Twee
Tokio/Moskou
Niemand wist van tevoren dat Kunio Michita's nakodo - zijn tussenpersoon - ritueel zelfmoord zou plegen, met uitzondering van Honno Kansei. Honno werkte voor Kunio Michita. Als privé-secretaresse van Tokio's belangrijkste zakenman was Honno ingewijd in een groot aantal geheimen: toekomstige transacties, fusies, acquisities. Ze zou al die kennis goed kunnen gebruiken op de aandelenmarkt, maar dat deed ze niet. Honno geloofde heilig in het bewaren van geheimen, een karaktereigenschap die uit noodzaak was geboren. Zedroegzelf een vreselijk geheim met zich mee: ze was geboren in het jaar van hinoeuma. Het was een vergissing geweest, natuurlijk. Haar vader had het haar moeder nooit vergeven, want hij ging er uiteraard van uit dat het haar schuld was. Als hij toch van Honno was gaan houden, had hij het in ieder geval nooit laten blijken. Hij gaf haar altijd het gevoel soto te zijn, een buitenstaander in de familie. Waarom? Volgens de oude Chinese dierenriem was hinoeuma eenjaar van het paard; het keerde elke zestig jaar terug. Vrouwen die in dat jaar werden geboren, zo vertelde de overlevering, zouden later hun echtgenoot vermoorden. Met als gevolg dat in het jaar van hinoeuma veel minder kinderen werden geboren dan in andere jaren. Vanwege haar scherpe intuïtie en empathisch vermogen was Honno bijna ten onder gegaan aan het bijgeloof van haar omgeving. Jaren later bracht het haar echter ook in aanraking met belangrijker geheimen. Zoals de aanstaande dood van Kakuei Sakata, Kunio Michita's tussenpersoon. Ook Sakata was ingewijd in een groot aantal geheimen. Gedurende vier jaar had hij deze last zo goed en zo kwaad als het ging met zich meegedragen. Waarom gaf hij het dan nu ineens op? Als hij deel had uitgemaakt van een westerse cultuur zou Sakata eenvoudig ontslag hebben genomen voor het schandaal in de openbaarheid kwam. Maar Sakata was Japanner en hij woonde in Japan, waar het gehalte van een persoonlijke relatie bepalend is voor de eigenwaarde van een mens. Zijn dood, net als die van Yukio Mishima een aantal jaren eerder, was een manier om een boodschap over te brengen, een verklaring, een symbool zelfs van zijn persoonlijke overtuigingen die nu voor altijd hun sporen zouden achterlaten in het collectieve bewustzijn van de natie.
Terwijl ze naar Sakata's kalme gezicht keek, vroeg Honno zich af wat er door zijn hoofd speelde. Wat waren de geheimen die boven tafel zouden komen en voor een waar schandaal zouden zorgen? Had hij ze zelf net ontdekt of vormden ze een last die hij al langere tijd met zich meedroeg en die hem nu eindelijk te veel was geworden?
Hij was naar Sengakuji gekomen om te sterven; daar was Honno van overtuigd. Het was de plek waar men heen ging om eer te bewijzen aan de zevenenveertig ronin die in feodale tijden wraak hadden genomen op de kwaadaardige moordenaars van hun heer. Tijdens deze achtervolging kwamen ze allen om het leven; een bewonderenswaardige en eerzame dood die van evenveel betekenis was als hun leven.
Dat was precies waar Sakata op uit was. Hij kon niet langer leven met datgene wat hij wist of had gedaan, maar hij kon zijn geheimen ook niet prijsgeven. Het was ondenkbaar dat hij zijn levenslange vriendschap met Kunio Michita zou verraden; die schande zou niet alleen ondraaglijk zijn voor hem maar ook voor zijn familie. Honno wist dat en deed daarom geen enkele poging tussenbeide te komen. Het kwam niet bij haar op een dergelijk schandelijk en oneerbiedig gedrag te vertonen. Ze had altijd al opgezien tegen deze man die fondsen werf de bij de bureaucratische en politieke instellingen in Tokio die Michita gunstig gezind waren, maar haar eerbied was nu groter dan ooit.
Het was een bijzonder warme lentedag en de graven van de zevenenveertig ronin waren overdekt met bloemen. Wierook steeg op in de windstille lucht. De combinatie van bedwelmende geuren was bijna te veel om te verdragen en voor de rest van haar leven zou Honno dit bepaald amalgaam van geuren, zoet en muskusachtig, associëren met de dood.
Het was een lange weg geweest van Kasumigaseki, de wijk in het centrum van Tokio waar Sakata en Honno werkten, naar de antieke graven in Sengakuji. Sakata had een tijdstip laat in de namiddag gekozen, zodat het heiligdom verlaten zou zijn.
Hij was gekleed in het wit, de kleur van de dood. Honno zag hoe hij afstak tegen de ondergaande zon en het veld van bloemen dat de graven bedekte. De wind rukte aan zijn ruime broek. Het contrast tussen de levendige kleuren van de bloesem en de maagdelijkheid van het witte katoen was opmerkelijk; ook dit was iets wat Honno nooit meer zou vergeten. Ze keek toe terwijl Sakata met zijn rug naar haar toe neerknielde. Tegen zijn middel rustte een ceremonieel mes, dat hij nu te voorschijn haalde. Het mes, licht gebogen, weerkaatste het licht in Honno's ogen, zodat ze even niets kon zien. Toen verdween de schittering en Honno zag dat Sakata voorovergebogen zag. Omdat zijn ellebogen scherp gebogen waren, wist ze dat zijn handen al tegen zijn onderbuik duwden, het heft omvattend. Ineens schoot zijn hoofd omhoog. Ze zag hoe zijn schouders trilden terwijl hij probeerde het lemmet, dat al diep in hem moest zijn doorgedrongen, van links naar rechts te bewegen; het openrijten van de ingewanden volgens het ritueel van de samoerai.
Sakata's ziel werd gelouterd, losgemaakt van de zondes die hij had begaan bij het uitoefenen van zijn taak. Maar zelfs de sterkste hand kent momenten van zwakte. De geest was vastberaden, maar een gekweld lichaam kan hem in de steek laten en dat was wat er nu met Sakata gebeurde. Honno kon zien dat zijn lichaam op de drempel van de dood niet de kracht kon opbrengen het werk af te maken. Hij probeerde het opnieuw, maar tevergeefs.
Honno kon het niet langer aanzien. Ze stapte achter de enorme Japanse ceder vandaan die haar aan het oog had onttrokken en knielde snel naast hem neer.
De onderste helft van zijn kleren was karmozijnrood gevlekt. De aders in zijn nek bolden op als touwen en zijn ogen puilden uit, alsof ze uit alle macht het lichaam wilden verlaten.
Honno leunde over hem heen en legde haar handen op de zijne, die het heft van zijn ceremoniële mes omvatten. Ze voegde haar kracht bij de zijne en hoorde een verschrikkelijk, scheurend geluid, terwijl het lemmet een snee maakte van links naar rechts.
Sakata's rood omrande ogen rolden omhoog, keken in de hare. Gedurende een fractie van een seconde zag ze zijn dankbaarheid. Toen dook hij met zijn gezicht in de felle bloemenzee, daar aangebracht als plechtige herinnering aan de geheiligde doden. Irina Viktorovna Ponomareva werd wakker zonder te weten waar ze was: in Mars' grote, donkere appartement op het Vosstaniyaplein of in Valeri's lichte, maar Spartaans ingerichte woning in de Kirovstraat. Ze kwam overeind en keek naar buiten. Ze zag de nauwe Telegraafstraat die lag aan de
* achterkant van het gebouw waarin ze werkte: het ministerie van Onderwijs. Irina was een buitenbeentje op het ministerie. Na een uitgebreid bezoek aan de Verenigde Staten kwam ze terug met een veelvoud aan innovatieve ideeën die gebaseerd waren op het Amerikaanse onderwijssysteem. De weken die daarop volgden, had ze besteed aan het minutieus schrijven, herschrijven en annoteren van een omvangrijk traktaat waarin werd aangegeven hoe de educatieve ontwikkelingvan de Sovjetunie kon worden gestroomlijnd en verbeterd. Het rapport was plichtsgetrouw verspreid onder medewerkers van het hele departement zonder dat het ook maar enig commentaar had opgeleverd.
Irina had de boodschap begrepen: hou je aan je computermodellen, beperk je tot statistisch onderzoek. Gebruik de Amerikaanse methodologie om het middeleeuws archiefsysteem van het ministerie te moderniseren; dat was immers de reden dat ze naar de Verenigde Staten was gestuurd. En laat de belangrijke hervormingen aan de experts over: de mannen. Maar goed, ik hoef me in ieder geval geen zorgen meer te maken dat ik vast zal groeien in een baan zonder perspectief, dacht Irina terwijl ze naar een vertrouwd bouwwerk staarde: de Kerk van de Aartsengel Gabriël. Ze wist waar ze zich bevond: in de Kirovstraat. In de woning van Valeri. Irina voelde dat haar pols nog steeds tekeerging. Het denken aan haar baan, haar dagelijkse bezigheden, had haar niet weten te kalmeren. Ze was wakker geworden van haar steeds terugkerende nachtmerrie, waarin ze verdrinkt aan de eettafel. Ze springt van haar stoel, gaat naar het raam, maar er ligt bloed op straat en als ze verschrikt omhoog kijkt ziet ze strepen over de maan. Ze weet dat ze de straat op moet omdat er iets belangrijks gebeurt, iets wat haar anders voor altijd achter zal laten. Maar ze kan geen voet verzetten en als ze naar beneden kijkt, ziet ze met een soort van misselijkmakende wanhoop dat ze aan de vloer is vastgeklonken... Irina sloot even haar ogen en keek toen weer uit het raam. Zet het uit je hoofd, berispte ze zichzelf.
