Hij wist niet eens of hij nog wel in leven was: Junn de Mankepoot, de vriend van Uberto, wiens herberg Het Oog van de Groene Draak heette. Hij wist wel zeker dat broeder Uberto van Alessandria de abdij al vele jaren niet had verlaten. Misschien woonde zijn vriend al niet eens meer in de stad Straatsburg, zoals de oude monnik meende.
Door al het gedoe van de afgelopen dagen was Grimpow bijna vergeten dat hij het geheim der wijzen moest zoeken, en de enige aanwijzing waarover Salietti en hij beschikten stond geschreven in de verzegelde boodschap van de dode ridder. Als Junn de Mankepoot hen kon helpen in Straatsburg Aidor Bilbicum te vinden, dan zou het hele mysterie misschien toch nog opgelost worden zodat zijn opdracht kon eindigen met het aan hem overhandigen van de boodschap, het gouden zegel en de steen. Hij zou wel weten wat hij ermee moest doen, zoals alle wijzen die vóór Grimpow de steen hadden bezeten dit wel geweten moesten hebben, inclusief de dode ridder.
Maar hij wist ook dat er voor hem nog veel te leren en te ontdekken overbleef, ondanks de vele kennis over de natuur en de kosmos die hij zich in de bibliotheek van de abdij van Brinkdum had eigengemaakt. Soms twijfelde hij er zelfs aan of er, anders dan de werkelijke aard van de steen die hij bezat, wel echt een geheim bestond dat onthuld moest worden. Was de steen zelf niet al een volslagen raadsel? Wie had hem gevonden, waar, hoe en wanneer? Waarom straalde hij dat vreemde licht uit? Waarom stelde de steen hem in staat onbekende talen te begrijpen en alles wat hij las te begrijpen? Hoe kon hij waardeloze metalen in goud veranderen? Was het wel echt de steen der wijzen? Was zijn steen de echte, de enige lapis philosophorum uit de legenden en de verhandelingen over alchemie? Wie was de dode ridder die hem bezat en die in de sneeuw verdween zoals een droom verdwijnt? Waarom werd hij door Bulvar van Goztell achtervolgd? Was die ridder lid van het geheime genootschap van wijzen Ouroboros werd? Had hij iets te maken met dat genootschap van ridders van de tempelorde? Waarom wilden de paus en de koning van Frankrijk zich van de steen meester maken? Waarom wilden ze samen met baron Figüeltach van Vokko de kastelen van de Cirkel aanvallen? Wie was Aidor Bilbicum? Wat betekende de regel 'In de hemel heersen duisternis en licht'?
Al die vragen buitelden in zijn brein over elkaar heen toen ze een heuvelrug bereikten vanwaar de weg naar het noorden zich weer tussen uitgestrekte wijn velden en zacht glooiende heuvels voor hen uit slingerde.
In de verte steeg een dichte rookwolk op, die zich vermengde met de grijze wolken die zich aan de horizon samenpakten. Een onrustig windje dat uit het westen blies voerde het gemurmel van verontrustende stemmen mee, en de hemel had de metalige glans van een grauwe, koude avondschemering.
Salietti maakte zich ongerust. Hij richtte zich op en tuurde in de verte, op zoek naar een teken waaruit hij kon opmaken wat er aan de hand was. 'Er is brand in het dorpje Cornill, en ik heb zo'n idee dat de wind doodsgejammer en geschreeuw van een veldslag hierheen voert. Laten we erheen gaan om te kijken wat daar aan de hand is,' zei hij, terwijl hij weer in zijn zadel ging zitten en het paard de sporen gaf om het in galop de heuvel af te laten gaan.
Grimpow volgde zijn voorbeeld: hij gaf zijn paard Ster de sporen en trok de muilezel mee om haar te dwingen hun tempo te volgen. In de verte hoorde hij de torenklokken van een kerk hard luiden, terwijl zijn hart even snel bonsde als dat van het arme dier dat zich de heuvel af stortte, aangevuurd door zijn kreten. 'Hop, hop! Kom op dan, beest!'
Zodra ze in de buurt van de rookwolk kwamen, zagen ze dat een groot aantal huizen en stallen van Cornill in brand stond: spitse vuurtongen schoten wild boven de strodaken op en neer als spoken in een lugubere helledans. Enkele mannen en vrouwen probeerden vergeefs die verwoestende brand te blussen door emmers water op het vuur te gooien, die anderen moeizaam uit een waterput omhooghesen.
Salietti bracht zijn paard vlak bij een kale, stevig gebouwde man met het schort van een smid voor, wiens huid glom van het zweet onder een hemel die zwart was van de rook. De ridder schreeuwde bijna opdat de man hem tussen al dat kabaal kon horen. 'Wat is er gebeurd?' vroeg hij.
'Een groep soldaten van baron Figüeltach van Vokko is tegen het eind van de middag het dorp binnengekomen op zoek naar de herberg waar een man logeerde die Gurielf Lábox heet, en die enkele dagen geleden met zijn dochter naar Cornill kwam. Ze hebben hen met veel slaag uit het huis gehaald, ze vastgebonden, op een kar gezet en meegenomen, nadat ze het dorp en onze landerijen in brand hadden gestoken.'
'Weet u ook waarom ze dat deden?'
'De kapitein van de soldaten zei dat ze onze huizen in brand staken omdat wij in het dorp onderdak hadden gegeven aan een tovenaar, aan een van die sterrenaanbidders die de inquisitie vervolgt,' zei de smid, terwijl hij met zijn blote arm het zweet van zijn voorhoofd veegde.
'Is er in het dorp soms een vriend van die man, iemand die hem goed kent?' wilde Salietti weten, terwijl zijn paard onrustig trappelde. Evenals Ster en de muilezel was het bang geworden door de nabijheid van het vuur.
'Vraag dat maar aan de pastoor van de kerk, misschien kan hij u iets vertellen.'
