2
Om tien uur die avond, tweeduizend kilometer ten zuid-oosten van Prudhoe Bay, stonden de twee mannen van Brady oog in oog met Jay Shore, in de bar van het Peter Pond Hotel in Fort McMurray. Mensen die over zulke zaken konden oordelen, waren het met elkaar eens dat Shore als technische chef van de bouw zijns gelijke in Canada niet had. Hij had een somber, wat zwaarmoedig zeerovershoofd, en het was niet zo aardig van Moeder Natuur geweest om hem dat te geven, want in feite was hij een meegaande, kameraadschappelijke, geestige en opgewekte man. Maar op dat moment was hij niet zo erg geamuseerd en ook niet opgewekt. Dat gold ook voor de man naast hem, Bill Reynolds van Sanmobil, een blozende en gewoonlijk glimlachende man, die nu juist wel de mentaliteit had die men Shore toedichte, maar die deze niet bezat. Aan het tafeltje keek Reynolds naar Dermott en Mackenzie, die hij een halve minuut geleden de hand had gedrukt. Hij zei: 'Dat hebt u snel gedaan, heren. Opmerkelijke service, mag ik wel zeggen.' 'We proberen ons best te doen,' zei Dermott gemoedelijk. 'Scotch?' stelde Mackenzie voor. 'Graag.' Reynolds knikte. 'Tweemotorige straaljager, hè?' 'Precies.' 'Een tikkie kostbaar, zou je zo denken.' Dermott glimlachte. 'Maar je komt nog eens ergens.' 'Het hoofdkantoor - dat is Edmonton - zei dat jullie misschien vier dagen nodig zouden hebben. Wij hadden jullie niet in nog geen vier uur verwacht.' Reynolds keek Dermott boven zijn opnieuw ingeschonken glas peinzend aan. 'Wij weten eerlijk gezegd niet veel over jullie.' 'Da's logisch. Wij weten waarschijnlijk nog minder over u.' 'Zijn jullie dan geen oliemannen?' 'Dat wel, natuurlijk. Maar wij zijn olieboorders. Van oliemijnwerk weten we niks af.' 'En jullie zijn full-time bezig met de veiligheidsdienst?' 'Dat klopt, ja.' 'Dan hoef ik jullie zeker niet te vragen wat jullie op de "North Slope" moesten doen?' 'Precies.' 'Hoe lang zijn jullie daar geweest?' 'Twee uur.' 'Twee uur?! Bedoelt u dat jullie effe een veiligheidsorganisatie op poten zetten en...' 'We hebben niks op poten gezet. We zijn vertrokken.' 'Mag ik vragen waarom?' 'De chef van de dienst was een dwarsligger en wilde niet meewerken.' 'Had ik m'n grote bek maar gehouden...' 'Hoezo?' 'Ik ben de chef van dienst hier! Maar ik heb de stille wenk begrepen.' Dermott zei vriendelijk: 'Niks geen stille wenk. U stelde me een vraag en ik gaf u er antwoord op.' 'En toen bent u maar weggegaan...' 'We hebben een grote achterstand op de hele wereld aan gevallen die we moeten bekijken en we gaan géén tijd verspillen met te proberen mensen te helpen die geen hulp willen. Laten we het walletje bij het schuurtje houden, heren, en niet vergeten dat uw maatschappij meneer Mackenzie en mij heeft gevraagd om de vragen te stellen die u moet beantwoorden. Wanneer hebt u het dreigement ontvangen?' 'Vanochtend om tien uur,' zei Shore. 'Hebt u de brief bij u?' 'Geen brief. Het was een telefoontje.' 'Waarvandaan?' 'Uit Anchorage. Internationaal gesprek.' 'Wie heeft het aangenomen?' 'Ik. Bill Reynolds was bij me en hij heeft meegeluisterd. De opbeller heeft de mededeling twee keer doorgegeven. Hij zei woordelijk: "Ik moet u mededelen dat Sanmobil in de nabije toekomst door olieverlies enige schade zal oplopen. Niet veel, kan ik u verzekeren, maar net genoeg om u ervan te overtuigen dat wij de oliestroom wanneer en waar ons dat uitkomt kunnen onderbreken." Dat was alles.' 'Geen eisen?' 'Wonderlijk genoeg niet, nee.' 'Wacht maar. De eisen komen met het grote dreigement. Zou u die stem herkennen als u hem weer hoorde?' 'Hoor eens, zou ik de stemmen van een miljoen andere Canadezen herkennen die precies zo praten als hij? Neemt u de bedreiging ernstig op?' 'Jazeker. Is de bedrijfsbeveiliging goed?' 'Ja, in normale omstandigheden heel behoorlijk, geloof ik.' 'Dit belooft een bijzonder abnormale omstandigheid te worden. Hoeveel bewakers zijn er?' 'Vierentwintig, onder Terry Brinckman. Hij weet z'n weetje.' 'Daar twijfel ik niet aan. Waakhonden?' 'Geen één. De gewone politiehonden, herders, dobermanns, boxers, houden het niet uit bij strenge vorst en zware sneeuwval. Poolhonden natuurlijk wel, maar dat zijn erg slechte waakhonden. Ze hebben er meer belangstelling voor om met elkaar te vechten dan binnendringers achter hun broek te zitten.' 'Elektrisch beveiligde hekken?' Shore sloeg zijn blik hemelwaarts en keek gekweld. 'Wilt u dat de milieubeschermers een galg voor ons op het terrein oprichten? Als ook maar de meest valse, ouwe wolf z'n schurftige pels aan zo'n hek zou schroeien...' 'Oké, oké! Ik hoef zeker niks te vragen over elektronische ogen en andere apparatuur. 'Nee, zeker niet.' Mackenzie vroeg: 'Hoe groot is het terrein?' Reynolds keek niet vrolijk. 