HOOFDSTUK 5

 

 

 

Nog even bleef Karen voor het raam staan kijken, ten prooi aan allerlei emoties.

Toen liep ze snel de hal door, waarbij ze even in een spiegel keek. Voor de eerste keer was ze Madame Zelia dankbaar. Deze had haar woord gehouden en ze had een aantal bijzonder mooie kledingstukken voor Karen gemaakt. Het pakje van pauwblauwe tweed stond haar goed, ze droeg er een amberkleurige jumper bij. Haar wangen bloosden en haar ogen straalden. Karen vond zelf dat ze er aantrekkelijk uitzag. Madame Zelia had ook voor ragfijn ondergoed gezorgd en voor twee kimono’s, die ze nog niet had durven dragen, zo dun waren ze. Verder was er een roze wollen peignoir, die lekker warm was en waarin Karen zich erg prettig voelde. De avondjurken waren in een stijl die nostalgie opriep. Karen had bedacht dat ze daarbij uitstekend iets van de juwelen van Christophers moeder kon dragen.

Christopher zat rechtop tegen een stapel extra kussens. Karen maakte zich zorgen over hem. Hij werd zó snel moe. Hoe moest hij deze week doorkomen, zonder in te storten? Als dat gebeurde, zou het heel erg voor hem zijn, hij zou het als een vernedering voelen.

Als ze een heel ander meisje was, veel slimmer bijvoorbeeld, dacht Karen spijtig, dan zou ze weten hoe ze moest zorgen dat hij voldoende rust nam. Nu ja, ze zou haar best doen.

Christopher zag er wat opgewonden uit. ‘Je neef en zijn vrouw zijn er,’ vertelde Karen, waarop hij zijn hand uitstak en de hare greep. Hij trok eraan zodat ze op de rand van het bed kwam zitten. ‘We zullen het hun naar de zin maken, hè liefste?’

Hier schrok ze even van, ze bloosde. Christopher lachte zacht.

‘Dus jij bent niet zo preuts als ik dacht,’ plaagde hij haar. ‘Of heb ik je geschokt en bloos je daarom zo?’

‘Nee, nee, natuurlijk niet,’ stamelde ze.

‘Mooi zo,’ zei hij, ‘als een man zijn vrouw niet liefkozend toe mag spreken, dan zou ik niet weten tegen wie hij wel aardig mag zijn.’

Op dat moment draaide Christopher zijn hoofd om. ‘Daar zijn ze,’ zei hij lichtelijk opgewonden. ‘Nee, stil blijven zitten. Tenslotte ben je mijn vrouw.’

Toen Bannister de deur opende en Fred en diens vrouw Stella aankondigde, zat Karen daar nog op de rand van het bed. Christopher hield haar luchtig vast, zodat de nieuwkomers een heel gelukkig en huiselijk tafereeltje te zien kregen.

Stella Thirlby kneep haar ogen half dicht, toen boog ze zich over Christopher heen en gaf hem vlot een kus.

‘Kit, lieveling, je ziet er geweldig uit,’ zei ze. ‘Vind je ook niet, Fred?’ Fred was achter haar aangekomen en stak nu zijn hand uit.

‘Fijn je weer te zien,’ zei hij eenvoudig. Hij en Christopher keken elkaar aan en uit die blik sprak een diepe vriendschap, zag Karen. Zij zelf vond Fred meteen aardig.

‘Stella, Fred, ik ben blij dat jullie er zijn,’ zei Christopher enthousiast. ‘Mag ik jullie Karen voorstellen? Karen, dit zijn de twee beste vrienden die ik heb. En dus zullen ze nu ook vriendschap sluiten met jou.’

‘Ja, natuurlijk,’ zei Stella zacht. Karen voelde slechts wantrouwen jegens haar, maar ze bleef haar rol moedig spelen. Glimlachend beantwoordde ze hun begroeting. Haar grootste voldoening was dat Christopher tevreden over haar was. Hij trok haar naast zich en zei enigszins opgewonden:‘Laten we hierop drinken! Karen . ..’

‘Ik heb Bannister al gevraagd het een en ander hier te brengen,’ zei Karen. ‘Ook wat sandwiches.’

