8

 

Het was al na middernacht en het sneeuwde hard toen Jim Brady, George Dermott en Donald Mackenzie in Fort McMurray terugkeerden, maar de foyer van het Peter Pond Hotel zat stampvol mensen en het gonsde er van de activiteiten, alsof het midden op de dag was. Brady zakte slap en afgemat in een stoel neer en glimlachte bleekjes, toen hem een glas daiquiri in de hand werd gestopt. De vlucht van Prudhoe Bay was bijzonder onaangenaam geweest en de drie mannen hadden nauwelijks een woord gewisseld. Een lange, magere man met een zwarte snor en een gebruinde huid kwam aanstappen. 'Meneer Brady? Willoughby is de naam. Prettig met u kennis te maken, meneer, hoewel liever niet in deze ellendige omstandigheden.' 'Ah! De commissaris van politie.' Brady glimlachte vreugdeloos. 'Beroerd voor u, commissaris, dat dit op uw terrein moest gebeuren. Mijn condoléances dat een van uw mannen bij de actie is omgekomen.' 'O, maar gelukkig kan ik zeggen dat het rapport daaromtrent prematuur was. Er heerste grote verwarring toen u werd opgebeld. De man is door de linkerlong geschoten. Het zag er eerst slecht uit voor hem, maar de dokter zegt nu dat Jones een goede kans maakt.' 'Dat is dan tenminste iéts.' Brady glimlachte weer mat. Willoughby keerde zich even om naar twee andere mannen. 'Kent u...' begon hij. 'Ik ken de beide heren,' zei Brady. 'De chef bewakingsdienst van Sanmobil, meneer Brinckman, en zijn assistent meneer Jorgensen. Vreemd... voor een stel mannen die als gewond gerapporteerd zijn zien jullie er opmerkelijk levenslustig uit.' Brinckman zei: 'Het valt wel mee met ons. Zoals meneer Willoughby al zei werden sommige dingen in de hitte van de strijd overdreven. Wij hebben geen gebroken botten, geen mes- of schotwonden, alleen een paar flinke klappen opgelopen.' 'Pete Johnson, de man die alarm heeft geslagen, kan daarvoor instaan,' zei Willoughby. 'Toen Johnson er arriveerde lag Jorgensen uitgeteld op de weg en Brinckman liep rond te waggelen. Hij wist niet of het gisteravond of vorige maand was.' Brady vestigde zijn blik op een vierde man, die bij zijn stoel kwam staan. 'Goedenavond, of liever: goedemorgen, meneer Shore. De familie Brady heeft helaas nogal wat mensen uit hun slaap gehouden.' 'Dat is het ergste niet.' Shore was duidelijk van zijn stuk. 'Ik heb ervoor gezorgd dat uw vrouw en uw dochter gisteren het werkterrein konden bezichtigen. Datdit nu moest gebeuren... Het ergste van alles is nog dat u drieën in feite onze gasten zijn en dat u probeert ons van dienst te zijn. Een zwarte dag en een zware slag voor Sanmobil.' 'Misschien niet zó pikzwart,' zei Dermott. 'Het moet ongetwijfeld een traumatische ervaring zijn om gekidnapt te worden, maar ik geloof namelijk niet dat Reynolds en de drie vrouwen in onmiddellijk levensgevaar verkeren. We hebben hier niet met politieke fanatici te maken, zoals dat in Europa en het Midden-Oosten voorkomt. We hebben te maken met een stel keiharde zakenlui, die geen enkele persoonlijke wrok jegens hun slachtoffers koesteren. De vier gijzelaars worden door de kidnappers vrijwel zeker als onderhandelingsobject beschouwd. Ze zullen hun eisen stellen voor de vrijlating van de gevangenen. Die eisen zullen waarschijnlijk krankzinnig hoog zijn, maar de gevangenen komen terug. Dat doen beroepskidnappers bijna altijd. Volgens hun eigen gestoorde opvattingen van zakendoen is het gewoon een gezonde business en gebruik maken van gezond verstand.' Brady keek Willoughby aan. 'We hebben eigenlijk nog niet precies gehoord wat er is voorgevallen. Ik mag aannemen dat u nog geen tijd hebt gehad om op uitgebreide schaal inlichtingen te vergaren?' 'Ik vrees van niet, nee.' 'Zijn ze domweg in lucht opgegaan?' 