EERSTE BOEK - De zachte kern
Mannen van de daad zijn uiteindelijk slechts het gereedschap van mannen van de geest
- VRIJ NAAR HEINRICH HEINE
Een
Het platteland van Virginia/Los Angeles
-
'Ze moest ontslagen worden... en dat is dan ook gebeurd.'
'Je bedoelt dat jij haar hebt ontslagen.'
'Ik?'
'Jazeker. Daar gaat het nu om.'
De jongste van de twee mannen had zwart haar, een haviksneus en doordringende blauwe ogen; de oudere was slungelachtig, met afhangende schouders, een ronde rug en een kapsel dat een aureool van suikerspin leek te vormen. Ze hielden stil op een pad van blauwe stenen dat in concentrische cirkels door een perfect onderhouden Engelse tuin leidde. De namiddagzon glipte door de iepen en de elzen en zo nu en dan kwam het takje van een hyacint of het kronkelende hout van een wingerd in een felle gloed te staan.
'Ik begrijp niet wat je daarmee wil zeggen,' zei de jongere man. Hij was gekleed in een wit overhemd met openstaande boord; de mouwen waren opgerold en lieten zijn stevige bovenarmen zien.
'Echt niet?' De oudere man had het gezicht van een geboren leider: machtig, sluw, iemand die in staat was je met een zachtaardige, ontwapenende blik te bedriegen. Wel had de tijd hem uitgerust met ingevallen wangen en dunnend haar, terwijl hij in de loop der jaren ook een zenuwtrek had gekregen. Alleen de blik was nog steeds even geslepen, als de ogen van de buurt jongen die je uitdaagde in de hoogste boom te klimmen, op de achterbumper van de streekbus mee te rijden en die altijd op je neerkeek, of je nu wel of niet gehoor gaf aan zijn uitdagingen.
'Toen ik nog wat jonger was dan jij nu,' zei de oudere man, 'bracht ik nogal wat tijd door bij onze neefjes in Londen. Daar komt mijn voorliefde voor tuinen vandaan.'
'Maar niet voor tuinieren.' Russell Slade, de jongere man, probeerde tevergeefs een sarcastische ondertoon te onderdrukken. 'De Britten zijn er gek op.'
'En daar hebben ze groot gelijk in.' Bernard Godwin, de oudere man, knikte bevestigend. 'Wie niet veel ruimte tot zijn beschikking heeft, doet er goed aan daar zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan.' Godwin draaide zich abrupt om en keek Slade recht aan; hun ogen hielden elkaar vast. Slade wist dat het van het grootste belang was niet weg te kijken, want Godwin zou dat als een teken van zwakte beschouwen. 'Maar dit is Amerika, Russell, en ruimte is hier nooit een probleem geweest. Dat is het enige echte voordeel dat we hebben op de Engelsen, de Europeanen, de Japanners.'
'Wat? Ons grondgebied?'
'Niet zozeer ons grondgebied, dat niet alleen. Het gaat er meer om dat de manier waarop wij met anderen omgaan voor een groot deel wordt bepaald door onze natuurlij ke rij kdommen. Wat dat betreft zijn we verwant met de Sovjets.' Bernard Godwin sprak nooit over de Russen. Het waren altijd de Sovj ets en er was een groot verschil tussen die twee termen. De Russen, dat was slechts één bevolkingsgroep die leefde op het grondgebied van de USSR, samen met de Litouwers, Esten, Letten, die de Baltische republieken bevolkten; de Georgiërs en Armeniërs, de Transkaukasische volkeren; het volk van Oekraïne en niet te vergeten de islamitische minderheden, die deel leken uit te maken van een heel andere microkosmos. Godwin had al die bevolkingsgroepen uitgebreid bestudeerd. Datzelfde gold natuurlijk voor Russell Slade; zijn conclusies weken alleen nogal af van die van Godwin. Het idee om de Russen te helpen met hun buitengewoon ingewikkelde minderhedenproblematiek kwam hem absurd voor. Glasnost of niet, een Rusland in moeilijkheden was in zijn ogen een Rusland dat onder controle kon worden gehouden.
Russell Slade schudde zijn hoofd. De hele kwestie had voor De Promenade afgedaan. Waarom bleef Bernard er toch over bezig? Hij zei: 'Wat heeft dit te maken met het opnieuw binnenhalen van Tori Nunn?'
Goldwin maakte een gebaar met een van zijn slanke, vrouwelijke handen; de gerimpelde bovenkant werd ontsierd door levervlekken. 'Tori Nunn was van het begin af aan jouw probleem. Dat is ze nog steeds.'
Slade begreep uit die ene onverwachte reactie dat hij te ver was gegaan. Hij deed een mentaal stapje terug, naar een veiliger positie, en bereidde zich erop voor zijn straf als een man te ondergaan. Hij knikte. 'Goed dan. Ik geef toe dat het misschien fout is geweest haar op die manier weer binnen te lokken.'
'Dat geldt zeker ten aanzien van Solares.'
'Ja. Het is heel jammer dat we een dergelijke waardevolle agent hebben verloren.'
Godwin zei: 'Ik wil je eraan herinneren dat we het niet over een partijtje honkbal hebben. Er is meer aan de hand dan dat de tegenpartij een puntje heeft binnengehaald. Een van onze mensen is dood.'
Dus daarom heeft de ouwe me opgetrommeld, dacht Slade. Hij leeft hier te midden van steen en riet, vogels en bloemen in zijn pastorale zomerhuisje. Maar de ouwe zelf heeft niets pastoraals over zich. Hij is nog even giftig als altijd.
Hij keek naar Bernard Godwin. Als Slade al ooit de illusie had gehad dat hij alle touwtjes in handen kreeg op het moment dat hij werd benoemd tot directeur van De Promenade, was hier het bewijs dat de zaken anders lagen. Bernard Godwin, de man die De Promenade had opgericht, bevond zich nog steeds als een spin in het web, ondanks geruchten dat hij ziek zou zijn of zelfs op sterven na dood.
Het was Russell Slades grootste wens zelf over Godwins macht te kunnen beschikken. Met behulp van misleiding, behendigheid en bedrog, de drie geheime deugden die Godwin propageerde, was Slade sneller en verder dan wie ook doorgedrongen tot in het labyrint van Bernard Godwins onwettige geesteskind. De Promenade was voor een deel een spionagenetwerk, voor een deel een onderzoeksinstituut dat de hele wereld tot zijn terrein rekende. Russell was briljant als het ging om het interpreteren van de onsamenhangende gegevens die veldwerkers hem vanuit alle hoeken van de wereld aanleverden; aan de hand daarvan wist hij de meest vernuftige onderliggende strategieën boven tafel te krijgen. Geef hem één stukje van de puzzel en hij zal je na verloop van tijd de hele afbeelding voorleggen. Godwin bewonderde die gave en had hem naar behoren beloond. Slade had echter het vermoeden dat de oude man ook enigszins jaloers op hem was. Hoewel zijn handen steeds magerder waren geworden, misvormd door gewrichtsontsteking, weigerden ze nog steeds om de teugels van de macht te laten vieren. En Slade beschikte over een kwaliteit die de oude man nooit meer zou kunnen verwerven: zijn jeugd. Hoewel Slade De Promenade nu in zijn geheel bestuurde, had Godwin hem nog steeds niet onthuld wat het hoogste niveau was waarop hij zijn wereldwijde contacten onderhield. Slade had geen flauw idee waaraan Godwin de macht ontleende die zelfs staatshoofden ertoe bracht voor hem door het stofte kruipen. De Promenade, met inbegrip van haar peetvader Bernard Godwin, gehoorzaamde alleen aan zichzelf en het was die macht waar Russell Slade op uit was. Mijn tijd is nu gekomen, dacht hij terwijl hij zag hoe de oude man naar zijn geknotte Engelse taxusbomen keek. Verdomme, geef Slade wat Slade toekomt!
'Russell, laat me je een goede raad geven,' ging Godwin verder. 'Op het moment dat je geen controle meer hebt over het leven en de dood van je veldwerkers, is de tijd gekomen om af te treden.'
'Dat zeg je alsof dit de eerste keer is dat we iemand in het veld hebben verloren.'
Weer dat gebaar met die vrouwelijke hand. 'Natuurlijk hebben we vaker agenten verloren. Maar in mijn tijd ging het om offers voor een hoger doel. Hun dood was altijd een zinvolle. Alles was van tevoren uitgedacht. Begrijp je?'
Slade begreep dat Godwin zich zonder omhalen wilde distantiëren van de huidige situatie en hij begreep ook dat zijn eerste zorg was om het machtsevenwicht te herstellen dat Godwin hem had ontnomen. Godwin deed niets liever dan zijn mensen een flinke por geven. Hij was ervan overtuigd dat hij hen onder druk moest zetten; dat scherpte het verstand en bracht het beste bij hen naar boven. En zo niet, dan werden ze aan de kant gezet.
Zonder ook maar iets van zijn gedachten te verraden, zei Slade op vlakke toon: 'Weet je, Bernard, volgens mij luister je te veel naar zekere elementen in de regering, die zogenaamde "adviseurs" die zich gedragen als persoonlijke exegeet van de president en de hele moderne geschiedenis het liefst zouden willen herschrijven. Dat laatste geldt voor jou trouwens ook. De Promenade heeft behoorlijk wat mensen verloren door de KGB-operatie Boemerang, maar jij doet net alsof het niet gebeurd is.'
Godwin bromde. 'Oude koeien.'
'Echt? Het streven om Sovjet-dissidenten te helpen was bijna een obsessie voor je, als ik zo vrij mag zijn, en we weten precies wat de gevolgen daarvan waren. Het heeft ons tien goede agenten gekost, verkwanseld aan de KGB, die zelf een groepje pseudo-dissidenten had samengesteld. De KGB heeft er heel wat mensen mee om de tuin geleid, en jou ook, de belangrijkste Sovjet-expert ter wereld.'
'Het was een nachtmerrie, dat geef ik toe,' zei Godwin. 'Je mag best weten dat het me een aantal slapeloze nachten heeft bezorgd. Maar uiteindelijk heb ik die hele uitglijer maar afgedaan als een tijdelijke storing van mijn belangrijkste wapen: cynisme.'
Slade, die bedacht hoe cynisch Godwins reactie op zichzelf al was, schudde zijn hoofd. 'Nee, jouw fout was dat je te veel vertrouwen stelde in je vrienden daar.'
'Uiteindelijk zijn het je vrienden die je maken tot wat je bent,' zei Godwin vastberaden.
'Zelfs in het schimmige wereldje waar wij in rondwaren?' vroeg Slade sceptisch.
'Juist in ons wereldje.' Het was heel verleidelijk Bernard te geloven, zelfs als je hem ervan verdacht dat hij je een rad voor ogen draaide. 'Ik weet niet hoe jij erover denkt, Russell, maar als ik indertijd op hete kolen had gezeten in Istanboel of Praag, of in zo'n ander rood tyfusoord, in de wetenschap dat de tegenpartij me had ontmaskerd en me te grazen wilde nemen... dan zou ik behoefte hebben aan een vriend, en niet aan de een of andere agent die me misschien wel of misschien niet heeft verraden.'
Hij etaleerde een flauw, ironisch glimlachje en Slade had het gevoel alsof zijn maag zich zou omdraaien. 'Het spijt me,' zei Godwin op zachtaardige toon. 'Ik vergeet weieens dat jij geen ervaring in het veld hebt.' Een terechtwijzing of alleen maareen nuchtere constatering? Met Godwin wist je het nooit. 'Jouw specialiteiten liggen elders, Russell, en geloof me, ik weet ze te waarderen.'
'Verdomme, ik weet zeker dat ik de juiste beslissing heb genomen,' zei Slade. 'Ik was ervan overtuigd dat Ariel Solares Tori mee zou krijgen. Ik had een lekkertje nodig, want anders wist ik dat ze er gezien de omstandigheden niet eens over na zou denken.'
'Natuurlijk niet,' zei Godwin, gretig inhakend op de opening die Slade hem had gegeven. 'Maar als je een bondgenoot van haar had gemaakt in de tijd dat ze voor je werkte, als je je niet van haar had vervreemd maar haar je vriendschap had aangeboden, was dit ook allemaal niet nodig geweest. Tori zou dan nog bij ons zijn en Ariel Solares zou nog leven.'
Als Godwin een verbale stoot onder de gordel gaf, kon je die maar het beste negeren. Godwin was gevoelig voor argumenten, niet voor kreten van verontwaardiging. 'Solares had de opdracht gekregen haar nieuwsgierig te maken naar het project waar hij aan werkte,' zei Slade. 'En omdat ik bovendien wilde controleren of ze nog steeds in conditie was, moest hij haar in een situatie brengen die haar fysiek en mentaal op de proef zou stellen. Er viel niets op het plan aan te merken; het was goed uitgedacht en psychologisch volkomen verantwoord. Maar Solares moet ergens een steekje hebben laten vallen en iemand schakelde hem uit.'
