HOOFDSTUK 11
Christopher las de brief van Fred twee keer. Toen gaf hij hem aan Stella terug en zei: ‘Wat wil je hiermee zeggen?’
Stella pakte hem aan en legde hem naast die van Karen. Ongeduldig zei ze: ‘Zie je dat dan niet?’
‘Bedoel je dat... Fred en Karen?’vroeg hij langzaam. ‘Maar .. . dat is onzinnig!’
‘Oh ja?’ vroeg ze. ‘Heb je dan niet gemerkt hoe goed zij samen kunnen opschieten? Karen is eigenlijk een heel verlegen type, maar vind jij dat ze zich ten opzichte van Fred verlegen gedraagt?’
‘Nee, dat is zo,’ gaf hij toe. ‘Maar Fred is ook bijzonder vlot in de omgang.’
Stella beheerste met moeite haar ongeduld.
‘Kit, het is gewoon afschuwelijk, maar de situatie verandert niets als we die niet onder ogen willen zien. Karen is met je getrouwd omdat ze dan op een eenvoudige manier aan geld kon komen. Oh, je hoeft niet te denken dat ik haar dat kwalijk neem. Ze heeft een moeilijk leven achter de rug en dit was een kans die ze niet voorbij mocht laten gaan. Waarschijnlijk had ze er geen idee van wat het betekent verliefd te zijn ... tot ze Fred leerde kennen. Waarom doe je niet wat zij suggereert. . . accepteer de situatie en begin opnieuw.’
‘Met jou?’ Zijn stem was toonloos.
‘Waarom niet?’ riep ze roekeloos uit. En toen hij geen antwoord gaf, ging ze verder: ‘Kit, ik heb een gemene streek uitgehaald. Mijn enige excuus is dat ik in paniek heb gehandeld. Ik ben geen heldin, dat moet ik toegeven. En jij verkeert niet bepaald in een positie om kritiek op mij te leveren. Wat jij gedaan hebt, deed je in koelen bloede en dat maakt het des te erger.’
‘Misschien,’ gaf hij toe. Stella hield de adem in. Hij streek met de rug van zijn hand over zijn ogen en zei vermoeid: ‘Ik weet het niet. Ik voel me leeg, ik kan niet goed denken en ben niet in staat mijn gevoelens te analyseren.’
Stella beet op haar lip. De situatie was problematischer dan ze voorzien had. Langzaam ging ze naar hem toe. Christopher had zich op een stoel laten vallen en staarde nu doelloos voor zich uit.
Stella liet zich naast hem op haar knieën vallen. Ze sloeg haar armen om zijn hals en vlijde haar wang tegen de zijne. Hij verstijfde, maar dat leek ze niet te merken. Met een lage, hartstochtelijke stem zei ze:
‘Kit, dit is onze kans. Ik weet het wel, we hebben elkaar vroeger vreselijk diep gekwetst, maar dat is voorbij. Alleen mensen die zoveel van elkaar houden als wij, kunnen elkaar verdriet doen. Als je niet van me hield, zou het je niet interesseren wat ik deed. En dan zou ik het niet zo verschrikkelijk vinden datje met Karen getrouwd bent. Kit, lieveling, zeg dat het nog niet te laat is. Zeg dat de rest van ons leven voor jou en mij is.’
Ze drukte zich zacht tegen hem aan, haar lippen zochten de zijne. Na tuurlijk zou Kit daarop reageren, zei ze bij zichzelf. Welke man zou weerstand kunnen bieden aan haar smeekbede?
Plotseling bewoog hij.
‘Stella . . .’ begon hij. Hij zweeg, want plotseling ging de deur open en een stem zei met een ironische intonatie:
‘Mijn hemel, ik schijn op het verkeerde moment binnen te komen.’
Het was Miss Sarah. Zij stond hen met haar slimme ogen aan te kijken.
Christopher stond op en zonder op Stella te letten, liep hij naar zijn tante toe.
‘Tante Sarah,’ zei hij vriendelijk, ‘wat aardig van u om me te verwelkomen.’
Ze drukte zijn hand.