‘Sandwiches op dit uur van de morgen!’ Stella lachte. ‘We hebben pas een uur geleden ontbeten. Ik heb nog helemaal geen honger.’

‘Ik wel,’ mompelde Fred. ‘In een hotel krijg je nooit een goed ontbijt.’ Karen lachte hem toe en Fred Thirlby bedacht dat hij zich niet helemaal gelukkig voelde met het huwelijk van zijn neef. Welk meisje zou met die arme Kit trouwen? Toch was dit een lief, eenvoudig kind. Misschien begreep Kit wel dat het moeilijk voor haar moest zijn en had hij daarom gevraagd of zij eerder kwamen, zodat ze haar op haar gemak konden stellen.

‘Wie komen er op het feest?’ vroeg hij aan Christopher. ‘Mensen die wij kennen?’

‘Ja, de Cardews, Phil Lakin, de Denby’s,’ noemde Christopher op. ‘Karen zal je de lijst laten zien.’

‘Welke kamer krijgen wij?’ vroeg Stella vanaf de vensterbank. ‘Toch niet die vreselijke blauwe kamer, hoop ik.’

‘Nee, ik geloof dat Karen jullie mijn oude kamer gegeven heeft, nietwaar, lieveling?’ zei Christopher. ‘Misschien wil Stella naar boven gaan en . .

‘Oh ja, natuurlijk.’ Karen stond haastig op.

‘Dat heeft de tijd, hoor,’ zei Stella luchtig. ‘Mag ik nog een glas, Kit? Het smaakt me weer best.’

‘Schenk zelf maar in,’ zei hij. ‘Het zou te gek zijn als . . . Freds vrouw zich hier niet thuis zou voelen.’

Er volgde een korte stilte. Karen wist zelf niet goed wat haar niet beviel aan de sfeer die nu in de kamer hing. Ze huiverde en op hetzelfde moment liet Stella een kreet horen.

‘Oh, wat dom van me,’ riep ze spijtig. ‘Kit, ik heb de steel van mijn glas gebroken. Wat vind ik dat afschuwelijk.’

Christopher lachte alleen even en Karen zei: ‘Het geeft niets.’ Ze pakte de scherven van Stella aan. ‘Ik hoop dat je je niet gesneden hebt of dat er iets op je kleding gevallen is?’

‘Nee,’ zei Stella, ‘gelukkig niet.’

Christopher vroeg of ze een nieuw glas wilde. ‘Misschien is dat goed voor je zenuwen.’

‘Nee, ik ben niet nerveus,’ protesteerde ze lachend. ‘Nee, dank je, ik ga naar boven. Ik weet de weg wel, Karen. Ga toch maar met me mee, wij moeten elkaar nog leren kennen.’

Karen volgde haar zwijgend. Het leek wel of Stella de gastvrouw was en zij de gast. In de kamer, die vroeger van Christopher was geweest, gooide Stella haar hoedje en handschoenen op het bed en zei plotseling:

‘Wie heeft bedacht deze kamer aan ons te geven? Jij of Kit?’

‘Christopher,’ vertelde Karen. ‘Ik . . . ik denk dat hij vond dat jij en je man de mooiste kamer moesten hebben.’

‘Oh ja,’ zei Stella droog. ‘Deze kamer werd altijd door de eigenaar van Claverings zelf bewoond. Ik denk dat het de eerste keer is dat hier gasten logeren. Een charmant idee.’

Karen gaf geen antwoord. Er was iets wat ze niet begreep en plotseling voelde ze zich moe.

‘Wil je alsjeblieft bellen als je iets nodig hebt?’ zei ze automatisch. Daarna ging ze naar beneden met het vervelende gevoel dat ze een vijand gemaakt had.

Stella bleek altijd in de buurt van Claverings gewoond te hebben en zodra ze geluncht hadden, kondigde ze aan dat ze wat oude vrienden wilde opzoeken.

‘Of kan ik je met iets helpen?’ vroeg ze aan Karen op een toon alsof dat een nogal amusant idee was.