'Solares was jouw man. Het hele project was van jou en ik heb me er niet mee bemoeid. Maar nu is de tijd gekomen om je motieven onder ogen te zien. Waarom was jij zijn directe contactpersoon? Omdat jij Tori Nunn zelf uit haar isolement wilde lokken, Russell, omdat je haar weer binnen je invloedssfeer wilde krijgen.'
'Voor wat betreft het ontslag van Tori Nunn,' zei Slade, 'moet ik je eraan herinneren dat je daar je zegen aan hebt gegeven.' Het was een opmerking waar hij onmiddellijk spijt van had. In een poging het machtsevenwicht weer enigszins te herstellen, was hij in één van Godwins verbale vallen gelopen.
'Ik heb je mijn toestemming gegeven, Russell, dat is alles.'
Slade keek hem aan. 'Probeer je me nu te vertellen dat je het er niet mee eens was?'
'Het lijkt wel of je me niet wilt begrijpen,' zei Godwin, die behendig het antwoord vermeed dat Slade van hem wilde horen. 'Het was jouw beslissing. En nu ben jij degene die de complicaties onder ogen moet zien.'
'Welke complicaties?' zei Slade. 'De situatie is glashelder.'
'Onzin,' zei Godwin, die zich naar Slade toeboog. 'Jouw verhouding tot Tori Nunn is na al die tijd nog steeds een probleem. Jazeker, je nam de juiste beslissing toen je Solares inschakelde, Russell, maar je moet leren inzien dat je het deed om de verkeerde redenen. De "situatie", zoals jij dat noemt, zit vol psychologische haken en ogen.'
'Ik zal me hoogstpersoonlijk gaan bezighouden met de kwestie Tori Nunn,' zei Slade kwaad. 'Is het zo goed? Ben je nu tevreden?'
'Ik wil dat mijn directeur zich volledig op de crisis concentreert, dat is alles,' zei Godwin sussend. Hij pauzeerde even om de spanning te verdrijven; Bernard Godwin wist beter dan wie ook hoe je een gesprek moest orkestreren. 'Wat hebben de zaakwaarnemers je verteld?' De zaakwaarnemers waren de juridische specialisten van De Promenade die op pad werden gestuurd om de situatie ter plekke te analyseren.
'Nog niets,' zei Slade. 'De identiteit van Solares' moordenaar is vooralsnog onbekend.'
'Ook geen vermoedens?' vroeg de oude man.
'Daar speculeer ik niet over,' zei Slade, die zich ergerde omdat de oude man er nog steeds brood in zag hem uit te testen. 'Dat heb ik van jou geleerd, Bernard. Speculeren leidt meestal tot onjuiste conclusies.'
Godwin knikte. 'Je zei dat Solares een steek had laten vallen. Er is natuurlijk ook een andere mogelijkheid. Iemand is je een stap voor. Wat we nodig hebben, is een deugdelijke, offensieve strategie.'
'Natuurlijk,' zei Slade. 'Elke situatie kent zijn meester, elk specialisme heeft zijn sensei. We hebben Tori Nunn hard nodig. Alleen haar expertise kan ons uit de problemen helpen.'
'Juist,' zei de oude man, 'en jij hebt zojuist het aanbod gedaan haar hoogstpersoonlijk terug te halen. Dat waardeer ik in je, Russell. Zorg er wel voor dat het daar niet bij blijft.'
Plotseling begreep Slade hoe makkelijk hij zich had laten verleiden tot een persoonlijke betrokkenheid. Hij was ervan overtuigd dat een dergelijke inzet gevaarlijk was voor het leven in de schaduwwereld, mogelijk zelfs fataal. In de visie van Russell Slade was er geen plaats voor gevoelens in zaken die met De Promenade te maken hadden. Dat had hij Tori keer op keer duidelijk proberen te maken, zonder succes.
'We moeten vooral niet vergeten op welke manier we Solares hebben verloren,' zei Godwin intussen. 'De moordenaars hielden niet zomaar een pistool tegen zijn hoofd. Ze zorgden voor een hoop kabaal. De bedoeling was dat we meteen de ernst van de situatie zouden begrijpen, dat we de klap hier, een paar duizend kilometer verderop, zouden horen. Ze wilden ons voor schut zetten, verdomme. Daar is maar één antwoord op mogelijk. We moeten ze naar de keel grijpen.'
Russell Slade vroeg zich af hoe hij zich kon bevrijden van Bernard Godwins tirannie en tegelijkertijd ingewijde kon blijven van zijn informatiekanalen. Hij moest er op zijn eigen manier zien achter te komen wie Ariel Solares had vermoord, maar zou daarnaast zijn eigen doelstellingen niet uit het oog verliezen, zoals een briljante leider als Slade betaamde. En waarom ook niet? dacht hij. Bernard verzweeg indertijd zijn bedoelingen met betrekking tot de Sovjet-dissidenten, dus waarom zou ik niet mijn eigen geheimpjes mogen hebben?
Tori werd wakker en hoorde een boomkwartel. Hij zat in een van de bougainvilles die ze kon zien als ze op haar rechterzij lag en door het open raam naar buiten keek.
Het duurde even voor ze wist waar ze was. Toen herinnerde ze het zich: Los Angeles. Thuis.
Het grote bed was zalig; ze had geen enkele behoefte op te staan. Ze rekte zich uit en tegelijkertijd hoorde ze de slaapkamerdeur opengaan. Haar moeder glipte naar binnen. Ze droeg een elegante jurk van zijde en fluweel, pantoffels van kalfshuid. In haar handen hield ze een dienblad met eten, sap, koffie.
Ze glimlachte. 'Zo, liefje. Je bent wakker.'
Hoe ben ik hier terechtgekomen? Tori knipperde in het zonlicht, sloot haar ogen en herinnerde zich...
... de geur van sigarerook en marsepein, uitlaatgassen en dure zonnebrandolie. Vochtige aarde en schimmel. Licht en schaduw, een idiote lappendeken van beelden, een warboel van geluiden... het piepen van een rat... de atmosfeer van de angst terwijl ze levend werden begraven... Ik wil dit niet weten.
... de zoete geur van de liefde, de intieme dampen, het weelderige wegvallen van elke afweer, een verdovende drank die door de huidporiën naar binnen wordt gezogen. En toen... het hoofd van een dode dat openbloeit en nogmaals die angst in de lucht, die haar komt opeisen... een explosie die haar minnaar doodt, hun arendsnest vernietigt, haar pas gevonden vrede; haar toevluchtsoord.
Ik wil dit niet weten.
'Het is zo fijn om je weer thuis te hebben, liefje,' zei Laura Nunn. 'We waren heel bezorgd toen we je telefoontje kregen. Hoe ben je in godsnaam op een politiebureau in San Francisco beland?'
Tori dreef de duistere gedachten uit haar hoofd; ze waren onverdraaglijk. Ze dwong zichzelf overeind te komen en vroeg: 'Waar is papa?' In haar stem klonk zowel zorg als gelatenheid door.
'Ellis is op kantoor.' Laura Nunn zette het dienblad op bed. 'Ik moest hem verontschuldigen, maar je weet hoe je vader is, net kwikzout...' Ze deed een hand voor haar mond. 'Zei ik kwikzout? Ik bedoel natuurlijk kwikzilver.' Ze lachte even, in verlegenheid gebracht. 'Ik heb nooit kunnen begrijpen hoe iemand genoeg heeft aan drie uur slaap per nacht. Maar Ellis is een gewoontedier. Hij slaapt nog steeds van drie tot zes en geen minuut langer.'
Tori bestudeerde haar moeder. Als jonge vrouw was ze oogverblindend geweest, als volwassen vrouw een indrukwekkende verschijning en nu ze begin zestig was, vormden haar haren nog steeds een lange kastanjebruine waterval. Haar ogen waren helder groen en haar onopgemaakte gezicht toonde geen enkele rimpel of smet. Het was moeilij k te geloven dat ze echt ouder was geworden. Maar ach, dacht Tori, zo hoort dat nu eenmaal in Los Angeles. Met een combinatie van de juiste genen en de beste plastisch chirurgen was de plaatselijke jet-set erin geslaagd de ouderdom te verbannen, zoals Adam en Eva verbannen waren uit het paradijs.
Laura Nunn sloeg het linnen servet uit en spreidde het uit op het dekbed.
'Zo. Maria heeft kosten noch moeite gespaard al je lievelingskostjes te bereiden.'
Tori keek naar het porseleinen bloemetjesservies, het Tiffany-tafelzilver uit de jaren dertig. Er kwamen duizelingwekkende beelden van haar jeugd bij haar op; de jonge jaren die ze had doorgebracht binnen de grenzen van Diana's Garden, dit moderne Xanadu dat haar ouders hadden laten bouwen. Laura Nunn begreep de aarzeling van haar dochter verkeerd en zei:
'Liefje, het zou doodzonde zijn om al dat kostelijke eten te laten staan. Je weet hoe geweldig Maria kan koken en ze is er altijd op uit geweest je te verwennen.'
Tori schonk haar moeder een afwezige glimlach, een gewoonte uit haar kindertijd die haar zo vertrouwd was dat ze er nauwelijks over na dacht. Zodra ze de eerste hap had genomen, merkte ze dat ze uitgehongerd was.
'Ellis heeft me beloofd dat hij vandaag vroeg thuis zou zijn, liefje. Maar je moet me wel beloven dat je geen ruzie met hem maakt.'
'Ik heb nooit ruzie met hem,'' zei Tori voordat ze er erg in had. Laura Nunn stond op. 'Misschien wil je een tijdje alleen zijn.'
'Nee.' Tori strekte haar handen uit en trok haar moeder terug op het bed.
'Ik ben alleen maar een beetje... in de war.' Ze glimlachte. 'Natuurlijk maak ik geen ruzie met papa. Dat is allemaal verleden tijd. Dat beloof ik je.'
'Goed.' Laura Nunn keek haar dochter glimlachend aan. 'Nu kunnen we praten over de dingen die er werkelijk toe doen. Jouw geluk. Ik begrijp dat je nog steeds alleen bent.'
Tori voelde hoe haar hart zich samentrok. 'Moeder, ik waardeer het dat je je daar druk om maakt. Maar ik denk dat ik de mannen voor een tijdje heb opgegeven.' Ze zag haar moeder verbleken van schrik. In weerwil van zichzelf moest Tori lachen. 'Nee, nee, dat bedoel ik niet. Op het moment ben ik liever alleen.'
'Maar liefje toch, dat klinkt zo triest.' Tori had het gevoel dat haar moeder steeds terugviel op haar rol in Possessed, een film waarin ze de moeder van een onschuldige verschoppeling speelde. Of was dat een gedachte die haar onrecht deed? 'Je hebt gezelschap nodig. Dat geldt voor iedereen. Het is net zoiets als warmte of licht, iets noodzakelij ks waar we niet buiten kunnen.'
'Er zijn heel veel mensen die alleen zijn, mam,' zei ze zonder veel overtuigingskracht. Weer zo'n antwoord dat eruit floepte.
'Natuurlijk wel,' zei Laura Nunn. 'Maar dat wil nog niet zeggen dat het goed is. Ik wil dat je gelukkig bent. Dat is alles wat ik heb ooit heb gewild voor jou en... voor Greg.'
'En dat terwijl papa...'
'Tut tut liefje, wat heb je me ook alweer beloofd? Je vader is net als een hond die met zijn bot speelt. Ik geloof niet dat hij zijn speelgoedje ooit weg zal leggen.' Laura Nunn keek naar haar dochter en omhelsde haar toen.
'Ach, Tori, als je eens wist hoeveel je op hem leek.'
'Misschien dat hij zich daarom zo afkeurend gedraagt tegenover mij.' Ze had het schertsend willen zeggen, maar de verbittering die uit haar woorden sprak, was onmiskenbaar. Laura nam Tori's handen in de hare. 'Maar schatje toch, hij keurt jou niet af. Ik begrijp niet waar je dat idee vandaan haalt. Hij was alleen nogal... teleurgesteld' - haperde ze daar even, of zocht ze alleen maar naar het geschikte woord? - 'toen Greg... niet aan zijn verwachtingen voldeed.'
'Verdomme, mam,' riep Tori uit. 'Greg heeft niets gedaan om papa's verwachtingen te beschamen. Hij stierf.'
'Nou, je vader...'
'Ik weet het wel. Voor hem is dat hetzelfde.' Ineens werd ze zich ervan bewust hoe zacht de handen van haar moeder waren tegen haar eigen eeltige vingers.
'Nu heb ik je helemaal van streek gemaakt. Dat is helemaal mijn bedoeling niet, liefje.'
Welke rol speelde Laura Nunn nu weer? vroeg Tori zich verwonderd af.
'Je hebt me niet van streek gemaakt,' zei ze en viel terug in haar kussens. Ik ben alleen maar... moe.' Als haar moeder eufemismen kon gebruiken, kon zij dat ook.