‘Wat fijn om je hier te zien staan, jongen,’ zei ze oprecht. ‘Ik kan natuurlijk doen alsof ik boos ben dat je mijn huisje voorbijgereden bent zonder te stoppen. Maar dat doe ik niet, ik begrijp best dat je rechtstreeks naar huis wilde. Je had verwacht Karen hier te vinden, nietwaar? En zij is er niet?’
‘Nee, zij is er niet,’ zei hij op een toon waaruit bleek dat hij haar het liefst zou vragen zich met haar eigen zaken te bemoeien.
‘Maar . . . Stella wel,’ging ze verder.
Stella sprong op.
‘Ik heb de moeite genomen om Kit te verwelkomen. Is dat soms verkeerd van me?’ vroeg ze schril.
‘Dat zeg ik niet,’zei Miss Sarah. ‘Nee, het was bijzonder aardig van je, vooral omdat je je stellig zorgen zult maken over Fred, die op zo’n idiote manier naar Schotland vertrokken is.’
‘Schotland?’ vroeg Stella niet begrijpend. ‘Waarom is hij daar naar toe gegaan?’
‘Naar een oude schoolmeester van vroeger. Fred is altijd op hem gesteld geweest,’ legde Miss Sarah rustig uit. ‘Blijkbaar wilde hij hem plotseling gaan opzoeken.’
Stella beet op haar lip. Dit was weer echt iets voor Fred! En Kit zou het natuurlijk niet begrijpen . . .
Maar dat deed hij wel. ‘Bedoelt u dat Fred al die tijd al in Schotland is? Ik begrijp er niets van.’
‘En hoe weet u dat eigenlijk?’ vroeg Stella op beschuldigende toon. ‘Je moet haar niet geloven, Kit, het is gewoon onzin.’
‘Oh ja?’vroeg Miss Sarah rustig. ‘Als je me niet gelooft, vraag het dan zelf aan Fred. Dat is heel gemakkelijk, want hij bevindt zich op het ogenblik in mijn cottage. Hij kwam gisteravond bij me en hij zag eruit als een geest.’ Ze keek nieuwsgierig van de een naar de ander.
‘En?’ vroeg ze.
‘Stella dacht... ze was bang dat Karen en Fred misschien . . .’ begon Christopher, maar zijn tante barstte in lachen uit.
‘Dat zij er samen vandoor zouden zijn? Dat nooit! Lieve Stella, ik geloof dat dit het meest dwaze sprookje is dat ik je ooit heb horen vertellen.’
‘Hoe durft u!’ reageerde Stella schril. Ze zag bleek van woede. ‘Het is heel normaal dat ik dat dacht. Ze zijn plotseling allebei verdwenen, bijna op hetzelfde tijdstip.’
Miss Sarah keek Stella peinzend aan en wendde zich vervolgens tot Christopher.
‘En jij geloofde dat?’ vroeg ze ernstig.
Hij aarzelde, haalde zijn schouders op.
‘Heb ik het recht te verwachten dat ze mij trouw zal zijn?’ vroeg hij verbitterd.
‘Nee, dat is zo,’ zei Miss Sarah. ‘Maar sommige mensen hebben altijd geluk en daar hoor jij bij, Christopher.’
‘Bedoelt u dat zij . . .’
‘Ik bedoel dat het arme kind stapelgek op jou is,’ zei Miss Sarah. ‘En als jij dat niet inziet, wordt het tijd dat een bemoeizieke oude vrouw je daarbij helpt.’
‘Dat is niet waar!’ zei Stella woedend. ‘Ze is met Kit getrouwd om zijn geld en . . .’ Plotseling zweeg ze, want ze begreep dat ze al te veel gezegd had waar deze slimme oude vrouw bij was.
‘Oh ja?’ merkte Miss Sarah venijnig op. ‘Waarom heeft ze dan zo haar best gedaan om Christopher te laten herstellen?’
‘Veel deed ze niet,’ zei Stella. ‘Ze stelde zich aan alsof ze het erg belangrijk vond, maar het had niet veel om het lijf. Niet veel meer dan dat ze beweerde dat hij te veel dronk en dat zij hem daar van wilde afhouden. Dat was alleen maar voor de buitenwereld.’
Miss Sarah keek heimelijk naar Christopher, maar hij scheen hierop niets te willen zeggen. Zij merkte eindelijk op: ‘Als het dan om zijn geld was, begrijp ik niet waarom ze weg zou lopen. Fred heeft beslist veel minder geld dan Christopher, nietwaar? Dus als het haar om zijn geld te doen was . . .’