Hemel, zij mag mij net zo min als ik haar, dacht Karen spijtig. En Christopher is zo op hen allebei gesteld. Hardop zei ze: ‘Nee, dat hoeft niet, hoor. Mrs. Paynton regelt alles altijd prima.’

‘Hm.’ Nadenkend drukte Stella haar sigaret uit. ‘Als ik je een raad mag geven, laat dan niet al te veel aan haar over. Dat heb ik ook altijd tegen Kit gezegd. In het huishouden van een vrijgezel is het niet zo belangrijk, maar een vrouw hoort meesteres te zijn in het huis van haar echtgenoot.’

Karen bloosde, tenslotte hielden deze woorden kritiek in. Ze liet inderdaad erg veel aan Mrs. Paynton over, dat wist ze. Maar hoe zou het ook anders kunnen? Tenslotte was ze daarom hier. Bovendien zou ze . ..

‘Ja, ik laat veel aan haar over,’ gaf Karen toe. ‘Dat is ook mogelijk hier en gelukkig heb ik daardoor meer tijd beschikbaar voor Christopher.’

Stella duwde met een ongeduldig gebaar haar stoel naar achteren. ‘Nu ja, je moet het zelf weten,’ zei ze schouderophalend. ‘Ga je mee naar de Robsons, Fred?’

‘Nee, dat denk ik niet,’ zei hij langzaam. ‘Kit heeft gevraagd of ik wat paperassen met hem wil bekijken. Ook wil hij graag dat ik de stallen ga inspekteren. Briggs doet zijn werk niet onaardig, maar hij heeft toezicht nodig.’

Gelukkig maar, dacht Karen, dat zij niets met de stallen te maken had!

Stella vertrok in de sportauto en Fred, die haar nagezwaaid had, kwam langzaam de kamer weer binnen. Hij lachte Karen vriendschappelijk toe en kwam naast haar zitten.

‘We moeten eens samen praten,’ zei hij. ‘Tenslotte ben ik Kits oudste familielid en ook zijn beste vriend, geloof ik. De keuze van zijn vrouw betekent veel voor me. Vertel me nu eerst eens of er echt geen kans is dat hij beter wordt.’

‘Dat zeggen alle specialisten, op één na,’ zei Karen treurig. ‘En die zei dat alleen een wonder hem kon genezen.’

‘Die arme jongen,’ zei Fred vol medeleven. ‘En is er helemaal geen verbetering? Ik zag dat hij nog één hand kan gebruiken.’

‘Dat was meteen al zo,’ legde Karen uit. ‘Ik denk dat hij wat vlotter wordt in het gebruik ervan, maar ik vrees dat het niet betekent dat hij sterker wordt.’

Fred knikte. ‘Je zult het wel vreemd gevonden hebben dat ik niet terugkwam, toen het gebeurde. We wisten er aanvankelijk niets van en toen werd Stella ziek en kon ze niet reizen. Toevallig zijn we getrouwd op de dag waarop het ongeluk gebeurde. Stella haalde mij van Euston Station, ik was in Schotland om te vissen. Ze vroeg me of ik nog steeds met haar wilde trouwen. Ik achtervolgde haar al jaren, zie je. Ik was nogal onder de indruk, want ik had de hoop praktisch opgegeven, maar nog niet helemaal. Daarom had ik de papieren voor een huwelijk klaar liggen. Eigenlijk had ik altijd gedacht dat ze verliefd was op een ander, maar toen bleek ik de gelukkige te zijn.’

Hij straalde en Karen vond de moed om verlegen te zeggen: ‘Ons huwelijk kwam zeker wel als een verrassing, denk ik?’

‘Eerlijk gezegd wel,’ gaf hij toe. Hij nam Karens hand in de zijne en ging verder: ‘Ik vind je een moedig meisje, Karen.’

‘Iemand moest toch voor hem zorgen,’ zei ze. En toen begon ze plotseling te snikken. ‘Ik kan nog niet geloven dat hij nooit meer zal lopen. En dat hij . . . dat hij ...’

‘Nee, ik ook niet,’ zei Fred. ‘Toen ik hem vandaag zag, vond ik dat hij gewoon moe leek, alsof hij de hele dag gejaagd had. Daarom vroeg ik of er geen hoop meer is.’

