3
Het was halftwee in de middag Alaskatijd, bijna donker met goed zicht, een wind van tien knopen en een temperatuur van 36° Celsius onder nul, toen de tweemotorige jet weer op een van de banen van Prudhoe Bay landde. Brady, Dermott en Mackenzie waren na ontvangst van het bericht uit Houston snel in actie gekomen. Ze waren naar Fort McMurray teruggereden, hadden snel wat benodigdheden ingepakt die, wat Brady betrof, hoofdzakelijk uit drie flessen daiquiri bestonden, waarna ze afscheid hadden genomen van Jean en Stella en regelrecht naar het vliegveld waren gereden. Brady sliep boven het Yukon Gebergte en Mackenzie viel kort daarna in slaap. Alleen Dermott bleef wakker en probeerde erachter te komen waarom de vijand bij het uitvoeren van wat niet meer dan een demonstratie van hun kunnen had moeten zijn (en daar waren ze volkomen in geslaagd), het nodig had gevonden om het op zo'n misdadige manier te doen. Zodra de jet tot stilstand kwam, stopte een helder verlicht busje naast het toestel. Een voorportier ging open toen Dermott uit het vliegtuig stapte. Mackenzie volgde hem, maar Brady was niettemin het eerst in het busje. Het portier sloeg snel achter de drie mannen dicht. De man, die het drietal bij het portier had staan opwachten, kwam bij hen zitten toen het busje ging rijden. Het was een breedgeschouderde, gedrongen man, tussen de veertig en vijftig, met een breed en hoekig gezicht. Hij zag eruit als een harde vechtersbaas, maar hij leek niet van gevoel voor humor verstoken, hoewel er voor hem op dat moment weinig geestigs aan de situatie te bespeuren viel. 'Meneer Brady, meneer Dermott, meneer Mackenzie,' zei hij in het onmiskenbaar vlakke accent van iemand uit de omgeving van Boston. 'Welkom. Meneer Finlayson heeft me gevraagd u te willen afhalen. U kunt zich wel voorstellen dat hij momenteel praktisch de gevangene is van zijn eigen "Master Operations" Controlecentrale. Mijn naam is Sam Bronowski.' 'De chef Veiligheidsdienst,' zei Dermott. 'Als boetedoening voor mijn zonden.' Hij glimlachte. 'U bent zeker meneer Dermott, die man die 't van mij gaat overnemen?' Dermott keek hem aan. 'Wie zegt dat?' 'Meneer Finlayson. Of woorden van die strekking.' 'Ik geloof dat meneer Finlayson lichtelijk overspannen is.' Bronowski glimlachte weer. 'Dat zou me ook niet verbazen. Hij heeft met Londen gesproken en volgens mij heeft hij enige beschadiging aan zijn linkeroor opgelopen.' 'Wij nemen 't van niemand over,' zei Brady. 'Zo werken wij helemaal niet. Als we geen medewerking krijgen - en ik bedoel volledige medewerking - blijven we net zo lief thuis. Om een voorbeeld te noemen. Meneer Dermott wilde de vorige keer dadelijk met u spreken. De hoogste baas van uw maatschappij had mij volledige medewerking toegezegd. Niettemin weigerde meneer Finlayson botweg om met de heren Dermott en Mackenzie samen te werken.' 'Ik zou onmiddellijk gekomen zijn als ik dat geweten had,' zei Bronowski snel. 'In tegenstelling tot meneer Finlayson ben ik m'n hele leven in de bewakingsdienst geweest en ik ken u en uw reputatie heel goed. In een situatie zoals deze kan ik alle hulp van vakmensen gebruiken die ik maar kan krijgen. Maar maak het hem niet te moeilijk, alstublieft. Dit is zijn terrein niet. Hij beschouwt de pijpleiding als zijn meest geliefde dochter. Dit is een nieuwe ervaring voor hem en hij wist niet wat hij ermee aan moest. Het was hem er niet om te doen tijd te winnen, maar hij wilde alleen nog niet al zijn kaarten uit spelen tot hij met de hoogste leiding had gesproken.' 'U hebt geen lesjes nodig om te leren hoe je het voor je baas moet opnemen, hè?' 'Ik laat hem in z'n waarde. Ik hoop dat u dat ook doet. U kunt zich wel voorstellen hoe hij zich voelt. Hij zegt dat als hij niet zo halsstarrig was geweest, die twee mannen van Pompstation Vier misschien nog in leven waren geweest.' 'Dat is gewoon gelul,' zei Mackenzie. 'Ik begrijp hoe hij zich voelt, maar dit zou óók gebeurd zijn als er hier vijftig Dermotts en vijftig Mackenzies waren geweest.' Brady vroeg: 'Wanneer gaan we erheen?' 'Meneer Finlayson heeft gevraagd of u en uw collega's eerst even met hem en meneer Black willen spreken. Daarna staat de helikopter klaar.' 'Meneer Black?' 'De "General Manager" van Alaska.' 'Bent u al bij het Pompstation geweest?' 'Ik heb de doden gevonden. Ik was in feite als eerste ter plaatse na de aanslag. Samen met mijn afdelingschef, Tim Houston.' 'Hebt u een eigen vliegtuig?' 'Ja, maar op die vlucht niet. Dat gedeelte van het Brooks Gebergte lijkt op de bergen op de maan. Helikopter. Na ontvangst van dat vervloekte dreigement hebben we één onafgebroken controle van de pompstations en de afzonderlijke sluizen in de leiding gedaan. Gisteravond zijn we in Station Vijf gebleven. We naderden Vier, op een mijl afstand, denk ik, toen we die grote explosie zagen.' 'Hebt u die gezien?’ 'Olierook en vlammen. U bedoelt eigenlijk of we iets gehoord hebben? In een helikopter hoor je niks. Dat hoeft ook niet - niet als je het dak in de lucht ziet vliegen. We landden dus en stapten uit. Zelf had ik een geweer, Tim had twee pistolen. Tijdverspilling. De schurken waren al weg. Als olievakmensen weet u allebei wel dat er heel wat mensen en een heel gebouwencomplex voor nodig zijn om het onderhoud te verzorgen van een paar vliegtuigmotorachtige turbines van 13500 pk, om nog maar te zwijgen van alle controle en communicatie die ze moeten doen. 'Het pomphuis zelf stond in brand. Nog niet al te erg, maar toch wel zo'n flinke fik dat Tim en ik er zonder brandblusapparaten niet in konden. We waren net gaan kijken, toen we uit een bergruimte geschreeuw hoorden. De deur was natuurlijk afgesloten, maar de sleutel zat in het slot. Poulson, dat is de baas daar, kwam met zijn mannetjes naar buiten rennen. Ze haalden de brandblusapparaten en doofden het vuur in drie minuten. Maat het was al te laat voor de twee ingenieurs binnen. Ze waren de vorige dag uit Prudhoe Bay gekomen om een onderhoudsklusje, een routinewerkje, aan een van de turbines te doen.' 'Waren ze dood?' 'Mors.' Het gezicht van Bronowski vertoonde niet de minste emotie. 'Het waren broers. Fijne kerels. Vrienden van me. Ook van Tim.' 'Bestaat er kans dat het dood door ongeval was? Als gevolg van de explosie?' 'Explosies schieten geen vuurwapens af. Ze waren al behoorlijk verkoold, maar verkoling kan geen schotwond tussen de ogen verdonkeremanen. Zó zijn ze aan hun eind gekomen.' 'Hebt u de omgeving onderzocht?' 'Zeker. De omstandigheden waren niet bepaald ideaal: het was donker en er viel wat sneeuw. Ik dacht dat ik skisporen heb gezien van het landingsgestel van een helikopter, op een stuk rotsgrond waar de wind vrij spel heeft. De anderen waren er niet zo zeker van. Met dat uiterst geringe gegeven heb ik toen contact opgenomen met Anchorage en gevraagd of ze alle openbare en particuliere vliegvelden in Alaska wilden waarschuwen. Bovendien heb ik de radio- en tv-stations gevraagd of ze het publiek willen verzoeken melding te doen van het horen of zien van een helikopter op een ongewone plek. Ik denk dat de kans één op de tienduizend is dat mijn verzoek enig resultaat oplevert. De meeste mensen beseffen nauwelijks hoe groot Alaska is. De oppervlakte beslaat meer dan de helft van West-Europa, maar de bevolking bedraagt ruim driehonderdduizend mensen, wat betekent dat het land vrijwel onbewoond is. En helikopters zijn in Alaska een normaal verschijnsel; de mensen hier besteden er niet meer aandacht aan dan u aan een auto in Texas. Ir de derde plaats hebben we nog pas drie uren behoorlijk licht overdag en het idee om een zoekactie vanuit de lucht te doen is eenvoudig belachelijk. We zouden bovendien vijftig maal het aantal vliegtuigen moeten hebben dan waar we nu over beschikken en dan nóg zou het puur geluk zijn als we ze vonden. Maar, om even een feit te constateren, we hebben iets vervelends ontdekt. Kijk, voor het geval er iets met het pompstation mocht gebeuren, beschikken we over een noodpijpleiding, die als omloopleiding kan worden ingeschakeld. Ook daar hebben onze vrienden zorg voor gedragen. Ze hebben de regelsluis opgeblazen.' 