4
Paul Revson keerde langzaam, bijna met tegenzin, terug tot een toestand van bewustzijn. Zijn oogleden waren loodzwaar, zijn hoofd scheen beneveld en hij had een gevoel alsof hij een beetje doof was geworden. Overigens voelde hij geen nawerking van het feit dat hij met gas bewerkt was - hij wist dat het dat moest zijn geweest, maar alles was zo vlug gebeurd na de explosie onder de voeten van de chauffeur, dat hij geen duidelijke herinnering had aan wat er gebeurd was. Toen zijn gezichtsvermogen terugkeerde, keek hij om zich heen. Naast hem was een meisje met een bos blond haar voorover gezakt tegen de rug van de stoel voor haar, waarbij haar nek op een ongemakkelijke manier gedraaid was. Hij zag dat sommigen in het gangpad lagen, schijnbaar in slaap. Een stel anderen zat nog op hun stoelen, allemaal in de ongemakkelijkste houdingen; sommigen begonnen zich, zoals hijzelf, juist weer te bewegen. Hij tuurde door het raam, knipperde ongelovig met zijn ogen, en staarde opnieuw. Als geboren en getogen inwoner van San Francisco had hij niet veel tijd nodig om zich te realiseren dat hun bus midden op de Golden Gate-brug stilstond Het was iets, vond hij, wat enige verklaring behoefde. Hij richtte nu zijn aandacht op het meisje naast hem. Zij was ieders aandacht waard. Ze had een tenger postuur, nauwelijks sterk genoeg, zou men gedacht hebben, om de zware filmcamera rond te zeulen die, aan haar schouder hangend, haar overal vergezelde. Het blonde haar was zo licht - van nature, dacht Revson - dat het bijna de naam platinablond verdiende en ze was erg mooi, met een bijzonder lichte huid die nooit aan de zon bloot gesteld scheen. Ze had hem verteld dat ze modefotografe was voor een van de grote televisiemaatschappijen en daar het officiële gezelschap van deze presidentiële tocht uitsluitend uit mannelijke personen bestond, was het nogal moeilijk te begrijpen waar om zij er eigenlijk bij was. Het leek vrij zinloos, maar dat waren in feite alle presidentiële tochten. Haar naam was even ongerijmd. April Wednesday, noemde ze zichzelf en haar perskaart bevestigde dit. Revson kon alleen maar aannemen dat ze was geboren uit ouders met bijzonder weinig fantasie, die, toen de dag aanbrak waarop ze haar een naam moesten geven, de geboortedag maar hadden genomen als de gemakkelijkste oplossing. Hij pakte haar bij de schouders en trok haar voorzichtig overeind. Het blonde haar hing tegen zijn schouder. Hij had geen idee hoe hij mensen bij moest brengen die door gas waren verdoofd. Moest hij haar schudden, haar zachtjes op de wang slaan, of haar gewoon laten slapen tot ze vanzelf bijkwam? Een besluit voor dit probleem werd hem bespaard, toen ze bewoog en om de een of andere reden huiverde - ze was alleen gekleed in een dun en opvallend korte, groen zijden jurk, maar de temperatuur in de bus moest zo'n dertig graden zijn - waarna ze haar ogen opende en Revson, zonder te knipperen aanstaarde. In een gezicht dat niet bepaald opviel door een gebrek aan andere prijzenswaardige trekken, waren die ogen verreweg het meest opvallend. Ze waren groot en helder en hadden een ontstellend groene kleur, waarbij ze iets zeldzaam zuivers en onschuldigs hadden. Revson vroeg zich tevergeefs af hoe bedrieglijk de schijn was: een jonge vrouw die met een camera rondwandelde voor ren televisiemaatschappij moest haar onschuld al lang geleden verloren hebben, ervan uitgaande althans dat ze die bezeten had. Ze zei, zonder haar ogen van hem af te wenden: 'Wat is er gebeurd?' De een of andere grappenmaker moet een gasbom hebben laten ontploffen denk ik, met een onmiddellijk effect. Hoe voelt u zich?' 'Suf. Een soort katergevoel. Begrijpt u wat ik bedoel?' Hij knikte. Waarom zou iemand zo iets willen doen?' 'Waarom zoveel.' Hij keek op zijn horloge. 'Waarom zitten we na een uur en tien minuten nog steeds midden op de Golden Gate-brug?' 'Wat!' Kijk maar om u heen.' Ze keek om zich heen en realiseerde zich langzaam dat het inderdaad zo was. Plotseling verstrakte ze en greep zijn hand beet die nog op haar schouder rustte. Die twee mannen aan de andere kant van het gangpad.' Haar stem was gedaald tot een gefluister. 'Die hebben handboeien aan.' Revson boog zich voorover en keek. De beide grote en nog diep in slaap zijnde mannen hadden ongetwijfeld handboeien aan. 'Waarom?' Weer op fluistertoon. 'Hoe moet ik dat weten? Ik ben zelf net bijgekomen.' 'Wel, waarom hebben wij dan geen handboeien aan?' 'Hoe moet ik - wij behoren tot de gelukkigen.' Hij keek over zijn schouder en zag de presidentiële bus vlak achter hen geparkeerd staan. 'Excuseer me. Als een goed journalist geloof ik dat nu het ogenblik is aangebroken om een onderzoek in te stellen.' 'Ik ga met u mee.' 'Natuurlijk.' Ze stapte het gangpad in en hij volgde haar. In plaats van direct achter haar aan te lopen, lichtte hij de jasrevers van de dichtstbijzijnde van de beide slapende mannen op. Een lege schouderholster was veelzeggend genoeg. Hij volgde het meisje Bij het voorportier zag hij dat de chauffeur, nog steeds vast in slaap, tegen het portier aan de rechterkant geleund zat, een flink eind van zijn zitplaats af; het was duidelijk dat hij daar niet op eigen kracht was gekomen. Hij voegde zich bij het meisje op de brug. Een bijzonder grote en ontzettend lelijke politieagent - Yonnie had het soort gezicht dat iedere politiemacht een slechte naam zou hebben bezorgd -hield een machinepistool op hen gericht. Dat een politieman een pistool op hen richtte, was vreemd genoeg. Dat een politieman gewapend was met een machinepistool, was nog vreemder. Het vreemdst van alles echter was de aanblik van zes somber kijkende en zich kennelijk ongelukkig voelende politieagenten die op een rijtje stonden, aan elkaar vastgeklonken met handboeien. April Wednesday staarde vol verbazing naar hen, toen keek ze Revson aan. Hij zei: 'Ik ben het met je eens. Dit vraagt wel om een verklaring.' 