'Ruim drieduizend hectaren.' 'Ruim drie-duizend hectaren.' De stem van Mackenzie had een noodlottige galm. 'Wat is de omtrek daarvan?' 'Tweeëntwintigeneenhalve kilometer.' 'We zitten met een lastig probleem,' zei Mackenzie. 'Ik neem aan dat de veiligheidsdienst hier een tweeledig doel heeft: het bewaken van de installaties van vitaal belang in het bedrijf zelf en patrouillebewaking langs de omheiningen om onbevoegden buiten te houden. Klopt dat?' Reynolds knikte. 'De bewakers werken in drie ploegen, acht man per ploeg.' 'Acht man, zonder enige beveiligende hulpmiddelen, om het bedrijf zelf en tegelijkertijd tweeëntwintigeneenhalve kilometer omheining in het pikdonker van een winternacht te bewaken...' 'We werken vierentwintig uur per etmaal,' wierp Shore tegen. 'Het bedrijf is overdag en 's nachts fel verlicht.' 'Maar de omheining niet. Een blinde kan met een vierpaarden-span... verduiveld, moet ik nog méér zeggen? Een paar regimenten soldaten zouden misschien van pas komen, hoewel ik zelfs dat betwijfel. Zoals ik zei, een probleem!' 'Erger nog,' vulde Dermott aan. 'De felste verlichting van de hele wereld helpt nog geen moer. Niet als je bij elke werkploeg met honderden arbeiders te maken hebt.' 'Wat bedoelt u daarmee?' 'Wat ze bij de politie "subversieven" noemen. Jongens die de boel omver willen werpen.' 'Subversieven! Minder dan twee procent van het arbeiders-potentieel is niet-Canadees.' 'Heeft de Canadese misdaad soms op koninklijk bevel beloofd braaf te worden? Als u mensen aanneemt, worden ze dan op antecedenten onderzocht?' 'In ieder geval géén intensieve naspeuringen, derdegraads, leugendetectorproeven en al die flauwekul. Als je dat gaat proberen, krijg je niemand. We controleren alleen opleiding, ervaring, aanbevelingen en, het belangrijkste, of ze nooit met de politie in aanraking zijn geweest.' 'Maar dat is in feite het minst belangrijke! De echte uitgekookte boeven hebben geen enkel strafblad.' Het leek even of Dermott een heel diepe zucht wilde slaken. 'Nou ja, het is al laat. Morgen zouden meneer Mackenzie en ik graag even met uw meneer Terry Brinckman willen babbelen en het bedrijf bekijken.' 'Zal ik om tien uur een wagen laten komen?' 'Prima.' Dermott en Mackenzie namen afscheid van Shore en Reynolds. Ze keken elkaar eens aan, dronken hun glazen leeg en gaven de barman een seintje, waarna ze allebei door de ramen naar buiten gingen staren. Het Peter Pond Hotel was genoemd naar de eerste blanke, die ooit de befaamde "Tar Sands", de teerzandvelden van Athabasca, in het hoge noorden op de grens van de Canadese provincies Alberta en Saskatchewan, had aanschouwd. Tweehonderd jaar geleden voer Peter Pond per kano de Athabasca-rivier af. Pond zelf had niet zo bar veel belangstelling voor de teerzandvelden, maar tien jaar later werd hij gevolgd door de befaamde Schotse ontdekkingsreiziger in het noordwesten van Canada, Sir Alexander Mackenzie (1764-1820), die gefascineerd werd door de kleverige olie, die uit aardlagen op hoge punten langs de rivier sijpelde. Mackenzie schreef: 'Dit aardpek verkeert in een vloeibaar stadium en als het met gom wordt gemengd, of met de harsen die men van sparren verkrijgt, dient het de Indianen om er hun kano's mee te pekken. Als men het verwarmt verspreidt het een geur als van steenkool.' Mackenzie gebruikte zelfs voor ons woord 'steenkool' het verouderde Engelse woord: sea-coal. Wonderlijk genoeg werd de grote betekenis van deze juiste aanduiding meer dan honderd jaar lang niet begrepen. Geen mens besefte in de vorige eeuw dat de twee ontdekkingsreizigers uit het eind van de achttiende eeuw op één van 's werelds grootste reservoirs van fossiele brandstoffen waren gestuit. Als dat niet was gebeurd, zouden er nu géén Peter Pond Hotel en een flinke stad daaromheen zijn geweest. Nog in het midden van de jaren zestig was Fort McMurray niet veel meer dan een onontwikkeld grenspostje met slechts dertienhonderd inwoners en straten die, afhankelijk van het jaargetijde, bedekt waren met stof, modder of sneeuwbagger. Het is vandaag de dag nog steeds een grensplaats, maar anders dan andere grensplaatsen. Trots op zijn verleden, maar met de blik op de toekomst gericht, is het een typisch voorbeeld van snelle stadsontwikkeling en naar bevolkingsaanwas gerekend is het de snelst groeiende gemeente in heel Canada. In veertien jaar tijd steeg het bevolkingsaantal van dertienhonderd tot dertienduizend. Scholen, hotels, banken, ziekenhuizen, kerken, supermarkten en vooral honderden nieuwe woningen werden en worden er neergezet. En wonder der wonderen: de straten zijn uitmuntend geplaveid. Dit mirakel komt voort uit maar één factor: Fort McMurray bevindt zich midden in het hart van de teerzandgronden van Athabasca, voor zover tot op heden bekend de grootste afzetting daarvan in de hele wereld. Mackenzie, naamgenoot van de ontdekkingsreiziger, maar met een ander beroep en levend in een andere tijd, moest aan iets voor-de-hand-liggends denken. Het sneeuwde nog flink en alles buiten het hotel lag onder een gladde en maagdelijke laag sneeuw. Honderden lichten lonkten gastvrij door de zachtjes dalende vlokken. Het tafereel zou het oog en het hart van een kerstkaartenschilder verrukt hebben. 