'We krijgen dus een groot olieverlies?' 'Geen kans op. De hele pijpleiding zit van Prudhoe Bay tot Valdez vol met duizenden foto-elektrische cellen. Op een signaal kan ieder stuk onmiddellijk apart worden afgesloten. Ook de reparatie levert in normale omstandigheden geen problemen op. Maar bij deze abnormaal lage temperaturen kunnen mensen noch metalen goed functioneren.' 'Dat geldt dan kennelijk niet voor saboteurs,' zei Dermott. 'Hoeveel waren het er?' 'Poulson zegt twee. De anderen zeggen drie. Er zijn er ook die het niet zeker weten.' 'Ze hebben toch wel ogen in hun hoofd?' 'Dat vind ik niet terecht, meneer Dermott. Poulson is een bekwame kerel, die weinig ontgaat.' 'Heeft hij hun gezichten gezien?' 'Nee. Dat staat vast.' 'Gemaskerd?' 'Nee. Maar ze hadden hun bontkragen hoog opgeslagen en hun hoeden of wat ze op hun kop hadden neergetrokken, zodat alleen hun ogen zichtbaar waren. In het donker kun je de kleur van iemands ogen niet zien. Bovendien waren ze zó uit hun bed gesleurd.' 'Maar niet de twee ingenieurs. Die werkten aan de machines. Waarom zo vroeg in de morgen?' Bronowski zei met enige zelfbeheersing: 'Omdat ze niet naar bed waren gegaan. Omdat ze naar huis in Fairbanks zouden gaan voor een week verlof. En omdat ik met ze had afgesproken dat ze met me mee konden vliegen.' 'Heeft Poulson, of een van zijn vrienden, de stemmen van de mannen herkend?' 'Als d&t zo was, dan had ik ze nu al achter de tralies. Ze hadden hun kragen tot hun ogen opgeslagen. Daardoor klonken hun stemmen natuurlijk gesmoord. U stelt wel een boel vragen, meneer Dermott.' 'Meneer Dermott is een getrainde ondervrager,' zei Brady opgewekt. 'Ik heb hem trouwens zelf opgeleid. Wat gebeurde er daarna?' 'Ze werden naar de bergruimte voor proviandopslag gebracht en daarin opgesloten. We hielden die ruimte afgesloten vanwege de beren. Als beren niet op de rand van de hongerdood verkeren, blijven ze wel uit de buurt van mensen, maar ze zijn nu eenmaal verzot op wat mensen aan lekker eten opslaan.' 'Dank u, meneer Bronowski. Nog één laatste vraag. Heeft Poulson, of een van zijn mensen, de dodelijke schoten gehoord?' 'Nee. De twee mannen, die Poulson zag, hadden wapens met geluiddempers. Wat mensen al niet kunnen opsteken van film en televisie, meneer Dermott.' Er viel een stilte. Brady zei: 'Omdat ik een scherp waarnemer ben van het menselijke doen en laten, George, weet ik dat jou iets dwars zit. Waar denk je aan?' 'Het is maar een losse gedachte, maar ik vraag me af of de moordenaars soms werknemers zijn van de trans-Alaska pijpleiding.' Weer stilte, kort maar nadrukkelijk. Toen zei Bronowski: 'Dit slaat alles. Ik spreek als dr. Watson, begrijpt u wel? Ik weet dat Sherlock Holmes een misdaad kon oplossen zonder uit z'n stoel op te staan, maar ik heb nog nooit gehoord van een politieman of van een bewakingsrechercheur, die de zaak al had opgelost zonder zelfs maar de plaats van de misdaad te bezoeken.' Dermott zei vriendelijk: 'Ik zeg niet dat ik iets heb opgelost. Ik breng alleen een mogelijkheid naar voren.' Brady vroeg: 'Waarom denk je dat, George?' 'Om te beginnen zijn jullie van de pijpleiding niet alleen de grootste werkgevers in dit gebied, maar ook de enige werkgevers. W&ar konden die moordenaars anders vandaan komen? Kunnen ze soms een ander beroep hebben? Eenzame pelsjagers of goudzoekers op de North Slope, of in het Brooks Gebergte, in het holst van de winter? De eerste dag buiten zouden ze al doodvriezen. Zoekers naar goud en andere dingen in de grond kunnen het niet geweest zijn, want de toendra is stijf bevroren en daaronder zit zeshonderd meter keiharde permafrost. Wat pelsjagers betreft, die zouden niet alleen heel koud en eenzaam zijn, maar ook erg hongerig, want tot diep in het voorjaar valt er ten noorden van het Brooks Gebergte niets eetbaars te vinden.' Brady gromde. 'Wat je zegt komt er eigenlijk op neer dat de pijpleiding de enige vorm van levensonderhoud voor de mensen in deze streek is.' 'Precies. Als dit in de Pompstations Zeven of Acht was gebeurd, waren de omstandigheden heel anders geweest. Die stations liggen per auto maar een klein eindje van Fairbanks af. Maar in het diepst van de winter ga je niet met een auto door het Brooks Gebergte. En na een aanslag of overval ga je er niet met een auto door de bergen vandoor, als je niet in de kortste tijd zelfmoord wilt plegen. De vraag blijft dus: hoe zijn ze hier gekomen en weer verdwenen?' 'Helikopter,' zei Bronowski. 'Weet u nog dat ik zei dat ik skiafdrukken meende te zien? Tim Houston heeft ze ook gezien, hoewel hij er niet zo zeker van was. De anderen deden er sceptisch over, maar ze sloten de mogelijkheid niet uit. Maar ik heb m'n hele leven helikopters gevlogen.' Bronowski schudde zijn hoofd geërgerd. 'Verduiveld, hoe kunnen ze hier anders in en uit zijn gekomen?' 'Ik dacht,' zei Mackenzie, 'dat de pompstations een beperkt radarbereik hadden.' 'Dat klopt, ja.' Bronowski haalde zijn schouders op. 'Maar de sneeuw levert radar vreemde streken. Het is ook mogelijk dat ze niet hebben gekeken, of dat ze het apparaat hadden uitgezet, omdat ze in zulk slecht weer toch niemand verwachtten.' Dermott zei: 'Maar ze verwachtten u wél.' 'Dat duurde nog een uurtje. We hadden verschrikkelijk slecht weer bij station Vijf, dus we lagen op ons tijdschema achter. En bovendien: als ze een aanvliegende helikopter hadden opgepikt op het scherm, zouden ze automatisch hebben aangenomen dat wij het waren en dat zou ze geen reden tot achterdocht hebben gegeven.' 'Dat kan allemaal best wezen,' zei Dermott, 'maar ik blijf er toch van overtuigd dat het door insiders is gedaan, dat die schurken werknemers zijn van De Pijp. Het briefje met de aankondiging dat ze van plan waren een beetje olie te laten weglopen leek van beschaafde lieden uit de buitenwereld te komen, zonder het minste dreigement met geweld, maar niettemin is er toch moord en doodslag geweest. Die saboteurs hebben een stommiteit begaan en dus móésten ze wel doden.' 'Een stommiteit?' Mackenzie was een stap achter. 'Ja. Bronowski zei dat ze de sleutel in de deur hadden laten zitten. Vergeet niet dat de mannen die in de bergruimte waren opgesloten technici waren, vernuftige kerels. Met het eenvoudigste hulpmiddeltje hadden ze de sleutel in het slot kunnen omdraaien, of ze hadden een stukje papier, karton, linoleum, weet ik veel, onder de deur kunnen schuiven, de sleutel uit het slot kunnen duwen en de sleutel zo naar binnen kunnen halen. Zelf zou ik die sleutel heel ver weg hebben gegooid. Maar de moordenaars deden dat niet. Hun plan was om de twee ingenieurs in de machinekamer bij de anderen in de bergruimte te brengen. Dat deden de moordenaars óók niet. Waarom niet? Omdat ze, zoals ik al zei, een stommiteit hebben begaan. Eén van de saboteurs moet iets gedaan of gezegd hebben, waardoor hij zich verraden heeft. Daardoor moeten de ingenieurs de saboteurs herkend hebben. De ingenieurs kenden de overvallers blijkbaar goed genoeg om door hun vermomming heen te kunnen kijken. De saboteurs hadden geen keus en dus hebben ze de twee ingenieurs doodgeschoten.' 