Irina gaf eigenlijk de voorkeur aan Mars' appartement, hoewel het aan de rand van de stad lag; Mars stond erop tussen het volk te wonen. Of misschien was het Mars zelf aan wie ze de voorkeur gaf. Dat zou pas echt ironisch zij n. Maar dit appartement had zijn charme. Ze vond het heerlijk 's ochtends wakker te worden terwijl de zon op de gehavende kerktoren scheen die een paar jaar geleden door de bliksem was getroffen. Die herinnerde haar eraan dat zelfs zoiets kwetsbaars als geloof overeind kon blijven in een ongastvrije omgeving. Als de kerk het kon overleven, had ze een tijdje geleden bedacht, kon zij dat ook. Ze hoefde niet op dezelfde manier te eindigen als haar ouders.
Irina draaide zich van het venster af en hoorde Valeri, die druk in de weer was in de keuken. Wat maakte hij klaar? Ze hadden brood, maar boter of melk was nergens meer te krijgen in Moskou. Zo ging het al maanden. Het gerucht ging dat er dagelijks opstanden uitbraken in diverse delen van de Sovjetunie, en Mars wist dat te bevestigen. Irina dacht echter dat sommige dingen nooit veranderden - en nooit zouden veranderen.
Ondanks de perestrojka was het nog steeds even moeilijk, en soms zelfs onmogelijk, de belangrijkste eerste levensbehoeften bijeen te schrapen: zeep, brood, verse groente, toiletpapier. Het probleem dat kennelijk niemand wilde erkennen was dat de oude, centraal geleide economie zeer diep was ingesleten; zelfs de president kon zich daar niet zomaar van ontdoen. In Rusland gingen dergelijke structurele hervormingen immers altijd gepaard met enorme politieke risico's, zodat men in de meeste gevallen tot de conclusie kwam dat het beter was niets te doen. Besluiten die ertoe moesten leiden dat de bevolking nieuwe vrijheden kreeg, werden snel opgevolgd door besluiten die de betreffende vrijheden weer inperkten, hetgeen typerend was voor de dubbele moraal in het land.
Irina rekte zich uit, stapte uit het bed en stapte door de gang naar de badkamer. Zoals gewoonlijk deed de hete kraan het niet, maar ze was eraan gewend te douchen onder ijskoud water. Toch sperde ze haar ogen wijdopen en gaf ze onwillekeurig een kreetje.
Na zich te hebben afgedroogd, deed ze de schone kleren aan die ze bewaarde in de onderste lade van een prachtige mahoniehouten kast die Valeri uit Engeland had geïmporteerd. Ze stond voor de spiegel en maakte zich voorzichtig op met de Amerikaanse produkten die ze in de plaatselijke Beryozka-winkel had gekocht, een zaak waar bevoorrechte burgers als zij een beperkt aantal geïmporteerde artikelen konden kopen. Ze was een fijngebouwde vrouw met kleine, stevige borsten, een slank middel en smalle heupen. Haar benen waren welgevormd (een kwestie van de j uiste genen) en beschikten over goed ontwikkelde spieren. Hoewel ze de wensdroom van haar moeder en haarzelf om ballerina te worden reeds lang geleden had moeten opgeven, oefende ze nog steeds drie keer per week aan de barre. Ze had een opvallend, katachtig gezicht: driehoekig met grote, geelbruine ogen, een kleine neus, volle sensuele lippen en oren die dicht tegen haar hoofd zaten. Ze droeg haar glanzende, zwarte haar opmerkelijk kort. Al met al was ze tevredener over haar uiterlijk dat de meeste vrouwen die ze kende.
In de keuken stond Valeri Denysovich Bondasenko gebogen over de illegaal geïmporteerde Toshiba 5200 lap-topcomputer. De verbazingwekkende Japanse technologie had korte metten gemaakt met de logge CRT-monitoren. In plaats daarvan was er nu slechts een plat scherm overgebleven. Een bundeltje batterijen - onmisbaar in een land waar elektriciteitsstoornissen aan de orde van de dag zijn - hing aan de kunststof zijkant van het apparaat.
Irina keek over zijn schouder en zag een recept op het kleurenscherm. Ze kuste het puntje van zijn oor.
'Nog even,' zei hij afwezig. Hij was een angstaanjagend lange man met de vlezige schouders van een worstelaar en de gespierde onderarmen van een arbeider. De eerste keer dat ze met hem naar bed ging, was Irina doodsbang. Zijn gezicht en zijn stem waren al even intimiderend als zijn lijf.
Ze wilde helemaal niet met hem naar bed die eerste keer, maar ze was bang voor wat er gebeurde als ze niet toegaf. Ze hadden elkaar ontmoet op zo'n typische overheidsreceptie waar Irina alleen maar naartoe was gegaan omdat ze het aan haar functie verplicht was. Ze was liever naar de Kerk van de Aartsengel Gabriël gegaan om op haar knieën te zakken en haar lusteloze gemoed te vitaliseren. Toen werd ze ontdekt door Valeri Bondasenko. Hij was charmant geweest, hoffelijk zelfs. Maar ze was zich ervan bewust dat zich onder die beschaafde bovenlaag een andere Bondasenko bevond: de gevreesde politieke strateeg. Men zei dat alles wat hij ondernam deel uitmaakte van een vastomlijnde strategie. Irina was intelligent genoeg om zich af te vragen wat hij van haar wilde.
Ze was zich er heel goed van bewust dat ze verleid werd, maar die wetenschap had daar verder geen enkele invloed op. Valeri kreeg alles wat hij wilde, zo werd er gezegd. En het was duidelijk dat hij haar wilde. Irina had eenvoudig niet het politieke overwicht om hem te kunnen weerstaan. Dat had niemand. Het was een triest moment in haar leven: ze werd plotseling geconfronteerd met het nuchtere gegeven niet in staat te zijn haar eigen lot te bepalen. Toen ze voor de eerste keer naakt op de rand van zijn bed zat, had ze gebeden om hulp en om de geestelijke kracht niet aangestoken te worden door zijn ontaarding. Toen veegde ze een enkele traan van haar wang en ging naast hem liggen. Hij straalde de warmte van een oven uit. Ze dacht verpletterd te worden onder zijn gespierde lijf, maar hij bleek een verrassend zachtaardige en meelevende minnaar te zijn, alsof de Valeri Bondasenko die ze tussen de lakens trof een andere man was dan degene die door de gangen van het Kremlin schreed en eenieder 'wegzuiverde' die zo dom was zich tegen hem te verzetten.
Dit zag Irina als een lichtpuntje. Ze haatte hem niet toen hij haar nam en werd zelfs meegevoerd in de maalstroom van zijn lustgevoelens, zodat ze uiteindelijk ook zelf bevrediging vond. Ze wist dat ze op haar eigen manier plezier zou kunnen beleven aan deze verbintenis, ondanks haar gevoel van verlatenheid en verdriet op het moment dat hij haar lichaam verliet. Maar dat laatste had ze met al haar minnaars.
Op een avond, in zijn appartement, terwijl de hagel tegen de buitenmuren sloeg en de antieke vensterruitjes teisterde, ontdekte Irina nog een andere kant van hun relatie. Hij was nog steeds in haar, groot en warm. Ze ademde nog steeds op het ritme van hun versnelde hartslag.
'Zal ik je eens iets bekennen?' fluisterde ze. 'Ik heb nog nooit een man gekend die dit soort gevoelens bij me teweegbracht.' Ze streelde het haar op zijn voorhoofd naar achteren. 'Je maakt mensen bang, misschien heb je niet eens door hoeveel angst je hen inboezemt. Toen je me die eerste avond benaderde, voelde ik me als verlamd. Ik durfde geen nee te zeggen. Ik was doodsbang dat ik de volgende dag te horen zou krijgen dat ik was ontsla-gen.'
'Voelde je je niet tot me aangetrokken? Zelfs niet een klein beetje?'
'Ja, natuurlijk wel, maar ik... Wat ik op dat moment voor je voelde, was van geen enkel belang, begrijp je? Ik voldeed aan jouw wensen, daar kwam het op neer. En toen we later in bed lagen, was ik vreselijk bang dat ik iets verkeerds zou doen. En toen...'
'Toen wat?'
'Ik ontdekte een heel andere Valeri Bondasenko,' zei Irina. 'Iemand waar de anderen geen flauw benul van hadden. Je gaf me het gevoel dat ik... hoe moet ik het zeggen... bijzonder voor je was. Moskou kent een legioen van vrouwen, maar jij koos voor mij.'
Valeri lachte. 'Is dat je hele bekentenis?'
'Nee.' Irina zweeg een tijdje. Ze luisterde naar hun beider hartslag, alsof het een taal was die ze moest ontcijferen. 'Gedurende een kort moment voelde ik me een deel van de macht die jij hebt. Niet een afleiding daarvan, maar een deel. Klinkt dat erg idioot?'
'Helemaal niet,' zei Valeri en bewoog zich even. 'Het is zelfs zo dat jouw bekentenis, zoals je het zelf noemt, mij aanmoedigt om je in vertrouwen te nemen. Ik heb al een tijdje overwogen om dit ter sprake te brengen, maar ik wist niet zeker of mijn intuïtie juist was.'