Ze bleven een paar minuten stil zitten, toen droogde Karen haar tranen en zei aarzelend: ‘En dat feest. . .’

‘Ja, dat wilde ik je vragen, is het wel verstandig een feest te geven op dit moment?’

‘Misschien niet. Maar hij wilde het graag, hij wil een leven leiden dat zo normaal mogelijk is. Hij heeft een hekel aan medelijden en aan het besef dat hij hulpeloos is.’

‘Ja,’ zei Fred langzaam. Bij zichzelf dacht hij: Dat kind is werkelijk op hem gesteld. Er klopt niets van, dat Stella beweert dat ze met hem getrouwd is om zijn geld.

Hij hoorde Karen rustig zeggen: ‘Ik ben erg bang dat het veel te vermoeiend voor hem is, maar hij zal het zelf moeten ondervinden. Hij wil niet naar goede raad luisteren. Ik zou erg blij zijn, als jij hem een beetje in het oog wilt houden.’

‘Ja, natuurlijk zal ik dat doen,’ beloofde Fred. ‘En Stella ook. Zij en Kit zijn altijd goede vrienden geweest.’

Karen besloot haar best te doen om aardig tegen Stella te zijn, maar dat leek haar niet gemakkelijk.

 

De volgende dag kwamen de andere gasten, die door Karen en Christopher samen ontvangen werden.

Christopher was erg vrolijk en de bezoekers, die zich aanvankelijk terughoudend hadden opgesteld, voelden zich opgelucht toen ze hem ontmoet hadden.

En de mensen waren nieuwsgierig naar Karen. Ze merkte dat de gasten plotseling zwegen, wanneer zij in groepjes hadden staan praten en haar aan zagen komen. Ze vond dat niet erg, want ze waren kennelijk goedhartig.

Ze deed haar best om mee te doen met het gebabbel en de gezelligheid, maar de meeste grapjes waren onbegrijpelijk voor haar en ze had niet veel notie van de dingen waarover zij praatten. Ze had aan Christopher kunnen vragen waar het over ging, maar hij was in druk gesprek met de gasten. De enigen die haar hadden kunnen helpen, waren Fred en Stella. Fred vervulde de rol van gastheer voor Christopher en Stella . . .

Stella probeerde op een subtiele manier Karen te verdringen, vanaf het moment waarop de andere gasten gearriveerd waren. Ze zocht steeds onderwerpen van gesprek, waarbij Karen zich een buitenstaander voelde. Er stond steeds een groepje mannen om haar heen te lachen en grapjes te maken, terwijl zij iets te drinken voor hen inschonk.

De vrouwen schenen Stella te mijden, maar dat merkte Karen niet. Ze besefte alleen dat ze Christopher teleurgesteld had. Meer dan eens voelde ze zijn ogen op zich rusten met een uitdrukking die ze maar al te goed begreep. Waarom is hij met mij getrouwd en niet met een van deze vrouwen, dacht ze moe. Soms wilde ze dat ze hem nooit. . .

Maar dat was niet waar en dat wist ze. Het was in elk geval beter om bij Christopher te zijn, dan door het leven te moeten gaan zonder te weten dat hij bestond.

En tenslotte kon ze toch wel iets voor hem doen, dacht ze wanhopig. Tenminste, dat kon ze vóór al deze mensen hier kwamen. Misschien, als zij weg waren . . .

Maar ze waren er nog en ze voelde zich hulpeloos.

Als ik anders was . . . dacht ze treurig. Maar ze kon nu eenmaal alleen zichzelf zijn.

Ze maakte zich erg bezorgd over Christopher. Ze had Bannister gevraagd hoe Christopher sliep. ‘Erg slecht, madam,’ had hij gezegd. ‘Gisternacht heb ik hem telkens gehoord.’ Bannister sliep in Christophers zitkamer, zodat hij binnen zijn bereik was. ‘Vanmorgen zag hij eruit alsof hij elk moment in kon storten. Hij lijdt pijn, ik heb hem gisteren een extra injektie gegeven. Als dat zo doorgaat, zullen die niet lang meer helpen.’