'Wat vindt u van die hypothese, meneer Bronowski?' vroeg Jim Brady. Bronowski zat nog over een antwoord na te denken, toen het busje voor de hoofdingang van het administratiegebouw stopte. Zoals te verwachten viel, was Brady het eerst uit het busje en rende - voor zover zijn vrijwel kogelvormige lijf dat toeliet -naar de lokkende beschutting achter de deur. De anderen volgden wat rustiger. John Finlayson ging staan toen het gezelschap zijn kantoor binnen kwam. Hij gaf Brady een hand en zei: 'Prettig u te mogen ontmoeten, meneer.' Hij knikte kort naar Dermott, Mackenzie en Bronowski, waarna hij zich wendde naar een man die rechts van hem aan een tafeltje zat. 'Mag ik u voorstellen? Meneer Hamish Black, de algemeen directeur van Alaska.' De heer Black zag er niet uit of hij ergens directeur van was en wel in de laatste plaats van een zakelijk keiharde en meedogenloze oliebranche. De opgerolde paraplu en bolhoed ontbraken, maar ook zonder die attributen bestempelden zijn magere, benige gezicht, zijn uiterst precies getrimde potloodsnorretje, zijn dunnende zwarte haar dat nauwkeurig over de lengte van zijn schedel in het midden was gescheiden en zijn kraaloogjes achter een pince-nez hem tot een toonbeeld van een kantoorchef uit de Londense City. Dat was hij ook. Hoe zo'n man, die nauwelijks het verschil tussen een schroef en een moer kende, aan het hoofd van een enorm industrieel complex kon staan, mocht wel een geheel nieuw fenomeen worden genoemd. De jongste bediende, die zich ijverig en onverdroten via alle afdelingen tot directieniveau had opgewerkt, was een man van niet geringe betekenis geworden: Hamish Black, die zo bekwaam de toetsjes van zijn zakrekenmachientje kon beroeren, die de industriële toon aangaf. Er werd gefluisterd dat het bedrag van zijn inkomen in zes cijfers werd uitgedrukt in ponden, niet in dollars. Zijn hoogste bazen vonden kennelijk dat hij elke penny er van waard was. Black wachtte geduldig tot Finlayson iedereen aan iedereen had voorgesteld. Toen zei hij: 'Ik wil niet zó ver gaan als meneer Finlayson door te zeggen dat het me genoegen doet met u kennis te maken.' Zijn glimlachje paste goed bij zijn magere gezicht. Zijn vlakke, beheerste stem die de woorden heel nauwkeurig formuleerde, hoorde net als zijn hele voorkomen in de Londense City thuis. 'De omstandigheden zijn nu eenmaal dusdanig, meneer Brady, dat ik al tevreden ben dat u en uw collega's hier zijn. Ik mag veronderstellen dat meneer Bronowski u de nodige details heeft verteld? Hoe moeten we thans naar uw inzicht verder?' 'Géén idee. Zullen we een glaasje nemen?' De uitdrukking op het gezicht van Finlayson kon maar één ding betekenen: geërgerde afkeuring. Daarentegen leek het alsof de heer Black niet graag enige emotie toonde. Brady haalde zijn onvermijdelijke daiquiri voor de dag en zei: 'Is de fbi op de hoogte gesteld?' Black knikte. 'Met de nodige tegenzin, ja.' 'Tegenzin?' 'Wij moeten ons aan de wettelijke verplichting houden dat iedere verstoring van de handel tussen de Amerikaanse staten onderling aan de fbidient te worden gemeld. Maar onder ons gezegd, ik zou niet weten wat ze kunnen doen.' 'Ik ook niet. Zijn ze al naar het pompstation toe?' 'Ze zijn nog niet eens aangekomen. Ze wachten op bepaalde gespecialiseerde legerofficieren die meemoeten. Vaklui op het gebied van bommen, explosieven en dergelijke.' 'Tijdverspilling. Onder de mensen die de pijpleiding hebben gebouwd en die de pijp bedienen, zijn er even goede als, zo niet bétere explosievenexperts dan in het leger. De moordenaars zullen waarschijnlijk bovendien geen spoor van springstoffen in Pompstation Vier hebben achtergelaten.' Er viel een ijzige stilte. Finlayson vroeg kil: 'Betekent die bewering wat ik meen eruit te moeten opmaken?' 'Dat dacht ik zeker,' zei Brady. 'Verklaar je nader, George.' Dermott gaf zijn visie op de zaak weer. Toen hij zweeg, zei Finlayson: 'Belachelijk! Waarom zou een werknemer van de pijpleiding zo iets willen? Het is volslagen ongerijmd.' 'Het is géén aangename gedachte om een adder aan je borst te koesteren,' viel Brady hem bij. 'Meneer Black?' 'Ik vind het niet ongerijmd, alleen al omdat er geen directe andere verklaring te vinden is. Wat vindt u ervan, meneer Brady?' 'Hetzelfde heb ik bij de landing aan meneer Bronowski gevraagd.' 'Tja, kijk eens.' Bronowski scheen zich niet erg op z'n gemak te voelen. 'Het bevalt me niks. Een aanslag door insiders ligt wel heel erg voor de hand. Het punt is dat als je die gedachtegang een beetje verder doortrekt, dat de vinger dan naar Tim Houston en mij wijst als de twee belangrijkste verdachten.' Bronowski zweeg even. 'Tim en ik hadden een helikopter. We bevonden ons op ongeveer het juiste tijdstip op de juiste plaats. We beschikken over de kennis om de pijpleiding op ontelbare manieren te kunnen saboteren. Het is geen geheim dat wij allebei heel wat ervaring hebben op het gebied van springstoffen, dus Station Vier in de lucht blazen zou voor ons geen enkel probleem hebben opgeleverd.' Hij zweeg weer even. 'Maar wie gaat de chef Veiligheidsdienst en diens naaste assistent verdenken?' 'Ik, bijvoorbeeld,' zei Brady. Hij dronk van zijn daiquiri en zuchtte. 'Ik zou u meteen achter de tralies gooien, als u niet over vlekkeloze antecedenten en gebrek aan motief zou beschikken, plus het feit dat het ongelooflijk mag worden geacht dat u op een dergelijk onhandige manier zou hebben gehandeld.' 'Niet onhandig, meneer Brady. De moordenaars waren stom tot op de rand van de waanzin, of ze zaten geweldig in de piepzak. Die aanslag was beslist niet het werk van beroepslui. Waarom hebben ze die twee ingenieurs vermoord? Waarom hebben ze al die bewijzen van moord achtergelaten? Ze hadden ze gewoon bewusteloos kunnen slaan - heel wat manieren om dat te doen zonder een spoor achter te laten - en ze dan met het pompstation de lucht in te blazen. Een force majeure samenloop van omstandigheden en geen spoortje bewijs van boos opzet.' 'Amateurisme zit u niet lekker, hè?' Brady wendde zich naar Finlayson. 'Kunnen we een lijntje naar Anchorage krijgen, alstublieft? Dank u. Geef hem het nummer en neem het gesprek aan, George.' Dermott gehoorzaamde en binnen vier minuten hing hij op. Zijn aandeel in het gesprek had hoofdzakelijk bestaan uit het grommen van enkele lettergrepen. 'Wat dacht je wét!' zei Dermott. 'De politie van Anchorage heeft niet één, maar vier verdachte telefooncellen gevonden. Allerlei verdachte types in de cellen, of die in de buurt van de cellen rondhingen en allemaal op dat goddeloze uur in de ochtend. Alle vier de cellen, verdomme, hebben een onevenredig groot aantal munten van de hoogste waarde in de kastjes. Ze zijn alle vier gedemonteerd en naar het politiebureau gebracht. Maar ze zijn nog niet op vingerafdrukken onderzocht en het kan uren duren voor de vakjongens de vingerafdrukken met die in hun archieven hebben vergeleken.' Black zei met enige smalende terughoudendheid: 'De zin van dit telefoongesprek ontgaat me. Heeft het iets te maken met Pompstation Vier?' 'Misschien wel, misschien niet,' zei Brady. 