'Die krijgt u.' Branson, onbezorgd wandelend, onbezorgd pratend, kwam er juist aan om de voorkant van de presidentiële bus heen 'Hoe heet u?' 'Revson.' 'Mijn verontschuldiging hiervoor. U ook, jongedame.' 'Helikopters!' zei ze. 'Ja, dat zijn helikopters, nietwaar? Een verklaring krijgt u, maar niet apart. Wanneer uw makkers allemaal bijgekomen zijn, zullen we een kort gesprek hebben.' Branson wandelde weg in de richting van de achterste bus. Zijn stap was bijna zwierig en hij scheen niet al te ontevreden met het leven. Hij keek naar de mistbank die langzaam, heel langzaam uit het westen aan kwam drijven. Als het hem ongerust maakte, liet hij dat niet merken. Hij kwam bij de beschadigde politiewagen en sprak de man aan die daar op wacht stond. 'Zijn onze vier vrienden bijgekomen, Chrysler?' 'Ja, meneer. Maar ik zou niet willen beweren dat ze nou bepaald erg vrolijk zijn.' Chrysler was een slanke, donkere, intelligent uitziende jongeman, en je hoefde er maar een aktetas bij te denken om hem als een veelbelovend advocaat te zien. Hij was inderdaad, zoals Branson Boyann had verteld, een expert op het gebied van telecommunicatiesystemen. Hij was ook erg goed met combinatiesloten en in het bang maken van mensen met een pistool. 'Dat wil ik geloven. Laat ze maar in de wagen blijven. Dat is eenvoudiger dan ze eruit te halen en ze handboeien aan te doen. Wanneer de vier FBI -mannen - gezien het feit dat ze gewapend waren, neem ik althans aan dat het FBI -mannen zijn - in de voorste bus bijgekomen zijn, roep dan een paar van de jongens en breng ze, samen met de zes agenten daar vooraan, de vier hier en de twee uit onze bus, halverwege naar de zuidelijke toren, Zestien bij elkaar en elk voor zich een potentiële bedreiging als we ze hier houden. Als ze halverwege zijn, doe ze dan de handboeien af - erg nuttige dingen, handboeien, je kunt nooit weten wanneer je ze weer nodig hebt - en laat ze op eigen kracht de brug afwandelen. O.K.?' 'Het zal gebeuren.' Hij wees naar het westen, naar de langzaam naderende mistbank. 'Bevalt u dat, meneer Branson?' 'Ik had zonder gekund. We zien wel wat we doen als het zo ver is het ziet er trouwens uit alsof het onder de brug door zal gaan.' Meneer Branson.' Het was Jensen, die dringend wenkte vanuit het voorste portier van de achterste bus. 'Mount Tamalpais. Dringend.' Bianson sprong de bus in, ging voor de console zitten en pakte de microfoon op. 'Branson.' 'Giscard. We hebben een echo opgevangen. Uit het zuiden afkomstig - nou ja, een beetje zuidoostelijk. Een licht vliegtuig, lijkt het. Mogelijk op ongeveer twaalf kilometer afstand.' Dank je.' Branson haalde een andere schakelaar over. Enigszins zuidoostelijk. Dat kon alleen de internationale luchthaven van San Francisco zijn. 'Hoofd van de politie Hendrix. Direct.' Binnen enkele seconden was Hendrix aan de telefoon. 'Wat nu?' 'Ik heb je gezegd dat je het luchtruim vrij moest houden. Onze radar heeft een echo opgevangen, richting luchthaven -' Hendrix onderbrak hem. Zijn stem klonk nors. 'Je wilde de heren Milton en Quarry toch spreken?' Milton was de minister van Buitenlandse Zaken, Quarry de minister van Financiën. 'Ze zijn een kwartier geleden aangekomen uit Los Angeles en komen regelrecht hierheen per helikopter.' 'Waar landen ze?' 'Op het voor het leger gereserveerde gedeelte in het Presidio. Dat is een paar minuten met de wagen.' 'Dank je.' Branson schakelde over naar Mount Tamalpais. Gis card meldde zich. Branson zei: 'Geen zorgen. Vrienden. Maar houd dat scherm in de gaten - de volgende is misschien geen vriend.' 'Komt in orde, meneer Branson.' Branson stond op en wilde de bus verlaten, maar bleef toen staan en keek naar de gebonden man achterin het gangpad. Hij zei tegen Jensen, die de plaats van de gebonden man had ingenomen: 'Je kunt jezelf weer Harriman gaan noemen. Maak Jensen hier los.' 'Gaat hij de brug af?' Deze keer aarzelde Branson en dat vond hij geen prettig gevoel Aarzelen lag niet in zijn karakter; of hij nu verstandelijk of instinctief tot een besluit kwam, hij nam zijn besluiten altijd onmiddellijk, de enkele vergissingen die hij in zijn leven had gemaakt, hielden altijd verband met aarzelen. Hij kwam tot een besluit. 'We houden hem vast. Hij kan misschien nog van nut zijn, ik weet nu nog niet hoe, maar het is mogelijk. En hij is onderdirecteur van de FBI, geen klein visje om in ons net te hebben. Zeg hem hoe de zaken ervoor staan, maar houd hem hier tot ik een seintje geef.' Hij stapte uit en liep naar de eerste bus. Op z'n minst twintig men sen waren buiten de bus op een rij gezet onder de waakzame ogen en pistolen van Yonnie en zijn beide collega's. Ze zagen er, onder de gegeven omstandigheden begrijpelijk, allemaal min of meer verbluft uit. Branson zag dat er zich onder hen vier mannen met handboeien aan bevonden. Hij keek binnen in de bus, zag dat hij leeg was en wendde zich tot Peters. 