9

Pas door het bezoek van Joan McCann zag ik in dat de dood van Lester Dobbs tot de categorie van bijzonder morbide stom geluk behoorde. Joan was zo mager dat ik altijd had gedacht dat ze aan anorexia leed, maar die dag in mijn kantoor zag ze er helemaal verschrikkelijk uit. Ze had donkere wallen onder haar holle ogen en ik kon de beenderen onder de dunne huid van haar gezicht zien. Ze kwam bijna wankelend binnen en ze maakte zo’n uitgebluste indruk dat ik bang was dat ze zou flauwvallen.
‘Wil je iets drinken?’ vroeg ik, in de hoop dat ze ja zou zeggen. Maar Joan schudde van nee.
‘Je ziet er slecht uit,’ zei ik voor ik er erg in had.
‘Ik kan niet slapen.’
‘Ben je bij de dokter geweest?’
Ik maakte me echt zorgen om haar.
‘Nee, het gaat wel... Ik ben hier alleen omdat ik een ingeving had. Ik heb er geen concrete aanwijzingen voor, maar als er nu eens een andere verdachte was, dan zou Paul er toch beter voor staan?’
‘Als ik de zaak heropend zou kunnen krijgen. Wie had je in gedachten?’
Joan sloeg haar ogen neer. Ze had haar handtas op schoot en haar knokkels waren wit van de spanning.
‘Er werd gefluisterd dat Max Schurr een affaire had.’
‘Max? Dat kan ik niet geloven.’
‘Maar als het nu eens waar was en hij de ontvoering heeft verzonnen om de moord te verbloemen? Hij kan Dobbs hebben betaald om haar te vermoorden en dan heeft Dobbs na zijn aanhouding Paul beschuldigd omdat hij bang was voor Max.’
‘Allemachtig, Joan, ik zou dolgraag iemand anders de moord in de schoenen schuiven, maar Max? Van wie heb je dat gehoord?’
‘Van Paul, voordat hij werd gearresteerd. We hadden ruzie.’ Ze begon te blozen. ‘Ik vroeg waarom hij me niet behandelde zoals Max zijn vrouw. Hij lachte en vroeg of ik dan niet wist dat Max er een vriendinnetje op nahield.’
Ik wilde haar uitleggen waarom Pauls woord van geen betekenis was, maar ik hield me in en zei dat ik er Paul zelf naar zou vragen.
‘Is er nog hoop voor Paul? Denk je dat je het hoger beroep kunt winnen?’ vroeg ze terwijl ik haar naar de deur bracht.
‘Ik weet het niet, Joan. Ik kan onmogelijk voorspellen hoe het hooggerechtshof over ons standpunt zal oordelen. Bovendien zitten we met het probleem van Jeanettes verslagen die nog steeds weg zijn, net als de back-ups. Ik kan pas aan het beroep gaan werken als ik de tekst heb en daarvoor moeten eerst de diskettes worden gevonden.’
‘En als dat niet gebeurt? Als ze nu eens voorgoed verdwenen zijn?’ vroeg ze radeloos.
Ik wilde wat zeggen, maar er begon me langzaam iets te dagen. Het was een schokkende gedachte die me de stuipen op het lijf joeg. Ja, als de aantekeningen en de diskettes nooit werden gevonden, zoals Joan me had gevraagd, wat dan?

‘Ik wil je niet blij maken met een dode mus,’ zei ik op een zo bedaard en zakelijk mogelijke toon, ‘maar misschien mag je jezelf een gelukkig mens noemen.’
Paul en ik zaten tegenover elkaar aan de gammele houten tafel in een kleine bezoekkamer. Hij zag er neerslachtig uit en ik voelde dat hij bijna aan het eind van zijn Latijn was. Terwijl hij gespannen luisterde vertelde ik dat de politie er nog altijd niet in was geslaagd de aantekeningen te vinden die nodig waren voor het hoger beroep. ‘Als ze helemaal nooit worden gevonden zal de rechtbank je een nieuw proces moeten toestaan.’
‘Hoezo?’
‘Het is alsof ik in hoger beroep zou hebben gewonnen. Arnie zal helemaal opnieuw moeten beginnen, alleen kan hij dat niet. Hij zal je vrij moeten laten.’
‘Waarom dan?’ vroeg Paul opgewonden.
‘Ik zal het je uitleggen.’

Joan McCann zag eruit als een geest terwijl ze bij de deur van de rechtszaal wachtte. Ze leek uitgeput en ze maakte een schrikachtige beweging toen ze mij zag.
‘Krijg je hem vrij?’ vroeg ze terwijl ze zenuwachtig met de riem van haar tas speelde.
‘Ik denk het wel, Joan, maar ik kan niets beloven. Ook al heb ik het recht helemaal aan mijn zijde, de rechter kan altijd weigeren me gelijk te geven. Dan moet ik beroep aantekenen.’
‘Maar dat kan toch niet? Rechter Schrieber zal zich toch aan de wet houden?’
‘In dat geval zal hij zich bijzonder impopulair maken.’
