2
Laurel County in Oregon telt 70.000 inwoners
waarvan er 20.000 binnen de stadsgrenzen van Desert Grove wonen,
een stadje dat drie straten breed is, vijf kilometer lang en maar
weinig groen in de omgeving kent. Er wonen niet veel advocaten en
van hen zijn er maar heel weinig gespecialiseerd in strafrecht.
Mijn naam is Alan Parks, ik heb een eenmanspraktijk en weet de weg
in het wetboek van strafrecht. Een paar jaar geleden was ik zo
gelukkig een moordzaak te winnen waarvan niemand had gedacht dat ik
hem kon winnen. Nu heb ik hier in de rimboe een reputatie die kan
wedijveren met die van Perry Mason. Daarom vertegenwoordig ik nu
Paul McCann nadat Lester Dobbs hem ontvoering en moord ten laste
heeft gelegd.
Jeanette Arnold was de stenografe bij de rondreizende
districtsrechtbank van Laurel County tijdens het proces van de
staat versus McCann. Iedere zittingsdag zat ze tegenover de
verhoging waar vanaf rechter Melvin Schrieber het proces leidde en
stenografeerde met opmerkelijke nauwkeurigheid elk woord dat gezegd
werd. Haar accuratesse als stenografe was niet het enige
opmerkelijke aan haar. Ze had ook nog eens de mooiste benen die ik
ooit heb gezien. En uit wat ik zo hier en daar in het
gerechtsgebouw opving weet ik dat ik niet de enige was die dat
vond. De rest van Jeanettes lichaam was ook niet mis, in ieder
geval zo de moeite waard dat Paul McCann zijn ogen niet van haar af
kon houden, en dat terwijl Lester Dobbs een verklaring begon af te
leggen die McCann in de dodencel kon doen belanden.
Paul McCann was verslaafd aan vrouwen. Daarom was het ook niet
vreemd dat zijn aandacht werd afgeleid door de opvallendste vrouw
in de rechtszaal. Vrouwen waren ook verslaafd aan Paul, al begreep
ik nooit waarom. Paul was een knappe man met een gelikt voorkomen.
Hij was groot en droeg schreeuwerige kleding en pronkerige,
opzichtige sieraden. Hij had verzorgd, halflang haar, een tikkeltje
borstelige snor en toonde zijn krullende zwarte borsthaar zoveel
mogelijk. Ik vond hem er ordinair uitzien, maar zoals ik al zei,
vrouwen vonden hem onweerstaanbaar en hij deed niets om hun avances
af te remmen.
‘Meneer Dobbs, wat voor werk doet u?’ vroeg Arnie Tobler, de
aanklager, aan zijn kroongetuige. Arnie is klein, dik en erg
relaxed. Hij draagt slecht passende kleren en zijn grijzende haar
ziet er altijd uit alsof hij het kamt met een mixer. Toch is hij
een goed jurist en moeilijk te verslaan als aanklager.
De vraag naar zijn werk bleek lastig voor Lester Dobbs en hij
staarde naar Arnie alsof die hem gevraagd had de kwantumtheorie uit
te leggen. Dobbs was een meter tachtig lang en erg sterk. Zijn
gezicht was verweerd van het werken in de openlucht en bedekt met
sproeten. Dobbs had ter gelegenheid van zijn optreden voor de
rechtbank zijn rode haar met een of ander vet ingesmeerd. Hij zat
te draaien in de getuigenbank en zag er onbehaaglijk uit in zijn
goedkope blauwe pak met de nog goedkopere gele das die Arnie
Tobler, de aanklager, voor hem gekocht had. Ik durfde te wedden dat
dit de eerste keer was dat Dobbs een pak droeg.
‘Op het ogenblik heb ik geen werk,’ antwoordde Dobbs na een lange
pauze. ‘Ik zit vast.’
‘Dat is zo,’ stemde Arnie in met bewonderenswaardig geduld, ‘maar
voor uw arrestatie werkte u toch?’
‘Zeker.’
‘Wilt u dan misschien de jury uitleggen wat voor werk u deed?’