‘Kit heeft een groot bedrag op haar naam vastgezet, toen hij een maand geleden naar het ziekenhuis ging,’ zei Stella haastig. ‘Ziet u, met dat geld en Fred . . .’ Ze zweeg, toen ze zag hoe triomfantelijk Miss Sarah keek.
‘Laten we even niet over Fred praten,’ zei Sarah. ‘Wat het geld betreft, je zult verbaasd zijn te horen dat ze niet alleen het geld van Christopher niet heeft aangeraakt, maar . . . dat ze bovendien een baan heeft aangenomen.’
‘Wat zegt u?’ vroeg Christopher. ‘Tante Sarah, weet u dat zeker?’
‘Heel zeker. Als je mij niet gelooft, vraag het dan aan de Pilbrights. Toen ze hier wegging, is ze naar hen toegegaan. En daarna heeft ze werk gevonden in het zuiden. Een heel eind van Schotland vandaan.’
‘Ik kan het niet geloven . . .’ begon Stella, doch Miss Sarah en Christopher hoorden haar niet.
‘En ze heeft de juwelen, die jij haar gegeven hebt, bij Mr. Pilbright achtergelaten,’ ging Miss Sarah zacht verder.
Christopher lachte cynisch. ‘Dus ze wilde niets houden wat haar aan mij kon herinneren,’ zei hij verbitterd.
‘Ze heeft haar trouwring nog wel.’
‘Oh,’ zei Christopher verbaasd. En toen: ‘Dat heeft natuurlijk een betekenis, nietwaar, tante Sarah?’
‘Jazeker,’ zei ze. ‘Maar daar bemoei ik me verder niet mee. Zie je, ze hield van je, dat lijdt geen twijfel. Maar die liefde is enorm kwetsbaar.’
‘Dat weet ik,’ zei Christopher. Hij dacht een ogenblik na en zei toen: ‘En u zei dat de Pilbrights haar adres hebben?’
‘Dat klopt. De vraag is alleen of ze het aan jou willen geven ‘Natuurlijk willen ze dat,’ zei hij, met iets van zijn vroegere arrogantie. ‘Dat moeten ze wel geven. Trouwens, waarom zouden ze het niet willen?’ ‘Daar zijn twee redenen voor,’ vertelde Miss Sarah hem voorzichtig. ‘De ene is dat zij vinden dat je Karen slecht behandeld hebt en zij zijn erg op haar gesteld. Bovendien heeft Mr. Pilbright me verteld dat hij haar heeft beloofd jou dat adres niet te geven. Dat wilde Karen zo.’
‘Juist, ja,’ zei hij. ‘Als ik hen ervan kan overtuigen dat ik geen kwaad in de zin heb wat betreft Karen, zullen ze het misschien wel geven?’
‘Dat moet je zelf maar proberen,’ zei ze ernstig, waarop hij knikte. ‘Natuurlijk, dat zal ik doen.’ ‘Maar Kit,’ protesteerde Stella, ‘hoe kan dat nu? Jij kunt jezelf toch niet vernederen voor dat onbetekenende wicht? Daar zul je later spijt van krijgen.’
‘Ik zal er spijt van krijgen als ik het niet probeer,’ zei hij rustig. Toen legde hij zijn hand op Miss Sarah’s schouder. ‘Tante Sarah, ik ben u erg dankbaar voor wat u gedaan hebt en voor uw vertrouwen in Karen. En wilt u Stella en mij nu alleen laten? Ik moet met haar praten.’
Miss Sarah knikte, ze ging op haar tenen staan en gaf Christopher een kus op de wang, terwijl ze fluisterde: ‘Het beste, jongen.’ Hierna verliet ze de kamer zonder Stella nog een blik waardig te keuren.
Christopher liep naar Stella toe en bleef voor haar staan, zijn handen diep in zijn zakken. ‘Vreemd dat je sommige mensen jarenlang denkt te kennen en toch ken je hen helemaal niet,’ zei hij nadenkend. ‘Er is een tijd geweest dat je alles voor mij betekende.’
Stella fluisterde: ‘Ik ben nog steeds datzelfde meisje.’
