7
Ik had niet meer aan de verslagen of de diskettes
gedacht tot Norm Chisholm een week later een bezoek aan mijn
kantoor bracht. Hij zag er vermoeid uit, zowel lichamelijk als
geestelijk. Het spottende glimlachje om zijn lippen had
plaatsgemaakt voor verdriet en berusting.
‘Je moet iets voor me doen, Al.’
‘Zeg maar wat.’
‘Marge Lewis zei me dat je haar hebt gebeld over het verslag van
Paul McCanns zaak.’
Ik knikte.
‘Dat is zeker nogal van belang?’
‘Van vitaal belang. Als je een hoger beroep instelt, dan mag je bij
het hooggerechtshof niet meer terugkomen op de feiten. De jury
heeft vastgesteld dat Paul Patty Schurr heeft vermoord en juridisch
gezien is dat dan zo, ook al is het niet werkelijk gebeurd. Het hof
neemt het zittingsverslag slechts door om te zien of de rechter die
de zaak behandelde een fout heeft gemaakt die van invloed kon zijn
op het vonnis. Zonder zittingsverslag is er ook geen beroep
mogelijk.’
‘Dat zei Marge. Daarom wil ik van jou een beëdigde verklaring
waarin dat staat.’
‘Waarom?’
‘We willen Genes huis doorzoeken en de vishut die hij heeft aan de
Meander. Jeanettes verslagen en die diskettes zijn eigendom van de
overheid. Ik heb die verklaring nodig om een huiszoekingsbevel te
kunnen krijgen.’
‘Waarom vraag je Gene niet gewoon of je er rond mag kijken?’
Norm wist zich geen houding te geven. ‘Dat kan niet. We willen hem
niet alarmeren. We zien Gene nu als een mogelijke dader.’
‘Kom nou. Dat moet een vergissing zijn.’
‘Ik hoop het, maar het ziet er niet goed uit. Gene en Jeanette
hebben de laatste tijd nogal knallende ruzies gehad. Ze schreeuwden
zo hard tegen elkaar dat de buren het soms letterlijk konden
verstaan. Het schijnt dat zij van plan was hem te verlaten.
‘Verder is er die verzekeringspolis. Met Genes kantoor gaat het
slecht. Er is zelfs sprake van dat Roger Champion weggaat waardoor
er nogal wat cliënten weglopen. Op Jeanette is een
levensverzekering afgesloten van twee miljoen.’
Ik schudde mijn hoofd heftig heen en weer.
‘Je bent op het verkeerde spoor, Norm. Gene houdt van Jeanette. Hij
aanbidt haar. Hij zou haar nooit kwetsen. Bovendien, hoe kan hij op
mij hebben geschoten en het geld hebben gepakt? Ik heb hem thuis
achtergelaten om het telefoontje van de ontvoerder af te
wachten.’
‘Kun je met zekerheid zeggen dat hij niet op je heeft
geschoten?’
‘Ach, kom.’
‘Nou?’ drong Norm aan.
Ik dacht erover na. ‘Nee. Het was erg donker en ik zag maar een
glimp van de knaap voordat ik dat stuk steen los stootte en
wegrende. Hij had zich voorover gebogen en droeg een skibril.’
‘Heb je de ontvoerder ooit aan de telefoon gehad?’
‘Nee, maar... Norm, je denkt toch niet dat hij haar vermoord heeft
en dit alles in elkaar heeft gezet?’
‘Wie heeft voorgesteld dat jij het geld naar de ontvoerders zou
brengen?’
‘Gene,’ antwoordde ik met tegenzin.
‘Hoor nou eens, Al, als er nu eens helemaal niet door een
ontvoerder gebeld is? Als Gene het gewoon zo geregeld had dat
iemand hem belde? Gene kan je gevolgd zijn, zodra je de deur uit
was. Toen jij het pad naar de rivier nam, kan hij naar de volgende
afslag gereden zijn. Vervolgens is hij over het pad gerend naar de
plaats waar jij het geld achterliet en heeft het naar zijn auto
gebracht. Na geparkeerd te hebben, zou het niet meer dan een half
uur gekost hebben om naar de plek met het geld te lopen. Jij zei
dat de ontvoerder verscheen veertig minuten nadat jij de tas had
neergezet.’
‘Je theorie klopt niet helemaal, Norm. Als ik, in plaats van te
wachten, meteen naar Genes huis was gereden, was Gene daar niet
geweest. Dan was het hele plan in duigen gevallen.’
‘Nee. Dan had hij je verteld dat de ontvoerders gebeld hadden met
de mededeling waar hij Jeanette kon vinden, dat hij daar naartoe
gereden was maar haar niet had aangetroffen en naar huis was
teruggegaan. Of iets van die strekking. Je zou hem geloofd
hebben.’
‘Je wilt toch niet suggereren dat Gene ook betrokken was bij de
ontvoering van Patty Schurr?’
‘Nee. Dat is helemaal door Paul McCann in scène gezet. Ik denk dat
Gene gewoon gebruik heeft gemaakt van Dobbs’ verklaring dat er een
derde persoon bij betrokken was.’
‘Wat je ook zegt, Norm, Gene zou Jeanette nooit iets aan kunnen
doen en ik verdom het om welke verklaring dan ook te tekenen. Gene
is mijn beste vriend.’
