7

 

Vice-president Richards schakelde het televisietoestel uit. Hij keek tegelijkertijd nadenkend, geschokt en bezorgd. Toen hij sprak, klonken al die emoties door in zijn stem. 'Dat was een hoogst indrukwekkende voorstelling. Ik moet toegeven dat onze schurkachtige vriend precies schijnt te weten wat hij doet en ook volledig in staat is zijn talloze dreigementen uit te voeren. Zo zie ik het tenminste, maar ik ben maar een leek op dit gebied. Heeft een van de heren een andere mening?' De Vice-President was een grote, joviale en praatgrage zuiderling die vaak de neiging had iemand die er niet op bedacht was nogal pijnlijk op de rug te slaan - je kon het geen zachtzinnig klopje meer noemen - en een internationaal bekende smulpaap, een feit waarvan zijn forse gestalte ruimschoots getuigde. Hij was helemaal geen uilskuiken zoals Hagenbach had beweerd - Hagenbachs mening stoelde op het feit dat zij twee totaal verschillende persoonlijkheden waren: hij was krachtig, sluw, intelligent en opmerkelijk goed op de hoogte met een brede scala van onderwerpen; als hij een fout bezat, was dat omdat hij in tegenstelling tot Hagenbach een vurig verlangen naar macht had. Branson had nauwelijks overdreven toen hij had gesuggereerd dat steeds wanneer hij de Ovale Kamer in het Witte Huis betrad er een verlangende blik in Richards' ogen verscheen. Richards keek zonder veel te verwachten, de mensen van het in het kantoor van de ziekenhuisdirecteur verzamelde gezelschap aan. Hagenbach, Hendrix en de twee ministers zaten rond een klein tafeltje. Newson en Carter zaten, als wilden ze de exclusiviteit van hoogste kopstukken van de strijdkrachten demonstreren, aan een tweede, kleiner tafeltje. O'Hare, die met de armen over elkaar geslagen tegen een radiator leunde, had de wat wrange, lichtelijk geamuseerde, lichtelijk toegeeflijke gelaatsuitdrukking die de meeste artsen reserveren voor al diegenen die niet net zoals zij arts zijn. April Wednesday zat stilletjes apart op een stoel in een hoek van het vertrek. Uit het stilzwijgen dat volgde bleek duidelijk dat geen van de aanwezige heren een andere mening had. Richards' jovialiteit ging over in een lichte geprikkeldheid. 'Wat stel jij voor, Hagenbach?' Hagenbach bedwong zich. Ook al was hij het hoofd van de FBI,   hij was toch verplicht respect te tonen voor de Vice-President, al was het maar in schijn. 'Ik stel voor dat we de decodering van Revsons bericht afwachten, meneer.' 'Decodering! Decodering! Was het nodig dat die agent van u de dingen nodeloos ingewikkeld maakt door een bericht in code te sturen?' 'Oppervlakkig beschouwd niet. Revson heeft bijna een manie voor geheimzinnigheid, dat moet ik toegeven, en hij is uitermate bedacht op veiligheid. Hetzelfde zou je van mij kunnen zeggen. Toegegeven, het bericht is er veilig en gemakkelijk doorgekomen, maar aan de andere kant heeft Branson overwogen, zoals juffrouw Wednesday hier heeft verklaard, om de ambulance te doorzoeken. Met de spreekwoordelijke stofkam zou hij iets hebben kunnen ontdekken. Maar deze microfilm niet.' Hij keek op toen een jongeman, gekleed in het onberispelijke grijze kostuum van een makelaar uit Wall Street, binnenkwam en hem twee getypte vellen papier overhandigde. 'Neemt u me niet kwalijk dat het zo lang geduurd heeft, meneer, het was een beetje moeilijk.' 'Revson ook.' Hagenbach las de papieren haastig door, het ongeduld van de anderen negerend. Hij keek op naar de jongeman. 'Ben je gesteld op je baan in onze organisatie, Jacobs?' 'Dat hoeft u niet te vragen, meneer.' Hagenbach probeerde te glimlachen, maar slaagde er zoals gewoonlijk niet in de ijsbarrière te doorbreken. 'Neem me niet kwalijk.' Het feit dat niemand hem zich ooit tevoren had horen verontschuldigen, was een bewijs van Hagenbachs bezorgdheid over de huidige toestand. 'Dat hoeft u evenmin te zeggen, meneer.' Jacobs verliet de kamer. Hagenbach zei: 'Dit is wat Revson schrijft. "Om u maximaal de tijd te geven om de dingen bijeen te brengen die ik onmiddellijk nodig heb, zal ik die allereerst opsommen.'" Admiraal Newson kuchte. 'Spreken uw ondergeschikten altijd op zo'n gebiedende toon tegen u?' 'Gewoonlijk niet. Hij gaat verder: "Ik heb vierhonderd meter blauw of groen dun koord nodig, cilindrische waterdichte kokers voor geschreven berichten en een kleine, afschermbare seinlamp. Ook wil ik graag een spuitbus, twee pennen - één wit, één rood - en een cap -luchtpistool. Bestelt u die alstublieft meteen, zonder die dingen kan ik niets doen."' Generaal Carter zei: 'Grote goden. Wat betekent dat allemaal?' Hagenbach zei: 'Ik weet niet zeker of ik u dat moet vertellen. Daarmee bedoel ik niets persoonlijks, generaal. Hoge officieren, ministers, en natuurlijk hoge politiebeambten hebben het recht in kennis gesteld te worden van dergelijke informatie. Maar er zijn - eh - burgers aanwezig.' O'Hare zei mild: 'Dokters praten niet. Wat meer zegt, ze geven ook geen geheime informatie door aan de pers.' Hagenbach vereerde hem met een zeer ouderwetse blik. Toen zei hij tegen April: 'En u, juffrouw Wednesday?' Ze zei: 'Ik zou mijn tong uit mijn mond praten als u me maar een paar duimschroeven liet zien. U zou ze niet eens aan hoeven doen, ze laten zien zou al meer dan genoeg zijn. Maar overigens praat ik niet.' Hagenbach vroeg aan Hendrix: 'Hoe staat Branson tegenover duimschroeven en jongedames?' 