6

 

In de loodkleurige schemer van de namiddag keerde Dermott met David Hendry per vliegtuig vanuit Anchorage naar Prudhoe Bay terug. Het weer was aanzienlijk verbeterd. Nog maar tien knopen windkracht, de bovenkant van de jachtsneeuwwolk was tot anderhalve meter boven de grond gedaald, het zicht in de landingslichten van het vliegtuig was weer bijna normaal en de temperatuur lag een flink stuk hoger dan in de vroege morgen. In de lounge van het administratiegebouw zag Dermott als eerste bekende gezicht dat van Morrison van de fbi. Er zat een jonge, roodharige man naast hem; zijn opvallende haardos stak nogal af tegen zijn saaie grijze broek en jasje. Morrison keek glimlachend op. 'Op John Ffoulkes kun je bouwen,' zei hij, 'maar hij heeft geen vertrouwen in de fbi.' Hij gebaarde naar de roodharige jongeman. 'Dit is Nick Turner. Let maar niet op zijn eenvoudige kleding. Hij heeft in Oxford gestudeerd. Hij is mijn vingerafdrukkenexpert. En daar, voor de kijkers rechts, staat David Hendry. Jouw vingerafdrukkenexpert, Dermott.' Dermott zei vriendelijk: 'John Ffoulkes was terecht van mening dat vier ogen meer zien dan twee. Geen nieuwe ontwikkelingen?' 'Geen een. En bij jouw?' 'Grotendeels tijdverspilling. Maar onderweg kreeg ik een idee. Zullen we de kamer van John Finlayson op vingerafdrukken onderzoeken?' 'Is al gebeurd. Niks.' 'Brandschoon?' 'Zo goed als. Een heleboel onleesbare vegen, die alleen maar van Finlayson kunnen zijn. Dan nog een paar van een loodgieter, die er op zijn controleronde is geweest en ook één - je zult het niet geloven, één - die aan de huishoudkrelis toebehoort. Een ware razende roeland met stoffer en poetsdoek.' 'Huishoudkrelis?' 'Soort van beddenopmaker en schoonmaker.' 'Kan een ander vlijtig persoon daar met een stoffer bezig zijn geweest?' Morrison haalde twee sleutels voor den dag. 'De sleutel van Finlayson van zijn kamer en de enige bestaande loper. Vanaf het moment waarop Finlayson uit zijn kamer werd gehaald, heb ik beide sleutels in mijn zak gehad.' 'Hier zweeg de vrager stille,' zei Dermott. Hij legde een leren map op het lage tafeltje voor Morrison neer. 'Dit zijn de vingerafdrukken uit de verdachte telefooncel in Anchorage. Nu moet ik verslag bij de baas gaan uitbrengen.' 'Het zal de twee jongeheren hier vast groot genoegen doen om de afdrukken uit Anchorage te vergelijken met die van de safe in het kantoor van Finlayson,' zei Morrison. 'Dat klinkt niet erg optimistisch,' zei Dermott. 'Van nature ben ik altijd optimistisch,' zei Morrison glimlachend. 'Maar dat was vóór ik de negenenveertigste graad noorderbreedte overschreed.'