‘Oh Bannister!’ Karen had hem geschrokken aangekeken. ‘Wat moeten we doen?’

De man had zijn hoofd geschud. ‘Ik heb al voorgesteld om Dokter Stalham te roepen, maar Mr. Christopher werd woedend. Hij zei dat hij geen arts meer wilde zien. Soms denk ik dat ze hem niet hadden moeten vertellen dat hij niet beter kan worden. Dat maakt hem roekeloos.’

‘Ja,’ had Karen beaamd. ‘Maar ik denk dat hij hen onder druk heeft gezet. Misschien ... als de dokter voor iets anders hier moest komen . . . Stel dat ik me niet goed voelde of zo. Dan zou hij meteen naar Christopher kunnen kijken . . . zogenaamd om hem gerust te stellen over mij.’

Maar Bannister had opnieuw zijn hoofd geschud.

‘Dat zou hij doorzien,’ had hij gezegd en Karen had moeten toegeven dat hij gelijk had.

‘Ik zal proberen er iets op te vinden,’ had ze beloofd.

Ze ging later die dag naar Christopher. Hij bleek alleen te zijn. Maar hij hield een glas in zijn hand en Karen realiseerde zich dat dit niet zijn eerste drankje was. Dat was eigenlijk niets voor hem en ook dat maakte haar bezorgd. Hij keek op toen ze binnenkwam en hield zijn glas omhoog.

‘Hallo, liefje. Ik drink op jou,’ zei hij.

Karen ging naast hem zitten en pakte het lege glas aan.

‘Waar is iedereen?’ vroeg ze in een poging gewoon te doen.

‘Buiten. Ze zijn op mijn paarden en op mijn land aan het rijden.’ Hij lachte schor. ‘Wat een grap, hè? Zij zijn zich aan het vermaken en ik lig hier maar.’

Ze drukte haar warme hand op de zijne, die koud aanvoelde.

‘Christopher, denk je niet dat het een vergissing geweest is?’ begon ze.

‘Een vergissing?’ zei hij scherp. ‘Wat bedoel je?’

‘Al die mensen hier,’ zei ze rustig. ‘Ik bedoel, maakt dat het niet moeilijker voor je?’

Hij zuchtte diep. ‘In sommige opzichten wel,’ gaf hij toe. ‘Maar ... er staan andere dingen tegenover.’

‘Je dacht dat, als je moe was, je ’s nachts beter zou kunnen slapen. Maar dat is niet zo, wel?’

Hij keek haar met ogen vol wrok en boosheid aan. ‘Wie heeft je dat verteld?’ wilde hij weten. ‘Bannister?’

‘Ja, omdat ik hem ernaar vroeg,’ zei ze haastig. ‘Hij kon moeilijk weigeren om mij antwoord te geven.’

Hij zweeg, zijn ogen gericht op het stukje tuin dat hij door het raam kon zien.

Een ogenblik aarzelde Karen. Toen zei ze verlegen: ‘Christopher, het spijt me.’

Langzaam wendde hij zijn blik naar haar toe. ‘Wat bedoel je?’ vroeg hij met een eigenaardig zachte stem.

‘Ik . . . ik ben bang dat ik een teleurstelling voor je ben,’ zei ze zacht.

‘Een teleurstelling?’ zei hij verbaasd. ‘Nee, beslist niet. Hoe kom je daarbij?’

Ze maakte een vaag gebaar. ‘Ik ben heel anders dan jouw vrienden.’

‘Dat is zo,’ gaf hij toe. ‘Maar als ik met iemand uit mijn vriendenkring had willen trouwen, zou ik dat wel gedaan hebben. Is dat nooit bij je opgekomen?’

Ze voelde zich enorm opgelucht, met vochtige ogen lachte ze hem toe. ‘Dus je verwacht niet dat ik . . . cocktails mix en dat ik kan roddelen?’ vroeg ze, nog een beetje angstig.