'Geen moeilijkheden. Deze meesterboef heeft een opmerkelijke reputatie wegens zijn galante houding tegenover vrouwen. Hij heeft nooit een roof op touw gezet waar een vrouw in verwikkeld zou kunnen raken, laat staan gewond.' 'Maar meneer Revson heeft me gezegd -' 'Ik vermoed,' zei Hagenbach, 'dat Revson wilde dat u zich zou gedragen of u bang was. Dus maakte hij u bang.' April Wednesday was verontwaardigd. 'Heeft die man geen scrupules?' 'In het privé-leven is hij een voorbeeld van integriteit. Maar tijdens zijn werk - wel, als hij er scrupules op nahoudt, heeft hij dat tot nu toe heel goed verborgen gehouden. Wat de dingen betreft waarom hij gevraagd heeft, de spuitbus bevat precies hetzelfde verdovende zenuwgas dat Branson met zoveel succes op de brug heeft gebruikt. Geen blijvende schade, hoe dan ook - de aanwezigheid van juffrouw Wednesday is daar het bewijs van. De pennen - ze zien eruit als gewone viltstiften - vuren naalden met miniem kleine puntjes af, die ook mensen uitschakelen.' Admiraal Newson vroeg: 'Waarom twee kleuren?' 'De rode schakelen je wat permanenter uit.' 'Ik neem aan dat "wat permanenter" betekent "permanent"?' Dat zou kunnen. Het luchtpistool - nu, dat heeft het voordeel dat het bijna volkomen geluidloos is.' 'En wat betekent dat cap?' Hagenbachs aarzeling verried een tikje tegenzin om hierop te antwoorden. 'Het betekent dat de kogels aangestipt zijn.' 'Aangestipt waarmee?' Hagenbachs tegenzin veranderde in iets dat nauw grensde aan verlegenheid. 'Cyaankali?' Na een kort en begrijpelijk stilzwijgen zei Richards moeizaam: 'Die Revson van u. Is dat een directe afstammeling van Attila?' 'Het is een man die uiterst doeltreffend te werk gaat, meneer.' 'Gewapend met zo'n dodelijk wapenarsenaal twijfel ik daar geen moment aan. Heeft hij al eens iemand gedood?' 'Dat hebben duizenden politiebeambten ook gedaan.' 'En hoeveel heeft hij er tot nu toe op zijn lijst staan?' 'Dat zou ik u werkelijk niet kunnen zeggen, meneer. In zijn rapporten vermeldt Revson alleen de essentiële punten.' 'Alleen de essentiële punten?' Richards' stem klonk hol. Hij schudde zijn hoofd en zei niets meer. Als u me een ogenblik wilt excuseren.' Hagenbach schreef vlug iets op een blocnotevelletje, opende de deur en overhandigde liet blaadje aan een man aan de andere kant. 'Zorg dat die din-gen binnen het uur hier zijn.' Hij kwam terug en pakte de decodering weer op. 'Ik ga verder: "In de korte tijd die mij ter beschikking stond, heb ik geprobeerd een idee te krijgen van Bransons karakter. Wat betreft originele ideeën, de planning, organisatie en tenuitvoerlegging, is de man werkelijk briljant. Hij zou een voortreffelijk generaal geweest zijn, want zijn beoordeling van zowel strategie als tactiek is meesterlijk. Maar niemand is voor honderd procent goed. Hij heeft zijn zwakheden waarvan, naar ik hoop, gebruik gemaakt kan worden om hem te doen struikelen. Hij heeft een bijna religieus geloof in zijn eigen onfeilbaarheid. Dit geloof draagt het zaad van zijn eigen ondergang met zich. Niemand is onfeilbaar. Ten tweede is hij kolossaal ijdel. Hij had die televisieinterviews - ik heb maar een van Bransons liefdesaffaires met het publiek gezien, maar er zullen er wel meer volgen - evengoed bijvoorbeeld bij de zuidelijke toren kunnen houden - maar nee, hij moest het in het midden situeren, omringd door zijn eigen privé-legertje. In zijn plaats zou ik gezorgd hebben dat de hele pers binnen vijf minuten de brug af was. Het lijkt gewoon niet bij hem opgekomen te zijn dat de pers geïnfiltreerd zou kunnen zijn. Ten derde had hij de dokter en juffrouw Wednesday moeten fouilleren en dan de ambulance moeten doorzoeken, zo nodig had hij ieder onderdeel van de medische uitrusting in de Gouden Poort moeten gooien, voordat hij goedvond dat de ambulance de brug verliet. Met andere woorden, hij is niet voldoende bedacht op veiligheid. Hoe moeten we ze aanpakken? Ik heb er nog geen idee van. Ik zou graag wat richtlijnen willen hebben. Ik heb suggesties, maar ik geloof niet dat één daarvan praktisch uitvoerbaar is. Niemand kan het opnemen tegen zeventien zwaarbewapende mannen. Maar van die zeventien zijn er maar twee die werkelijk tellen. Een paar van de overige vijftien zijn intelligent, maar alleen Branson en Van Effen zijn geboren leiders. Die twee zou ik kunnen doden."' 'Doden?!' April Wednesdays groene ogen in het bleke gezicht keken geschokt. 'Die man is een monster.' Hagenbach merkte droogjes op: 'In ieder geval is hij een realistisch monster.' Hij las verder: ' "Dat is uitvoerbaar, maar niet verstandig. De anderen zouden dan bijna zeker op een overdreven manier reageren en ik zou in dat geval niet graag verantwoordelijk zijn voor de gezondheid van de President en zijn vrienden. Dan komt de op één na laatste mogelijkheid: Zou het mogelijk zijn om tijdens de uren dat het donker is een onderzeeboot ter assistentie te hebben onder de brug, waarvan alleen het topje van de commandotoren te zien is? Op die manier zou ik boodschappen kunnen doorgeven en langs die weg alles kunnen oppikken wat ik nodig heb. Iets anders weet ik niet. Ik kan me bijvoorbeeld niet voorstellen dat de President zestig meter touwladder afdaalt. Na drie meter zou hij er al afvallen. Zou het mogelijk zijn om wanneer Bransons mannen de ladingen aanbrengen, een elektrische stroom van 2000 volt door de kabels te laten gaan? Ik weet dat dat de hele brug onder stroom zou zetten, maar diegenen die zich op de weg of binnen in de bussen bevinden, zouden veilig genoeg zijn."' Richards zei: 'Waarom 2000 volt?' Hagenbachs stem klonk bijna verontschuldigend. 