Irina nestelde zich dichter tegen hem aan. 'Waar gaat het om?' Ze voelde de macht die hij uitstraalde, die haar als een warm bad omsloot. Was het zo slecht om daar een deel van te willen worden?
'Ik wil weten wat zich afspeelt in het hoofd van Mars Petrovich Volkov,'
zei hij. Die opmerking verbaasde haar, want het drong nog niet tot haar door dat zijn gedachten parallel liepen met de hare. 'Volkov zit me op de hielen in het Congres van Volksvertegenwoordigers. Hij heeft een geweldige hoeveelheid partijfunctionarissen achter zich staan en heeft de verkiezingen gewonnen. Ik heb nog steeds een overwicht vanwege mijn sterke banden met de vakbonden en verschillende districten, maar nu hij in het Congres zit, begint hij mij het leven behoorlijk zuur te maken. Nu de hervormingen aan de orde van de dag zijn en iedereen kan zeggen wat hij wil, zijn bepaalde mensen verslaafd geraakt aan het uiten van kritiek. Volkov is een van hen. Om hem te kunnen verslaan, moet ik erachter zien te komen wat hij denkt. Door ervaring wijs geworden weet ik dat er bepaalde dingen zijn waartoe de mens niet in staat is, of in ieder geval niet goed. Dit is er één van. Ik heb je nodig als mijn protégée die Mars Volkov benadert zoals ik dat bij jou heb gedaan.'
'Je wilt dat ik hem verleid?' had Irina gevraagd. 'Dat kan ik niet. Daar heb ik het temperament niet voor.'
'Temperament,' zei Valeri, 'wordt gecreëerd door de omstandigheden. Ik zal je alles leren wat je moet weten.'
' 'Ik heb geen behoefte mezelf op die manier te prostitueren.' Irina was kwaad geworden.
Het moest Valeri worden nagegeven dat hij dat onmiddellijk aanvoelde. Hij duwde zijn lippen tegen de hare en glimlachte. 'Het grappige is dat jij, Irina, mij hebt verleid. Of denk je soms dat je voor mij slechts de laatste bent in een reeks van veroveringen? Nee toch zeker. Je kent mijn reputatie. Ik ben altijd openhartig over dit soort zaken, zodat er geen misverstand ontstaat waar mijn tegenstanders misbruik van kunnen maken.'
'Van onze relatie weet niemand iets af. Daar heb je wel voor gezorgd,'
merkte Irina op.
'Dat is waar, maar ook dat is niet zonder bedoeling. Zal ik je eens iets bekennen? Na de dood van mijn vrouw kwam ik tot de conclusie dat ik weinig behoefte had aan seksuele escapades. In de laatste jaren van ons huwelijk hadden we tevergeefs geprobeerd een kind te krijgen. Na haar overlijden besloot ik dat het eigenlijk beter was geen kinderen te hebben. In deze verschrikkelijke wereld zou zelfs het hebben van een kind tegen me gebruikt kunnen worden.'
Hij rolde van haar af, waarna ze beiden met hun gezichten naar elkaar toe lagen. 'Ik realiseer me goed dat er bepaalde gevaren aan verbonden zijn, Irina. Maar als je nee zegt zonder er goed over na te denken, negeer je de beloning die het je kan opleveren.'
'Welke beloning? Een verlenging van mijn arbeidscontract? Geld? Geschenken uit de Beryozka? Dat zegt me niets.'
'O, dat weet ik.' Hij keek naar haar in de schemering en lachte nogmaals.
'Vanaf het eerste moment dat ik je zag, voelde ik dat je dit in je had. Weet je waarom ik je vraag Mars Volkov te verleiden? Omdat ik heel goed doorheb hoeveel macht j e daardoor zult verwerven. De meeste vrouwen nemen genoegen met de macht die van hun mannen afstraalt, maar jij bent anders. Jij wilt macht hebben voor jezelf. En je begrijpt heel goed dat ik je die macht kan schenken. Dus wat doe je? Je overstelpt Mars met liefkozingen, je zorgt dat je hem leert kennen en je rapporteert alles aan mij. Je zult er plezier in hebben, Irina, geloof me.'
Ze voelde dat haar lichaam door schrik werd bevangen, alsof een worm zich een weg baande naar haar diepste innerlijk. Het is waar, dacht ze, ik hou van deze nieuwe wereld die hij voor me openstelt. Ze was niet langer Irina de saaie intellectueel, Irina de computerprogrammeur, Irina de onderwij sdeskundige naar wie niemand wilde luisteren. En nu liep ze Valeri's keuken in en rook de lucht van uien en, tot haar verbazing, sjalotjes die in een koekepan lagen te stoven. Valeri serveerde haar yoghurt uit de Oekraïne en een kop thee waarin ze twee suikerklontjes liet vallen, een uitzonderlijk voorrecht in de Sovjetunie waar ze zonder hem nooit gebruik van zou kunnen maken.
Ze keek toe hoe Valeri de eieren voorzichtig brak boven de hete koekepan. Dit was nog zo'n voordeel van de nachten die ze bij hem doorbracht: ze vond het heerlijk als iemand ontbijt voor haar klaarmaakte. Maar het was geen onverdeeld plezier, want tegelijkertijd voelde ze enige wroeging vanwege de honger in haar land.
Soms, wanneer ze erg gedeprimeerd was over de situatie, maakte ze zich zorgen dat ze onherroepelijk was aangetast door de westerse manier van leven. Te vaak betrapte ze zichzelf erop vergelijkingen te maken tussen de stad waar ze was geweest (Boston) en de stad waar ze nu was (Moskou) om vervolgens tot wanhoop te vervallen over de tekortkomingen van Moskou. Haar verblijf in de Verenigde Staten had haar aan het twijfelen gebracht over de hele manier van leven in het eigen land. Dat was haar geheim, haar afschuwelijke last, en ze wist dat ze Valeri nooit iets mocht laten merken van deze verraderlijke gedachten.
Met alle patriottische geestdrift die ze op kon brengen, vroeg ze: 'Hoe ver ben je met de penetratie van dat dissidentenclubje van minderheden... hoe heten ze ook alweer?'
Valeri uitte een grove vloek. 'Witte Ster. Ze houden zich nog steeds voor ons verborgen. Hoe is het mogelijk! Zoiets kan helemaal niet in ons land. Ik heb het idee dat ze op de een of andere manier door het Westen worden gesteund. Hoe komt het anders dat we nog niet een van hun cellen hebben opgerold?'
'Als ik het zo hoor, weet je niet eens zeker of ze wel bestaan.'
'O, Witte Ster bestaat, daar twijfel ik niet aan.' Hij lachte kort. 'Wij van de overheid zijn de enigen die de propagandamiddelen zo goed beheersen dat we een denkbeeldige organisatie kunnen creëren. Het is alleen de vraag of Witte Ster nu wel of niet verantwoordelijk is voor de explosie van nationalistische opstanden in Georgië, Oezbekistan, de Baltische staten en zelfs de Autonome Republiek van Bashkir. In al die gevallen zijn de relschoppers goed georganiseerd en nog beter bewapend: handvuurwapens, machinepistolen en zelfs mortieren worden steeds vaker aangetroffen. Ze worden door iemand aangeleverd.'
'Ligt Ufa niet in Bashkir? Waar laatst dat vreselijke ongeluk gebeurde, twee treinen die op elkaar botsten?'
Valeri knikte. 'Meer dan tweehonderd mensen stierven bij die ramp. Maar het was geen ongeluk. Het was sabotage. In een van de treinen zat een aantal generaals van het Rode Leger, op weg naar een geheime militaire basis in de Oeral. Ze overleefden het geen van allen.'
'Sabotage?' vroeg Irina. 'Daar had ik geen idee van.'
'Dat had niemand, behalve een paar ingewijden.' Valeri schraapte zijn keel. 'De waarheid is dat er sinds Tsjernobyl een enorme toename is van het aantal terroristische activiteiten. Een intern onderzoek, waarvan de resultaten onmiddellijk geheim werden verklaard, heeft aangetoond dat het ongeluk bij Tsjernobyl een opzettelijke sabotageactie is geweest. Dat was nog slechts het begin, maar het was een ramp van zulke proporties dat we hadden kunnen weten dat het om gevaarlijke idioten gaat die nergens voor
* terugschrikken.'
'Mijn god, dat is niet te geloven.'
'Ongelukkig genoeg ben je niet de eerste die dat zegt. Het kostte me heel wat tijd om de president ervan te overtuigen dat er een speciale antinationalistische eenheid moest worden opgezet. En dat ik daar de leiding van moest krijgen.'
'Maar Witte Ster zou zijn samengesteld uit Oekraïense nationalisten begon Irina.
Valeri overwoog Irina's onuitgesproken gedachten. 'Het is waar dat de leiding van Witte Ster in handen is van Oekraïeners, en dat ben ik zelf ook,'
zei hij ten slotte. 'Maar zij willen iets anders dan ik. Mijn loyaliteit rust bij de staat. Zij zijn slechts trouw aan zichzelf.
Maar goed, het begint er intussen op te lijken dat mensen uit allerlei verschillende hoeken zich bij Witte Ster hebben aangesloten. Op deze manier kan die zich zelfs ontwikkelen tot de eerste nationalistische groepering waaraan wordt deelgenomen door verschillende minderheden: Georgiërs, Esten, Letten, Litouwers, moslimgroeperingen zelfs. Uiteraard zal de invloed van Witte Ster daardoor enorm toenemen, wat uiteraard een groter gevaar inhoudt voor de staat.
