was kaal, ijzig koud en bekrompen - voor het vervoer van een bom van tweeduizend kilo, het maximum voor een Mosquito, was niet veel ruimte nodig - en zitplaatsen ontbraken totaal. De drie mannen en de twee meisjes hurkten onbehaaglijk op een paar dunne stromatrassen, terwijl de uitdrukking op hun gezichten vrij aardig weerspiegelde hoe ze onder het ongemak leden. Kolonel Wyatt-Turner zat dwars in de stoel van de co-piloot, zodat hij tegelijk de piloot en de passagiers kon zien en met hen praten; op zijn knieën lag nog de stengun, die hij in de aanslag had gehouden voor het geval zich op de grond moeilijkheden hadden voorgedaan of de knipperende lichten van de auto een Duitse list waren geweest. Smiths korte uitleg, dat de aanwezigheid van de twee meisjes noodzakelijk was om hen aan de wraak van de Gestapo te onttrekken, had hij geaccepteerd zonder er verder op door te gaan en ogenschijnlijk zonder interesse. Kolonel Wyatt-Turner had wel iets anders en iets heel wat gewichtigers aan het hoofd. Smith keek op van zijn bloedende, gemangelde hand, die door Mary uit de E.H.B.O.-kist van het vliegtuig van een nieuw verband werd voorzien en zei tegen de kolonel: 'Het is erg vriendelijk van u, om ons persoonlijk op te komen halen, kolonel.' 'Het was helemaal niet vriendelijk van me,' zei Wyatt-Turner eerlijk.,'Ik zou gek geworden zijn, als ik nog één minuut langer in Londen was gebleven. Ik móest het weten. Niemand anders dan ik had jullie hierheen gestuurd.' Een tijdlang bleef hij zwijgend zitten. Toen vervolgde hij moeilijk: 'Torrance-Smythe weg, sergeant Harrod, en nu zoals je zegt Carraciola, Christiansen en Thomas. Allemaal dood. Een hoge prijs, Smith. Een verschrikkelijke prijs. Mijn beste mensen.' 'Stuk voor stuk, sir?' vroeg Smith zacht. 'Ik word oud.' Wyatt-Turner schudde vermoeid zijn hoofd en streek met zijn hand over zijn ogen. 'Ben je erachter gekomen, wie . ..' 'Carraciola.' 'Carraciola! Ted Carraciola? Onmogelijk! Dat geloof ik niet.' 'Carraciola, én Christiansen.' Nog steeds klonk de stem van Smith kalm en vlak. 'En Thomas óók.' 'En Christiansen en Thomas ook?' Wyatt-Turner keek Smith nadenkend aan. 'Je hebt heel wat meegemaakt, majoor Smith. Je voelt je niet goed.' 'Ik voel me niet zo goed als anders,' gaf Smith toe. 'Maar het was best in orde met me, toen ik hen doodde.' 'Jij - jij hebt hen gedood?' 'Ik heb wel eens meer een verrader gedood. Dat weet u.' 'Maar - maar verraders! Alle drie! Onmogelijk. Ik geloof het niet. Ik weiger het te geloven!' 'Dan gelooft u dit misschien, sir.' Smith haalde een van de notitieboekjes uit zijn tuniek en overhandigde het aan Wyatt-Turner. 'De namen en adressen of contacten van alle Duitse agenten in Zuid-Engeland, plus de namen van alle Britse agenten in Noordwest-Europa, van wie de plaatsen door Duitse agenten zijn ingenomen. U zult het handschrift van Carraciola wel herkennen. Hij schreef het onder dwang.' Langzaam en alsof hij droomde, stak Wyatt-Turner zijn hand uit om het notitieboekje aan te pakken. Drie minuten lang bekeek hij langzaam de inhoud, terwijl hij langzaam, bijna met tegenzin, de blaadjes omsloeg. Ten slotte legde hij zuchtend het boekje neer. 'Dit is het belangrijkste document in Europa. Het belangrijkste dat ik ooit heb gezien.' Wyatt-Turner zuchtte opnieuw. 'De natie staat zwaar bij je in de schuld, majoor Smith.' 'Dank u, sir.' 'De natie zou althans zwaar bij je in de schuld hébben gestaan. Het is ontzettend jammer, dat zij nooit de gelegenheid zal krijgen die dankbaarheid tot uitdrukking te brengen.' Wyatt-Turner nam de sten van zijn knieën en richtte hem op het hart van Smith. 