'Het voltage van de elektrische stoel.' 'Ik ben het evenbeeld van Attila een verontschuldiging schuldig.' 'Ja. "Een bezwaar hiervan is dat iemand, misschien de President, op de leuning van de brug zou kunnen leunen of op een vangrail zou kunnen zitten. Dat zou een nieuwe presidentsverkiezing betekenen. Ik heb advies van bevoegde zijde nodig. Of zouden we een laserstraal op de ladingen kunnen richten wanneer ze aangebracht zijn? De straal zou zeker door het zeildoek heengaan. Als de lading op de brug zou vallen, zou die zeker door de schok ontploffen, maar daar het grootste deel van de explosieve kracht verspild zou worden in de lucht, zou de schade aan de rijweg niet al te ernstig zijn, en zeker zou het de brug niet omlaagbrengen. De moeilijkheid is dat de laserstraal ook de lading tot ontploffing zou kunnen brengen. Graag advies. Zou het niet mogelijk zijn om onder goede dekking mannen in de toren te brengen? Natuurlijke mist zou prachtig zijn, een namaak-oliebrand, afhankelijk van de windrichting? Ik weet het niet. Maar het gaat er in dit geval om, mannen naar boven te krijgen, de lift terug te halen en dan de stroom naar de liften af te snijden. Ieder die boven komt na zo'n honderdvijftig meter trappen klimmen is niet erg in vorm om veel uit te richten. Is het mogelijk een of ander verdovend middel in het eten te doen? Iets dat hen een half uur buiten gevecht stelt, eventueel een uur, en dat niet te vlug werkt? Als iemand op zijn rug ging liggen na de eerste hap, kunt u zich Bransons reactie wel voorstellen. De borden zouden gemerkt moeten worden zodat er zeventien naar de zeventien mannen zouden gaan voor wie ze bestemd zijn." ' Hagenbach keek naar O'Hare. 'Bestaan er zulke middelen?' vroeg hij. O'Hare antwoordde: 'Daar ben ik wel zeker van. De samenstelling van Mickey Finns is niet mijn specialiteit, maar dokter Isaacs - dat is het hoofd van de afdeling Drugs en Narcotica - weet evenveel van die brouwsels af als wie ook in het land. Catherina de Medici had het niet tegen hem kunnen opnemen.' 'Dat komt goed van pas.' Hagenbach richtte zijn aandacht op het laatste gedeelte van de decodering. ' "Graag uw suggesties. Het enige dat ikzelf op het ogenblik in feite kan doen, is proberen de radiografische ontsteking die de ladingen doet ontbranden, te deactiveren zonder een spoortje achter te laten dat ermee geknoeid is. Dat is op zichzelf eenvoudig genoeg. De moeilijkheid is om bij dat vervloekte ding te komen. Het zit natuurlijk in een van de helikopters en die baden dag en nacht in het licht en worden zwaar bewaakt. Ik zal het proberen." Dat is alles.' Newson zei: 'U had het over een op één na laatste mogelijkheid. Wat is de laatste?' 'Ik heb geen idee. Als hij een laatste mogelijkheid heeft, houdt hij die voor zich. Nu, ik kan vlugger fotokopieën hiervan laten maken dan dat ik het rond laat gaan. Een paar minuten en u hebt er ieder één.' Hij verliet het vertrek, ging naar Jacobs toe, de man die hem de getypte decodering had gebracht, en zei zacht: 'Laat hier fotokopieën van maken. Tien stuks'. Hij wees naar de laatste alinea: 'Dek dit gedeelte af. En zorg er in godsnaam voor dat ik dit origineel terugkrijg en niemand anders.' Jacobs kwam binnen de paar beloofde minuten terug. Hij deelde zes exemplaren uit en overhandigde de overblijvende kopieën en het originele aan Hagenbach, die het opvouwde en in zijn binnenzak stak. Toen lazen ze het rapport alle zeven zorgvuldig door. En nog eens. En nog eens. Generaal Carter zei, op een bijna klagende toon: 'Revson laat inderdaad niet veel ruimte aan mijn verbeelding over. Eerlijk gezegd laat hij helemaal niets over. Misschien heb ik mijn dag niet.' 'Dan is het mijn dag evenmin,' zei Newson. 'Uw agent schijnt vrijwel alle mogelijkheden overdacht te hebben, Hagenbach 't Lijkt er wel op dat hij een zeer bruikbaar man is om aan onze zijde te hebben.' 'Dat is hij. Maar zelfs Revson heeft ruimte nodig om te kunnen manoeuvreren. En dat heeft hij niet.' Quarry zei aarzelend: 'Ik weet dat dit niet mijn terrein is, maar het lijkt me dat het om de helikopters draait. Hebben we de middelen om ze te vernietigen?' Carter zei: 'Dat is geen probleem. Vliegtuigen, geschut, raketten, radiografisch geleide anti-tank projectielen. Waarom?' 'Het is de enige manier waarop Branson en zijn mannen kunnen vertrekken. En zolang hij op de brug blijft, kan hij de ladingen niet tot ontploffing brengen. Dus wat gebeurt er dan?' Carter keek zonder enige bewondering naar de minister van Financiën. 'Ik kan drie dingen bedenken. Ten eerste, Branson zou om een kraanwagen vragen, om de helikopters in de Gouden Poort te dumpen en hij zou binnen het uur twee andere toestellen eisen, anders stuurt hij ons een lief klein pakketje met de oren van de President. Ten tweede, of het nu een raket, granaat of projectiel is, het is onmogelijk het ontploffingseffect te lokaliseren of aan een bepaalde plek te binden, en onschuldige omstanders zouden op dezelfde manier hun einde vinden als de helikopters. Ten derde, is het niet bij u opgekomen dat, hoewel de ontploffing misschien wel het radiografisch geactiveerde instrument voor de explosieve lading zou kunnen vernietigen, er evenveel kans is dat deze ontploffing de boel in werking stelt? Zelfs als er maar één einde van een kabel weg is, zakt de brug onmiddellijk en komt op een krankzinnige manier scheef te hangen, en alles wat niet vastgenageld zit, kan onmogelijk op die brug blijven. Als dat zou gebeuren, meneer de minister, en de President en zijn gasten zouden weten dat u de verantwoordelijke man was, geloof ik niet dat hun laatste gedachten over u, als ze daar in hun bus op de bodem van de Gouden Poort zitten, erg vriendelijk zouden zijn.' Quarry zuchtte. 