‘Ik werkte in de bouw, voor meneer McCann,’ antwoordde Dobbs, naar
mijn cliënt knikkend. Bij het horen van zijn naam, rukte Paul zijn
blik los van Jeanette Arnolds borsten en richtte zijn aandacht op
de voornaamste getuige a charge.
‘Wat was u aan het bouwen?’
‘Sunnyvale Farms.’
‘En dat is?’ hield Arnie aan.
‘Een woningbouwproject. We bouwden drieënveertig woningen, of dat
was de bedoeling voordat het geld opraakte.’
‘Hoe kwam u er achter dat meneer McCanns project gevaar liep?’
‘Dat zei hij me. Daarvoor deden we het. Voor het geld, zodat hij
zijn schuldeisers kon betalen en kon blijven draaien.’
‘Ik maak bezwaar,’ zei ik terwijl ik opstond.
‘Toegewezen. Meneer Dobbs, luistert u alstublieft goed naar de
vraag en antwoord alleen als u dat gevraagd wordt,’ las rechter
Schrieber Dobbs de les.
Schrieber was jong en energiek. Nog maar een jaar geleden was hij
tot rechter gekozen. Hij was een meter vijfenzestig lang en mollig.
Met zijn ijzeren montuur maakte hij een geleerde indruk.
‘Leden van de jury,’ vervolgde Schrieber, ‘u dient buiten
beschouwing te laten wat de heer Dobbs zojuist verteld heeft,
behalve zijn verklaring dat McCann hem heeft toevertrouwd dat het
Sunnyvale-project gevaar liep.’
‘U bent al eerder veroordeeld geweest, nietwaar?’ vervolgde
Arnie.
‘Ja, meneer, al een aantal keren.’
‘Wist meneer McCann daarvan?’
‘Jazeker. Daarom dacht hij dat ik hem wel zou helpen. Omdat ik in
de gevangenis heb gezeten. Hij zei dat hij iemand nodig had met
ervaring in de misdaad.’
Ik maakte weer bezwaar op grond van het feit dat het antwoord niet
correspondeerde met de vraag en de rechter las Dobbs opnieuw de
les. Ik vermoedde dat Dobbs niet slim genoeg was om te begrijpen
wat hij verkeerd deed. Als de juryleden hetzelfde idee hadden,
zouden ze kunnen gaan denken dat Dobbs te dom was om zijn
verklaring uit zijn duim te zuigen.
‘Meneer Dobbs, vertelt u eens hoe u betrokken raakte bij de
ontvoering van en de moord op Patty Schurr.’
Die vraag veroorzaakte beroering onder het publiek en ik wist
waarom. Op de eerste rij, achter de bank van de aanklager, zat Max
Schurr, de rijkste man in Laurel County en veertig jaar de
echtgenoot van Patty Schurr. Max was een forse kerel met achterover
gekamd grijs haar en een plat breed gezicht met de kleur van
verweerd leer. Hij droeg een schapenleren jas, handgemaakte
cowboylaarzen en een leren veterdas. Max was begonnen met een
sloperij en bezat nu door het hele zuiden en oosten van de staat
naast een groot dealernetwerk een keten van supermarkten. Tot haar
dood had Patty bij Maxwell in een bakstenen paleis aan de rand van
de woestijn gewoond. Als ze zin in een reisje kregen, sprongen ze
aan boord van Max’ privéjet of zijn helikopter. Max kon vrijgevig
zijn. Er deden vele verhalen de ronde waarin hij en Patty als
weldoeners werden afgeschilderd. Maar ik had ook het een en ander
gehoord over hoe Max vroeger was: bepaald niet een man die zich
liet dwarsbomen.
‘Het was op een avond in april,’ zei Dobbs die zijn schouders
optrok en zich tot de jury richtte. ‘Ik zat aan de bar in de Red
Rooster in mijn eentje een biertje te drinken. Meneer McCann kwam
de kroeg in en zag me aan de bar zitten. En ineens vroeg hij me of
ik in een box een biertje met hem wilde drinken. Ik zei dat het
goed was. Tegen mijn baas en een gratis biertje zeg ik geen
nee.’