'Lucht is het juiste woord. Helikopter, zoals u wel gehoord zult hebben. Ze kunnen nu al honderden kilometers in iedere denkbare richting weg zijn.' 'Bestaat er een kansje dat vliegveldradar hun vliegrichting kan hebben opgepikt?' 'Nee. Het is wel zeker dat ze onder radarniveau hebben gevlogen. Bovendien zijn er in het noorden van de provincie Alberta meer palmbomen dan radarstations. In het zuiden ligt het anders. Daar hebben we de stations gewaarschuwd, maar er is nog niets gemeld.' 'Tja...' Brady zette zijn vingertoppen tegen elkaar en leunde achterover in zijn stoel. 'Het is misschien nuttig als we eerst eens een kort chronologisch verslag krijgen van wat er is voorgevallen.' 'Dat hoeft niet lang te duren. Jay?' Jay Shore knikte. 'Ja, ik was de laatste die ze alle vier heeft gezien, behalve deze twee heren dan.' Hij wees naar Brinckman en Jorgensen. 'Ze zijn weggereden in een klein personenbusje van Sanmobil. Bill Reynolds reed.' Mackenzie vroeg: 'Zijn er nog telefoongesprekken gevoerd vóór ze vertrokken?' 'Weet ik niet. Hoezo?' 'Laat ik dan een andere vraag stellen.' Mackenzie keek Brinckman aan. 'Op welke wijze hebben de kidnappers jullie busje tegengehouden?' 'Ze hadden een vrachtwagen dwars over de weg gezet. Die sloot de rijweg helemaal af.' 'Die vrachtwagen kan er niet lang hebben gestaan. Er is overdag heel wat verkeer op die weg en automobilisten zouden het geen lolletje hebben gevonden in dat weer in een file te staan. Wás er op dat moment wel verkeer op de weg?' 'Ik geloof het niet, nee,' zei Brinckman. Willoughby vroeg: 'Wat wilt u daarmee zeggen, meneer Mackenzie?' 'Klaar als een klontje. De kidnappers hebben een tip gekregen hoe laat het busje van Reynolds precies de poort uitreed en op welk tijdstip het busje op het punt van onderschepping kon worden verwacht. Telefoontje, kortegolfradio... zelfs een walkie-talkie was voor dat doel al genoeg. Twee dingen staan als een paal boven water: er is een tip gegeven en die tip kwam van Sanmobil.' 'Onmogelijk!' riep Shore gechoqueerd. 'Het is de enige logische redenering,' zei Brady. 'Mackenzie heeft gelijk.' 'Goeie God!' riep Shore woedend. 'U doet het voorkomen alsof Sanmobil een misdadigershol is!' 'Daar komt het wel op neer,' zei Brady niet zonder tegenzin. Dermott wendde zich naar Brinckman. 'Reynolds stopte dus toen hij de vrachtwagen op de weg zag staan. En toen?' 'Het ging allemaal zo snel... Er lagen twee mannen op de weg. Eén lag met z'n gezicht naar beneden en hield zich heel stil, alsof hij ernstig gewond was. De andere man bewoog: hij hield zijn twee handen tegen de onderkant van zijn rug gedrukt en rolde heen en weer. Die man leek erg veel pijn te hebben. Toen kwamen er twee andere mannen naar ons toe rennen. Nou ja, rennen is het woord niet. Ze wankelden meer. Eén van die kerels hinkte zwaar en hij hield een arm in zijn jekker gestoken, alsof hij die arm steun wilde geven. Die twee mannen hielden een hand voor hun gezicht, voor hun ogen dus.' 'Vond je dat niet eigenaardig?' vroeg Dermott. 'Helemaal niet. Het was donker en de koplampen stonden op groot licht, dus het leek me volkomen natuurlijk dat ze hun ogen tegen het volle licht afschermden.' Er viel een stilte, waarna Brinckman vervolgde: 'Toen kwam die vent met z'n - zoals ik dacht - gewonde arm naar mijn kant van het busje strompelen. Ik greep de eerste-hulp-kist en sprong uit het busje. Ik gleed uit op het wegdek en toen ik weer overeind stond, zag ik dat de man zijn hand voor zijn gezicht weg had gedaan en dat hij een kousmasker droeg. Toen zag ik zijn linkerarm omhooggaan. Het was allemaal heel vaag, maar ik kon wel zien dat hij een soort van knuppel in zijn hand hield. Ik had geen tijd om te kunnen reageren.' Brinckman tastte voorzichtig naar zijn voorhoofd. 