*** 

Dermott vond Brady en Mackenzie op de kamer van Brady, waar ze het zich gemakkelijk maakten in de twee enige stoelen daar. Hij keek niet bepaald vriendelijk op hen neer. 'Heel plezierig en geruststellend om beide heren zo comfortabel en ontspannen aan te treffen.' Brady zei: 'Beroerd middagje, hè?' Hij zwaaide met zijn hand naar de aaneengesloten rij flessen op de muurkast. 'Dat zal je moreel wel opvijzelen.' Dermott schonk zich in en vroeg: 'Is er nieuws uit Athabasca? Hoe is het met de dames?' 'Prima, prima.' Brady grinnikte. 'Stella kon een heleboel van die kwestie Noorwegen afwikkelen. Kennelijk hebben ze de brand onder controle. We hoeven ons er verder niet meer mee te bemoeien.' 'Mooi.' Dermott dronk bedachtzaam. 'Wat doen ze nu?' 'Op dit moment maken ze geloof ik een toertje ter bezichtiging van het Sanmobil-bedrijf. Hun aangeboden door Bill Reynolds. Gastvrije jongens, die Canadezen.' 'Wie zorgt voor hun bewaking?' 'Eigen mannetjes van Reynolds. Brinckman, da's de chef daar, weet je wel, en zijn naaste assistent Jorgensen.' Daar was Dermott niet van onder de indruk, ik had ze liever die twee politiemannen meegegeven.' Brady zette zijn vingertoppen tegen elkaar. 'Waarom?' 'Drie redenen. Om te beginnen zien ze er heel wat robuuster, meer van zessen klaar uit dan die kereltjes van Brinckman. In de tweede plaats zijn Brinckman, Jorgensen en Napier de hoofdverdachten van het wegnemen van de sleutels van de explosievenloods van Sanmobil, om die aan de kerels te geven die de deur van de loods hebben geopend. In de derde plaats zijn het bewakers van de veiligheidsdiensten van de olieconcerns.' Brady glimlachte minzaam. 'Je begint in de bonen te raken, George. Je ziet spoken onder de bewakers van het grote Noordwesten.' ik hoop dat je nooit reden krijgt om die opmerking te betreuren.' Brady fronste, maar hij zei niets, zodat Dermott van onderwerp veranderde en vroeg: 'Hoe is jullie dag verlopen?' 'Geen vorderingen. Samen met Morrison hebben we iedereen ter plaatse ondervraagd. Ze hadden allemaal een waterdicht alibi voor de nacht van de explosie in Pompstation Vier. Gaan dus allemaal vrijuit.' 'Behalve Bronowski en Houston dan,' hield Dermott aan. Brady staarde zijn naaste medewerker aan en schudde zijn hoofd. 'Nogmaals, je ziet spoken, George. O ja, zeker, we weten dat ze daar alle twee waren. Bronowski is gewond en Houston hoefde Finlayson niet te vinden. Als hij niet zuiver op de graat is, zou het hem veel beter zijn uitgekomen om de jachtsneeuw ieder spoor van Finlayson onder zijn raam te laten uitwissen. Wat vind je daarvan?' 'Drie dingen. Het feit dat we weten dat ze in het pompstation zijn geweest maakt ze des te méér verdacht, niet minder.' 'Redenering achteraf,' gromde Brady. 'Heb ik een hekel aan.' 'Zal wel. Maar we waren overeengekomen dat de bommenplaatsers mensen zijn, die in dienst staan van de Pijp. We hebben nu alle overige mensen geëlimineerd, dus dan moeten het wel die twee zijn, nietwaar?' Brady antwoordde niet. Dermott vervolgde: 'En dan het derde punt. Er móet een reden zijn, hoe moeilijk te doorgronden ook, waarom Bronowski werd neergeslagen en Houston de ontdekking deed. Bekijk het zó eens: wat voor bewijs hebben we eigenlijk dat Bronowski inderdaad is aangevallen? Het enige dat we zéker van hem weten is dat hij op de ziekenzaal ligt met een indrukwekkend verband om z'n kop. Maar ik geloof niet dat Bronowski ook maar iets mankeert. Ik geloof niet dat iemand hem heeft neergeslagen. Ik durf te wedden dat als je dat verband weghaalt zijn slaap onbevlekt voor den dag komt, behalve misschien op een artistiek streekje gentiaanblauw na.' Brady nam de houding aan van iemand die om innerlijke kracht bidt. 'Dus behalve dat je geen bewakers vertrouwt, vertrouw je ook geen dokters?' 'Sommigen wel. Sommigen niet, nee. Ik heb al gezegd dat ik erg wantrouwig tegenover dr. Blake sta.' 