'Maar natuurlijk.' Laura Nunn stond op en pakte het dienblad. 'Ga maar weer lekker slapen, schatje. Ik heb iedereen opgedragen je niet te storen. Er wordt vandaag niet gestofzuigd op deze verdieping.'
Dat was in ieder geval iets, dacht Tori. Haar moeder stond erom bekend dat ze elke dag haar huis liet stofzuigen, zelfs op zondag.
'Mam, blijf je vanmiddag thuis?'
Laura Nunn glimlachte. Ik heb om drie uur een afspraak in de studio.'
Ze had het altijd over 'de studio', of het nu Paramount, Warners of Disney was. Een gewoonte die ze had overgehouden aan de goede oude tijd in Hollywood. Ik denk niet dat ik voor zessen thuis ben, maar ik zal Maria vragen je eten ruimschoots van tevoren bij je te brengen.'
'Nee, niet doen,' zei Tori. Ik wacht liever tot je thuis bent, dan kunnen
' we in de eetkamer zitten.'
Laura Nunn schonk haar de glimlach die honderd miljoen bioscoopbezoekers van over de hele wereld zo goed kenden. 'We zien wel, liefje. Zorg eerst maar dat je wat slaap krijgt.'
Toen ze alleen was, moest Tori zuchten, alsof ze haar adem had ingehouden gedurende de hele tijd dat ze met haar moeder samen was geweest. Ze vroeg zich vluchtig af hoe haar vader al die jaren was omgegaan met een vrouw die zoveel macht had over de mensen om haar heen.
Acteurs waren anders dan gewone sterfelijken. Ze wisselden even makkelijk van karakter of emotie als anderen dat met kleren deden. Dat vermogen om van gedaante te verwisselen, onmisbaar voor iemand die iets wil bereiken op het witte doek, zorgde in een gezinssituatie voor onzekere en soms griezelige relaties. Vaak leek het of je verdwaald raakte in een jungle van spiegels.
Het probleem met acteurs, zo wist Tori al op jonge leeftijd, was dat ze nooit ophielden met acteren. Als ze een bepaalde emotie bij je opriepen, wist je nooit zeker of ze oprecht waren of dat ze op de een of andere onbewuste manier hun acteertalenten oefenden. Ze beneed haar vader niet. De kanten gordijnen sloegen tegen het schuifraam en de kamer werd gevuld met de geur van de palissanderboom, de seringen, de bougainvilles die in de tuin stonden. Slaande gordijnen, naar binnen wapperend vanwege een gat dat in de muur is geslagen vanwege een kneedbom... verschroeide kleren, verschroeid vlees... de geur van de dood die in haar neus blijft zitten als stuifmeel... Ariel, veel tijd was ons niet gegund... Impulsief gooide Tori het dekbed van zich af en zette haar voeten op het Isfahan-tapijt. Ze stond, voelde een opkomende duizeling, ging onmiddellijk inprana, ademde diep, langzaam, uitvoerig. Ze had het gevoel alsof ze in één nacht van San Francisco naar Los Angeles was gereden, van de duisternis naar het licht, van een monochromatische fluorescentie naar veelkleurig neon. Ik wil dit niet weten.
Ze trok haar kleren uit en nam eerst een gloeiend hete douche, toen een ijskoude. Ze trok een shirt zonder mouwen en een korte broek aan, maakte zich maar lichtjes op en waagde zich toen in de gang. Ze hoorde niet veel en stelde zich voor hoe de bediendes op hun tenen door de gangen liepen om haar niet wakker te maken. Ze legde haar hand op de opgepoetste, antieke mahoniehouten trapleuning, tuurde over de balustrade naar de grote ontvangsthal beneden. Een zee van Carrera-marmer strekte zich voor haar uit, bronzen bustes van Cesare Borgia, Niccolo Machiavelli, Cosimo de'Medici vormden Ellis Nunns eerbetoon aan de Florentijnse renaissance. Het verbaasde Tori en deed haar verdriet dat Michelangelo, DaVinci, Fra Angelico, Donatello en Cellini geen plaats hadden veroverd in het historisch overzicht van haar vader, alsof politieke inzichten en bloederige oorlogen de belangrijkste elementen waren die de Italiaanse renaissance had voortgebracht.
Toen ze in de hal kwam, opende ze de deur naar de studeerkamer van haar moeder; het kantoor van haar vader bevond zich in de andere vleugel van het huis. Als altijd was er weinig veranderd. De houten wanden waren voorzien van meerdere lagen lak, zodat ze glommen als opaalsteen. De kamer werd beheerst door een uitgelezen verzameling foto's, de meeste in zwart-wit, sommige in kleur. Ze hingen niet alleen aan de muur, maar stonden ook op de kleine vleugel, de Regency secrétaire en bijpassende commode gemaakt van vruchtbomehout en op de satijnhouten bijzettafeltjes bij de Franse zitbank van gebloemd sits. Het ging zowel om portretten als om vitrinefoto's van films. Op elke foto stond Laura Nunn. Op elke foto werd Tori's moeder afgebeeld in een dromerige, met maanlicht beschenen wereld. Tori dwaalde door de kamer en bedacht dat het creëren van een dergelijke etherische en subtiele belichting een kunst op zichzelf was. Het was geen wonder dat zoveel mannen verliefd op haar werden en zoveel vrouwen haar benijdden. The Hollywood Reporter had Laura Nunn ooit 'de Laatste van de Grote Filmgodinnen' genoemd. Door de jaren heen hadden haar films niet aan kracht ingeboet. Integendeel: de meeste waren van historisch belang geworden, en niet alleen omdat ze geregisseerd werden door Alfred Hitchchock, Howard Hawks of John Huston. Ze waren illustratief voor een vrouw die weigerde zich neer te leggen bij het geijkte sjabloon van superster, zoals dat werd gedicteerd door de oude filmstudio's van Hollywood. Laura Nunn was misschien een filmgodin, hetgeen haar zowel een voordeel als een nadeel opleverde ten opzichte van haar medespelers, maar ze kon ook acteren. En daarin lag haar grote betekenis.
Tori glipte van de studeerkamer van haar moeder naar de daarnaast gelegen suite, de kamer van Greg. Vreemd genoeg was er daar wel iets veranderd. De mannelijke kleuren waar Gregs voorkeur naar uitgingen, blauw en wit, overheersten nog steeds. De vaantjes van de Technische Hogeschool van Californië, de medailles, de sporttrofeeën die hij had overgehouden aan de nationale kampioenschappen duiken, de paardenrennen en lacrosse. Ze zag de bekende foto's van haar oudere broer. Maar er was meer bij ge komen.
Alsof ze door de tijd werd ingehaald, stond Tori oog in oog met foto's van haarzelf, het stereotype gebruinde meisje uit Californië: lang blond haar dat de zon weerkaatste, een getraind, atletisch lichaam met brede schouders en krachtige dijen. Groene ogen die ver uit elkaar stonden en je zo direct aankeken dat ze niets leek te verbergen, terwijl ze tegelijkertijd oplichtten met het vuur van de ambitie. Voor de eerste keer viel het haar op dat alle foto's zowel door het zonlicht als door het reflecterende water werden belicht. Het zwembad. Het zwembad van Diana's Garden was zowel een toevluchtsoord als een bewaarplaats van herinneringen. Een soort museum van de geest. Ze dacht aan het koele water dat zich boven haar hoofd aaneensloot en aan haar vader die aan de rand van het zwembad stond en zich vooroverboog. Hij zei: Je zwemt bijna net zo goed als Greg, meisje met je engelachtige ogen. Bijna net zo goed.
Ik wil dit niet weten.
Toen zag ze twee vergeelde knipsels, vastgeklemd achter een van de fotolij sten. Met kloppend hart trok ze de papiertjes los en vouwde ze open. Het eerste knipsel was een krantefoto van Greg en de kosmonaut Viktor Shevchenko. Ze hadden hun handen triomfantelijk boven hun hoofd samengevouwen en lachten naar de camera. Hun ruimtepakken waren voorzien van het gecombineerde NASA-CCCP-logo en ze waren op weg naar het lanceerplatform van het Tyuratam/Baikonur-ruimtevaartcentrum in Rusland. Op de achtergrond kon een gigantische lanceerraket worden onderscheiden, de SL-17 Energiya met zijn zes draagraketten. Tyuratam, USSR, 17 mei (AP) - Na een succesvolle lancering van hun Odin- Galaktika II zijn de Amerikaanse astronaut Gregory Nunn en de Sovjet-kos- monaut Viktor Shevchenko begonnen aan de eerste etappe van een bemande vlucht naar de planeet Mars. Indien de missie slaagt, is dit een historische dag in de geschiedenis van de mensheid.
Het ging om een project dat zo groot en kostbaar was dat de twee super- machten besloten om hun inspanningen en technologische capaciteiten te bundelen. Ter voorbereiding van dit project hebben functionarissen van de NASA meer dan een jaar op deze lanceerbasis doorgebracht... Tori hield op met lezen; ze kende het hele verhaal uit haar hoofd. Haar ogen dwaalden af naar de foto van Greg en Viktor Shevchenko en ze werd getroffen door hun sterk gelijkende gezichten: beiden waren knap, wilskrachtig, zelfverzekerd. Het was alsof astronauten een apart ras vormden, onverschillig ten opzichte van de onbeduidende verschillen van ras en nationaliteit. Maar natuurlijk, Greg was van Russische afkomst, net als Tori zelf. Ze vond dat wel iets ironisch hebben.
Tori wist al waar het tweede knipsel over moest gaan voor ze de afdruk op krantenpapier zag van Gregs officiële NASA-portret. In een soort van zelfkastijding dwong ze zichzelf het bijbehorende artikel te lezen. Moskou, USSR, 11 dec. (AP) - Gregory Nunn, de Amerikaanse astronaut die een team vormde met zijn Sovjet-collega Viktor Shevchenko, is officieel dood verklaard. Dit werd vrijdag te kennen gegeven in een gezamenlijke ver- klaring van het Sovjet-persbureau Tass en een Amerikaanse diplomatieke vertegenwoordiging.
Nunn vormde de helft van het legendarische Sovjet-Amerikaanse duo dat de Odin-Galaktika II bestuurde in een eerste poging met een bemand voer- tuig op de planeet Mars te landen. Die missie kwam zes weken geleden voor- tijdig tot een eind toen 'een incident van onbekende aard' ertoe leidde dat Nunn werd gedood en de Odin-Galaktika H-module ernstig werd bescha- digd.
Nadat het beschadigde ruimtevoertuig erin was geslaagd naar de aarde te- rug te keren en gisterochtend vlak na middernacht werd opgepikt, kon de dood van Gregory Nunn officieel worden bevestigd. Voor wat betreft de ge- zondheidstoestand van Viktor Shevchenko is alleen bekendgemaakt dat hij de vlucht heeft overleefd.
De reddingsoperatie die volgde op de noodlanding van de Odin-Galakti- ka II werd ernstig bemoeilijkt door een zware, winterse storm in de Zwarte Zee. Enige tijd werd gevreesd dat de module door de zee zou worden ver- zwolgen. Toen kleinere schepen steeds meer werden tegengewerkt door de hoge zee en slecht zicht, werd echter de Sovjet-slagkruiser Potemkin ingezet...
'Mijn god,' fluisterde Tori terwijl ze de kranteknipsels weer in de lijst klemde. Ineens kon ze het niet meer aanzien: de muur met de vaantjes, de glimmende trofeeën, de foto's die vertelden wat voor meisje ze was geweest en voor een deel nog moest zijn.
Snakkend naar adem ging ze zo snel mogelijk de kamer uit. Ze leunde tegen de gesloten deur en bleef zwaar ademend in de hal staan met slechts de machtige, renaissancistische Florentijnen en haar eigen herinneringen als gezelschap.
Later op de dag, toen de Californische zon wegzakte achter de sierlijke lindebomen en de oleander, werd Tori bij haar vader ontboden. Terwijl ze door de vertrouwde tuinen liep, verwonderde ze zich erover hoe snel ze weer in de ban was geraakt van deze plek. Het was nu al moeilijk om nog aan de buitenwereld te denken, om zich te realiseren dat er iets bestond buiten dit eenzelvige, alomvattende terrein. Net als vroeger. Ellis Nunn wachtte haar op achter in de stevige, teakhouten pergola die hij naast het zwembad van olympische afmetingen had laten bouwen. Het bouwwerk was overgroeid met een wirwar van witte en lavendelblauwe wisteria, een weerbarstige klimplant die een lange periode van droogte kon overleven en door Ellis Nunn hogelijk werd gewaardeerd.
Hij glimlachte toen hij haar zag, omhelsde haar stevig op zijn eigen typische manier, als een beer. 'Dag, engelenoog.' Het was al heel wat dat hij haar dit keer niet in het Russisch aansprak, zoals hij vaak placht te doen in weerwil van Tori's protesten - 'dan word je er tenminste aan herinnerd waar je familie vandaan komt,' zei hij dan. Hij rook naar tabak en eau de toilette, een plezierige combinatie die Tori zich nog herinnerde uit voorbije jaren.