‘Deed u dat wel vaker, een biertje drinken met meneer McCann?’
‘Nee, meneer. Dit was eerlijk gezegd de eerste keer dat ik met
meneer McCann sprak. Behalve op het werk dan, maar daar ging het
alleen over dingen die niet goed liepen of als hij vroeg hoe het
ging. U weet wel.’
‘Waar hadden jullie het over?’ vroeg Arnie.
‘Eerst nergens over. Over sport, het weer.’
‘Kregen jullie het op een gegeven ogenblik over Sunnyvale?’
Dobbs keek naar McCann. Hij maakte de indruk ongelukkig te zijn met
de situatie en zich er voor te schamen dat hij gedwongen werd mijn
cliënt te verraden.
‘Meneer McCann zei me dat Sunnyvale misschien niet afgebouwd werd.
Hij was iemand geld schuldig of zo. Als hij daar niet mee over de
brug kwam, zou dat betekenen dat het project afgeblazen werd. Zo
zei hij het, dat het project afgeblazen zou worden.’
‘Wat zei u daarop?’
‘Nou, ik vroeg hem of ik dan mijn baan kwijt zou raken, want die
was niet slecht. Meneer McCann zei dat iedereen zijn baan kwijt zou
raken als hij de lening niet kon betalen. Toen vroeg hij me over
mijn bajestijd. In welke gevangenis ik had gezeten en of ik het er
zwaar had gehad. Ik was verbaasd dat hij zomaar ineens van het ene
naar het andere onderwerp overging.’
‘Hebt u hem verteld over uw gevangenistijd en waarom u zat?’
‘Ja, meneer. Hij scheen echt geïnteresseerd. Vooral toen ik hem
vertelde dat ik had gezeten voor zware geweldpleging en een
gewapende roofoverval.’
‘De jury wil daar ook graag meer van weten. U bent voor twee
verschillende feiten veroordeeld.’
‘Ja meneer.’
‘En u bent ook twee keer veroordeeld wegens geweldpleging zonder
dat u de gevangenis inging.’
‘Ik kreeg daar voorwaardelijk voor.’
‘Goed. Wat gebeurde er toen u meneer McCann verteld had dat u
gezeten had?’
‘Toen niets. We dronken een paar biertjes en praatten over een
bokswedstrijd. Mike Tyson, geloof ik. Toen keek hij op zijn horloge
en zei dat hij moest gaan. En dat deed hij ook.’
‘Dus de verdachte zei niets over mevrouw Schurr?’
‘Dat deed hij pas de keer daarop.’
‘En wanneer was dat?’
‘Ongeveer drie dagen daarna. Ik liep naar mijn auto toen meneer
McCann me aansprak. Hij vroeg of ik wat wilde bijverdienen. Ik
antwoordde: "Natuurlijk." Hij zei dat ik om tien uur op de
parkeerplaats van de Red Rooster moest zijn. Ik dacht dat ik hem
niet goed had verstaan, dus ik vroeg hem of hij echt de
parkeerplaats bedoelde. Hij zei dat het om een privé aangelegenheid
ging en dat hij niet wilde dat iemand ervan afwist.’
‘Wat gebeurde er op de parkeerplaats van de Red Rooster?’
‘Meneer McCann kwam aanrijden en zei dat ik moest instappen. Het
was niet zijn gewone auto, die glimmende rode sportwagen. Deze was
zwart, een gewone oude Ford. Niet zo flitsend als zijn kleren en
andere auto’s.
‘Nou, ik stapte in en we reden de woestijn in waar niemand was
behalve wij en hij vroeg me wat ik zou doen voor een ton.’
Verscheidene getuigen draaiden zich naar elkaar toe en achter in de
rechtszaal hoorde ik gefluister. Ik durfde te wedden dat er niet
veel toeschouwers waren die wisten hoe een ton eruitzag.
‘Wat zei u daarop?’