Die mensen hebben werkelijk geen idee wat ze nu eigenlijk willen bereiken. Anarchie. Chaos. Ze zijn volstrekt niet uit op een consistenter geheel, een staat die kan profiteren van een coherente dialectiek. Zodra ze hun autonomie hebben verkregen, zullen ze oorlog met elkaar gaan voeren. Juist ik, als Oekraïener, lid van een minderheidsgroepering, ben de aangewezen persoon om hen te wijzen op de levensgevaarlijke weg die ze inslaan.'
Irina wist niet of ze hem moest bewonderen of verafschuwen. Misschien was het een combinatie van die twee. Ze vermoedde dat Valeri tot op zekere hoogte de waarheid sprak. De beweegredenen van de dissidenten waren vaak nogal duister, omdat ze gebaseerd waren op woede en angst in plaats van op rede. En het was nu eenmaal zo dat revolutionairen meestal geen enkel idee hadden hoe ze hun macht zouden gebruiken als ze die eenmaal in handen hadden, met als gevolg dat ze er een zootje van maakten. Toch had ze de neiging te zeggen: maar begrijp je dan niet dat die Witte Ster een symbool is, dat het iets zegt over het verlangen van de niet-Russische volke-ren naar de vrijheid?
Was er maar iemand die ze kon vertrouwen. Ze vond het verschrikkelijk haar ware gevoelens elk uur van de dag en de nacht te moeten verbergen. Een nachtmerrie. Haar nachtmerrie: een gevangene te zijn in haar eigen land. 'Ik ken niemand die zo pragmatisch denkt als jij,' zei ze vlak.
'Communisme vormt de essentie van pragmatisme, dus ik dien op dat gebied een uitblinker te zijn,' zei Valerie. 'Kom, we kunnen ontbijten.'
Hij zette de omeletten en zijn eigen kop sterke thee op tafel.
'Wat een zaligheid,' zei Irina terwijl ze een homp van het grove, donkere brood afscheurde.
Valeri gromde. 'Het recept komt uit de New York Times. Het is alleen jammer dat ik geen boter kon krijgen. In plaats daarvan heb ik olie gebruikt.'
'Dat is maar goed ook,' zei Irina. 'Olie is veel gezonder. Er zit minder cholesterol in.' Haar vork bleef halverwege haar mond hangen. Mijn god, dacht ze, het klinkt alsof we al jaren getrouwd zijn. Ben ik dan helemaal gewend geraakt aan dit leven van bedrog en verraad? Moge God het verhoeden.
'Wat is er?' vroeg Valeri. 'Je bent zo bleek.'
Irina nam een hap van haar omelet om tijd te winnen. 'Ik dacht aan vanavond... en aan Mars.'
Valeri uitte een vloek die er zijn mocht. 'Die klootzak wil niets liever dan me onderuithalen. En hoe sneller het gebeurt, hoe liever het hem is. Nu maakt hij weer opmerkingen over mijn voorstel om een compromis te sluiten met de Baltische staten.'
'Begrijpt hij dan niet dat jouw compromis de best denkbare oplossing is?' vroeg Irina. 'De wereldgemeenschap twijfelt niet meer aan onze hervormingsgezindheid en dat dwingt jouw collega's in het Politburo zich soepel op te stellen. Bovendien weet iedereen dat de Baltische staten nooit echt bij de Sovjetunie hebben gehoord. Hitler heeft ze wederrechtelijk aan Stalin uitgeleverd als onderdeel van het Molotov-von Ribbentrop-pact in 1939.'
Valeri Bondasenko liet een spottend glimlachje zien. 'De Baltische staten zijn erin geslaagd hun onafhankelijkheid te verklaren, maar dat wil nog niet zeggen dat het Centraal Comité daar gelukkig mee is. Ze spreken nog steeds van een "afscheiding", het nationalistische virus dat overal de kop opsteekt, en zullen elk middel aangrijpen om de Baltische staten weer terug te jagen naar de kudde der Sovjet-volken.'
'Maar dat meen je niet,' zei Irina. 'Ik bedoel... we zouden er toch geen oorlog om beginnen?'
Hij veegde zijn mond schoon. 'Lenin heeft gezegd: "De belangen van het socialisme gaan boven het zelfbeschikkingsrecht van de staten." Daarmee volgde hij de stelregel van Marx dat de proletariër aan geen enkele staat toebehoort. Hoe dan ook, we kunnen ons niet permitteren om stukken grondgebied uit te gaan delen, zoals Roosevelt dat deed in Yalta. Dat is het punt waar Mars Volkov steeds met een grote boog omheen loopt terwijl hij keer op keer dezelfde bezwaren aan mijn adres richt. Hij klinkt zo monotoon als een rock en roll-plaat.'
Irina moest lachen. 'Mijn god, Valeri, soms vergeet ik weieens hoe ouderwets jij eigenlijk bent.'
'Politiek is het enige dat me interesseert,' zei hij simpel.
'Die obsessie van je wordt nog eens je dood,' verklaarde Irina. 'Als je je vijanden te slim af wilt zijn, moetje geen oogkleppen dragen.'
'Wat wil je dan? Dat ik mijn horizon ga verbreden door me te verdiepen
"in decadente, westerse rock en roll-muziek?'
'Misschien.' Irina keek hem aan. 'Het is eigenlijk wel een goed voorbeeld. Rockmuziek heeft veel invloed in het Westen. Er is niet alleen een hoop geld mee gemoeid maar het kan jonge mensen ook in beweging krijgen. Ze worden erdoor opgezweept, gemobiliseerd.'
'En dan zetten de autoriteiten gewoon het leger in om ze uiteen te drijven,' poneerde Valeri.
'Tot het moment dat de jonge mensen hun eigen leger gaan vormen.'
Bondasenko liet dat even bezinken. Hij wist dat Irina dank zij haar positie bij het ministerie van Onderwijs in staat was met eigen ogen kennis te nemen van een groot aantal westerse trends. Zelf wist hij daar niets vanaf. Hij wist dat het verstandig was naar haar adviezen te luisteren. 'Jouw kritiek is opbouwend; daar kan ik wel tegen. Het is de kritiek van Mars Volkov die het zwijgen moet worden opgelegd.' Hij stond op, maar bleef naar haar kijken. 'Denk daar alsjeblieft aan als je vanavond tegen hem aan kruipt.'
Twee dagen na Kakuei Sakata's rituele zelfmoord bracht de post een ongewone brief: vierkant en gemaakt van dik, handgeschept papier. Honno Kansei trok hem uit haar brievenbus toen ze op weg ging naar haar werk. Hij was afkomstig van Kakuei Sakata.
De envelop was verstuurd op de dag van zijn zelfmoord. Erin zat een velletje papier dat was dichtgevouwen. Honno vouwde het open toen ze in de metro zat op weg naar Kasumigaseki en trof slechts een kleine sleutel aan. Geen verklaring, geen toelichting.
Ze voelde dat er iets stond te gebeuren, de eerste koele bries die zou uitgroeien tot een wervelwind, zoals Sakata had voorspeld. In de afgelopen zesendertig uur hadden televisie, radio en kranten bol gestaan van de reportages en spectaculaire foto's van Kakuei Sakata's dood. Ze had gezien hoe haar baas, Kunio Michita, op het televisiejournaal werd ondervraagd. Het leek op het kruisverhoor waar de voormalige minister-president een aantal jaren geleden aan werd onderworpen, maar Michita was zo telegeniek dat het zijn reputatie alleen maar ten goede kwam. Toen Honno die ochtend de post en een kop vers gezette koffie bij Kunio Michita bracht, hield ze het sleuteltje in haar klamme hand. Ze keek naar haar baas, een kleine en goed verzorgde man met zilvergrijs haar en een nette snor. Hij nam de post door. Ze maakte nauwgezet aantekeningen van het dictaat dat hij haar opgaf en herinnerde hem aan de vele afspraken die hij had: besprekingen, telefonische vergaderingen en interviews. In de persoonlijke omgang met haar gaf hij tegenstrijdige signalen af. Hoewel hij oprecht geschokt leek door de onverwachte dood van zijn bemiddelaar, genoot hij kennelijk van alle aandacht van de media. Hij deed het geweldig goed voor de camera en dat wist hij. Sinds zijn eerste interview kreeg hij steeds meer steun uit de samenleving, financieel en moreel.
'Ons bod op Osaka Keramiek is aanvaard,' zei Kunio Michita. 'Kun je dat doorgeven aan onze juridische afdeling?' Hij overhandigde haar een dik dossier. 'En ik heb besloten onze petrochemische divisie op te heffen. We moeten ons concentreren op Michita Satcom, zodat we kunnen voldoen aan de uiterste leveringsdatum voor de nieuwe satelliet. Het zou me niets verbazen als de regering bereid is ons fors te belonen voor het project.' Hij gaf haar een tweede dossier. 'Rond het middaguur zullen de mensen van Kaga hier arriveren, dus je moet ervoor zorgen dat alles klaar is voor de ondertekening. Ons samenwerkingsverband zal me veel aanzien geven. O ja, ik wil tussendoor nog even naar Aoki, bij Tandem Polycarbon. Ons nieuwe verfprocédé schijnt perfect te zijn voor een hele serie nieuwe produkten die ze op de markt brengen.'
Honno juichte van binnen. 'Dank u, mijnheer.'
