4

 

Vier uur later stonden de drie mannen van 'Brady Enterprises' te huiveren in de gesaboteerde bewerkingsfabriek van Sanmobil te Athabasca. Brady zelf zat weer dik ingepakt in jassen en sjaals; zijn humeur was er niet beter op geworden door het feit dat de vlucht van Alaska naar Athabasca hem van zijn maaltijd had beroofd. 'Hoe kon dit gebeuren?' herhaalde hij. 'We hebben hier een gebied waar gemakkelijk gepatrouilleerd kan worden, helder verlicht, zoals u zelf hebt gezegd, en bemand met 100 procent -o, pardon, met 98 procent - loyale en patriotische Canadezen.' Hij tuurde door een groot gat, dat in een cilindervormige container was geslagen. 'Hoe kan dat nou, hè?' 'Ik vind dat niet erg fair van u, meneer Brady.' Bill Reynolds, de blonde chef van dienst met zijn gezonde rode gelaatskleur, nam het op voor zijn collega Terry Brinckman, de chef veiligheidsdienst, tot wie Brady zijn op- en aanmerkingen had gericht. 'Terry had gisteren maar acht man op post en dat was al zijn tweede dienst. Met andere woorden: hij is zelf vijftien uur onafgebroken in touw geweest toen het gebeurde. U begrijpt dus wel hoe hard hij zijn best deed. We waren het allemaal eens geworden over de prioriteiten, weet u nog wel? De kwetsbaarste punten, daar waar het grootste aanvalsrisico bestaat. Terry en zijn mannen hebben hun best gedaan om die punten zo goed mogelijk te bewaken. Dat betekent dat ze géén mensen over hadden om in en om de fabriek zelf te patrouilleren. U zult zich herinneren, meneer Brady, dat u het daar zelf volkomen mee eens was. U hebt ook nog gezegd dat Terry zich geen verwijt hoefde te maken. Als we de schuld over een aantal koppen moeten verdelen, laten we onszelf dan vooral niet vergeten.' 'Niemand geeft hier iemand ergens de schuld van, meneer Reynolds. Hoe groot is de schade?' 'Behoorlijk. Terry en ik zijn van mening dat onze vrienden op fluwelen zolen hier drie ladingen tot ontploffing hebben gebracht - dát daar was de gasoliedistillateur - en nog eens drie hiernaast voor het vernielen van de naftadistillateur. Goed beschouwd hebben we geweldig geluk gehad - we hadden gasexplosies en naftaoliebranden kunnen hebben. Dat is niet gebeurd. Zoals de zaak nu ligt is de schade verhoudingsgewijs gering te noemen. Over 48 uur kunnen we weer olie leveren.' 'Maar moet in die tijd alles in het bedrijf stilstaan?' 'De graafmachines niet. De rest wel. De radiale verdeelbuizen zitten vol grondstof.' 'Was het iemand van het bedienende fabriekspersoneel, denkt u?' 'Ik vrees dat we daarvan wel overtuigd kunnen zijn,' zei Brinckman. 'Het is een groot bedrijf, maar er zijn verbazend weinig mensen voor nodig om de boel hier draaiende te houden. Iedereen kent iedereen in een werkploeg. Een buitenstaander zou ogenblikkelijk door de mand zijn gevallen. Bovendienweten we al dat het door medewerkers moet zijn geklaard: er zijn zes explosieve ladingen van elk 840 gram weg. Gisteravond uit de explosievenloods gepikt.' 'De explosievenloods?' Reynolds zei: 'We gebruiken springstoffen om grote brokken keihard teerzand in stukken te breken. Maar het zijn maar kleine ladingen.' 'Groot genoeg, dacht ik zo. Is die explosievenloods normaal gesproken op slot?' 'Dubbel.' 'Heeft iemand de deur dan geforceerd?' 'Niemand heeft iets geforceerd. Daarom zei Brinckman dat we zeker weten dat het door medewerkers is gedaan. Iemand heeft de sleutels gebruikt.' 'Wie heeft de sleutels meestal?' vroeg Dermott. Reynolds zei: 'Er zijn drie stel sleutels. Ik heb een stel sleutels en Brinckman de andere twee.' 'Waarom twee?' 'Eén stel heb ik altijd bij me,' legde Brinckman uit. 'Het andere stel gaat naar de dienstdoende chef van de bewaking voor de nachtploeg, die dit stel sleutels weer op zijn beurt doorgeeft aan de verantwoordelijke man voor de bewaking van de ochtend- en middagploegen.' 'Wie zijn die twee verantwoordelijke chefs van de bewakingsdiensten?' 'Mijn naaste assistent Jorgensen,' zei Brinckman. 'We zitten nu in zijn dienst. De ander heet Napier. Ik geloof niet dat een van ons drieën er lol in heeft springstoffen te gaan stelen, meneer Dermott.' 'Dat zullen we moeten nagaan. Kijk eens, het komt me onwaarschijnlijk voor dat iemand het zou wagen sleutels weg te nemen om die te laten namaken. Om te beginnen zouden weggenomen sleutels al gauw vermist worden, maar bovendien bestaat er dan een goede kans dat we de sleutelmaker en dus de dief kunnen opsporen.' 'De sleutels kunnen stiekem door knutselaars die niet meer zijn op te sporen nagemaakt zijn.' 'Jawel, maar toch twijfel ik eraan of de sleutels geruime tijd zijn ontvreemd. Het is veel aannemelijker dat iemand er een afdruk van heeft gemaakt. Dat duurt maar een paar seconden. En daar duikt de illegale kant van de zaak op, want geen enkele fatsoenlijke sleutelsmid met een bedrijfsvergunning waagt het een afdruk die ze hem brengen aan te raken. Blijft de vraag: is het moeilijk voor iemand om een stel sleutels in handen te krijgen, ook al is het maar voor een paar seconden?' 'Tja, wat Jorgensen en Napier betreft weet ik het niet. Mijn eigen stel sleutels heb ik altijd aan mijn riem.' 'Ieder mens gaat op een zeker tijdstip slapen,' zei Mackenzie. 'Ja, en?' vroeg Brinckman. 'Dan doet u uw riem toch af, hè?' 'O ja, natuurlijk.' Brinckman haalde zijn schouders op. 'En als u mij vervolgens vraagt of ik meestal diep slaap, dan is het antwoord ja. En als u mij dan ook nog vraagt of het mogelijk is dat iemand mijn kamer binnensluipt als ik lig te slapen om mijn sleutels effe te lenen en die weer ongemerkt terug te doen, dan moet ik zeggen dat ook zo iets beslist mogelijk is.' Brady zei: 'Daar schieten we niet veel mee op. Vingervlugge jongens met een voorliefde voor sleutels zijn er legio. Mijn vraag is: is er vanavond wel een bewaker hier in de buurt geweest?' 'Dat moet Jorgensen weten,' zei Brinckman. 'Zal ik hem laten komen?' 