'Heb je één concreet feit waarop je verdenking gebaseerd is?' 'Nee.' 'Goed dan.' Brady liet het daarbij, waarop Mackenzie zei: 'We hebben ook alle mensen van Prudhoe Bay gehad, die in de nacht van het telefoongesprek naar Sanobil in Anchorage waren. Veertien in totaal, George. Een heel onschuldig stel, leek me, maar Morrison heeft toch de politie in Anchorage de namen en adressen doorgegeven om te zien of er iets boven water komt.' 'Van al die veertien mensen zijn vingerafdrukken genomen, Donald?' 'Ja. Door een assistent van Morrison.' 'Geen protesterende geluiden?' 'Geen enkel. Het leek alsof ze allemaal graag wilden meewerken.' 'Dat bewijst niks. In ieder geval heb ik de afdrukken uit de telefooncel meegebracht. Die worden nu vergeleken met de vingerafdrukken van jouw veertiental.' 'Dat hoeft niet lang te duren,' zei Mackenzie. 'Zal ik ze effe bellen?' Hij draaide het nummer, luisterde kort, hing op en zei tegen Dermott: 'Cassandra.' 'Zo zo!' Brady keek intreurig en terneergeslagen, wat voor iemand met zo'n bolrond en rimpelloos gezicht niet eenvoudig was. 'De twee topmannen van mijn "Industrial Sabotage Division" zijn tegen een blinde muur opgelopen.' 'Laten we ons nu niet te veel gaan zitten verwijten,' zei George Dermott. Hij keek wat minder somber dan de twee andere mannen. 'Uiteindelijk moeten wij ons alleen bezighouden met het onderzoek naar oliesabotage, niet met moord. Dat ligt op het terrein van de fbi en de politie in Alaska. Het komt me voor dat zij tegen een blinde muur zijn opgelopen. Bovendien krijgen we misschien een aanwijzing in handen van een andere richting in het onderzoek: de lijkschouwing van John Finlayson.' 'Toe, zeg!' Brady maakte een verwerpend handgebaar. 'Dat is voorbij. Heeft niets opgeleverd.' 'De eerste autopsie niet, nee. Maar misschien wel iets uit de tweede lijkschouwing.' 'Wat?!' riep Mackenzie uit. 'Een twééde lijkschouwing?' 'De eerste werd heel oppervlakkig en met de Franse slag gedaan.' 'Ongehoord!' Brady schudde zijn hoofd. 'Wie heeft daar opdracht voor gegeven?' 'Eigenlijk niemand. Ik heb erom gevráágd, maar heel beleefd.' Brady vloekte, hetzij als reactie op Dermotts woorden, hetzij omdat hij flink wat van zijn daiquiri op zijn onberispelijk geperste broek morste. Hij schonk zich weer in, haalde diep adem en zei: 'Je hebt wel even rustig de tijd genomen om ons dat te komen vertellen, niet?' 'Alles op z'n tijd, Jim. Een kwestie van de belangrijkste dingen éérst. Het kan wel een paar dagen duren voor we de uitslag van die lijkschouwing horen. Ik begrijp werkelijk niet waarom je er zo pisnijdig over wordt.' 'Dat zal ik je dan eens onder je snor wrijven. Wie heeft jou godverdomme het recht gegeven om zo'n verzoek te doen zonder mij eerst toestemming te vragen?' 'Niemand.' 'Vóór je vanmorgen vertrok had je tijd genoeg om die kwestie met mij te bespreken.' 'Wel de tijd, ja, maar het idee was nog niet bij me opgekomen. We zaten al halverwege Anchorage, toen het tot me doordrong dat er beslist iets niet in de haak was. Je denkt toch niet dat ik je ga opbellen als iedereen kan meeluisteren?' 'Je praat alsof het hier een internationaal spionagenest is!' zei Brady sarcastisch. 'Eén meeluisterend oortje, dat ons niet welgezind is, en we kunnen onze koffers wel pakken en naar Houston terugkeren. We weten al hoe verdomd slim die lui zijn in het uitwissen van hun sporen.' 'George,' kwam Mackenzie tussenbeide, 'je hebt je redenen duidelijk gemaakt. Wat precies heeft je verdenking gewekt?' 