'Hoezo?' Michita keek haar nu pas voor het eerst aan. 'Waar heb je het over?'
'Vorige week in de stafvergadering was ik degene die begon over de produktontwikkeling bij Tandem. De suggestie dat ons magnetisch verfprocédé daar bij uitstek geschikt voor zou zijn, kwam van mij.'
'O ja?' Michita's aandacht was al weer bij andere zaken. 'Dat kan ik me niet meer herinneren. Misschien vergis je je. Ik heb hier een memo van Fujinami. Net binnengekomen. Het resultaat van een onderzoekje. Hij heeft zijn huiswerk grondig gedaan en als het contract doorgaat, betekent dat promotie voor hem. Herinner je me daaraan als het zover is?'
'Maar mijnheer...'
'Half negen,' zei Michita met zijn ogen op de grote klok die zijn bureau domineerde. 'Het is tijd voor mijn eerste telefonische vergadering. Ik neem aan dat je de lijnen al gereserveerd hebt.'
Honno trok zich terug uit zijn kantoor. Fujinami was bij de stafvergadering aanwezig geweest. Hij had haar idee aangehoord en was ermee aan de slag gegaan. Ze had haar ideeën in een memo moeten vastleggen. Misschien dat Michita dan wel naar haar had geluisterd. Honno zat achter haar bureau en opende langzaam de handpalm waarin ze het sleuteltje van Sakata had vastgeklemd. Het glinsterde van haar zweet.
Het leek wel of Kunio Michita aan de lopende band nieuwe, lucratieve overheidsprojecten binnensleepte. Het lukte hem steeds weer een van zijn divisies in aanmerking te laten komen voor aanmoedigingssubsidies; het feit dat hij zich nu ineens wilde concentreren op Michita Apparel was daar het laatste voorbeeld van. Zes maanden geleden was Honno er nog van overtuigd dat ze zelf profijt zou trekken van Kunio Michita's onvoorstelbare reeks toevalstreffers. Dat bleek een verkeerde inschatting te zijn. En wat was er daarnet gebeurd? Ze was Kunio Michita's kantoor binnengelopen met de vooropgezette bedoeling hem over het sleuteltje te vertellen. Ze wilde hem de kans geven uit te leggen waarom Kakuei Sakata zelfmoord had gepleegd. Maar nu had ze besloten dat niet te doen. Honno bedacht dat ze toch minstens haar echtgenoot Eikichi moest inlichten, want een zesde zintuig vertelde haar al dat de Tokuso moest worden ingeschakeld. Haar contacten met de Tokuso - het bureau van de openbaar aanklager in het district Tokio - waren van persoonlijke aard. Eikichi Kansei, haar man, werkte er als plaatsvervangend assistent van de directeur. 'Ik ben tot over mijn oren betrokken bij het onderzoek naar steekpenningen, afpersing en belangengroeperingen,' vertelde hij haar altijd met een brede glimlach. Hij was dol op zijn werk. Eikichi was een bijzonder gedisciplineerd man, een telg uit een van Tokio's beste families, die dank zij noeste arbeid en de invloedrijke positie van zijn vader naar de juiste scholen was gegaan, de juiste contacten had gelegd en terecht was gekomen in de juiste baan: prestigieus, benijdenswaardig, respectabel. Honno wist al alles van hem af toen ze aan Eikichi werd voorgesteld door een wederzijdse vriend. Juist vanwege zijn extreem gedisciplineerde, overzichtelijke manier van leven voelde ze zich tot hem aangetrokken. Ze was opgegroeid in een gezin dat niet bepaald stabiel kon worden genoemd en het idee getrouwd te zijn met een briljante lange-termijnplanner stond haar bijzonder aan. Bovendien steeg haar prestige enorm toen bekend werd dat ze Eikichi's bruid zou worden. Sinds hun huwelijksdag, zo'n negen maanden geleden, hield hun telefoon niet meer op met rinkelen; ze zag zich genoodzaakt een antwoordapparaat aan te schaffen om alle invitaties van vrienden en compagnons te kunnen verwerken.
Eikichi ontpopte zich tot een model-echtgenoot. Hij gedroeg zich meteen al beheerst en gereserveerd en vertoonde reeds alle kenmerken van ittai, een speciaal soort intimiteit die voortvloeide uit de samensmelting van twee zielen. Hij complimenteerde haar nooit en piekerde daar zelfs niet over, want dat betekende dat hij zichzelf complimenteerde; iets wat onvoorstelbaar gênant zou zijn. Zijn diepe, mannelijke stiltes en de gereserveerde houding die hij aannam ten opzichte van haar vormden een bewijs van hun (ffai-gevoel, hun extreme intimiteit. Net als alle vriendinnen van haar eigen leeftijd noemde ze hem thuis nooit bij naam. In plaats daarvan noemde ze hem 'Oto-san'. Papa. Die naam had ze niet zelfbedacht, maar werd gedicteerd door de cultuur. Het was in ieder geval moeilij k voor Honno om haar relatie met Eikichi onder woorden te brengen of zelfs maar om er coherent over te kunnen denken. Het was gewoon ittai. Eikichi's privé-leven was al even rigide als zijn professionele loopbaan. Hij hield ervan als zijn eten op een vastgestelde tijd op tafel werd uitgestald en verwachtte van Honno dat ze wist wat zijn favoriete voedsel was en dat dagelijks voor hem bereidde. Als ze uit eten gingen, was hij degene die het gesprek leidde en wanneer er over zaken werd gesproken, moest ze precies weten op welke momenten ze haar mond moest houden. Als ze er al een oordeel over had - ze was immers de privé-secretaresse van Kunio Michita
- moest ze dat voor zichzelf houden. Een keer per maand op een vaste avond organiseerde Eikichi een etentje bij hem thuis voor zijn collega's en connecties. Van Honno werd verwacht dat ze alles voorbereidde en zich dan als een geisha op de achtergrond hield.
Nee, diezelfde stijfhoofdigheid die haar ervan weerhield Michita in te lichten, vertelde haar ook dat ze Eikichi niet moest waarschuwen. Bovendien had ze hem nooit verteld over haar vriendschap met Kakuei; ze zou niet weten hoe ze daarover had moeten beginnen.
De sleutel. De sleutel was voor haar nu van het allergrootste belang. Een boodschap afkomstig van de andere kant van het graf. Ze had een vreselijke verantwoordelijkheid toegewezen gekregen. Ze voelde giri, de last die te zwaar is om te dragen, op haar schouders drukken. Om de een of andere reden had Kakuei Sakata haar uitgekozen om zijn laatste wens in vervulling te laten gaan. Maar waarom zij? Honno wist het niet. Misschien zou ze er iets van begrijpen als ze wist waar deze sleutel toegang toe gaf. Sakata was een gecompliceerde man geweest. Ze hadden vaak met elkaar gepraat en ze was van hem onder de indruk geraakt omdat hij de fijnzinnigheid van de vrouwelijke geest begreep. Hij was anders dan de meeste samoerai, die neerkeken op de prestaties van een vrouw. 'De tijden zijn veranderd,' vertelde hij haar eens. 'Vroeger dacht men dat vrouwen onrein waren. Mijn vader, een sakebrouwer, wilde mijn moeder vaak in geen maanden zien omdat hij ervan overtuigd was dat ze in bepaalde fasen van het brouwproces giftige stoffen zou inbrengen, zodat de sake zou mislukken.' Hij lachte. 'Samoerai-krijgers hebben van nature de neiging in het verleden te leven.'
Sakata was niet behept met diepe, mannelijke stiltes als hij bij haar was. Ze spraken vaak en langdurig. Hij leek plezier te hebben in de gesprekken, alsof ze voor hem een vorm van intimiteit betekenden. Honno luisterde, gaf antwoord op zijn vragen en ten slotte, door hem aangemoedigd, sprak ze ook over zichzelf. Ze was bovendien gelukkig met zijn gezelschap, maar zonder te weten waarom. Het was vreemd voor een man om zo vaak met haar te praten en alle details te bespreken, alsof haar opinies er iets toe deden. Kakuei hield van het moderne Japan of had in ieder geval bewondering voor een aantal aspecten daarvan. 'We zijn veerkrachtiger geworden,'
vertelde hij haar. 'En daarom kunnen we nu beter overweg met tegenslagen. Voor jonge mensen als jij bestaan er misschien wel toekomstmogelijkheden die wij nooit gekend hebben. Maar het komt ook voor dat we onze nieuwe veerkracht misbruiken en omsmeden tot corruptie. Op zulke momenten betreur ik, net als Mishima, het verlies van het oude Japan, dat even onbuigzaam was als het lemmet van een katana.'
De waarheid was dat ze elkaar graag mochten en Honno beschouwde Sakata als een van haar weinige vrienden. Hij had haar in vertrouwen genomen en dat kon ze nu niet beschamen. Giri eiste van haar dat ze zou gaan uitzoeken wat Kakuei Sakata tot de dood had gedreven.
Maar wat moest ze nu met de sleutel? Ze kon de situatie nauwelijks in haar eentje oplossen.