Ik gaf haar een klopje op haar schouder en glimlachte. ‘Maak je niet druk, we zullen het gauw genoeg weten.’
Joan wilde iets zeggen, maar ze zweeg en keek met open mond en grote ogen naar iets dat achter mij gebeurde. Ik keek om en zag Maxwell Schurr op hoge poten naar ons toe komen, zijn gezicht een masker van nauwelijks ingehouden woede. Schurr bleef pal voor me staan en staarde me dreigend aan. Ik leefde werkelijk met hem mee, daarom probeerde ik er geen wedstrijd van te maken. Aan de andere kant hou ik er niet van als iemand me probeert te intimideren.
‘Tobler vertelde me wat je aan het doen bent, Parks,’ zei Schurr op ijzingwekkende toon. ‘Laat mij jou dan vertellen dat je cliënt veiliger is in de gevangenis en zelfs in de dodencel dan wanneer hij op vrije voeten komt.’
‘Kom op, Max, hier bereik je niets mee,’ zei ik op verzoenende toon.
‘McCann heeft mijn vrouw vermoord. Als de rechter hem niet straft, zal ik echt niet op zijn dood gaan zitten wachten. Zeg hem dat maar.’
‘Verdomme, Max, de hele zaak is al tragisch genoeg zonder dat jij iets stoms uithaalt.’
‘Zeg het hem maar,’ herhaalde Schurr. Daarna drong hij langs me heen en ging de afgeladen rechtszaal in. Ik had medelijden met hem en ik kon zijn woede heel goed begrijpen. Ik maakte me ook zorgen over de mogelijkheid dat hij zijn dreigement ten uitvoer zou brengen. Max Schurr was geen man van loze praatjes. Als alles volgens plan verliep, zou ik de politie moeten vragen met Schurr te gaan praten om hem erop te wijzen wat er met hem zou gebeuren als hij het recht in eigen hand nam.

‘Begrijp ik goed dat u niet slechts om een nieuw proces vraagt, maar om een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, meneer Parks?’ vroeg rechter Schrieber. Hij had mijn verzoek en de lijst van toepasselijke wetsartikelen gelezen en keek me vertwijfeld aan.
‘Inderdaad, meneer de rechter. Meneer Tobler bevestigt dat al het mogelijke is gedaan om de stenoverslagen en diskettes van Jeanette Arnold te vinden, zonder resultaat.’ Ik pakte een uitgave van de staatswetten. ‘Ik citeer paragraaf 19, artikel 130 van het Burgerlijk Wetboek aangaande het hoger beroep, waarin heel duidelijk wordt gezegd: "Wanneer een appèl geen doorgang kan vinden door het ontbreken van zittingsverslagen, geluidsbanden of ander noodzakelijk materiaal kan, indien dit ontbreken niet aan de appellant te verwijten valt, het oorspronkelijke vonnis worden vernietigd en een nieuw proces worden bevolen." Het hof van appèl heeft geoordeeld dat de verdachte alleen recht op een nieuw proces heeft indien hij kan aantonen dat hem de verdwijning van het materiaal niet is aan te rekenen, dat hij al het redelijke heeft gedaan om de ontbrekende gegevens aan te vullen en dat hij mogelijke fouten in het oorspronkelijke proces kan aanwijzen. De bijgevoegde lijst bevat de fouten die naar mijn mening als basis voor een beroep hadden kunnen dienen, de ontbrekende verslagen zijn niet te vervangen, de politie heeft al het redelijke gedaan om het verslag van de zittingen te achterhalen en meneer McCann heeft niets met de verdwijning ervan te maken.’
‘Wat heeft u tegen deze argumenten in te brengen, meneer Tobler?’ vroeg de rechter.
Arnie stond langzaam op. Hij was lijkbleek geworden, want hij wist wat er zou gebeuren als de rechter zich aan de wet hield.
‘Ik erken dat meneer Parks verscheidene gronden heeft aangevoerd die serieus genoeg zijn om herziening van het vonnis mogelijk te maken, hoewel dat naar mijn mening niet moet gebeuren.’
‘Dat laatste staat hier niet ter discussie,’ zei rechter Schrieber. ‘Hij hoeft niet aan te tonen dat hij een nieuw proces zal winnen. Dat beweert u toch ook niet?’
‘Nee, ik geef toe dat meneer McCann de mogelijkheid van fouten tijdens het proces voldoende heeft aangetoond. Maar dat is ook alles. De politie heeft bijvoorbeeld grondige naspeuringen gedaan, maar het onderzoek is nog niet afgesloten. Ik vind dat u ze meer tijd zou moeten geven.’
‘Waar moeten ze dan nog zoeken, meneer de rechter?’ vroeg ik. ‘Het is nu bijna een maand geleden. De politie heeft beide woningen van meneer Arnold en de auto van mevrouw Arnold doorzocht. Misschien zijn de verslagen samen met haar begraven.’ Ik rilde bij de gedachte aan Jeanette in de koude, wrede aarde. ‘Het appèl duldt nauwelijks uitstel en we kunnen niet eindeloos wachten in de hoop dat de verslagen over een paar jaar of zo ineens opduiken.’