'Neem die vier heren met de handboeien en de zes politiemannen mee naar Chrysler. Hij weet wat hij met ze moet doen.' Hij draaide zich om, om te kijken naar de mistbank die kwam aandrijven. Van dichtbij kwam hij heel wat vlugger naderbij dan het op een afstand had geleken. Maar het was een lage mistbank; hopelijk zou hij onder de brug passeren. En zelfs als dat niet zo was, meende hij dat hij de situatie wel aan kon door geschikte dreigementen te gebruiken tegen de President en zijn vrienden, maar hij zou niet werkelijk gerust zijn over die bij tussentijden binnendrijvende mist vóór de stalen versperringen aan beide kanten van de brug waren aangebracht. Hij draaide zich om en keek naar de journalisten. Er waren vier vrouwen onder hen, maar slechts een van hen, het blondje met de groene ogen naast Revson, kon naar waarheid beweren dat ze een naoorlogse baby was, dat wil zeggen, van na de tweede wereldoorlog. 'Niemand hoeft zich ongerust te maken,' zei Branson. 'Er zal u geen haar worden gekrenkt. Integendeel, wanneer ik uitgesproken ben, krijgt u de vrije keus: óf om de brug veilig te verlaten, óf om op de brug te blijven, eveneens veilig.' Hij produceerde zijn edelmoedige lege glimlach. 'Maar ik denk dat de meesten van u er de voorkeur aan zullen geven te blijven. Wanneer ik uitgesproken ben, zult u zich hopelijk realiseren dat een verhaal zoals dit u niet iedere week in de schoot valt.' toen hij was uitgesproken, twijfelde geen van die als razenden aan het schrijven en woest met camera's knippende journalisten en fotografen eraan dat een verhaal zoals dit hun maar eens in hun leven in de schoot zou vallen, dat wil zeggen als ze het geluk hadden een lang leven te hebben. Er zou geweld nodig zijn geweest om hen van de Gouden Poort-brug te verwijderen. Ze waren zo neergezet midden in een episode die zijn weerga niet had in de geschiedenis van de misdaad, en één die een goede kans maakte om onderdeel te worden van de meer algemene geschiedenis van hun tijd. De mist had nu de brug bereikt, maar hem er niet in gedompeld. Dunne flarden ervan dreven eroverheen, maar het grootste gedeelte van de mist dreef zes meter onder de brug door, wat een vreemd gevoel van gewichtloosheid veroorzaakte, alsof je in de ruimte hing, alsof de brug dreef op de ijle onderlaag van waterdamp. Branson zei: 'U hebt verkozen te blijven, dus moet u een paar spelregels accepteren. In de achterste bus zijn drie telefoonlijnen naar de stad. Die zijn voor mijn persoonlijk gebruik en voor nood gevallen, maar u mag er één keer gebruik van maken - om contact op te nemen met uw fotodienst, kranten, radiostations of wat dan ook, om met hen te regelen dat ze een vertegenwoordiger sturen naar het zuidelijk einde van de brug om uw berichten en foto's in ontvangst te nemen. Dat kan drie keer per dag gebeuren op tijden die nog nader geregeld zullen worden. Rond de presidentiële bus zal een rechthoek afgebakend worden en niemand mag zonder toestemming binnen die markering komen. Niemand mag iemand in de presidentiële bus interviewen zonder mijn toestemming of de instemming van de betrokkene. Het zou in alle opzichten bevredigender en eerlijker zijn tegenover alle betrok kenen als de President hier bijvoorbeeld een persconferentie zou geven, maar daar kan en wil ik niemand toe dwingen. De helikopters zullen ook worden afgezet en dat is eveneens verboden terrein. Twintig meter van mijn bus vandaan naar het zuiden en twintig meter van uw bus vandaan naar het noorden zullen dwars over de brug witte strepen worden geschilderd. Dat zullen uw demarcatielijnen zijn. Vijf meter achter die strepen zal een wacht staan met een machinegeweer en hij krijgt bevel niet te waarschuwen, maar meteen te schieten op ieder die over deze strepen heenstapt. Ten slotte zult u gedurende de uren dat het donker is in uw bus moeten blijven; deze regel zal alleen wat soepeler gehanteerd worden als er iets gebeurt dat vanuit het oogpunt van nieuws bijzonder belangrijk is. Of iets al dan niet belangrijk is, beoordeel ik. Ieder die zich niet aan deze regels wil onderwerpen, kan nu vertrekken.' Niemand vertrok. 'Nog vragen?' Branson keek hoe de mist naar het oosten verder dreef en Alcatraz Island verduisterde, terwijl de journalisten onder elkaar beraadslaagden. Twee mannen stapten naar voren. Beiden waren van middelbare leeftijd en droegen goedgesneden conservatieve kostuums; de een was bijna geheel kaal, de ander had grijzend haar en een grijzende baard, beide erg ruig. De kale man zei: 'Wij wilden graag iets vragen.' 'Uw namen?' 'Ik ben Grafton - A.P. Dit is Dougan - Reuter.' Branson bekeek hen met ongeveinsde belangstelling. Die twee konden meer over de hele wereld verspreide nieuwsbladen bereiken dan heel de rest bij elkaar. 'En dat is?' 'Hebben we het bij het rechte eind, meneer Branson, als we aannemen dat u nou niet precies vanmorgen toen u opstond, gezegd hebt: "Dit zou een mooie dag zijn om de President van de Verenigde Staten te kidnappen"?' 'U hebt het bij het rechte eind.' Dougan zei: 'Deze operatie heeft alle kenmerken van lange en uiterst nauwkeurige planning. Zonder uw acties goed te keuren, moet toch worden toegegeven dat u niets aan het toeval schijnt te hebben overgelaten en iedere eventuele mogelijkheid hebt voorzien. Hoe lang hebt u voor deze planning nodig gehad?' 'Drie maanden.' 'Dat is niet mogelijk. De details van deze route zijn pas vier dagen geleden bekendgemaakt.' 'De details waren drie maanden geleden al in Washington bekend.' Grafton zei: 'Gezien het bewijsmateriaal hier voor onze ogen moeten we u geloven. Waarom werd dit zo lang stilgehouden, denkt u?' 