'Het enige waar we héél zeker van zijn is dat Sanmobil - de mensen die de teerzandgronden ten noorden van Fort McMurray in Alberta mogen exploiteren - ook een bedreiging met een aanslag op hun olieproductie heeft ontvangen. Vervat in bijna dezelfde bewoordingen als de aan u gerichte bedreiging, met dit verschil dat het dreigement tegen u per post en dat tegen Sanmobil mondeling vanuit een telefooncel in Anchorage kwam. We proberen uit te vinden welke cel het was en met een beetje geluk van de afdeling vingerafdrukken wie de opbeller geweest kan zijn.' Black dacht even na en zei: 'Merkwaardig. Een dreigement tegen de olie in Alaska vanuit Alberta en een dreigement tegen de olie in Alberta vanuit Alaska. Dat moet toch met Pompstation Vier te maken hebben: zó toevallig kan een samenloop van omstandigheden niet zijn... En terwijl u hier bent, meneer Brady, kunnen lieden met kwade bedoelingen ondertussen een bom of zo iets plaatsen op een strategisch punt van Sanmobils oliewinning in de Teerzanden.' 'Die gedachte is bij mij ook opgekomen,' zei Brady. 'Maar gissingen en speculaties leiden tot niets als we niet een paar feiten in handen hebben. Laten we hopen dat een nauwkeurig onderzoek van Pompstation Vier iets in die richting oplevert. Gaat u mee, meneer Black?' 'Goeie genade, nee zeg. Ik ben veel te veel aan mijn kantoor gebonden. Maar ik zal uw terugkeer met belangstelling tegemoet zien.' 'Terugkeer? Ik ga nergens heen. Die bevroren woestenijen hier, da's niks voor mij. Mijn voortreffelijke vertegenwoordigers weten waar ze naar moeten zoeken. Bovendien moet hier iemand op de commandobrug blijven. Hoe ver is het naar het pompstation, meneer Bronowski?' 'Per helikopter ongeveer 225 kilometer.' 'Schitterend. Dat geeft ons dus genoeg tijd voor een wat verlate lunch. Ik mag erop vertrouwen dat uw verzorging van de inwendige mens nog open is, meneer Finlayson? En is uw wijnkelder redelijk?' 'Daarin moet ik u teleurstellen, meneer Brady,' zei Finlayson, die een zekere voldoening in zijn stem niet kon verbergen. 'Onze voorschriften verbieden het gebruik van alcohol.' 'Geen reden om u zorgen te maken,' zei Brady hoffelijk. 'Aan boord van mijn vliegtuig heb ik de beste wijnkelder ten noorden van de poolcirkel.'
***
Drie booglampen op dynamostroom zetten het halfvernielde pomphuis en de her en der liggende inhoud in scherp licht, alles felwit of inktzwart zonder grijstint ertussen. Sneeuw dwarrelde geluidloos door het bijna verdwenen dak en een harde wind joeg een fijne witte sneeuwwolk door een gapend gat in de noordelijke muur. De van twee kanten binnenkomende sneeuw had de omtrekken van de machinerie al doen vervagen, maar nog niet voldoende, zodat duidelijk te zien was dat de motoren, de pompen en de schakelkasten of volkomen vernield, of ernstig beschadigd waren. Barmhartig had de sneeuw al witte lakens over de twee lichamen gespreid, die naast elkaar voor de restanten van een schakelkast lagen. Dermott keek langzaam om zich heen. Zijn gezicht was even grauw als het ellendige tafereel aan zijn voeten. 'Schade in regelmatig patroon verspreid,' zei hij, 'dus het kan niet van één gecentraliseerde explosie zijn gekomen. Een stuk of zes ladingen lijkt me waarschijnlijker.' Hij wendde zich naar Poulson, de chef van het station, een man met een donkere baard en een verbitterde oogopslag. 'Hoeveel explosies hebt u gehoord?' 'Eén, geloof ik. Maar daar zijn we niet zeker van. Als er méér knallen na de eerste explosie zijn geweest, dan konden onze trommelvliezen die niet meer waarnemen. Maar we waren het erover eens dat we er niet meer dan één hebben gehoord.' 'Op elektrische wijze laten exploderen via een radiosignaal of, als ze een knalpoeder of kwik hebben gebruikt, via sympathische ontploffing. Duidelijk vakmensen.' Hij keek naar de twee vormloze, met sneeuw bedekte hopen mens. 'Maar in andere dingen weer niet zó vakbekwaam. Waarom zijn die twee mannen hier blijven liggen?' 'Opdracht.' 'Opdracht van wie?' 'Hoofdkantoor. Moeten blijven liggen tot de lijkschouwing heeft plaatsgevonden.' 'Kletskoek! Je kunt geen lijkschouwing op een bevroren lijk verrichten.' Dermott bukte zich en verwijderde de sneeuw van het dichtstbijzijnde lijk. Een zware hand neep om zijn schouder en Dermott keek verrast op. 'Bent u misschien doof, meneer?' Poulson was niet nijdig of strijdlustig, alleen een beetje geprikkeld. 'Ik ben hier de baas.' 'Nu niet meer. Donald?' 'Dat is juist.' Mackenzie drukte Poulsons hand zachtjes weg en zei: 'Laten we maar eens met de hoogste baas gaan praten, met meneer Black. Dan hoort u wel wat hij vindt van het tegenwerken van een onderzoek in een moordzaak.' 'Dat is niet nodig, meneer Mackenzie,' zei Bronowski. Hij knikte naar Poulson. 'John is een beetje uit z'n gewone doen. Dat zou u toch ook zijn?' Poulson aarzelde even, keerde zich om en liep de pompkamer uit. Maar Dermott had nauwelijks de meeste sneeuw van het lijk weggeveegd, toen hij een tikje op zijn schouder voelde: het was Poulson weer, die hem waarachtig een kleerborstel met een lange handgreep toestak. Dermott glimlachte bij wijze van bedankje en borstelde de rest van de sneeuw van het lijk weg. De afgrijselijk verkoolde schedel van de dode was ternauwernood herkenbaar als behorend bij het hoofd van een menselijk wezen, maar het ronde gaatje boven de lege linkeroogkas was onmiskenbaar door een kogel veroorzaakt. Met hulp van Mackenzie lichtte Dermott schouders en hoofd van het plankstijf bevroren lijk op en keek naar het achterhoofd. De huid daar was niet opengereten. 'De kogel is in het hoofd blijven steken,' zei Dermott. 'De ballistische afdeling van de politie zal wel belangstelling hebben voor de trekken op de kogel.' 'Klare zaak dus,' zei Bronowski. 'Alaska is per slot van rekening maar half zo groot als Europa. Sorry, maar optimisme is mijn sterkste kant niet.' 'Mee eens, ja.' Ze lieten het lijk weer ruggelings op de grond zakken en Dermott probeerde de aan flarden om het lijf zittende, groene parka van de dode met de ritssluiting open te krijgen, maar ook die zat onbeweeglijk vastgevroren. Er klonk een geluidje van knappend ijs, toen Dermott de stof van de jekker voorzichtig lostrok van het overhemd eronder. Hij tuurde in de opening tussen de twee lagen stof. Dermott zag in de rechterbinnenzak enkele paperassen zitten, waaronder een geelbruine envelop. Hij liet zijn vlakke hand naar binnen glijden en probeerde de papieren er met zijn wijs- en middelvinger uit te trekken, maar omdat zijn vingers zo weinig houvast konden krijgen en ook omdat de hele zaak leek te zijn vastgevroren - niet alleen aan elkaar, maar ook aan de voering van de binnenzak - kwam er geen beweging in. Dermott ging op zijn knieën rechtop zitten, keek nadenkend naar de dode en vervolgens naar Bronowski. 'Kunnen we de twee lijken niet ergens heen brengen waar ze een beetje kunnen ontdooien? Ik kan ze zó niet onderzoeken en dat geldt natuurlijk ook voor de artsen die de lijkschouwing moeten doen.' 'John?' Bronowski keek Poulson aan die, zij het met enige tegenzin, toestemmend knikte. 'En nog iets,' zei Dermott. 'Wat is de snelste manier om de sneeuw van de grond en de machines hier weg te krijgen?' 'Afdekken met canvas en dan een paar heteluchtblazers erop zetten. Fluitje van een cent. Moet ik het meteen doen?' De twee doden ook?' 'Graag, ja. En dan wil ik nog een paar vragen stellen. Kan dat misschien in uw woonverblijf?' 'Pal aan de overkant. Ik ben over een paar minuten bij u.' Op hun weg daarheen zei Mackenzie: 'Jouw speurhondeninstinct is gewekt, George. Wat zit je dwars?' 'Die dode daar. De wijsvinger van zijn rechterhand is gebroken.' 'Is dat alles? 't Zou me niet verbazen als de helft van al zijn botten gebroken waren.' 