'Ik kan het maar beter bij mijn penny's tellen houden. Ik heb u al gezegd dat dit niet mijn terrein is.' Richards zei: 'Ik stel voor dat we allemaal twintig minuten rustig, nadenken en dan kijken of iemand een idee heeft.' Dat deden ze en toen de twintig minuten voorbij waren, zei Hagenbach: 'En?' De stilte die volgde, was zeer diep. In dat geval stel ik voor dat we nu overwegen welke van de door Revson genoemde mogelijkheden de minst afschuwelijke is.' De terugkeer van de ambulance naar het midden van de brug om ongeveer zes uur die avond werd met bijval en belangstelling begroet. Zelfs het feit dat alle ogen van de wereld op je gevestigd zijn, verliest zijn dramatische effect als je niets te doen hebt. Afgezien van Bransons televisie-uitzendingen bood het midden van de brug weinig amusement. Toen April, met een bleek gezicht en blijkbaar nog wankel op haar benen, uit de ambulancewagen stapte, was Branson de eerste die haar begroette. 'Hoe voelt u zich?' 'Ik schaam me dood.' Ze stroopte een mouw op om de prikken van de injecties te laten zien die O'Hare haar eerder op de dag gegeven had. 'Twee kleine prikjes en ik ben weer zo fris als een hoentje.' Ze liep een stukje verder en liet zich nogal zwaar op één van de vele stoelen neervallen. Haar collega's verzamelden zich om haar heen. Branson zei tegen O'Hare: 'Ze lijkt mij niet bepaald zo fris als een hoentje.' 'Als u daarmee bedoelt dat ze nog niet in haar normale doen is, ben ik het met u eens. Uiterlijk dezelfde verschijnselen, maar verschillende oorzaken. De laatste keer dat u haar zag, was ze erg gespannen, nu brandt ze op een laag pitje. Mijn vermoeden was juist, lijkt het - het was een emotioneel trauma. Ze heeft de afgelopen twee uur vast geslapen onder zware verdoving. Nog een beetje versuft, dat is alles. Dokter Huron, de psychiater, wilde niet dat ze terugging, maar ze maakte er zo'n verdomde herrie over dat ze haar laatste kans zou missen van wat dat ook mag zijn, dat hij besloot dat het misschien beter voor haar was om terug te gaan. Maakt u zich maar geen zorgen. Ik heb genoeg van hetzelfde kalmeringsmiddel mee teruggebracht om het hier een week uit te houden.' 'Laten we voor ons aller bestwil hopen dat u nog geen kwart daarvan nodig zult hebben.' Revson wachtte tot de laatste van Aprils verwelkomers haar verlaten had voor de televisie, een show die hen allen bijzonder interesseerde, daar het programma uitsluitend gewijd was aan een herhaling van Bransons uitzending van de vroege namiddag. Niemand - en het verraste Revson niet dit waar te nemen - was meer geïnteresseerd dan Branson zelf. Maar hij had dan ook zomin als de anderen iets om zijn tijd mee te vullen. De enige die enigszins actief leek, was Chrysler, die met geregelde tussenpozen een bezoek aan de achterste bus bracht. Hij vroeg zich af waarom. Revson ging naast het meisje zitten. Ze keek hem koeltjes aan. Hij zei: 'Wat is er met u aan de hand?' Ze bleef zwijgen. 'Zeg maar niets. Iemand heeft u tegen mij in het harnas gejaagd.' 'Ja. Uzelf. Ik houd niet van moordenaars. En ik houd heel in 't bijzonder niet van moordenaars die hun volgende moorden bij voorbaat al koelbloedig plannen.' 'Kom, kom. Dat is wel een beetje sterk uitgedrukt.' 'O ja? Cyaankali-pistolen? Dodelijke pennen? In de rug geschoten, neem ik aan.' 'Goeie genade! Wat zijn we bitter. Misschien mag ik drie dingen opmerken? Ten eerste, die wapens worden alleen in een acute noodsituatie gebruikt en dan nog alleen om levens te redden, om te voorkomen dat slechte mensen goede mensen vermoorden, maar misschien zou u het liever andersom willen zien? Ten tweede, het maakt geen enkel verschil voor een dode of hij in de rug werd geschoten of waar dan ook. Ten derde, u hebt voor luistervink gespeeld.' 'Ik ben uitgenodigd om mee te luisteren.' 'Mensen maken fouten. Kennelijk hebben ze de verkeerde uitgenodigd. Ik zou er de draak mee kunnen steken en kunnen zeggen dat ik een plicht tegenover de belastingbetaler heb, maar daarvoor ben ik niet in de stemming.' April keek naar het harde gezicht, luisterde naar de stem waaruit elk spoor van de normale, gekscherende warmte was verdwenen, en realiseerde zich bezorgd dat hij inderdaad niet in de stemming was. 'Ik heb werk te doen, u weet niet waar u over praat, dus kunnen we het wel stellen zonder uw morele kritiek. Ik neem aan dat u de dingen waar ik om gevraagd heb, heb meegebracht? Waar zijn ze?' 'Ik weet het niet. U zult het aan dokter O'Hare moeten vragen. 'Om de een of andere reden wilde hij niet dat ik het wist, voor het geval we ondervraagd zouden worden en de ambulance doorzocht.' 'Om de een of andere reden! Om een voor de hand liggende en uitstekende reden. O'Hare is niet gek.' Een blos vloog over de bleke wangen, maar hij negeerde die. 'Alles?' 'Ik geloof het wel.' Ze probeerde vastberaden te spreken. 