'Je zult toch geen dwaze dingen doen, nietwaar majoor Smith?' 'In godsnaam, wat . . .' Carpenter draaide zich in zijn stoel om en staarde verbijsterd en totaal ongelovig naar Wyatt-Turner. 'Concentreer jij je nou maar op het vliegen, mijn beste wing-commander.' Wyatt-Turner zwaaide de sten zachtjes in de richting van Carpenter. 'Voorlopig zit je in de goede koers. Binnen een uur landen we op het vliegveld van Lille.' 'Die vent is gek geworden!' fluisterde Schaffer geschokt. 'Als dat zo is,' zei Smith droog, 'dan werd hij het al een jaar of wat geleden. Dames en heren, ziehier de gevaarlijkste spion van Europa, en de meest succesvolle dubbelagent van alle tijden.' Hij wachtte even op een reactie, maar het bleef doodstil; de enormiteit van de onthulling van Wyatt-Turners dubbelrol was te groot om zomaar even verwerkt te worden. Smith vervolgde: 'Kolonel Wyatt-Turner, u zult vanmiddag voor de krijgsraad verschijnen, veroordeeld worden en naar de Tower worden overgebracht. Van daaruit zal men u morgenochtend om acht uur wegleiden, blinddoeken en fusilleren.' 'Wist je het?' Wyatt-Turner had zijn minzame zelfverzekerdheid volkomen verloren. Zijn lage, gespannen stem was nauwelijks boven het dreunen van de motoren te horen. 'Wist je het allemaal van me?' 'Ik wist van u,' knikte Smith. 'Maar we wisten allemaal wat we aan u hadden, nietwaar kolonel? U beweerde dat u driejaar achter de Duitse linies had gewerkt, in de Wehrmacht had gediend en ten slotte het opperbevel in Berlijn was binnengedrongen. Het staat vast dat u dat allemaal deed - geholpen door de Wehrmacht en het opperbevel. Maar toen het oorlogstij keerde en toen u de geallieerden niet langer kon volstoppen met valse en misleidende rapporten over voorgestelde Duitse aanvallen, toen werd u toegestaan terug naar Engeland te vluchten, om van daaruit de Duitsers te voorzien van echte en nauwkeurige rapporten over de geallieerde plannen - én om hun alle inlichtingen te geven die ze nodig hadden om Britse agenten in Noordwest-Europa op te rollen. Hoeveel miljoen francs staan er op uw bankrekening in Zürich, kolonel?' Wing-commander Carpenter staarde recht voor zich uit door de voorruit en zei heel langzaam: 'Eerlijk, beste kerel, dit is onzin.' 'Probeer maar eens een vin te verroeren, dan zul je wel zien hoe onzinnig die stengun is,' stelde Smith voor. Hij keek weer naar Wyatt-Turner. 'U hebt admiraal Rolland onderschat, vrees ik. Hij koesterde al maandenlang verdenkingen tegen u en de vier sectiehoofden van Afdeling C. Maar hij vergiste zich in Torrance-Smythe.' 'Raad maar een eind weg.' Wyatt-Turner had zijn kalmte en het grootste deel van zijn zelfverzekerdheid teruggevonden. 'Dat kort de tijd, tot we in Lille aankomen.' 'Jammer genoeg voor u is het geen kwestie van raden. Admiraal Rolland riep mij - en Mary - uit Italië terug, omdat hij van niemand in Londen nog zeker kon zijn. U weet toch, hoe corruptie zich uitbreidt? Hij speelde het heel knap, de admiraal. Hij vertelde u dat hij tegen een van zijn sectiehoofden verdenking had opgevat, maar dat hij niet wist wie. Daarom kwam hij, toen generaal Carnaby neerstortte, bij u aankloppen met het idee om de sectiehoofden uit te zenden met de opdracht hem te redden - waarbij hij er verdomd goed voor zorgde dat u geen schijn van kans kreeg om een van hen onder vier ogen te spreken, voor ze vertrokken.' 'Dat - dat was dus de reden waarom ik erbij werd gehaald?' Schaffer keek alsof hij een klap met een zandzak had gekregen. 'Omdat je geen vertrouwen kon hebben in . . .' 