Voorproefje
Hiermee komt een einde aan het eerste deel van WOLFE MANOR. In deel twee, geschreven door Caitlin Crews, kunt u het verhaal lezen van Lucas Wolfe, een onverantwoordelijke rebel en vrouwenversierder, maar wel een heel verrukkelijke! Ook hij keert terug naar Wolfe Manor…
Zwoele blikken (Bouquet 3272) is verkrijgbaar vanaf februari 2012.
Hieronder vindt u alvast een sfeervol voorproefje…
Hoofdstuk 1
Grace Carter keek op van haar computer en fronste haar voorhoofd bij het zien van de figuur die, zonder ook maar de moeite te nemen te kloppen, zelfverzekerd haar kantoor hoog boven de koude, natte straten van het centrum van Londen binnen kwam lopen.
Het volgende moment bleef ze bewegingloos zitten: waarom kreeg ze het nu ineens zo warm? Verontwaardiging, hield ze zich voor, over het feit dat hij niet het fatsoen had gehad te kloppen. Ze wist echter wel beter.
Híj was het.
‘Goedemorgen,’ zei hij. In zijn diepe stem klonk een geamuseerde, veelbetekenende ondertoon door, en om de een of andere reden wekte hij de indruk dat er in hem iets smeulde dat ieder moment zou kunnen oplaaien.
Onwillekeurig ging ze iets meer rechtop zitten. ‘Komt u gerust binnen,’ zei ze op koele, sarcastische toon.
Hij droeg een strak gesneden Italiaans kostuum, dat volmaakt om zijn goddelijke lijf sloot. Zijn te lange donkerbruine haar zat rommelig – daarvoor had hij waarschijnlijk heel veel moeite gedaan, dacht Grace – en hing bijna in zijn opvallend groene ogen, waarvan er een was omringd door een grote blauwe plek, die volmaakt combineerde met de gespleten, maar daardoor niet minder zinnelijke lip daaronder. De verwondingen maakten de man schokkend genoeg nog aantrekkelijker dan hij al was. En daarvan was hij zich maar al te goed bewust.
‘Dank je.’ Zijn ogen glinsterden en zijn mond vertrok even. ‘Gold die uitnodiging slechts je kantoor, of mag ik hopen dat je iets opwindenders in gedachten had?’
Grace wilde maar dat ze hem niet had herkend, maar zelfs als ze hem níét eerder in levenden lijve had ontmoet, zou ze hem wel kennen uit de roddelbladen, waarin hij wekelijks opdook, mede dankzij dit soort ongepast gedrag. Ze was niet onder de indruk.
‘Lucas Wolfe,’ zei ze, beleefd maar uitdrukkingloos.
Voor haar stond de tweede zoon van de flamboyante maar inmiddels overleden William Wolfe, Lucas Wolfe, lieveling van de paparazzi, trouweloos minnaar van talloze vrouwen, allemaal even rijk, en allemaal even mooi. Grace kon werkelijk geen enkele reden bedenken waarom die beruchte roddelbladenfigurant zich op een doordeweekse donderdagochtend in haar kantoor zou bevinden, haar nota bene vol verwachting aankijkend.
‘Helemaal. Honderdvijfentachtig centimeter en een beetje,’ beaamde hij op lijzige toon, zijn donkere wenkbrauwen hoog opgetrokken boven zijn glinsterende groene ogen. ‘Tot je dienst.’
‘U bent Lucas Wolfe,’ herhaalde ze, trachtend de insinuerende ondertoon en uitdrukking te negeren. ‘En ik ben bang dat ik het nogal druk heb. Kan ik iemand anders voor u roepen?’
‘Te druk voor mijn charme en schoonheid?’ vroeg hij met een scheve grijns die zijn ogen deed twinkelen.
Zonder aandacht te schenken aan zijn woorden kwam ze overeind, om zo weer een beetje overwicht te krijgen. ‘Ik zou u willen uitnodigen te doen alsof u thuis bent,’ zei ze met een stijf glimlachje, in de wetenschap dat haar stem de woorden beleefder deed klinken dan ze bedoeld waren, ‘maar dat lijkt me een tikje overbodig.’
‘Zeg, waarom heb ik nu het gevoel dat ik jou eerder heb gezien?’ vroeg hij haar op nonchalante toon.