'Om de mogelijkheid uit te schakelen dat mensen zoals ik zouden doen wat ik nu gedaan heb.' 'Hoe bent u zo vroeg in het bezit van die informatie gekomen?' 'Die heb ik gekocht.' 'Hoe? Waar?' 'In Washington kun je, zoals in veel andere plaatsen, voor dertigduizend dollar een hoop informatie kopen.' Dougan zei: 'Zoudt u namen willen noemen?' 'Dat is een domme vraag. Nog iemand die iets vragen wil?' Hen dame in donkere kleding van onbepaalde leeftijd zei: 'Ja. We zien hier alle tekenen van een zeer ervaren professionalisme. Mogen we aannemen dat dit niet uw eerste uitstapje buiten de wet is?' Branson glimlachte. 'U mag aannemen wat u wilt. Wat voorbij is, is voorbij.' Ze hield aan. 'Hebt u een strafregister, meneer Branson?' 'Ik ben nog nooit in mijn leven in een rechtszaal geweest. Nog meer vragen?' 'Natuurlijk.' Het was Dougan. 'Datgene wat wij allemaal willen weten. Het waarom.' 'Dat zult u ontdekken in de loop van een persconferentie die ik binnen twee uur zal geven. Bij de conferentie zal een televisiecamera met de nodige cameramensen aanwezig zijn, die de drie voornaamste televisiemaatschappijen vertegenwoordigen. De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Financiën zullen eveneens aanwezig zijn. Vice-president Richards verwachten we later, maar niet op tijd voor de conferentie.' Hoewel het ervaren persmensen waren, schenen ze even geen woorden te kunnen vinden. Ten slotte zei Dougan voorzichtig: 'Klopt het als we zouden zeggen dat u gelooft dat als iets waard is gedaan te worden, het waard is om het goed te doen?' 'Een pragmatische filosofie, maar eentje die werkt. U kunt nu gebruik maken van de telefoons in mijn bus. Drie tegelijk.' Branson draaide zich om en deed een stap in de richting van dc presidentiële bus, toen Yonnies stem hem tegenhield. 'Jezus!' Yonnie, zijn mond niet bepaald elegant wagenwijd open, staarde naar het westen. 'Ziet u wat ik zie, meneer Branson?' Branson zag wat hij zag. Op een afstand van niet veel verder dan achthonderd meter eindigde de mistbank abrupt, alsof hij met een hakmes was afgekapt. En weer minder dan achthonderd meter daarachter was de bovenbouw van een inderdaad zeer groot schip te zien. Hoewel de romp van het schip nog verborgen was door de mistbank, bestond er, naar wat ervan te zien was, weinig twijfel aan de identiteit van het schip. Branson stond een paar seconden onbeweeglijk, rende toen naar de presidentiële bus, sprong erin, haastte zich door het gangpad zonder te letten op de nieuwsgierige blikken van de inzittenden, en zei vlug tegen Boyann: 'Hendrix. Schiet op!' Hij wees naar een telefoon in een nis naast de controle. 'Die.' Hendrix kwam meteen aan de lijn. Toen Branson sprak, klonk zijn stem koud, bijna boosaardig, een opmerkelijk verschil met zijn gewone stem; zelfs Branson kon uit zijn evenwicht gebracht worden. 'Hendrix. Wil je dat ik nu de oren van de President stuur?' 'Wat bedoel je verdomme?' 'Wat bedoel jij? Of is dat roeibootje daar alleen toevallig? Roep hem terug.' 'In godsnaam, wat moet ik terugroepen?' Branson sprak zijn woorden duidelijk uit, met grote nadruk. 'Een erg groot oorlogsschip nadert de Gouden Poort-brug. Ik wil niet dat het naderbij komt. Ik weet niet wat je in je hoofd hebt, maar ik geloof niet dat ik het prettig vind. Roep hem terug.' 'Ik heb geen idee waar je het over hebt. Wacht even.' Terwijl het even stil bleef, gebaarde Branson naar Van Effen, die door het gangpad aankwam. Branson zei vlug: 'Een oorlogsschip nadert de brug. Moeilijkheden? Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik iedereen binnen wil hebben, meteen, de pers in hun eigen bus, onze mannen in de onze. Deuren moeten dicht. Kom daarna meteen terug.' Van Effen maakte een hoofdbeweging naar waar een roodharige jongeman stond bij de chauffeursplaats, zijn hand op een pistool dat tussen zijn broekriem zat. 'Denk je dat Bradford het aankan?' Branson haalde zijn eigen pistool te voorschijn en legde het in de telefoonnis. 'Ik ben hier ook. Schiet op.' Hij was vaag teleurgesteld in Van Effen. Bradford kon zijn bewakingstaak even doeltreffend uitoefenen als hij naar buiten ging en dicht bij het portier ging staan, maar voor het scheppen van het juiste klimaat van bedreiging en intimidatie was het beter dat hij in het volle gezicht van de gevangenen bleef. Toen kwam Hendrix weer aan de telefoon. 'Dat is het slagschip USS New Jersey. San Francisco is haar thuishaven voor een aantal maanden per jaar. Dit is één van haar normale thuisvaarten om opnieuw brandstof en voedsel in te nemen. Ze komt om deze tijd binnen, omdat ze alleen met laag tij onder de brug door kan.' Dat was in ieder geval waar, wist Branson. Het was eb, dat had hij al geconstateerd en het scheen hoogst onwaarschijnlijk dat de autoriteiten op zo'n korte termijn - minder dan twee uur - een slagschip konden optrommelen. En het was ook moeilijk te zien wat voor nut ze ervan konden hebben - het was niet erg waarschijnlijk dat ze de brug met de President erop zouden opblazen. Maar Branson koesterde een diep wantrouwen jegens zijn medemensen, wat een van de redenen was dat hij het zo lang volgehouden had. Hij zei: 'Houd hem tegen. Hij mag niet onder de brug komen. Wil je dat ik één van jullie olieknapen op zijn brug gooi als hij hier beneden passeert?' 'In godsnaam, ben je gek, volslagen krankzinnig?' Branson glimlachte voor zich heen, de schrille klank van ongerustheid was onmiskenbaar in Hendrix' stem. 'We proberen hem op te roepen.'