Aan weerszijden van de straat stonden de huizen in brand. De paarden verzetten zich ertegen tussen die hagen van vuur door te lopen. Heel dichtbij, achter de daken van de huizen, doemde de kerktoren op, omhuld door wolken van rook en as. De vlammen knetterden in de lucht, terwijl de schemering opvlamde met een vurige, lugubere kleur. Grimpow keek verdrietig naar de wanhopige inspanningen van de mannen, vrouwen en kinderen, die deden wat ze konden om te voorkomen dat die verwoestende vlammen hun alles zouden ontnemen wat ze bezaten. In de hut in de bergen had het vuur bij hem altijd bewondering en vrolijkheid gewekt. Bij broeder Assben in zijn laboratorium van de abdij van Brinkdum had hij zelfs de eigenschappen van het alchemistische vuur leren kennen, dat in staat was metalen te smelten en ze gereed te maken voor de transmutatie van onzuiverheid tot volmaaktheid. Maar het vuur dat hij nu zag was een nietsontziend, verwoestend vuur, in staat om alle dromen van de mensen te verslinden.
'Waarom wil je weten wie die man was die de soldaten van Figüeltach van Vokko uit het dorp hebben meegenomen?' vroeg Grimpow op weg naar de kerk aan Salietti.
'Als ze hem, zoals de smid zegt, gevangen hebben genomen omdat hij de sterren aanbad, dan moet het wel om een geleerde in de astronomie gaan, en niet om een geestenbezweerder, hoewel de kerk hen liever heksen en tovenaars noemt, om ze van ketterij te kunnen beschuldigen en hun vervolging te rechtvaardigen.'
'Je denkt dat die astronoom iets met het geheim der wijzen te maken kan hebben?' vroeg Grimpow. Het leek hem wel aannemelijk.
'Het zou helemaal niet gek zijn als het zo was, als je rekent dat dit nu juist het geheim is dat de paus en de koning van Frankrijk willen ontdekken. Reken maar dat dat ook de reden is waarom ze die geleerde, die ze van geestenbezweerderij beschuldigen, gearresteerd hebben. En aangezien wij naar hetzelfde op zoek zijn, lijkt het me een goed idee om zo veel mogelijk te weten te komen over die Gurielf Lábox. Als ze hem naar de burcht van baron Figüeltach van Vokko hebben gebracht, dan kunnen we hem misschien te spreken krijgen en zo betrouwbare inlichtingen krijgen over Ouroboros,' zei hij.
Zonder te weten waarom, kreeg Grimpow op dat moment het vermoeden dat zijn goede vriend en heer Salietti van Estaglia niet zo oprecht tegenover hem was geweest als hij had moeten zijn.
Op het kerkplein stond de pastoor een groepje boeren aan te sporen om de balken weg te halen die naast een zijmuur van het oude, uit hout en steen opgetrokken bouwwerk lagen te branden. Het was een magere man met een bleke huid en zware wallen onder zijn ogen. Hij ging gekleed in een lang, zwart priesterkleed dat om zijn middel bijeen werd gehouden door een wit koord met verscheidene knopen, en hij stond daar wanhopig te schreeuwen en heftig met zijn handen te gebaren.
Gelukkig leek de kerk gespaard te blijven voor de vraatzucht van de vlammen.
Salietti sprong van zijn paard en hielp de mannen met het weghalen van de balken, die van het dak van enkele huizen waren gevallen die al door het vuur verwoest waren. Toen liep hij op de pastoor af en maakte een lichte buiging voor hem.
'Ik kan u nu niet helpen, komt u later nog maar eens terug,' zei de geestelijke zonder enige aandacht te besteden aan de ridder die hem groette.
Salietti, die zich niet liet afschrikken door de geringschattende houding van de pastoor, kwam nog wat dichter naar hem toe. 'Ik weet dat u uw gelovigen moet bijstaan in deze voor hen zo moeilijke tijden, maar ik moet u over iets heel dringends spreken.'
De pastoor hief zijn hoofd op en keek Salietti aan. 'Waarover wilt u me spreken?'
'Over de geleerde Gurielf Lábox.'
'Die is daarnet samen met zijn dochter door de soldaten van baron Figüeltach van Vokko meegenomen.'
'Dat weet ik,' zei Salietti, heel zelfverzekerd. 'Ik was nu juist naar Cornill gekomen om hem te waarschuwen dat ze hem op bevel van Bulvar van Goztell zouden arresteren.'
Grimpow was verbijsterd toen hij dat hoorde: hij wist niet of het een verzinsel was of dat de ridder de waarheid sprak.
'Zoals u zelf kunt zien, bent u wel een beetje laat gekomen voor dit spektakel van vuur en rampspoeden. Maar zeg eens, wie heeft u gezonden?'
'Het spijt me, maar dat kan ik u niet zeggen, het is onderdeel van het geheim.'
'Geheim?' herhaalde de pastoor vragend en met gefronst voorhoofd.
Salietti knikte. Grimpow begon bang te worden dat zijn vriend zich in de nesten zou werken, want hij had geen idee waartoe dat nieuwe verzinsel - als het dat al was - kon leiden.
'Ik begrijp het al,' zei de pastoor nadenkend. Hij hield zijn ogen een ogenblik lang strak op die van Salietti gericht. Even later vroeg hij: 'Bent u een vriend van Gurielf Lábox?'
'Laten we zeggen dat ik hem wil helpen, maar daarvoor moet ik weten of hij in dit dorp heeft gevonden wat hij zocht.'
De pastoor keek naar de muilezel en naar het blazoen van Salietti's schild, dat op de rug van het dier gebonden was. Hij nam aandachtig de zon aan de blauwe hemel, en de maan aan de zwarte hemel in zich op. 'Uw wapenschild is een mysterie,' mompelde hij.
'Niet voor hen die het kunnen begrijpen,' zei Salietti raadselachtig.