'Dat is alles, geloof ik.' Dermott liep naar hem toe en bekeek de kneuswond aan de zijkant van het voorhoofd. Ziet er niet zo mooi uit! Maar het had veel slechter kunnen aflopen. Twee centimeter of zo verder en je had er een gebroken slaapbeen aan kunnen over houden. Het lijkt mij dat je vriend loden kogeltjes uit bijvoorbeeld jachtgeweerpatronen in die ploertendoder had zitten. Een leren knuppel kon zo'n wond niet veroorzaken.' Brinckman keek Dermott op een eigenaardige manier aan. 'Lood, denk je?' 'Ja, dat denk ik wel.' Dermott wendde zich nu naar Jorgensen. 'Jij bent er ook niet veel beter afgekomen, hè?' 'Ik ben in ieder geval niet neergeknuppeld. Ik dacht alleen dat mijn kaak werd gebroken. Die andere kerel was óf een zwaargewichtkampioen in aanbouw, óf hij hield iets van zwaar metaal in zijn vuist. Dat kon ik niet zien. Hij rukte het portier open aan de kant van meneer Reynolds, gooide een soort rookbom naar binnen en smeet het portier weer dicht.' 'Traangas,' zei Willoughby. 'U kunt zien dat hij nog rode ogen heeft.' 'Nou, toen ben ik het busje uit gegaan,' vervolgde Jorgensen. 'Ik probeerde mijn revolver te gebruiken, maar omdat ik niks kon zien had ik op dat moment van een waterpistooltje evenveel nut gehad. Ik was volkomen verblind. Daarna herinner ik me alleen nog dat Pete Johnson aan ons schudde om ons bij te brengen.' 'Je weet dus niet wat er verder met meneer Reynolds en de drie vrouwen gebeurde?' vroeg Brady. Hij keek om zich heen. 'Waar is Carmody?' 'Op het bureau,' zei Shore. 'Hij is nog bezig zijn rapport te schrijven. Pete Johnson is bij hem. Ze komen zó.' 'Goed.' Brady keek naar Brinckman. 'Die man die jou aanviel, had die handschoenen aan?' 'Zou ik niet durven zeggen.' Brinckman dacht na en zei: 'Toen hij eenmaal uit de lichtbundel van de koplampen was, stond hij in een behoorlijk zware schaduw. En zoals ik al heb gezegd, het gebeurde allemaal heel snel. Maar ik geloof het niet.' 'En jou aanvaller, Jorgensen?' 'Ik heb zijn hand heel duidelijk kunnen zien toen hij de traangasgranaat gooide. Nee, géén handschoen.' 'Dank u zeer, heren. Meneer Willoughby, mag ik u een paar vragen stellen?' 'Gaat uw gang.' Willoughby schraapte zijn keel. 'Die vrachtwagen van de kidnappers... denkt u dat die gestolen is?' 'Inderdaad. Dat is trouwens al vastgesteld.' 'En herkend?' 'De wagen is eigendom van een garagehouder in Fort McMurray. Iedereen wist dat hij een paar dagen op jacht wilde gaan.' 'Op jacht? In deze tijd van het jaar?' 'De echte enthousiastelingen gaan het hele jaar door. In ieder geval is de vrachtwagen gistermiddag nog door agenten van mij op straat gezien. Er werd als vanzelfsprekend aangenomen dat de garagehouder met zijn wagen op jacht ging. Maar de wagen moet toen al gestolen zijn.' 'Wat erop zou kunnen wijzen dat de dief Fort McMurray en de omgeving goed kent?' 'O ja, maar daar hebben we niet veel aan.' Willoughby streek langs zijn zwarte snor. 'Fort McMurray is al jaren geen dorpje meer.' 'Hebt u de vrachtwagen op vingerafdrukken laten onderzoeken? Van binnen en van buiten?' 'Daar zijn ze nu mee bezig. Een langdurig karweitje: er zijn honderden afdrukken op.' 'Mogen we ze zien?' 'Natuurlijk. Ik zal er fotokopieën van laten maken. Maar met alle respect, meneer Brady, wat hoopt u daarmee te bereiken wat wij politiemensen niet kunnen?' 'Je weet maar nooit.' Brady glimlachte raadselachtig. 'Meneer Dermott is een internationale vakman op het gebied van vingerafdrukken.' 'O, dat wist ik niet!' Willoughby glimlachte naar Dermott, die terug grijnsde. Hij wist het ook niet. Brady veranderde gauw van onderwerp. 'Bestaat er een kans dat de helikopter kan worden geïdentificeerd aan de hand van de maten van de ski-afdrukken die Carmody heeft opgemeten?' Willoughby schudde zijn hoofd. 