HOOFDSTUK 2

 

 

 

Een ogenblik lang staarde Karen hem aan. Toen sprong ze op.

‘Nee!’ riep ze geschrokken. ‘Nee, dat kan toch niet!’

Mr. Pilbright keek smekend naar zijn zuster.

‘Karen, ga weer zitten,’ zei Eleanor vriendelijk maar vastbesloten en Karen reageerde direkt op haar verzoek.

‘Luister nu eens,’ ging Miss Pilbright verder. ‘Je moet één ding goed onthouden. We kunnen en willen je niet dwingen om dit te doen. Je bent helemaal vrij in je keus. Maar we willen graag dat je goed begrijpt hoe de situatie is.’

Karen zweeg; ze leek zich echter wat te ontspannen, alsof ze zich toch gerustgesteld voelde.

‘Mijn broer heeft je nog niet alles verteld. Ten eerste zou dit beslist geen gewoon huwelijk zijn. Je zou daar zijn als . .. zijn vriendin en om hem gezelschap te houden. Meer niet. Begrijp je me?’

Karen knikte zwijgend.

‘Natuurlijk begrijpt Christopher dat veel meisjes zo’n baan niet zouden aannemen. Daarom biedt hij een hoog salaris. Hij betaalt vijfhonderd pond voor de zes maanden die hij nog te leven heeft. En als hij sterft, laat hij jou alles na wat hij bezit.’ Ze leunde naar voren en klopte op Karens hand. ‘Begrijp je wat dat betekent? Je zult dan nooit, zolang je leeft, werk hoeven aannemen waar je geen zin in hebt.’

Karen staarde haar ongelovig aan.

‘Stel eens dat ik het zou doen,’ protesteerde ze, ‘en dat hij me heel vervelend gezelschap zou vinden? Dat kan toch?’

Mr. Pilbright draaide aan zijn snor en dacht aan de cynische lach van Christopher, toen hij precies hetzelfde beweerd had: ‘Dat is nou net wat ik wil: een meisje dat hard en zakelijk is. Dat het alleen voor het geld doet.’

Mr. Pilbright zei: ‘Je vergeet dat hij in zijn oordeel op mij afgaat. We weten hoe goed je voor Miss Cotton gezorgd hebt.’

Karen bloosde. ‘U denkt toch niet dat ik dat gedaan heb vanwege die honderd pond?’

‘Nee, mijn kind,’ zei hij. ‘Maar daarom lijkt het me voor Christopher heel gunstig, als jij het doet. Maar voor jou . . .’

Hij zweeg, want zijn zuster zat voorzichtig haar hoofd tegen hem te schudden. Hij keek naar Karen en zag dat zij diep in gedachten was.

Karen was vol medelijdende gevoelens voor deze jongeman, ze bedacht hoe totaal afhankelijk van anderen hij moest zijn. Ook zij kende dat vernederende gevoel van eenzaamheid en isolatie. Ze begreep dat hij verbitterd moest zijn en vol wrok. Zij zou bepaald bijzonder geschikt zijn om hem te helpen. Ze zuchtte eens.

‘Ik zal kennis met hem gaan maken,’ zei ze. ‘Als dat goed verloopt, als ik vriendschap met hem kan sluiten, dan zal ik .. . doen wat u vraagt.’

Dit plotselinge besluit overviel de Pilbrights, ze staarden haar ongelovig aan. Mr. Pilbright herstelde zich echter direkt.

‘Ik weet niet of dat wel kan,’ zei hij. ‘Christopher heeft mij gevraagd alles voor hem te regelen.’

Karen stond op. ‘Nee, ik wil eerst een gesprek met hem hebben,’ zei ze vriendelijk. Ze was ineens veel zelfbewuster geworden.

‘Ik zal het hem vragen,’ zei Mr. Pilbright eindelijk. ‘Maar jij kunt nu beter naar bed gaan, je zult wel moe zijn.’

Karen ging naar haar kamer, ze liep naar het raam en opende het zachtjes. In de verte zag ze de lichten van een ander huis, maar verder was het donker en stil. Ze dacht aan de man die ze nog nooit gezien had.

Als ik hem gelukkig kan maken, zullen dit de beste maanden van zijn leven worden, dacht ze.

 

Hij was heel bleek en had pikzwart haar, op zijn gezicht lag de halve glimlach van een man die van prettige dingen droomt.