'Loopt hij niet te patrouilleren langs tweeëntwintig kilometer transportband, of zoiets?' 'Hij zit in de kantine.' 'Maar hij is toch de verantwoordelijke man voor de bewaking? Hij heeft nu toch zijn dienst?' 'Bewaking van wat, meneer Brady? Vier mannetjes houden een oogje op de vier graafmachines. De rest van het bedrijf is nu gesloten. We achten het onwaarschijnlijk dat de bommenjongen vanavond wéér toeslaat.' 'Dat zal best, ja. Maar mag ik u toch verzoeken?' 'Laat hem maar naar mijn kantoor komen,' zei Reynolds. Hij wachtte tot Brinckman wegliep en voegde eraan toe: 'Ik denk dat u het op mijn kantoor heel wat warmer en aangenamer zult vinden, meneer Brady.' Ze volgden Reynolds naar de kantoorvleugel. In het ontvangstkantoortje, dat aan de kamer van Reynolds grensde, zat een aantrekkelijke jongedame met een levendige oogopslag en een charmante glimlach. Reynolds had de deur van zijn eigen kantoor nog niet gesloten, of Brady ontdeed zich al van diverse bovenkledingsstukken. Reynolds nam in zijn stoel achter zijn bureau plaats, terwijl Brady zich vermoeid in de enige leunstoel in het kantoor liet zakken. Reynolds zei: 'Het spijt me werkelijk u zo van hot naar her te moeten slepen, meneer Brady. Geen slaap, geen hap te eten, vliegtuigvertragingen, allemaal heel vervelend. In de gegeven omstandigheden vind ik dat ik wel een beetje buiten m'n boekje mag gaan. Ik ben in feite de enige bij Sanmobil die zich dat kan permitteren. Zou een vloeibaar opkikkert je op z'n plaats zijn?' 'Ah!' Brady veerde op, maar bleef somber: 'Het is heidens vroeg in de morgen, begrijpt u... géén avondmaal genoten, ook nog geen ontbijt gehad.' Er kwam iets hoopvols in zijn blik: 'Daiquiri?' 'Maar ik dacht dat u altijd...' Dermott verklaarde: 'Wij hebben boven het Yukon Gebergte iets zeer treurigs beleefd. De daiquiri raakte op.' Brady gromde weer terneergeslagen. Reynolds glimlachte. 'Géén daiquiri,' zei hij, 'maar wel een werkelijk voortreffelijk vocht van twaalf jaar oud.' De fles verscheen en al spoedig zette Brady zijn glas na de eerste teug neer terwijl hij waarderend knikte. 'Een goede tweede, ja,' prees hij. Daarop keek hij naar zijn medewerkers Dermott en Mackenzie. 'En nu jullie eens, hè? Ik heb tot dusver het zware werk moeten doen.' 'Jawel, baas,' zei Mackenzie, zijn gezicht volkomen in de plooi houdend. 'Drie vragen, als ik zo vrij mag wezen. Om te beginnen: wie heeft gezegd dat de voorraad springstoffen in de explosievenruimte geteld moest worden?' 'Niemand. Terry Brinckman heeft dat op z'n eigen houtje gedaan. We hebben een heel nauwkeurig en ook heel simpel controlesysteem. De voorraadlijst wordt tweemaal per dag gecontroleerd. We tellen gewoon de aantallen van alle soorten springstof, trekken daar af wat als laatste aanschaf op de voorraadlijst is ingevuld en dan houd je over wat er die dag is gebruikt. Of gestolen, zoals nu het geval is.' 'Kijk 'es aan, dat is zeker een punt in het voordeel van uw chef veiligheidsdienst.' 'Heeft u dan bedenkingen tegen hem?' 'Goeie hemel, nee. Waarom zou ik? Tweede vraag: waar hangt u 's avonds uw sleutels op?' 'Nergens.' Reynolds knikte naar een zware safe in een hoek. 'Ze zijn daar dag en nacht.' 'Juist ja. In dat geval moet ik de derde vraag die ik in gedachten had, wat anders stellen. Bent u de énige, die een sleutel van die safe heeft?' 'Nee, er is nog een sleutel. Die heeft Corinne.' 'Aha. Die schone Schotse deerne in het secretaressekantoortje daar?' 'Zeker. Die schone Schotse deerne daar is mijn secretaresse.' 'En waarom heeftzij ook een sleutel?' 'Om verschillende redenen. U moet weten dat alle grote ondernemingen hun eigen code hebben. Wij vormen daarop geen uitzondering. Alle codes worden daar bewaard. Corinne is mijn specialiste op dat gebied. Bovendien kan ik hier niet de hele tijd aanwezig zijn. Sous-chefs, de mensen van de boekhouding en van onze juridische afdeling, en ook de chef veiligheidsdienst hebben allemaal toegang tot de safe. Ik kan u wel verzekeren dat in de safe dingen van héél wat groter belang zitten dan de sleutels van de explosievenloods. Tot dusver is er nooit iets uit de safe ontvreemd.' 'De mensen kunnen dus gewoon binnenwandelen, uit de safe nemen wat hun zint en dan weer weglopen?' 'Zo is het niet helemaal.' Reynolds trok een wenkbrauw op en keek Mackenzie strak aan. 'We hebben wel een klein beetje sjoege van beveiligingsmaatregelen, hoor. De mensen moeten eerst een handtekening zetten, dan aan Corinne laten zien wat ze meenemen en vervolgens nogmaals tekenen.' 'Steken ze nooit een paar sleutels in hun broekzak?' 'Corinne gaat ze natuurlijk niet fouilleren. Er moet een zeker vertrouwen van mensen op procuratieniveau mogelijk zijn, nietwaar?' 'Inderdaad. Mogen we haar even spreken?' Reynolds drukte het knopje van zijn intercom in en vroeg zijn secretaresse even te willen komen. Corinne kwam binnen met een stralende glimlach; het meisje zag er voortreffelijk uit in haar sportieve kakiblouse en Schotse rok. Reynolds vroeg: 'Je weet toch wie deze heren zijn, hè, Corinne?' 'Ja meneer. Dat weet iedereen hier, geloof ik.' 'Meneer Mackenzie wilde je graag een paar vragen stellen.' 'Zegt u het maar, meneer.' 'Hoe lang werkt u al voor meneer Reynolds?' 'Ruim twee jaar.' 'En daarvóór?' 'Ik kwam zo van de secretaresseopleiding.' 'U hebt hier een nogal vertrouwelijke en verantwoordelijke positie, niet?' Ze glimlachte weer, maar nu een beetje onzeker, alsof ze nog niet doorzag waar Mackenzie met zijn vragen heen wilde. 'Meneer Reynolds beschouwt me als zijn privésecretaresse.' 'Mag ik vragen hoe oud u bent?' 'Tweeëntwintig.' 