'Het was een goed idee om ze te meten, maar nee: de kans om een machine te kunnen identificeren aan de hand van de onderstelafdrukken is uiterst klein, want er vliegen ongetwijfeld tientallen van dat type rond. Net als Alas-ka is het hier helikopterland, meneer Brady. Hier in het noorden van Alberta zijn de wegen nog vrij primitief. In dit deel van de wereld kennen we geen grote vier- of zesbaans autowegen. Ten noorden van Edmonton zijn er in feite maar twéé goed geplaveide wegen in noordelijke richting. Daartussen ligt niemandsland. En afgezien van ons eigen vliegveld en de luchthavens van Peace River en Fort Chipewyan is er verder op een gebied van pakweg tweehonderdduizend vierkante mijl geen vliegveld te bekennen.' Brady knikte. 'U gebruikt dus helikopters.' 'In ieder seizoen de meest gebruikelijke wijze van transport en in de winter de énige.' 'We kunnen er dus wel op rekenen dat een intensieve speuractie geen enkele hoop biedt op het vinden van de helikopter?' 'Geen enkele. Ik heb een kleine studie gemaakt van het verschijnsel kidnappen en ik kan u het best aan de hand van een vergelijking antwoord geven. Het gebied, waar de meeste kidnapacties ter wereld worden uitgevoerd, is Sardinië. Het is daar een soort folkloristisch tijdverdrijf geworden. Als er weer eens een miljonair wordt gesnaaid, wordt alles wat ze maar bij de politie en het leger beschikbaar hebben in de strijd geworpen. De marine blokkeert havens en vrijwel alle vissersplaatsjes langs de kust. Het leger zet wegversperringen op en speciaal opgeleide troepen zoeken het bergland af. De luchtmacht doet uitgebreide verkenningen vanuit de lucht per vliegtuig en helikopter. In al die jaren van intensieve speuracties hebben ze nog nooit één schuilplaats van kidnappers gevonden. Alberta is zevenentwintig maal zo groot als Sardinië en onze beschikbare manschappen vormen slechts een fractie van de Italiaanse. Is dat een goed antwoord op uw vraag?' Brady glimlachte treurig. 'Ik begin de eerste lichte steken van wanhoop te voelen. Vertelt u me eens, meneer Willoughby, als u vier gegijzelden in handen had, waar zou u ze dan verbergen?' 'In Edmonton of in Calgary.' 'Maar dat zijn toch steden? Is dat niet...' 'Grote steden, ja, met bevolkingsaantallen van rond de half miljoen. Je kunt dan niet zeggen dat de gegijzelden er verbórgen worden gehouden... je vindt ze nooit meer terug in die mensenmassa's.' 'Tja.' Brady hees zich uit zijn stoel overeind. 'Dan stel ik voor dat we wachten tot we iets van de kidnappers horen voor we zelf iets ondernemen. U beiden...' - Brady knikte naar Brinckman en Jorgensen - 'Ik denk niet dat we u nog langer nodig hebben. Bedankt voor uw medewerking.' De twee bewakers groetten de anderen en vertrokken. Zodra Brady overeind stond, zei hij: 'Is Carmody er nog niet? Laten we het ons dan maar gemakkelijk maken. De centrale laat ons wel weten als hij er is. Deze kant op, heren.' Eenmaal in de privésfeer van zijn eigen kamer en gewapend met een volgend glas daiquiri leek Brady plotseling alle vermoeidheid van zich af te schudden. 'Oké, George,' zei hij monter. 'Je hebt iets voor ons verborgen gehouden. Waarom?' 'Hoezo?' 'Draai er niet omheen. Je zei dat je je meer zorgen maakte over de eisen van de schurken dan om het lot van mijn vrouw en dochter. Wat heeft dat te betekenen?' 