'Laat uw gekwetste trots maar zitten. En vergeet niet dat u tot uw mooie nekje hierin betrokken bent. Heeft Hagenbach instructies voor mij meegegeven?' 'Ja. Maar hij heeft niets tegen mij gezegd, wel tegen O'Hare.' Haar stem was wrang of bitter of beide. 'Ik veronderstel dus dat meneer Hagenbach ook niet gek is.' 'Trek u die dingen niet zo aan.' Hij gaf een klopje op haar hand en glimlachte warm. 'U hebt het uitstekend gedaan. Mijn dank.' Ze glimlachte aarzelend. 'Misschien bent u uiteindelijk toch een beetje menselijk, meneer Revson.' 'Paul. Je kunt nooit weten.' Hij glimlachte weer, stond op en liet haar alleen achter. Hij was, bedacht hij, tenminste zo menselijk om haar eigenliefde niet verder te kwetsen door haar te vertellen dat het laatste toneeltje in scène was gezet zuiver en alleen ten behoeve van Branson die een ogenblik de belangstelling voor het scherm verloren had - hij was er op dat ogenblik zelf niet op -en onderzoekend naar hen keek. Niet dat dat noodzakelijkerwijze argwaan of iets anders onheilspellends hoefde te betekenen. Branson had de neiging onderzoekende blikken op iedereen te werpen. April was mooi en misschien vond hij dat ze deze schoonheid aan het verkeerde gezelschap verspilde. Revson ging op een stoel niet ver van Branson af zitten en keek naar de laatste twintig minuten van de uitzending. De overschakeling tussen de presidentiële groep en de top van de zuidelijke toren was zeer vakkundig geschied en het totale effect was zodanig, dat Branson zich het niet beter had kunnen wensen. Branson keek vol aandacht. Zijn gezicht gaf altijd precies weer wat hij wilde dat het weergaf en was geen spiegel van zijn innerlijke gedachten en gevoelens. Toen de uitzending was geëindigd, stond Branson op en bleef even bij Revsons stoel staan. 'Revson, nietwaar?' Revson knikte. 'En wat voor indruk maakt dit op u?' 'Ongeveer dezelfde indruk die het op een miljoen andere mensen maakt, vermoed ik.' Dit was het, dacht Revson, dit is een deel van zijn achilleshiel. Branson wist dat hij een genie was, maar hij had er geen bezwaar tegen dat de mensen dat zeiden. 'Een gevoel van totale onwerkelijkheid. Het is gewoon niet mogelijk dat dit gebeurt.' 'Maar het gebeurt, nietwaar? Een zeer bevredigend begin, vindt u ook niet?' 'Mag ik dat herhalen?' 'Zeker. Noem het een exclusief interview als u wilt. Hoe ziet u de verdere ontwikkeling van het scenario?' 'Precies zoals u het geschreven hebt. Ik geloof niet dat iets u kan tegenhouden. Ze zijn helaas, helemaal aan u overgeleverd.' 'Helaas?' 'Wat anders? Ik wil het stukje vaderlandsliefde niet overdrijven, u mag dan een meester-misdadiger zijn, een genie op uw eigen immorele manier, voor mij bent u toch een oplichter die erin slaagt een wenteltrap te laten lijken op een brandweerladder.' 'Die vergelijking bevalt me wel. Mag ik uw woorden op mijn beurt aanhalen?' Branson scheen oprecht dankbaar. Men kon niet beweren dat hij gauw op zijn tenen was getrapt. 'Er bestaat geen verbaal auteursrecht.' 'Helaas schijnt universele afkeuring mijn deel te zijn.' Branson scheen zich daar niet al te ongelukkig onder te voelen. 'Dat is een zeer ongewone camera die u daar hebt.' 'Dat wel, maar niet helemaal uniek.' 'Mag ik hem eens bekijken?' Zoals u wilt. Maar als u hem wilt onderzoeken om de redenen waarvan ik me kan voorstellen dat u hem wilt onderzoeken, bent u ongeveer vier uur te laat.' 'En wat mag dat wel betekenen?' 'Het betekent dat uw zeer kundige adjudant, Van Effen, net zo'n lelijke argwanende geest heeft als u. Hij heeft mijn camera al uit elkaar gehaald.' 'Geen radio's? Geen wapens?' 'Kijkt u zelf maar.' 'Dat zal nu niet meer nodig zijn.' 'Eén vraag. Ik wil uw reeds superontwikkelde ego niet verder opblazen, maar -' 'Vindt u niet dat u veel durft riskeren, Revson?' 'Nee. U hebt de reputatie dat u geen gewelddadige misdadiger bent.' Revson maakte een omvattende beweging met zijn arm. 'Waarom dit alles? U zou schatten kunnen verdienen in het zakenleven, als u zich maar ervoor wilde inzetten.' Branson zuchtte. 'Ik heb het geprobeerd. Het zakenleven is zo saai, vindt u ook niet? Dit geeft mij althans de gelegenheid de meeste van mijn capaciteiten te gebruiken.' Hij zweeg even. 'U lijkt zelf ook wat misplaatst. Een cameraman. U ziet er niet uit en handelt en spreekt niet als een cameraman.' 'Hoe moet een cameraman er dan uitzien, handelen en spreken? U kijkt in de spiegel wanneer u zich scheert. Ziet u eruit als een misdadiger? Ik zie een vice-president uit Wall Street.' 'Touché. Voor welke krant of welk tijdschrift werkt u?' 'Freelance, maar ik ben verbonden aan de Londense Times.' 'Maar u bent Amerikaan?' 'Nieuws heeft geen grenzen. Niet meer. Ik geef er de voorkeur aan het buitenlandse gebied te bewerken, waar de actie is.' Revson glimlachte vaag. 'Tot vandaag toe althans. Eerst was het Zuid-Oost-Azië. Maar nu niet meer. Europa en het Midden-Oosten.' 'En wat doet u dan hier?' 'Zuiver toeval. Ik was juist op doorreis, zou je kunnen zeggen, van New York naar een speciale opdracht in China.' 'En wanneer moet u daarheen vertrekken?' 'Morgen.' 'Morgen? Dan moet u vanavond de brug af. Zoals ik al gezegd heb, leden van de nieuwsmedia staat het vrij te vertrekken wanneer ze dat maar verkiezen.' 'U moet ze zien vliegen.' 'Kan China wachten?' 'China kan wachten. Tenzij u van plan mocht zijn Voorzitter Mao te kidnappen natuurlijk.' Branson glimlachte de glimlach die nooit zijn ogen bereikte en wandelde weg.