'Misschien, ja. Maar dit botje lijkt op een nogal eigenaardige wijze te zijn gebroken. Straks kan ik er wel meer over zeggen.' In de aangename keuken van de woonverblijven kwamen Bronowski en Poulson bij de twee rechercheurs van Brady om de tafel zitten. Poulson zei: 'Oké, gebeurd. De sneeuw in de pompkamer is over een kwartiertje helemaal weg. Wat de twee ingenieurs betreft kan ik het niet bekijken.' 'Dat zal wel heel wat langer duren,' zei Dermott. 'Bedankt. Wel, meneer Bronowski, Mackenzie en ik zijn van mening dat het waarschijnlijk is dat de moordenaars werknemers waren van de trans-Alaska pijpleiding. Wat vindt ü daarvan?' Poulson keek Bronowski even vragend aan, vond bij hem geen inspiratie voor een zinnig antwoord, keek opzij en dacht diep na. 'Ja, daar zit wat in,' zei hij na lang zwijgen. 'De enige levende zielen in de wijde omgeving hier zijn werknemers van de Pijp. Bovendien is het zo dat iedere krankzinnige bommengooier wel het pompstation in de lucht kan laten vliegen, maar er was een olievakman voor nodig om de regelsluis van de noodpijpleiding te kunnen vinden en te kunnen vernielen.' 'We hebben ook een theorie dat de twee ingenieurs... o, hoe heetten ze eigenlijk?' 'Johnson en Johnson. Broers.' 'Wij zijn van mening dat de vernielers zich hebben verraden. Hoe weten we niet, maar het zit erin dat de twee broers Johnson de overvallers hebben herkend en dat hun voorgoed het zwijgen moest worden opgelegd. Maar u en uw eigen mensen hebben de moordenaars niet herkend. Dat is toch zeker, hè?' 'Absoluut.' Poulson glimlachte zuur. 'Als wat u denkt juist is, dan mogen we van geluk spreken dat we ze niet hebben herkend! Maar dat is op zichzelf niet zo verbazingwekkend. Vergeet niet dat we hier in Nummer Vier net zo'n leven leiden als kluizenaars op een verlaten eiland. Pas als we na vier weken met verlof gaan, zien we andere mensen. Onderhoudsingenieurs zoals de gebroeders Johnson, die geregeld de hele pijpleiding langs gaan - en wat dat betreft ook meneer Bronowski - zien tienmaal zoveel mensen als wij. Ze kunnen dus veel meer mensen herkennen. Dat maakt uw opvatting, dat het door medewerkers van de firma is gedaan, des te waarschijnlijker.' 'Zijn u en uw medewerkers er zeker van dat er geen enkele opvallende eigenaardigheid aan de moordenaars was, waardoor u iets herkende? Ik bedoel de manier van spreken, dingen die ze aan hadden, of zo iets?' 'U doet vergeefse moeite, meneer Dermott.' 'Tja, dat geloof ik ook. Er is een kans dat die saboteurs per helikopter zijn gekomen.' 'Ik zou verdomd niet weten hoe ze het anders gefikst kunnen hebben. Meneer Bronowski meende sporen te zien van een skionderstel. Ik kon het echt niet bekijken; het was veel te beroerd weer om iets goed te kunnen zien. Hartstikke donker, straffe wind, jachtsneeuw. In zulke omstandigheden kun je je bijna van alles inbeelden.' 'Maar hebt u die helikopter dan niet gehóórd... of u ingebeeld dat u er een hoorde?' 'We hebben niks gehoord, meneer. Vergeet niet dat we allemaal lagen te pitten en...' 'Maar u hebt toch een radarinstallatie opgesteld staan, dacht ik?' 'Daar is een maar aan verbonden. Bij iedere opgevangen piep wordt er alarm geslagen. Maar we zitten heus niet dag en nacht naar het scherm te staren. En omdat we hier zo uitzonderlijk geïsoleerd zitten, is het voor ons heel moeilijk om met het blote oor een geluid van buitenaf te horen. De generator die hiernaast staat te dreunen, is daarbij nog eens een extra beletsel. En dan was er ten slotte nog de wind. De wind blies en blaast nog steeds bijna recht uit het noorden, zodat het geluid van een naderend toestel uit het zuiden voor ons werd wéggeblazen. Ik weet wel dat een helikopter een van de lawaaiigste machines is die er bestaan, maar zelfs als we toen wékker waren geweest zouden we de 'chopper' van meneer Bronowski niet hebben horen aankomen uit de zuidelijke richting. Het spijt me heel erg, meneer Dermott, maar meer kan ik u niet zeggen.' 'Hoe lang duurt het om de pompkamer te repareren?' 'Een paar dagen, een week. Ik weet het niet zeker. We hebben nieuwe motoren nodig, schakelkasten, pijpleiding, een mobiele kraan en een bulldozer. Dat hebben we allemaal al in Prudhoe klaar staan, behalve de motoren van de pompen. Ik denk dat een Hercules die vanavond wel naar Prudhoe kan brengen en daarna kunnen een paar helikopters de spullen hierheen vliegen. Morgenochtend komen de technici.' 'Een week dus voor de olie weer stroomt?' 'Nee, nee. Met een beetje geluk morgen al. De regelsluis van de noodpijpleiding is geen erg grote reparatieklus. In hoofdzaak vervanging van onderdelen.' Dermott zei: 'Dus u beschouwt dit als niet meer dan een kleine ontregeling?' 'Technisch gesproken wel, ja. De geesten van de gebroeders Johnson denken er waarschijnlijk anders over. Wilt u de pompkamer nu gaan bekijken? De meeste sneeuw is ondertussen wel weg.' Alle sneeuw in de pompkamer was gesmolten en er hing een warme en vochtige atmosfeer. Zonder de afdekkende witte sneeuwlaag was de aanblik nog akeliger en stuitender dan voorheen, de omvang van de vernielingen nog duidelijker en ontmoedigender en de stank van olie en verkoold vlees nog scherper en doordringender. Dermott, Mackenzie en Bronowski hadden elk een sterke zaklantaarn om de door de booglampen geworpen schaduwen te verjagen en ze begonnen aan een grondig onderzoek van iedere vierkante centimeter vloer en muren. Na een minuut of tien vroeg Poulson nieuwsgierig: 'Wat zoekt u eigenlijk?' 'Dat zal ik u vertellen als ik iets heb gevonden,' zei Dermott. 'Maar op dit moment heb ik nog geen enkel aanknopingspunt.' 'Kan ik dan helpen meezoeken?' 'Natuurlijk. Als u maar niets aanraakt of omdraait. Dat stellen de speurhonden van de fbi niet op prijs.' Na nog eens tien minuten zoeken strekte Dermott zijn rug en knipte zijn zaklantaarn uit. 'Nou, dat is het dan, heren. Als u niet méér hebt gevonden dan ik, dan hebben we met ons vieren samen niks gevonden. Het ziet ernaar uit dat het vuur of de explosies de zaak grondig schoon heeft geveegd. Laten we nu eens naar de gebroeders Johnson kijken. Het lijkt me dat we ze nu wel beter kunnen onderzoeken.' Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Dermott ging naar de dode toe, die hij het eerst in de pompkamer had bekeken. Nu ging de ritssluiting van de groene parka gemakkelijk open. De uitwerking van de explosie, waardoor de parka aan flarden was gerukt, had daaronder verder geen schade aangericht, want het wollen overhemd om het bovenlijf van de dode was geheel intact. Dermott haalde wat paperassen, kaarten en enveloppen uit de rechterbinnenzak van de jekker, keek ze door en stopte alles weer terug. Daarna lichtte hij de verkoolde polsen op, bekeek polsen en handen vluchtig en liet ze weer zakken. Dat herhaalde hij bij het andere slachtoffer, waarna hij ging staan. Poulson richtte een vragende blik op hem. 'Is dat de manier waarop een detective een vermoorde onderzoekt?' 'Ik denk het niet. Maar ik ben ook geen detective.' Hij wendde zich naar Bronowski. 'Helemaal klaar?' 'Als u zover bent, dan ben ik het ook.' Bronowski liep voor hen uit naar de helikopter. Dermott en Mackenzie volgden hem door de fijne jachtsneeuw, die het zicht tot een paar meter beperkte. Het was intens koud. 'Aanwijzingen!' zei Mackenzie in het oor van Dermott, niet om hun gedachtenwisseling privé te houden, maar eenvoudig om zich verstaanbaar te maken. 'Je kunt toch normaal gesproken niet rondlopen zonder erover te struikelen!' 'Niet in de pompkamer, dat is zeker. Het was daar al heel nauwkeurig afgevlooid vóór wij er kwamen. Ik ben er vrijwel zeker van dat het gebeurd is voor de sneeuw er alles bedekte.' 'Wat bedoel je?' 'Ik bedoel de fijne kam.' 'Poulson en zijn mannetjes?' 'En/of. Wie anders?' 'Misschien was er niets van belang?' Dermott schreeuwde bijna: 'De wijsvinger van Johnson nummer één is opzettelijk gebroken! In een hoek van vijfenveertig graden naar de duim gebogen! Ik heb nog nooit zo iets gezien.' 'Merkwaardig ongeval, ja.' 'Zeg maar "vreemd" ongeval. En er is nóg iets vreemds. Toen ik hem de eerste keer onderzocht had-ie een geelbruine envelop in zijn binnenzak. Die kon ik er niet uitkrijgen.' 'Maar wel toen je de parka later opendeed?' 'Nee. De envelop was verdwenen.' "'En/of' aan het werk, denk je?' 'Dat lijkt wel zo, ja.' 'Het is allemaal heel zonderling,' zei Mackenzie.