'Dr. Blake. Jullie weten dat ik al mijn bedenkingen tegen hem had toen het ging om de vermoorde ingenieurs in Pompstation Vier en om die zogenaamde aanslag op Bronowski. Ik vroeg me af of er misschien iets was waardoor Blake met de dood van Finlayson in verband kon worden gebracht. Ik ben de énige geweest die het lijk heeft gezien tussen het beëindigen van de lijkschouwing door Blake en het dichtschroeven van het deksel op de doodkist. Kijk, in die tijd liet Blake me een paar plekken onder aan de nek zien, waar Finlayson volgens zeggen van Blake door een zak die gevuld was met iets zwaars bewusteloos was geslagen. In het vliegtuig drong het tot me door dat ik nog nooit van m'n leven een dergelijke bloeduitstorting of kneuzing heb gezien. Er was geen enkel teken van verkleuring of van een zwelling. Het kwam me meer dan waarschijnlijk voor dat de huid op die plek na het intreden van de dood wat ruw was gewreven. Blake zei dat Finlayson was neergeslagen met een zak die gevuld was met vochtig zout. De hals van Finlayson rook inderdaad wel naar zout, maar dat kan er ook 's nachts opgewreven zijn, toen zijn lijk naar zijn kamer was gebracht. Ik bedoel, als hij werkelijk een zware opsodemieter in zijn nek heeft gehad, dan moet dat aan een beschadiging of breuk van de wervels te zien zijn.' Mackenzie zei: 'De voor de hand liggende vraag luidt dus: zijn de wervels ook inderdaad beschadigd?' 'Weet ik niet. Zover ik het kon bekijken mankeerde er niets aan. Dat moet dr. Parker uitmaken.' 'Dr. Parker?' 'Die werkt samen met de politie in Anchorage op het gebied van gerechtelijke geneeskunde. Hij leek me een heel verstandige ouwe rot in het vak. Eerst reageerde hij niet zo erg vriendelijk op mijn verzoek. Net als jullie beschouwde hij het idee van een tweede lijkschouwing als iets ongehoords of onrechtmatigs, of zo iets. Hij heeft het overlijdensattest dat Blake heeft geschreven, gelezen en hij scheen het allemaal wel in orde te vinden.' 'Maar wist je hem van het tegendeel te overtuigen?' 'Niet bepaald, nee. Hij heeft niets toegezegd. Maar ik geloof wel dat ik zijn belangstelling heb gewekt om er iets aan te gaan doen.' Brady zei: 'Je bent wel een knaap met de nodige overredingskracht, George.' Dermott zweeg even nadenkend. 'Het hoeft niets te betekenen, of misschien is het weer een strohalmpje in de wind, maar Parker heeft nog nooit van Blake gehoord.' Brady nam weer zijn bisschoppelijke houding aan door zijn vingertoppen tegen elkaar te plaatsen. 'Je weet toch wel dat Alaska zo groot is als de helft van West-Europa?' 'Zeker, maar ik weet ook dat er in West-Europa zo'n slordige honderd miljoen mensen wonen. In Alaska zijn dat er ongeveer driehonderdduizend. Het zou me verbazen als er buiten de paar ziekenhuizen meer dan zestig of zeventig artsen rondlopen. Het zit er dik in dat een ouwe rot als Parker ze allemaal kent, of op z'n minst van ze heeft gehoord.' 'Een onmiddellijk onderzoek naar de antecedenten van de brave dr. Blake lijkt mij wel op z'n plaats,' zei Brady. 'Zo snel mogelijk,' knikte Mackenzie instemmend. 'Daar is Morrison de juiste man voor. Zou het ook niet interessant zijn om een onderzoekje te laten instellen naar de man die Blake heeft aangenomen, of voor diens functie heeft aanbevolen?' 'Zonder twijfel,' zei Dermott. 'Dat zou ook ons terrein weer een stuk verkleinen. Ik vraag me nóg wat af. Herinneren jullie je nog dat we bij onze komst hier vroegen of iemand soms wist wat voor soort wapen was gebruikt om Bronowski buiten westen te slaan? Bij die gelegenheid zei Morrison tegen ons... ik geloof dat ik hem letterlijk kan citeren... "dr. Blake zegt dat hij géén specialist is op het gebied van criminele gewelddaden". Heeft Morrison dat niet gezegd?' 'Klopt,' knikte Brady. 'Juist, ja. Nou, vanmorgen stond ik met Blake in de kamer van Finlayson te praten over de mogelijke oorzaak van Finlaysons dood. Toen zei Blake zo half terzijde tegen me dat hij vroeger wat gerechtelijke geneeskunde heeft beoefend. Hij zei dat natuurlijk om de nodige geloofwaardigheid aan zijn diagnose te verlenen, maar het was toch een lelijke fout van hem.' Dermott keek Brady aan en vroeg: 'Je agenten in New York, die dat grote beveiligingsbureau van Bronowski zouden onderzoeken, lopen niet erg hard van stapel. Zullen we ze een vriendelijke aansporing geven?' 