De twijfels van de geestelijke schenen te verdwijnen. 'Laat uw paarden hier achter en ga met me mee naar binnen. We kunnen beter in de sacristie praten.'
Ze bonden de paarden en de muilezel vast aan een paar ringen die naast het voorportaal van de kerk hingen, en betraden de vochtige duisternis van de heilige tempel van Cornill. Door de glasloze ramen waaide erg veel as naar binnen, ronddwarrelend als minuscule zwarte zwaluwen. Het was een oude kerk van gemiddelde afmetingen, met een middenschip en twee zijbeuken aan weerszijden daarvan, afgescheiden door dikke zuilen met wijde bogen. De kerk was vol kleine kapellen voor maagden en heiligen. Het schijnsel van enkele brandende kaarsen voor het hoofdaltaar verdreef de duisternis een beetje en verlichtte het broodmagere lichaam van een gekruisigde Christus, dat op magische wijze uit de duisternis naar voren leek te komen.
Het schemerdonkere interieur van de kerk kwam Grimpow voor als iets wat al even vol symbolen en mysteries was als de handschriften van de alchemisten. Elke afbeelding, elk reliëf, elk beeldhouwwerk en elk kapiteel van de zuilen had een betekenis waarvan de meeste mensen niets wisten, maar die de pastoor, evenals ieder gestudeerd mens, waarschijnlijk wel kende, zoals Grimpow de vreemde taal van de alchemie kende.
In de sacristie, een gewelfd vertrek met een lage zoldering en kleine, gesloten ramen in een van de stenen muren, stak de pastoor de kaarsen aan van een vierarmige kandelaar die op een tafel stond. Aan één kant hingen de heilige ornamenten die de geestelijke droeg als hij de mis ging opdragen, versierd met goud geborduurde biezen, en op een wandkast van bewerkt hout stond een presenteerblad met een koperen kan. De pastoor pakte uit een lade drie bekertjes van hetzelfde metaal en schonk ze vol met de drank uit de kan.
'Het is een pruimenlikeur die ik zelf heb gemaakt, heel zacht en gezond op zulke momenten, wanneer de duisternis de wereld overmeestert en de verschrikkingen van de nacht op de loer liggen,' zei hij, terwijl hij zijn onvoorziene gasten de kroezen aanbood.
Salietti dronk met een lange teug de kroes bijna leeg, terwijl de pastoor en Grimpow langzaam uit de hunne dronken, en hun verhemelte lieten genieten van de aangename pruimen smaak.
'Zwart zijn de tijden die zich aankondigen, dat is zeker,' bevestigde Salietti. 'Ik neem aan dat u op de hoogte bent van de plannen van baron Figüeltach van Vokko om de kastelen van de Cirkel aan te vallen,' zei hij nadat hij zijn lippen had afgelikt.
De pastoor klakte met zijn tong en knikte. 'In de hele Elzas praten de mensen over niets anders. De herauten van de baron gaan van dorp naar dorp en van stad naar stad om soldaten voor zijn leger te werven, in ruil voor een goed loon en allerlei voorrechten. Ze beloven zelfs kwijtschelding van hun misdrijven aan de opstandelingen en bandieten die zich in de bossen en bergen verbergen, als ze zich bij zijn huurlingenlegers aansluiten. Ik geloof dat sinds de kruistochten nooit meer zo'n talrijk leger is gezien als dat van Figüeltach van Vokko,' zei de geestelijke, aangemoedigd door de likeur.
'Ja, de koning van Frankrijk heeft een bondgenootschap met de baron gesloten, want hij gelooft dat in de kastelen van de Cirkel het geheim van de tempeliers is verborgen,' merkte Salietti op om het vertrouwen van de pastoor te winnen.
'Ik dacht dat het was omdat hertog Gulf in zijn kastelen bescherming heeft geboden aan de ridders van de tempelorde. Daarmee is hij ongehoorzaam aan de bul van paus Clemens, die beval hen te vervolgen en aan de inquisitie over te leveren,' zei de geestelijke.
'Zo'n klein groepje gevluchte tempeliers, ontmoedigd door de vernedering en de ondergang van hun orde, kan nooit voldoende reden voor een oorlog zijn. Het is alleen maar een excuus dat de koning van Frankrijk nodig heeft om de burcht van hertog Gulf van Östemberg binnen te dringen, om in de onderaardse gangen naar dat geheim te zoeken dat hij zo dolgraag wil hebben,' redeneerde Salietti. 'Daarom hebben ze ook Gurielf Labox gevangengenomen, want ze denken dat bepaalde wijzen zoals hij weten waar het geheim verborgen is.'
'Zweert u me dat u discreet zult zijn over wat ik u nu ga vertellen?' vroeg de pastoor.
'U zult tussen de graven van het kerkhof van Cornill geen lijk kunnen vinden dat zwijgzamer is dan ik, dat zweer ik u op mijn eer als ridder,' zei Salietti stellig. Hij bracht zijn wijsvinger en duim gekruist naar zijn lippen en kuste ze alsof hij een crucifix kuste.
'En uw schildknaap?' zei de pastoor, met een snelle achterdochtige blik op Grimpow.
'Grimpow kunt u evengoed vertrouwen als mij, want ik ben zijn heer, en tussen hem en mij zijn er geen geheimen,' zei Salietti op de plechtige toon van een eed.
De pastoor vulde de koperen bekertjes bij met de drank uit de kan en ze dronken weer, genietend van de verrukkelijke smaak alsof ze van een goden nectar proefden.