'Dan bent u wel de jongste privésecretaresse van een grote onderneming, die ik ooit ben tegengekomen.' Ze beet op haar lip en keek naar Reynolds, die achterover in zijn stoel leunde, zijn handen ontspannen in zijn nek gevouwen als een man die zich welhaast om het gebeuren om hem heen amuseert. Glimlachend zei hij: 'Meneer Mackenzie is rechercheur van industriële sabotage. Een deel van zijn werk bestaat uit het stellen van vragen. Wat hij net zei is een opmerking, geen vraag, maar wel een opmerking die nadere verklaring behoeft.' Corinne keerde zich weer om naar Mackenzie. Haar lange, kastanjekleurige haar zwiepte over haar schouders. 'Ik denk dat ik dan aardig geluk heb gehad,' zei ze. Er klonk iets ijzigs in haar toon en Mackenzie voelde het goed. 'Géén van mijn vragen zijn tégen je gericht, Corinne. Oké? Luister eens, ik mag aannemen dat je de mensen van het hoogste niveau hier goed kent?' 'Dat gaat vanzelf, ja. Om bij meneer Reynolds te komen moeten ze éérst via mij.' 'Dus ook de mensen, die iets met die safe daar te maken hebben?' 'Natuurlijk. Ik ken ze allemaal goed.' 'Allemaal goede vrienden, mag ik aannemen?' Ze glimlachte, maar haar lachje had nog een scherp randje. 'Moet u goed horen, de meesten van die heren zijn al ver boven de leeftijd om mijn "vrienden" te zijn. 'Laten we dan zeggen: op heel goede voet?' 'Dat zeker, ja.' Ze glimlachte weer. 'Ik geloof niet dat ik hier ooit vijanden heb gemaakt.' 'Had je gedacht!' Dit riep George Dermott, die de ondervraging in een wat vrolijker toonsoort overnam. 'Hebben de mensen, die in de safe kunnen komen, je wel eens last bezorgd? Bijvoorbeeld door iets mee te willen nemen wat ze niet mogen?' 'Niet zo vaak. En als het gebeurt is het alleen te wijten aan verstrooidheid, of omdat ze niet hebben nagekeken wat wel en niet voor hen bestemd is. Daarbij komt, meneer Dermott, dat als iemand iets langs me heen wil smokkelen, dan moet hij het in z'n kleren verstoppen.' Dermott knikte. 'Dat is waar, juffrouw Delorme.' Er vonkte iets vrolijks in de ogen van het meisje, toen ze de stoere, niet onknappe kop van Dermott aandachtig bekeek, alsof ze zich amuseerde om zijn wat brute manier van doen. Dermott merkte het en bekeek haar op zijn beurt even nadenkend. 'Wat vind je nü van de zaak?' vroeg hij. 'Ben je nu van mening dat iemand iets uit de safe langs je heen kan hebben gesmokkeld?' Ze keek hem recht aan. 'Mogelijk,' zei ze, 'maar ik betwijfel het.' 'Zou je me een papiertje kunnen geven met de namen van de mensen die de afgelopen dagen in de safe zijn geweest?' 'Natuurlijk.' Corinne liep het kantoor van Reynolds uit naar haar eigen bureau en kwam na enige tijd terug met een lijst vol namen en handtekeningen. 'Potver!' riep Dermott uit. 'Die safe is zo'n beetje het Mekka geweest voor de helft van de mensen van Sanmobil! Minstens twintig namen en handtekeningen in de afgelopen vier dagen.' Hij keek Corinne aan. 'Dit is een carbonkopietje. Mag ik het houden?' 'Natuurlijk.' 'Dank je wel.' Corinne Delorme glimlachte ten afscheid naar de vier mannen in het algemeen, maar vóór ze wegliep vestigde ze haar blauwe ogen nog eenmaal peinzend op Dermott. 'Een charmante jongedame,' zei Brady. 'Eentje met pep!' Er klonk iets spijtigs in de stem van Mackenzie, toen hij eraan toevoegde: 'Ze sloeg even een hele generatiekloof tussen jou en mij, George.' Hij fronste. 'Hoe wist je eigenlijk dat ze Delorme heet?' 'D'r staat een naambordje op haar bureau: "Corinne Delorme",' zei Dermott hoofdschuddend. 'Haviksoog Mackenzie.' De andere mannen lachten; iets van de spanning die bij het ondervragen van het meisje was ontstaan, viel weg. 'Nou,' zei Reynolds, 'kan ik nog meer voor de heren doen?' 'Als het zou kunnen,' zei Dermott, 'dan graag een lijst met de namen van de bewakers van uw veiligheidsdienst.' Reynolds boog zich weer over zijn intercom en praatte even met Corinne. Hij had de knop nog niet losgelaten, of Brinckman stond in de deuropening, vergezeld door een grote, roodharige man, die als Carl Jorgensen werd voorgesteld. Dermott zei tegen hem: 'U had de leiding van de bewaking van de nachtploeg, heb ik gehoord. Bent u vanavond nog in de buurt van het sabotagegebied geweest?' 'Een paar keer, ja.' 'O ja? Maar ik dacht dat u uw volledige aandacht zou richten op wat wij - ten onrechte - als de kwetsbare punten beschouwden.' 'Ik ben een paar maal om de fabriek heen geweest, maar alleen per jeep. Ik had het vreemde gevoel dat we misschien wel de verkeerde punten aan het bewaken waren. Vraag me niet waarom.' 'Dat vreemde gevoel van u had toch wel enige grond. Was er iets dat u niet beviel, of dat uw achterdocht wekte?' 'Niets. Ik ken iedereen van de nachtploeg en ik weet precies waar ze werken. Iedereen was op zijn vaste plaats en er was niemand ergens anders waar hij niet mocht komen.' 'U hebt een sleutel van de explosievenloods. Waar bewaart u die?' 'Ja, daar vroeg Terry Brinckman hier me ook al naar. Ik krijg de sleutel alleen tijdens mijn dienst en daarna geef ik hem aan de volgende man door. Ik heb de sleutel altijd in hetzelfde dichtgeknoopte zakje van mijn overhemd.' 'Kan iemand de sleutel pikken?' 'Alleen een beroepszakkenroller. En dan nóg zou ik het zeker merken.' Brinckman en de roodharige Jorgensen marcheerden weer af, waarop Corinne het kantoor binnenstapte met een vel papier. 'Dat heb je gauw gedaan,' zei Reynolds. 'Nee hoor. Die lijst met de namen van de bewakers heb ik al lang geleden uitgetikt.' Brady zei tegen Corinne: 'Je moet eens komen kennismaken met mijn dochter Stella. Ik weet zeker dat jullie het goed samen kunnen vinden. Zelfde leeftijd. Stella heeft veel van jou weg, vind ik.' 'Dank u, meneer Brady. Dat lijkt me leuk, ja.' 'Ik zal vragen of ze je belt.' Toen Corinne de kantoordeur achter zich sloot, zei Dermott: 'Wat bedoel je met: Stella heeft veel van jou weg. Wie kan zich met jouw dochter meten, hè?' 'Net als Stella merken de ogen van Corinne alles op, mijn zoon. Het is nuttig om te leren door de buitenkant heen te kijken.' Moeizaam ging Brady staan. 'De jaren sluipen voort. Ontbijt en bed. Ik heb er voor vandaag schoon genoeg van.'