*** 

Revson, camera in de aanslag, stond naast het geopende rechtervoorportier van de achterste bus. Hij zei: 'Mag ik?' Chrysler keerde zich om. Hij keek met enige verwondering naar Revson en glimlachte toen. 'Waarom valt die eer mij te beurt?' 'Omdat mijn camera er genoeg van krijgt om foto's te nemen van Branson en de verzamelde kopstukken. Als u 't niet erg vindt Ik ben een fotoboek aan het samenstellen van Bransons tra wanten.' Revson glimlachte om het beledigende aan zijn woorden te ontnemen. 'U bent Chrysler, nietwaar? De telecommunicatie expert?' 'Als ze me zo noemen, ja.' Revson schoot een stuk of wat plaatjes, bedankte Chrysler, en liep weer verder. Ten overvloede en om in stijl te blijven nam hij nog wat foto's van Bransons mannen. Ze schenen allemaal aangestoken door Bransons enorme zelfvertrouwen en opgewektheid en gaven in sommige gevallen bijna gretig gevolg aan Revsons verzoek. Na de laatste van deze opnamen stak hij over naar de westelijke zijde van de brug, ging op de vangrail zitten en stak peinzend een sigaret op. Na een paar minuten kwam O'Hare, met zijn handen diep in de zakken van zijn witte jas, voorbijslenteren. Honderden foto's en duizenden woorden waren al afgegeven bij de zuidelijke toren en er waren op zijn minst twintig mannen - en vrouwen - van de nieuwsmedia die nu niets beters te doen hadden en doelloos heen en weer slenterden over het midden van de brug. Revson nam een aantal routine-opnamen van O'Hare, die naar hem toe kwam en naast hem ging zitten. Hij zei: 'Ik zag u praten met juffrouw Wednesday. Ze is een beetje aan het mokken, niet?' 'Onze April zou een tikje opgewekter kunnen zijn. Hebt u alles?' 'Zowel wapens als instructies.' Alles waar ik om gevraagd heb, is gecamoufleerd?' 'Dat zou ik wel denken. De twee pennen zitten aan mijn medische klembord vastgeklemd, iedereen kan ze zien. Wij, dokters, zijn toonbeelden van efficiency. Het pistool met de aangestipte kogels zit in het hartactivatie-apparaat. Dat is verzegeld en het zegel moet worden verbroken voor het apparaat geopend kan worden. Niet dat het veel uit zou maken als het werd geopend. Het pistool is verborgen in een valse bodem en je moet weten hoe je die open moet maken. Ik bedoel, het kan niet bij toeval gebeuren. Je moet het weten. Ik weet het.' 'U schijnt zich wel te amuseren, dokter.' 'Och ja. Het is weer eens iets anders dan ingegroeide teennagels behandelen.' 'Ik hoop dat u het prettig zult vinden voor de rest van uw leven onder het hoofdje "vertrouwelijk" te vallen. Hoe komt het dat u dat speciale instrumentarium in uw ambulancewagen mee voert?  'Dat doen we als regel niet. Maar uw directeur schijnt goed bevriend te zijn met zijn tegenhanger in de CIA . Ik kan u zeggen dat we compleet overgenomen werden door deskundigen.' 'Dat betekent dat u dubbel vertrouwelijk bent voor de rest van uw leven. Mijn koord en mijn kokers?' O'Hare scheen met zijn gedachten mijlenver weg. 'Mijn koord en mijn kokers?' O'Hare keerde op aarde terug. 'Bescheidenheid gebiedt mij toe te geven dat ik daarvoor gezorgd heb. Vier kokers. Leeg. Aan de buitenkant staat: Lab. monsters. Wie zal dat in twijfel trekken? Het koord is gewikkeld om een vierkant houten raam, met aan één einde twee haken met lokaas eraan vastgemaakt.' 'Gaat u vissen over de rand van de brug?' 'Ja, ik ga vissen. Het kan hier erg saai zijn, weet u.' 'Iets zegt me dat dat niet lang meer zal duren. Ik neem aan dat het niet nodig is u naar het zenuwgas te vragen?' Op O'Hares gezicht verscheen een brede glimlach. 'Ik wil eigenlijk liever dat u dat wel doet.' 'Moet u beslist Engels Engels spreken?' 'Ik heb het u al gezegd, mijn Londense opvoeding. Het is een spuitbus, die precies boven mijn schrijftafel is vastgemaakt. Iedereen kan hem zien. Ogenschijnlijk een product van een algemeen bekende maatschappij, Prestige Geur uit New York. Alleraardigst eigenlijk. De kleur bedoel ik. Boombruin geloof ik. Een verkleinde versie van hun 7 oz. bus. Freon, driemaal zo sterk als normaal. Werkzaam bereik drie meter.' 'Weten de Prestige-mensen hiervan?' 'Lieve help, nee. De cia maakt zich niet al te bezorgd over octrooirechten.' O'Hare glimlachte, bijna dromerig. 'Op de achterkant van de bus staat "geurig en prikkelend" en "buiten het bereik van kinderen houden". Aan de voorkant staat "Sandelhout". Kunt u in gedachten Branson of één van zijn kornuiten al zien, die niet weet hoe sandelhout ruikt en een vleugje neemt?' 'Nee, dat kan ik niet. Ik haal de pennen later op de avond wel op. En wat zijn Hagenbachs instructies?' 'Hagenbach en consorten. Een bestuursvergadering en een met algemene stemmen goedgekeurd besluit. De Vice-President was er, samen met admiraal Newson, generaal Carter, Hendrix, Quarry en Milton.' 'En uzelf en April Wednesday?' 'Wij, als gewoon volk, kennen onze plaats. Volstrekt stilzwijgen van onze kant. Plan nummer 1 van de agenda. Er is geen mogelijkheid om de brug onder stroom te zetten. Dat heeft niets te maken met de kans dat een President of een Koning zou zitten waar wij nu zitten en dan zijn broek zou schroeien. Het voltage zou kunnen worden geproduceerd, maar niet het wattverbruik. Niet voor idem zoveel duizend tonnen staal. Bovendien zouden de potentiële slachtoffers geaard moeten worden. Een vogel kan in volmaakte veiligheid op een hoogspanningsdraad gaan zitten. Het tweede deskundige advies ging over laserstralen. U vroeg zich af of ze door de zeildoekse omhulling van de pakken met explosieven heen zouden branden. Zeker, zeggen de jongens in Berkely. Maar de ontzaglijke hitte die wordt opgewekt wanneer een laserstraal een vast voorwerp raakt, zou de verbindingsdraad - ik geloof dat ze het zo noemden - in de detonator onmiddellijk witgloeiend maken!' 'Afgeketst dus?' 