'We wisten alleen dat M.I.6 zo lek als een zeef was . . . Nou, kolonel, u vond het allemaal echt niet zo leuk, tot admiraal Rolland ü vroeg om de leider aan te wijzen. Dus wees u mij aan. Rolland verwachtte niet anders. U had me pas kort tevoren voor het eerst ontmoet; maar via uw vriendje admiraal Canaris wist u van het hoofd van Kesselrings militaire inlichtingendienst dat ik hun voornaamste dubbelagent was. U dacht tenminste dat u dat wist. Behalve Rolland was er aan geen van beide kanten iemand, die wist dat ik dat niet was. In uw ogen was ik een ideale keus. Rolland zorgde ervoor dat u ook niet de kans kreeg mij te spreken, maar daarover maakte u zich geen zorgen. U wist dat ik wel zou weten wat me te doen stond.' Smith glimlachte onheilspellend. 'Ik prijs me gelukkig te kunnen zeggen, dat ik dat inderdaad wist. Het moet een harde klap voor u geweest zijn, toen hij u vanmiddag vertelde wie ik in werkelijkheid was.' 'Heb je het geweten? Heb je dat allemaal geweten?' Wyatt-Turners teruggevonden kalmte was verdwenen. Zijn stem klonk zacht en venijnig. Hij bewoog de sten een beetje omhoog. 'Wat heeft dit allemaal te betekenen, Smith?' 'Alles was van te voren georganiseerd, om u uit uw tent te lokken. We wisten alles van u, maar we hadden geen bewijs. Vanavond kreeg ik dat bewijs in handen. Kolonel Kramer wist dat we onderweg waren. Hij wist dat het ons om generaal Carnaby te doen was.' Smith knikte naar Jones. 'Tussen twee haakjes, mag ik u voorstellen aan Cartwright Jones, een Amerikaanse toneelspeler?' 'Wat?' Wyatt-Turner wurgde het woord uit zijn keel, alsof zijn luchtpijp door twee krachtige handen werd dichtgeknepen. 'Generaal Carnaby brengt een rustig weekeinde door in het buitenhuis van de admiraal in Wiltshire. Als invaller deed mr. Jones het bewonderenswaardig. Hij nam hen mooi in de maling met die zogenaamde noodlanding. Het zal u langzamerhand wel duidelijk zijn, dat het een opzettelijke noodlanding was.' Wyatt-Turner probeerde iets te zeggen, maar de woorden wilden niet over zijn lippen komen. Zijn mond bewoog zich en uit zijn blozend gezicht was alle kleur geweken. 'En hoe wist Kramer het?' vervolgde Smith. 'Hij wist het omdat u Berlijn had ingelicht, onmiddellijk nadat Rolland u het plan had voorgelegd. Niemand anders had daartoe de gelegenheid! Bovendien wist hij dat wij vanavond in 'Zum Wilden Hirsch' zouden zijn. Hij wist dat, omdat ik u dat vanmorgen over de radio vertelde en u geen moment verloren liet gaan hem het goede nieuws door te geven.' 'Weet je dat wel zeker?' vroeg Heidi. 'Kan de informant niet Carraciola, Christiansen of Thomas geweest zijn? Dezelfde die Torrance-Smythe vermoordde, bedoel ik. Er is een telefooncel vlak bij de herberg.' 'Dat weet ik. Nee, die had de tijd niet. Ik ben precies zeven minuten uit de herberg weggeweest. Drie minuten, nadat ik naar buiten was gegaan, deed Torrance-Smythe hetzelfde en wel achter een van de drie anderen aan, die hij zojuist had zien vertrekken. Smithy was intelligent genoeg om te begrijpen dat er iets helemaal mis was. Hij . . .' 'Hóe kwam hij aan die wetenschap?' vroeg Schaffer. 'Dat zullen we wel nooit zeker weten. Vermoedelijk zullen we tot de ontdekking komen, dat hij een zeer ervaren liplezer is geweest. In ieder geval, hij betrapte de man die hij naar buiten had zien gaan in de telefooncel voor het postkantoor en wel voordat die de tijd kreeg om contact met Weissner of Kramer op te nemen. Er volgde een gevecht op leven en dood. Tegen de tijd dat de moordenaar Smithy naar achteren had gesleept en naar de telefooncel was teruggekeerd, werd deze door iemand anders bezet. Ik heb hem zelf gezien. De moordenaar was dus weer de herberg binnengegaan. Weissner hoorde het van Kramer - en Kramer had het van de kolonel hier gehoord.' 