*** 

Dermott reed de huurauto terug naar het hotel. Mackenzie zat naast hem, terwijl Brady zich in zijn volle breedte behaaglijk op de achterbank nestelde. Hij zei: 'Ik vrees dat ik Reynolds niet de hele waarheid heb verteld. Ontbijten, jazeker, maar we blijven toch nog een paar uurtjes wakker voor ons bedje roept. Ik heb een plan bedacht.' Hij zweeg. 'We luisteren,' zei Dermott beleefd. 'Ik denk dat ik éérst een beetje luister. Waarom denken jullie dat ik jullie heb aangenomen?' 'Goeie vraag,' zei Mackenzie. 'Waarom eigenlijk?' 'Onderzoeken, naspeuren, denken, vallen opzetten, onze tegenstanders in de war brengen, strategie bepalen.' 'Allemaal tegelijk?' vroeg Mackenzie. Brady negeerde hem. 'Ik voel er niets voor om met een voorstel te komen om vervolgens, als het niet deugt, de rest van mijn levensdagen naar jullie sarcastische verwijten te moeten luisteren. Ik heb liever dat júllie met een plan komen en als het dan een tegenvaller blijkt te zijn, kunnen we alle drie de sof dragen. O, Donald, wat ik vragen wilde, heb je je gehoorapparaatje meegebracht?' 'M'n elektronische afluisteropspoorapparatuur?' 'Dat zei ik, ja.' 'Ja baas.' 'Uitstekend. Nou, George, geef me jouw visie op de situatie maar eens.' 'Mijn visie op de situatie is dat wét we ook proberen te verhinderen er geen schijn van kans bestaat dat wij die rotzakken kunnen dwarsbomen in wat ze precies willen en waar ze willen toeslaan. Het is niet mogelijk aanslagen op Sanmobil of op de Alaska pijpleiding te voorkómen. De heren roepen de schoten af en wij zijn de lijdzaam afwachtende kleiduiven, als jullie me de beeldspraak niet kwalijk nemen. Zij spelen en wij dansen naar hun pijpen. Zij zijn aktief, wij zijn passief. Zij zijn in het offensief, wij in het defensief. Als er dan al van enige strategie van onze kant sprake is, dan stel ik voor die te veranderen.' 'Ga door,' zei zijn baas vanaf de achterbank. 'Als dat bemoedigend moet klinken,' zei Dermott, 'dan zou ik niet weten hoe. Maar wat vinden jullie van mijn volgende positieve gedachtegang? In plaats van ons door die kerels uit ons evenwicht te laten brengen, kunnen we het beter andersom doen. In plaats van dat ze ons de voet dwars zetten, doen wij het bij hen.' 'Ga door, ga door!' werd hij vanaf de achterbank aangespoord. 'Laten we ze aanvallen en ze in de verdediging dringen. Nu is het hun beurt om op hun hoede te zijn.' Hij zweeg even. 'Ik zie het héél somber in, maar er is misschien toch een klein lichtpuntje. Wat we moeten doen is die kerels uit hun tent lokken. Een reactie provoceren. Ze geweldig op stang jagen. Het steunt allemaal op een kleine factor: ze kunnen ons verleden, onze antecedenten, gaan uitpluizen tot ze scheel zien en dan vinden ze nog niks. Maar... van hoeveel mensen op de honderd kun je dat zeggen?' Dermott draaide zijn hoofd een eindje om, luisterend of er wellicht een afkeurend of instemmend geluid van de achterbank te vernemen viel. Maar wat Brady deed was in zijn handen wrijven. 'En, Donald? Hoe zie jij het?' 'Even simpel,' zei Mackenzie. 'Je hoeft alleen maar zo'n zestig tot tachtig mensen flink tegen je in het harnas te jagen. Onderzoek hun antecedenten zo openlijk mogelijk. Bega zoveel mogelijk indiscreties.' Brady straalde tevreden. 'Bij welke zestig tot tachtig mensen gaan we een onderzoek instellen?' 'In Alaska alle bewakers van de veiligheidsdienst. Hier in Athabasca nog eens alle bewakers, plus iedereen die de afgelopen dagen met z'n handen in de safe heeft gezeten. Geldt dat overigens ook voor Reynolds zelf?' 'Allemachtig, nee zeg,' vond Brady. Zonder enige samenhang met het voorgaande, zei Mackenzie: 'Het is toch wel een verdomd aardige meid, hè?' Brady gaf geen commentaar. Mackenzie vroeg hem: 'Zouden we de heel grote jongens onder dat stel kunnen vinden?' 'Welke grote jongens?' 'De Grote Slechteriken achter de aanslagen.' 'Absoluut niet. Maar als er een rotte appel in de mand zit, kan die ons naar de Grote Slechterik leiden.' 'Vind ik ook,' zei Mackenzie. 'We gaan dus al hun namen en antecedenten vergaren. Later - of misschien wel zo gauw mogelijk - nemen we vingerafdrukken van het hele stel. Ze zullen ongetwijfeld een beroep gaan doen op hun burgerrechten en moord en brand schreeuwen, maar dat speelt je alleen maar in de kaart: als ze weigeren om mee te werken wijst de beschuldigende vinger naar de weigeraar. En dan, baas, geef je alle gegevens door aan de natrekkers in Houston, Washington en New York, ongeacht de onkosten, en uiterste spoed dringend gewenst. Niet dat het ons iets kan verdommen of de rechercheurs al dan niet met iets boven water komen. De hoofdzaak is dat de verdachten er de lucht van krijgen dat er een grondig onderzoek aan de gang is. Dat is de énige provocatie, die voor hen nodig is.' 'Wat voor soort reacties denk je dat we kunnen verwachten?' vroeg Dermott. 'Erg onplezierig, hoop ik. Voor de schurken dan.' 'Wat ik om te beginnen zou doen,' zei Dermott tegen Brady, 'is je vrouw en dochter naar Houston terugsturen. Die lieden spelen hoog spel. Ze hebben al een keer gemoord en ze zullen niet aarzelen het nog eens te doen. Ze kunnen toch niet tweemaal worden opgehangen.' 'Daar heb ik ook aan gedacht.' Mackenzie draaide zich helemaal om, zodat hij Brady kon aankijken. 'Laat moeder en dochter als de bliksem naar huis gaan, of vraag politiebescherming voor ze.' 'Verdomme nogantoe, ik heb die vrouwen nódig!' Verontwaardigd boog Brady zich naar voren. 'In de eerste plaats moet ik mijn verzorging hebben en in de tweede plaats doet Stella de zaak Ekofisk voor me.' 'Ekofisk?' Dermott zat bijna achterstevoren. 'Wat is dét nou weer voor iets?' 'Grote brand in de Noorse helft van de Noordzee. Die brand begon nadat jullie naar Alaska waren vertrokken. Vandaag gaat er een ploeg van ons naar toe.' 'Nou, vooruit dan maar,' gaf Dermott onwillig toe. 'Je moet dus in nauw contact met ze blijven. Maar waarom maak je geen gebruik van betrouwbare mensen ter plaatse? Ik denk aan dat meisje van Reynolds met d'r mooie haren, die Corinne. Zij kan de nodige inlichtingen voor je verzamelen.' 'En als we dan weer naar Alaska gaan?' 'Dan iemand die d&ér werkt. Finlayson zal toch zeker wel een secretaresse hebben?' 