***
Zowel journalisten als bewakers verdrongen zich aan de westkant van de brug, geboeid door de nadering van het reuzenslagschip, Hoewel hun verstand zei dat er geen gevaar in school als het slag schip onder de brug doorvoer, was er een groeiende spanning onder de toeschouwers. De bovenbouw torende zo hoog op, dal het zeker scheen dat sommige delen ervan de brug wel moesten raken en dit gevoel bestond ondanks de allereerste redenatie die hen gerustgesteld zou moeten hebben, dat de schepen in het verleden diezelfde doorvaart al vele malen gemaakt hadden en de Marine niet de gewoonte had een slagschip van een paar honderdmiljoen dollar te riskeren in een laten-we-het-proberen-en-zien wat-ervan-komt-poging. Eén man toonde geen zichtbare belangstelling voor de nadering van de New Jersey. Revson, alleen in de voorste bus, was ijverig bezig met het vastmaken van een aanzienlijk stuk groen koord, zo dun, dat het nauwelijks dikker was dan een grove draad, aan een zwarte koker van ongeveer twee decimeter lengte en één decimeter in doorsnede. Hij stopte zowel de koker als het koord in de ruime zak van zijn sportjasje, verliet de bus, nam poolshoogte van de naderende bovenbouw van het slagschip en slenterde on opvallend naar de rechterkant van de bus. Terwijl hij dit deed, zag hij Van Effen die zich naar de andere kant van de brug haastte, waar de toeschouwers bijeengestroomd waren. Wat Van Effens bedoeling was, kon hij niet gissen, maar er was zoveel haast in de manier waarop hij liep, half in draf, dat Revson bij zichzelf zei dat de tijd die hij tot zijn eigen beschikking had, misschien erg kort zou zijn. Hij dwong zichzelf zich niet te haasten, maar kuierde naar de oostzijde van de brug. Niemand schonk enige aandacht aan hem omdat er niemand was om dat te doen. Hij leunde als terloops tegen de leuning en haalde even terloops de koker en het koord uit zijn zak. Hij blikte, schijnbaar zonder bepaald doel, om zich heen, maar als zijn manier van doen argwaan opwekte, was er niemand die dit op enigerlei wijze liet merken. Vlug, zonder zijn handen of ellebogen te bewegen, liet hij zo'n zestig meter door zijn vingers glijden en maakte het koord toen vast aan een stijl. Hij vertrouwde erop dat zijn schatting van de lengte redelijk accuraat was, zette de gedachte eraan toen uit zijn hoofd: wat gebeurd was, was gebeurd. Hij keerde op zijn gemak terug naar de bus, ging op zijn plaats zitten en stopte wat over was van het groene koord onder in April Wednesdays weekendtas. Als zijn hengelende koord werd ontdekt en hun persoonlijke bezittingen zouden als gevolg daarvan doorzocht worden, wilde hij liever dat het koord ergens anders en niet in zijn bezit ontdekt werd. Zelfs als het in haar tas gevonden werd, betwijfelde hij of haar daardoor enig kwaad kon overkomen: ze was aan de andere kant van de brug geweest vanaf het ogenblik dat de New Jersey achter de mistbank opdook en er zouden meer dan genoeg getuigen zijn om dit te bevestigen: April Wednesday was iemand wiens afwezigheid niet zo gauw aan de aandacht zou ontsnappen. Zelfs als zij er moeilijkheden door zou krijgen, zou hij dit manmoedig dragen: het kon hem niet schelen wie onder verdenking kwam, zolang hij het zelf maar niet was. '
***
Je moet me geloven, Branson.' Je kon nauwelijks van Hendrix' stem beweren dat hij een smekende klank had, een vreemde combinatie voor een man van zijn karakter, maar er behoefde geen twijfel te bestaan aan de ernst, de volkomen oprechtheid in de loon van zijn stem. 'De kapitein van de New Jersey heeft op geen enkele manier iets gehoord over wat er aan de hand is en hij denkt dat het allemaal een zorgvuldig uitgedachte grap is op zijn kosten. Je kunt het hem niet kwalijk nemen. Hij ziet die verdomde brug veilig en wel staan zoals hij er al veertig jaar lang staat. Waarom zou er iets verkeerds aan de hand zijn?' 'Blijf het proberen.' Van Effen betrad de presidentiële bus en sloot de deur zorgvuldig achter zich. Hij liep naar Branson toe. Alles veilig naar binnen gedreven. Waarom?' Ik wou dat ik het wist. Ik geloof bijna zeker dat Hendrix gelijk heeft en dat dit puur een samenloop van omstandigheden is. Maar er is één kans op de honderd dat het dat niet is, nietwaar? Wat zouden ze gebruiken? Geen granaten, geen grote explosieven. Gasgranaten.' 'Die bestaan niet.' 'Fout. Ze bestaan wel. Ze zouden het niet erg vinden om de President en een paar oliesjeiks tijdelijk buiten gevecht te stellen, als ze het midden van de brug konden verzadigen met een gas dat ons allemaal vloerde. Dan zouden het leger en de politie, natuurlijk met gasmaskers op, de brug op kunnen komen en ons op hun gemak overvallen. Maar de isolatie is vrij goed in die bussen met airconditioning.' 'Het is erg vergezocht.' 'En wat wij doen niet dan? Wacht even.' Hendrix was weer aan de telefoon. 'We hebben het nog eens geprobeerd, Branson, en hij gelooft ons nu. Maar hij weigert iets te doen. Hij zegt dat hij te veel vaart heeft en dat als hij in dit stadium zou proberen te draaien of achteruit te varen hij zowel het schip als de brug in gevaar zou brengen. En hij zegt dat hij dan zijn geld op de New Jersey zou zetten, als hij een toren zou raken. Een schip van vijfenveertig duizend ton dat ergens tegenaan ramt, heeft heel wat nodig voor het stopt.' 