'Ik weet zeker dat hun eerste eis zal luiden dat jij, Donald en ik met het eerste het beste vliegtuig naar Houston terug moeten. Ze verkeren in de overtuiging dat wij op het punt staan om volledig af te knappen. Hun tweede eis zal waarschijnlijk het noemen van een bedrag aan losgeld zijn. Om dat binnen redelijke perken te houden kunnen ze voor de mensen niet meer dan een paar miljoen dollar vragen. Maar losgeld is natuurlijk een peulenschil vergeleken bij de véél grotere pot waar onze vrienden om spelen. In de derde plaats die veel grotere pot. Het is duidelijk dat ze een fortuin zullen eisen om hun gedonderjaag met de Pijp en Athabasca en hun steeds verder gaande vernielingen daaraan te stoppen. In dat geval hebben ze alle troeven in handen. Zoals we al weten zijn de beide systemen van oliewinning verbijsterend eenvoudig te ontregelen. Zolang die misdadigers hun identiteit verborgen weten te houden, kunnen ze de beide systemen stukje bij beetje totaal kapot maken. Hun prijs zal erg hoog liggen. Ik denk dat ze zich zullen baseren op de bouw- en ontwikkelingskosten van de beide oliewinningssystemen - dat is om te beginnen tien miljard dollar - en vervolgens op de dagelijkse opbrengst, en die komt neer op meer dan twee miljoen vaten olie per dag. Wat gaan ze eisen? Vijf procent van dat totaal? Tien procent misschien? Hangt ervan af hoe de markt ligt. Eén ding is zeker: als ze te véél gaan vragen en zich daarmee uit de markt wippen, zullen de oliemaatschappijen zien te redden wat er te redden valt en de verzekeringsmaatschappijen de vuile was laten doen - en dat wordt stellig de duurste vuile was in de hele geschiedenis van het verzekeringswezen!' Knorrig vroeg Brady: 'Waarom heb je dat beneden niet te berde gebracht?' 'Ik heb er een hekel aan om in drukke hotelfoyers te veel te praten.' Dermott boog zich naar Jay Shore toe. Hebt u het kantoor in Edmonton gevraagd de door ons gewenste vingerafdrukken te sturen?' 'Die heb ik al in mijn safe thuis.' 'Prima,' zei Dermott, maar Willoughby vroeg nieuwsgierig: 'Welke afdrukken?' Shore aarzelde even, tot Dermott hem een nauwelijks merkbaar hoofdknikje gaf. Hij zei: 'Meneer Brady en zijn medewerkers zijn er vrijwel van overtuigd dat we onder onze mensen van Sanmobil één of misschien zelfs meer subversieve elementen hebben zitten, die hulp verlenen aan degenen die ons willen vernietigen. Meneer Dermott heeft vooral verdenking tegen onze bewakingsdienst en tegen alle andere mensen, die toegang tot onze safe hebben.' Willoughby wierp een wat kille, spottende blik op Dermott. Het was wel duidelijk dat hij het een zaak voor de Canadese politie en niet voor amateurs vond. 'Wilt u mij eens even uitleggen waarom?' vroeg hij koeltjes. 'Omdat het de enige verdachten zijn die we hebben, met name vooral de mannen die de leiding hebben van de bewakingsploegen. Ze beschikken niet alleen over de sleutels om de loods te openen waaruit de explosieven gestolen zijn, maar ze lopen er waarachtig in hun diensttijd mee rond. Bovendien heb ik een heel goede reden om verdenking te koesteren jegens de bewakers van de Pijpleiding in Alaska. Verder lijkt het me méér dan waarschijnlijk dat de twee bewakingsploegen nauw met elkaar samenwerken onder dezelfde baas of dezelfde bazen. Hoe wilt u anders het feit verklaren dat een paar van de boeven hier de code van Sohio/BP kennen en de boeven dáár de code van Sanmobil?' 'Dat zijn allemaal maar veronderstellingen...' vond Willoughby. 'O ja, zeker, maar wel veronderstellingen die in de buurt van de waarschijnlijkheid komen. Is het trouwens geen essentiële filosofie bij de politie om eerst een theorie van alle kanten grondig te bekijken, voor die theorie al dan niet wordt aanvaard? Nou, wij hebben een theorie ontwikkeld, die aan alle kanten bekeken en we zien géén reden om die theorie overboord te gooien.' Willoughby fronste. 'U vertrouwt dus de bewakers niet?' 'Laat ik het zó stellen: het grootste deel van het bewakende personeel is zonder twijfel oké, maar zolang ik dat niet zeker weet staan ze allemaal onder verdenking.' 'Met inbegrip van Brinckman en Jorgensen?' '"Met inbegrip" is niet het juiste woord. Het moet zijn: "in het bijzonder" Brinckman en Jorgensen.' 