'Enkele weken geleden kwam er een oude man uit Parijs bij me die ik niet kende, met een brief, verzegeld met het lakzegel van de pauselijke zetel in Avignon en gericht aan de nederige pastoor van het dorp Cornill, aan mijzelf dus. U kunt zich mijn verbazing en blijdschap wel voorstellen toen ik die brief zag. Hierin werd me het bezoek bevestigd van de heer Gurielf Labox, de brenger van de boodschap. Ik kreeg bevel hem toegang te verschaffen tot alle archieven van de parochie, waarin hij zich op elk uur van de dag of de nacht in volledige vrijheid moest kunnen bewegen zonder dat ik hem lastigviel of vragen stelde. Ik moest hem uitsluitend helpen als hij me nodig had of me om iets vroeg. Ze verzochten me ook logies voor hem en zijn dochter te zoeken, want zijn gezondheid was zwak en zij moest hem verzorgen. Ten slotte kreeg ik het verzoek die brief en de redenen ervoor zeer strikt geheim te houden, zoals uzelf me ook al hebt aanbevolen. Ik veronderstel dat u wel weet waarover het gaat, en wat hij in de archieven van de kerk zocht, die edele grijsaard voor wie ik, moet ik toegeven, een oprechte waardering voel,' besloot de pastoor.
Salietti nam nog een slok likeur en schraapte zijn keel om het brok dat zich daar had gevormd weg te krijgen. 'Zoals u uit het geheime karakter van mijn opdracht wel zult begrijpen, kan ik er niet over spreken, maar omdat de heer Gurielf Lábox gevangen is genomen zonder dat wij weten of hij in deze kerk heeft gevonden wat hij zocht, geloof ik dat u me de documenten van het archief moet laten zien die hij heeft bekeken. Zo zal ik mijn rapport aan de paus kunnen opstellen voordat ik morgen naar de burcht van baron Figüeltach van Vokko vertrek, om te pogen de gevangenen uit de klauwen van hun overweldigers te redden.'
'Als u dat wenst zal ik ze u nu direct ter beschikking stellen; dan kunt u ze bestuderen zolang u maar wilt. Intussen ga ik terug naar het plein om de dorpelingen bij te staan die door de brand hun huizen hebben verloren,' stelde de pastoor voor.
Terwijl hij dat zei pakte hij de kandelaar en wenkte Salietti en Grimpow hem te volgen door een kleine boog zonder deur naar een aangrenzend vertrek. Het archief van de kerk van Cornill was een rechthoekig kamertje van drie lichaamslengten lang en twee breed, met in het midden een schrijftafeltje en tegen een van de wanden een schappen kast die tot aan de zoldering reikte.
'Hier hebt u alle documenten die deze parochiekerk heeft voortgebracht sinds de bouw in de tijd van de West-Goten,' zei de geestelijke, en hij zette de kandelaar op het tafeltje. 'Er zijn mappen bij boordevol akten van doop, huwelijk en overlijden. Verder zijn er stukken over aankopen, schenkingen, verbouwingskosten, bezoeken van edelen en koningen, benoemingen van pastoors en begrafenissen. Zoals u kunt zien is de doortocht van de mens op deze wereld heel kortstondig. Als het niet om de eeuwige verlossing ging die ons in het Koninkrijk der Hemelen wacht, dan zou ons leven niet meer zijn dan een stapel documenten die iemand op een dag zal verbranden, zoals de soldaten van Figüeltach van Vokko de huizen van dit dorp hebben verbrand. U kunt ze bekijken zolang u maar wilt. Ik zie u later wel.' En hij verliet het archief, binnensmonds mompelend alsof hij een gebed opzei: Arme Gurielf Lábox.'
Grimpow brandde van verlangen om met Salietti alleen te zijn, zodat die hem kon uitleggen hoe het hem was gelukt om van de pastoor van Cornill los te krijgen wat Gurielf Labox in dat afgelegen dorp kwam doen. Zodra hij de voetstappen van de geestelijke achter in de sacristie hoorde wegsterven, vroeg hij: 'Wist jij dat Gurielf Labox als afgezant van de paus naar dit dorp was gekomen en dat ze hem gevangen zouden nemen?'
'Ik had daar niet het flauwste idee van,' gaf Salietti toe. Hij was met zijn gedachten al bij een omvangrijk boek dat hij zojuist van een schap had genomen, waarin de benoemingen van alle pastoors van de kerk sinds meer dan drie eeuwen vermeld stonden.
'Hoe is het je dan gelukt de pastoor ervan te overtuigen dat jij ook een afgezant van Zijne Heiligheid bent?'
'Ik dacht dat als ik tegen hem over het geheim sprak, ik hem geen tekst en uitleg zou hoeven geven, omdat de pastoor er niet aan zou twijfelen dat wij iets te maken hadden met de opdracht die Gurielf Lábox naar dit dorp bracht. Ik ben ervan overtuigd dat die oude man hetzelfde zocht als wij,' antwoordde hij, terwijl hij snel de bladzijden van het boek doorbladerde en met zijn wijsvinger langs een eindeloze lijst namen ging.
'Ik dacht dat de paus zich ook bij de koning van Frankrijk had aangesloten om het geheim der wijzen te zoeken.'
'Zo is het ook, maar hoewel ze dat spelletje schaak samen spelen, probeert elk van hen het voor zichzelf te winnen. Waarschijnlijk zijn de spionnen van de paus te weten gekomen dat in deze kerk iets verborgen ligt dat zo waardevol is dat een van hun deskundigen in het oplossen van raadsels hierheen is gekomen om het te zoeken.'
'Gurielf Labox?'
'Juist.'
'Zou hij hier het geheim gevonden hebben?' vroeg Grimpow ongelovig.
'Dat is wat ik nu probeer te achterhalen, als je tenminste eens even ophoudt met me lastig te vallen met al die vragen van je. Pak een van die boeken met de bezoeken van edelen en koningen en kijk of er een naam bij is die je iets zegt,' zei Salietti, geprikkeld en gespannen zoals Grimpow hem nog niet eerder had gezien.
Ze keken alle documenten na die in het archief lagen te sluimeren, bedekt met een patina van stof en vergetelheid, maar ze vonden niets wat hen kon helpen te weten te komen wat Gurielf Labox zocht.