'Nee. Je zei zelf dat iedereen kan meeluisteren...' 'Wie heeft het daarover? We doen het via Houston, in je eigen code.' 'Hè! Die vervloekte code. Weet je wat je doet: stel zelf maar een bericht in code op en laat het onder mijn naam uitgaan.' Zonder dat Brady het merkte gaf Mackenzie Dermott een knipoog, maar Dermott deed alsof hij het niet zag en ging voor de telefooncentrale een bericht in code oplezen. Hij beheerste de code die door de uitvinder Brady zelf verschrikkelijk lastig werd gevonden, zo goed dat hij de letters en cijfers uit zijn hoofd kon opnoemen, zonder vooraf aantekeningen te maken. Nauwelijks had hij de code opgegeven, of een klop op de deur kondigde de komst aan van Hamish Black, de directeur van de pijpleiding. Als altijd zaten alle haartjes van zijn potlooddunne snorretje precies op hun plaats, zijn scheiding leek als langs een liniaal getrokken en zijn pince-nez zat zo vast op zijn neus geschroefd, dat geen storm het brilletje zou kunnen wegblazen. Met andere woorden: hij zag er nog steeds uit als een accountant uit de Londense City. Toch viel er iets afwijkends aan zijn manier van doen te bespeuren. Hij zag eruit als een Londense accountant, die zo juist in de boeken van zijn beste cliënt op het onmiskenbare bewijs van een enorme verduistering is gestuit. 'Goedendag, mijn heren.' Black was een specialist in het verstrekken van ijzige glimlachjes. 'Ik hoop dat ik niet stoor, meneer Brady?' 'Komt u binnen, komt u binnen.' Brady was een en al minzaamheid, het beste bewijs dat hij zich niet veel aan zijn bezoeker gelegen liet liggen. 'Doe alsof u thuis bent.' Hij keek in de kleine kamerruimte rond en naar de drie al bezette stoelen. 'Dat wil zeggen...' 'Dank u. Ik blijf wel staan. Ik zal u niet lang ophouden.' 'Een borrel? Een slokje van mijn onvergelijkelijke daiquiri? Een sigaartje?' 'Dank u. Ik rook niet en ik drink niet.' Het kleine trekje in de linkerhoek van zijn bovenlip maakte duidelijk hoe hij over mensen dacht die dat wel deden, in mijn hoedanigheid van General Manager van Sohio/BP vond ik het mijn plicht eens te informeren hoever uw onderzoek tot nu toe is gevorderd.' 'Wat we tot dusver ontdekt hebben?' vroeg Dermott. 'Tja, kijkt u eens...' 'Wilt u alstublieft zwijgen, meneer. Ik was bezig met uw chef te...' 'George!' Brady maakte een verzoenend handgebaar naar Dermott, die al half overeind uit zijn stoel was gekomen. Hij keek Black kil aan. 'Wij zijn geen ondergeschikten van u, meneer Black. Wij zijn zelfs niet eens door u aangenomen, maar regelrecht door uw hoofdkantoor in Londen. Als u niet op uw woorden let, dan stel ik voor dat u deze kamer weer op dezelfde wijze verlaat als u hier bent binnengekomen.' De lippen van Black verdwenen uit het zicht. 'Meneer! Ik ben niet gewend...' 'Oké. Dat weten we nu wel. U bent kennelijk in een vijandige stemming. Onze vorderingen tot dusver? Geen enkele. Is er nog iets anders van uw dienst?' Black raakte duidelijk van zijn stuk. Een ouderwets slagschip kan niet aanvallen als het de wind uit de zeilen wordt genomen. 'Dus u geeft toe...' 'Wij geven niks toe. U hebt een verklaring van ons gehoord. Kunnen wij u verder nog met iets van dienst zijn?' 'Dat zou ik denken. U zou mij de rechtvaardiging van uw verblijf hier eens kunnen verklaren. Als er niets uit voortkomt, kan de firma u niet het honorarium betalen dat u wenst te declareren. U hebt niets bereikt en het ziet er niet naar uit dat u verder nog iets bereikt. U stelt een onderzoek in naar industriële sabotage, vooral wat betreft onderbreking van de olieaanvoer. Maar er bestaat naar mijn mening toch wel een aanzienlijk verschil tussen olieverlies en bloedverlies. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat u de kluts totaal kwijt bent en dat u geen greep meer hebt op de gebeurtenissen. Ik krijg verder de indruk dat het onderzoek dient te worden overgelaten aan degenen, die over de bekwaamheden beschikken een dergelijk onderzoek van misdadige aard te kunnen uitvoeren: de Fbi en de politie van Alaska. Het interesseert me te weten wat die ontdekt hebben. Of bent u niet bereid me dat te vertellen?' Black klemde zijn lippen nog vaster opeen. Mackenzie zei: 'Mag ik even wat zeggen, chef?' 'Natuurlijk, Donald.' 'Meneer Black. Uw manier van doen doet sterk denken aan uw houding toen wij u de eerste keer spraken. Hebt u de macht om ons naar huis te sturen?' 'Ja.' 'Voorgoed?' 'Nee.' 'Waarom niet?' 'U weet heel goed waarom niet. Het hoofdkantoor in Londen zou u weer aanstellen.' 'Ja, en dan waarschijnlijk met de volmacht dat wij, als zich wéér iets dergelijks voordoet, de directeur van Alaska kunnen verzoeken om te vertrekken.' 'Dat zou ik niet durven beweren.' ik wel. Of wist u niet dat meneer Brady een heel goede vriend is van de president-directeur van uw firma?' Uit de manier waarop Black naar zijn das greep, viel op te maken dat hij dat niet wist. Uit de manier waarop Brady opeens enige moeite had om een mondvol daiquiri weg te slikken, viel op te maken - voor hen die hem kenden - dat hij het óók niet wist. 'Om nog even terug te komen op die eerste keer dat wij u spraken, meneer Black,' hield Mackenzie aan. 'Bij die gelegenheid opperde meneer Dermott dat u wellicht iets te verbergen hebt. Meneer Brady zei toen dat u duidelijk tekenen van gebrek aan medewerking vertoonde en dat u - hoe zei hij het ook alweer? -om een of andere reden het grootste belang van de maatschappij tegenwerkt. Redelijke verzoeken beschouwde u als belachelijk. Ik herinner me ook nog dat meneer Dermott zei dat u als directeur van Alaska zo hoog te paard zit dat u boven al die kleine vervelende dingen verheven bent, óf dat u misschien iets te verbergen hebt wat wij niet mogen weten.' Het leek of Black nog bleker werd, maar dat kon ook door woede veroorzaakt zijn. Zijn hand tastte naar de deurknop. 'Dit kan niet getolereerd worden! Ik wens niet langer mijn goede naam door het slijk te laten halen. Tot ziens, mijne heren.' Mackenzie zei op verwijtende toon: ik vind het onbeleefd om iemand niet te laten uitspreken.' De ogen van Black kwamen aardig overeen met de ijzige weersomstandigheden buiten. 'Wat bedoelt u daarmee?' 'Alleen dat ik graag wilde afmaken wat ik u te zeggen heb.' Black keek op zijn horloge. 'Maak het kort.' ik weet dat u het héél erg druk hebt, meneer Black.' Nu verschenen er twee kleine rode vlekjes op de bleke kaken van Black, want uit de toon van Mackenzie viel overduidelijk op te maken dat hij niet geloofde dat Black erg veel te doen had. 'Dus ik zal het kort houden. Uw afwijzende houding interesseert ons. U hebt ons heel duidelijk gemaakt dat u ons graag kwijt wilt. U hebt zelf toegegeven dat we daarna binnen de kortste tijd weer terug zullen zijn, misschien al binnen een paar dagen. Onze conclusie is daarom dat u ons, al was het maar voor een paar dagen, uit de weg wilt hebben. Wij vragen ons af wat u in die korte tijd dan van plan bent te gaan doen?' 'Juist. U laat mij nu geen andere keus dan uw grove onbeschaamdheid en uw onvermogen aan het hoofdkantoor in Londen te rapporteren.' Toen hij de kamerdeur had gesloten, zei Dermott: 'Geen slecht wegwezertje. Hij doet natuurlijk niets van dien aard. Niet als hij gaat zitten nadenken over de nauwe persoonlijke vriendschap tussen Jim Brady en zijn eigen president-directeur.' Dermott keek Brady aan. ik wist niet dat je...' 'Ik óók niet!' zei Brady opgewekt. Hij sloeg een vuist in de vlezige palm van zijn andere hand. 'Vertel me eens, Donald, meende je allemaal wat je tegen hem zei?' 'Wie zal 't zeggen? Ik niet. Maar ik weet wel dat ik gewoon een hekel aan die rotzak heb.' 'Geen basis voor een bezadigd oordeel,' zei Dermott. 'Maar een pracht van een afbreker, Donald. Er zijn soms ogenblikken in het leven, waarop een mens zichzelf overtreft.' Hij zweeg even en keek naar Brady. 