Honno wist maar één oplossing te bedenken en die maakte haar doodsbang. Mars Petrovich Volkov was uit heel ander hout gesneden dan Valeri Bondasenko. In de eerste plaats was hij noch Oekraïener, noch lid van een andere etnische minderheid. Hij was geboren en getogen in Moskou, in de Witte Stad, niet ver van de plek waar Valeri zich tegenwoordig had gevestigd. Hij beschikte over een koelbloedigheid die eigen was aan de Moskovieten en waar alleen een Parij zenaar of Newyorker begrip voor zou hebben. Ieder ander zou zich snel irriteren aan het soort arrogantie dat Mars Volkov uitstraalde, ware het niet dat hij een vlotte babbel had en een oplettende, meelevende luisteraar was. Mars Volkov zag zichzelf niet zozeer als een beroepspoliticus of partij lid, hoewel beide kwalificaties ongetwijfeld voor hem opgingen. Hij was een probleemoplosser. 'Ik ben net een KGB'er die gecodeerde berichten probeert te ontcijferen,' vertelde hij Irina ten tijde van hun eerste ontmoeting.
'Zo iemand die is opgesloten in de een of andere bunker van de Loebyanka en wijs moet zien te worden uit het onbegrijpelijke. Maar in tegenstelling tot zijn nogal klinische werksituatie heb ik te maken met echte mensen en werk ik volkomen in het openbaar.'
Strikt genomen was dat niet helemaal waar, of in ieder geval niet zo eenvoudig als hij het deed voorkomen. Want Mars Volkov probeerde het sub-versieve om te zetten in het patriottische. En dat was dan ook het grote verschil tussen hem en Valeri. Mars was tot de weloverwogen conclusie gekomen dat de oude Sovjetunie niet slechts een nieuw verfje nodig had, maar dat deze in zijn geheel moest worden vernietigd. Valeri vond die conclusie op zijn minst gevaarlijk en op zijn slechtst subversief.
Irina was goed op de hoogte van de laatste geruchten. Valeri deed het misschien voorkomen dat hij zich ongerust maakte over het feit dat Mars steeds meer steun kreeg in het Congres, maar Irina wist wie uiteindelijk de meeste macht had: Valeri Denysovich Bondasenko. Hoewel Mars voortdurend probeerde zijn denkbeelden aan de rest van het Politburo op te dringen, speelde hij nu definitief de tweede viool, net als Mars' vroegere rivalen. Irina vroeg zich af hoe lang het nog zou duren voor Mars zijn zetel in het Congres van Volksvertegenwoordigers zou kwijtraken en weggevoerd zou worden naar de een of andere uithoek, ver verwijderd van het machtscentrum Moskou. Ze twijfelde er niet aan dat dat onder andere afhing van de manier waarop zij hun verhouding zou afhandelen. Mars Volkov zag eruit als een filmster. Een Russische filmster, weliswaar, maar toch. Hij was lang en slank en had de lichte ogen en hoge jukbeenderen die kenmerkend waren voor het volk dat afkomstig was uit de winderige noordelijke steppen. Om kort te gaan: hij was niet alleen aantrekkelijk, maar zelfs begerenswaardig. Dat had de opdracht die Valeri haar had meegegeven zeker minder moeilijk gemaakt. Maar in het begin speelde dat eigenlijk nauwelijks een rol. Haar werkelijke beweegreden - Valeri had het al die tijd al geweten, de klootzak! - was het gevoel van absolute vrijheid dat ze verwierf toen ze contact legde met Mars Volkov. De manier waarop ze hem vervolgens verleidde, was zorgvuldig uitgedacht met het zelfvertrouwen van een natuurtalent. Tegen de tijd dat ze voor het eerst met elkaar naar bed gingen, had Irina het gevoel duizelig te worden van al die pas verworven vrijheid. Maar ze schrok ook een beetje van het feit dat ze zoveel plezier beleefde aan haar eigen verraderlijkheid.
Ze hoefde zichzelf niet langer als een van de vele ambtenaren van het ministerie van Onderwijs te beschouwen, een sloofje dat zich met dingen bezighield waar niemand anders zich voor interesseerde; een vrouw die nauwelijks werd gewaardeerd voor haar inspanningen of doorgevoerde innovaties. Tot op dit onderscheidende moment kon ze haar eigen waarde alleen uitdrukken in haar relatie tot anderen: de dochter van haar ouders of, eventjes, de echtgenote van haar man - tot hij om het leven kwam bij een legeroefening. Maar nu was ze een andere Irina, een onafhankelijke vrouw die de situatie volledig naar haar hand zette en verlangde naar een volledige vrij heid van handelen. En op het moment dat ze zegevierde, toen ze wist dat Mars Volkov verliefd op haar was geworden en meer naar haar verlangde dan naar wie ook, ving ze eindelijk een glimp op van haar eigen, haar echte waarde.
Mars was voor het Congres als vertegenwoordiger van de stad Moskou gekozen, hetgeen een buitengewoon eervolle positie was. Zijn achterban was te vinden bij zowel de Sovjet Honkbalfederatie als in Zvezdny Gorodok, Sterrenstad, waar de Sovjet-kosmonauten woonden en hun trainingsprogramma's volgden. Hij was gedurende een aantal jaren een van de belangrijkste architecten van het ruimtevaartprogramma geweest. Irina nam aan dat hij uit dien hoofde was gevraagd voor het helpen opzetten van een nationale honkbalploeg.
Irina geloofde dat Valeri redenen genoeg had om bang te zijn voor Mars. Ze hielden er fundamenteel tegenstrijdige denkbeelden op na en Mars was in elk opzicht een charismatisch figuur.
Terwijl Valeri zijn invloed deed gelden door middel van een enorm krachtige persoonlij kheid, was Mars eropuit mensen te charmeren. Terwijl Valeri anderen zonder veel problemen onder druk kon zetten om zijn wil door te drijven, moest Mars keihard vechten voor de kleinste politieke overwinning. Hij zei dat hij zich voortdurend te weer stelde tegen de angst die andere mensen koesterden voor Valeri Bondasenko. 'Ik voel me net een zalm,' vertelde hij Irina die avond, nadat ze had gevraagd waarom hij de maaltijd niet nuttigde die ze voor hem had bereid. 'Ik moet altijd maar tegen de stroom in zwemmen. Valeri Denysovich zal me verslaan, ondanks al mijn inspanningen, net zoals hij al die anderen heeft verslagen.' Hij keek haar met een matte glimlach aan. 'Ze zeggen dat er onder het Kremlin een stapel botten ligt. Dat is alles wat er over is van zijn vijanden.'
Ze kwam naast hem zitten, pakte zijn hand. 'Wat is er gebeurd?'
'Ach nee. Het is een vervelend verhaal en je zou er wanhopig van worden. Ik heb genoeg mistroostigheid gehad voor één avond. We gaan uit, eten ergens een hapje en laten ons vollopen met wodka.'
Hetgeen gebeurde. Irina liet hem voortdurend aan het woord. Hij leek ervoor in de stemming te zijn en ze wilde hem beter leren kennen. Als hij sprak, was ze als een student die een tentamen voorbereidde en alle informatie ijverig in zich opnam. Bij stukjes en beetjes kreeg ze het verhaal van zijn hele leven.
Hij vertelde haar over zijn ouders, die nog steeds in Moskou woonden en die hij elke zondag opzocht. Hij nam dan allerlei delicatessen mee die ze nooit voor zichzelf zouden kunnen kopen: blikjes kaviaar, verse Baltische haring. Hij vertelde over zijn broer, die was overleden, en over zijn zuster, die getrouwd was en drie kinderen had. 'Soms denk ik wel eens dat mijn zuster het het best heeft getroffen. Ze leidt een ongecompliceerd leven en haar zorgen zijn klein, de dagelijkse zorgen die makkelijk te dragen zijn. Er waren wat problemen met haar jongste kind; hij had last van een ruis bij het hart. Maar nu gaat het prima met de kleine. Haar leven staat in het teken van de liefde, van de tevredenheid, van haar gezin. Zonder dat zou ze verloren zij n.'
Later zei hij: 'Weet je, het is vreemd. Toen we opgroeiden, konden we helemaal niet zo goed met elkaar opschieten. Mijn broer en ik waren onafscheidelijk en zij was... een buitenstaander, denk ik. De vijand. We namen haar nooit in vertrouwen omdat we bang waren dat ze onze geheimen aan moeder door zou vertellen. Jaren later, op de begrafenis van onze broer, begon ze tot mijn grote verrassing te vertellen over de geheimen die wij als jongens deelden. Ze had er al die tijd van afgeweten, want ze was slimmer dan wij ooit waren geweest. En onze geheimen waren veilig bij haar, ook al plaagden we haar en hielden we haar voor de gek. Nu zijn we dikke vrienden. Ik geniet van de tijd die we samen doorbrengen, want ze is een eiland van gezond verstand in mijn dolgedraaide wereld. Haar leven is gewijd aan het prozaïsche: haar land, haar kinderen die op een goede dag partijlid zullen worden en hun bijdrage zullen leveren aan de Sovjet-maatschappij. Die houding herinnert me voortdurend aan het belang van dat wat ik probeer te bereiken...'