'Het kan best zijn dat die wijze niet eens naar die documenten heeft gekeken,' zei Grimpow ontmoedigd.
'Maar iets moet hij hier toch gezocht hebben, dat is duidelijk. Waarom zou hij anders naar dit dorp zijn gekomen met die aan de pastoor gerichte brief van de pauselijke zetel in Avignon?'
'Het zou kunnen dat wat hij zocht in de kerk is,' opperde Grimpow.
'Je hebt gelijk, Grimpow, we gaan een kijkje nemen,' zei Salietti. Net voordat hij het boek dat hij aan het bekijken was dichtsloeg, zag hij dat tussen de bladzijden een puntje van een klein vel perkament uitstak. 'Wat is dit?' vroeg hij, terwijl hij de tekst bekeek die in een volmaakte kalligrafie op het vel geschreven was.
Wanneer je de aartsengel ontmoet zal de crypte zonder lijk zich openen waarin de geschiedenis sluimert. Reis naar de stad van de boodschap en vraag daar naar wie niet bestaat, dan zul je de stem uit de duisternis horen.
'Het gaat over een crypte die in deze kerk moet zijn,' zei Grimpow. 'En de stad van de boodschap kan Straatsburg zijn. Misschien was dit wat Gurielf Labox zocht.'
'Of misschien verwachtte Gurielf Labox iemand en liet hij dit bericht voor hem achter, uit angst dat hem iets zou overkomen,' argumenteerde Salietti.
'Als dat zo is, dan heb ik zo'n idee dat die woorden wel eens gericht zouden kunnen zijn aan de dode ridder uit de bergen.'
'En wie kan dan die iemand zijn die niet bestaat?' vroeg Salietti, denkend aan Aidor Bilbicum, wiens naam ook voorkwam in de verzegelde brief die de dode ridder bij zich had.
'Laten we de crypte van de kerk gaan zoeken. Ik vermoed dat als we die raadselachtige aartsengel vinden, we veel meer te weten zullen komen over de geschiedenis die nog in het graf schijnt te sluimeren. Daarna reizen we naar Straatsburg, de stad die in de boodschap wordt genoemd. Daar zullen we vragen naar iemand die niet bestaat, en misschien horen we dan wel de stem uit de duisternis. Het klopt allemaal,' zei Grimpow.
Toen ze vanuit de sacristie in de zijbeuk van de kerk kwamen, hadden ze het gevoel omringd te zijn door een zee van kalmte die op het punt stond hen te verzwelgen, zoals de stormen op de oceaan een schip verzwelgen in hun reusachtige golven. Alles om hen heen was stil en donker. Toen ze het licht van de kandelaar dichter bij de beeltenissen van de maagden en heiligen hielden die met hun wassen rust en bleekheid in de nissen stonden, voelden ze hun ijskoude blikken alsof het spoken waren. Ze liepen zonder iets te zeggen door de drie beuken van de kerk en bekeken elke vloertegel, elk hoekje en elke holte. Ze inspecteerden de graven van enkele edelen aan weerszijden van het priesterkoor, de wijwatervaten, de doopkapel, de preekstoelen en de altaren, maar zagen niets wat hun aandacht trok, tot ze achter het hoofdaltaar een smal trapje zagen dat naar de crypte voerde.
'Daar zullen de pastoors van de kerk wel begraven liggen,' zei Salietti. Hij fronste zijn voorhoofd alsof hij wilde zeggen dat hij het helemaal niet prettig vond om op dat uur van de nacht naar de graven af te dalen.
Ook Grimpow had er weinig plezier in om zo'n lugubere ruimte te betreden met alleen de kandelaar om hen bij te lichten, maar sinds hij de opeengestapelde schedels voor de geheime ingang van de bibliotheek in de abdij van Brinkdum had gezien, waren er nog maar weinig dingen die hem bang konden maken.
'Crypten zijn altijd al heel geschikte plaatsen geweest om mysteries te verbergen, dus we kunnen maar beter naar beneden gaan,' zei hij met weinig geestdrift.
Salietti hield de kandelaar bij de nauwe ingang van de crypte. Het iele schijnsel verlichtte het trapgewelf en de treden, die spiralend afdaalden naar een put vol duisternis. 'Ik ga voorop,' zei hij, en hij boog zijn hoofd om het niet te stoten tegen de lage zoldering van de trap.
Toen ze in de crypte kwamen, flakkerden de vlammetjes van de kaarsen alsof een onzichtbaar wezen ernaar blies om ze uit te doven, en hun schaduwen beefden op de vochtige rotswanden. De gewelfde zoldering was ook hier behoorlijk laag, maar ze konden tenminste rechtop lopen zonder bang te zijn hun hoofd te stoten. Een donkere gang opende zich voor hen met een bocht naar rechts, alsof hij de gebogen lijn van een cirkelomtrek volgde. Grimpow dacht dat de crypte dus onder de apsis van de kerk moest liggen.
Rechts van hen zagen ze een rij bogen die op zuilen rustten. In elke boog waren enkele marmeren sarcofagen te zien die daar radiaal geplaatst waren, loodrecht op de cirkelomtrek die de nauwe gang volgde. Salietti hield de kandelaar bij elk van de sarcofagen, waarop de beelden van acht in weelderige gewaden gehulde mannen lagen. Ze hadden allemaal lang haar en lange baarden, en hun armen waren op de borst gekruist alsof ze rustig lagen te slapen. Er was geen enkele inscriptie, geen enkele naam, geen enkele datum van een begrafenis te zien.
'Het zijn graven van eeuwen geleden,' zei Salietti.
Toen ze de hele cirkel gevolgd hadden, kwam Grimpow ineens op een idee. 'Het grondvlak van de crypte is een achthoek!' riep hij uit, want hij herinnerde zich de tekening van de onmogelijke kwadratuur van de cirkel, die broeder Rinaldo van Metz hem had laten zien in de geheime zaal van de abdij van Brinkdum.