'Dan kun je maar beter bidden, Hendrix.' Branson legde de hoorn neer en liep naar het midden van de bus, met Van Effen achter zich aan; hij tuurde door de ramen aan de rechterkant, terwijl hij wachtte tot de bovenbouw van het slagschip weer van onder de brug te voorschijn zou komen. De stem van de President, waarop alleen het woord prikkelbaar toepasselijk was, klonk nu: 'Wat is er eigenlijk aan de hand, Branson?' 'Dat weet u wel. De USS New Jersey passeert beneden ons.' 'Zo? Ongetwijfeld houdt het zich met zijn eigen zaken bezig.' 'Dat kunt u maar beter hopen. U kunt maar beter hopen dat de kapitein geen dingen naar ons begint te gooien.' 'Naar ons?' De President zweeg even en dacht na over die mogelijkheid van afgrijselijke majesteitsschennis. 'Naar mij?' 'We weten allemaal dat u de opperbevelhebber van de strijdkrachten bent. Op het ogenblik bent u echter een beetje geïsoleerd van de lagere rangen. Wat gebeurt er als de kapitein overweegt of het zijn plicht is op eigen initiatief te handelen? Hoe dan ook, we komen er wel gauw achter. Daar komt hij.' De bovenbouw van de New Jersey kwam onder de brug vandaan. Alle negen gevangenen rezen op uit hun stoelen en drongen dicht naar de ramen aan de rechterkant. Een van hen drong heel erg dicht tegen Branson aan, die zich plotseling bewust werd van iets, kennelijk iets van metaal, dat op een pijnlijke manier in zijn linkernier stak. 'Initiatief, zei u toch, meneer Branson.' Het was sjeik Iman, de enige met een baard, en hij straalde: 'Uw eigen pistool. Zeg tegen uw mannen dat ze hun wapens laten vallen.' 'Goed zo!' Er klonk triomf in de stem van de President en een element van rancune dat de kiezers beslist niet op prijs gesteld zouden hebben. Branson zei kalm: 'Doe dat pistool weg. Weet u niet wanneer u met beroepslui te maken hebt?' Hij draaide zich langzaam om, en Iman bewees het feit dat Brand ons woorden inhielden, namelijk dat hij geen professional was, door zijn blik juist een seconde te lang op Branson gericht te houden. Een schot klonk, Iman uitte een kreet van pijn, liet zijn pistool vallen en greep een verbrijzelde schouder beet. Sjeik Kharan bukte vlug om het pistool van de grond op te rapen en schreeuwde het uit van pijn, toen Bransons hiel zijn hand tegen het metaal platdrukte: een eigenaardig krakend geluid liet er geen twijfel aan bestaan dat verscheidene vingers van Kharan gebroken waren. Branson raapte zijn pistool op. Van Effen verontschuldigde zich, maar met mate. 'Ik moest het helaas wel doen, meneer Branson. Als ik hem gewaarschuwd has - wel, ik wilde geen vuurgevecht in de olieburcht met al die nare van het kogelvrije glas terugkaatsende kogels. Hij zou zich zelf bezeerd kunnen hebben.' Heel juist.' Branson keek weer door het raam. De New Jersey was nu meer dan een halve kilometer verder en de kapitein was klaarblijkelijk niet in een oorlogszuchtige stemming. Branson draaide zich om en sprak tegen Bradford. Ga naar onze bus en haal de verbandtrommel. Breng Peters hier.' Peters , meneer Branson?' Hij is hospitaalsoldaat geweest. Neemt u weer plaats, heren.' Met sombere gezichten gingen ze weer op hun plaats zitten; vooral de President zag eruit alsof hij leeggelopen was. Branson vroeg zich even af hoe hol hij wel was, maar liet die gedachtegang toen varen als niet winstgevend. 'Ik geloof niet dat ik u hoef te waarschuwen niet nog eens zo iets stoms te doen.' Hij ging naar de communicatieconsole en pakte de hoorn van de telefoon 'Hendrix?' 'Aan de lijn. Ben je nou tevreden?' 'Ja. Waarschuw de havenmeester of wie er ook verantwoordelijk voor is, dat er geen verkeer meer onder de brug door mag. Nam geen van beide kanten.' 'Geen verkeer meer? Je legt de hele haven lam. En de vissers vloot -' 'De vissersvloot kan in de baai gaan vissen. Stuur een ambulance en een dokter, maar een beetje vlug. Een paar mannen hier heb ben zich bezeerd, één nogal erg.' 'Wie? Hoe?' 'De olieministers - Iman en Kharan. Hebben zichzelf verwond, zou je kunnen zeggen.' Terwijl hij sprak, keek hij naar Peters die vlug de bus inkwam, naar Iman toeging en de mouw van zijn jas begon weg te knippen. 'Er komt een televisiewagen naar de brug. Laat die door. Ik wil ook dat er wat stoelen naar de brug gebracht worden - veertig is wel genoeg.' 'Stoelen?' 'Je hoeft ze niet te kopen,' ging Branson geduldig verder. 'Neem ze maar in beslag bij het dichtstbijzijnde restaurant. Veertig.' 'Stoelen?' 'Dingen waar je op zit. Ik geef over ongeveer een uur een pers conferentie. Daar hoef je niet te staan. Je zit gewoonlijk.' Hendrix zei voorzichtig: 'Je geeft een persconferentie en dat laat je rechtstreeks uitzenden op de televisie?' 'Dat is 't idee. Door 't hele land.' 'Je bent krankzinnig.' 'Mijn geestelijke gezondheid is mijn zorg. Zijn Milton en Quarry er al?' 'Je bedoelt de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Financiën?' 'Ik bedoel Milton en Quarry.' 'Ze zijn zo juist aangekomen en nu hier bij me.' Hendrix keek naar de twee mannen die bij hem in de grote wagen van de verbindingstroepen zaten. Milton, de minister van Buitenlandse Zaken, was een lange, magere man met het uiterlijk van iemand die een slechte spijsvertering heeft; hij was kaal, droeg een bril met stalen montuur, en had een benijdenswaardige reputatie bij de ministeries van Buitenlandse Zaken over de hele wereld. Quarry, met wit haar, gezet en opgewekt, had iets vriendelijks en vaderlijks over zich, wat velen, zelfs een paar uiterst intelligente mensen, hadden aangezien voor een afspiegeling van de ware persoonlijkheid van de man; hij had een even grote reputatie als bankier en econoom als Milton op zijn terrein. Milton zei: 'Het zou gemakkelijk zijn om te zeggen: "hij is natuurlijk stapelgek". Is hij dat ook?' Hendrix trok zijn schouders op. 