‘Welnee,’ zei hij koel. ‘En ik ben ook niet meer dezelfde.’ Hartstochtelijk zei ze: ‘We houden van elkaar. Dat weet je best.’
‘Nee, dat is niet zo. En ik begin me af te vragen of het ooit zo geweest is. Maar dat doet er niet meer toe.’
‘Wel waar.’ Ze huilde bijna van woede. ‘Ik kan niet geloven dat je alles vergeten bent.’
‘Dat ben ik ook niet,’ gaf hij toe. ‘Ik wilde dat ik dat kon. Het is niet leuk om te weten dat je die dwaas bent geweest, die veel te goed was.’
Ze staarde hem met open mond aan.
‘Jij was nog geen uur in huis,’ ging hij verder, ‘toen ik al besefte dat ik iets verloren had wat veel belangrijker was dan wat jij me ooit zou kunnen geven.’
Nu keek Stella geamuseerd. ‘En wat was dat dan?’ vroeg ze.
‘Lang geleden begrepen Fred en ik dat we allebei van jou hielden. Natuurlijk beseften we dat één van ons de gelukkige zou zijn en dat de ander dat feit moest accepteren. Waarschijnlijk begrijp jij niet wat onze vriendschap voor Fred en mij betekent. Dat kun je ook niet. In elk geval moet je weten dat we tot een overeenkomst kwamen.’
‘Over mij?’ vroeg ze. Ze boog zich glimlachend naar hem toe.
‘Over jou,’ zei hij. ‘We spraken af dat het geen verschil voor onze vriendschap zou maken wie van ons met jou zou trouwen. En dan nog iets. We zouden het spel om jou te bemachtigen helemaal eerlijk spelen. Achteraf klinkt het erg naïef en idealistisch, maar wel charmant Enfin, toen ik tegenover jullie beiden kwam te staan, begreep ik dat het ergste voor mij was dat Fred zich niet aan de afspraak had gehouden. Fred, die ik mijn hele leven had vertrouwd! Als ik gekund had, zou ik hem vermoord hebben.’
‘Omdat hij mij van jou heeft afgenomen,’ zei ze.
‘Oh nee,’ zei hij vastbesloten. ‘Omdat hij door op die manier met jou te trouwen, onze vriendschap heeft verloochend. Wij kunnen elkaar nooit meer op dezelfde manier vertrouwen.’
Stella geeuwde achter haar hand. ‘Zie je, Kit,’ zei ze, ‘soms vrees ik dat jij erg saai aan het worden bent. Ik moet zeggen dat ik je erg sentimenteel vind de laatste tijd.’
‘Dat is onvergeeflijk van me,’ reageerde hij ironisch. ‘Laat ik eens wat duidelijker worden. Toen jij hiervoor het eerst kwam, was je belangrijker voor me dan Fred. Maar uiteindelijk begreep ik dat hij niets wist van het ongeluk op het moment waarop hij met je trouwde. Helaas is hij degene die hieronder moet lijden. Hij is degene die gestraft zal worden, maar niet door mij. Die arme jongen is nu met jou getrouwd en dat is de ergste straf die ik zou kunnen bedenken. Onderwijl ben ik vastbesloten te zorgen dat hij nooit zal begrijpen met welk soort vrouw hij nu eigenlijk gehuwd is.’
Stella staarde hem verschrikt aan en hij ging verder:
‘Ik ben getrouwd met een meisje dat geen bedrog kent. Ze is voortdurend eerlijk tegen me geweest. Ik was degene die de regels voor ons huwelijk vaststelde en zij heeft zich daaraan gehouden. Ze gaf me zo veel, dat ik nog meer verlangde en omdat ik wist dat ik daar absoluut geen recht op had, werd ik kwaad. Vlak voor ik naar het ziekenhuis ging, dacht ik dat ze het begreep en dat ze beloofde . . .’ Hij zweeg vermoeid.
Stella lachte hysterisch. ‘En al die tijd wachtte ze alleen tot jij je hielen gelicht had om van je weg te lopen. Kit, dommerd, je bent haar kwijt, dat geef ik je op een briefje. Ze zal nooit bij je terugkomen.’
‘Misschien niet,’ zei hij. ‘Maar zelfs dan is er in mijn leven geen plaats voor jou, Stella.’