'Heel interessant.' De stem van Wyatt-Turner klonk snijdend, maar de scherpte ervan werd tegengesproken door de diepe ongerustheid op zijn gezicht. 'Fascinerend, om precies te zijn. Is dat alles, majoor Smith?' 'Dat is alles,' zuchtte Smith. 'U móest ons wel komen halen, nietwaar kolonel? Het was het laatste ontsnappingsdeurtje, dat nog voor u openstond. Tijdens mijn laatste radiocontact zei ik tegen de admiraal: 'Ik heb alles'. Hij vertelde u wat dat betekende: alle namen en alle adressen. Door middel van Carraciola, Christiansen of Thomas hadden we u nooit te pakken kunnen krijgen; die werkten in M.I.6 zo dicht onder u, dat u wel zo wijs was geweest hun nooit te laten weten voor wie ze werkten. U maakte gebruik van tussenpersonen en die staan allemaal met naam en toenaam in dat boekje. U wist dat ze u zouden aanwijzen. Als iemand moet kiezen tussen een wandeling naar de galg en praten - ach, dan is er niet veel keus, wel ?' Wyatt-Turner gaf geen antwoord. Hij wendde zich tot Carpenter en zei: 'Verleg je koers naar het vliegveld van Lille.' 'Laat maar zitten,' zei Smith. Wyatt-Turner richtte zijn sten op Smith. 'Waarom zou ik je eigenlijk niet meteen neerschieten?' 'Dat kan ik u wel vertellen,' knikte Smith. 'Waarom denkt u, dat admiraal Rolland u naar het vliegveld vergezelde? Dat heeft hij nooit eerder gedaan.' 'Ga verder.' De stem van Wyatt-Turner klonk hard en kortaf ; maar zijn ogen hadden een zieke uitdrukking gekregen, de uitdrukking van iemand die zijn nederlaag en dood voor zich ziet. 'Om zeker te zijn dat u die sten en geen andere meenam. Zeg me eens - ziet u die twee evenwijdige streepjes op de plaats waar de lade de loop raakt?' Wyatt-Turner staarde een tijdlang voor zich uit en wierp toen een snelle blik omlaag naar de sten. Precies op de plaats, die Smith had aangeduid, zaten twee onmiskenbare krassen evenwijdig aan elkaar. Toen hij weer opkeek, was zijn gezicht verwrongen en had de zieke blik in zijn ogen plaatsgemaakt voor radeloosheid. 'Juist,' zei Smith. 'Op de kop af zesendertig uur geleden heb ik eigenhandig de slagpin afgevijld.' Hij stak zijn linkerhand onhandig onder het jaspand van zijn tuniek en haalde zijn Luger met geluiddemper te voorschijn. Met zijn sten op het hoofd van Smith gericht en de monding nog geen meter van diens gezicht, haalde Wyatt-Turner keer op keer de trekker over. Elke krampachtige samentrekking van zijn wijsvinger werd beloond met een droge en lege tik. Het gezicht van Wyatt-Turner kreeg een verbijsterde, bijna niet-begrijpende uitdrukking, terwijl hij de sten langzaam op de vloer liet zakken. Toen draaide hij zich snel in zijn stoel om, rukte de deur open en gooide het notitieboekje de nacht in. Hij wendde zich om en glimlachte onaangenaam tegen Smith. 'Het belangrijkste document in Europa, noemde ik het, geloof ik.' 'Inderdaad, ja.' Smith gaf zijn pistool aan Schaffer, voelde onder zijn uniformjas en liet nog twee boekjes zien. 'Kopieën'. 'Kopieën!' De glimlach vervaagde langzaam op het gezicht met de zware kaken. Het bleef bevroren van verslagenheid achter. 'Kopieën,' fluisterde hij. Hij keek langzaam van de een naar de ander en ten slotte weer naar Smith, die zijn pistool van Schaffer had teruggekregen. 'Ga je me neerschieten?' vroeg hij. 'Nee.' Wyatt-Turner knikte, schoof de deur zo ver mogelijk open en zei: 'Kun je je mij werkelijk in de Tower voorstellen?' Hij deed een stap naar voren, tot hij in de deuropening stond. 'Nee.' Smith schudde zijn hoofd. 'Nee, dat kan ik me niet voorstellen.' 'Denk om het afstapje,' zei Schaffer. Zijn stem klonk koud en leeg, en zijn gezicht was als uit steen gehouwen. 'Goed,' zei Smith. 