Plotseling deed hij zijn ogen open en nu kreeg ze een heel ander beeld. Hij had schitterende, dominerende ogen. Dit was niet een man die haar medelijden zou accepteren.

‘Wie bent u?’ vroeg hij hoogmoedig. Maar voor ze antwoord kon geven, wist hij het weer. ‘Oh ja, het meisje dat Pilbright voor me gevonden heeft, Karen of zo.’

‘Ja, ik heet Karen Smith,’ zei ze.

‘U schijnt te denken dat we elkaar eerst moeten zien voor we trouwen, maar ik verzeker u dat dat helemaal niet nodig is. Dit huwelijk heeft niets persoonlijks. Ik hoop dat Mr. Pilbright u dat duidelijk gezegd heeft?’

‘Maar,’ zei Karen ernstig, ‘als twee mensen onder hetzelfde dak leven, is het heel belangrijk of ze elkaar graag mogen of niet.’

Hij wendde zijn hoofd af. ‘Ik betwijfel of dat ook noodzakelijk is wanneer één van hen nergens meer voor deugt,’ zei hij heftig; zo heftig dat ze begreep hoeveel ellende er achter die woorden stak.

‘Volgens mij is het dan nog belangrijker,’ zei ze nadenkend.

Hij keek snel even naar haar en mompelde: ‘Dank je.’

‘Oh, ik dacht niet alleen aan u,’ zei ze openhartig. ‘Ik wilde weten of. ..’

‘Ja?’drong hij aan.

Ze ging er wat meer ontspannen bij zitten. ‘Miss Cotton was erg aardig voor me. Dat was de oude dame, voor wie ik gezorgd heb tot ze .. .

tot ze . ..’

‘Stierf,’ zei hij schor. ‘Zoals ik ga sterven. Ga verder.’

‘Ze was wel aardig, in zekere zin, maar haar ziekte maakte dat ze niet normaal meer was. Ze haatte bijna iedereen. Je voelde de haat. En toen ze overleden was en de familie kwam kijken wat ze zouden erven, was er meer haat dan ooit. En dat zou ik niet meer kunnen verdragen. Daarom wilde ik dat weten.’

‘Wat weten?’ Hij keek haar gespannen aan.

‘Of u vriendelijk voor me zou zijn en of we een huis zullen delen dat goed en . . . rustig is. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen.’

Zijn hand bewoog rusteloos op de gladde sprei. Hij wist waarom hij dit wilde: hij wilde wraak nemen op een andere vrouw door middel van dit bleke, gevoelige meisje. Een ogenblik lang stond dit plan hem zelf tegen.

Hij moest aan Stella denken. Stella, die met die idiote Fred was getrouwd zodat ze het geld van de familie Thirlby kon krijgen zonder met een invalide te moeten trouwen.

Stella ... en dit meisje Karen! Hij zei bijna vriendelijk: ‘Ik denk dat u niet over me te klagen zult hebben, ik zal u ruim belonen. En tenslotte gaat het maar om een halfjaar.’

‘Ja’, zei ze afwezig. ‘Dat begrijp ik.’

Plotseling drong tot haar door dat Christopher onmogelijk vriendelijk voor anderen kon zijn. Hij was verbitterd en een egoïst. En wanhopig ongelukkig. Ze móest met hem trouwen, want ze wilde niets liever dan hem rust en vrede brengen, al was het maar voor korte tijd, zelfs als dat ten koste van haar eigen geluk ging.

‘Als u heel zeker weet dat u dat wilt, zal ik met u trouwen,’ zei ze vastberaden.

Hij tilde zijn hoofd heel even op van het kussen.

‘Meent u dat? Zegt u dan tegen Pilbright dat hij de zaak in orde maakt. Dat begrijpt hij wel. De papieren en zo.’

Hij sloot de ogen en Karen, die naast hem stond, zag dat zijn gezicht een tevredener uitdrukking had gekregen. Ze had hem toch iets als geluk gebracht.

De donkere ogen gingen weer open. ‘En? Waar wacht u nog op?’ vroeg hij scherp.

Karen liep naar de deur, zijn ogen volgden haar. Ja, dacht hij, dit meisje moest een beetje opgepoetst worden en beter gekleed. Dan zou ze haar rol kunnen spelen. Hij glimlachte grimmig, want hij verheugde zich al op Stella’s gezicht, als ze voor het eerst zijn . . .vrouw zag!