‘Ik dacht dat hij een grapje maakte, dus ik grapte terug dat ik er
bijna alles voor zou doen. Maar, voor het geval dat het geen grap
was, zei ik hem dat ik nooit iemand zou vermoorden. Op dat moment
vroeg hij me of ik dan wel een misdaad zou plegen die nog net geen
moord was en ik vroeg hem wat hij bedoelde.’
Dobbs pauzeerde even en ik keek terloops naar McCann terwijl ik erg
mijn best deed om mijn verontrusting voor de juryleden verborgen te
houden. De meeste criminelen liegen, de een beter dan de ander.
Iedere strafpleiter heeft na verloop van tijd vrij goed in de gaten
of een cliënt liegt. Paul McCann had me gezworen dat hij volkomen
onschuldig was, maar ik geloofde hem niet. Ik geloofde alles wat
Dobbs zei en, af te leiden uit de manier waarop de juryleden ieder
woord van Dobbs indronken, wist ik dat ook zij zijn verhaal
slikten.
Dobbs nam een slok water uit een plastic bekertje en vervolgde zijn
relaas aan de jury.
‘Meneer McCann zei me dat zijn bedrijf zwaar in de problemen zat,
maar dat hij een waterdichte manier had gevonden om die op te
lossen. Hij vroeg of ik wist wie Maxwell Schurr was. Ik zei van
niet en meneer McCann keek verbaasd. Maar ik kom alleen maar naar
Desert Grove om op Sunnyvale te werken en ik ben nogal op
mezelf.
‘Meneer McCann legde uit dat Schurr de rijkste man uit de streek is
en de bewoner van dat grote herenhuis aan Oleander Way. Ik wist
gelijk wie hij bedoelde. Dat huis is heel bijzonder.’
Daar had Dobbs gelijk in. Schurr had het in Spaanse stijl laten
bouwen, met muren van bruine baksteen, ruime patio’s en een dak met
rode pannen. Het huis werd omringd door een hoge muur die het
uitzicht onttrok op de tennisbanen, een enorm niervormig zwembad en
de stallen.
‘Hoe dan ook,’ vervolgde Dobbs, ‘meneer McCann zei dat mevrouw
Schurr - Patty noemde hij haar - alles voor meneer Schurr betekende
en dat hij alles zou doen om te voorkomen dat haar iets gebeurde,
tot het betalen van een hoog losgeld toe. Geld dat meneer McCann
wilde gebruiken om het Sunnyvale-project overeind te houden. Ik
vroeg hem over hoeveel geld hij het had en hij zei dat Max Schurr
met gemak twee of drie miljoen kon missen.’
‘Hoe reageerde u daarop?’ vroeg Arnie.
‘Ik zei dat ik in dat geval meer dan een ton wilde voor mijn
medewerking.’
De ochtendzitting zat erop en Paul en ik gingen
naar de bewaakte ruimte achter de rechtszaal om te praten. Toen ik
de zaal wilde verlaten, vroeg Jeanette me of ik een uitwerking
wilde van Dobbs’ getuigenverklaring om me beter voor te kunnen
bereiden op mijn kruisverhoor. Ik vroeg haar om die avond bij mijn
kantoor langs te komen om het samen door te praten.
Paul wachtte op me in zijn cel. Hij werd vastgehouden omdat er bij
een aanklacht van moord, de enige die mogelijk tot de doodstraf
leidt, geen borgtocht wordt verleend. Paul was niet iemand die
bestand was tegen langdurige opsluiting en met zijn mentale
conditie was het dan ook bergafwaarts gegaan sinds de dag van zijn
arrestatie. In de rechtszaal hield hij zichzelf in de hand, maar
zodra hij uit zicht van de jury was stortte hij in. Nadat de
bewaker ons alleen had gelaten begon hij te razen en te tieren over
Dobbs.
‘Die klootzak liegt dat hij barst,’ vloekte hij heftig.
‘Arnie heeft twee getuigen die jullie samen bier hebben zien
drinken in de Red Rooster,’ bracht ik hem in herinnering.
‘Die ene keer. Maar ik heb met dat liegende stuk vreten nooit op de
parkeerplaats afgesproken en ik heb met die ontvoering niets te
maken.’