Alle kleur trok uit haar gezicht weg en voor het eerst zag ze zichzelf door zijn ogen. ‘Je krijgt haar niet,’ fluisterde ze. ‘Daar heb ik voor gezorgd. Ze zal jou nimmer geloven.’
Even aarzelde hij, toen zei hij zacht: ‘Ik geloof dat je beter kunt hopen dat ze dat wel doet.’
Christopher stopte in de berm van de weg en keek op de kaart. Hij begreep dat hij de weg kwijt was geraakt en dat hij een eind terug zou moeten rijden om de goede afslag te zoeken. Hij zou daardoor na het invallen van de duisternis in Nettlewick aankomen en dat zou het moeilijker maken om het adres waar Karen werkte, te vinden.
Hij had de raad van de arts in de wind geslagen en reed zelf. Hij was moe, maar dat was nu niet belangrijk.
Hij was eerst naar het kantoor van Mr. Pilbright gegaan, maar toen hij daar aankwam, dacht hij er pas aan dat het zaterdag was en dat het kantoor gesloten moest zijn. Toen hij eindelijk een gesprek met Pilbright had, wilde deze hem niet vertellen waar Karen zich bevond. ‘Ik heb haar beloofd dat ik het niet tegen jou zou zeggen en daar houd ik me aan,’ had de man vastbesloten gezegd.
Maar op het moment waarop Christopher afscheid wilde nemen, was Miss Pilbright plotseling ten tonele verschenen.
Christopher had smekend gezegd: ‘Miss Pilbright, wilt u me niet helpen? Dit is de enige kans voor ons. De hemel mag weten wat Stella uitgehaald heeft. Als Karen weet dat ik naar haar toe kom, heeft ze tijd om zich voor te bereiden.’
‘En je denkt dat het het beste is om plotseling bij haar binnen te vallen?’ Ze had op een grimmige toon gesproken, maar Christopher had gezien dat er ook iets bemoedigends in haar ogen glinsterde.
‘Ja,’ had hij kortaf gezegd.
‘Dat is tenminste eerlijk. Vertel me eens, waarom wilde je Karen opzoeken?’
‘Waarom?’ was hij losgebarsten. ‘Dat is toch duidelijk? Omdat ik van haar houd. Omdat ik de rest van mijn leven met haar wil delen, omdat ik durf te geloven dat zij van mij houdt.’
‘Ja,’ had ze langzaam gezegd. ‘Gemakkelijk zal het niet zijn. Mijn broer denkt dat ik ook aan Karen beloofd heb jou niet te vertellen waar ze is, maar dat heb ik niet met zoveel woorden gedaan. Mijn geweten is dus gerust. Karen werkt als gouvernante bij een zekere Mrs. Avernden. Het adres is Beechgrove, Nettlewick. Dat ligt. . .’ Ze had beseft dat Christopher al onderweg was naar zijn auto.
Was het wel verstandig wat hij deed? Of had hij haar moeten schrijven?
‘Nee,’ zei hij hardop tegen zichzelf, ‘ze is mijn vrouw en hoe eerder ze weet dat ik niet wil dat er iets tussen ons komt, hoe beter.’
Het huis was ouderwets, het lag een eind van de weg en er moest nodig iets aan het onderhoud gedaan worden. Het leek Christopher niet waarschijnlijk dat de eigenaars een gouvernante konden betalen. Hij klopte op de voordeur en na wat hem een eeuwigheid leek werd die door een dienstmeisje geopend.
‘Ik wil direkt Mrs. Thirlby spreken,’ zei hij kortaf. Hij stapte de hal binnen voor ze de deur voor zijn neus kon dichtdoen.
‘Ik weet niet... ik zal het vragen . . .’ zei ze.
‘Haast je!’ riep hij haar na. Maar daar kwam Mrs. Avernden de hal al binnen. Ze was bijzonder boos.
‘Hoe durft u hier te schreeuwen . . .’ begon ze, doch Christopher maakte een gebaar.
‘Ik heb geen tijd voor formaliteiten,’ zei hij bruusk. ‘Ik wil nu onmiddellijk naar mijn vrouw, Mrs. Thirlby.’
‘Ik sta niet toe dat mijn personeel bezoek ontvangt, vooral niet als dat mannelijk bezoek is.’