'Zoals u terecht opmerkt, afgeketst. Met vier dingen konden ze het echter eens zijn. Ze kunnen voor een onderzeeër zorgen. Blijkbaar is er wat riskante onderwaternavigatie nodig om er te komen en nogal wat gegoochel om de boot in de juiste positie te houden als ze er eenmaal zijn. Afgezien van de getijden zijn er heel wat verraderlijke stromingen in de Gouden Poort. Maar de admiraal denkt dat hij precies de juiste man voor het karwei heeft. En bij gebrek aan andere instructies stellen zij voor deze boot onder de bus die vooraan staat - dat is uw persbus - te parkeren.' 'Mijn fout. Daar heb ik niets over gezegd. Ze hebben gelijk natuurlijk.' Revson wierp tersluiks een blik in het rond, maar niemand schonk overdreven aandacht aan hen, behalve generaal Cartland, een fitheidsfanaticus die met afgemeten stappen heen en weer marcheerde langs het middelste gedeelte van de brug. Hij wierp in het voorbijgaan een scherpe blik op hen, maar dat luid niets te betekenen. Generaal Cartland schonk iedereen in het voorbijgaan een scherpe blik. Hansen, de energie-tsaar, met een hoeveelheid overtollige nerveuze energie, was aan dezelfde lichaamsoefening bezig, maar zijn aandacht was uitsluitend aan de neuzen van zijn schoenen gewijd. Hij marcheerde niet samen met Cartland; niet dat er enige antipathie tussen beide mannen bestond - ze hadden eenvoudig niets gemeen. O'Hare ging verder: 'Ze gaan akkoord met uw suggestie dat de zuidelijke toren bezet wordt. Daar u niet nader aangegeven hebt of het oostelijke of westelijke gedeelte bezet moet worden, tasten ze een beetje in het duister. De weersvooruitzichten zijn vrij goed. Voor het aanbreken van de dag wordt zware mist verwacht, die tot ongeveer tien uur in de ochtend zal blijven hangen. Het is maar te hopen dat dat klopt. De wind zal morgen westelijk zijn, zodat er geen sprake van kan zijn dat de rook van brandende olie de zaak kan camoufleren. Maar ze weten nog steeds niet welke kant van de toren ze moeten bezetten.' 'Ik vergat nog iets te vragen. De afschermbare lamp met verstelbare sluiter die -' 'Die heb ik.' 'En als Branson en consorten hem vinden?' 'Medische noodzaak, beste kerel. Oogonderzoek, verwijding van de pupil enzovoorts. Kent u morse?' Revson bleef geduldig. 'Ik lees 's avonds in de bus alleen boeken.' 'Sorry. Ik dacht even niet na. Richt vanaf de oostelijke zijde van de brug ongeveer 45 graden naar rechts. Ze hebben de hele nacht twee man op de uitkijk staan, in ploegen. Ze kunnen natuurlijk niet terugseinen, dus in plaats van "boodschap ontvangen en begrepen" zullen ze een vuurpijl afschieten vanuit Chinatown. Gevolgd door een heel stel andere, om geen argwaan te wekken. Het afsteken van vuurwerk, knallers, voetzoekers of hoe ze ook heten is verboden in deze stad, maar in Chinatown is de politie tolerant en doet een oogje dicht. Het Chinese nationale volksvermaak, ziet u. U zou het Chinese Nieuwjaar eens moeten meemaken. Kort nadat ik hier kwam - nog maar een paar maanden geleden -' Revson reageerde nog geduldiger. 'Ik kom uit San Francisco.' 'Aha! Nou ja. Maar u weet nog steeds niet welk gedeelte van de zuidelijke toren -' 'Daar kom ik wel achter.' 'U lijkt erg zeker van uzelf.' 'Absoluut niet. Maar ik ben zeker van onze April Wednesday. Branson heeft haar meer dan een terloopse blik geschonken. Ik zal haar haar vrouwelijke verleidingskunst laten gebruiken om te ontdekken welke kabel aan de beurt is voor de explosieve behandeling. En wanneer.' 'U bent nog steeds erg zeker van uzelf. Nu uw suggestie over het eten met een verdovingsmiddel. Unaniem aangenomen. Het eten van vanavond. Dokter Isaacs - dat is onze narcotica-tovenaar in het ziekenhuis - is druk aan het roeren geweest in zijn heksenketel. Zeventien onplezierige verrassingen.' 'Zeer vlug werk.' Revson vroeg een beetje bezorgd: 'Hoe kunnen die verrassingen herkend worden?' 'Dat is geen probleem. Het gebruikelijke vliegtuigvoedsel op de gebruikelijke plastic borden. Die borden hebben uitsteeksels om ze te dragen. De slechte borden als ik het zo mag stellen, hebben inkervingen aan de onderkant van die uitsteeksels. Heel klein, maar groot genoeg om te worden ontdekt met normale gevoelige vingertoppen.' 'Nou, dokter, u hebt uw tijd goed gebruikt, dat moet ik zeggen. We moeten kennelijk erg voorzichtig zijn. Als er iets mis kan gaan, zal het ook misgaan - dat is een van de wetten van Par-kinson of zo. Ik zal mijzelf benoemen tot oberkelner - met Bransons voorafgaande goedkeuring. Ten tweede moet u April Wednesday in de ambulance hebben voor een routine-onderzoek, wanneer de wagen met het eten arriveert, en daarin moet ze blijven tot de maaltijden zijn uitgedeeld. In de ambulance bedoel ik.' Waarom?' 'Wet van Parkinson. Als er iets misgaat, zouden jullie beiden als eerste verdacht worden - jullie hebben de brug verlaten en zijn weer teruggekeerd. Ten derde, ik kan voor een boodschap naar de presidentiële bus zorgen.' 'Hoe?' 'Ik bedenk wel een manier.' 'En de persbus?' 'Dat kan ik niet garanderen. Ik ben geen meesterbrein. Als er een paar zijn die de verkeerde borden krijgen - wel, ik kan de paar schurken die de goeie borden krijgen, wel voor mijn rekening nemen.' O'Hare keek Revson met een zeker gebrek aan bewondering aan. 'Het kan u niet schelen op welke manier u mensen gebruikt, wel?' Ik moet een karwei opknappen en ik doe wat ik kan. Ik weeg de voor- en nadelen tegen elkaar af, maar ik weet niet wat de voor- en nadelen zijn.' Revson zweeg even. 'Ik vecht in het donker. Ik ben een blinde, zo u wilt, en mijn handen zijn achter mijn rug vastgebonden. Misschien wilt u uw laatste opmerking dus nog eens overdenken?' O'Hare dacht na. 'Ik bied mijn verontschuldigingen aan. Uw pennen en de lamp liggen voor u klaar wanneer u maar langs komt. En nog iets. Ze keuren uw plan om het ontstekingsinstrument te neutraliseren, goed. 'Dat stel ik op prijs. U hebt zeker geen toverdrankje waardoor ik onzichtbaar word?' 'Helaas niet.' O'Hare draaide zich om en wandelde weg.