'Wat mijn dochter in haar vingers heeft, kan niet door een ander meisje worden gedaan,' zei Brady schoolmeesterig. Hij liet zich achteroverzakken alsof de discussie wat hem betrof daarmee was gesloten. Zijn twee zwaargewicht-assistenten gingen weer recht zitten en wisselden veelbetekenende blikken. Ze hadden iets dergelijks al ontelbare malen meegemaakt en ze wisten dat verder aandringen op dit moment gaan zin had. Waar hij ook naar toe ging, Brady bleef zich altijd aan het waanidee vastklampen dat zijn vrouw en dochter onmisbaar waren om hem in stand te houden en hij sleepte hen overal mee naar toe, wat het hem ook kostte. Niet dat Dermott en Mackenzie er ook maar het minste bezwaar tegen hadden om Jean en Stella in de buurt te hebben. Zo moeder, zo dochter: Jean was een opvallend knappe vrouw van midden veertig met naturel blond haar en intelligente grijze ogen en haar dochter leek een jeugdige uitgave van haar moeder, alleen wat levendiger in haar manier van doen en met ogen die alles opmerkten, zoals haar vader zo graag onder de aandacht bracht. Jean Brady zat in de benedenbar van het Peter Pond Hotel op de terugkeer van de mannen te wachten. Ze stond in haar volle lengte op en liep elegant met haar bekende welwillende en vriendelijk glimlach naar hen toe. Dermott wist uit ervaring dat ze daarmee ook haar ware gevoelens toonde: een altijd gelijkmatig humeur was geen gering voordeel voor iemand, die haar hele leven met de luimen en grillen van de heer Brady te maken had. 'Hallo, schat!' Brady ging even op zijn tenen staan en kuste haar op haar voorhoofd. 'Waar is Stella?' 'Op je kamer. Ze heeft een paar berichten voor je; ze heeft het nogal druk gehad met telefoneren.' 'Excuseer me dan, mijne heren. Misschien wil een van jullie zo vriendelijk zijn een drankje voor mijn vrouw te bestellen?' Hij schommelde de gang door, terwijl Dermott en Mackenzie het zich in de warme bar gemakkelijk maakten. In scherpe tegenstelling tot haar echtgenoot dronk Jean nooit alcohol. Ze dronk precieus van haar ananassap. De twee mannen namen whisky. In afwezigheid van Brady praatte ze ook niet over zakelijke aangelegenheden; in plaats daarvan babbelde ze opgewekt over Fort McMurray en de midwintergenoegens van Noord-Canada tot haar echtgenoot terugkeerde. Hij had Stella aan zijn zijde, die zich losjes en met soepel deinende heupen voortbewoog. Dermott, die zich gewoonlijk niet aan fantasietjes overgaf, werd onwillekeurig getroffen door het absurde verschil tussen die twee wezens. Jezus, dacht hij, een nijlpaard en een gazelle. Wat een duo! Nauwelijks had Brady zich met een enorm glas daiquiri in zijn mollige vuist in een leunstoel genesteld, of hij maakte een nauwelijks merkbaar handbeweginkje naar Dermott en Mackenzie. Mackenzie mompelde iets en verdween. Brady scheen in een opgewekte stemming te zijn en begon vrouw en dochter te vergasten op een uitvoerig verslag van zijn doen en laten in het hoge noorden. Na enige tijd zei Jean aarzelend: 'Het komt me voor dat jullie nog niet erg veel hebben bereikt.' Brady gaf geen krimp. 'Negentig procent van ons bedrijf is denkwerk, lieve. Als we eenmaal in actie komen is dat louter het bijna automatische en onvermijdelijke hoogtepunt van al het onzichtbare werk dat eraan vooraf is gegaan.' Hij tikte tegen zijn hoofd. 'De verstandige generaal gooit zijn troepen niet in de strijd zonder het terrein eerst grondig te verkennen. Wij zijn aan het verkennen geweest.' Jean glimlachte. 'Ik hoor het wel als je eenmaal weet wie je vijand is.' Maar ze werd onmiddellijk ernstig. 'Het is een afschuwelijke zaak, hè?' 'Dat is moord altijd, lieve.' 'Het bevalt me niet, Jim. Het bevalt me niet dat je ermee te maken hebt. Dit is zonder enige twijfel een klus voor de politie. Je hebt in je werk nooit eerder met moord te maken gehad.' 'Moet ik er dan maar vandoor gaan?' Ze keek naar zijn kloek geschapen gestalte en lachte. 'Dat is een van de weinige dingen die je niet kunt.' 'Ervandoor gaan?!' riep Stella spottend. 'Paps kan nog niet eens van hier tot de toiletdeur hardlopen!' 'Een dergelijke haast is beslist niet nodig,' zei Brady stralend. 'Waar is Donald?' vroeg Jean. 'Boven. Hij moet een kleinigheidje voor me doen.' Mackenzie liep op dat moment stap voor stap door de kamers van Brady. Hij hield een metalen kistje met een verdeelschaal in zijn ene en een draagbare antenne in zijn andere hand. Hij had een hoofdtelefoon op. Doelbewust bewoog hij zich voort, als iemand die weet wat hij doet. Het duurde niet lang voor hij had gevonden wat hij zocht. Terug in de bar ging hij regelrecht naar het kamp van de Brady's. 'Twee,' meldde hij. 'Twee wét, oom Donald?' vroeg Stella onschuldig. 'Wanneer ga je die onverbeterlijk nieuwsgierige dochter van je eens wat goeds leren, Jim?' vroeg Mackenzie. 'Ben ik mee opgehouden. Totaal mislukt. Moedertaak trouwens.' Hij hief zijn hoofd met een ruk op. 'Heb je ze allemaal gevonden?' 'Dat denk ik wel.' Ook Dermott, die na Mackenzie was weggegaan, keerde terug om verslag uit te brengen. Na een joviale begroeting door Brady meldde hij: 'Het lijkt me dat Reynolds van harte bereid is mee te werken. Maar jammer genoeg zijn alle documenten in het hoofdkantoor te Edmonton opgeslagen. Het kan wel even duren voor ze hier naar toe worden overgevlogen. Hij zegt dat het wel vanavond Iaat, of zelfs pas morgenochtend zal worden.' 'Wat voor documenten?' vroeg Stella. 'Staatsaangelegenheden,' zei Brady. 'Nou ja, niks aan te doen dus. Nog meer?' 'Hij heeft geen apparatuur om vingerafdrukken te nemen.' 'Laat die dan na de lunch opstellen.' 'Hij zei dat hij daar zelf wel voor zou zorgen. De politiechef hier is kennelijk een vriend van hem. Ik denk dat de commissaris trouwens wel een beetje de pest zal in hebben over het feit dat de misdaad hem pas zo laat ter ore is gekomen.' Hij grinnikte naar Stella. 'En vraag nu niet: "welke misdaad?".' 'Nee, meneer Dermott!' Ze toonde een innemend glimlachje. 'Ik stel nóóit vragen.' Reynolds kan toch altijd beweren dat hij dacht dat het een bedrijfsongeval was?' zei Brady. 'Ja ja, je denkt zeker dat de commissaris een dikke bril draagt en het verstand heeft van een koe.' 'Tja, Reynolds moet het dan maar zo goed mogelijk zien goed te praten. Hoe zit het met Prudhoe Bay?' 'Ze laten het me over een uur weten.' 'Goed dan.' Brady richtte zijn aandacht op zijn dochter Stella. 'We hebben vanmorgen een alleraardigst meisje ontmoet. Nietwaar, George? Te allen tijde aan jou gewaagd. Nietwaar, heren?' 