'Jezus! Maar dat is onzin, Dermott! Na wat die twee hebben doorgemaakt?' 'Vertelt u mij maar eens wat ze dan hebben doorgemaakt.' 'Dat hebben ze u al verteld,' zei Willoughby ongelovig. Dermott gaf geen krimp. 'Daar heb ik alleen hún woord voor -en ik ben er vrijwel zeker van dat hun woord in beide gevallen waardeloos is.' 'Carmody of liever Johnson, heeft hun verhaal bevestigd. Of vertrouwt u hem misschien ook niet?' 'Dat zal ik wel uitmaken als ik met hem heb gesproken. Maar het punt is dat Johnson hun verhaalniet heeft bevestigd. Het enige dat hij gezegd heeft - u mag me verbeteren als ik het bij het verkeerde eind heb - is dat toen hij ter plaatse aankwam Brinckman zo te zien bewusteloos op de weg lag en dat Jorgensen zo te zien liep rond te waggelen. Meer heeft hij niet gezegd. Hij wist evenmin als u of ik wat zich daarvóór had afgespeeld.' 'En hoe verklaart u hun verwondingen dan?' 'Verwondingen?! zei Dermott sarcastisch glimlachend. Jorgensens gezicht vertoonde geen enkel spoor dat hij was neergeslagen. Brinckman wél, maar als u hem goed in de gaten hebt gehouden dan hebt u kunnen zien dat hij heel raar reageerde toen ik hem zei dat hij met een met lood gevulde knuppel werd neergeslagen. Dat klopt niet. Er klopte iets niet toen ze ons hun visie op de zaak voorschotelden. Ik ben van mening dat ze allebei volstrekt niets mankeerden toen ze de lichten van Johnsons busje zagen aankomen. Toen heeft Jorgensen volgens de instructies Brinckman een tikje op diens kop gegeven, net hard genoeg om hem even te vloeren.' 'Wat bedoelt u met: "volgens de instructies"?' bleef Willoughby hardnekkig doorvragen. 'Wiens instructies?' 'Daar moeten we achter zien te komen. Maar het zal u misschien interesseren dat het niet de eerste eigenaardige verwonding is, die we al zijn tegengekomen. Een arts in Prudhoe Bay bijvoorbeeld heeft al ontdekt dat wij wat dat betreft erg achterdochtig zijn ingesteld. Donald en ik moesten een vermoorde ingenieur onderzoeken, wiens wijsvinger een heel eigenaardige breuk vertoonde. De brave dokter wist dat tot zijn eigen tevredenheid weg te redeneren, maar niet tot onze tevredenheid. Hij heeft waarschijnlijk opdracht gegeven dat als zich wéér een dergelijk klein incident mocht voordoen, dat de bewakers in de buurt dan het bewijs moesten kunnen tonen van de hun toegebrachte verwondingen bij de trouwe uitoefening van hun plicht, bijvoorbeeld, zoals in dit geval, hun dappere pogingen om de mensen te beschermen die ze zogenaamd dienden te beschermen.' Willoughby staarde hem aan en mompelde: 'Uw fantasie is op hol geslagen.' 'We zullen zien,' zei Dermott. Hij wilde nog meer aanvoeren, maar zijn weerwoord werd onderbroken door de toch nog onverwachte komst van Carmody en Pete Johnson. De twee mannen zagen er bleek en uitgeput uit, hetgeen Brady wilde verhelpen door het verschaffen van grote glazen whisky. Na een welkome pauze om Carmody te feliciteren met wat hij tot dusver had geklaard, werd zijn verslag stap voor stap doorgenomen. Daar kwam niet veel uit voort, tot hij midden in de beschrijving van de onderstelafdrukken van de helikopter plotseling zweeg. Hij stamelde: 'Meneer Brady, zou ik... eh... u misschien even onder vier ogen kunnen spreken?' Brady keek even beduusd. 'Ja, allicht! Maar waarom? Al deze heren hier genieten mijn volste vertrouwen. Zeg maar wat je wilt in hun bijzijn.' 'Goed dan. Het gaat over dat meisje, Corinne...' Waarop Carmody verslag deed van haar redding. Korte, maar diepe verbazing deed alle mannen op slag klaar wakker worden. Ze dromden bijeen en luisterden gespannen. 'Misschien heb ik het verkeerd gedaan,' besloot Carmody, 'maar ik dacht dat als wij het bericht van haar redding geheim kunnen houden, is dat misschien een troefkaart in ons voordeel.' 