In de hal van het verpleeghuis kwam de portier op Karen toe. ‘Zal ik een taxi voor u roepen, madam?’ vroeg hij beleefd. Karen aarzelde. Wat een luxe! Maar ze wilde zo vlug mogelijk naar het kantoor van Mr. Pilbright gaan.

‘Ja, graag. Tenminste . . . weet u misschien wat dat kost?’

‘Dat hangt ervan af waar u heen wilt, miss,’ zei hij met een nieuwsgierige blik op haar.

‘Naar Lincoln’s Inn.’

‘Dat zal vanaf hier ongeveer een pond zijn. Niet meer, maar ja, als u het niet erg vindt dat ik het zeg, u moet de chauffeur natuurlijk wel een fooi geven.’

‘Dank u wel,’ zei ze. ‘Ziet u, ik ben nooit eerder in Londen geweest, dus ik weet die dingen nog niet zo precies.’

Hij lachte haar bemoedigend toe.

Op het kantoor van Mr. Pilbright werd ze direkt bij hem gelaten.

Mr. Pilbright keek gretig op toen ze binnenkwam, maar aan haar gezicht kon hij niets zien. Het leek alsof ze een geheim wilde verbergen en met iets als schuldgevoel besefte hij dat ze in een paar uur veel ouder was geworden.

‘En?’ vroeg hij.

‘Mag ik gaan zitten?’ vroeg Karen en ze liet zich op de stoel vallen, die hij haastig voor haar aanschoof. Ze keek ernstig naar hem op. Er was nu zelfbewustzijn in haar houding. ‘Christopher vraagt of u alstublieft alles wilt regelen.’

‘Dus .. . je gaat met hem trouwen?’ vroeg hij ongelovig.

Ze keek hem verbaasd aan.

‘Oh ja, wat had ik anders moeten doen?’ zei ze eenvoudig.

Met zijn slimme ogen keek hij haar oplettend aan. Toen haalde hij de schouders op en zei: ‘Goed, ik zal je eerst uitleggen wat er gaat gebeuren. Heb je toevallig gezien dat er naast dat verzorgingstehuis een kerk staat?’

‘Nee, daar weet ik niets van,’ bekende ze. ‘Ik .. . heb er niet op gelet.’

Mr. Pilbright schraapte zijn keel.

‘Nu ja, het doet er ook niet toe. Volgens de wet moet je minstens drie weken in de plaats wonen waar je wilt trouwen. Christopher ligt minstens zo lang in dat tehuis, dus dat is in orde.’

‘En ik dan?’ vroeg ze bezorgd.

‘Dit geldt alleen voor de persoon die het huwelijk aanvraagt,’ verzekerde hij haar. ‘Ik kan namens hem handelen. Ik zorg voor toestemming en dan kunnen jullie twee dagen later trouwen.’

‘In die kerk?’ vroeg Karen.

‘In die kerk. Ze zullen Christopher op een brancard de kerk binnendragen. Dat gaat gemakkelijk genoeg. Na afloop gaat hij met de ambulance rechtstreeks naar Claverings.’

‘Is dat zijn huis?’ vroeg ze. Hij keek haar nieuwsgierig aan. Hij besloot haar niet verder in te lichten over de financiële positie van Christopher.

‘Ja, dat is zijn huis. Het staat in Sussex.’

‘Daar ben ik nog nooit geweest,’ zei Karen. ‘Kan ik in de ziekenauto met hem meerijden, denkt u?’

‘Christopher wil dat jij met de auto reist. Dat lijkt hem prettiger voor je,’ zei hij diplomatiek. In werkelijkheid had Christopher gezegd: ‘Ik zal uitgeput zijn, dus hoe minder mensen me zien, hoe beter. Ik voel niets voor medelijden.’

Karen zweeg even en toen zei ze iets waarvan de oude notaris schrok. Het leek wel of ze gedachten kon lezen.

‘Wat afschuwelijk voor hem als de mensen zien hoe hulpeloos hij is,’ zei ze zacht. ‘Een man die vroeger zo sterk was.’ Ze zuchtte. ‘Ik moet dat goed in gedachten houden. Hij heeft er natuurlijk een hekel aan als iemand medelijden met hem toont.’