'Dan is het tijd voor een telefoontje.' Hij schoofde deur dicht, klauterde moeilijk in de stoel van de tweede piloot en keek naar Mary. 'De admiraal zal zich zo langzamerhand wel zorgen beginnen te maken.' 'Tijd voor een telefoontje,' herhaalde Mary werktuiglijk. Ze staarde hem aan alsof hij een geestverschijning was. 'Hoe kun je daar zomaar zitten - terwijl zojuist - hoe kun je zo kalm zijn?' 'Omdat het geen schok voor me betekent, mallerd. Ik wist dat hij ging sterven.' 'Je wist - ja natuurlijk, natuurlijk,' mompelde ze. 'Nou dan,' vervolgde Smith, opzettelijk opgewekt. Hij nam haar hand in de zijne. 'Het is je toch wel duidelijk wat dit betekent, hè?' 'Is het me duidelijk wat dit betekent?' Haar gezicht was nog steeds lijkbleek. 'Jij en ik zijn helemaal aangebrand,' legde Smith geduldig uit. 'Het is afgelopen met ons. In Italië, in heel Noordwest-Europa, nergens zullen ze me nog als soldaat laten vechten. Want ze zouden me als spion neerschieten als ze me gevangen namen, ook dan nog.' 'Wat bedoel je?' 'Dat de oorlog voor ons voorbij is. Eindelijk kunnen we eens aan onszelf denken. O.K.?' Hij kneep in haar hand en ze antwoordde met een bevende glimlach. 'O.K. Wing-commander, mag ik even gebruik maken van je radio?'

 

 

'Dus dat was dan het einde van hem.' Admiraal Rolland stond met de telefoon in zijn hand bij de grote radioinstallatie in zijn Londense operationele hoofdkwartier. Hij zag er oud en heel, heel erg moe uit. 'Misschien is het zo maar beter, Smith. En heb je alle inlichtingen die je nodig hebt?' De stem van Smith kraakte door de koptelefoon. 'Alles, sir.' 'Prachtig, prachtig. In het hele land staat de politie klaar. Zodra we dat boekje in handen hebben . . . Op het vliegveld staat een auto op je te wachten. Over een uur zien we elkaar.' 'Yes, sir. Nog iets, sir. Een kleinigheid. Ik wil vanmorgen nog trouwen.' 'Je wilt wat?' De grijze, borstelige wenkbrauwen bewogen zich in de richting van de witte haardos. 'Ik wil trouwen,' legde Smith langzaam en geduldig uit. 'Met miss Mary Ellison.' 'Maar dat kan niet,' protesteerde Rolland. 'Vanmorgen nog! Onmogelijk! Er bestaan nog altijd dingen als huwelijksafkondigingen, verloven en het kantoor van de burgerlijke stand dat vandaag gesloten is . . .' 'Na alles wat ik voor u heb gedaan,' viel Smith hem verwijtend in de rede. 'Dat is chantage, mijnheer! Je speculeert op de dankbaarheid van een oude man. Klinkklare chantage!' Rolland smeet de telefoon neer, glimlachte vermoeid en greep naar een andere telefoon. 'Centrale? Verbind me door met de Afdeling Vervalsingen.'

 

 

Wing-commander Carpenter had zijn pijp nog eens goed opgestoken en was, met een verse kop koffie uit zijn thermosfles naast zich, weer even onverstoorbaar als altijd. Smith zat zachtjes met Mary te praten, terwijl Jones zijn ogen had gesloten en scheen te slapen. Verder achterin de romp zat Schaffer met zijn arm om Heidi geslagen. Ze deed geen poging hem af te weren. 'Goed,' zei Schaffer. 'We gaan vanavond dus naar die kroeg . . .' 'Je had het over de Savoy Grill,' bracht Heidi hem in herinnering. 'Als het beestje maar een naam heeft. We gaan dus naar die kroeg en we bestellen paté, gerookte forel, een entrecóte van Aberdeen-Angus .. .' 'Aberdeen-Angus!' Heidi keek hem geamuseerd aan. 'Je bent zeker vergeten dat het oorlog is, hè? En de distributie? Het zal wel op een paardenlapje uitdraaien.' 'Lieverd.' Schaffer nam haar handen en sprak heel streng en ernstig. 'Lieverd, noem dat woord nooit meer terwijl ik erbij ben. Ik ben allergisch voor paarden.' 'Eten jullie die dan in Montana?' vroeg Heidi verbaasd. 'Ik val eraf,' zei Schaffer droevig. 'Overal.'