Dreiging van Navarone
Proloog
Kapitein Helmholz keek op zijn horloge. Het was tien uur vierenvijftig en drieëndertig seconden. Nog zevenentwintig seconden en het was koffietijd op de brug van het bewapende koopvaardijschip Kormoran. Op last van Kapitan Helmholz was de koffiepauze exact om tien uur vijfenvijftig. Hij was de stiptheid zelve, wat wellicht de reden was waarom hem dit commando was toegewezen en hij hier nu zat in deze stalen ruimte met de grote ramen onder de rood-zwarte Kriegsmarine-vlag met kruis en swastika die strak wapperde in de meltemi, de middagwind op de Egeïsche Zee. Achter die ramen bevonden zich luik één en luik twee, onder die luiken zat de lading en verder naar voren stond het boegkanon op het foksel en daar was de boeg zelf die door de korte steile golfslag sneed. Vóór de roestige ijzeren boeg sprankelde de zee, een oogverblindende saffierblauwe vlakte tot aan de horizon. Achter de horizon lag zijn bestemming, die nu nog ogenschijnlijk als een wolk in de lucht hing, een massieve wolk - de bergen van Kynthos, blauw in de verte. Het ging allemaal goed; naadloos, netjes, strikt op schema. Helmholz keek nog een keer op zijn horloge. Nog vijftien seconden tot het voorgeschreven tijdstip en daar klonk het, het zachte gerinkel van kopjes op een dienblad. Die rinkelden altijd als Spiro de koffie bracht. Spiro was een Griek met zwakke zenuwen. Kapitein Helmholz hief zijn gladgeschoren kin op, richtte zijn ijsblauwe ogen langs zijn lange rechte neus en keek toe hoe de kleine dikke Griek de koffie in de kopjes schonk en ze ronddeelde. De man had een sterke lichaamsgeur en zijn schort was niet kraakhelder. Een laagje zweet bedekte zijn gezicht, of mogelijk was het vettigheid. Maar, dacht Helmholz ongewoon verdraagzaam, de man mocht dan een ontaarde zuiderling zijn, zijn koffie was goed, en punctueel op tijd. Hij pakte het kopje op om te genieten van de koffiegeur en van de spanning op de brug terwijl zijn officieren bleven wachten tot Herr Kapitan een slok nam en dus ook zij konden drinken. Helmholz veinsde belangstelling voor het blauwe waas van Kynthos, voelde de spanning stijgen en genoot van het gevoel heer en meester te zijn over kleine en grote zaken.
***
Anderhalve kilometer verderop, in een ijzeren koker vol mannen en machines, drukte een bebaarde man, die Smith heette en een nog sterkere lijflucht had dan Spiro, zijn ogen tegen de rubberen oogdoppen van zijn periscoop en zei: 'De bekende puinzooi daar voor ons, Derek?' 'Waarschijnlijk,' zei Derek, die net zo'n baard had en nog erger stonk. 'Een lont erin en hij staat in de hens.' 'Mooi zo. Vuren dan maar.' Uit de spinnenogen van de torpedobuizen langs de boeg van Zijne Majesteits onderzeeër Sea Leopard, werd een wolk belletjes gestoten, gevolgd door de slanke en doelgerichte Mark 8-torpedo. Smith volgde de ontploffingsafstand langs de roestbruine romp van het koopvaardijschip, onderdrukte een nerveuze gaapaanval en wilde dat hij kon roken. Drie-eilandenschip. Volgende schot onder de brug. Dat zou genoeg zijn. 'Twee afvuren,' zei hij. Het gebeurde niet elke dag dat je op een Duits bewapend koopvaardijschip stuitte dat in zijn eentje in niemandsland dreef. Een makkie. 'We blijven een beetje in de buurt,' zei hij. 'Misschien hebben ze schnaps bij zich.' 'Hoop doet leven,' zei nummer twee.
***
Helmholz' gevoel van totale controle duurde niet langer dan de tijd die nodig was om het kopje aan zijn lippen te zetten. De grote ironie van zijn leven was het feit dat hij op zee als een robot functioneerde, maar zodra hij land in zicht kreeg geplaagd werd door een onverantwoord ongeduld. Opeens kreeg hij allerlei beelden van de Kormoran die werd gelost aan de kade van Kynthos. Zweet van ongeduld maakte zijn handpalmen vochtig. Het was gekkenwerk om hier zonder escorte te varen, tegen elk gezond verstand in. Maar er was zo'n tekort aan vliegtuigen die het Reich moesten verdedigen dat de meeste onderhoudsmonteurs naar Duitsland waren teruggeroepen. Dus was het merendeel van de escortevliegtuigen buiten bedrijf. Met de escorteschepen stond het al niet veel beter. Dus voer de Kormoran alleen op de winderige blauwe Egeïsche Zee met een belangrijke lading en een bij elkaar geraapte bemanning... Hij zette het koffiekopje aan zijn lippen. Over de witte porseleinen rand heen zag hij iets verschrikkelijks. Aan stuurboord zag hij een oranje steekvlam de lucht in schieten, ter hoogte van luik één. Hij zag luik één zelf opbollen en tot een reusachtige vuurbol uiteenbarsten die loeiend op hem af kwam en door de ramen van de brug sloeg. Verder zag hij niets meer, want diezelfde vuurstorm sloeg het koffiekopje dwars door zijn gezicht en door de achterkant van zijn schedel. Zijn officieren liepen eenzelfde dodelijke verwonding op, maar dank zij hun goede manieren gebeurde dit ter hoogte van de borstkas en niet van de schedel. Misschien zou het Helmholz een troost zijn geweest te weten dat tot aan het moment van zijn verscheiden de orde gehandhaafd was gebleven.