Hij legde Salietti de betekenis uit van de achthoek en de kastelen van de Cirkel, precies zoals broeder Rinaldo het hem had verteld. Hij zei er nog bij dat talrijke burchten en kapellen van de tempelridders een achthoekige vorm hadden, om het samengaan van de hemel en de aarde weer te geven, de harmonie tussen het goddelijke en het menselijke, die samen een gemeenschappelijk middelpunt hebben in het heelal.
'Maar deze kerk is nooit een kerk van de ridders van de Tempel van Salomo geweest,' merkte Salietti op.
'Toch moet ze wel enig verband houden met het geheim der wijzen. En dat moet het zijn geweest wat Gurielf Lábox aan het onderzoeken was,' zei Grimpow. Instinctmatig begaf hij zich naar het middelpunt van de cirkelvorm van de crypte. Salietti volgde hem, hun stappen bijlichtend met het schijnsel van de kandelaar.
Grimpow kon zijn blijdschap niet onderdrukken toen hij een inscriptie zag die in de middencirkel van de crypte was uitgehouwen, omgeven door de acht graven alsof het acht ridders waren die de crypte zonder schilden of wapens bewaakten. 'Hier is het!' riep hij uit. Hij kon Salietti's verbazing naast zich voelen.
Ze keken allebei naar de tekens die op een cirkel in de rotsgrond waren uitgehouwen. Het waren dezelfde soort tekens als in de verzegelde boodschap van de dode ridder, en Grimpow kon ze moeiteloos interpreteren.
n mmmmi* m m mr i'mm1
'Wat betekenen die symbolen?' vroeg Salietti ongeduldig.
Grimpow had een stuk perkament en een brokje houtskool in zijn hand, die hij uit het archief van de kerk had meegenomen. Hij ging dichter bij het licht van de kandelaar staan en schreef op:
de aartsengel tot den beul ysterimes
'Dat is de aartsengel die wordt genoemd in het briefje van Gurielf Lábox, als hij tenminste degene is die het geschreven heeft,' zei hij.
'Het kan zijn dat het alleen maar een grafschrift is, voor al die graven zonder naam,' zei Salietti, nog steeds verbijsterd door de ontdekking.
'Maar het is geschreven in dezelfde symbolen als de verzegelde boodschap van de dode ridder,' voerde Grimpow aan.
Salietti bleef afwezig naar de in de rotsvloer uitgehouwen inscriptie kijken. Toen zei hij: 'Misschien liggen in deze crypte niet de vroegere pastoors van de kerk begraven, maar acht wijzen, bewaarders van het geheim. Daarom zijn deze graven zo oud en staan er geen namen op en geen data van de begrafenissen.'
'Denk jij dat het geheim der wijzen onder deze rots kan liggen?' vroeg Grimpow.
'Het is maar een veronderstelling, hoewel die inscriptie de aartsengel tot den beul lijkt te wijzen op het sterven van een goed iemand. De beul kan dan staan voor de kwade krachten die volgens alle godsdiensten voortdurend een bedreiging vormen voor alle goed bedoelende zielen. Het zou ook kunnen zijn dat Ysterimes alleen maar de naam is van de wijze die dit grafschrift heeft geschreven,' opperde Salietti.
'Of misschien is die beul een bestaand persoon, en moeten we hem opsporen om het geheim der wijzen te vinden,' merkte Grimpow op.
'Hoe dan ook, het is wel duidelijk dat dit een nieuw raadsel is, moeilijk te interpreteren. Ik vraag me af of Gurielf Lábox de crypte heeft kunnen binnengaan voordat de soldaten van baron Figüeltach van Vokko hem gevangennamen.'
'Dat zullen we nooit weten, tenzij we met hemzelf spreken,' zei Grimpow.
'Ik vertrouw erop dat het de beulen van de inquisitie niet lukt uit hem te trekken wat hij weet. Als ze hem folteren en hij iets zegt over wat hij in deze kerk zocht, dan zullen de gerechtsdienaars van de baron of van de koning wel gauw hier terugkomen.'
Ze bleven daar staan, beiden in gedachten en angsten verzonken, en probeerden een redelijke verklaring te vinden voor die geheimzinnige inscriptie. Grimpow kwam zelfs op de gedachte dat de aartsengel misschien een metafoor was zoals de alchemisten gebruikten. In dit geval stond de aartsengel, net als het alchemistische goud, voor het licht van de wijsheid, waar ook de boodschap van de dode ridder naar verwees: 'In de hemel heersen duisternis en licht.' Daarvan hadden ze de betekenis ook niet kunnen ontcijferen. Maar als hij al ergens van overtuigd was, dan was het dat er in die crypte nog meer te vinden was dan de in de rots uitgehouwen inscriptie.
'En als het eens een cryptogram is?' opperde Salietti ineens.
Grimpow herinnerde zich wat broeder Rinaldo van Metz hem had verteld over de gecodeerde boodschappen die al vanaf de oudheid werden gebruikt om mysteries te verbergen. 'Bedoel je een soort geheimschrift?'
'Precies.'
'Maar de inscriptie is al in geheime tekens geschreven die geen mens die ze niet kent kan ontcijferen,' zei Grimpow.
'Soms worden verborgen boodschappen beschermd door verscheidene systemen van geheimschrift. Dit zou een van die gevallen kunnen zijn waarin je alle cryptogrammen die het beschermen moet oplossen om tot de uiteindelijke oplossing te komen.'
Op dat moment drong het rumoer tot hen door van een massa mensen die de kerk binnenkwamen.
'Dat zullen de dorpelingen zijn. Velen zullen hier waarschijnlijk de nacht doorbrengen om zich tegen weer en wind te beschermen nu hun huizen verbrand zijn. Laten we hier weggaan voordat we die mensen al te nieuwsgierig maken,' zei Salietti.