'Ongetwijfeld,' zei Mackenzie. Stella keek Dermott aan. 'Laaghartig zijn ze, hè?' 'Doen niets voor elkaar onder,' vond Dermott. 'Maar het is inderdaad een heel aardig meisje.' 'Secretaresse van meneer Reynolds,' zei Brady. 'Corinne Delorme heet ze. Ik dacht dat je het wel leuk zou vinden om haar te leren kennen. Zij wil wel, heeft ze gezegd. Ze kent vast alle nachtclubs, discoclubs en andere poelen van zonde in Fort McMurray.' Stella zei: 'Dan moet ik je toch even wat vertellen, Paps. Je praat over een volkomen andere wereld. Ik weet niet hoe het hier midden in de zomer is, maar hoe het er in deze stad dan ook uitziet, midden in de winter is het totaal anders. Je had ons wel even mogen vertellen dat we hier niet ver van de poolcirkel af zitten.' 'Je kunt er nog wat van opsteken,' zei Brady. 'Maar misschien hadden jullie beter in Houston kunnen blijven.' Stella keek haar moeder aan. 'Hoor je dat, Mam?' Hooghartig schudde ze haar lichtblonde haren heen en weer. Jean glimlachte. 'Zeker. Je zult moeten leren leven, schat, met het feit dat je vader niets meer of minder dan een vreselijke hypocriet is.' 'Maar hij heeft ons tégen onze wil schreeuwend en schoppend hierheen gesleept en nu opeens...' Merkwaardig genoeg ontbrak het Stella opeens aan woorden. Voor zover er op zijn ronde en blozende gezicht iets van een gemoedsaandoening te bespeuren viel, keek Brady nu bepaald treurig. 'Ja, hoor eens even, nu je tot de ontdekking bent gekomen dat je er hier niks aan vindt, zou je misschien toch beter naar Houston kunnen teruggaan.' Er klonk ook iets droefs in zijn stem. 'Het is daar nu al tegen de dertig graden.' Er viel een stilte. Brady en Dermott keken elkaar aan. Jean Brady keek naar haar man en Dermott. Ze zei: 'Er gebeurt hier iets dat ik niet begrijp.' Brady sloeg zijn blik neer, zodat ze haar aandacht op Dermott richtte. 'George?' 'Ja, mevrouw?' 'George!' Hij keek haar aan. 'Noem me geen "mevrouw"!' 'Nee, Jean.' Hij zuchtte en er klonk iets van ontstemming in zijn stem toen hij zei: 'De baas van Brady Enterprises is niet alleen een vreselijke hypocriet, hij is bovendien een ontzettende lafaard. Om een bekende mannenuitdrukking te gebruiken: hij wil dat jullie hier zo snel mogelijk je snor drukken.' 'Maar waarom? Wat hebben we in 's hemelsnaam gedáán?' Dermott keek hoopvol naar Mackenzie, die zei: 'Jullie hebben niets gedaan. Hij heeft iets gedaan, of liever: hij staat op het punt iets te gaan doen.' Mackenzie schudde zijn hoofd. 'Dit is moeilijk...' Dermott legde het uit. 'We hebben een plan bedacht om de schurken uit te roken, hun te dwingen hun kaarten te laten zien. Donald en ik hebben het onaangename gevoel dat hun reactie wel eens tegen Brady Enterprises in het algemeen en tegen de baas in het bijzonder gericht kan zijn. Die reactie kan gewelddadig zijn - die lui spelen het spel volgens hun eigen regels. Ik denk niet dat ze het op Jim zelf gemunt hebben. Ze weten maar al te goed dat hij niet te intimideren valt. Maar wat ze even goed weten is hoe hij tegenover zijn vrouw en dochter staat. Als jij of Stella gepakt wordt, Jean, of jullie allebei, rekenen ze er misschien op dat ze hem kunnen dwingen de zaak te laten schieten.' Jean greep Stella's hand. 'Maar dat is toch onzin!' zei ze. 'Goedkope dramatiek. Dergelijke dingen gebeuren toch niet meer. Donald, ik doe een beroep op jou...' Ze keek angstig naar haar dochter, drukte haar hand even en liet die toen los. Mackenzie bleef hardnekkig. 'Doe op mij geen beroep, Jean. Als ze je vinger afsnijden met je trouwring eraan, zeg je dan nog dat dergelijke dingen niet meer gebeuren? Sorry dat ik het zo cru zeg, maar dergelijke dingen gebeuren nog altijd. Misschien wordt het allemaal niet zo erg; ik bekijk het maar van de zwartste kant. Maar dat is de enige verstandige manier om het te bekijken. We zullen een veilig plaatsje voor jullie moeten vinden. Hoe kan Jim nou optimaal werken als hij steeds aan jullie moet denken?' 'Hij heeft gelijk,' mompelde Brady. 'Alsjeblieft, ga je koffers pakken.' Terwijl Mackenzie sprak had Stella met ineengestrengelde handen in haar schoot gezeten, ernstig luisterend als een schoolmeisje. Nu zei ze: 'Het kan niet, paps.' 'Waarom niet?' 'Wie moet je daiquiri's dan inschenken?' Haar moeder zei scherp: 'Het gaat om heel wat meer dan daiquiri's. Als wij weggaan, wie is dan doelwit nummer één voor de revolverhelden geworden?' 'Paps,' zei Stella toonloos. Ze keek dreigend naar Dermott. 'Dat weet je heel goed, George.' 'Ja,' zei hij vriendelijk. 'Maar Donald en ik kunnen heel aardig op mensen passen.' 'Dacht je dat dat genoeg was?' Ze drukte haar rug tegen haar leuning. Haar lichtbruine ogen gloeiden. 'Jullie kunnen alle drie kapotgeschoten worden, of de lucht ingeblazen of iets dergelijks.' 'Je nijdig maken helpt niet,' zei Jean kalmerend. 'Logisch denken wél.' Ze richtte haar blik op Brady. 'Jim, als wij hier vertrekken, zou je doodsbang zijn dat ons iets overkwam en wij zouden ons vreselijk bezorgd om jou maken. Dus wat hebben we daar nu aan?' Brady zweeg en ze vervolgde: 'Wat van essentieel belang is - niet alleen loop ik niet bij mijn man vandaan, maar er moet héél wat gebeuren voor Jean Brady op de loop gaat. Punt uit.' Stella zei: 'En er moet nog veel meer gebeuren voor Stella Brady ervandoor gaat. Wie moet om te beginnen de telefoontjes en zo doen? Weet je hoe lang ik vandaag aan de telefoon heb gezeten -gesprekken met Engeland en dergelijke? Vier volle uren.' Ze ging vastberaden staan. 'Nog een daiquiri, paps?' Ze deed alsof ze aandachtig naar hem luisterde. 'Wat zeg je? Ik verstond je niet.' 'Vreselijk regiment vrouwen, zei ik.' 'Ah!' Stella glimlachte, pakte de lege glazen en ging naar de bar. Brady keek nijdig naar Dermott en Mackenzie. 'Mooi stelletje zijn jullie! Waarom hebben jullie me niet een beetje geholpen?' Hij zuchtte diep en gooide het over een andere boeg. 'Zullen we allemaal wat gaan eten? Lunch. Daarna ga ik wat slaap inhalen. Wat willen jullie vanmiddag gaan doen, meisjes?' Stella kwam met volle glazen terug. 'We gaan een tochtje maken in een arrenslee. Lijkt me te gek!' 'Goeie God!' Brady keek somber naar een paar vlokken, die langs het raam dwarrelden. 'Voor sommige mensen misschien wel.' Hij kwam moeizaam overeind. 'Over twee minuten in de eetzaal. George? Mag ik even je aandacht?' Hij nam Dermott terzijde.