'Weet je nog, toen we de vorige keer bij onze vriend waren geweest dat je zei dat je het zo jammer vond dat hij zo verdacht deed, omdat hij anders zo'n uitstekende verdachte zou zijn geweest? Misschien waren we toen slimmer dan nodig was, aannemende dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat hij een van de belangrijkste verdachten kon zijn. Maar misschien is hij juist slimmer dan wij. Dat is je toch niet ontgaan?' Brady liet zijn glimlach varen. 'Weer allemaal geredeneer achteraf. Hoe vaak moet ik je nou nog vertellen, George, dat ik daar een hekel aan heb? De hoogste directeur in Alaska. Jezus, George, iemand moet per definitie toch bóven verdenking staan?' In de kamer van Dermott zei Mackenzie: 'Je had verdomd lang nodig om dat codebericht aan Houston door te geven. Je hoefde alleen maar te vragen de eerdere instructies van Jim te laten bespoedigen. Wat moest je dan zo nodig nog meer vragen?' ik heb ze gevraagd of ze erachter kunnen komen of iemand, en zo ja wié, bij het Newyorkse veiligheidsdienstbureau van Bronowski is weggegaan in de periode tussen pakweg drie maanden vóór en drie maanden na Bronowski daar zelf is vertrokken.' 'Juist. Misschien heeft Brady wel gelijk, George. Misschien zijn al die bewakers en beveiligingsspecialisten wel bij je komen spoken. Maar zelfs als Bronowski één of meer van z'n voormalige compagnons in een vuil spel heeft betrokken, dan hebben ze hun namen natuurlijk veranderd.' 'Dat doet nauwelijks ter zake. Persoonsbeschrijvingen zijn voldoende. En wat mijn bewakingsdienstkoorts aangaat: het wordt hoog tijd dat jij en Jim ook een tik van die molen krijgen! Hoe wil je anders het feit verklaren dat de schurken in Alberta de code van de firma in Alaska kennen, terwijl de schurken in Alaska op de hoogte zijn van de andere code, de eigen code van Sanmobil?' Dermott zweeg even en vervolgde: 'Al vanaf die twee eerste identieke dreigementen aan de adressen van Prudhoe Bay en Sanmobil weten we dat onze vrienden in Alaska en Athabasca onder één hoedje spelen, Donald. Een mooi gecoördineerd spelletje om ons steeds op het verkeerde spoor te zetten door ervoor te zorgen dat we in A waren als we in B moesten zijn, en omgekeerd. Ik twijfel er absoluut niet meer aan dat beide bewakingsdiensten geïnfiltreerd zijn. Onze enige verdachten aan beide kanten zijn bewakers.' 'Je denkt dus dat de grote coördinator van het hele spel iemand van de bewakingsdienst is?' 'Dat hóeft niet zo te zijn. Maar waar ik heel zeker van ben is dat we wel weer op korte termijn over een volgende ramp in Athabasca zullen vernemen. De grote marionettenbaas zal het wel weer eens tijd gaan vinden om de poppen te laten dansen.' 'Coördinatie...' zei Mackenzie broeierig, in dit geval?' 'Je hebt gehoord wat ik tegen Black zei, George. Dat hij ons een paar dagen uit de weg wil hebben voor een of ander snood plan. Als hij dat niet voor elkaar krijgt door ons te vragen op te willen hoepelen, dan kan hij het op een andere manier doen door te zorgen voor een nieuwe ramp in Athabasca.' Dermott zuchtte. Hij trok een streep onder een aantal namen, die hij had opgeschreven, en gaf het lijstje aan Mackenzie. 'Namen om aan een nader onderzoek te laten onderwerpen. Laten we hopen dat onze vriend Morrison van de fbi het wil doen. Wat vind je ervan?' Mackenzie nam het lijstje met de namen aandachtig door. Zijn wenkbrauwen gingen omhoog, ik denk dat Morrison wel van schrik een luchtsprong zal maken.' 'Voor mijn part springt hij over de maan heen, als hij het maar doet als hij weer op de grond staat,' zei Dermott met nadruk. 'We moeten toch ergens met wat actie beginnen.' Hij wilde nog iets zeggen, toen de telefoon ging. Hij nam de hoorn op en terwijl hij luisterde werd zijn gezicht krijtwit. Hij scheen niet te merken dat het glas in zijn andere hand versplinterde toen hij het met zijn vingers fijn kneep en dat er een straaltje bloed langs zijn handpalm liep.