'Een avondje voor de kerstman,' zei Mackenzie. 'Wat je zegt,' zei Dermott. Het klonk een beetje knorrig. 'Het zou dan wel prettig zijn als-ie wat van die vrede op aarde en welbehagen in alle mensen meebracht. Wat vond jij van dat telefoontje naar Sanmobil?' 'Vrijwel identiek aan de brief die Finlayson in Prudhoe Bay ontving. Kennelijk het werk van dezelfde man of dezelfde groep mensen.' 'En wat vind jij van het feit dat de oliebelangen in Alaska worden bedreigd vanuit de provincie Alberta in Canada, terwijl de oliebelangen in Alberta een bedreiging in dezelfde bewoordingen uit Alaska krijgen?' 'Niks - behalve dat beide bedreigingen uit dezelfde bron komen. Dat gesprek uit Anchorage komt, lijkt me, vrijwel zeker uit een telefooncel. Niet te herleiden.' 'Waarschijnlijk niet, nee. Niet zeker. Ik weet niet of je regelrecht van Anchorage hierheen kunt bellen. Ik dacht van niet, maar daar kunnen we gemakkelijk achter komen. Zo niet, dan is het gesprek door de centrale genoteerd. Dan bestaat er een kans dat we het nummer kunnen traceren.' Mackenzie bekeek Fort McMurray even door de bodem van zijn glas en zei: 'Daar hebben we niet veel aan.' 'Een klein beetje toch wel. Twee interessante kanten. Het gesprek kwam hier vanmorgen om tien uur binnen. Dat betekent zes uur vanmorgen in Anchorage. Wie, behalve een mafkees of een arbeider in een nachtploeg, gaat op dat uur in de pikdonkere en ijskoude straten van Anchorage aan de wandel? Een dergelijk vreemd gedrag blijft niet onopgemerkt, zou ik denken.' 'Behalve als er niemand is om het op te merken.' 'Agenten in een patrouillewagen. Een taxichauffeur. Een man in een sneeuwschuiver. Een postbode op weg naar zijn werk. Je zou nog opkijken als je wist hoeveel mensen er in het holst van de nacht hun nette baantjes gaan doen.' 'Ik kijk er niet van op,' zei Mackenzie met sympathie. 'Wij hebben dat in dat vervloekte werk van ons vaak genoeg moeten doen. Twee interessante kanten, zei je. Wat is de tweede kant dan?' 'Als we die cel kunnen traceren, dan kan de politie het ptt-kantoorvragen het geld weg te halen voor de afdeling vingerafdrukken. De kans is groot dat degeen die naar Fort Murray heeft gebeld méér munten van de hoogste kleingeldwaarde heeft gebruikt dan andere mensen, die gisteren en vannacht in die cel zijn geweest. Als je twee of drie grote munten met dezelfde vingerafdrukken aantreft, dan heb je je mannetje gevonden.' 'Protest. Munten gaan door tal van mensenhanden. Ze zitten barstensvol vingerafdrukken.' 'Protest afgewezen. Het staat vast dat degeen die het laatst de oppervlakte van een metalen voorwerp heeft aangeraakt de duidelijkste afdruk achterlaat. In één moeite door nemen ze vingerafdrukken van de hoorn en de plek rond de kiesschijf. Mensen bellen gewoonlijk niet op met bonthandschoenen aan. Dan gaan we de strafregisters na. De kans bestaat dat de vingerafdrukken geregistreerd zijn. Zo ja, dan gaan we naar de man toe om hem wat interessante vragen te stellen.' 'Je hebt een omslachtige manier van denken, George. Maar wel sluw. Toch moet ik nog zien dat je op zo'n manier je prooi vangt.' 'Als de vingerafdrukken geregistreerd zijn bij de politie is er geen kunst aan. Alleen als hij ondergedoken zit wordt het moeilijker. Maar ik denk niet dat hij vindt dat er voor hem aanleiding is om onder te duiken. Dat is misschien zelfs wel onmogelijk voor hem; misschien is het wel een steunpilaar van het zakelijke en maatschappelijke leven in Anchorage.' 'Ik denk dat de andere steunpilaren in Anchorage je dat niet graag horen zeggen. Volgens mij krijgen ze dan dezelfde mening over je als onze vriend van vanmiddag, John Finlayson. Over Finlayson gesproken: wat moeten we nu met hem? Het lijkt me wenselijk en zelfs broodnodig dat we weer toenadering tot hem zoeken. Nu er zo duidelijk verband bestaat tussen de dreigbrief en het telefoontje...' 