Tori's vader had zijn naam gewijzigd vlak voor hij een verzoek indiende tot Stanford te worden toegelaten. Het was toen niet de gerenommeerde universiteit die het later zou worden, maar hij kreeg desalniettemin een uitstekende opleiding. Hij veranderde zijn naam niet zozeer omdat hij zich schaamde voor zijn oude, maar omdat hij dol was op Amerika en verlangde naar een naam die hem Amerikaans toescheen. Tori wist nog steeds niet wat nu eigenlijk een 'Amerikaanse' naam was.
Hij was een grote man en in uitstekende conditie, ondanks het feit dat hij de zeventig naderde. Zijn haar was intussen meer gri j s dan blond, maar nog even dik als in zijn jonge jaren. Het opmerkelijkst was zijn neus, die naar het idee van Tori niet bij zijn overige Russische gelaatstrekken paste. Dat was geen wonder: Ellis had zich in zijn jeugd aan plastische chirurgie onderworpen om er een standaard-Angelsaksische neus van te maken. Ellis Nunn was een man van het licht, volgens sommigen de man van het licht. Hij had van zijn vader een groothandel in gloeilampen overgenomen en was daarmee naar de Westkust verhuisd. Met behulp van de kennis die hij op Stanford had opgedaan, ontwikkelde hij de zaak tot de grootste en innovatiefste onderneming op het gebied van filmbelichting. Als je een film wilde maken met gedempt licht of een gigantische decor in een felle gloed wilde zetten, je lichtjes van sterren spectaculaire lichteffecten wilde om een explosie te dramatiseren of sterrelichtjes voor een nachtelijk tafereeltje, je behoefte had aan een delicate, sprookjesachtige fonkeling om een liefdesscène luister bij te zetten nam je contact op met Ellis Nunns This Magie Moment. Zijn dochterondernemingen waren te vinden in vrijwel elk land dat een filmindustrie van enige betekenis had: Italië, Frankrijk, Spanje, zelfs Hong Kong. Tegenwoordig waren zijn computergestuurde lichtsystemen in staat tegemoet te komen aan letterlijk elke gril van Hollywood, vooral nu Ellis gebruik kon maken van de lasertechnologie die zijn eigen researchafdeling had ontwikkeld.
Zijn werk had hem rijk gemaakt, onafhankelijk van zijn vrouw. Hij had nooit tot het verdrietige legioen 'schoothondjes' behoord, zoals ze onbarmhartig werden genoemd: echtgenoten van filmsterren die teerden op het onvoorstelbare inkomen van hun vrouw.
Terwijl ze onder de pergola door liepen, dacht Tori aan al die keren dat ze haar vader hier met Greg had zien wandelen. Ze had zich altijd afgevraagd waar de twee mannen dan over spraken en waarom ze zelf zo weinig gelegenheid kreeg met haar vader te praten en te wandelen, en zeker niet onder de ineengestrengelde wisteria, het favoriete lapje grond van Ellis Nunn.
Ze kwamen bij een zonverlicht plekj e en Ellis Nunn bleef staan. Alsof hij haar gedachten had geraden, zei hij: 'Weet je waarom ik zo gek ben op mijn pergola? Omdat niemand me hier kan zien en horen.' Hij lachte. 'Er zwerven veel te veel mensen door mijn huis.' Na zijn schouders te hebben opgehaald, liep hij verder. 'Ach, het heeft geen zin daar tegen te protesteren. Het komt door je moeder, weet je. Zelf kan ik het niet uitstaan als er vreemden in huis zijn. Wie weet wat voor figuren het zijn en wat ze allemaal uitvoeren als ze buiten mijn gezichtsveld zijn.' Hij keek haar grinnikend aan. 'Nou ja, zolang ze maar niet weten wat ik doe als ik buiten hun gezichtsveld ben.'
'Geldt dat ook voor mama?'
'Maar natuurlijk,' zei hij. 'Zij maakt de meeste drukte van het hele stel. Het probleem met haar is dat ze alles zelf wil regelen. Dat gaat natuurlijk niet, maar probeer haar dat maar eens uit te leggen. Veranderen doet ze toch nooit, in ieder geval niet echt. Onder de oppervlakte blijft ze altijd dezelfde.'
De zon scheen op het stenen beeldje van Diana, een reproduktie van het beeldhouwwerk in Mexico-stad.
Ellis Nunn wees ernaar. 'Daar hebben we je moeder: Diana de jaagster. Wist je eigenlijk dat ze oorspronkelijk Diana Leeway heette? Nee? Dat verbaast me niets. Niemand weet het en ik kan me niet voorstellen dat ze het je zelf zou vertellen. En in de studio's werkt niemand meer die oud genoeg is om het zich te herinneren. Het staat me ook niet meer bij wiens idee het was om haar Laura te noemen. De producenten vonden het in ieder geval mooi klinken en dus werd ze Laura, zowel op het witte doek als in de werkelijkheid. Voorzover je moeder weet wat de werkelijkheid is, tenminste.'
'Hoe heb je het al die jaren met haar uitgehouden?' vroeg Tori. Hij legde een wijsvinger op zijn lippen en dacht even na. 'Ken je het verhaal over de verkeersagent van Zen? Nee? Vreemd, na al die tijd die je in Japan hebt doorgebracht.'
'Papa...'
'Mijn God, Tori, je zou jezelf eens moeten zien.' Hij noemde haar alleen bij haar voornaam als hij kwaad op haar was. 'Je bent een volwassen vrouw van zesendertig en wat heb je nu eigenlijk bereikt in je leven? Voorzover ik kan zien, heb je geen baan, laat staan een carrière. En het stichten van een gezin... nou ja, daar hoeven we het niet eens over te hebben. Geef het nu maar toe, Tori, je hebt er een zootje van gemaakt. En je staat hier voor mijn neus, terwijl Greg...' Even wist hij niet hoe hij verder moest gaan. Zijn gezicht was rood geworden. Toen leek hij zichzelf weer onder controle te krijgen. 'Jij bent degene die oosterse filosofie hebt gestudeerd. Vertel me toch eens hoe het komt dat Greg, die alles mee had, wiens hele leven was uitgestippeld, een opmerkelij ke carrière die... verdomme, hij zou een van de twee mannen worden die als eerste in de ruimte leefden, die op Mars zouden landen... Heb je enig idee wat zoiets betekent?' Hij streek met een hand over zijn gezicht. 'Waarom gebeurt zoiets, Tori? Waarom is hij gestorven?'
Tori zei niets. Wat viel er te zeggen?
'Greg was voorbestemd voor grote daden. Dat wist ik op het moment dat hij was geboren.'
Ineens voelde Tori de woorden bij haar opkomen; ze kon ze niet meer tegenhouden. 'Dus dat is wat ik volgens jou met mijn leven heb gedaan: niets. Luister eens, ik ben misschien niet geworden wat jij wilde, een astronaut die de grenzen van de ruimte verlegd. Ik ben Greg niet. Jij hebt hem getraind en hij wilde precies datgene wat je voor hem in gedachten had. Jullie vormden een perfect verbond van twee opeenvolgende generaties. Je was zo trots op hem. Je begreep al zijn beweegredenen; hij was een open boek voor je. Maar je had geen flauw idee waarom ik naar Japan wilde om te studeren. Natuurlijk niet. Je hebt je hele volwassen leven in L.A. doorgebracht, een stad die even weinig met wereldpolitiek en economie te maken heeft als Fiji. Je leeft in een sprookjeswereld en hebt Diana's Garden voor jezelf gebouwd, een droompaleis in de droomwereld van Los Angeles. Is het verbazingwekkend dat je niet weet hoe ik in elkaar zit? Ik weet nog goed wat je tegen me zei. "Japan? Wat is er in vredesnaam zo belangrijk aan Japan?" Je hebt het nooit begrepen. En dat wilde je ook nooit.' Ze schudde haar hoofd. 'Ik moet jou vreselijk hebben teleurgesteld.'
Haar vader bestudeerde het laatste zonlicht dat weggleed langs de plooien van Diana's stenen jurkje. Hij had dezelfde trieste uitdrukking op zijn gezicht waar ze Greg weieens vanuit een ooghoek op had betrapt als hij dacht dat er niemand naar hem keek.
Tori liet haar hoofd zakken. Te laat dacht ze aan de belofte aan haar moeder om geen ruzie met hem te maken. Waarom zou ik ook? bedacht ze. Het gaat hier niet om mij of om mijn vader; daar is het nooit om gegaan. Het ging altijd om Greg en er is niets wat ik kan zeggen of doen dat daar iets aan zal veranderen. Terwijl ze door de stilte van de oprukkende avond werd beslopen, welde er een hevig verdriet in haar op. Ze wist dat ze kwaad was op haar vader, maar ook op haarzelf omdat ze zich keer op keer door hem op stang liet jagen.
Na een tijdje zei ze: 'Ga je me het verhaal over de verkeersagent van Zen nog vertellen?'
'Een aantal eeuwen geleden,' begon hij, 'was er een jonge boeddhistische priester die naar Tibet reisde om meer inzicht te krijgen in religie en filosofie. Hij beschikte over de juiste geloofsbrieven en een aanbeveling van zijn superieur in Midden-China. Toen hij eindelijk het klooster vond waarnaar hij had gezocht, was hij zo hoog de bergen in geklommen dat hij het gevoel had het hemelse gewelf te hebben doorbroken .Hetduurdeeven voor hij in staat was zijn ademhaling aan te passen aan de duizelingwekkende hoogte. Na verloop van tijd werd hij tot het klooster toegelaten, maar het duurde nog enkele dagen voor hij bij de hoge lama werd ontboden. Die was een oude, wijs geworden man die eruitzag als iemand van driehonderd jaar oud.
"Ik heb begrepen dat u een priester bent, maar in de overtuiging verkeert dat er nog iets ontbreekt aan uw geestelijke opvoeding."
"Dat is juist, mijnheer," zei de jonge priester op overdreven eerbiedige toon.
"Wat denk je hier dan te kunnen leren?" vroeg de oude lama.
"Gewoon, alles wat er te leren valt," antwoordde de jonge priester onmiddellijk. De oude lama keek hem aan en glimlachte. "We zullen eens zien," ' zei hij. "In de tussentijd verlang ik van u dat u 's nachts wakker blijft en de wacht houdt."
De jonge priester keek hem verward aan. "Ik ben twee maanden op weg geweest om hier te komen. Ik ben me ervan bewust hoe afgelegen uw klooster ligt. Wie zou u als vijand kunnen hebben?"
"De monnik die je hiernaartoe heeft geleid, zal je vertellen waar je vanavond moet gaan zitten," zei de lama.
'Maar ik ben een priester, geen schildwacht," protesteerde de jongeman. "En bovendien, ik ben een boeddhist. Ik heb gezworen dat ik geen enkel schepsel ooit enig kwaad zal doen. Ik mag de grond niet eens bewerken omdat ik dan een worm of een insekt zou kunnen doden."
"U weet nog niet wie of wat u bent," zei de oude lama. "Daarom bent u hier."
Die avond werd de jonge priester naar een plek gebracht die precies in het midden lag van het klooster. Daar moest hij de wacht houden. Er werd een kussen voor hem op de grond gelegd bij wijze van zitplaats. Hij bevond zich op het kruispunt van de vier voornaamste gangen van het stenen gebouwencomplex; vanaf zijn post kon hij de meeste of misschien wel alle piepkleine cellen zien waarin de monniken sliepen.
De uren van de nacht kropen tergend langzaam voorbij. Er gebeurde niets. Hij gaapte en strekte zich om waakzaam te blijven. Hij begon zich af te vragen waarom hij hier was gekomen en of hij wel op de juiste plek was beland.
Plotseling stond hij op. Hij keek van de ene gang naar de andere in de overtuiging dat hij iets had gehoord. Maar er heerste slechts een angstaanjagende, drukkende stilte, claustrofobisch als de binnenkant van een graftombe. Toen drong het tot hem door dat het "geluid" een soort van vergeestelijkte beweging was, alsof het alleen in zijn hoofd gebeurde, en hij draaide zich snel om.
Hij was niet alleen. Er bevond zich iets in de westelijke gang. Het kwam op hem af maar in het flakkerende licht van de rietfakkels kon hij niet zien wat het was.
Plotseling barstte het uit de gang los en joeg over hem heen als een wervelstorm, en hij voelde een rilling over zijn rug lopen. Het was zo doorzichtig als de vleugels van een insekt, hij kon duidelijk de gang zien, hij keek erdoorheen.
De schim vloog langs hem heen en raasde door naar een andere gang. Al snel werd het kruispunt waar de jonge priester stond overvallen met een veelvoud van deze schimmen. Soms had hij het idee dat ze gezichten hadden , lichamen, handen en voeten. Op andere momenten leken ze niet meer dan pure energie.