Ze spraken af dat ze met hem mee zou gaan naar het stadhuis. Gelukkig was dat in de buurt van het verpleegtehuis en de ambtenaar van de burgerlijke stand beloofde Christopher te bezoeken, aangezien deze niet zelf bij hem kon komen.

‘Heel ongewoon,’ was zijn kommentaar. ‘Maar onder deze omstandigheden ..

De papieren werden in orde gemaakt en ze gingen ermee naar de dominee, die zwijgend luisterde en zich vervolgens tot Mr. Pilbright wendde.

'Ik zou graag met deze jongedame alleen willen spreken, als u dat niet erg vindt,’ zei hij ernstig.

Mr. Pilbright aarzelde, maar hij had geen alternatief. Hij verliet de kamer. Karen bleef achter, ze zat tegenover de dominee, de handen netjes in haar schoot gevouwen.

De dominee keek haar vriendelijk aan.

‘Hoe oud ben je?’ vroeg hij.

‘Tweeëntwintig,’ antwoordde ze.

‘Juist. En . . . heb je geen familie, die zich voor je toekomst interesseert?’

‘Ik heb wel familie,’ vertelde ze, ‘maar die hebben helemaal geen belangstelling voor me. Ziet u, ze zijn kwaad omdat ik wat geld geërfd heb en omdat zij niets hebben gekregen.’

‘Aha, dus je beschikt over wat geld.’ Het klonk opgelucht. Nu wist hij tenminste dat het kind niet gedwongen werd tot dit vreemde huwelijk doordat ze geen inkomsten had.

‘En vertel me nu eens, kennen jij en de bruidegom elkaar al lang? Ik bedoel, hoelang heb je Mr. Thirlby verpleegd? Ik neem aan dat je uit liefde met hem trouwt, niet uit medelijden?’

Karen aarzelde, ze wilde liever dat deze vriendelijke man haar niet zoveel vroeg. Ze durfde hem niet iets voor te liegen.

‘Ik heb Mr. Thirlby pas twee dagen geleden ontmoet,’ zei ze.

Hij liet een verbaasde uitroep horen. ‘Maar dat is verschrikkelijk. Je begrijpt het niet. Je gaat beloven dat je deze man trouw zult zijn en je kent hem helemaal niet. Je verbindt je leven aan dat van een vreemde. Ik weet niet of ik mijn goedkeuring hieraan kan hechten.’

‘Ik geloof dat u het niet goed begrijpt,’ zei ze vlak. ‘Het geldt niet voor mijn hele leven. Christopher heeft niet veel tijd meer tot hij sterft. En hij moet verpleegd worden. Ik zal degene zijn die dat doet.’

Hij schudde zuchtend zijn hoofd. ‘Luister nu eens, stel dat jij in die tijd verliefd wordt op je man? Wat dan? Je zult binnen zeer korte tijd van hem gescheiden worden. En aan de andere kant, stel je eens voor dat er een wonder gebeurt. . . dat kan namelijk, het zou niet de eerste keer zijn. Als hij in leven blijft, ben jij gebonden aan een man die je niet liefhebt.

Heb je daar wel aan gedacht?’

‘Maar misschien word ik verliefd op hem, dan is het iets anders,’ zei Karen. ‘Niemand kan het zeggen. Het enige wat ik weet, is dat ik de juiste beslissing neem. Gelooft u me toch! Anders zullen we naar een andere kerk moeten gaan, verder van het verpleeghuis en dat is nog vermoeiender voor Christopher.’

Hij aarzelde, doch eindelijk zei hij: ‘Goed. Ik zal doen wat je me vraagt. De hemel mag me vergeven, als ik er verkeerd aan doe.’

Hierna ging Karen naar het verpleeghuis om Christopher te vertellen dat alles geregeld was.

Christopher was vriendelijker dan bij hun eerste ontmoeting, maar ze begreep dat dat kwam omdat hij zijn zin kreeg en daarom had ze er niet veel voldoening van.

‘Wat ga jij doen tot het zover is?’ vroeg hij een beetje argwanend.

Ze besefte dat hij bang was dat ze zich op het laatste moment zou terugtrekken, dus ze zorgde ervoor heel zakelijk te antwoorden.

‘Ik ga een dikkere mantel kopen,’ vertelde ze. ‘Het is een idee van Mr. Pilbright. Hij zei dat er in de buurt van jouw huis niet veel winkels zijn.’