  ***  

Revson stak nog een sigaret op, rookte hem en gooide de peuk over de zijkant van de brug; hij stond op en wandelde op zijn gemak naar de rij stoelen. April zat nog steeds waar hij haar had achtergelaten. Hij nam de stoel naast haar. Hij zei: 'Wanneer de wagen met het avondeten komt, wil ik dat je naar de ambulance gaat. Voor een controle-onderzoek.' Ze keek hem niet aan.' Ja, meneer. Wat u maar wilt, meneer.' Revson haalde diep adem. 'Ik zal proberen wat ze in het Victoriaanse tijdperk mijn stijgende ergernis genoemd zouden hebben, te verbergen. Ik dacht dat we als vrienden uiteengegaan waren.' 'Ik ben er niet zo erg op gesteld om een hersenloze marionet te zijn.' 'We zijn allemaal marionetten. Ook ik doe wat mij gezegd wordt. In vind het niet altijd prettig, maar ik moet mijn werk doen. Maak het me alsjeblieft niet moeilijker dan het al is. De dokter zal je wel vertellen waarom je daar bent. Hij zal je ook zeggen wanneer je weer weg kunt gaan.' 'Ja, meneer Revson. Als een gedwongen lid van uw geheime dienst doe ik wat me gezegd wordt.' Revson besloot dat verder diep ademhalen geen zin had. 'Voordien zou ik graag willen dat je een praatje met onze meneer Branson maakte. Ik heb zo 't gevoel dat hij een oogje op je heeft, misschien wel twee van zijn kille schelvisogen.' Ze draaide langzaam haar hoofd om en richtte haar schitterende groene ogen vol op hem. 'En jij natuurlijk niet?' Revson hield haar blik een paar seconden lang uit, en bekeek toen aandachtig het betonnen wegdek van de Gouden Poort-brug 'Ik probeer de andere kant op te kijken. Bovendien heb ik geen schelvisogen. Probeer van hem te weten te komen aan welke kabel hij zijn volgende explosieve lading denkt aan te brengen -en wanneer. Wacht een paar minuten nadat ik weg ben gegaan en zorg dan voor een toevallige ontmoeting.' Hij keek haar weer aan. Haar ogen waren groter en groener dan ooit en glinsterden bijna ondeugend. Ze glimlachte, weliswaar zwakjes, maar het was in ieder geval een glimlach. Ze zei: 'Je zult mij ten slotte nog even slinks en sluw maken als je zelf bent.' 'De hemel verhoede dat!' Revson stond op en ging terug naar waar hij eerst gezeten had op de vangrail, nog geen twintig meter van de geschilderde demarcatielijn af, waar op het midden van de brug een man stond met een Schmeisser machinepistool, die voortdurend waakzaam was. Generaal Cartland, militaire pas in excelcis, naderde. Revson stond op, richtte zijn camera en knipte drie keer vlug achter elkaar af. Hij zei: 'Kan ik u even spreken, meneer?' Cartland bleef staan. 'Neen. Geen interview, exclusief of hoe dan ook. Ik ben dan misschien een toeschouwer in dit verdomde circus, maar geen acteur.' Hij liep door. Revson was opzettelijk bruusk. 'U kunt me maar beter te woord staan, generaal.' Cartland bleef weer staan. Zijn ijzige blik boorde door Revsons ogen heen in een blauw niemandsland. Wat zei u?' Ieder woord werd langzaam uitgespeld, Revson bevond zich op het exercitieterrein, een voor de krijgsraad gebrachte officier, wiens insignes en knopen afgerukt en wiens zwaard over een knie gebroken zou worden. Negeert u me alstublieft niet, meneer.' De bruuskheid had nu plaats gemaakt voor respect. 'Hagenbach zou dat niet prettig vinden.' 'Hagenbach?' Cartland en Hagenbach, mannen met een bijna identieke geestelijke instelling, waren even intiem als twee eenlingen maar kunnen zijn. 'Wat hebt u met Hagenbach te maken?' 'Ik stel voor voor dat u naast me komt zitten, generaal. Ontspant u zich alstublieft en gedraagt u zich onopvallend.' Het was iets volkomen vreemds voor een man als Cartland om zich te ontspannen en zich onopvallend te gedragen, maar hij deed zijn best. Hij ging zitten en zei: 'Ik herhaal, wat hebt u met Hagenbach te maken?' 'Meneer Hagenbach is zeer belangrijk voor mij. Hij betaalt mijn salaris. Wanneer hij eraan denkt.' Cartland wierp hem een lange blik toe; toen, als om te demonstreren dat hij niet volkomen gelijk was aan Hagenbach, glimlachte hij. Zijn glimlach was bij lange na niet zo ijzig als zijn gezicht. 'Wel, wel. Een vriend in de nood is een ware vriend. Uw naam?' 'Paul Revson.' 'Revson? Revson? James heeft met mij over u gesproken. En meer dan eens.' 'Meneer, u moet de enige persoon in de Verenigde Staten zijn die zijn voornaam kent.' Cartland knikte instemmend. 'Er lopen er niet veel rond. U weet dat hij u als kandidaat voor zijn eigen warme stoel heeft voorgesteld over vijf jaar?' 'Ik hoop zo lang te leven.' 'Wel, wel.' Dat scheen een geliefd stopwoordje van Cartland te zijn. 'Een keurig infiltratiekarwei, als ik dat mag zeggen.' 'Idee van de chef, niet van mij.' Revson stond op en knipte nog wat plaatjes. Hij zei verontschuldigend: 'Couleur locale. U wilt wel zo goed zijn tegen geen van uw collega's in de presidentiële bus te zeggen 'Collega's? Clowns!' 'Vertelt u alstublieft aan geen van die clowns dat u mij hebt ontmoet.' 'Ik trek mijn opmerking in. De President is een persoonlijke vriend.' 'Dat is bekend, meneer. De President en de clowns. Tot de laatsten zou ik de burgemeester niet willen rekenen. Als u privé met hen wilt praten, gaat u dan wandelen. In uw bus is een verborgen microfoon aangebracht.' 'Als u dat zegt, Revson.' 'Ik weet het, meneer. In de achterste bus is een bandrecorder druk aan het snorren. U hebt het gehoord. Ik niet.' 'Ik heb het gehoord. Ik heb nooit van u gehoord.' 'Generaal Cartland, u zou zich bij onze organisatie moeten aansluiten.' 'Vindt u?' 'Ik neem op mijn beurt mijn woorden terug. Een stafchef kan niet hogerop, alleen in rang omlaag.' Cartland glimlachte weer. 'Om een nieuwe frase te lanceren, vertelt u me alles...' Revson stond op, liep een paar passen weg, nam nog meer foto's, kwam weer terug, ging zitten en vertelde alles. Toen hij klaar was, zei generaal Cartland: 'Wat wilt u dat ik doe?' 'Ik wil niets. Men geeft geen instructies aan de stafchef.' De stafchef werd de stafchef. 'Ter zake, Revson.' 'Neem uw hokvaste vrienden mee voor een wandeling. Vertel ze dat er een afluisterapparaat in de bus zit. Zeg ze hoe ze hun veilige borden met eten kunnen herkennen.' 'Geen probleem. Is dat alles?' 'Nog één ding, generaal Cartland. Ik aarzel een beetje om dat punt aan te roeren, maar zoals u zou zeggen, ter zake. Het is bekend - ik weet het althans - dat u gewoonlijk een pistool bij u draagt.' 'Verleden tijd. Het is me afgenomen.' 'U hebt uw holster nog?' 'inderdaad.' 'ik zal u een ander exemplaar geven dat keurig in uw .22 zal passen.' 'Je kent je zaakjes, Revson. Het zal me een waar genoegen zijn.' 'De kogels zijn aangestipt met cyaankali, meneer.' Cartland aarzelde niet. 'Nog steeds een genoegen.'