'Laat hem nog maar een poosje in zijn eigen vet gaar smoren. Ik bedoel daarmee dat hij nog maar een tijdje in Prudhoe Bay moet ronddarren tot wij zover zijn om hem weer te benaderen. Het is een prima vent, intelligent en eerlijk. Hij reageerde precies zoals jij of ik gedaan zou hebben als een stel indringers zich op ons terrein zou wagen. Hoe langer we wegblijven, hoe meer we erop kunnen rekenen dat hij straks met ons wil samenwerken. Jim Brady was op zijn kantoor wel de brenger van slechte tijdingen, maar zijn telefoontje kwam voor ons op het gunstigste moment. Gaf ons een prima excuus om ervandoor te kunnen gaan. Over Jim Brady gesproken...' 'Hoe meer ik erover nadenk, hoe minder het me bevalt,' zei Mackenzie. 'Voorgevoelens. Mijn Schotse voorvaderen, denk ik. Je weet dat in Prudhoe Bay en hier in Fort McMurray de helft van de hele olievoorraad van Noord-Amerika zit. Da's een héleboel olie. Ik zou niet graag willen dat er iets mee gebeurde.' 'Vroeger maakte je je nooit druk om dat soort dingen. Een speurder behoort koelbloedig, klinisch en objectief te zijn.' 'Toen ging het om olie van andere mensen. Nu gaat het om onze eigen olie. Geweldige verantwoordelijkheden. Heel zware beslissingen op het hoogste niveau. Ik zie het allemaal voor me.' 'We hadden het over Jim Brady, Donald.' 'Daar héb ik het ook over, George.' 'Vind je dat we hem hier moeten laten komen?' 'Ja.' 'Ik ook. Daarom begon ik erover. Laten we hem bellen.'
***
Jim Brady, vurige aanhanger van het geloof in magere en atletische speurders in voortreffelijke conditie, was zelf 1,73 m groot op verhoogde hakken en hij woog 218 pond schoon aan de haak. Aangezien hij niet graag alleen reisde, had hij op de vlucht van Houston naar Fort McMurray niet alleen zijn aantrekkelijke, blonde vrouw Jean meegenomen, maar ook zijn bijzonder schone dochter Stella, evenals haar moeder een onvervalste blondine. Tijdens dergelijke reizen trad Stella op als secretaresse van haar vader. Brady liet zijn vrouw Jean in het hotel van Fort McMurray achter, maar hij nam zijn dochter mee naar het bedrijf in het busje van Sanmobil. De eerste indruk die Jim Brady op de geharde kerels van Athabasca maakte, was nu niet bepaald erg gunstig. Hij droeg een fraai gesneden, donkergrijs zakenkostuum (dat pak moest wel uitmuntend gesneden zijn om zijn bolvormige lichaamsbouw goed te kunnen omvatten) en verder een wit overhemd en een ouderwetse das. Daar overheen droeg hij maar liefst twee wollen jassen en een mantel van beverbont, waardoor zijn verticale en horizontale afmetingen ongeveer op hetzelfde neerkwamen. Dan had hij nog een zachte vilthoed op van dezelfde kleur als zijn pak, maar die hoed verdween vrijwel uit het zicht onder een enorm grote, grijswollen sjaal, die tweemaal om zijn hoofd met fikse onderkinnen was geknoopt. 'Ik heb nog nooit zoiets gezien!' riep hij uit. Zijn stem klonk gesmoord achter de uiteinden van de sjaal, die zijn mond en neus bedekten, zodat alleen zijn ogen te zien waren. Toch was het duidelijk dat hij diep onder de indruk was. 'Dat is me even wat! Jullie zullen wel een hoop lol hebben gehad met kuilen graven en het bouwen van die leuke zandkasteeltjes.' 'Ja, zo kun je het óók beschouwen,' zei Jim Shore met de nodige zelfbeheersing. 'Naar Texaanse maatstaven stelt het misschien niet veel voor, maar het is hier nog altijd de grootste mijnonderneming in de geschiedenis van de mensheid.' 'Het was niet neerbuigend bedoeld, hoor. Maar je kunt van iemand uit Texas toch niet verwachten dat-ie wil toegeven dat er buiten zijn eigen grenzen iets groters en beters bestaat?' Hij deed zijn best er iets lovends over te zeggen. 'Dit slaat werkelijk alles wat ik ooit heb gezien!' Hij wees naar een reusachtige graafmachine. Inderdaad was "dit" een dragline, zoals Brady nooit eerder had aanschouwd. Een dragline bestaat in principe uit een machinehuis met een bestuurcabine, van waaruit een kraanachtige boom wordt bediend. Die boom is onderaan het machinehuis aan assen opgehangen, zodat de hefboom op en neer en heen en weer kan worden bewogen; de bediening geschiedt door middel van kabels vanuit het machinehuis via een zware stalen bovenbouw naar de punt van de boom. Een andere dikke kabel gaat op katrollen over de punt heen en daaraan zit een schepgraver bevestigd, die bijvoorbeeld grond kan opscheppen en heen en weer kan worden bewogen om de lading te lossen. 'Dit is de grootste grondverplaatsmachine die ooit op onze aarde heeft rondgescharreld,' zei Shore. 