'Maar... de inscriptie dan?'
'We gaan boven verder met die te onderzoeken, in de sacristie. Laten we nu gaan, vlug.'
Ze klommen de nauwe trap van de crypte weer op en gingen op een holletje naar de sacristie, die daar dichtbij was, rechts van het hoofdaltaar. Op de achtergrond, bij de toegangspoort, stond een groep mensen om de pastoor heen, die instructies gaf om de banken van het middenschip zo te plaatsen dat ze als geïmproviseerde bedden konden worden gebruikt. Daarbij werden de vrouwen en kinderen van de groep mannen gescheiden. Sommigen hadden dekens en dierenhuiden meegenomen, en ze schenen allemaal volledig uitgeput te zijn van vermoeidheid en verdriet.
In de sacristie schonk Salietti zich nog een bekertje likeur in, terwijl Grimpow in een boek bladerde dat Handboek van de goddelijke erediensten heette. Het was geschreven door een monnik genaamd Guillelmus Durandus, maar hij vond er niets in dat hem interessant leek.
Beiden probeerden ze een oplossing te vinden voor het raadsel uit de crypte. Die inscriptie kon van alles betekenen, maar ze kon ook best gewoon een grafschrift zijn. De crypte was per slot van rekening een plek om iemand te begraven. Het woord ysterimes zei hun niets. Het was waar dat het de naam van de schrijver van het grafschrift kon zijn, maar het kon ook de sleutel zijn tot de volledige betekenis van het cryptogram, zoals Aidor Bilbicum de sleutel scheen te zijn tot de boodschap van het perkament van de dode ridder.
Grimpow voelde zich volslagen verstrikt in de warboel van zijn redeneringen. In gedachten herhaalde hij telkens opnieuw het woord ysterimes, als het onophoudelijke ritme van het kloppen van zijn hart.
Toen de pastoor de sacristie binnenkwam, schrok Grimpow op uit zijn overpeinzingen. De man vroeg hun of ze in de archieven iets belangwekkends hadden gevonden, en Salietti schudde zijn hoofd. 'In deze documenten staan alleen maar namen en rekeningen van de kerk. Het zou makkelijker zijn om de naald van een leerlooier in de hooiberg van een boer te vinden,' zei hij.
'Daar had ik Gurielf Lábox ook al voor gewaarschuwd toen ik hem het archief liet zien. In deze schappen zijn alleen maar namen en nummers te vinden. Maar hij stond erop elk document na te kijken alsof hij naar het mysterie van de Heilige Graal zocht,' merkte de pastoor glimlachend op.
'Zegt het woord ysterimes u iets?' vroeg Grimpow, die de zwijgplicht die zijn rol van schildknaap hem oplegde even opzij zette.
De pastoor herhaalde het woord hardop en fronste zijn voorhoofd om uiting te geven aan zijn bevreemding. 'Zou het misschien een Grieks woord kunnen zijn?' vroeg hij, en hij bleef in gepeins verzonken staan alsof hij in aangename vervoering was geraakt. Maar even later antwoordde hij: 'Nee, ik heb het nooit gehoord. Ik geloof ook niet dat die naam in de documenten voorkomt die we hier in het archief bewaren.'
'Wie liggen er in de acht sarcofagen die rondom de middencirkel van de crypte staan?' vroeg Salietti, alsof hij een beminnelijke inquisiteur was.
De pastoor keek naar de vloer. Hij pakte het koord van zijn priesterkleed beet en zijn vingers begonnen met de knopen te spelen. 'Deze kerk verschilt in niets van welke andere ook,' zei hij. 'In alle kerken, sanctuaria, kapellen, hermitages en kathedralen zult u wel iets aantreffen wat niemand kan verklaren en waarvan de werkelijke oorsprong en betekenis alleen bekend zijn bij hen die ze hebben gebouwd. De crypte van deze kerk was er al vele jaren voordat de christelijke tempel erboven werd gebouwd, en die graftomben zijn op zijn minst drie eeuwen oud.'
'Er staat geen enkele naam op de sarcofagen geschreven, en te oordelen naar de beelden zijn degenen die erin liggen niet van adellijke oorsprong. Bovendien hebben ze geen schilden, harnassen en wapens, en ze zien eruit als geleerden die in een zoete slaap zijn weggezonken,' zei Salietti.
Plotseling moest Grimpow weer denken aan de dode ridder in de bergen. Hij herinnerde zich hoe de serene rust die diens ijskoude gezicht uitstraalde hem had doen denken dat de dood misschien slechts een vredige, eeuwige slaap was.
'In geen enkel document in de archieven worden de namen van deze overledenen genoemd. Ik heb dat zelf kunnen constateren toen ik vijf jaar geleden deze parochie onder mijn hoede nam,' verklaarde de pastoor.
'En wat weet u over de inscriptie die in de binnen cirkel van de crypte is uitgehouwen?' vroeg Grimpow.
'Gurielf Labox heeft urenlang in de crypte doorgebracht om te proberen die inscriptie te ontcijferen. Voor zover ik weet is niemand daar tot op heden in geslaagd. Het zijn vreemde, zeer oude tekens die van alles kunnen betekenen. Het zouden zelfs simpelweg de merktekens kunnen zijn van de steenhouwers die deze kerk hebben gebouwd en die, zoals bekend, hun werken markeerden met de tekens van hun loge.'
'Nee, achter die tekens gaat een mysterie schuil, daar ben ik zeker van. En Gurielf Labox had als opdracht ze te ontcijferen,' verzekerde Salietti hem.
'Misschien zult u met uw gebeden en wat rust licht kunnen brengen in deze intrigues die u zo verontrusten,' zei de pastoor.