‘Mijn hemel, nee.’ zei hij heftig. Even aarzelde hij, toen zei hij: ‘Zolang ik me kan herinneren, houd ik ervan mensen om me heen te hebben . . . maar niet altijd. Soms moet ik alleen zijn. Daarom ben ik gaan vliegen . . . dat was één van de redenen.’

Ze drukte zijn hand even. ‘Als ik hier binnenkom en je zou liever alleen zijn, zul je het dan zeggen?’ vroeg ze ernstig.

‘Oh . . . jij . . .’ zei hij nadenkend. ‘Nee, met jou is het iets anders. Jij hoort hier thuis.’

Karen pakte haar handwerk en ging ermee in de vensterbank zitten.

‘Schiet je al op?’vroeg Christopher. Ze hield het omhoog.

‘Niet zo erg,’ gaf ze toe. En toen, omdat de kleuren van het handwerk haar hieraan deden denken, zei ze plotseling: ‘Stella is ook klant bij Madame Zelia, nietwaar?’

‘Ja, dat denk ik wel,’ antwoordde hij onverschillig. ‘Hoe kom je daar zo bij?’

‘Oh, dat weet ik niet. Iets aan haar kleding, dezelfde kleuren, alleen feller.’

‘Misschien kun je de volgende keer eens iets anders proberen,’ zei Christopher nogal onverschillig.

Ze vulde juist antwoorden, toen Fred haastig binnenkwam.

‘Karen, kun je even helpen?’ zei hij. ‘Mrs. Cardew is gevallen. Het is niet ernstig. Haar enkel doet pijn en ze heeft wat gekneusde plekken, voor zover we kunnen zien. Mrs. Paynton was nergens te vinden en de andere vrouwen weten niet wat ze doen moeten.’

‘Ik kom,’ zei Karen en ze volgde hem de kamer uit.

Ze hadden Mrs. Cardew naar haar kamer gebracht en er stonden een paar dames hulpeloos om haar heen. Toen Karen binnenkwam, stapten ze onmiddellijk opzij. Gelukkig had Mrs. Cardew geen hoge rijlaarzen aan, daardoor kon Karen de gezwollen enkel betasten.

‘We moeten de dokter bellen,’ zei ze.

Toen de dokter kwam, had ze Mrs. Cardew in bed gelegd met een koud compres op haar enkel.

De dokter was uiterst tevreden over het compres. ‘Ondertussen zullen we moeten wachten tot de zwelling geslonken is voor we een röntgenfoto maken. Wat vindt u van een verpleegster, Mrs. Thirlby?’

Karen schudde haar hoofd. ‘Als u denkt dat ik haar kan verplegen, zal ik dat doen. Tenminste, als Mrs. Cardew dat wil.’

‘Als het niet te lastig is,’ zei deze, ‘dan erg graag. Ik kan verpleegsters niet uitstaan, die doen altijd zo gewichtig. Maar misschien ben ik een erg lastige patiënt, ik heb meestal niet veel geduld, zie je.’

‘We zullen het proberen,’ zei Karen, waarna Mrs. Cardew tevreden glimlachte. Ze wilde heel graag wat meer kontakt met dit bijzondere meisje.

Op weg naar beneden informeerde Karen bij de arts naar Christophers toestand. ‘Maakt hij zich te druk?’ zei hij. ‘Misschien kan ik er iets over zeggen, als ik alleen even naar hem kijk, maar ik ben bang dat het niet veel zal helpen. Thirlby stoort zich niet aan mijn bevelen, weet u.’

‘Ja,’ gaf Karen toe. ‘Maar ... ik moet het weten. En dokter, kunt u erachter komen welke specialist heeft gezegd dat er nog een kans voor Christopher is? Misschien kan ik kontakt met hem opnemen.’

De man zweeg even. ‘Daar moet u niet teveel oprekenen,’ zei hij vriendelijk. ‘Hij had het over . . . een wonder.’

‘Ja, ziet u, misschien geloof ik wel in wonderen. Wilt u informeren wie het geweest kan zijn?’

Hierna gingen ze naar Christopher. Karen vertelde dat zij Mrs. Cardew zou verplegen en daarna vroeg de dokter: ‘Hoe voel je je, Thirlby?’ ‘Best,’ antwoordde Christopher nonchalant.