'Waar is ze nu?' vroeg Dermott scherp. 'Op dit moment ligt ze in bed in het quarantaineverblijf op het industrieterrein. Eerst raakte ze door de reactie volledig over haar toeren, maar het gaat nu prima met haar.' Dermott liet een lange zucht ontsnappen en zei: 'Heb je ooit!' 'Een hoogst originele opmerking, George,' zei Brady droog. 'Bespeur ik misschien een zekere... vreugde van persoonlijke aard, dat de jongedame levend en wel in veilige handen is?' 'Volkomen juist.' Haastig voegde Dermott eraan toe: 'En waarom ook niet?' 'Ik dacht dat het misschien wel van belang was dat ik een verklaring van haar heb opgenomen,' vervolgde Carmody. 'Willen de heren die horen?' 'Maar natuurlijk!' zei Brady. 'Brand maar los.' De verklaring van Corinne Delorme stond nog in klad in Carmody's notitieboekje. Het duurde daarom enige tijd voor hij alles in de juiste volgorde had. Het begin van Corinnes verklaring bevestigde alleen wat inmiddels al was komen vast te staan - maar toen volgde een belangwekkende onthulling. Na de aanhouding van het busje, zo vertelde Corinne, 'kwam er een man op de weg naar ons toe waggelen'. 'Eén man?' reageerde Dermott onmiddellijk, half uit zijn stoel overeind komend. 'Zei ze één man?' 'Ja, dat zei ze.' Carmody ging even terug in zijn aantekeningen om haar verslag van dat moment met nadruk te herhalen en las: 'Ik zag twee mannen op de weg liggen, alsof ze gewond waren. De ene man lag doodstil, de andere man kon zich een beetje bewegen. Toen kwam er een man op de weg naar ons toe waggelen. Een derde man dus, die hinkte. Hij hield een hand voor zijn ogen. Meneer Brinckman zat rechts van me. Hij sprong uit het busje en greep de eerste-hulp-kist vanonder de zitting. Ik denk dat hij daarbij uitgleed, want hij viel. Hij ging weer staan en toen zag ik dat de hinkende man zich oprichtte en meneer Brinckman een klap gaf. Hij ging neer - meneer Brinckman, bedoel ik. De andere man had een nylonkous over zijn hoofd. Dat kon ik op dat moment zien. Hij duwde het raampje open waar meneer Reynolds zat en gooide iets in het busje 'Dat is het!' schreeuwde Dermott, zijn vuist op het tafeltje voor hem dreunend. 'We hebben ze te grazen!' Brady staarde hem strak aan. 'Is het te veel gevraagd om ons, tragere broeders, een nadere verklaring te geven?' 'De hele zaak was een complot. Ze hebben ons een heleboel flauwekul staan te vertellen. Ze zeiden dat ertwee mannen naar het busje kwamen, om het realistischer te maken dat ze zelf geen tegenstand boden. Nu is het zo klaar als een klontje dat ze geen tegenstand wildenbieden! Ze maakten zelf deel uit van de overval. Jorgensen zat gewoon op z'n dooie gemak te kijken hoe Brinckman werd neergeslagen!' 'Maar hij heeft toch ook z'n portie gehad van het traangas?' vroeg Brady. 'Nee, omdat hij er natuurlijk op zat te wachten,' antwoordde Dermott onmiddellijk. 'Als je je ogen goed dichtknijpt en je adem inhoudt, heeft traangas heel weinig uitwerking op je. Jorgensen hoefde dat maar een paar seconden vol te houden voor hij zijn eigen portier opendeed en de frisse lucht instapte. Hoor maar wat het meisje verderop in haar verklaring zegt: "er lag niemand meer op de weg toen ze werd weggesleept". Al die rotzakken die daar lagen moesten overeind komen om de gegijzelden aan boord van die helikopter te helpen. Da's nogal wiedes. Maar op dát moment zagen ze de koplampen van het busje van Johnson aankomen, dus toen namen Brinckman en Jorgensen gauw weer hun artistieke poses op de weg aan.' Willoughby mompelde enige vloeken. 'Ik geloof dat u gelijk hebt,' zei hij langzaam. 'Dat geloof ik werkelijk. En we hebben geen greintje behoorlijk bewijs tegen ze.' 