'Gek? Zeg maar liever zo sluw nis een vos.' "En blijkbaar gewelddadig?' 'Nee. Geweld gebruikt hij alleen als laatste redmiddel, en zelfs dan alleen als hij in het nauw gedreven wordt. Iman en Kharan moeten de fout gemaakt hebben, hem in het nauw te drijven.' Quarry zei: 'U schijnt heel wat van hem te weten.' Hendrix zuchtte. 'Iedere hogere politiebeambte in de States weet heel wat van hem. En ook in Canada, Mexico en God weet in hoeveel Zuid-Amerikaanse landen.' Hendrix' stem klonk bitter tot nu toe heeft hij Europa zijn attenties bespaard. Maar dat is alleen een kwestie van tijd, daar ben ik zeker van.' Wat is zijn specialiteit?' 'Roof. Hij berooft treinen, vliegtuigen, gepantserde wagens, banken en juweliers. Roof, waar hij maar de kans krijgt, zoals ik zeg, zonder geweldpleging.' Quarry merkte droog op: 'En met veel succes, begrijp ik.' Met heel veel succes! Voor zover wij weten, opereert hij op z'n minst al zo'n jaar of twaalf, en de laagste schatting van zijn buit gedurende die tijd is twintigmiljoen dollar.' 'Twintig miljoen!' Voor de eerste keer klonk er iets van respect in Ouarry's stem; de bankier en econoom in hem kwamen bo-ven. 'Als hij al zoveel geld heeft, waarom wil hij dan nog meer?' Waarom willen Niarchos en Getty en Hughes meer - die zitten er ten slotte ook warmpjes genoeg bij. Misschien is hij gewoon een zakenman op de manier zoals zij zakenlui zijn en kan er niet mee ophouden. Misschien vindt hij het stimulerende intellectuele gymnastiek. Misschien is het puur hebzucht. Alles is mogelijk.' Milton zei: 'Is hij ooit veroordeeld?' Hendrix leek pijnlijk getroffen. 'Hij is zelfs nog nooit gearresteerd.' 'En dat heeft dan zeker iets te maken met het feit dat geen van ons ooit van hem gehoord heeft?' Hendrix staarde uit het raam naar de prachtig golvende lijn van de Golden Gate-brug. Er was iets van intens verlangen in zijn blik. Hij zei: 'Laten we zeggen, meneer, dat we er geen prijs op stellen met onze mislukkingen te koop te lopen.' Milton glimlachte tegen hem. 'John en ik' - hij maakte een hoofd beweging naar de minister van Financiën - 'lijden vaak aan de zelfde schuchterheid en om dezelfde reden. Onfeilbaarheid is niet 's mensen lot. Is er verder nog iets bekend over deze man - afgezien dan wat bekend is over zijn criminele activiteiten?' Hendrix zei bitter: 'Het is niet zo moeilijk om meer over hem te weten te komen dan alleen over zijn leven van misdaad. Een vrij goed gedocumenteerde achtergrond in feite. Een wasp (blanke anglosaksische protestant) uit het oosten. Komt uit wat ze een goede familie noemen. Vader ban kier, en wanneer ik zeg bankier, bedoel ik dat hij een eigen bank had - en nog heeft, geloof ik.' 'Branson,' zei de minister van Financiën. 'Natuurlijk. Ik ken hem, hoewel niet persoonlijk.' 'Er is nog iets anders dat u zal interesseren, meneer - beroepshalve. Branson is gepromoveerd in economie en is toen bij de bank van zijn vader gaan werken. In de tijd dat hij daar werkte, werd hij doctor in de filosofie - en niet zo maar aan de eerste de beste universiteit - nee, aan een van de oude oostelijke universiteiten. En daarna heeft hij een cursus gevolgd in criminologie - dat had misschien iets te maken met het feit dat hij op de bank van zijn ouwe heer gewerkt had.' Hendrix keek niet bepaald opgewekt. 'Ik neem aan dat we kunnen zeggen dat hij nu ook op dat terrein gepromoveerd is - summa cum laude.' Milton zei: 'Je lijkt wel bijna bewondering voor dat heerschap te hebben, Hendrix.' 'Ik zou er mijn pensioen voor over hebben om hem achter de tralies te zien. Hij trapt op mijn zere tenen zowel van de men* als van de politieman. Maar je moet wel respect hebben voor zijn geweldige vakkundigheid, hoe misbruikt ook.' 'Ik moet bekennen dat ik dezelfde gevoelens koester,' zei Milton. 'Hij is niet bepaald een bescheiden iemand, die Branson van je?' 'Ik wou dat ik het bezittelijk voornaamwoord kon gebruiken, in die zin dat ik hem in handen had. Als u bedoelt of hij soms last heeft van verlegenheid, zoals wij, nee, daar heeft hij geen last van.' 'Arrogant dan?' 'Tot grootheidswaanzin toe misschien. Dat zegt generaal Cartland althans, en ik zou niet graag willen betwisten wat de generaal zegt.' 'Dat zouden maar weinigen,' zei Milton met sympathie. 'Nu we het over eigendunk hebben, waar zijt gij op dit uur, o James?' 'U bedoelt?' 'Onze andere verwaande persoonlijkheid, meneer Hagenbach, het verwaande hoofd van onze FBI . Ik zou gedacht hebben dat hij als eerste ten tonele verschenen was.' 'Washington zegt dat ze niet weten waar hij is. Ze proberen alle plaatsen die ze maar kunnen bedenken. Ik vrees dat hij een zeer ongrijpbaar man is, meneer.' 'De man heeft een manie voor geheimzinnigheid,' zei Milton opgewekt. 'Nou, als hij televisie kijkt, zal hij binnen een uur of zo behoorlijk op de hoogte zijn. Wat een voortreffelijke gedachte -het hoofd van onze FBI de laatste man in Amerika die hiervan hoort.' Hij dacht een ogenblik na. 