De jonge priester voelde een enorme angst bij zich opkomen. Wat waren dit voor verschijningen? Waren dit de vijanden van de Tibetaanse monniken? En als dat zo was, hoe moest hij ze dan bevechten? Geweld was hem immers verboden? Deze vragen en tienduizenden andere overspoelden zijn gedachten, net als de gangen van het klooster werden overspoeld door de geestverschijningen. Zijn ondraaglijke angst bleef toenemen totdat hij overwoog zijn post te verlaten, huiswaarts te keren en deze krankzinnige plek nooit meer te betreden. Maar net als in een droom had hij het gevoel als aan de grond te zijn vastgenageld. Hij wist niet waar hij banger voor rnoest zijn: het verlies van zijn verstand of het verlies van zijn leven. Toen kreeg hij een vreemde gewaarwording. De angst kwam van binnenuit. Als hij zijn geestelijke krachten bundelde, realiseerde hij zich dat de schimmen, wat of wie ze ook waren, geen reële dreiging vormden voor hem of voor de bewoners van het klooster. Hun wanordelijk geraas van hot naar her maakte in zeker opzicht deel uit van een andere wereld. En de jonge priester probeerde orde in de chaos te scheppen. Hij ontdekte dat hij door middel van een ononderbroken concentratie in staat was de rondvliegende schimmen zeer dicht te naderen. Hij voelde waar ze heen wilden en begeleidde ze uiteindelijk op hun weg.
Toen herkende hij een van de schimmen als de monnik die hem naar het heiligdom van de lama had geleid en daarna naar dit kruispunt. Op dat moment drong het tot hem door wat er aan de hand was. Hij had te maken met het onderbewuste van de monniken. Losgelaten tij dens de slaap, bevri j d van de ketenen van het dagelij ks werk, waren deze zielen vatbaar voor de wanorde die zich verschool in de verste uithoeken van zelfs de meest gedisciplineerde geesten. Het enige waar het hen aan ontbrak, was één enkele ziel, een soort verkeersagent van Zen, die hen langs de juiste paden leidde en verhinderde dat ze ten prooi vielen aan de chaos.'
Tori en haar vader waren aan het eind van de pergola aangekomen. Hij draaide zich om, keek nog een keer naar het standbeeld van Diana dat nu gehuld was in de kleren van de schemering. Na een lange stilte zei hij: 'Is dat een antwoord op jouw vraag hoe ik Diana's Garden heb overleefd? Ik heb geleerd dat ik moest veranderen om de demonen aan te kunnen die gepaard gaan met het geweldige talent van je moeder.'
Tori dacht daar lang over na. Het was een onvoorstelbaar verhaal, vooral ook omdat het van haar vader kwam. Ze had eenvoudig nooit geweten dat hij zoveel fijnzinnigheid in zich had. Het maakte veel duidelijk over de relatie tussen haar ouders. En het deed haar denken aan de zorgen die ze zelf koesterde toen ze jong was. Voorzichtig zei ze: 'Soms ben ik bang dat... nou ja, dat ik mezelf verlies als mama in de buurt is. Ze is altijd zo nadrukkelijk aanwezig - haar hele persoonlijkheid, haar aura, haar wa, zoals de Japanners zeggen - dat er voor mij vaak geen plaats meer lijkt te zijn.' Ze keek hem aan en zag zijn imposante, bijna primitieve profiel. 'Hou jij van mama?'
Ellis Nunn keerde zich naar zijn dochter. 'Ik begrijp haar, Tori. In het geval van je moeder denk ik dat dat hetzelfde is als van haar houden.'
'Echt?'
'Zie jij een andere manier waarop je van haar kunt houden?' vroeg hij uitdagend. 'Ze is een icoon. Hoe kun je in vredesnaam zoiets monumentaals, zoiets wereldwijd geliefds in je eigen leven inpassen? Het antwoord is dat je het niet eens hoeft te proberen. In plaats daarvan probeer je je zo goed mogelijk te schikken naar haar leven.'
'Ik begrijp niet...'
'Moet je horen, mijn huwelijk is intact gebleven, terwijl lui als DiMaggio en Arthur Miller daar niet in zijn geslaagd. Dat op zichzelf vind ik al een prestatie.' Hij keek naar het zwembad alsof hij liever daarin wilde zijn. 'Je moeder heeft het nodig om te zijn wat ze is geworden, op dezelfde manier waarop jij en ik zuurstof nodig hebben. Als je dat eenmaal begrijpt, begrijp je alles.'
'Je hebt gesproken als een waarachtige verkeersagent van Zen,' zei ze met alle ironie die ze op kon brengen.
Het wordt avond. Tori verschuilt zich voor haar moeder achter de massieve, gegraveerde eiken deuren van de bibliotheek. Opnieuw voelt ze zich opgesloten in Diana's Garden. Ze herinnert zich haar adolescentie: gevangen in het grote huis in Los Angeles, gevangen in haar slanke, gebruinde lichaam.
Ze heeft alles wat ze maar wil in Diana's Garden en krijgt steeds meer het gevoel dat er geen redenen zijn om zich buiten het perfecte, alomvattende terrein te begeven.
Totdat ze op een feestje van haar ouders tot de ontdekking komt hoezeer ze zichzelf voor de gek heeft gehouden. Zo'n beetje iedereen die er iets toe doet in Hollywood heeft zich bij het huis vervoegd, behalve degenen met wie ze ruzie hebben. De kamers wemelen van de bekende gezichten, legendarische helden van het witte doek, filmmagnaten en geldschieters. De financiers gaan vergezeld van beeldschone vrouwen die eruitzien alsof ze zijn opgepoetst als edelstenen, alsof ze door de mannen uit hun broekzak zijn getoverd als een kostbaar horloge of een rolletje biljetten van duizend dollar.
Roddel is de enig toegestane vorm van communicatie bij gelegenheden als deze. De centrale vraag is wie met wie slaapt en wie van wie een kind verwacht. Het dringt langzaam tot Tori door dat Hollywood bevolkt wordt door een stelletje holbewoners met spiegeltjes en kraaltjes; een mensenras dat gekenmerkt wordt door een privé-leven dat volledig in de pas loopt met de professionele carrière. Relaties, huwelijken, affaires - hoe het op dat moment ook genoemd moge worden - duren bij deze vreemde, buitenaardse wezens nooit langer dan nodig is voor het maken van een film. Tori begrijpt eindelijk dat ze deze mensen haat, dat ze hun komst ervaart als een invasie. Die avond voelt ze zich overweldigd door de mensenmassa, of het nu in de woonkamer, de studeerkamer of de bibliotheek is. Ze vlucht het huis uit, maar ook de tuinen staan tjokvol beroemdheden en nog steeds kan ze niet vrij ademhalen. Ze buigt zich voorover aan de rand van het zwembad - haar toevluchtsoord, de plek waar ze altijd het sterkst de aanwezigheid van Greg voelde - en haalt piepend adem, als een astmapatiënt. Ten slotte strompelt ze haar auto in, een nieuwe Thunderbird, start met een krampachtige beweging de motor en met opspattende kiezelstenen in haar kielzog schiet ze weg in de richting van de neonlichten van Los Angeles. Niet naar Beverly Huls of Westwood, maar verder weg, naar een oord waar mensen werken en leven die niet rijk, verwend of bevoorrecht zijn. Ze koestert een woede die ze niet begrijpt en die ze niet onder ogen kan komen. Ze is bang dat ze de woede niet aankan en terzelfder tijd schaamt ze zich ervoor, alsof zich een scherf van haar moeder heeft losgemaakt en zich als een giftige pijl in haar hersens heeft vastgezet. Die schaamte haat ze nog het meest, want die weerhoudt haar ervan de woede te omhelzen, in beslag te nemen en op die manier te leren begrijpen.
Ze rijdt langs de kronkelende Mulholland Road naar beneden, volgt de snelweg langs de berghelling en nadert een brede, vette vlek van licht die over de vallei is uitgesmeerd. De luchtvervuiling blijft hier hangen vanwege de luchtinversie in de hogere luchtlagen; die bezorgt haar tranen in de ogen en een jeukende huid. Ze geeft gas, stevent op de horizon af. Bij een vervallen café houdt ze halt, naast een rij modderige HarleyDavidson-motoren. Ze blijft zitten en luistert naar het tikken van de afkoelende motor alsof het haar eigen hartslag betreft. Haar woede mengt zich met verdriet en ze verlangt naar Greg, die altijd bereid is naar haar te luisteren, de enige persoon op de hele wereld die haar accepteert zoals ze is en verder niets van haar eist. Maar Greg zit op de universiteit, studeert voor tentamens die hij serieuzer neemt dan God zelf.
Ik ben alleen, denkt Tori.
Ze gaat het café binnen en bestelt het ene drankje na het andere. Ze is minderjarig maar ziet er ouder uit. En er is bovendien geen barman die haar schoonheid kan weerstaan; haar wordt nooit iets geweigerd, haar wordt nooit gevraagd naar een identiteitsbewijs.
Uit een jukebox schalt 'The Loco-Motion' en er wordt wild gedanst. Er zijn zwarte leren jasjes te over. Ze ziet tatoeages, sluik lang haar, brede genopte broekriemen en armbanden. Een van de motorrijders draagt een miniatuurschedel aan een leren riempje om zijn nek. Er is een meisje dat hem iets vraagt en hij lacht, liefkoost zijn amulet en roept boven de muziek uit: 'Hij is echt, hoor. Afkomstig van een rat die dacht dat hij de keuken met me kon delen. Te gek, hè?' Het meisje giechelt zenuwachtig en huivert, maar kan haar ogen niet van de griezelige talisman afhouden. Alle jongens, en de meeste meisjes, kijken naar Tori. Ze valt hier uit de toon als een theeroos in een groentetuin. De enige jongen die haar niet heeft gezien is degene met het ratteschedeltje om zijn nek. Hij is niet knap; Tori vindt hem zelfs niet aantrekkelijk. Maar daar gaat het niet om. Hij is degene die ze wil. In hem brandt het vuur dat ze zo goed van zichzelf kent, maar waar ze nog niets van begrijpt: de woede van een gekooid beest, gebonden door de wetten van een hypocriete samenleving. Hij danst met het meisje dat hem vroeg naar de schedel. Er is een vuur in haar ogen dat Tori herkent en jaloers maakt, een vuur waar ze zelf ook over beschikt maar dat ze moet onderdrukken om te passen in het keurslijf van Diana's Garden. Het vuur doet zich voor als ondubbelzinnig, echt, elementair en het vertegenwoordigt alles wat Tori niet is. Plotseling grijpt Tori het meisje bij haar pols, duwt haar weg en begint met de motorrijder te dansen. Hij is geweldig groot en ze kan hem ruiken; een doordringende, bedwelmende combinatie van leer en zweet. Primitief. Dierlijk.
'Hé! Hé!' Het meisje komt terug met haar haren in de waren een gezicht dat verwrongen is tot een kwaad masker.
'Rot op!' schreeuwt Tori terwijl ze danst. 'Nu ben ik aan de beurt!'
'Slet!' schreeuwt het meisje terug en haalt onbeholpen uit. Eindelijk komt haar woede tot uitbarsting. Tori draait met haar bovenlijf en slaat met gebalde vuist in haar gezicht. De nek van het meisje schiet naar achteren en haar benen glijden onder haar weg.
Tori blijft dansen met de motorrijder. Ze heeft hem niet één keer in de ogen gekeken. Daar heeft ze geen behoefte aan. Zijn ogen interesseren haar niet.
'Hé!'zegthij. 'Hé!'
Tori danst en het valt haar nauwelijks op dat hij stilstaat. Hij zegt: 'Wie denk je verdomme wel dat je bent?' En even terloops als iemand anders een vlieg verjaagt, geeft hij met de rug van zijn dikke hand een klap tegen haar neus, die breekt...
Tori zat roerloos in de grote leren stoel. Het was lang geleden dat ze aan die avond in de vallei had gedacht. Omdat haar neus daarna enigszins krom stond, had haar moeder haar meegenomen naar haar eigen plastisch chirurg. Maar na de collectie neuzen te hebben gezien die hij haar aan kon bieden, was Tori zijn praktijk uitgerend en nooit meer teruggekomen. Ten slotte was ze haar onvolmaakte neus als een herinnering gaan beschouwen aan dat wat ze nodig had en nooit had gekregen.
De vrijheid om...
Om wat? Ze wist het niet. Maar Adona had gelijk: ze had een hartstocht nodig. Zonder dat was ze veroordeeld tot het vagevuur; ze overleefde, maar wist nauwelijks waarvoor.
'Tori?' Laura Nunn stak haar hoofd om de bibliotheekdeur. 'Ach, daar ben je, schatje! Het leek wel of je in rook was opgegaan!' Haar kilowatt-glimlach flitste. 'Er is bezoek voor je.'
'Echt? Dat is onmogelijk.' Tori keek op van het boek dat ze las. Ze had een been over de leuning van de bovenmaatse leren stoel geslagen en zat onderuitgezakt. 'Niemand weet waar ik ben.'
'En toch is hij er.'
'Wie?'
'Russell.'
'Russell wie?'
'Je weet wel, schatje. Russell Slade.' Laura Nunn hield haar glimlach vast alsof ze wachtte tot de camera ophield met draaien.