‘Weet je al of iemand je een alibi kan verschaffen voor de tijd dat
Dobbs claimt bij jou geweest te zijn?’ vroeg ik voor de miljoenste
keer.
‘Nee. Ik heb je al gezegd dat ik laat op het bouwterrein aan het
werk was, die tweede keer dat Dobbs met me afgesproken zegt te
hebben en op de dag van de ontvoering was ik aan het vissen,
alleen. Dat laatste kan Joan beamen.’
‘Het enige wat Joan zegt is dat ze je bij zonsopgang met visspullen
zag vertrekken. Ze zag je de volgende dag pas weer.’
‘Denk je nou echt dat ik, als ik Patty had ontvoerd, niet met een
beter alibi op de proppen was gekomen?’ vroeg Paul. Er klonk
wanhoop uit zijn stem en ik verzekerde hem dat ik in zijn onschuld
geloofde, maar de waarheid was dat Paul niet bepaald briljant was
en dat ik me heel goed kon voorstellen dat hij de ontvoering had
verpest en zijn alibi om zeep geholpen.
Patty Schurr reed graag paard in de woestijn. Elke
ochtend dat ze tijd had, reed ze erheen. Alleen, en voordat de
hitte toesloeg. Volgens Dobbs wilde McCann haar te pakken nemen
zodra ze uit het zicht van de haciënda van de Schurrs was. Hij en
Dobbs zouden skibrillen dragen en gewatteerde kleding en zo weinig
mogelijk zeggen. Als het toch moest, zou McCann met het accent
praten waarop hij geoefend had. Patty zou vastgebonden worden,
geblinddoekt en achter in een busje naar de kelder van een verlaten
huis in het volgende district gebracht worden. Volgens dat plan
moest Dobbs dan op haar passen terwijl McCann over het losgeld
onderhandelde. Dobbs vond het een fantastisch plan, maar, zoals hij
verklaarde na de hervatting van de zitting, niets ging die dag
zoals McCann het gepland had.
‘Meneer McCann pikte me vroeg op. Hij zei dat hij wist welke weg
mevrouw Schurr dagelijks nam. We reden naar die plek in de woestijn
met een grote rots waar mevrouw Schurr langs moest komen en
parkeerden het busje achter de rotsen zodat mevrouw Schurr het niet
kon zien.’
‘Wat gebeurde er verder?’
‘We wachtten tot de zon opkwam. Toen zei meneer McCann dat hij haar
aan zag komen. Hij gebruikte een verrekijker, maar zelfs ik kon het
zand zien opstuiven. Dus deden we onze skibrillen op en haalden
onze geweren tevoorschijn.’
‘Wie had die meegenomen?’
‘Meneer McCann.’
‘Ga verder.’
‘Het plan was dat meneer McCann uit het busje zou springen en het
paard zou laten stoppen door met zijn armen te zwaaien. Daarna zou
ik mevrouw Schurr beetpakken en haar vastbinden. Alleen ging het
niet zo. Meneer McCann stond daar met zijn armen te zwaaien en ze
hield het paard ook in. Maar toen schrok ze ergens van. Ik wed dat
ze de skibril zag en begreep wat er aan de hand was. Ze liet het
paard steigeren en probeerde het te keren. Als dat eenmaal gelukt
was, was ze weg geweest. En toen gebeurde het.’
‘Gebeurde wat, meneer Dobbs?’
‘Meneer McCann schoot het paard neer. bang! Zomaar, als in een
film. Het paard stond op zijn achterbenen, maaide in de lucht, toen
hij het neerschoot. Het leek wel een vertraagde opname. Dat paard
dat steigerde. Het was bruin en z’n bloed leek uit z’n huid te
gulpen. Het bleef even zo staan, op z’n achterbenen, en deed toen
twee stappen achteruit en viel opzij, met een klap op de rotsen en
boven op mevrouw Schurr.
‘Ik stond daar maar en kon het niet geloven. De schoten klonken
hard, als donderslagen. Toen het hoofd van mevrouw Schurr de rotsen
raakte, klonk er een doffe klap, en een krakend geluid toen het
paard bovenop haar terechtkwam. Toen ik dat geluid hoorde wist ik
dat we in de problemen zaten. Ik dacht meteen al dat ze dood was.