*** 

Na een lunch bestaande uit een enorme rendierkarbonade, een liter bosbessenvla en een paar glazen voortreffelijke Californische wijn, zag Brady zijn vrouw en dochter, elk gehuld in een bontmantel door de hoofduitgang naar buiten gaan en hij zuchtte met een tevreden gevoel van lichamelijk welbehagen. 'Wel, heren!' sprak hij. 'Ik denk dat ik nu wel een klein dutje kan gaan doen. Jullie ook?' Dermott zei: 'Als het af en toe lukt. Donald en ik dachten dat we eerst maar eens Prudhoe Bay en Sanmobil achter de vodden moesten zitten om de documenten van de lieden om wie het gaat zo gauw mogelijk binnen te krijgen.' 'Kijk eens aan, dank u, heren. Heel attent. Wek me maar niet voor de eindstrijd in zicht komt. Aha! Daar komen de dames al weer terug, zoals ik al had verwacht.' Hij zweeg tot zijn vrouw bij hem kwam. 'Is er iets?' 'Zeg dat wel!' Jean klonk bekommerd. 'Er zitten twee mannen op de bok van die arrenslee. Waarom twee?' 'Lieve schat, ik bemoei me niet met de plaatselijke folklore.' Ze liet haar stem dalen. 'Ze hebben allebei vuurwapens bij zich. Die zie je niet, maar je weet toch dat ze er zijn, als je begrijpt wat ik bedoel.' Brady zei: 'Leden van de Bereden Canadese Politie hebben het recht altijd een vuurwapen te dragen. Staat in hun grondwet.' Jean keek hem even strak aan, snoof verontwaardigd, keerde zich om en liep weg. Brady glimlachte tevreden. Mackenzie zei luchtig: 'Ik heb gehoord dat ér bij dat politiekorps nogal wat knappe jonge kerels zitten.'

*** 

Op een kort praatje na met de piloot van Brady, Ferguson geheten, bracht Dermott de hele verdere middag door in de lounge van het hotel. Hij dronk de ene kop koffie na de andere. Tegen de avond keerden Jean en Stella terug, heel opgewekt en met felrode wangen. Stella had van de politiemannen gehoord dat er in de buurt een gelegenheid was waar de jongelui 's avonds bijeenkwamen, en ze had Corinne Delorme gebeld om haar uit te nodigen. Of de meisjes van plan waren de bewakende agenten daarheen mee te nemen zei Stella niet en Dermott vroeg er ook niet naar. Brady liet die club of dancing toch grondig inspecteren vóór hij de meisjes ernaar toe liet gaan. Eindelijk kreeg Dermott het telefoontje, waar hij op zat te wachten. Het was Bronowski in Prudhoe Bay. John Finlayson, zei Bronowski, was naar Pompstation Vier, maar hij kon ieder ogenblik terug zijn; ondertussen kon Bronowski bijeen zoeken wat Dermott wilde hebben en hij zou er ook voor zorgen dat er een vingerafdrukkenexpert uit Anchorage kwam. Daarop belde Reynolds met de mededeling dat het vingerafdrukken nemen bij Sanmobil al goed op gang was gekomen. De papieren die Dermott nodig had, waren al op het vliegveld van Edmonton bezorgd en zouden regelrecht van McMurray Airport naar het hotel worden gebracht. Om halfzeven verscheen Mackenzie, ietwat opgefrist, maar toch met een verwijtende blik. 'Je had me moeten waarschuwen. Ik had al een paar uur eerder beneden willen komen.' 'Ik slaap vanavond wel,' zei Dermott. 'Ik heb vier uur te goed.' 'Drieëneenhalf uur. Ik heb inmiddels met Houston gebeld en uitgelegd wat we van plan zijn. Ik heb ze gezegd dat ze Washington en New York moeten waarschuwen en dat de grootste spoed geboden is.' 'Mag ik hopen dat je meeluisteraar het allemaal genoteerd heeft?' 'Kan haast niet anders,' zei Mackenzie. 'Er zat een afluistermicrofoontje onder in het toestel gemonteerd.' 'Mooi! Dat is dan ons laatste gepook in het horzelnest. Laten we nu maar hopen dat de verkeerde mensen niet gestoken worden. Hoe is het met Jim?' 'Ik heb even mijn hoofd om de hoek van zijn kamerdeur gestoken, 't Leek of hij in zijn slaap was gestorven.' Om zeven uur kwam er een telefoontje van Sanmobil. Dermott beduidde Mackenzie dat hij moest meeluisteren aan de extra hoofdtelefoon, die op de achterkant van de hoorn was aangesloten. 'Meneer Reynolds? Toch weer geen slecht nieuws, hoop ik?' 'Voor mij wel. Ik heb opdracht gekregen de fabriek een week lang te sluiten.' 'Wanneer?' 'Nu. Een paar minuten geleden. Over achtenveertig uur wordt er contact met me opgenomen om te horen of ik aan dat bevel heb gehoorzaamd.' 'Kwam dat bericht uit Anchorage?' 'Waar anders vandaan?' 'Telefoon?' 'Nee. Per telex.' 'In voor ieder leesbare taal?' 'Nee. In code. Onze eigen firmacode.' Dermott keek Mackenzie aan. 'Ze zijn wel verdomd zeker van hun zaak, hè?' 'Wat zegt u? vroeg Reynolds. 'Ik had het tegen Donald Mackenzie. Hij luistert mee. Dus de heren weten datwij weten dat het door bedrijfsmedewerkers is gedaan. Die zijn even zeker van hun zaak! Wie mag de decodering gebruiken?' 'Iedereen die toegang tot mijn safe heeft.' 'Hoeveel mensen zijn dat?' 'Een stuk of twintig.' 'Wat bent u nu van plan te gaan doen?' 'Overleg plegen met Edmonton. Met hun toestemming kan ik binnen achtenveertig uur weer olie leveren.' 'Ik wens u succes.' Dermott hing de hoorn op en keek Mackenzie aan. 'En nu?' 'Denk je dat de eindstrijd nu dichtbij genoeg is gekomen om de baas te gaan wekken?' 'Nog niet. Hij kan toch niets uitrichten en wij evenmin. Niemand kan iets uitrichten. Om razend te worden! Laten we Anchorage eens bellen. Ik verwed er wat om dat ze daar ook een soortgelijke bedreiging hebben ontvangen om de pijpleiding te sluiten.' Hij vroeg het nummer aan, luisterde even en hing weer op. 'Wachten, zegt de juffrouw. Kan één, twee uur duren. Niet zeker.' De telefoon ging. Dermott greep de hoorn. 'Anchorage? Nee, dat kan niet! Ik hoor net van de juffrouw... aha.' Hij keek Mackenzie aan. 'Politie.' Mackenzie pakte de meeluistertelefoon. Ze luisterden allebei zwijgend. Toen zei Dermott: 'Dank u vriendelijk.' Ze hingen op. Mackenzie zei: 'Nou, die zijn óók zeker van hun zaak.' 