‘Meneer Tobler, heeft u concrete aanwijzingen dat het verdwenen materiaal in dit geval spoedig boven water zal komen?’ vroeg de rechter.
Arnie schudde zijn hoofd. ‘Nee, meneer de rechter, die heb ik niet. Ik vind alleen dat het te vroeg is om het nu al op te geven.’
Rechter Schrieber maakte een aantekening. ‘Kan het materiaal vervangen worden, meneer Tobler?’ vroeg hij.
‘Nee, meneer de rechter, niet dat ik weet. Blijkbaar had mevrouw Arnold de stenoverslagen en de back-ups van alle zaken waar ze bij betrokken was bij zich toen ze werd ontvoerd en zijn er geen andere kopieën.’
‘U heeft verder al toegegeven dat de verdediging goede gronden heeft aangevoerd voor een eventuele herziening van de uitspraak, dus heeft u nog andere argumenten waarom ik geen nieuw proces zou moeten toestaan?’
‘Meneer McCann heeft wellicht toch met de verdwijning te maken. Hoe weten we dat hij niet betrokken was bij de ontvoering van mevrouw Arnold?’
‘Meneer de rechter,’ zei ik langzaam, ‘dit argument is volslagen uit de lucht gegrepen. Meneer Tobler heeft zelf het arrestatiebevel tegen Gene Arnold vanwege de moord op diens echtgenote getekend. Meneer McCann zat tijdens die zaak in de gevangenis en er is nooit eerder sprake van geweest dat hij ook maar iets met de tweede ontvoering te maken had.’
‘Meneer Tobler?’ vroeg de rechter. Arnie wist dat hij had verloren en schudde alleen zijn hoofd.
‘Ik moet zeggen dat ik dit met grote tegenzin doe, meneer Parks. Als ik enige wettige grond kon vinden om uw verzoek af te wijzen zou ik dat zeker doen, maar ik heb gezworen de wet te handhaven, ook als ik het er niet mee eens ben. Daarom stel ik vast dat meneer McCann recht heeft op een nieuw proces.’
Er klonk rumoer achter me. Ik draaide mijn hoofd om. Maxwell Schurr was opgesprongen en stond naar Paul te staren. McCann keek naar hem, maar hij wendde zijn blik snel af. Gelukkig waren er parketwachters en bezoekers in de zaal, want ik weet dat Max Paul met zijn blote handen zou hebben vermoord als ze alleen waren geweest. Nu draaide hij zich om en liep de rechtszaal uit.
‘Ik heb nog een laatste verzoek, meneer de rechter,’ zei ik haastig. ‘Ik vraag het openbaar ministerie de vervolging van meneer McCann te staken. Als vandaag het appèl had gediend, zou er onmiddellijk na het pleidooi van de officier van justitie vrijspraak zijn gevolgd. Zonder de verklaring van Lester Dobbs is er geen enkele aanwijzing dat meneer McCann iets met de ontvoering van Patty Schurr te maken had. Hij heeft zelf altijd consequent zijn onschuld volgehouden en het is van meet af aan onze stelling geweest dat Lester Dobbs meneer McCann alleen maar heeft beschuldigd om zijn gerechte straf voor de moord op mevrouw Schurr te ontlopen.’
‘Meneer Tobler, bestaat er een gewaarmerkt afschrift van de verklaring die meneer Dobbs tijdens het proces heeft afgelegd?’
‘Nee, meneer de rechter. Ik meen dat meneer Parks ervan af heeft gezien een afschrift op te vragen en wij hebben er geen in ons bezit.’
‘Heeft meneer Dobbs een verklaring afgelegd tijdens het vooronderzoek?’
‘Ja, maar daar bestaat geen afschrift van en dat zou trouwens ook niet als bewijsstuk toegelaten kunnen worden aangezien de verdediging niet in de gelegenheid is geweest meneer Dobbs een kruisverhoor af te nemen.’
‘Het is dus uitgesloten dat de verklaring van Lester Dobbs tijdens een nieuw proces aan de orde komt?’ vroeg rechter Schrieber.
‘Op dit moment wel.’
Schrieber liet zijn hoofd in zijn handen zinken. Hij zat blijkbaar met de kwestie in zijn maag, maar ik wist dat hij een integer mens was en ook wat zijn oordeel zou zijn. Hij keek op en ik zag dat hij een besluit had genomen.
‘Meneer Parks, ik zal het openbaar ministerie op dit moment niet opdragen de aanklacht tegen meneer McCann te laten vallen. Misschien wordt nieuw bewijsmateriaal gevonden dat tot een veroordeling kan leiden. Niettemin voel ik er onder de huidige omstandigheden bijzonder weinig voor meneer McCann achter de tralies te houden. Meneer Tobler, u krijgt een week de tijd om mij ervan te overtuigen dat meneer McCann in hechtenis moet blijven. Als u daar niet in slaagt, heb ik geen andere keus dan hem vrij te laten.’