Irina wilde Mars vragen wat hij dan probeerde te bereiken, maar in plaats daarvan nam ze nog een slok peperwodka. Net als iedere professional had ze nu al een instinct ontwikkeld dat haar vertelde wanneer ze vragen moest stellen en wanneer ze haar mond moest houden. De tijd om risico's te nemen was nog niet aangebroken. Mars was nog niet kwetsbaar genoeg en nog te zeer op zijn hoede, ondanks de wodka. Zijn wangen waren dan wel rood en zijn ogen lichtten op, maar ze voelde dat zijn hersens intussen onverminderd actief waren. Hetgeen niet meer het geval was tegen de tijd dat ze terugkeerden in Mars' appartement. De wodka was doorgedrongen tot in alle uithoeken van zijn lichaam en zijn libido had het roer overgenomen van zijn geest. Zoals gewoonlijk bedreef hij de liefde met om en nabij de snelheid van een intercitytrein, alsof hij slechts uit was op het moment van bevrediging of het plezier dat hij eraan ontleende niet aankon. Vanaf het begin van hun relatie had ze zich daarover verbaasd. Hij was tenslotte een gevoelsmens; een patriot die naar haar idee veel ongecompliceerder was dan Valeri. Ze wist niet of het kwam door zijn bruuske gedrag in bed of door iets van haarzelf, maar bij hem kreeg ze nooit een orgasme. In plaats daarvan deed ze alsof; een staaltje van bedrog waar ze zich eigenlijk meer voor schaamde dan voor de mentale tegenhanger daarvan: het feit dat ze hem zover had gekregen dat hij van haar ging houden. Het een was verwant met het opvoeren van een toneelstukje (voor een publiek van één persoon); het andere was veel intiemer. En na afloop, toen hij zich kalm terugtrok, voelde ze zich verdrietiger, ja zelfs geïsoleerder dan ooit. Hij begon de ene na de andere Turkse sigaret te roken en dronk zwarte Turkse koffie die dik was als honing, aangelengd met een vingerhoed wodka. Hij zat naakt aan een oerlelijk modern bureau van Deense makelij en nam een aantal dossiers door dat hij mee naar huis had genomen in een verweerde leren attachékoffer. Als hij vierentwintig uur per dag kon werken, dacht Irina, zou hij het niet laten. Zijn gezicht was slechts gedeeltelijk zichtbaar vanwege de zware walm, maar Irina bleef naar hem kijken terwijl ze op haar buik op bed lag. 'Het enige goede nieuws dat ik deze week heb mogen ontvangen,' zei Mars, 'is dat de resoluties van de Verenigde Staten bij de V.N. nauwelijks nog door andere landen ondersteund worden. Misschien lukt het ons toch nog Amerika te isoleren.'
Irina proefde de atmosfeer en meende een verminderde weerstand te constateren. Het moment leek gekomen om zichzelf bloot te geven en te kijken of hij iets vermoedde. 'En waar komt het slechte nieuws vandaan?'
vroeg ze op nonchalante toon.
'Daar ben ik nu mee bezig,' zei Mars terwijl hij een pagina omsloeg. 'Het staat hier zwart op wit.'
Irina wist dat de dossiers voor haar van belang konden zijn, dat wil zeggen: voor Valeri. Maar ze was slim genoeg om te begrijpen dat ze niet moest proberen de papieren onder ogen te krijgen. Dat zou gelijk staan aan zelfmoord. Irina gaapte. 'Hoe bedoel je?'
Mars sloeg het dossier dicht en tilde zijn hoofd op. Hij keek haar een tijdje aan, langzaam rokend, sloom bijna. Irina was bang dat hij alles van haar wist. Maar hoe zou dat kunnen? Ze vertelde zichzelf dat het onmogelijk was. Toen sloeg Mars weer een ander dossier open en begon het door te lezen. Irina realiseerde zich dat hij niet naar haar had gekeken, maar door haar heen. Ze ontspande zich.
'Hafnium.'
Irina knipperde met haar ogen. Wat voor taal sprak hij nu? 'Wat?'
Mars herhaalde het woord zonder op te kijken. 'Een materiaal dat wordt toegepast in geavanceerde technologie. De regelstaven van bepaalde types kernreactoren zijn ervan gemaakt, met name in onderzeeboten.' Hij sloeg een bladzijde om, alsof hij voorlas uit het dossier. 'We hebben behoefte aan hafnium. We hebben er nooit genoeg van. Maar het westerse bondgenootschap, de COCOM' - Irina wist wat hij bedoelde: het Coördinerend Comité voor Multilaterale Export Controle - 'heeft wettelijk vastgelegd dat de daarbij aangesloten naties het niet aan ons mogen verkopen. Het is geclassificeerd als een strategisch metaal, geschikt voor militaire doeleinden.'
Mars stak een volgende Turkse sigaret op met het peukje van de vorige.
'We hebben er jaren over gedaan, maar eindelijk hadden we een betrouwbare westerse leverancier gevonden. Tot de COCOM erachter kwam en de aanvoer werd verbroken. Dat deden ze in het land van herkomst: Japan. Daar gingen we tenminste van uit, want de aanvoer van hafnium kwam stil te liggen kort nadat de produktiefaciliteiten waren gesloten.'
'Wat gebeurde er met het hafnium dat al klaar was om te worden afgeleverd?'
'Daar gaat het nu dus om. Eerst namen we aan dat het in beslag was genomen door de politie van Tokio en daarna was overhandigd aan de Tokuso, het openbaar ministerie van het district Tokio. Dat is de normale gang van zaken in Japan. Een week later ontvingen we echter een betrouwbaar rapport waarin vermeld stond dat de laatste lading hafnium de haven had verlaten vóór de fabriek was gesloten. We werden discreet verzocht onze rekening te betalen. Het probleem is alleen dat we het hafnium nooit ontvangen hebben.'
Irina ging rechtop zitten. 'Je zei dat de aanvoer was verbroken.'
Mars gooide het dossier op een stapel, stond op en kwam naar het bed toe. Tn zekere zin is dat ook gebeurd.' Hij keek haar aan. 'We hebben een aantal van onze mensen op het spoor gezet van de laatste lading en het enige dat ze vonden was de dood. Allemaal op dezelfde manier: met een afgesneden tong die vervolgens in hun keel werd gedrukt. Dood door verstikking is verre van plezierig, maar iemand op deze manier ombrengen is ronduit beestachtig.'
Irina huiverde. Maar het fascineerde haar geweldig. 'Heb je enig idee wat er gebeurd is met het hafnium?'
'Dat is nu de grote vraag.' Mars zat naast haar. Hij staarde naar haar naakte huid en ze voelde nu duidelijk hoeveel invloed zij op hem had. 'Het lag voor de hand te denken aan terroristen die handelden in opdracht van een andere natie, maar we hebben de nodige inlichtingen ingewonnen en elke speculatie in die richting liep op niets uit. Tot die conclusie kwamen we drie weken geleden.'
'Waar is het dan?' Irina sloot haar vingers om de groeiende slang tussen zijn dijen. Ze leunde voorover en kuste een tepel. 'Je weet het, hè?'
'Ik weet het,' zei Mars met schorre stem. 'En ik weet het niet.' Hij sloot zijn ogen. 'Dat hafnium is hier, in Rusland.' Zijn adem versnelde zich.
'Maar wat mij zoveel angst aan j aagt... is dat we vreemd genoeg... niet weten... wie het heef t.'
Honno Kansei had zichzelf beloofd dat ze Grote Ezoe nooit meer op zou zoeken, maar een samenloop van omstandigheden liet haar geen andere keus. Een kwestie van karma.
Grote Ezoe woonde in een grote ruimte die enigszins op een warenhuis leek. Die lag aan de oostelijke rand van Tokio. Honno wist dat hij heel rijk moest zijn om zich zoveel ruimte te kunnen veroorloven. Dat was op zich niet verbazingwekkend, want hij was oyabun, opperheer, van Tokio's machtigste Yakuza-familie. De Yakuza waren gangsters die de schaduwrij-ke achterafstraatjes van Tokio tot hun eigen, persoonlijke onderwereld hadden omgetoverd.
Die onderwereld nam voor de Japanners bijna mythische proporties aan en Grote Ezoe was hun Charon: hij had zoveel vingers in de pap dat hij ongetwijfeld meer nietsvermoedende zielen over de rivier de Styx had gevaren dan wie ook. Een van degenen die op die manier waren afgereisd naar het gevaarlijke land waar de Yakuza de dienst uitmaakten, was Honno Kansei's vader. Honno wist het niet zeker, maar ze verdacht Grote Ezoe ervan haar vader te hebben vermoord. Misschien niet in eigen persoon, maar wat deed dat ertoe? Honno's vader was een verstokte kaartspeler. Op dat gebied trok hij zich niets aan van wat haar moeder zei. Hij gokte in de salons die door de Yakuza werden beheerd en verloor. En toen hij ten slotte zoveel had verloren dat hij niet meer in staat was zijn schulden af te lossen, was hij onderuitgegaan aan de rand van een druk trottoir en onder een bus terechtgekomen. Honno vermoedde dat hij een duw in de rug had gekregen. Terwijl Honno de woning van Grote Ezoe naderde, herinnerde ze zich nog heel goed hun vorige - en enige - ontmoeting. Ze was met deemoedige blik naar binnen gelopen en had beleefd naar hem gevraagd. Toen ze werd afgescheept, zei ze: 'Vertel hem dat de dochter van Noboru Yamato is gekomen om zijn schulden af te betalen.'
Drie minuten later werd ze zijn kantoor binnengeleid. Hij had een enorme glimlach op zijn gezicht. Honno had vlak voor hem gestaan en accepteerde een drankje van de man die naar haar overtuiging haar vader had vermoord. Toen, terwijl haar hart zozeer bonsde dat ze pijn kreeg op haar borst, had ze een klein pistool te voorschijn gehaald en dat op het hoofd van
• Grote Ezoe gericht.
Grote Ezoe bleef glimlachen, ook toen ze zei: 'U heeft mijn vader gebroken. Zijn lichaam en zijn ziel. Waarom lacht u naar mij?'
Grote Ezoe zei: 'Het is beschamend bang te zijn in het aangezicht van de dood.'