Hij lachte sarcastisch.

‘Dus je hebt Pilbright al om je vinger gewonden,’ zei hij. ‘Heeft hij je het geld voor een nieuwe jas voorgeschoten?’

‘Ja. Ik vond het erg aardig van hem, maar hij zegt dat het geen moeilijkheden kan geven. Ik krijg toch die honderd pond van Miss Cotton, dus dan kan ik hem terugbetalen.’

‘Miss Cotton? Wie is dat in vredesnaam? Oh, ik weet het alweer. De vrouw, die je verpleegd hebt tot ze . . . stierf. Lieve hemel, wilde je zeggen . . .’ Hij zweeg even en lachte in zichzelf. Plotseling besefte hij dat ze verbaasd was en ook gekwetst. ‘Luister eens, Karen je moet iets voor me doen. Neem een taxi naar dit adres.’ Hij voelde onder zijn kussen en haalde een brief te voorschijn. ‘Het is een juwelier. Als je deze brief geeft, krijg je twee ringen, je verlovingsring en je trouwring. Als de ringen niet passen, laat ze dan veranderen. Dat duurt niet lang, je kunt erop wachten. Begrijp je?’

‘Ja,’ zei ze. ‘Maar . . .’

‘Wat is er?’ vroeg hij ongeduldig. ‘Ik houd er niet van iets te moeten herhalen.’

‘Ik begrijp dat ik een trouwring nodig heb,’ zei ze langzaam. ‘Maar ... is die verlovingsring niet een beetje te veel van het goede?’

Hij keek haar nieuwsgierig en een tikje cynisch aan.

‘Nee, je moet doen wat ik vraag,’ zei hij kortaf. Haar lippen trilden. Hij begreep dat hij zijn best zou moeten doen haar niet af te schrikken, want hij had haar nodig. ‘Het spijt me dat ik tegen je gesnauwd heb,’ zei hij en hij dwong zich zijn stem vriendelijk te laten klinken. ‘Het maakt me razend dat ik hier vastzit en als de mensen dan langzaam van begrip zijn ...’

Tot zijn opluchting knikte ze alleen even en zei: ‘Als ik jou was, zou ik hun het liefst een klap geven. Goed, ik zal precies doen wat je gezegd hebt. En nu ga ik maar gauw, want anders moet je zo lang wachten.’

Het tikje vrouwelijke ijdelheid dat ze nog overhad na al die jaren, waarin ze de oude kleren van anderen had gedragen, zorgde ervoor dat ze eerst een mantel ging kopen. Ze aarzelde over de kleur en keek in verschillende winkels rond voor ze een jas kocht in zachtblauw, die haar erg goed stond, zoals de verkoopster zei. Hij was tamelijk lang, vond Karen, maar de verkoopster hield vol dat dat de mode was.

‘Als u schoenen met wat hogere hakken draagt. . .’ zei ze.

Karen keek naar haar versleten schoenen, ze begreep dat ze ook daaraan iets moest doen. Ze kocht zwarte schoenen; die hield ze aan, net als de mantel, terwijl ze op zoek ging naar een hoedje. Dat was moeilijker, maar uiteindelijk kocht ze een baret van diepblauw fluweel. Dan nog handschoenen. Die had ze bijna vergeten en ze trok ze niet meteen aan. Ze moesten smetteloos zijn wanneer ze de kerk binnenstapte. Ze hield ze in de hand, terwijl ze naar de winkel van de juwelier zocht. Het bleek een erg luxueuze zaak te zijn. Ze raapte al haar moed bijeen en ging naar binnen, waar ze de brief van Christopher overhandigde.

Er werd een heer geroepen, die achter een glazen wand zat. Hij haalde een doos te voorschijn, die hij vervolgens opende.

Er lagen twee ringen in. Een gladde trouwring, die tot Karens verbazing van wit goud was. En een verlovingsring.

‘Een bijzonder mooie steen,’ zei de keurige heer. ‘We zijn er zeker van dat Mr. Thirlby heel tevreden zal zijn. Ook met de zetting. Wilt u hem even passen?’

Zwijgend stak Karen haar kleine, door het werken ruw geworden hand uit. De ring gleed aan haar vinger en Karen staarde er ongelovig naar. ‘Wat is het?’vroeg Karen.