‘Zij is niet langer bij u in dienst,’ zei Christopher. ‘Als u me niet meteen vertelt waar ze is, zal ik zelf zien dat ik erachter komt. Karen!’
Hij holde naar de trap en daar zag hij Karen aankomen. Ze stond stil toen ze bijna beneden was en hij zou nooit het beeld vergeten van Karen in haar eenvoudige jurk, haar zachte grijze ogen, die oplichtten in haar bleke gezichtje.
‘Oh ... Christopher ... je bent beter ... je kunt lopen,’ fluisterde ze verrukt.
Zijn hart sprong op omdat haar eerste gedachte voor hem was. Hij spreidde zijn armen en zei zacht: ‘Lieveling, ik kom je halen.’
Direkt trok ze zich terug. ‘Nee, nee, Christopher. Je had niet hier moeten komen. Ik ... ik begrijp het allemaal wel ... en ik zal doen wat je wilt. Alleen moet je nu gaan . ..’
‘Niet zonder jou.’ Hij was bang, want wat was ze koppig!
‘Ik kan niet met je mee.’ Ze keek naar Mrs. Avernden, die haar wenkbrauwen optrok.
‘Integendeel, Mrs. Thirlby, u kunt niet hier blijven. Na deze scène sta ik erop dat u onmiddellijk vertrekt. Uw kleren zullen u nagestuurd worden.’
‘Je kunt beter meekomen,’ zei Christopher rustig. Hij zorgde wel dat zijn stem niet triomfantelijk klonk. Het was nog te vroeg om te weten of dit een triomf voor hem betekende.
Karen aarzelde. Toen knikte ze.
‘Heel goed,’ zei ze. ‘Ik zal even mijn mantel en nog een paar spulletjes gaan halen.’
Tien minuten later zaten ze in de auto. Zwijgend drapeerde Christopher een zachte plaid om haar heen. Ze wilde hem niet aankijken. Pas toen hij wegreed, zei ze: ‘Waar gaan we heen?’
Met grimmige vastberadenheid antwoordde hij: ‘We gaan op huwelijksreis.’
Twee uur lang reed hij zwijgend voort. Toen nam hij een afslag en een paar minuten later stond hij stil voor een huis dat vaag verlicht was.
Hij stapte uit en liep naar haar kant van de auto.
‘Hier zullen we overnachten,’ zei hij met een stem die geen tegenspraak duldde. Zij huiverde even, toen ze naast de auto stond.
Pas naderhand hoorde ze dat dit een beroemde, oude herberg was, die heel vroeger een boerenwoning was geweest. Aan de witgekalkte muren hingen glimmende koperen potten en pannen en er waren lage eiken balken.
Christopher was hier kennelijk geen vreemde. Hij werd met enthousiasme begroet. ‘Mr. Thirlby. We hadden gehoord dat u een ongeluk hebt gehad.’ Een stevige vrouw kwam bedrijvig naar hen toe. Nieuwsgierig keek ze naar Karen.
‘Dat is ook zo, maar ik ben weer beter,’ zei hij. ‘Mrs. Sweetapple, kunnen mijn vrouw en ik een kamer krijgen?’
‘Ja, natuurlijk,’ zei ze hartelijk. ‘Wilt u ook dineren?’
‘Ja, dat is goed,’ zei hij. ‘Kunt u de open haard in onze kamer aanmaken?’
‘Maar natuurlijk!’ zei Mrs. Sweetapple verontwaardigd. ‘Er brandt in elke kamer een houtvuur. Komt u maar mee, madam. U ziet er moe uit.’
Toen ze de kamer betraden, liep Karen meteen naar de open haard om haar handen te warmen. Christopher zei nog iets tegen de waardin. Daarna hoorde Karen de deur dichtgaan en ze wist dat hij naar haar toe zou komen.
‘Zo,’ zei hij rustig.
Ze draaide zich om. ‘Christopher, laten we nu geen scène maken, alsjeblieft. Ik . . . ik weet wel wat je wilt zeggen.’
Hij keek haar vragend aan. ‘Heus?’ zei hij droogjes. ‘Goed, vertel me dan maar wat je denkt dat dat is.’