'Kan niet missen. Fraaie vingerafdrukken uit de telefooncellen van Anchorage. Maar ze komen niet overeen met wat ze geregistreerd hebben staan.' 'Daar hebben we dus niet veel aan, hè?' zei Mackenzie somber. 'Zó erg is het niet. We krijgen de fotokopieën morgen. Misschien dat ze wel overeenkomen met de vingerafdrukken die we zelf hopen te vergaren. Die uit Alaska, bedoel ik.' 'Zeker?' 'Ja. We kunnen gemakkelijk iedereen controleren die even in Anchorage is geweest.' Stella kwam de lounge binnen, geheel toegerust voor het dansen in een zwarte zijden blouse met lovertjes en een kleurige strakke broek, haar mantel over haar arm. Dermott zei: 'Waar ga je heen?' 'Uit met Corinne. Eerst wat eten en dan de stralende lichten en de wondere wereld.' 'Je zult je dansgenoegens uitsluitend tot dit hotel moeten beperken, Stella. Je mag niet weg.' Nadat ze hem een vervelende eikel en een spelbreker had genoemd, zei Stella: 'Meneer Reynolds zei dat het oké is.' 'Wanneer heeft-ie dat dan gezegd?' 'Een uurtje geleden, aan de telefoon.' 'Meneer Reynolds maakt niet uit of je wel of niet mag.' 'Maar hij weet dat Corinne met me meegaat. Die woont hier vlak bij. Je denkt toch zeker niet dat hij zijn eigen secretaresse gevaar laat lopen, oom George?' 'O, maar zij loopt ook geen gevaar. Voor haar hebben de schurken geen belangstelling. Maar vooral voor jou wel, Stella.' 'Je doet net of je ervan overtuigd bent dat me iets zal overkomen...' 'De enige manier om er zeker van te zijn dat je in ieder geval niets overkomt is voorzorgsmaatregelen treffen. Zullen we eens gaan horen wat je vader ervan vindt?' 'Maar hoe kan hij weten of het ergens veilig is of niet? Dat kan hij toch niet controleren?' 'Dat vraagt hij aan de man die dat het beste kan weten, Stella. De commissaris van politie hier.' Stella glimlachte stralend en zei: 'Met hem hébben we al gesproken, door de telefoon. Hij wa$ bij meneer Reynolds. Hij zegt dat het volkomen veilig is.' Ze glimlachte weer, een beetje duivels nu. 'Bovendien gaan we niet zonder goede bescherming.' 'Je vriendjes van vanmiddag?' 'John Carmody en Bill Jones.' 'Tja, dat maakt wel enig verschil uit, lijkt me. Aha, daar komt Corinne.' Hij wenkte haar, stelde de twee meisjes aan elkaar voor en keek het wegwandelende tweetal na. Tegen Mackenzie zei Dermott: 'Ik denk dat we ons een tikje al te veel zorgen maken.' Hij keek naar de hotelingang. 'Als ik zie wat daar binnenkomt, zit het wel goed, dacht ik zo.' Wat Dermott zag was een geducht uitziend duo, forse en gezonde mannen van rond de dertig, die er uiterst bekwaam uitzagen om niet alleen voor zichzelf, maar ook goed voor anderen in hun gezelschap te zorgen. Dermott en Mackenzie stonden op en liepen naar de twee Canadezen toe. 'Ik moet me al heel sterk vergissen,' zei Dermott, 'als jullie niet twee politiejongens in burger waren.' 'Raak,' zei de blonde. 'Als het er zó dik op ligt, hoeven we ook geen brillen en pruiken te dragen. Mag ik even voorstellen: Bill Jones. Ik ben John Carmody. U bent natuurlijk meneer Dermott en meneer Mackenzie. Stella Brady heeft u ons beschreven.' 'Doen jullie overwerk?' vroeg Mackenzie. Carmody grijnsde. 'Twee galante vrijwilligers. Arbeid uit liefde verricht. Lijkt me geen al te zware taak.' 'Kijk maar uit. Ze mag dan wel mooi en aantrekkelijk wezen, maar Stella is ook een verdomd eigengereid nest. Tussen haakjes, wij hebben het gevoel dat een paar rotzakken er zin in hebben haar te kidnappen. Niet meer dan een zeker wantrouwen, maar je kunt nooit weten.' 'Ik denk dat we dat wel aankunnen.' 'Ongetwijfeld. Heel vriendelijk van jullie. Het wordt zeer gewaardeerd, kan ik je wel zeggen. Ik weet dat meneer Brady jullie graag zelf zou willen bedanken, maar hij verkeert in dromenland, dus doe ik het maar voor hem. De meisjes zijn dáár. Ik wens jullie een prettige avond.' Dermott en Mackenzie gingen naar hun tafeltje terug, waar ze een tijdje over koetjes en kalfjes keuvelden tot het toestel op hun tafeltje weer belde. Ditmaal Alaska, Prudhoe Bay. 'U spreekt met Tim Houston,' klonk het. 'Slecht nieuws, vrees ik. Sam Bronowski ligt in het ziekenhuis. Ik vond hem bewusteloos op de grond van John Finlaysons kantoor liggen; het lijkt me dat hij met een zwaar voorwerp op zijn hoofd is geslagen. Hij heeft een klap vlak boven z'n slaap gehad, waar je hersenpan het dunste is. Ik heb de dokter gesproken en die zegt dat er misschien een breuk is ontstaan. Ze hebben net wat röntgenfoto's gemaakt. Hij heeft in ieder geval een hersenschudding.' 'Wanneer is dat gebeurd?' 'Half uur geleden, langer niet. Maar da's nog niet alles... John Finlayson is weg. Kort nadat hij terug was van Pompstation Vier is hij verdwenen. Ik heb overal gezocht. Geen spoor van hem. Tenminste niet in de gebouwen. Als hij buiten is in weersomstandigheden zoals vanavond... nou, dan is het gauw met hem gebeurd. Er staat een harde wind met zware jachtsneeuw en de temperatuur ligt tussen de dertig en veertig graden. Iedereen is naar hem op zoek. Misschien is hij aangevallen door dezelfde man die Bronowski buiten westen heeft geslagen. Misschien is Finlayson versuft naar buiten gegaan. Of misschien is hij met geweld uit z'n kantoor gehaald, al zou ik niet weten hoe dat kan met zoveel mensen in de buurt. Komt u hierheen?' 'Zijn de fbi en de politie er dan nog niet?' 'Jawel, maar er heeft zich een nieuwe ontwikkeling voorgedaan...' 'Bericht uit Edmonton?' 'Ja.' 'Met het bevel dat jullie de pijpleiding moeten sluiten?' 'Hoe weet u dat?' 'Ze hebben hier dezelfde eis gekregen. Ik ga met meneer Brady praten. Als je verder niets hoort, zijn we onderweg.' Dermott legde de hoorn neer en zei tegen Mackenzie: 'Begint de eindstrijd zich nu voor Jim af te tekenen?' 'Die is al begonnen,' zei Mackenzie.