‘Dat was een leugen,’ zei de dokter later tegen Karen. ‘Hij is zwaar ziek. Ik begrijp niet hoe hij het volhoudt. Belt u me, als u denkt dat ik iets kan doen.’

Toen de dokter vertrokken was, ging Karen naar haar nieuwe patiënt. Deze was in slaap gevallen en Karen begon de kamer wat op te ruimen. Eigenlijk was ze blij dat ze iets te doen had.

‘Ben je vroeger verpleegster geweest?’ vroeg Mrs. Cardew de volgende dag, toen Karen haar enkel opnieuw verbond.

‘Nee,’ antwoordde Karen. ‘Maar ik heb wel vaak zieken verzorgd. Familie, bedoel ik. Dat is alles.’

‘Je hebt er beslist een gave voor,’ zei de vrouw.

Toen een van de andere dames later bovenkwam en vroeg of ze goed verzorgd werd door de gastvrouw, antwoordde mrs. Cardew heel enthousiast. ‘En ik vraag me af of die roddelpraat wel op waarheid berust. Het lijkt me niets voor haar.’

‘Nu ja,’ zei de ander, ‘tenslotte is het een gemakkelijke manier voor zo iemand om aan geld te komen.’

‘Gemakkelijk?’ vroeg Mrs. Cardew. ‘Daar geloof ik niets van.’

‘Christopher zal natuurlijk wel lastig zijn, dat is hij altijd al geweest en nu . . . Maar tenslotte is het voor niet meer dan een half jaar en dan krijgt ze haar beloning.’

Karen, die juist boven was gekomen, bleef doodstil voor de deur staan, die op een kier stond. Ze kon nu niet naar binnen gaan. Wat ze hoorde verbaasde haar niet, maar desondanks voelde ze zich gekwetst.

‘Is het waar dat hij haar al zijn geld zal nalaten?’ vroeg Mrs. Cardew.

Mrs. Denby lachte. ‘Dat merk je toch wel aan Stella? Die is woedend. Ze dacht dat ze geen moeite hoefde te doen, dat ze het geld toch wel zou krijgen door met Fred te trouwen. En nu gaat de erfenis haar neus voorbij! Kit heeft zich gewroken. Maar het was dom van hem zo’n eenvoudig meisje te kiezen. Dat maakt het al te gemakkelijk voor Stella.’

‘Zo eenvoudig is ze niet,’ zei Mrs. Cardew. ‘Ze hééft iets. Fred mag haar trouwens wel.’

‘Ik moet me eens gaan verkleden,’ zei Mrs. Denby.

Karen vluchtte weg. Ze hadden over wraak gesproken. Maar waarom moest Christopher zich wreken? Toen dacht ze aan de foto in Christophers kamer, waarop Stella had gekrabbeld: ‘Met veel liefs’.

Hoe was het mogelijk dat Stella toch met Fred getrouwd was?

Toen herinnerde ze zich wat Fred haar in vertrouwen verteld had. Stella was heel plotseling tot de konklusie gekomen dat ze met hem wilde trouwen. Ze had hem na het ongeluk van Christopher opgebeld, maar Fred wist daar niets van. Wat hadden die twee dames ook al weer gezegd?

‘Ze dacht dat ze geen moeite hoefde te doen, dat ze het geld toch wel zou krijgen door met Fred te trouwen.’

Ja, dus dat klopte. Stella had Christopher en Fred tegen elkaar uitgespeeld, daarna had ze Christopher in de steek gelaten en ze was getrouwd met de man die op zekere dag het geld zou erven.

Nee, dacht Karen, dat is toch onmogelijk!

Doch toen herinnerde Karen zich iets anders wat Mrs. Denby gezegd had: ‘En nu gaat de erfenis haar neus voorbij. Kit heeft zich gewroken.’

Een ogenblik lang drong niet tot haar door wat dit betekende. Maar toen eindelijk de waarheid tot haar doordrong, begroef ze haar gezicht in haar handen. Er viel niet aan te ontkomen.

Nu wist ze eindelijk waarom Christopher met haar getrouwd was.