***
Brady was die zelfde mening toegedaan. Nadat ze hem rapport van het resultaat van hun onderzoek hadden uitgebracht, gingen Dermott en Mackenzie met hun baas mee naar de kamer die hij voor die nacht had besproken. 'Waarom,' vroeg Brady aan Dermott, 'heb je die dingen niet tegen Black en Finlayson gezegd? Dat zijn toch wel even een paar concrete feiten: een eigenaardig gebroken vinger, een envelop...' 'Concrete feiten? Dat zijn alleen maar een paar woorden die ik bij gebrek aan beter heb gebruikt. Om te beginnen heb ik er geen notie van wat er in die envelop zat en hoewel ik durf te stellen dat de wijsvinger opzettelijk werd gebroken, ben ik geen osteoloog.' 'Maar het kon toch geen kwaad om op die dingen te wijzen, George?' 'Bronowski en Houston waren er ook bij.' 'Jij vertrouwt ook geen sterveling, hè, George?' Er klonk bewondering, geen verwijt, in Brady's stem. 'Zoals je de mensen altijd goed aan hun verstand brengt, chef, dat heb je me zélf geleerd.' 'Heel juist, ja,' zei Brady inschikkelijk. 'Goed dan, George, laat ze maar komen. Ik zal mij zoals gewoonlijk tot mijn majesteitelijke houding beperken, terwijl jij en Donald de heren met de nodige vragen en stevige borrels overstelpen.' Dermott nam de telefoon en binnen een minuut stonden Bronowski en Houston voor de deur. 'Heel vriendelijk van u, heren,' zei Brady vaderlijk, toen de twee mannen zaten. 'Een zware dag, dat begrijp ik, en jullie zullen wel hondsmoe zijn. Maar wij zitten hier als verdwaalde lammetjes in het donkere bos. We hebben niet alleen een schrijnend gebrek aan de nodige achtergrondinformatie, we zijn er zelfs totaal van verstoken. Maar u, heren, bevindt zich, naar wij menen, in de beste positie om ons inlichtingen die wij nodig hebben te verschaffen. Maar ik draaf door, heren. Ik stel daarom, bij wijze van inleiding tot verdere vragen, voor iets versterkends tot ons te nemen.' Mackenzie zei: 'Meneer Brady bedoelt een borrel.' 'Dat zei ik. Houdt u van Scotch, heren?' 'Buiten dienst, ja. Maar u kent de voorschriften, meneer, en hoe streng meneer Finlayson die handhaaft.' 'Streng? Ik ben zelf zeer streng in het handhaven van mijn eigen voorschriften.' Het armgebaar van Brady had werkelijk iets van vorstelijke welwillendheid. 'George, de verfrissingen! Meneer Dermott zal u de vragen stellen, heren, ongetwijfeld afgewisseld door meneer Mackenzie. Als u, heren, dan zo vriendelijk wilt zijn om de leemten in onze kennis op te vullen.' Brady nam zijn daiquiri aan van Dermott, proefde ervan, zette zijn glas neer, nam een ontspannen houding in zijn stoel aan en liet zijn kin in zijn handen rusten. 'Ik zal slechts luisteren en een en ander beoordelen.' Er bestond geen twijfel aan wat de zwaarste taak kon worden genoemd. 'Proost, heren!' Bronowski pakte zijn eigen glas zonder enige tegenzin aan. 'En dat onze vijanden de kluts kwijt mogen raken.' 'Maar dat is precies waar het om draait,' zei Dermott. 'Onze tegenstanders zijn de kluts niet kwijt.Wij zijn de kluts kwijt. Het vernielen van Pompstation Vier is nog maar de eerste schermutseling van wat een bloedige strijd belooft te worden. Onze tegenstanders weten waar ze de volgende keer moeten toeslaan. Wij hebben daar geen enkele notie van. Maar door de aard van uw werk moet u precies de kwetsbaarste punten tussen Prudhoe Bay en Valdez kennen, beter dan wie ook. Probeer nu eens uw veiligheidspetjes af te nemen en zet eens de pet op van de vijand. Waar zou u dan de volgende keer toeslaan?' 'Jezus!' Bronowski nam een stevige hartversterking van Brady's Schotse sap. 'Dat is wel effe wat anders dan een honderdgulden vraag. Het is een dertienhonderd-kilometervraag en elke verdomde kilometer ervan is in feite een kwetsbaar doel.' 'De chef heeft gelijk,' zei Houston. 'Als we hier uw whisky gaan zitten opdrinken onder het motto dat wij u ergens mee kunnen dienen, dan maken we alleen maar misbruik van uw gastvrijheid. Er is niets dat wij kunnen uitrichten om u te helpen en iemand anders kan dat ook niet. Een gevechtsklare divisie van het Amerikaanse Leger heeft al even weinig zin als een troep padvindsters. Het is een onbegonnen taak en De Pijp valt niet te verdedigen.' Mackenzie zei: 'Nou, George, we hebben hier in ieder geval iets op véél grotere schaal aan de knikker dan met de teerzandjongens in Athabasca. Daar zeiden ze dat een heel bataljon nog niet genoeg was om het bedrijf te beschermen. Nu is een hele divisie nog niet genoeg.' Mackenzie wendde zich naar Bronowski. 'Laten we nu toch maar eens van petjes verwisselen met de vijand. Waar zou u de volgende keer in géén geval toeslaan?' Bronowski zei: 'Tja, ik zou in géén geval weer een aanval op een van de pompstations doen, op grond van de redenering dat ze allemaal zwaar bewaakt blijven tot deze zaak is opgehelderd. Ik zou sterk in de verleiding komen om een aanval te doen op Pompstation Tien bij de Isabel Pas in het Alaska Gebergte, of op Nummer Twaalf bij de Thompson Pas in het Chugach Gebergte aan de zuidkust van Alaska. Alle pompstations zijn natuurlijk van vitaal belang, maar sommige stations zijn van groter vitaal belang dan andere stations. Dat zijn de stations Nummer Tien, Nummer Twaalf en Nummer Vier dat ze al aangevallen hebben.' Hij dacht even na. 'Of misschien zou ik juist wél toeslaan... Ik bedoel dat u er misschien zó sterk van overtuigd bent dat ik geen tweede keer op hetzelfde punt zou aanvallen dat u niet de moeite zou nemen om...' Dermott hief een hand. 'Als we gaan beginnen met het raden naar tactiek en tegentactiek, dan zitten we hier morgenochtend nóg. Laten we ons tot de echte risico's beperken, die met de laagste prioriteit, bedoel ik.' 'Nou, ik zou zeker geen aanval doen op de twee controlecentrales van 'Master Operations' in Prudhoe Bay. Die kunnen weliswaar gemakkelijk onklaar worden gemaakt, waardoor de hele aanvoer uit de ondergrondse bronnen dadelijk lam wordt gelegd, maar dat duurt niet lang. Het is geen geheim dat noodvoorzieningsplannen om tijdelijk buiten de centrales om te kunnen blijven doorpompen al klaar zijn. Herstelwerkzaamheden kosten bovendien niet veel tijd. In ieder geval zijn de veiligheidsmaatregelen nu dermate streng, dat het sop de kool niet waard is. We kunnen er dus wel zo goed als zeker van zijn dat er géén pogingen zullen worden ondernomen om de olietoevoer te saboteren vóór die de pijpleiding ingaat. Dat zelfde geldt voor Valdez, waar de olie uit de pijpleiding komt. Het is natuurlijk waar dat je maximale schade kunt aanrichten aan wat in de vaktaal het Oil Movements Control Centre wordt genoemd. Daar kan men de hele oliestroom van Prudhoe tot Valdez in de gaten en onder controle houden. In die zelfde ruimte zit de zogeheten Terminal Controller, die alles onder controle houdt wat er in het eindstation zelf gebeurt. Die twee installaties zijn op hun beurt weer ondergeschikt aan een computer, die de Backbone Supervisory System Computer heet, het centrale zenuwstelsel in de ruggegraat van het hele bedrijf, zogezegd. Stel één van die drie buiten werking en je zit in de grootste moeilijkheden. Maar die drie punten zijn heel behoorlijk beveiligd; van nu af aan zijn ze praktisch onneembaar. Nogmaals, het sop is ook hier de kool niet waard.' Dermott vroeg: 'Hoe zit het met de opslagtanks?' 