En ik had gelijk.’
‘Wat deed meneer McCann nadat hij het paard had neergeschoten?’
‘Hij stond daar als aan de grond genageld. Ik ook, maar ik kwam al
snel weer bij mijn positieven. Ik vroeg hem direct waarom hij dat
gedaan had, maar hij reageerde niet. Ik denk niet dat hij van plan
was geweest het paard dood te schieten. Ik denk dat hij het deed
zonder na te denken.’
‘Wat gebeurde er daarna?’
‘Ik rende naar mevrouw Schurr. Het was een vreselijk gezicht. Haar
hoofd was vermorzeld tussen het paard en de rots. Meneer McCann
kwam er ook heen. Hij kon nauwelijks lopen. Hij probeerde me te
vragen of ze dood was, maar hij kon de vraag niet over zijn lippen
krijgen.’
‘Welke vraag?’
‘Of ze dood was. Hij kon het gewoon niet zeggen. Dus zei ik het
voor hem. Toen ik dat deed, ging hij in het zand zitten en begon in
zichzelf te praten.’
‘Wat zei hij?’
‘ "O god, o god." Dat zei hij een paar keer, en "Wat moeten we nu."
Ik zei hem dat we als de sodemieter... Eh, dat we weg moesten.’
"Vond hij dat ook?’
‘Nee. Hij klemde zijn handen over zijn oren en zei dat ik mijn mond
moest houden zodat hij kon nadenken. Ik knikte, maar ik maakte al
plannen om er met het busje vandoor te gaan als hij niet snel iets
deed. Net toen ik wilde gaan, deed hij iets wat me verbaasde.’
‘En wat was dat?’
‘Hij pakte zijn zaktelefoon en toetste een nummer in.’
‘Meneer Dobbs, hoeveel mensen dacht u tot dat moment dat er bij de
ontvoering betrokken waren?’
‘Twee. Ik en hij.’
‘En toen ontdekte u dat er een derde persoon in het spel was?’
‘Ja, meneer, maar ik weet niet wie het was, want ik hoorde alleen
de stem van meneer McCann en hij heeft me nooit verteld met wie hij
belde.’
‘Vertelt u de jury eens hoe het telefoongesprek verliep.’
‘Het was kort. Eerst zei hij dat alles was verziekt.’
Dobbs wachtte even en keek de rechter aan. ‘Eh, mag ik dat woord
gebruiken, edelachtbare?’
‘U moet zo precies mogelijk zijn, meneer Dobbs,’ instrueerde de
rechter de getuige. ‘Probeert u zoveel mogelijk dezelfde woorden te
gebruiken die de verdachte gebruikte.’
‘Goed,’ zei Dobbs, zich weer tot de jury richtend. ‘Meneer McCann
zei dat alles verziekt was en legde uit dat hij het paard van
mevrouw Schurr neer had moeten schieten toen zij probeerde te
ontvluchten. Daarna luisterde hij een ogenblik. Meneer McCann had
inmiddels zijn bril afgedaan en ik zag dat hij zo rood zag als een
biet. Even later hoorde ik hem vragen wat hij moest doen. Hij
knikte een paar keer en hing op. Ik vroeg hem met wie hij gesproken
had, maar hij vond dat het me niks aanging. Ik zei hem dat het me
wel degelijk aanging omdat ik medeplichtig was aan alles en dus ook
aan de dood van mevrouw Schurr. Toen zei hij me wat hij van plan
was.’
‘En dat was?’ informeerde Arnie.
‘Doen alsof ze niet dood was. Het lijk begraven en toch losgeld
vragen. Volgens hem was dat onze kans om het geld toch te
krijgen.’
‘Wat zei u daarop?’
Dobbs haalde de schouders op. ‘Ik ging ermee akkoord. Ik had geld
nodig en Max Schurr kwam niet te weten dat zijn vrouw dood was. Wat
maakte het uit?’