'Ze kan zich voortbewegen. Ze loopt, of liever gezegd schuifelt, op die twee geweldige schoenen onderaan. Ze gaat stapje voor stapje. Ze kan natuurlijk niet meedoen aan de honderd meter hardlopen op de Olympische Spelen. Ze heeft zéven volle uren nodig om een landmijl af te leggen, 1609 meter dus, dat is 230 meter per uur. Maar ze hoeft nooit meer dan een paar meter per stapje af te leggen. Het gaat erom dat ze er kómt. Kijk eens naar de boom, meneer Brady. De meeste leken zeggen dat de hefboom wel zo lang lijkt als een voetbalveld. Fout! Hij is langer. Van hieruit lijkt de schepgraver niet zo erg groot. Maar dat komt omdat alle£ door het perspectief kleiner lijkt. De graver kan tachtig kubieke yards per hap nemen en dat is voldoende om er een flinke garage mee te vullen. Een gróte garage. De dragline weegt zeseneenhalfduizend ton; dat is zo zwaar als een mediumtype slagschip. De bouwkosten bedragen ongeveer dertig miljoen dollar. Het duurt vijftien tot achttien maanden om het ding te maken - op het terrein, natuurlijk. We hebben er vier en bij elkaar kunnen ze tot een kwart miljoen ton grond per dag verstouwen.' 'U overtreft alles,' zei Brady. 'Zullen we naar binnen gaan? Ik heb het koud.' De vier andere mannen, Dermott, Mackenzie, Shore en de chef veiligheidsdienst Brinckman, keken lichtelijk verbaasd naar hem. Het leek onmogelijk dat iemand die zo uitzonderlijk dik zat ingepakt, zowel in het vlees als in kleding, het koud kon hebben. Maar als Brady zei dat hij het koud had, dan zou het wel zo zijn. De mannen stapten snel in het busje dat wel niet erg comfortabel was, maar in ieder geval twee kachels in uitstekende conditie had. Ook het mooie meisje achterin verkeerde in blakende conditie. 'Hallo!' glimlachte Stella stralend naar de mannen. Terry Brinckman, een man van midden dertig en daarmee de jongste van de heren, had haar van buitenaf niet zien zitten. Hij schrok even en tikte tegen de rand van zijn bontmuts. Men kon hem zijn geestdrift niet kwalijk nemen, want in haar witte eskimoparka zag het meisje er zo aanvallig uit als een jong poolbeertje. 'Heb je al iets te dicteren, paps?' vroeg ze. 'Nog niet,' bromde Brady. Eenmaal buiten bereik van de venijnige kou deed hij de sjaal voor zijn gezicht los. Ergens in het verre verleden had zijn gezicht nog sporen vertoond van de vastberadenheid, waarmee hij van achterbuurtjongen tot miljonair was opgeklommen, maar na jaren van goed leven was daar niets meer van te zien: alle benige delen van zijn hoofd gingen schuil achter een opmerkelijke hoeveelheid vetcellen, waardoor hij nog geen rimpeltje, fronslijntje of kraaiepootjes had. Het was het ronde, weldoorvoede gelaat van een cherubijn. Maar er viel niets cherubijns aan zijn ijzige blauwe, taxerende en heel sluwe ogen te bespeuren. Door het raam keek hij naar de graafmachine. 'Dat is dus de slotfase van de oliewinning hier.' 'Integendeel,' zei Shore. 'Dit is pas het begin. De teerzandgrond zelf zit wel vijftien meter diep. De bovenlaag, de rommel erbovenop, zoals grind, klei, veenmossen, keileem, oliearm zand en dergelijke, kunnen we niet gebruiken. Die moet eerst worden verwijderd.' Hij wees naar een naderende vrachtwagen. 'Kijk, daar wordt net wat van die rommel afgevoerd, afgegraven door een dragline op een nieuw werkterrein. Om u nog méér onder de indruk te brengen, meneer Brady, kan ik u zeggen dat ook deze vrachtwagens de grootste ter wereld zijn. Honderdvijfentwintig ton leeg, nuttige lading honderdvijftig ton en dat allemaal op maar vier wielen. Maar u zult moeten toegeven, dat zijn me dan ook wél wielen.' De mensen in het busje keken naar de wielen van de passerende vrachtwagen, wielen van minstens drie meter doorsnee en dienovereenkomstig volumineus. De wagen zelf had monsterlijke afmetingen: zes meter hoog op de assen en ongeveer even breed. De chauffeur was van de grond af nauwelijks te zien. 'Voor de prijs van één zo'n band kunt u een heel aardig autootje kopen,' vervolgde Shore. 'Wat de vrachtwagen zelf betreft zou u met de huidige prijzen niet veel wisselgeld terugkrijgen van driekwart miljoen dollar.' Hij wendde zich naar de chauffeur van het busje, die de motor startte en langzaam wegreed. 'Als de bovenlaag is verwijderd, komt dezelfde graafmachine het teerzand opscheppen. Dat doet de machine die we net hebben gezien. Het olierijke teerzand wordt dan opgehoopt tot wat wij in vaktaal een zwade noemen.' Shore wees naar weer een andere wonderlijke machine van geweldige lengte, die zijn neus in een berg teerzand stak. 'Een jakobsladder van 130 meter lengte. Bij elke graafmachine hoort zo'n jakobsladder. U kunt het wiel, waar de schepbakken omheendraaien, in de zwade zien happen. De doorsnee van het wiel bedraagt twaalf meter en er draaien veertien bakken omheen. Daarmee kan aardig wat tonnage per minuut worden weggehaald. Het teerzand wordt dan langs de ruggengraat van de jakobsladder - de brug, noemen wij dat -verder getransporteerd naar de zevers. Vandaar. 'De zevers?' vroeg Brady. 'Het zand komt soms in dikke brokken die zo hard als steen zijn uit de grond. Die kunnen de transportbanden beschadigen. De zevers zijn niets anders dan vibrerende roosters, waardoor de dikke brokken worden uitgesorteerd.' 