‘Dat je van Stella houdt en . .. dat je je vrijheid terug wilt hebben.’ Ze stond rechtop, de handen achter de rug, als een klein meisje dat haar lesje opzegt.
Christopher trok haar lachend in zijn armen.
‘Jij kleine domoor,’ fluisterde hij teder. ‘Wie heeft je dat verteld? Nee, stil maar, er kan je niets gebeuren. Hoe kom je aan dat verhaal ? Van Stella soms?’
Toen ze geen antwoord gaf, ging hij verder: ‘Je hebt er zeker nooit aan gedacht dat zij tegen mij over jou gesproken heeft?’
‘Over mij?’ Ze hief het hoofd. ‘Er valt niets te vertellen.’
Hij zag hoe verbaasd ze keek en iedere onaardige gedachte verdween daardoor als bij toverslag.
‘Wat bedoel je toch?’ vroeg ze. ‘Ik begrijp het niet.’
‘Dat jij en Fred verliefd op elkaar zijn. En dat het dom van mij zou zijn om jou uit medelijden vast te houden.’
‘Dat is niet waar,’ reageerde ze verontwaardigd. ‘Fred is erg aardig. Je moet eenvoudigweg wel van hem houden. Maar verliefd ben ik nooit op hem geweest. Dat weet Stella best. Ze weet dat ik verliefd ben op . . .’ ‘Ja?’ zei hij zacht. ‘Op wie?’
‘Op jou,’ zei ze en snel voegde ze eraan toe: ‘Maar maak je geen zorgen. Je hoeft niet te doen alsof.’
‘Ik doe niet alsof. Ik houd van je,’ zei hij rustig.
Karen schudde haar hoofd. ‘Nee, Christopher, sommige dingen kun je niet veinzen. En ik heb dat vanaf het begin wel geprobeerd. Als ik het goed begrepen heb, schaamde jij je over wat je gedaan hebt en wilde je mij de kans geven . . . om er zelf achter te komen.’
‘Wat bedoel je?’ riep hij uit. ‘Hoe komt je verdorie aan dat idee?’
Ze keek hem met grote ogen aan. ‘Weet je wel, vlak voor je in de ziekenauto vertrok. Toen zei je dat ik op reis moest gaan om meer mensen te leren kennen. Je zei dat dat de beste kans voor ons was om . . .’
‘Maar dat bedoelde ik helemaal niet.’ Hij greep haar bij de schouders. ‘Zo gemeen ben ik toch niet! Ik bedoelde . . . begrijp je het dan niet? Ik was me er toen van bewust geworden dat ik van je hield en ... ik was vreselijk bang. Je was mijn vrouw . . . maar wat schoot ik daarmee op? Ik verlangde naar je liefde en het enige wat ik kon doen, was jou alle vrijheid geven, zodat je niet het gevoel zou hebben dat je in de val was gelopen. Maar toen ik terugkwam . . . misschien hoopte ik dat je inmiddels van me was gaan houden,’ eindigde hij nederig.
Hij zag hoe haar mond trilde en wist dat hij haar diep geraakt had.
‘Lieve Christopher, maak je geen zorgen over mij,’ zei ze vriendelijk. ‘Ik weet dat je denkt het in orde te kunnen maken, maar dit is niet de juiste manier. Ik wil jou in de eerste plaats gelukkig zien. Ik weet dat je kwaad bent op Stella, maar diep in je hart houd je van haar. Dat heb ik altijd geweten.’
‘Zij is getrouwd met Fred,’ zei hij. Hij hield zijn ogen op haar gezicht gevestigd.
‘Dat weet ik. Maar . . . dat gaat mij niet aan. Het enige wat ik kan doen, is me terugtrekken. Voor de rest. ..’
‘Als ik niet zoveel van je hield, zou ik je een pak slaag geven,’ zei hij kwaad. ‘Luister nu eens even, ik houd niet van Stella.’
‘Wel waar,’ zei ze. ‘Ze had gelijk, je hebt het bewezen.’
‘Hoe dan?’ vroeg hij ongeduldig.
‘Je hield zo veel van haar dat je haar van verbranding gered hebt,' zei ze eenvoudig.
Christopher lachte zacht. ‘En weet je wat ik daarbij riep? Nee? Een woord, jouw naam! Ik dacht dat jij het was.’