'Bransons aandringen op maximum publiciteit - televisie, radio waarschijnlijk, journalisten, fotografen - heeft hij zichzelf ooit tevoren zo in de publieke belangstelling geplaatst? Ik bedoel, voor of tijdens zijn andere criminele activiteiten?' 'Nooit.' 'De man moet ontstellend zeker van zichzelf zijn.' 'Dat zou ik ook zijn in zijn plaats.' Quarry scheen verbijsterd. 'Wat kunnen we hem maken? Voor zover ik kan zien, zit hij in een onneembare, onaantastbare positie.' 'Ik zou de hoop niet opgeven, meneer. We hebben een paar experts die een oplossing zoeken. Admiraal Newson en generaal Carter zijn daar nu in ons hoofdkwartier mee bezig.' 'Newson. Carter. Onze beide genieën in spitsvondigheid.' Quarry scheen erger ontmoedigd dan ooit. 'Gebruik nooit één waterstofbom, als twee voldoende zijn. Iemand zou onze Arabische olie vrienden moeten vertellen dat ze in het centrum van een kern explosie komen te zitten.' Hij wees door het raampje waarvoor hij zat naar de brug. 'Kijk toch eens. Denk je eens in. Een vol maakt onmogelijke situatie - als we niet allemaal konden zien dat het maar al te goed mogelijk is. Volkomen, absoluut geïsoleerd, compleet afgesneden van de wereld - en in het volle gezicht van iedereen in San Francisco - van iedereen in de wereld, wat dat betreft, zodra die televisiecamera's beginnen te draaien. Figuur lijk op een steenworp afstand - en ze zouden evengoed op de maan kunnen zitten.' Hij zuchtte diep. 'Ik moet bekennen dat ik het gevoel heb dat we in een volkomen hopeloze situatie zitten.' 'Kom, kom, John,' zei Milton ernstig, 'is dat de geest die het Wes ten heeft overwonnen?' 'Naar de bliksem met het Westen. Ik denk aan mezelf. Je hebt niet zoveel verstand nodig om te weten - en dat zonder enige twijfel - dat ik degene ben die er middenin komt te zitten.' 'U, meneer?' zei Hendrix. 'Waarom denk je dat die schurk anders de minister van Financiën op audiëntie heeft verzocht?'
***
Met zijn handen in zijn zakken, alsof hij diep in gedachten was, slenterde Revson langs de oostzijde van de brug en bleef nu en dan stilstaan om naar het panorama te kijken - klaarblijkelijk om het te bewonderen - dat zich voor hem uitstrekte, aan zijn linkerhand de top van Belvedere achter Fort Baker, Tiburon en Angel Island, het grootste in de baai; aan zijn rechterhand de stad zelf, en recht voor hem uit Alcatraz Island en daarachter Treasure Island; tussen deze twee verdween het snel kleiner wordende silhouet van de New Jersey in de richting van haar ankerplaats in Alameda. Hij bleef herhaaldelijk staan, alsof hij over de rand van de brug keek. Bij een van die gelegenheden stak hij als terloops zijn hand uit naar het groene koord dat hij aan de spijl had vastgebonden en woog het in zijn hand. Het was zo licht als een veertje. 'Wat bent u aan het doen?' Zonder enige haast draaide hij zich om. In April Wednesdays grote groene ogen was, hoewel niet direct levendige nieuwsgierigheid, toch een zekere verwondering te lezen. 'U loopt ook zo zacht als een muis. Ik dacht dat er kilometers in het rond - nou ja, meters in het rond geen sterveling te bekennen was.' 'Wat bent u aan het doen?' 'Wanneer ik naar dit wonderbaarlijke uitzicht hier kijk en dan naar u, weet ik werkelijk niet wat of wie ik de voorkeur moet geven. Ik denk u. Heeft iemand u eigenlijk ooit verteld dat u erg mooi bent?' 'Massa's mensen.' Ze pakte het groene koord tussen vinger en duim en begon eraan te trekken, maar slaakte toen een onderdrukte kreet van pijn, daar zijn hand zich niet al te zachtzinnig om de hare sloot. 'Blijf daar af.' Ze wreef haar hand, keek om zich heen en zei: 'Waarom?' 'Ik ben aan het vissen.' 'Niet naar complimentjes, dat is wel zeker.' Ze masseerde voorzichtig haar knokkels en keek hem toen enigszins onzeker aan. 'Vissers hebben altijd sterke verhalen, niet?' 'O ja.' 'Vertel mij er eens één.' 'Bent u even betrouwbaar als mooi?' 'Ben ik mooi? En ik vis niet. Eerlijk niet.' 'U bent mooi.' 'Dan ben ik ook betrouwbaar.' Ze glimlachten tegen elkaar en hij nam haar arm. 'Een echt sterk verhaal?' 'Ja, graag.' 'Waarom ook niet?' Ze wandelden langzaam samen weg.
***
Hendrix legde de hoorn op het toestel. Hij keek naar Milton en Quarry. 'Het is zo ver, heren.' 'Eerste akte, eerste scène, en heel de wereld is een schouwtoneel. Op de een of andere manier klopt dat niet.' Milton stond op en bekeek Quarry kritisch. 'Dat overhemd klopt ook niet, John. Wit doet het slecht op televisie. Het zou blauw moeten zijn, zoals het mijne of dat van de President. Hij heeft alleen maar blauwe overhemden: je kunt ten slotte nooit weten of er om de volgende hoek een televisiecamera staat.' 'O, houd je mond.' Quarry keerde zich gemelijk om naar de achterdeur van de wagen, maar bleef staan toen er een politieagent op een motor met een gepast dramatisch gepiep van banden en de geur van brandend rubber, op het toneel verscheen, afstapte, zijn motor op de standaard zette en zich naar het achtertrapje van de auto haastte. Hij hief zijn hand op naar Hendrix. 'Voor u, meneer.' Hendrix pakte de twee decimeter lange smalle koker aan. 'Mijn naam staat er inderdaad op. Hoe kom je eraan?' 'De loodsboot heeft het binnengebracht van de New Jersey. De kapitein - van de New Jersey bedoel ik - dacht dat het wel eens erg dringend kon zijn.'