'Ja, kijk eens. Als één of twee opslagtanks zouden worden aangevallen en vernield - het is onmogelijk om ze allemaal tegelijk te pakken - dan kunnen de afsluitdammen om het terrein heen het vrijelijk weglopen van de olie tegenhouden. Brand is natuurlijk wel wat anders, maar in dat geval heeft de sneeuw de uitwerking van een smorende deken. Hier in Prudhoe Bay valt per jaar maar weinig sneeuw, maar aan de andere kant van de pijpleiding hebben ze tot meer dan acht meter per jaar. Maar hoe dan ook, het terrein van de opslagtanks is het overzichtelijkste en gemakkelijkst te bewaken complex van de hele Pijp. Je kunt er niet bijkomen, tenzij je het terrein gaat bombarderen of vol tijdbommen plaatst. Daar is niet veel kans op, lijkt me.' 'Hoe zit het met de opslag in de haven voor de tankers?' 'Die zijn ook gemakkelijk te bewaken. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat ze zó ver zullen gaan om sabotageploegen onder water in te schakelen. Maar ook dan kunnen .ze weinig schade aanrichten en die kan weer gemakkelijk hersteld worden.' 'En de olietankers zelf?' 'Laat er een dozijn zinken, dan is er altijd een dertiende. Je kunt de oliestroom met geen mogelijkheid onderbreken door de tankers te treffen.' 'Het invaarkanaal van Valdez? Die zeeëngte daar?' 'Blokkeren?' Dermott knikte en Bronowski schudde zijn hoofd. 'Die zeeëngte is niet zo smal als je aan de hand van een gewone kaart zou denken. De geringste breedte van het kanaal, tussen Middle Rock en de oostelijke oever, bedraagt altijd nog zo'n duizend meter. Dan moet je héél wat schepen tot zinken brengen om de zeeëngte te kunnen blokkeren.' 'Dan kunnen we dus de niet-waarschijnlijke aanvalsdoelen wegstrepen. Wat blijft er dan over?' 'Dan blijft er dertienhonderd kilometer geschikte aanvalsdoelen over.' Bronowski schoof op zijn stoel heen en weer. Zijn assistent Houston nam het van hem over. 'De heersende buitentemperatuur is de belangrijkste factor,' zei Houston. 'Geen enkele snuggere saboteur zou het in zijn hoofd halen om iets anders te vernielen dan de pijpleiding zelf. In deze tijd van het jaar moet een aanval in de open lucht worden uitgevoerd. Het is nu pas begin februari en hoe je het ook bekijkt, we zitten nog in hartje winter. Dat betekent dat de temperatuur meestal onder de dertig graden zit. In deze streken is dertig graden onder nul het kritieke punt. Als je de pijpleiding bij pakweg vijfendertig graden onder nul kapotmaakt, dan blijft-ie kapot. Reparatie is praktisch onmogelijk. Mensen kunnen in die temperatuur nog wel werken, hoewel ver beneden hun normale prestatievermogen, maar jammer genoeg weigeren de gereedschappen van metaal die ze hanteren en het metaal dat ze willen repareren gewoon dienst. Bij extreem lage temperaturen treden belangrijke moleculaire wijzigingen in metaal op en dan kun je er nagenoeg niets mee doen. In de juiste - of liever gezegd verkeerde - omstandigheden kun je een ijzeren stang met één tik als glas versplinteren.' 'U bedoelt dus,' zei Brady, 'dat ik alleen maar een hamertje nodig heb voor een paar tikken op de pijp...' Houston bleef zijn geduld bewaren. 'Zo ligt het niet, nee. Met de warmte van de olie in de pijpleiding en de isolatielagen eromheen blijft het staal van de pijp altijd wel warm en smeedbaar. Het zijn de gereedschappen die aan diggels gaan.' Dermott merkte op: 'Maar het is toch mogelijk om lappen canvas of zeildoek of zo iets boven de plaats van de breuk aan te brengen? Dan kun je de temperatuur met heteluchtblowers zo hoog opvoeren dat er gewerkt kan worden. Weet u wel, zoals Poulson in Pompstation Vier deed?' 'Natuurlijk kan dat. En daarom zou ik de pijpleiding ook niet zélf aanvallen. Ik zou toeslaan bij de metalen bouwsels, die de pijpleiding steun geven. Die zijn steenkoud bevroren in de buitenlucht. Het kan dagen, misschien zelfs wel weken duren om die op de juiste werktemperatuur te brengen.' 'De steunbouwsels van de pijpleiding?' 'Inderdaad, ja. Het terrein tussen Prudhoe en Valdez is ontzettend ongelijk en het wordt doorsneden door ontelbare watergangen, die op de een of andere manier doorkruist of overspannen moeten worden. Er zijn meer dan zeshonderd stromen en rivieren langs de hele route van de Pijp. Die vrije hangbrug van 216 meter over de Tazlinarivier zou een schitterend doelwit zijn. En nóg beter: de soortgelijke constructie over de Tanana-rivier van maar liefst 400 meter lang. Maar je hoeft het niet eens op zo'n grote schaal aan te pakken en persoonlijk zou ik dat liever ook niet doen.' Houston keek zijn chef aan. 'Vindt u ook niet?' 'Volkomen mee eens,' zei Bronowski. 'Het is mogelijk hetzelfde resultaat te verkrijgen op een véél bescheidener en minder dramatische schaal. Ik zou zelf altijd de zogeheten VSM-palen pakken.' 'De VSM-palen?' vroeg Dermott. 'Wat zijn dat?' 'Voluit: de "Vertical Support Members". Zowat de helft van de pijpleiding is bovengronds en dat deel rust op een horizontale brug, het "zadel" geheten. Dat zadel wordt gesteund door rechtop staande, metalen palen. Dat betekent dus een flink aantal doelwitten... in totaal 78000, om precies te zijn. Het is kinderwerk om een paar van die palen weg te blazen. Een beetje kneedexplosief heb je in een minuut om een paal aangebracht. Blaas er twintig weg en de hele Pijp stort in elkaar onder z'n eigen gewicht plus het gewicht van de olie. Duurt wéken om te repareren.' 'Maar dan kunnen ze altijd nog de canvas afdekking en de heteluchtblowers gebruiken, nietwaar?' 'Jawel, maar het zou wel nuttig zijn als ze dan de nodige kranen en rupsbandtrekkers naar de plaats konden rijden waar de reparaties moeten worden uitgevoerd. Maar er zijn plaatsen waar dat in deze tijd van het jaar domweg niet kan. Er is bijvoorbeeld één bijzonder kwetsbaar stuk in de pijpleiding, waar de ontwerpers schele hoofdpijn, de bouwers slapeloze nachten en de bewakers nachtmerries van kregen. Dat steile en verdomd gevaarlijke stuk ligt tussen Pompstation Vijf en de top van de Atigun Pas, die tussen de vijftien- en zestienhonderd meter hoog ligt.' 'Vijftienhonderdtweeënnegentig meter,' zei Houston. 'Dat zeg ik. Vervolgens gaat de pijpleiding van die top 400 meter pal naar beneden. Dat is een héle val.' 'Met een overeenkomstig toenemende oliedruk?' 'Dat is het probleem niet. In geval van een breuk in de pijpleiding komt er een speciale computerverbinding tussen Vier en Vijf tot stand, die automatisch de pompen in Vier stillegt en alle sluizen tussen de stations sluit. Die beveiligingsmaatregelen zijn van de modernste aard en reken maar dat ze goed functioneren. In het ergste geval kan het olieverlies tot 50000 vaten worden beperkt. Nee, het probleem is dat de pijpleiding in de winter niet kan worden gerepareerd.' Brady kuchte verontschuldigend en daalde van zijn hoge troon naar het gewone volk af. 'Dus een breuk in die sector, in deze tijd van het jaar, kan de Pijp wekenlang lamleggen?' 'Zonder twijfel, ja.' 'Vergeet het dan maar.' 'Wat bedoelt u, meneer Brady?' Brady zuchtte. 