'Lopen de transportbanden zonder de zevers schade op?' 'Ongetwijfeld.' 'Worden ze buiten werking gesteld?' 'Waarschijnlijk wel. Dat weten we niet. We hebben het altijd weten te verhinderen.' 'En dan?' 'Dan gaat het teerzand naar draaiende trechters, die u daarginds ziet. De trechters verspreiden het teerzand op de lopende band en vandaar gaat het naar de fabriek. Daarna...' 'Wacht even,' zei Dermott. 'Er is zeker een flink eind lopende band?' 'Een heel stuk, ja.' 'Hoeveel precies?' Shore fronste. 'Bijna zesentwintig kilometer.' Dermott keek hem strak aan en Shore vervolgde haastig: 'Aan het eind van het lopende band systeem wordt het teerzand via radiale buizen verder geleid naar de opslagplaatsen.' Brady vroeg: 'Wat voor radiale buizen?' 'Boven de transportbanden gelegen verlengstukken, die een bepaalde boog kunnen beschrijven om het teerzand naar een geschikte opslagruimte te brengen. Het teerzand kan ook naar aparte troggen worden gevoerd, die het ondergronds naar de afdeling brengen waar het chemische en andere processen beginnen om de olie van het zand te scheiden. Het eerste van die procédés...' 'Jezus!' riep Mackenzie ongelovig uit. 'Zo is het wel genoeg, meneer Shore,' zei Dermott. 'Ik wil niet onbeleefd zijn, maar u hoeft ons verder niets over het scheidingsprocédé te vertellen. Ik heb al genoeg gehoord en gezien, meer dan me lief is.' 'Goeie God!' riep Mackenzie bij wijze van variatie. 'Wat is er dan, heren?' vroeg Brady. 'Kijk eens, Jim,' zei Dermott, zijn woorden zorgvuldig kiezend. 'Toen Donald en ik gisteravond met meneer Shore en met meneer Bill Reynolds, de chef van dienst van Sanmobil, zaten te praten, hadden we al enige reden tot bezorgdheid. Ik begrijp nu dat we onze tijd aan onbenulligheden zaten te verdoen. Nú pas beginnen onze grote zorgen, verdomd als 't niet waar is. Gisteravond maakten we ons druk over het bespottelijke gemak, waarmee je door de omheining kunt komen en waarmee subversieve elementen de bedrijfsruimte zelf kunnen binnendringen. Als ik er nu op terugkijk, zijn dat maar bagatelletjes. Hoeveel zwakke punten heb jij geteld, Donald?' 'Zes.' 'Ik idem dito. Allereerst de graafmachines. Ze zien er zo onaantastbaar uit als de Rots van Gibraltar, maar ze zijn in feite deerniswekkend kwetsbaar. Honderd ton zwaar explosief kan de Rots van Gibraltar nauwelijks kwaad doen. Maar ik kan zo'n dragline met een paar kilo kneedexplosieven buiten werking stellen, als je dat spul op de juiste plekken aanbrengt, bijvoorbeeld daar waar de boom aan het machinehuis is opgehangen.' Brinckman, een intelligente en duidelijk bekwame jonge vent, deed voor het eerst in een kwartier zijn mond open, maar hij had er onmiddellijk spijt van. 'Da's wel mooi geredeneerd,' zei hij, 'als je tenminste in de buurt van een graafmachine kunt komen. Maar dat is voor buitenstaanders niet mogelijk. Het terrein is fel verlicht.' 'Jezus!' zei Mackenzie weer. 'Wat bedoelt u, meneer Mackenzie?' 'Wat ik bedoel is dat ik de onderbreker of schakelaar of met wat voor iets je de stroomvoorziening van de terreinverlichting aan en uit kunt doen zou zoeken om die kapot te slaan. Of ik zou zo'n mooi modern apparaat gebruiken om de hele stroomvoorziening af te snijden. Ik zou ook de kabels kunnen doorsnijden. Of nog veel eenvoudiger: met één vuurstoot van vijf seconden uit het ouwe trouwe machinepistool zou ik de hele rij lampen aan flarden schieten. Je mag toch aannemen dat die lampen niet van kogelvrij glas zijn gemaakt.' Dermott bespaarde Brinckman een bedremmeld zwijgen. 'Een paar kilo Amatol, die je gewoon in de handel kunt krijgen, is genoeg om het grote rad van de jakobsladder voor onbepaalde tijd stil te leggen. Die zelfde hoeveelheid is genoeg voor de brug van de jakobsladder. Eén kilo om een vibrerend rooster van een zever te ontzetten. Dat zijn al vier zwakke punten. Een aanval op de radiale pijpen zou een nog veel beter plan zijn, want dat zou betekenen dat Sanmobil het teerzand niet meer ondergronds kan opslaan voor de chemische bewerking. En dan het mooiste van alles: dat kleinigheidje van bijna zesentwintig kilometer lengte aan transportband.' De anderen zwegen en Dermott vervolgde: 'Waarom al die moeite doen om het chemische procédé in de raffinaderij zelf te saboteren, als het véél eenvoudiger en effectiever is om de aanvoer van de grondstof lam te leggen? Je kunt geen olie raffineren als er niks te raffineren valt. Het is kinderlijk eenvoudig om daarvoor te zorgen. Vier draglines. Vier jakobsladderwielen. Vier bruggen. Vier zevers. Vier radiale buizen. Zesentwintig kilometer onbewaakte transportband. Ruim tweeëntwintig kilometer onbewaakte omheining. En acht mannetjes om daar allemaal op te letten... Die toestand is belachelijk. Ik vrees, meneer Brady, dat niets ter wereld onze vriend in Anchorage kan beletten om zijn dreigement uit te voeren.' Jim Brady richtte een ijskoude blik op de onfortuinlijke Brinckman. 