En op dat moment begreep Honno wat de gevolgen zouden zijn van haar acties. En tegelijkertijd wist ze dat ze er niet toe in staat was. Ze had het pistool laten zakken en op zijn bureau gelegd.
En nu, nog geen jaar later, keerde ze uit pure wanhoop terug naar de laatste plek op aarde waar ze wilde zijn. Ze verafschuwde het hier te komen, maar Grote Ezoe beschikte over de macht die zij nodig had. Hij was een beestachtig wezen en even onvoorspelbaar als een mythische draak. Toen Honno het warenhuis betrad, bekroop haar een gevoel van vervreemding, alsof ze terugkeerde naar het verleden en op die manier alles verloor wat haar toebehoorde.
Honno werd meegenomen door de tuin, door een doolhof van gangen, naar het kantoor van Grote Ezoe. Hij keek toe hoe ze naar binnen werd geleid. Toen bleven ze alleen achter. De kamer was gevuld met curiosa: verfijnde antiquiteiten (zoals een transparante, grijsgroene Chinese vaas) en minder verfijnde (zoals het fraaie gevechtstenue van een zeventiendeeeuwse samoerai-krijger). Honno nam dit alles in zich op en vroeg zich af hoe zo'n laaghartige man het onderscheidingsvermogen kon hebben om zich te omringen met dergelijke prachtige voorwerpen. Het duurde lang voor Grote Ezoe zich verroerde. Uiteindelijk opende hij een lade, stak zijn hand erin en legde het pistool waar Honno hem een jaar geleden mee had bedreigd, op tafel.
'Ik neem aan,' zei hij, 'dat u hiervoor bent gekomen.'
Honno staarde naar het glanzende oppervlak van het pistool. Grote Ezoe had ervoor gezorgd dat de loop niet naar haar was gericht. In het chroom en het staal zag ze haar eigen verleden weerspiegeld en de wond die haar vaders dood in haar had geslagen, leek weer open te gaan.
'Als u die haat nog steeds koestert,' zei Grote Ezoe onbewogen, 'hebt u nu een tweede kans daarnaar te handelen.'
Maar Honno zag slechts een tweede kans om de verdoemenis over zich af te roepen. 'Je mag het wapen houden,' zei ze met dikke stem. Het kostte haar tijd en moeite zichzelf weer onder controle te krijgen. Grote Ezoe knikte. 'Zoals u wilt.' Zijn enorme handen bedekten het pis-, tooi en hij opende de patroonkamer om haar de inhoud te laten zien. 'Het was niet geladen, maar u dacht van wel. Daardoor was ik in staat uw gemoed te lezen.' Hij lachte. 'Is dit alles?'
Honno keek op en staarde in zijn ogen. Ze ademde diep in. 'Kunt u mij misschien thee serveren?'
Grote Ezoe trok een van zijn wenkbrauwen op, maar zei slechts: 'Maar natuurlijk.' Hij drukte op het knopje van de intercom en sprak op rustige toon. Toen liet hij zich achterover zakken en zei: 'Als u zo fronsend blijft kijken, zult u vroeg rimpels krijgen. Ik weet nog hoe mijn moeder aan mijn ex-vrouw uitlegde hoe ze moest glimlachen.' Hij lachte kort. 'Misschien moet ik u eens aan mijn moeder voorstellen.'
De thee werd binnengebracht. Grote Ezoe schonk zelf in. Toen ze hun eerste kopje op hadden en de damp van het tweede al omhoogdwarrelde, zei Honno: 'Ik heb uw hulp nodig.'
Grote Ezoe keek haar aan met een trieste blik. Ik heb vuile handen. Ik ben een gangster. U bent ervan overtuigd dat ik uw vader heb laten vermoorden. Waar zou ik u dan in 's hemelsnaam mee van dienst kunnen zijn?' Hij schudde zijn hoofd. 'U bent op de verkeerde plek terechtgekomen. U kunt beter naar de politie gaan. Of misschien naar de Tokuso.'
Dus hij weet van mijn huwelijk met Eikichi, dacht Honno. Maar ze vermande zichzelf. 'In dit geval komt noch de politie, noch de Tokuso in aanmerking,' zei ze. 'U bent mijn enige hoop. Ik wil doen wat gedaan moet worden, maar ik ben bang. Ik ben met hart en ziel gebonden aan giri, maar daarnaast ben ik slechts een vrouw in een mannenwereld. Bent u bereid me te helpen?'
Grote Ezoe keek haar lang aan. Hij was een grote man van begin vijftig en zodanig gespierd dat hij bijna uit zijn zijden pak barstte. Zijn gezicht was breed en maakte vreemd genoeg een openhartige indruk. Hij wekte vertrouwen. Maar er hing ook een zweem van agressie om zijn mond en kin. Hij had kort, stekelig haar en een nette snor met een lichte zilverglans. Al met al leek hij eerder op een ordehandhaver dan op een Yakuza-opperheer. Hij opende zijn enorme handpalmen. 'Het spijt me dat ik het vragen moet,' zei hij, 'maar waarom zou ik u eigenlijk helpen?'
Honno wist dat deze vraag zou komen. 'U wilt weten wat u eraan zult verdienen,' zei ze en opende haar handtasje. 'Maar natuurlijk.' Ze haalde een envelop te voorschijn die uitpuilde van de yen-biljetten. Het gezicht van Grote Ezoe betrok.
'Is het te weinig?' Het hart zonk haar in de schoenen.
'Stop dat weg, alstublieft. Ik neem geen geld aan van aardige jonge meisjes die beter moesten weten.'
'Moet u overal de gek mee steken?' Honno voelde hoe de wanhoop bezit van haar nam. Als Grote Ezoe haar niet wilde helpen, wie wilde dat dan wel? 'Uw hulp...'
Grote Ezoe liep om zijn bureau heen naar voren. 'Mijn hulp, geachte mevrouw Kansei, kan niet worden gekocht. Die kan alleen maar worden verdiend.' Hij keek haar in de ogen. 'U heeft het zelf gezegd. U bent een vrouw in een mannenwereld. Het is precies zoals mijn moeder het zei tegen mijn ex-vrouw: je moet me er eerst van overtuigen dat je hier thuishoort. Als ik ermee instem u te helpen, leg ik mijzelf een verplichting op. Dit is een serieuze aangelegenheid voor ons beiden en ik stel voor dat u eerst eens goed nadenkt voor u verder praat.'
'Dat heb ik al gedaan, gelooft u me,' zei Honno. 'Als u mij wilt helpen, heeft dat tot gevolg dat ik bij u in het krijt kom te staan. U hebt er geen idee van hoezeer ik me daardoor in mijn eer voel aangetast.'
'Nu beledigt u me. U gebruikt vreemde methodes om iemand tot hulp te bewegen.'
'Ik heb de taak op me genomen de laatste wens van een samoerai-krijger ten uitvoer te brengen,' zei Honno vinnig. 'Hij was een vriend van mij, een man van eer die ik heb geholpen om eerzaam te sterven. Nu heeft hij me een dienst gevraagd en ik ben het aan mijn eer en de zijne verplicht die ten uitvoer te brengen. Maar ik weet dat ik in mijn eentje niet over de middelen beschik dat voor elkaar te krijgen. Daarom ben ik naar u gekomen.'
'Een samoerai-krijger, zegt u.' Grote Ezoe zoog op zijn onderlip. De zaak leek hem te interesseren. 'Begrijp ik het goed en was u Kakuei's secondant in Sengakuji? Was u degene die het mes door zijn buik haalde toen hij daar zelf niet meer toe in staat was?'
'Ja.'
'Zo.' Hij leek in gedachten verzonken. 'Een lid van de Yakuza die de gevallen banier van een samoerai-ridder overneemt. Ik moet zeggen dat het denkbeeld me intrigeert.'
'Dus u wilt me helpen?'
Grote Ezoe richtte zijn ogen weer op haar. 'Weet u, mevrouw Kansei, ik had een voorgevoel dat u terug zou komen. Een jaar geleden kwam u hier binnenwandelen en richtte u een pistool op mijn hoofd. Ik had nooit gedacht een vrouw te ontmoeten die tot zoiets in staat was. Misschien was u te dom om beter te weten. Maar aan de andere kant was u slim genoeg om de trekker niet over te halen. Als u het echt had geprobeerd, hadden mijn mannen u vermoord. En nu...'
'Ik doe alles wat gedaan moet worden,' zei ze.
'Echt? Ik vraag het me af. Ik betwijfel of u enig idee hebt waar uw grootspraak toe kan leiden.' Grote Ezoe keek haar even bedachtzaam aan en legde haar pistool toen in zijn handpalm. 'Wie weet waar uw pad naartoe leidt, of wat er onderweg van u verlangd wordt?' Hij liep op haar af. 'Als een samoerai-krijger zich van het leven berooft, is dat niet vanwege een of ander wissewasje. U staat op het punt uw eerste stap in de duisternis te zetten. Er liggen ongetwijfeld onbekende krachten op de loer. Machtige, kwaadaardige krachten, als u het mij vraagt. U moet bereid zijn zich daartegen te verweren.' Hij lichtte het pistool op en spande zijn vinger om de trekker. 'Wat denkt u ervan? U kunt nog van gedachten veranderen.'
Honno haalde de sleutel te voorschijn die Kakuei Sakata haar had toegestuurd. Ze liet hem aan Grote Ezoe zien en zei: 'Laten we hiermee beginnen.'