'Jezus Christus!' Tori sloeg het boek dicht en sprong uit de stoel. 'Ik mag toch hopen dat je hem verteld hebt om op te lazeren of op zijn minst dat ik niet thuis ben.'
'Zeker niet,' zei Laura Nunn. 'Ik zei dat het me plezier deed hem te zien, wat trouwens ook zo is. En ik heb hem beloofd jou te halen. Dus...'
'Mama, Russell Slade heeft me ontslagen!'
'Dat was vast en zeker een misverstand,' zei Laura Nunn. 'Een kwestie van interne politiek. Ik weet zeker dat het niets te maken had met de manier waarop jij je werk deed. Dit soort onaangename voorvallen moet je nooit persoonlijk opvatten.'
'Mijn god, ik heb niet meer met Russell gesproken sinds hij me anderhalf jaar geleden ontsloeg.'
'Dan wordt het de hoogste ti j d dat j ullie j e meningsverschillen bij leggen. Hij is zo'n aanbiddellijke man. De perfecte...' Een zesde zintuig vertelde haar niet verder te gaan. Ze keek over haar schouder en zei met een stem zo schel dat het bijna iets kribbigs had: 'Schatje, kijk eens wie we hier hebben!'
En Tori zag Russell Slade naar binnen stormen, alsof hij wilde verhinderen dat ze weg zou vluchten.
'Hallo, Tori,' zei hij, alsof er nooit iets tussen hen was voorgevallen. Tori wist even niet wat ze moest zeggen en keek langs hem heen naar haar moeder, die nog steeds in de deuropening stond. Laura Nunn keek haar dochter smekend aan en sloot toen zachtjes de deur. Russell keek om zich heen. 'Het is lang geleden dat ik hier geweest ben. Het was fijn om je moeder weer eens te zien. Mijn god, wat een geweldige vrouw.'
'Ik moet zeggen dat je lef hebt,' zei Tori. 'Wat doe je hier in godsnaam?'
'Heb je een borrel voor me? Het was een behoorlijk eind vanaf het vliegveld.'
Tori ging naar de bar die langs een muur was gebouwd en maakte een Torn Collins voor hem; het was overbodig hem te vragen wat hij wilde. Ze overhandigde hem het drankje en hij knikte. Hij was elegant maar comfortabel gekleed in een donkerblauw poloshirt, een linnen broek en een prachtig gesneden, lichtgewicht zijden jasje. Tori was zich er ineens van bewust dat ze blootvoets was en gekleed als een zwerver. Ze leek beslist in het nadeel, als een stout kind dat ondervraagd wordt door haar vader.
'Ik kom je ondervragen.'
'Ondervragen?'
Hij knikte. 'Iemand moest het doen. Ik bedacht dat ik het net zo goed zelf kon doen. Ariel Solares was een van mijn beste mannen in het veld. Aangezien je getuige bent geweest van zijn dood, moet je ondervraagd worden. Dat is de standaardprocedure, zoals je weet.'
'Je bent de baas. Je hebt nog nooit van je leven iemand uit het veld ondervraagd. Daarvoor zitten ze te laag in de voedselketen.'
Russell negeerde haar sarcasme. 'Zoals ik al zei, was Solares een van mijn beste mensen. Het leek me verstandig zelf te komen.'
'Hou me niet voor de gek, Russell. Je bent gekomen omdat ik de getuige ben.'
'Ik begrijp dat je kwaad bent, maar...'
'Jij begrijpt geen ene moer van mij!' gooide ze eruit. 'En bovendien werk ik al lang niet meer voor je.'
'Alsjeblieft, Tori, ga zitten. Ik weet dat je kwaad bent omdat ik je stoor in je afzondering, maar ik ben gekomen omdat de moord op Solares me daartoe dwingt. Zelfs jij kunt dat toch begrijpen, dacht ik zo. Laten we toch op zijn minst proberen ons beschaafd te gedragen en het vraaggesprek snel af te wikkelen, zodat we dat ook weer gehad hebben.'
'Het klinkt allemaal zo eenvoudig, zoals jij het zegt.'
Tori draaide zich van hem weg en ging terug naar de bar. Ze koos een groot glas uit, gooide er ijsklontjes in, schonk scotch in en voegde water toe. Het drong tot haar door dat ze eigenlijk niets wilde drinken, maar ze had tijd nodig om haar evenwicht terug te vinden.
'Het eerste wat ik graag wil weten,' hoorde ze hem zeggen vanuit de andere kant van de kamer, 'is hoe het met jou gaat. Je moet verwondingen hebben opgelopen, maar de politie van San Francisco vertelde ons dat je een medische behandeling hebt geweigerd.'
'Dat was omdat ik het niet nodig had.' Ze nam een slokje, draaide zich om en keek hem aan.
'Zelfs geen shock? Nee dus.' Russell keek haar even aan en knikte.
'Maar zo ben je nu eenmaal,' zei hij, alsof hij in zichzelf sprak. 'Je wilde altijd alles zelf doen.'
'Ik ben beter gekwalificeerd dan...'
'Ja, ja, ik weet het. Laten we die kwestie alsjeblieft niet weer oprakelen.'
'Welk masker draag je vandaag, Russ?' Tori ging naast hem zitten. 'Het masker van de onwrikbare bestuurder, of de briljante schaakspeler die de ene na de andere pion offert op het bloederige veld dat je zelf nog nooit hebt betreden? Of misschien heb je vandaag wel je favoriete masker op; dat van de protégé van Bernard Godwin.'
Russell nipte aan zijn Tom Collins. 'Die haatte je het meest, hè?' Hij dacht aan Godwin die tegen hem zei: Jouw verhouding tot Tori Nunn zit vol haken en ogen. 'Want in zeker opzicht zijn we rivalen, net als broers en zusters. We beschouwen onszelf beiden als beschermelingen van Bernard Godwin. Hij heeft nooit kinderen gehad, Tori. In plaats daarvan heeft hij ons tot zijn kinderen gemaakt.'
Tori gromde afkeurend en zakte achteruit, tegen de rugleuning. Russell stond op en maakte een wandeling door de bibliotheek. Tori zag hoe hij uiteindelijk tot stilstand kwam bij de Franse tafel die haar vader van Samuel Goldwyn cadeau had gekregen. Russell streek met zijn hand over het vruchtbomehout, rakelings langs het kastje die Ariel Solares haar in handen had gedrukt vlak voor hij stierf. Tori hield haar adem in. Ze was niet van plan Russell Slade hiervan op de hoogte te brengen, nu niet en in de toekomst niet. Ariel had die aan haar gegeven en zij was nu de rechtmatige beheerder.
Hij draaide zich weer naar haar om. 'Wat gebeurde er in godsnaam in San Francisco?'
'Dat kan jij me beter vertellen.'
'Dat snap ik niet.'
'Ariel Solares zat achter me aan.'
Russells gezicht verried niets. 'Echt? Nou, dan had hij meer smaak op het gebied van vrouwen dan ik hem toedichtte.'
Tori lachte in weerwil van zichzelf. 'Je bent vooruitgegaan, Russell, dat moet ik je nageven.' Ze stond op en keek hem recht aan. 'Jij wist dat Ariel achter me aan zat,' gokte ze. 'Jij hebt hem op me afgestuurd.'
'Wat een idee! Belachelijk gewoon!'
'Ik denk van niet,' zei Tori. 'Je hield persoonlijk toezicht op Ariel. Hoe wil je anders verklaren dat je me zelf komt ondervragen?'
'Solares was nu eenmaal bezig aan een missie die voor ons hoogste prioriteit had. Eerlijk gezegd wilde ik iemand anders sturen om je te ondervragen, maar uiteindelijk bedacht ik dat het mijn plicht was. Ik draag verantwoordelijkheid voor Ariels dood.'
'Doe niet zo pathetisch. Ik weet dat Ariel voor je werkte. Het is niet toevallig dat hij me in Buenos Aires oppikte. Hij wachtte me daar op.'
'Een interessante veronderstelling,' zei Russell rustig, 'maar niet in overeenstemming met de waarheid. Een beetje te machiavellistisch.'
Tori moest weer lachen. 'Dat is een oxymoron dat het waard is te worden opgeschreven.' Ze dronk haar glas leeg. 'Wat deed Ariel in Buenos Aires?'
Russell haalde zijn schouders op. 'Als ik jou moet geloven, wilde hij jou in zijn web vangen.'
'Ik bedoel in de tunnels, Russell. De Yakuza-moordenaars. Ariel kende hen en wist wat ze daar deden. En dat betekent dat jij het ook weet.'
'Natuurlijk weet ik dat, maar die informatie is geheim. Je bent niet meer bij me in dienst, weet je.'
'Goddank,' zei Tori. 'Maar ik vraag me wel af of je ooit iemand hebt gevonden die mijn plaats kon innemen. Mijn vaardigheden zijn onmisbaar.'
'Voor een heel klein groepje mensen.'
Tori glimlachte. 'Zeg maar niets, ik weet het al. Ik weet dat je me niet hebt kunnen vervangen.'
Russell ging zitten en staarde naar het plafond. 'Misschien wel en misschien niet. Maar ik dacht dat je zou begrijpen hoe belangrijk jouw rol kan zijn bij het vinden van de moordenaars van Solares.' Hij liet een veelbetekenende pauze vallen. 'Al is het maar voor Ariel.'
Tori stond op, liep terug naar de bar en schonk mineraalwater voor zichzelf in. 'Hoe gaat het met Bernard?' vroeg ze. 'Is hij nog steeds gepensioneerd?'
'Ach nee, gepensioneerd is hij niet. Dat ligt hem niet.' Russell keek haar onderzoekend aan. 'Je zou hem een soort van adviseur kunnen noemen, onofficieel dan. We hebben de zaken zo geregeld dat alle betrokkenen er optimaal van kunnen profiteren.'
'Je moet hem maar eens de groeten van me doen,' zei Tori.
'Maar natuurlijk.' Russell haalde een miniatuur-bandrecorder uit zijn binnenzak. Hij zette hem aan. 'Kunnen we nu beginnen met de ondervraging?'
'Goed dan,' zei Tori. 'Ik zal je alles vertellen wat ik weet.'
Toen ze klaar was, zei Russell: 'Weet je zeker dat dit alles was?'
Tori zei van wel. Ze had hem niets verteld over het kistje en over het feit dat ze met Ariel de liefde had bedreven.
Russell zette de bandrecorder uit. 'Dat hebben we dan gehad,' zei hij op een toon van iemand die de voorbereidingen van een begrafenis heeft afgehandeld. 'Kunnen we niet een wapenstilstand sluiten of iets dergelijks?'
'Waarom zou dat nodig zijn?' vroeg Tori terwijl ze opstond. Maar toen ze voorbij hem liep, legde hij voorzichtig zijn hand op haar linkerheup en zei: 'Hoe gaat het daar nu mee?'
Tori ging in prana, ademde diep en regelmatig. Maar het duurde even voor ze haar evenwicht terugvond en de stilte verbreidde zich snel; met iedere seconde werd Russell Slade's kleine overwinning op haar groter. 'Ik denk er nauwelijks meer aan,' loog ze.
'Des te beter,' zei hij. 'Dat betekent dat het genezingsproces is voltooid.'
Hij haalde zijn hand weg, maar nog steeds verroerde ze zich niet. 'Vertel me eens, zijn er bepaalde dingen die je niet meer kunt doen sinds eh... het incident?'
En plotseling viel alles op zijn plaats. Ze keek hem aan. 'Jij was degene die Ariel achter me aan stuurde, maar dat is dus niet de enige reden waarom je hier zelf bent gekomen. Je hebt hem de opdracht gegeven mij aan een beproeving te onderwerpen. Daarom nam hij me mee die onderaardse gangen in. Hij wist dat de Japanners er zouden zijn. En hij gedroeg zich bewust passief om mij de gelegenheid te geven een oplossing te bedenken. Ik moest me als een rat in de doolhof begeven.' Ze keek hem met grote ogen aan. 'Heb ik gelijk of niet?'
Russell keek haar glimlachend aan. 'Het ontbreekt je in ieder geval niet aan fantasie.' Hij stopte zijn bandrecorder weg. 'Maar ik heb geen flauw idee waarom Solares je mee heeft genomen de onderaardse gangen in, laat ik je dat maar meteen vertellen. Welbeschouwd had hij beter moeten weten . Jou meenemen naar een Rode Sector was een forse overtreding van de veiligheidsvoorschriften en ik ben bang dat hij daarvoor de prijs heeft moeten betalen.'
'Ach, kom nou,' zei Tori. 'De schuld ligt niet bij Ariel.' Ze liep naar hem toe en keek op hem neer. 'Je hebt geen idee waarom hij is vermoord en wie het gedaan heeft, want anders zou je geen tijd aan mij verspillen.' Nee, dacht ze, het is anders. Je hebt me nodig, Russell. Daarom ben je hier. Ik ben geslaagd voor mijn herexamen en nu wil je me terug.