'Wat heeft u daarop te zeggen?' 'Wat kan ik anders zeggen dan dat ik het met meneer Dermott eens ben? Ook al zou ik tienmaal het aantal mannen tot mijn beschikking hebben, dan zouden we een dergelijke bedreiging toch niet kunnen pareren.' Hij haalde zijn schouders op. 'Het spijt me, maar ik heb hier geen notie van gehad.' 'Wij ook niet. U hoeft uzelf niets te verwijten. Wat zijn overigens uw normale taken?' 'Het voorkomen van drie dingen: vechtpartijen onder de arbeiders, kruimeldiefstallen en drinken op het terrein. Tot dusver hebben we daar geen problemen mee gehad.' Het woord 'drinken' van Brinckman deed Brady ergens aan denken. 'Aha, juist ja. De moeilijke ogenblikken van zware geestelijke druk.' Hij keerde zich om. 'Stella?' 'Ja, paps.' Het meisje opende een rieten mand, haalde er een fles en een glas uit en schonk haar vader in. 'Daiquiri,' zei hij. 'We hebben ook whisky, gin, rum...' 'Nee, dank u, meneer Brady,' zei Shore. 'Sorry. De maatschappij kent heel strenge regels en...' Brady liet Shore in beknopte bewoordingen weten wat hij met zijn strenge regels kon doen en wendde zich weer naar Brinckman. 'Het komt er dus op neer,' zei hij, 'dat u tot nu toe tamelijk oppervlakkig bent geweest en dat het zo mogelijk in de toekomst niet minder wordt?' 'Daar ben ik het maar voor de helft mee eens. Het feit dat we tot nu toe niets te doen hadden, wil niet zeggen dat we maar raak hebben gerommeld. Het aanwezig zijn is al van belang. Je gaat geen stuk steen door de winkelruit van een juwelier gooien, als er een belangstellende politieagent naast je staat. Wat de toekomst betreft ben ik het met u eens. Ik voel me tamelijk hulpeloos, ja.' 'Als u zelf een aanval zou ondernemen op de hele aanvoerlijn, waar zou u dan toeslaan?' Daar hoefde Brinckman geen tel over na te denken. 'Te allen tijde de transportband.' Brady keek naar Dermott en Mackenzie, die beiden knikten. 'Meneer Shore?' 'Ook, ja.' Shore dronk afwezig van een glaasje whisky, dat op onverklaarbare wijze in zijn hand terecht was gekomen. 'Afgezien van het feit dat er zovéél transportband is, kun je de hele zaak verschrikkelijk kwetsbaar noemen. De band zelf is één meter tachtig breed, maar de staaldraad, waar de hele zaak op loopt, is maar vier centimeter dik. Met een voorhamer en een flinke beitel kan ik die kabel zelf makkelijk ontwrichten.' De stem van Shore klonk heel gespannen. 'Weinig mensen beseffen wat een onvoorstelbare hoeveelheden grondstoffen we hier verwerken. Om het bedrijf op vol vermogen te laten draaien en om de business zakelijk zinvol te maken, hebben we een kwart miljoen ton teerzand per dag nodig. Zoals ik al heb gezegd is dit de grootste mijnonderneming aller tijden. Als je de aanvoer stopzet, moet het bedrijf binnen enkele uren de deur dichtgooien. Dat betekent een verlies van 130000 vaten per dag. Zelfs Sanmobil kan zo'n verlies niet oneindig volhouden.' 'Hoeveel heeft de hele opzet gekost?' vroeg Brady. 'Bijna twee miljard dollar.' 'Twee miljard dollar. En een potentieel produktieverlies van honderddertigduizend vaten olie per dag.' Jim Brady schudde zijn hoofd. 'Geen mens zal de genialiteit betwisten van de mensen die dit allemaal hebben bedacht. Dat zelfde geldt voor de ingenieurs die het allemaal hebben wéér gemaakt. Maar er is nóg iets waar geen mens aan twijfelt - ik twijfel er tenminste niet aan - en dat is dat die superintelligente figuren ergens een geweldige blinde vlek hebben gehad. Waarom heeft niemand zo iets als dit voorzien? Ik weet wel dat de beste stuurlui aan wal staan, maar Godnogantoe, je hoeft toch niet zó'n vooruitziende blik te hebben om daaraan te denken? Hebben ze de reusachtige kans op chantage dan nooit begrepen? Hebben ze dan nooit ingezien dat ze de grootste industriële en kwetsbaarste investering aller tijden hebben gedaan?' Shore keek somber in zijn glas, dronk het somber leeg en bleef somber zwijgen. Dermott zei: 'Niet helemaal.' 'Hoezo, niet helemaal?' ‘Inderdaad is het een geweldig kwetsbare industriële investering. Maar niet de grootste aller tijden. Die twijfelachtige eer valt zonder twijfel toe aan de trans-Alaska pijpleiding. Hun investering bedroeg geen twee miljard, maar acht miljard. Ze leveren ook geen honderddertigduizend vaten per dag op, maar ze pompen er één miljoentweehonderdduizend vaten per dag door heen. En ze hoeven geen zesentwintig kilometer transportband te bewaken, maar bijna dertienhonderd kilometer pijpleiding.' Brady gaf zijn glas aan zijn dochter terug voor een tweede borrel en bepeinsde deze onprettige gedachte. Hij vermande zich en vroeg: 'Wat kunnen ze precies doen om die rotpijp te beschermen?' 