‘Een diamant, madam. Een heel mooie diamant,’ zei hij.

Karen was diep onder de indruk, ze voelde zich betoverd door deze prachtige ring, die Christopher haar gaf.

‘De trouwring zal u zeker passen, het is dezelfde maat,’ zei de juwelier.

‘Zal ik hem toch even passen?’ stelde ze voor. Christopher zou woedend zijn, als de ring toch niet helemaal goed was.

De man haalde zijn schouders op.

‘De meeste dames denken dat het ongeluk brengt om een trouwring van te voren even te proberen,’ legde hij uit. ‘Maar als u toch . . .’

‘Nee, nee,' zei Karen. Ze was niet van plan iets te doen wat volgens anderen ongeluk kon brengen. ‘Laat u maar.’

‘ Wilt u de verlovingsring omdoen?’ vroeg hij. Karen dacht even na.

‘Nee,’ zei ze langzaam. Waarschijnlijk zou Christopher hem zelf aan haar willen geven. Maar plotseling bedacht ze zich. ‘Ja, ik doe hem aan,’ zei ze. ‘Hij is veiliger aan mijn vinger dan in een doosje.’

‘Zeker, madam,’ zei de man. Hij beschouwde haar als iemand die heel slim wilde zijn. Als ze eenmaal een sieraad had gekregen, zou ze er nooit meer afstand van doen.

En Christopher dacht hetzelfde. Ze is slim, maar niet slim genoeg, zei hij bij zichzelf. In elk geval leek ze hem goed in staat voor zichzelf te zorgen.

Er was al een trouwerij in de kerk, die middag. Vanuit Christophers raam zag Karen de gelukkige bruid de kerk uitkomen, aan de arm van haar echtgenoot. Zo zagen mensen eruit die pas getrouwd waren, maar zij . . .

‘Wat is dat voor lawaai?’ vroeg Christopher ongeduldig.

‘Oh, een paar voorbijgangers,’ zei Karen.

Op dat moment arriveerde de brancard voor Christopher, zwijgend volgde Karen hem in de lift, terwijl ze haar ogen neergeslagen hield.

In de hal wachtten Mr. Pilbright en zijn zuster. Ze keken allebei ernstig, evenals de verpleegster, die mee zou gaan. Zij hield de ogen gericht op het verhitte gezicht van de patiënt.

De bloemen en versieringen van de vorige trouwerij waren nog in de kerk aanwezig en hoewel Karen wist dat ze niet voor haar waren aangebracht, vond ze dat de strenge kerk er toch vriendelijker door leek. Iemand drukte haar een boeket in de handen terwijl ze over het pad in het midden van de kerk liep. De dienst begon. Vaag merkte Karen dat Mr. Pilbright links van haar stond en dat Miss Pilbright haar boeket overnam. Achter hen stonden nog een paar mensen. Christopher was heel bleek geworden. Wat voelde hij, vroeg ze zich af. En waarom trouwde hij met haar?

Automatisch gaf ze antwoord en luisterde ze naar Christopher. Toen was het voorbij. Het trouwregister werd getekend. Ze pakte haar bloemen aan en liep de kerk door naast Christopher. Hij hield de ogen gesloten en ze vond dat hij er bijzonder moe uitzag.

Ze wachtte terwijl hij in de ziekenauto werd gedragen. Ze keek naar de auto die een eindje verderop klaar stond, een dure auto. Vragend keek ze naar Mr. Pilbright.

‘Ja, die is voor jou,’ zei hij zakelijk. ‘Een van de auto’s van Christopher. Hij heeft hem voor jou laten komen.’

‘Oh.’ zei ze ademloos. ‘Dat is aardig van hem.’ Ze ging wat opzij zodat Miss Pilbright eerst kon instappen. Maar Mr. Pilbright stak zijn hand uit en plotseling drong tot haar door dat ze alleen moest gaan. Ze schudde hun de hand en bedankte hen voor alles wat ze voor haar gedaan hadden. Haar gevoel van paniek onderdrukte ze.

Daarna stapte ze in de grote auto. Mrs. Thirlby gaat op huwelijksreis, kompleet met bruidsboeket, een trouwring en een verlovingsring!

En een echtgenoot natuurlijk. Maar hij wilde haar liever niet vaker bij zich hebben dan nodig was.

Waarom toch was hij met haar getrouwd?