Toen verontschuldigde hij zich omdat hij Salietti geen onderdak kon bieden dat bij zijn ridderstand paste, waar hij op waardige wijze de nacht zou kunnen doorbrengen. Het speet hem dat de brand de enige herberg van het dorp had verwoest: dat was het huis geweest waar Gurielf Labox en zijn dochter de nacht hadden doorgebracht en het was ook het eerste dat in brand was gestoken. Als onderdak bood hij hun de graanschuur van de kerk aan, die zich achter de sacristie bevond en die niet onder de vlammen te lijden had gehad. Daar liepen ze heen nadat ze hun paarden hadden opgehaald, die ongeduldig en hongerig op het plein op hen stonden te wachten.
Toen Grimpow wakker werd, gewekt door het kraaien van een haan die de dageraad aankondigde, bleef een nieuw woord zich in zijn brein herhalen alsof hij er de hele nacht aan had gedacht: mysteries. Hij kwam met een sprong overeind en schudde Salietti door elkaar om hem uit zijn diepe slaap te wekken.
'Wat is er?' vroeg Salietti, terwijl hij zich omdraaide op zijn bed van stro.
'Mysteries!' riep Grimpow enthousiast.
'Ja, ja, ik weet best dat we omgeven zijn door mysteries. Ik heb er ook voortdurend aan liggen denken, en ik heb de hele nacht maar een paar uurtjes echt goed kunnen slapen,' stamelde Salietti nogal slaperig.
'Begrijp je het dan niet? Mysteries is het anagram van ysterimes. Je hoeft alleen maar de letters op een andere plaats te zetten, en het resultaat is mysteries.'
Salietti schoot overeind alsof hij een emmer koud water over zich heen had gekregen. 'Heb je het cryptogram ontcijferd?' vroeg hij ongelovig, en hij sperde zijn ogen wijd open.
'Ik geloof van wel,' zei Grimpow.
Hij pakte het stuk perkament waarop hij de vorige avond wat aantekeningen had gemaakt, en liet Salietti de tekst van de inscriptie nog eens zien:
de aartsengel tot den beul ysterimes
'Als we ysterimes in mysteries veranderen...' begon hij.
'Dan houden we nog altijd twee raadsels over om op te lossen: de aartsengel tot den beul en mysteries,' viel Salietti hem in de rede, terwijl hij met zijn hand het hoofd van zijn paard wegduwde, dat hardnekkig zijn gezicht wilde likken.
'Maar we weten dan in elk geval dat de mysteries te maken hebben met de aartsengel en de beul. We hoeven er alleen nog maar achter te komen waar zij zijn, en dan zullen we daar zeker het geheim der wijzen vinden dat we zoeken.'
'Als Gurielf Lábox het al niet heeft gevonden, en zijn overweldigers het nu aan het zoeken zijn, baron Figüeltach van Vokko en de koning van Frankrijk. Laten we nu onmiddellijk naar de burcht van de baron gaan, voor het te laat is,' zei Salietti, terwijl hij zijn zwaard van de grond opraapte en zijn riem omgordde.
Net toen ze de graanschuur wilden verlaten, schoot Grimpow een idee te binnen. 'Wacht even,' zei hij. 'De aartsengel en de beul bestaan niet.'
Salietti hield met een schok stil en draaide zich om. 'Hoe weet je dat?' vroeg hij, in verwarring gebracht door Grimpows plotselinge zelfverzekerdheid.
'Er moet nog iets meer verborgen zitten tussen de letters van dit cryptogram. Degenen die het maakten, beschermden het raadsel met geheime tekens en verstopten er een ingewikkelde boodschap in, die moest worden ontcijferd om de werkelijke betekenis ervan te achterhalen,' redeneerde Grimpow hardop. De tekst van de boodschap van de dode ridder schoot hem weer te binnen: 'In de hemel heersen duisternis en licht.' Opeens zag hij een sprankje licht in de duisternis. 'Ik heb het, ik heb het!' schreeuwde hij.
'Is er nog meer?' vroeg Salietti, die de teugels van zijn paard losliet en zijn intelligente schildknaap verbijsterd aankeek.
'Ja, er is nog meer. In de aartsengel tot den beul zit de sleutel tot de mysteries!'
'Dat heb je al eerder gezegd!' protesteerde Salietti. 'Ik ben bang dat dat cryptogram je hoofd op hol begint te brengen. Laat het liever even rusten en laten we uit deze graanschuur weggaan.'
Grimpows ogen waren strak op de oorspronkelijke tekst van het cryptogram gericht, die hij op het stuk perkament had overgeschreven. 'Ik bedoel dat die woorden de aartsengel tot den beul ook een anagram vormen, en niet betekenen wat ze lijken te zeggen.'
Salietti probeerde in gedachten de volgorde van de letters te veranderen om andere woorden met een andere betekenis te vinden, maar Grimpow was hem voor bij de oplossing van het raadsel.
'We hebben dus al de sleutel tot de mysteries. Met de overgebleven letters kan ik breng en aan vormen!'
'Dat is fantastisch!' zei Salietti, vol geestdrift over Grimpows conclusie.
Die schreef onder zijn kopie van het oorspronkelijke cryptogram de aartsengel tot den beul ysterimes:
breng de sleutel tot de mysteries aan
Eindelijk wist hij zeker dat dat duistere cryptogram helemaal was opgelost.
'En wat is de sleutel van de mysteries, en waar moet je hem aanbrengen?' vroeg Salietti, van zijn stuk gebracht door iets wat hem opnieuw een moeilijk, verwarrend raadsel leek.
'Dat is onze steen!' verzekerde Grimpow hem zonder enige aarzeling.
'De steen?' herhaalde Salietti.
'Ja, de steen der wijzen. De lapis philosophorum is de sleutel tot alle mysteries van de natuur en de kosmos. Wij moeten onze steen, de sleutel tot de mysteries, boven de in de crypte uitgehouwen inscriptie houden.'
'Je bent geniaal, Grimpow!' riep Salietti uit.
'Ik niet, de steen,' zei Grimpow, die wel wist dat zijn eigen verdiensten beperkt waren.