Russell schudde zijn hoofd. 'Het is zo jammer. Als je je nu maar door onze specialisten had laten onderzoeken na het incident. Maar in plaats daarvan koos je voor je eigen dokters, Japanners waarvan we het verleden niet kenden en die we niet konden vertrouwen. Begrijp je dan niet dat je op die manier de hele organisatie in gevaar hebt gebracht? Ik had geen enkele keuze; ik moest onze banden wel verbreken. Je hebt het j ezelf aangedaan.'
'Ik deed wat ik moest doen om mezelf in veiligheid te brengen,' zei Tori.
'Ik wist niets van jouw specialisten, maar de mijne kende ik heel goed. Het waren vrienden van me, de beste chirurgen die er te vinden zijn.'
'Ik begrijp dat je bezorgd was voor je lichamelijk herstel. Maar onze mensen waren net zo goed als jouw Japanse chirurgen, terwijl ze bovendien nog absoluut betrouwbaar waren. Wie weet wat je allemaal over De Promenade had kunnen vertellen toen je onder verdoving was? Ik moet aan al mijn mensen denken en niet alleen aan jou.'
'Mooi gezegd,' zei Tori, 'maar er was meer aan de hand. Je gebruikte dat incident, maar het was niet de ware reden waarom je met me brak. Er is één ding waar j e de waarheid over spreekt. Wij waren rivalen. Ik was j e belangrijkste concurrent in de ogen van Bernard en je wilde me kwijt. De enige reden waarom je je zin hebt gekregen is dat de top net als bij elk ander gevestigd instituut een bastion is van mannelijk overwicht.'
'De top was niets voor j ou, daar heb j e geli j k in.' Russell stond op.' Maar je hebt nu ook geen enkele missie meer onder handen. Dat moet uitermate frustrerend voor je zijn.' Zijn ogen waren op haar gericht. 'Voor wat die heup betreft...'
'De Japanse chirurgen hebben een prothese ingebracht van een materiaal dat superieur is aan menselijk bot. Het is tien keer zo flexibel en honderd keer zo sterk.' Ze glimlachte koeltjes. 'Maar aangezien je ernaar vraagt: op vochtige dagen doet het geen pijn, er zijn geen ongewone fricties, niets wat me eraan herinnert dat de heup ooit was verbrijzeld. Behalve dan dat ik beter kan rennen, springen en draaien dan voor de operatie.'
'Waar het om gaat, is dat je een beslissing nam met je emoties in plaats van met je hoofd. En ik voeg eraan toe: niet voor de eerste keer,' zei Russell. 'Erger nog, toen je je overgaf aan mensen die niet onderhevig zijn aan de discipline van De Promenade, zag je niet in hoe gevaarlijk dat kon zijn. Je liet me eenvoudig geen andere keuze.'
'Je gebruikt je geheugen zoals het je uitkomt, Russell.'
'We geloven allemaal wat we moeten geloven.'
'Behalve Bernard.'
'Je zwaait Bernard meer lof toe dan hij verdient,' zei Russell. 'Maar dat komt ongetwijfeld omdat hij je gerekruteerd heeft. Hij was je mentor. Maar je moet begrijpen dat hij de teugels intussen aan mij heeft overgedragen. Jij hebt dat nooit begrepen, of je wilde het niet. Je had vanaf het begin geen enkel vertrouwen in me.'
'Ik verafschuwde de hardvochtige manier waarop jij mensen gebruikte.'
Russell glimlachte naar haar. 'Je vergeet dat Bernard Godwin ook mijn mentor was.'
Er viel een lange stilte. Tori dacht na over zowel de toonzetting van het gesprek als de richting die het opging. Ten slotte zei ze: 'Je kunt zeggen wat je wilt, maar mijn besluit staat vast.'
'Welk besluit?'
'Ik kom niet terug naar De Promenade.'
'Maar daar ben ik ook helemaal niet voor gekomen.'
'Echt niet?' zei Tori. Ze beantwoordde zijn glimlach, maar al die tijd ging haar hart als een razende tekeer. 'Misschien heb je gelijk. In dat geval heb ik je alles gegeven waar je voor kwam.'
'Zo is dat,' zei Russell. 'Ik wil geen misbruik maken van je gastvrijheid.'
'Welke gastvrijheid?'
Hij lachte. 'Bedankt voor de borrel. Je bent een perfecte gastvrouw.'
Tori zei niets.
'A bientöt,' zei Russell. Tot ziens.
'Vaarwel.'
Tori zat ineengedoken in haar grote leren stoel en voelde nog steeds Russell Slade's aanwezigheid, alsof iemand die bij haar had ingebrand. Plotseling werd ze overvallen door paniek. Haar heup! Als Russell daar maar niet over was begonnen tegen haar moeder! Tori had haar ouders nooit verteld dat ze gewond was geraakt of dat ze een prothese had. Ze zag al voor zich hoe Bernard zou zeggen: het is geweldig dat uw dochter weer helemaal is genezen, mevrouw Nunn. Ach nee, dat zou hij nooit doen. Met zijn gevoeligheid voor veiligheidszaken zei hij nooit meer dan noodzakelijk was. Hij was de volmaakte spion; zijn leugens bestonden voor het grootste deel uit verzwijgen.
Tori voelde zich iets rustiger worden, stond op en liep naar het bureau. Ze legde haar handen op het kistje dat Ariel haar gegeven had en opende het nogmaals, pakte de kleurenfoto, keek ernaar. Het was een foto van Ariel, ongetwijfeld van recente datum. Misschien zelfs van kort voor zijn vertrek naar Buenos Aires. Op de achtergrond zag Tori bomen, wandelpa• den, bankjes; een van de kleinere parken van San Francisco. In de verte kon Tori Russian Hill onderscheiden en dus moest het park in de buurt van zijn huis liggen. Zijn gezicht was halfin de schaduw en zijn ogen pinkten in het licht; kennelijk was het een zonnige dag geweest. Hij glimlachte. Vlak achter hem bevond zich iets wat op een bronzen zonnewijzer leek en daar weer achter een spelend kind. Aan de rand van het park zag ze een stelletje dat in de richting van de camera liep en iets dichterbij stond een man, tegen de linkerrand van de foto. Ze bevonden zich te ver weg om hun gezichten te kunnen onderscheiden.
Tori had deze foto al urenlang bestudeerd sinds ze thuis was gekomen, op zoek naar een aanwijzing. Voor Ariel was deze foto zo belangrijk geweest dat hij die haar had toegestopt toen hij al oog in oog met de dood stond. Maar waarom?
Er werd zacht op de bibliotheekdeur geklopt en Laura Nunn kwam binnen. 'Schatje, het is al zo laat. Het eten staat klaar en we zitten op je te wachten.'
Bernard Godwin was in feite de vaderfiguur in haar leven, dacht Tori uren later, toen ze alleen in haar kamer zat. Over verkeersagenten van Zen gesproken. Hun kennismaking had haar leven radicaal veranderd, alsof de bliksem was ingeslagen.
Een jaar of tien geleden beschouwde men haar als een 'wilde meid', zoals dat heette. In het zestiende-eeuwse feodale Japan zou men haar een 'ronin'
hebben genoemd; een samoerai zonder meester.
Het waren de dagen die Tori doorbracht in kwaadaardige achterbuurten, in duistere cafés die het middelpunt waren van illegale handeltjes; de niet erkende bijprodukten van Tokio's monolithische cultuur. Tori was zo leeg van binnen dat ze zich slechts weinig slaap kon veroorloven; als ze uitgerust was, zou ze zich gedwongen voelen zichzelf onder ogen te zien en wellicht iets te zien krijgen waar ze niet tegen kon. In plaats daarvan liep ze langs de afgrond van de dood om zichzelf te bewijzen dat ze nog steeds in leven was.
Zo was het bijvoorbeeld ondenkbaar dat ze naar huis zou verlangen. Natuurlijk, ze miste Greg, maar dat was nu eenmaal zo. Het kwam niet eens bij haar op dat ze haar vader weer zou willen zien, dat ze hem moest vragen om datgene wat ze nooit had gekregen; een gevoel van eigenwaarde, iets waaruit bleek dat hij trots op haar was, zoals hij trots was op Greg. Nooit had hij met zoveel woorden of zelfs maar door zijn manier van kijken of spreektoon te kennen gegeven dat hij haar waardeerde. Het hele gezinsleven stond in het teken van de continue lof voor Gregory Nunn, piloot, astronaut, en voor haar was nooit plaats geweest. Alle hoop opgeven was veel minder pijnlijk dan een definitieve teleurstelling te moeten ondergaan. Als Tori zichzelf eerlijk in de ogen had gekeken, had ze geweten dat ze evenveel van haar vader hield als van Greg. Beiden waren in menig opzicht uitzonderlijk. Maar Tori's verlangen om door haar vader voor vol te wor-den aangezien maakte het haar onmogelijk om hem met dezelfde objectiviteit waar te nemen als Greg. Het was eigenlijk vreemd dat ze haar broer nooit kwalijk nam dat hij met zoveel lof werd overstelpt. Was het niet aan hem te wijten dat zij voortdurend in de schaduw bleef? Maar misschien was haar liefde voor Greg zo onvoorwaardelijk dat het nooit bij haar opkwam hem te haten. Maar aan de andere kant was het volkomen begrijpelijk dat ze haar broer niet verantwoordelijk stelde voor de excessen in het gezin. In de schermutselingen met haar ouders was Greg haar enige bondgenoot en als ze hem van zich zou vervreemden, zou haar hele bestaan in gevaar zijn gekomen. En toen Greg Diana's Garden had verlaten, ontdekte Tori dat haar verlangen Los Angeles zo ver mogelijk achter zich te laten alles overschaduwde. Japan.
Misschien bemerkte sensei de duisternis die ze met zich meedroeg, maar hij zei er in ieder geval niets over. Sensei geloofde in de heilzame werking van hard werken; ooit vertelde hij Tori dat discipline het antwoord was op elk probleem.
Of hij had het verkeerd, of Tori was niet in staat zijn lessen volledig in zich op te nemen. Ze was de enige vrouw die zijn zware opleiding wist te voltooien, maar zonder dat ze tot een confrontatie was gekomen met de spookbeelden van haar eigen duisternis.
Het was in die geestesgesteldheid dat Bernard Godwin haar aantrof: gevaarlijk, haar zenuwen op scherp, balancerend tussen serieuze moeilijkheden en de dood; een situatie waar ze een geweldige kick van kreeg. Wat haar het meest was bijgebleven van die eerste ontmoeting was dat hij die bijna met de dood had moeten bekopen. Hij had haar gevonden in een akachochin die 'Lang en Gelukkig' was gedoopt, een nachtclub die aan de verkeerde kant van Nihonbashi was gevestigd. God wist hoe Bernard die ooit had gevonden. Een zaak als deze binnenlopen was als te worden opgezogen door de draaikolk van een beerput.
Een onderbaas van de Yakuza met het postuur van Godzilla probeerde haar uit de kleren te praten. Ze had er geen bezwaar tegen; zijn tatoeages bevielen haar wel. Vlammen, overal vlammen, en te midden daarvan etende goden, demonen, mythische dieren en woest kijkende zwaardvechters met een allesomvattende hebzucht. De vlammen deden haar denken aan exorcisme, het uitroken van alle vuiligheid, het ontsmetten van ontheiligde grond, het zuiveren van de duisternis.
Vlak voor Bernard Godwin de trap van Lang en Gelukkig kwam afgedaald, had ze een eerste regel opgesteld voor een brief aan haar broer, als reactie op zijn schrijven: Maak je geen zorgen, Greg. Ik maak er het beste van. Tussendoor glimlachte ze naar Godzilla, de Japanse gangster bij wie
' de vlammen uitsloegen. Hij is slecht, hij is gemeen en hij is helemaal van mij. Reken maar van wel.
Toen stelde Bernard Godwin zich voor. Het kwam slecht uit, zowel voor Tori als voor Godzilla. Geen van beiden wilde gestoord worden. Toen zei Bernard Godwin dat hij een voorstel voor haar had, maar dat ze dan eerst dit etablissement moesten verlaten. Waarna de hel losbrak. Godzilla was dan misschien groot, maar hij was ook onvoorstelbaar snel. Als er iets was waar hij een pesthekel aan had was het een inbreuk op zijn eigen territorium. Bernard had zich op zijn terrein begeven en dat maakte Godzilla ziedend. Hij uitte zijn ongenoegen door Bernard op te tillen met een van zijn vlezige vuisten en hem door elkaar te schudden tot Bernards tanden rammelden.
'Hou daar onmiddellijk mee op!' zei Tori.
Godzilla negeerde haar. In zijn linkerhand klonk het klikgeluid van een kleine stiletto. Op weg naar Bernards keel.
Tori schoot met haar samengeperste knokkels naar Godzilla's borstbeen uit terwij l ze hem tegeli j kertijd met een knie in zijn kruis raakte. Even bleef het stil en toen begonnen Godzilla's ogen te tranen, viel zijn mond open en liet hij Bernard Godwin op de niet al te schone vloer vallen. Tori wist wanneer het beter was te gaan. Ze greep Bernard in zijn nek en maakte dat ze wegkwam.