***
'In de roos,' zei luitenant Smith. 'O, verdomme, hij staat in brand.' Brand was niet goed. Zelfs als er geen escorte in de zon lag te wachten, stond de zwarte rookpluim die de lucht in kringelde vrijwel gelijk aan een noodsignaal. Zijn gedachten draaiden rond in bekende patronen. De Sea Leopard was al een tijd onder water. Als het tot een achtervolging kwam, was dit het moment om zich voor te bereiden. 'Frisse neus halen, vind ik. Naar boven.' En met gierende pompen en motoren steeg Zijne Majesteits Sea Leopard op in de kristalheldere zee. Ze waren hooguit zevenhonderd meter van de Kormoran verwijderd. Er klonk enorm gekraak, het geluid van instortende schotten. Arme duivels, dacht Smith vaag. In de oorlog waren ze allemaal arme duivels. Allemaal mannen die vastzaten in kleine metalen ruimten waar elk moment het water kon binnenstromen. 'Daar gaat-ie,' zei Braithwaite, nummer twee. De Sea Leopard kwam boven en schudde tonnen Egeïsch water van zijn dek. Met de snelheid van een menselijke kanonskogel vloog Smith de trap op naar de toren. De zee was steil en blauw en de meltemi blies sneeuwwitte kruinen in de golven. De zwarte rook van het brandende schip wolkte uit de bleke vlammen in de richting van Kynthos. De boeg zonk snel. Eén torpedo in het voorruim en één onder de brug. Leuk stukje schietwerk, dacht Smith, die zijn neus optrok bij de scherpe, vluchtige geur in de lucht. Geen benzine. Een wat huiselijker luchtje. Het aroma van kooktoestellen in de hutten van de kleine jachten waarmee Smith vóór de oorlog op de Noordzee had gevaren. Alcohol. Geen schnaps: spiritus oftewel methanol. De onderzeeër voer in de richting van het schip. In de laag wrakstukken die het water bedekte dreven zwermen lange cilindervormige voorwerpen. Smiths hart sprong op. Ze zagen eruit als torpedo's. Maar ze waren te klein. Gasflessen waren het, cilinders. Hij richtte zijn zware in rubber gegoten verrekijker op de cilinders. 02 stond er in sjabloonletters. Zuurstof. Voor niemand van enig nut. Een flits en een oorverdovende knal. Toen Smith weer kon kijken, zag hij een grote stoot bellen. Het schip was in tweeën gebroken. Beide helften zonken snel en geruisloos. De zwarte rookwolk werd uiteengewaaid. Afgezien van de wrakstukken was de zee tot zover het oog reikte leeg voor iemand die in een drie meter hoge bovenbouw tussen golven van tweeënhalve meter stond. Kwartiermeester Jordan en een stel matrozen enterden een kist en trokken die aan boord. 'Vliegtuigonderdelen,' zei Jordan. Smith was teleurgesteld. Hij had echt gehoopt schnaps te vinden. 'Wegwezen maar, hè?' zei hij. Jordan ging naar beneden. De Sea Leopard draaide zijn neus naar het westen, naar de vriendelijker wateren van Sicilië, weg van het dreigende waas van het door de Duitsers bezette Kynthos. Geen overlevenden, dacht Smith, terwijl hij met zijn kijker de golven afzocht. Jammer. Niets aan te doen... Even bleef hij staan. Een paar kilometer voor de wind dobberde een ding op de kruin van een golf en er ging iets omhoog dat een arm had kunnen zijn. Hij deed zijn mond open om te zeggen: negentig graden draaien. Een mens? Wrakgoed? Een kijkje waard. Maar op dat moment ging zijn blik omhoog naar het diepblauwe uitspansel van de hemel. En daarin zag hij een vierkantje van zwarte stippen. Vliegtuigen. Hij drukte op de claxon, daalde af en draaide aan het knevelwiel. De Sea Leopard zonk naar de diepte. De Kormoran was gewoon een koopvaardijschip dat tot zinken was gebracht. Een van de vele. Nu moest de Sea Leopard ervoor zorgen het er heelhuids af te brengen om door te kunnen gaan met schade aanrichten. 'Thee,' zei Smith. Meestal dronken ze die ergens tussen elf uur en halftwaalf. Op dit moment, zo zag hij toen hij op zijn horloge keek alvorens het journaal bij te werken, was het elf minuten over elf.