'De lasten die ik alleen moet torsen! Ik wou dat ik mannen om me heen had die kunnen denken. Ik begin nu te begrijpen waarom ik ben die ik ben. Ik vind het gewoon héél vreemd dat de bouwmaatschappij nooit proeven heeft genomen om te zien wat er met de vloeibaarheidsgraad van olie bij lage temperatuur gebeurt. Waarom hebben ze nooit eens honderd meter proefpijpleiding met olie erin afgesloten om te kijken hoe lang het duurt voor de hele zaak zó vastzit dat het niet meer stroomt?' 'Ik denk dat die gedachte nooit bij hen is opgekomen,' zei Bronowski. 'Ze dachten misschien dat het een onvoorziene omstandigheid was, die zich nooit zou voordoen.' 'Maar het kan zich nú voordoen! Ze hebben het over een geschatte tijdsduur van drie weken. Dat is toch gebaseerd op wetenschappelijke berekeningen, mag ik aannemen?' Bronowski zei: 'Dat weet ik niet. Ligt niet op mijn terrein. Dat weten meneer Black of meneer Finlayson misschien.' 'Meneer Black weet geen barst van olie af en ik betwijfel of meneer Finlayson, of een andere bekwame olievakman aan de pijpleiding er enige notie van heeft. Het kan in tien dagen vastgeklonterd zijn. Misschien pas na dertig dagen. Begrijp je wat ik bedoel, George?' 'Zeker. Chantage, bedreigingen, afpersing... dat zijn nogal wat mooie slaatjes, die de vijand eruit kan slaan. Onderbreking van de oliestroom is op zichzelf erg vervelend, maar het totaal stremmen van de toevoer is een hoofdstuk op zichzelf. Wat de vijand nodig heeft is een houvast, een onderhandelingsbasis. Als ze de pijpleiding helemaal stremmen, dan kunnen de oliemaatschappijen om hun dreigementen lachen, want dan hebben de maatschappijen niets te verliezen. De onderhandelingsbasis valt weg. Je kunt moeilijk een losgeld voor een gegijzelde gaan eisen als inmiddels bekend is dat de gegijzelde al is overleden.' 'Ik geloof dat ik het zelf niet beter had kunnen formuleren,' zei Brady. Hij straalde iets van grootmoedige zelfvoldaanheid uit. 'Het is wel duidelijk dat we niet met grappenmakers van doen hebben! Onze vriendjes zullen wel met dergelijke onberekenbare factoren enige rekening hebben gehouden, want ze kunnen niet voorzichtig genoeg zijn. Kunt u me volgen, meneer Bronowski?' 'Nu wel. Maar toen ik het over risico's had, heb ik met die kant van de zaak geen rekening gehouden.' 'Dat wist ik. Niemand hield er rekening mee. Goed dan, ik geloof dat het voorlopig wel voldoende is, heren. Het komt me voor dat we twee dingen hebben vastgesteld. Het is niet waarschijnlijk dat er een aanval op één van de grote installaties zal worden uitgevoerd; daarmee bedoel ik Prudhoe, Valdez en de twaalf tussenliggende grote pompstations. Vervolgens is het onwaarschijnlijk dat ze in gebieden zullen aanvallen die zó ontoegankelijk zijn, dat reparatie wekenlang onmogelijk is. Blijft dus de mogelijkheid over dat verdere sabotage de vorm gaat aannemen van aanvallen op gemakkelijk bereikbare stukken met die verticale steunpalen, of het opblazen van kleinere bruggen; de kans op het vernielen van de grote bruggen over de Tazlina of de Tanana lijkt gering, omdat het weken duurt om die te repareren. Er is niet zo bar veel uit ons gesprek gekomen, maar we hebben in elk geval wat zaken opgehelderd en we hebben een soort van prioriteitensysteem opgesteld.' Niet zonder moeite hees Brady zich overeind om aan te geven dat het gesprek was afgelopen. 'Bedankt, jongens, voor jullie tijd en jullie mededelingen. Ik zie jullie morgenochtend wel weer, uiteraard op een redelijk en christelijk tijdstip.' De deur sloot zich achter Bronowski en Houston. Brady vroeg: 'En? Wat is jullie conclusie?' Dermott zei: 'Zoals je zelf al hebt opgemerkt niet meer dan een beperking van de aanvalskansen, die jammer genoeg nog onbeperkt in aantal blijven. Ik zou graag drie dingen willen. Om te beginnen zou ik het prettig vinden als de FSI, of wie dan ook, eens een rigoreus onderzoek instelde naar het verleden van Poulson en diens makkers van Pompstation Vier.' 'Heb je redenen om ze te verdenken?' 'Niet vastomlijnd, maar ik heb steeds maar dat eigenaardige gevoel dat er met Nummer Vier iets niet pluis is. Donald deelt die mening, maar we kunnen nergens een vinger opleggen, behalve op het feit dat uit de binnenzak van de dode ingenieur die bruingele envelop verdween. Maar ook wat dat betreft begin ik me nu zo langzamerhand af te vragen of mijn eigen ogen of mijn fantasie me geen parten hebben gespeeld: het licht daar was heel scherp en ik kan me in de kleur van die envelop vergist hebben. Tja, afgezien daarvan blijft iedere werknemer aan de Pijp verdacht, tot zijn onschuld is vastgesteld, zoals je zelf onmiddellijk met me eens zult zijn.' 'Mee eens. Zei je niet dat die Poulson en Bronowski op nogal vriendschappelijke voet met elkaar omgingen?' Bronowski is het type vent dat tamelijk vriendschappelijk met iedereen omgaat. Als jij denkt wat ik denk dat je denkt, Jim, dan kan ik je wel zeggen dat er volgens Finlayson drie keer een onderzoek naar dé antecedenten van Bronowski is ingesteld.' 'Waar hij met vlag en wimpel doorheen kwam, mag ik ongetwijfeld aannemen. Maar wat weet Finlayson van een dergelijk onderzoek af en hoe kan hij dat beoordelen? Is hij er bijvoorbeeld absoluut zeker van dat die drie ogenschijnlijk onbevooroordeelde naspeurders niet een mannetje telde dat een boezemvriend van Bronowski was? Luister eens goed, ik heb een goede en heel discrete vriend in New York. Zoals je zegt blijft iedere werknemer aan de Pijp zo verdacht als de hel, tot het tegendeel is bewezen.' 'Zó heb ik het niet bedoeld. 'Haarkloverij. Je tweede punt?' 'Ik zou graag de mening van een arts willen horen, bij voorkeur van een dokter met gespecialiseerde kennis op het gebied van beenbreuken, hoe het komt dat de vinger van die dode ingenieur op zo'n eigenaardige wijze is gebroken.' 'Wat heb je daar dan aan?' 'Weet ik veel!' Dermott was op het randje van geprikkeldheid. 'God mag 't weten, maar je hebt zelf altijd met grote nadruk gezegd dat je nooit iets vreemds over het hoofd mag zien.' 'Klopt, ja,' zei Brady kalmerend. 'En het derde punt?' 'Erachter komen hoe de vingerafdrukkenjongens in Anchorage vorderen met de kwestie van de telefooncellen. Het zijn maar drie kleinigheden, dat weet ik wel, maar het is 't enige waar we iets aan hebben.' 'Vier. Ook nog Bronowski. En nu?' De telefoon ging. Brady nam op, luisterde even, fronste en gaf de hoorn aan Dermott. 'Voor jou.' Dermott trok één wenkbrauw op. 'Die verdomde code weer.' Dermott keek hem vuil aan. Hij drukte de hoorn aan zijn oor, greep een notitieblokje en sloeg aan het schrijven. Binnen een minuut hing hij al op en zei: 'En nu? Dat was toch je laatste vraag, hè?' 'Wat? O ja. En? 'En nu stappen we weer in onze ouwe trouwe jet en vort met de geit naar Canada.' Dermott glimlachte bemoedigend naar Brady. 'Komt wel goed, baas. Er zit nog heel wat daiquiri in de bar van het toestel.' 'Wat moet dat verdomme betekenen?!' 'Alleen dit, baas.' De glimlach van Dermott verdween. 'Je zult je nog herinneren dat wij drieën met onze briljante geesten in het kantoor van Sanmobil zaten en dat we. toen tot de gelijkluidende conclusie kwamen dat er zes kwetsbare aanvalspunten in Atha-basca vielen aan te wijzen: de graafmachines, de jakobsladders, de bruggen van de jakobsladders, de zevers, de radiale distributiebuizen en, waar onze voorkeur vooral naar uitging: de transportband zelf. Welnu, een of andere grappenmaker daar heeft het kennelijk héél anders gezien dan wij. Hij heeft de fabriek zélf onklaar gemaakt.'