Aan de andere kant van de stad, in de aanzienlijk elegantere wijk Roppongi, betraden ze een sushi-restaurant dat dag en nacht geopend was.
'Jij trakteert,' zei Tori toen ze gingen zitten. 'Dat ben je me wel verschuldigd.'
'Met plezier,' zei Bernard Godwin terwijl hij zijn hoofd boog in een gebaar dat zowel ouderwets als gepast leek. Het verraste haar dat hij nauwelijks onder de indruk leek van de zojuist doorstane beproeving. Tori bestelde voor hen beiden. Toen Tori zelf in Japan aankwam, werd ze meteen onderworpen aan de Ongeëvenaarde Japanse Cultuurtest en ze zag niet in waarom ze die Bernard zou onthouden. Ze had hem meegenomen naar een van de restaurants die een vergunning hadden om gekookte fugu te serveren, een giftige vissoort die bij een verkeerde bereiding dodelij k kon zij n. Ze kregen warme handdoeken. De hete sake kwam eerst en Tori keek hoe Bernard zijn drankje tot zich nam. Alle sushi die ze had besteld, was van de soort die je pas na lange tijd kon leren waarderen. Tot haar onge-noegen begon Bernard de vis zonder aarzeling te verorberen. Hij vroeg zelfs naar meer gemarineerde gember en wasabi, de scherpe, groene mierikswortelsaus.
'Ik heb ooit in de krant gelezen,' vertelde hij haar, 'dat gember een natuurlijke bescherming biedt tegen allerlei schadelijke micro-organismen die in de rauwe vis zouden kunnen zitten. Ken jij dat verhaal?'
Tori zei van niet.
De fugu kwam op tafel en Tori vertelde hem wat het was. Bernard keek naarde vis, haalde zijn schouders op en begon te eten. Toen ze beiden klaar waren en Tori hun zesde fles sake bestelde, vroeg Bernard: 'En, jongedame, ben ik geslaagd?'
'Pardon?'
'Ben ik geslaagd voor de test die je me zojuist hebt afgenomen?' zei hij rustig.
Tori keek hem even aan en lachte toen tot de tranen haar in de ogen stonden. 'Godallemachtig,' zei ze en wreef zich in de ogen. 'Je bent me een type.'
'Grappig,' zei Bernard Godwin met een serieus gezicht. 'Dat was precies wat ik van jou dacht.'
Tori nam hem mee naar haar appartement, een kleine ruimte in een lelijk, karakterloos gebouw dat eruitzag als een crackerdoos op zijn kant. Maar binnen was het comfortabel, zij het krap.
Bernard leek er geen problemen mee te hebben. Ze vond hem in toenemende mate onweerstaanbaar; zijn uitstraling was opmerkelijk en zijn gezicht had iets krachtigs en tegelijkertijd zachtaardigs. Het leek te zeggen: als je mijn vriend bent, zal ik je altijd trouw blijven; maar als je mijn vijand bent, zal ik je slopen en wel op zo'n manier dat je het niet eens in de gaten hebt. Het was pas veel later toen ze ontdekte hoe verraderlijk zijn helderblauwe ogen waren, die aasden op hun prooi als een snoek in diep water. Tori haalde twee flesjes Kirin-bier uit de minikoelkast, opende ze en gaf er een aan hem. Bernard dronk als vanzelfsprekend uit het flesje; dat beviel haar wel. Hetzelfde gold voor de manier waarop hij zich bewoog: niet te snel, maar soepel en bedachtzaam. Hij had niet de manieren van een jonge man, maar ook niet die van een oudere. Het leek erop dat Bernard Godwin zijn jaren goed had besteed en uit allerlei bronnen iets van zijn gading had opgepikt. Dat intrigeerde Tori. Ze vond Bernard zelfs ronduit fascinerend, maar omdat hij haar in het/«gw-restaurant zo makkelijk had weten te doorzien, deed ze haar best hier niets van te laten merken. Hij wilde iets van haar. De kans leek haar groot dat hij het zou krijgen, maar ze wilde zelf de prijs bepalen.
'Je had het over een voorstel,' zei Tori, terwijl ze zich naast hem op de opgerolde futon liet vallen; een gewatteerde deken waar ze 's nachts op sliep en die overdag dienstdeed als bankje.
'Jazeker.' Bernard had zijn lange benen uitgestrekt en sloeg ze bij de enkels over elkaar. Zijn ogen waren halfdicht, alsof de sake eindelijk zijn invloed deed gelden of dat hij normaalgesproken al lang in bed had moeten liggen. 'Het gaat om iets wat ongetwijfeld je interesse zal wekken.'
'Eerst wil ik graag weten waar je over mij gehoord hebt.'
Bernard nam een slokje van de Kirin. 'De Yakuza noemt je dan misschien het Wilde Kind, maar er zijn anderen bij wie je bekendstaat als de
'Vrouwelijke Ronin.' Hij keek haar aan. 'In bepaalde kringen heb je een zekere naam opgebouwd.'
'Ik ben dus beroemd.' Tori stond op en zette de stereo aan. Jefferson Airplane. Een drum die erop inhakt, de melodie die daarboven rondwervelt. Grace Slick zingt 'White Rabbit'. Jawel, dacht Tori. Laat het ze horen, Gracie. Wie weet welk kwaad zit verscholen in het hart van de mens?
Tori ging weer naast Bernard zitten en zei: 'In welke kringen?'
'Het soort kringen waarin ik verkeer,' zei hij met zijn slaperige stem. 'En ik heb de indruk dat het ook de jouwe zijn.'
'O ja? Waarom denk je dat?'
'Wil je dat ik eerlijk ben? Goed dan. Je bent een gefrustreerde jonge vrouw die niet weet wat ze wil. Op het moment maakt het je niets uit wat er gebeurt, als er maar iets gebeurt. Maar ik ben hier om je duidelijk te maken dat het wél uitmaakt. Het maakt heel veel uit.'
'Hoezo?'
Bernard bleef eerst een tijdje stil. Hij zette zijn ellebogen op de knieën.
'Ik heb ooit een man gekend...' zei hij ten slotte. 'Nu heb ik het over een hele tijd geleden. Het was iemand van ongeveer jouw leeftijd, misschien een paar jaar jonger. Zijn moeder was net gestorven en tijdens de begrafenisplechtigheid bleef hij maar hopen dat zijn vader zou binnenkomen, al was het maar voor even, om zijn moeder de laatste eer te bewijzen. De vader was bij zijn vrouw weggelopen toen het zoontje vijfjaar oud was. Hij had misschien een andere vrouw gevonden, of hij ging van de een naar de ander, wie zal het zeggen? Zijn zoon had hem in ieder geval na zijn vijfde nooit meer gezien en het verraste hem zelf dat hij daar nu ineens naar verlangde, want hij koesterde een geweldige haat voor die man. Maar toen de predikant sprak over het mooie leven en de liefde die de overledene had mogen ontvangen, zag hij dat als een leugen. Toen wist hij dat hij zijn vader moest opzoeken.
Kort na de begrafenis reisde hij naar Chicago, waar zijn vader werkte als journalist voor een krant. Toen zijn zoon naar hem vroeg, werd hem verteld dat zijn vader net een verhaal aan het natrekken was. Niemand wist waar hij was of wanneer hij terug zou komen.
De man zei dat hij de zoon van de journalist was, dat hij zijn vader in geen jaren had gezien en dat hij zou wachten. Niemand zei daar verder iets van.
Hij werd binnengelaten in het kantoor van zijn vader en nam plaats in een oude, gehavende draaistoel die piepte als hij erin bewoog. Hij zag de warboel op het bureau van zijn vader en dacht aan de warboel in het leven van zijn moeder. Hij zag de oude elektrische typemachine op het bureau van zijn vader en bedacht hoezeer zijn moeder ernaar had verlangd iets van hem te horen, hoe ze vol verwachting naar de brievenbus was gelopen en terug was gekomen, gebukt onder de last van een geheime nederlaag. Behalve dan dat het voor haar zoon geen geheim was; hij zag alles en voelde dezelfde pijn die zij voelde.
De tijd verstreek, dag werd nacht. De zoon viel in slaap met zijn hoofd op zijn gevouwen armen, zijn armen op het bureau van zijn vader. Toen hij ontwaakte, keek hij op en zag hij zijn vader voor het bureau staan.
"Zoon," zei zijn vader, "wat heb jij hier in godsnaam te zoeken?" '
Er viel een lange stilte. Zelfs Grace Slick was zo verstandig haar mond te houden. Tori verroerde zich niet, hoewel ze de neiging had de stilte met muziek te doorbreken.
Ten slotte stond Bernard Godwin op en haalde nog twee Kirins uit de koelkast. 'Affijn, de waarheid die ik onder ogen moest zien was een heel eenvoudige,' zei hij. 'Mijn vader was een klootzak zoals je ze zelden tegenkomt. Mensen die hem beter kenden dan ik of mijn moeder zeiden dat hij alleen op die manier een goede journalist kon zijn, maar dat kon me niets verdommen. In mijn ogen was hij een ellendige mislukkeling. Maar goed, iedereen heeft recht op zijn eigen mening.'
'Misschien hebben we wel een aantal dingen met elkaar gemeen,' zei Tori uiteindelij k. Bernard nam een bedachtzaam teugje van zijn bier. 'Nou, als het leven me iets heeft geleerd, dan is het wel dat de waarheid een moeilijk te bevatten monster is. Je denkt dat je hem bij de staart hebt, maar ineens staat hij weer achter je en bijt je in je kont.'
Tori lachte, maar ze wist dat hij serieus was.
Terwijl het grijze eind van de nacht overging in het parelblauwe begin van een nieuwe dag, struinden Tori en Bernard Godwin door een Tokio dat nog nadreunde van de vertrekkende vrachtauto's. De bruggen stonden er vol mee. Van de Sumida-rivier klonk getoeter; vissersboten naderden de visafslag van Tsukiji.
Tori moest denken aan hoe Bernard zich had gedragen toen Godzilla hem van de grond optilde: hij deed niets, knipperde niet eens met zijn ogen. Nu vroeg ze zich af wat er gebeurd was als ze niet tussenbeide was gekomen. Ze was er bepaald niet van overtuigd dat ze haar geld op Godzilla had moeten zetten.
'Dit lijkt me een prima moment om met je voorstel te komen,' zei Tori.
'Ik wil dat je voor me komt werken,' zei Bernard Godwin.
'Is het iets legaals?'
'Het is een goed teken dat je daarnaar vraagt.' Bernard nam een laatste slok bier en liet een boertje. 'Mijn excuses.'
Tori glimlachte.
'Waar ik mee bezig ben... en waar jij mee bezig zult zijn als je besluit om ja te zeggen, is legaal in de breedste zin van het woord.'
'Hetgeen betekent?'
'Hetgeen betekent dat we nooit voor een rechter hoeven te verschijnen, waar we ook bij betrokken raken.'
'Maar...?'
'Je kunt het ook anders zeggen: wat wij doen, heeft een amoreel karakter. We staan buiten de wet die de mens voor zichzelf heeft ontworpen. Waar ik niet mee wil zeggen dat we geen wetten kennen. Integendeel. Net als de Japanners, voor wie jij een overduidelijke voorliefde en bewondering koestert, creëren en definiëren we onze eigen wetten.' Bernards ogen leken te zijn dichtgevallen, alsof hij op het punt stond in slaap te vallen.
'Interesse?'
Tori wilde bijna zeggen: god ja, wanneer kan ik beginnen? In plaats daarvan dronk ze een half flesje Kirin, keek naar het woud van monsterlijk grote wolkenkrabbers dat hen omringde en zei: 'Ik zal erover nadenken.'
Drie dagen later gaf ze Bernard Godwin het antwoord dat voor haar al vanaf het begin vast had gestaan. Het probleem was dat ze niet naar huis wilde. Bernard begreep dat.
'Ik wil dat je in Japan blijft,' vertelde hij haar. 'We hebben in dit deel van de wereld niemand met zoveel expertise als jij. Tot nu toe is het ons nog nauwelijks gelukt in de Japanse onderwereld te infiltreren. Ze respecteren je nu al en, wat belangrijker is, ze zijn bang voor je.'
'Volgens mij draai je de zaken om.'
'We zullen zien,' zei Bernard...
We zullen zien.
'O mijn god,' kreunde Tori zachtjes. 'O mijn god.' En terwijl Bernard Godwins stem nog steeds in haar hoofd rondspookte, stommelde ze naar de telefoon en draaide een nummer dat ze lang geleden uit haar hoofd had moet en leren.
Het duurde erg lang voor ze verbinding kreeg. Maar toen ze ten slotte Russell Slade's stem hoorde, krakerig vanwege de verbinding met zijn autotelefoon, zei ze: 'A bientôt. Je had gelijk. Ik kom terug.'