'Kunt u niet een of andere aanklacht tegen ze verzinnen om ze in preventieve hechtenis te nemen?' vroeg Dermott hoopvol. 'Geen enkele.' 'Ik wou maar dat u het kon!' zei Dermott. 'Dan zou ik vannacht heel wat rustiger slapen. Maar zoals de zaak nu ligt ben ik niet van plan een oog dicht te doen. Ik heb er gloeiend de pest aan om in bed vermoord te worden...' Brady verslikte zich bijna in zijn drank. 'Wat bedoel je daar mee, makker?' bracht hij uit. 'Alleen maar dat ik geloof dat er binnen de kortste keren een moordaanslag op me zal worden gepleegd. En op Donald. En op jou, Jim.' Brady keek alsof hij een geweldige woedeuitbarsting zou krijgen, maar hij zweeg. Niet zonder enig wrang verwijt zei George Dermott tegen hem: 'Weet je, toen je beneden in de foyer je verhaal deed, zat je nog een nagel in je eigen doodkist te slaan.' Hij wendde zich naar Willoughby. 'Kunt u een mannetje missen om het huis van meneer Shore vannacht te bewaken?' 'Natuurlijk. Maar waarom?' 'Duidelijke zaak. Meneer Brady is helaas zo onverstandig geweest om beneden te zeggen dat hij fotokopieën wilde van de vingerafdrukken op en in de gestolen vrachtwagen. Brinckman en Jorgensen weten dat we uw mensen gevraagd hebben om vingerafdrukken uit de archieven van uw hoofdbureau in Edmonton. Die afdrukken kunnen voor Brinckman en Jorgensen de vernietiging betekenen. Ze zullen tot de conclusie komen, als dat al niet is gebeurd, dat de kopieën van hun eigen vingerafdrukken, die we in eerder stadium hebben genomen, in de safe zijn bij meneer Shore thuis.' 'Maar wat hebben ze aan fotokopieën?' vroeg Brady geprikkeld. 'De originele afdrukken zijn op het hoofdbureau in Edmonton.' 'Dacht je dat deze smeerlapperij van die gangsters zich nog niet her en der heeft verspreid?' vroeg Dermott. 'Het is best mogelijk dat de originele vingerafdrukken er nog zijn, maar je hebt er niet veel meer aan als ze eenmaal door de snijmachine zijn gehaald.' 'Dat zou het ergste probleem niet zijn.' vond Willoughby. 'Als dat inderdaad zou gebeuren, kunnen we toch gewoon weer nieuwe vingerafdrukken van ze nemen?' 'Op welke juridische grond? Verdenking? Kom nou: ze hoeven maar een goedkoop advocaatje te nemen en Fort McMurray heeft in de kortste tijd een nieuwe commissaris van politie. Ze zouden domweg weigeren. Wat begin je dan?' 'Aanvoeren - wat ook inderdaad het geval is - dat het een voorwaarde is van de personeelschef van Sanmobil.' 'Dan nemen de mensen en bloc ontslag. Wat dan?' Willoughby gaf geen antwoord. Mackenzie kwam tussen beide: 'George, heb ik beneden óók stomme dingen gezegd?' 'Ja. Je zei dat de kidnappers vanuit Sanmobil de tip kregen op welk tijdstip het busje van Reynolds de poort verliet en bij die Beulenbocht verwacht kon worden. Daar had je natuurlijk volkomen gelijk in. Maar Brinckman en Jorgensen moeten gedacht hebben dat jij bedoelde dat zij die tip hebben gegeven. Misschien denken ze nu wel dat wij die telefonische tip (als het een telefoontje was) naar Brinckman en Jorgensen kunnen herleiden, ook al worden uitgaande gesprekken doorgaans niet afgeluisterd.' 'Nou, het spijt me,' zei Mackenzie. Hij wiebelde onbehaaglijk op zijn stoel. 'Het is beroerd en we hebben onze eigen glazen ingegooid. Ik kon jou en Jim beneden moeilijk op jullie vingers gaan tikken.' De telefoon ging. Dermott, die naast het toestel stond, nam op, luisterde even en zei: 'Ogenblikje graag. Ik denk dat u meneer Shore moet hebben. Ja, hij is hier.' Hij gaf Shore de hoorn en luisterde onbewogen naar wat Shore zei, voornamelijk een aantal gemompelde krachttermen. Toen hij de hoorn neerlegde, rammelde het toestel, zo hevig beefde zijn hand. Zijn gezicht was spierwit geworden. 'Ze hebben Grigson neergeschoten,' hijgde hij. 'Wie is Grigson?' snauwde Brady. 'Niemand minder dan de directeur van Sanmobil.'