'In ieder geval kunnen ze eventueel toegebrachte schade beperken. Ze hebben een uitstekend verbindings- en elektronisch controlesysteem, met allerlei denkbare en ondenkbare beveiligings- en hulpmiddelen, zelfs een satellietnoodstation.' Dermott haalde een stuk papier te voorschijn. 'Ze hebben twaalf pompstations, die hetzij ter plaatse, hetzij van een afstand kunnen worden bediend. Dan hebben ze op onderlinge afstand tweeënzestig doorlaatsluizen die allemaal onder radiocontrole staan van het ten noorden gelegen pompstation. Die sluizen kunnen de oliestroom desgewenst in beide richtingen stopzetten. Ja, en verder zijn er maar liefst tachtig kleppen om te verhinderen dat de olie terugvloeit en allerlei andere soorten kleppen en sluizen, waar alleen een ingenieur de zin van snapt. Al bijeen een op afstand te bedienen controlevermogen van méér dan duizend punten. Met andere woorden: ze kunnen ieder stuk van de pijpleiding op elk gewenst moment afsluiten. Omdat het zes minuten duurt om een grote pomp stil te leggen, loopt er dan natuurlijk wel wat olie weg; men taxeert dat op zo'n vijftigduizend vaten. Dat lijkt een heleboel, maar het is niet meer dan een druppel op een emmer vergeleken bij wat er in de pijp zit. Het is in ieder geval niet mogelijk dat de olie steeds onafgebroken blijft doorstromen.' 'Dat is allemaal heel interessant.' Brady klonk wat koeltjes. 'Ze zullen stellig wel in staat zijn het milieu zoveel mogelijk te beschermen. Maar je kunt er vergif op innemen dat het geboefte maling aan het milieu heeft. Ze willen alleen maar de oliestroom onderbreken. Kan de pijpleiding beschermd worden?' 'Tja, als we aan die grote blinde vlek denken...' 'Wat je probeert me niét te vertellen, George, is dat de pijpleiding op elke plaats en op ieder moment kapotgemaakt kan worden.' 'Klopt, ja.' Brady keek Dermott aan. 'Heb je daar al over gedacht?' 'Zeker.' 'En jij, Donald?' 'Ook.' 'Mooi. Wat hebben jullie dan wel bedacht?' 'Niks. Daarom hebben we je laten komen. We dachten dat jij wel iets zou bedenken.' Brady keek zijn vrienden medewerkers een beetje vuil aan en verviel weer in gepeins. Na geruime tijd zei hij: 'Wat gebeurt er eigenlijk als er een breuk ontstaat en de olie in de pijp tot stilstand komt? Gaat het dan klonteren, vastzitten?' 'Op den duur wel, ja. Maar dat duurt een tijdje. De olie is warm als ze uit de grond komt en is nog altijd warm als ze Valdez aan de zuidkust van Alaska bereikt. De pijpleiding is dik geïsoleerd en de door de pijp stromende olie veroorzaakt wrijvingswarmte. Ze denken dat ze de olie nog na 21 dagen stilstand aan het stromen krijgen. Maar dáárna...' Dermott spreidde zijn handen uit. 'Geen oliestroom meer?' 'Nee.' 'Nóóit meer?' 'Dat denk ik, maar ik weet het niet precies. Daarover heeft geen mens een woord tegen me gezegd. Ik denk dat de mensen die erbij betrokken zijn er niet graag over praten.' De radiotelefoon zoemde. De chauffeur luisterde even en wendde zich naar Shore. 'Kantoor chef van dienst. Of we meteen terugkomen. Meneer Reynolds zegt dat het dringend is.' Reynolds zat op het gezelschap te wachten. Hij wees op een telefoonhoorn op zijn bureaublad en zei tegen Brady: 'Houston. Voor u.' Brady zei 'Hallo' en maakte toen een geërgerd gebaar naar Dermott. 'Die verdomde code... Wil jij even opnemen, George?' Erg redelijk was dat niet van Brady, want hij had de code zelf bedacht en hij stond er altijd op dat zijn medewerkers het voor bijna alles behalve 'Hallo' en 'Tot kijk' gebruikten. Dermott nam pen en papier, drukte de hoorn aan zijn oor en schreef. Het kostte hem een minuut de code op te schrijven en twee minuten om de code te ontcijferen. Tegen de opbeller zei hij: 'Is dat alles wat je weet?' Even een pauze. Dan: 'Wanneer heb je dit bericht ontvangen en wanneer is het gebeurd?' Weer even stilte. 'Vijftien minuten geleden en twee uur geleden. Bedankt.' Dermott hing op en keerde zich om naar Brady. Zijn gezicht was bleek geworden. 'De pijpleiding is gebroken,' zei hij. 'Pompstation 4. Bij de Atigun Pas in het Brooks Gebergte ten zuiden van de North Slope. Nog geen concrete feiten. Het schijnt dat de schade niet ernstig is, maar toch genoeg om de pijpleiding dicht te draaien.' 'Een ongeluk, hopelijk?' 'Nee. Springstoffen. Ze hebben twee sluizen weggeblazen.' Er viel even een stilte. Brady nam Dermott aandachtig op. 'Je hoeft niet zo verdomd grimmig te kijken, George.' zei Brady. 'We verwachtten toch al iets dergelijks? Het is niet het einde van de wereld, hoor.' 'Voor twee van de mensen van Pompstation Vier wél,' zei Dermott. 'Ze zijn vermoord.'