‘Goed. Dat respecteer ik. Ik krijg wel een beëdigde verklaring van
een van die andere advocaten die beroep aantekenen.’ Norm stond op.
‘En hoewel ik het niet geloof: ik hoop dat jij gelijk krijgt en ik
ongelijk.’
Twee dagen later, om negen uur ‘s avonds, ging mijn telefoon.
‘We hebben zojuist Gene gearresteerd,’ meldde Norm Chisholm. ‘Je
moet maar even met hem praten.’
‘Waarom belt Gene zelf niet?’
‘Hij is er slecht aan toe, Al. Hij is zo kapot dat ik voorlopig van
een verhoor afzie. De rechter zou wat hij zei niet eens als bewijs
accepteren. Als hij haar vermoord heeft, krijg ik hem wel, maar ik
houd het netjes.’
‘Dat stel ik zeer op prijs, Norm.’
‘Gene is een goeie vent. Dit is voor mij niet makkelijk.’
‘Waarop heb je hem gearresteerd?’
‘We hebben zijn vishut aan de Meander doorzocht. De kleren die
Jeanette droeg op de dag dat ze verdween, waren weggestopt in een
la van een klerenkast. Ze zaten onder het bloed. We hebben nog geen
DNA-test gedaan maar het lab heeft een paar voorbereidende proeven
gedaan en het ziet ernaar uit dat het bloed van Jeanette is. Haar
auto stond achter de hut geparkeerd.’
Ik dacht aan Paul McCann en vroeg: ‘Heb je de stenoverslagen
gevonden of de diskettes?’
‘Nee. We hebben zowel de vishut als de auto doorzocht, maar we
hebben ze niet gevonden.’
Gene zat alleen in een cel ver van de andere gevangenen. Hij zag er
vreselijk uit. Hij had niet veel geslapen en eten deed hij al
helemaal niet. Hij wilde niet meer leven en was het stadium van
huilen gepasseerd. Norm had er iemand neergezet die erop moest
letten dat hij geen zelfmoord pleegde en ik gaf hem geen
ongelijk.
De bewaker opende de celdeur. Gene lag op een metalen bed naar het
plafond te staren. Hij bleef liggen en zei niets. De bewaker sloot
de celdeur en ik ging op de rand van het bed zitten, de enig
mogelijke zitplaats, want de cel was ontdaan van alles wat Gene zou
kunnen gebruiken om zichzelf wat aan te doen.
‘Ik heb haar niet vermoord,’ zei Gene zo zacht dat het even duurde
voordat ik begreep wat hij gezegd had.
‘Dat weet ik, Gene.’
‘Ze betekende alles voor me.’ Zijn ogen werden vochtig. ‘Ik heb
nooit beseft hoe leeg mijn leven was tot ik haar ontmoette. Nu is
ze weg.’
‘Norm hoorde dat er ruzies waren. Van de buren.’
Gene barstte in huilen uit. Zijn lichaam schokte. Hij trok zijn
knieën op en draaide zich om in een foetushouding, met zijn gezicht
naar de betonnen muur.
‘Ze wilde bij me weggaan, Al,’ snotterde hij. ‘Ze verveelde zich.
Ik zei dat ik overal naartoe wilde gaan als zij maar bij me bleef.
Ze antwoordde dat ze me zat was.’
Na een tijdje stopte Gene met huilen. Zijn ademhaling werd
rustiger. Hij ging rechtop zitten en veegde zijn tranen weg. Hij
wilde me niet aankijken.
‘Het kan me niet schelen wat ze met me doen, Al.’
‘Doe niet zo stom. Je hebt haar niet vermoord. Als je ophoudt met
vechten, ontloopt de echte moordenaar zijn straf.’
‘Kan me niet schelen. Jeanette is dood. De moordenaar vinden brengt
haar niet tot leven.’
‘Je mag het niet opgeven. Je moet vechten.’
Hij zei niets meer. Ik wachtte tot zijn ademhaling rustiger werd
voordat ik vroeg: ‘Heb je enig idee wat er gebeurd is? Hoe het
mogelijk is dat haar kleren en haar auto in de hut gevonden
werden?’
Gene schudde het hoofd.
‘Het is bijna twee uur rijden naar de hut. Als de ontvoerder een
vreemde zou zijn, wist hij niet van het bestaan ervan af,’ zei
ik.
Dat wekte zijn aandacht.
‘Er... er was iemand anders.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Ze had... een minnaar. Dat heeft ze me gezegd. Hij wist misschien
van de hut.’
Wist Gene dat ik wat met haar had? Probeerde hij mij uit?
‘En jij denkt dat die man Jeanette ontvoerd en vermoord heeft?’
vroeg ik omzichtig.
‘Ik weet het niet.’
‘Heeft... heeft ze ooit laten doorschemeren wie het was?’
‘Ze wilde het niet zeggen.’ Ik werd duizelig van opluchting. ‘Ze
schilderde hem alleen maar af als iemand aan wie ik niet kon
tippen.’
Ik zag hoe gekweld mijn vriend keek en mijn gevoel van opluchting
veranderde in schaamte.
‘Ze kon wreed zijn, Al. Dat was een kant van haar die je niet
kende.’ Gene boog het hoofd. ‘In bed stel ik niet veel voor. Ze was
zo jong, zo hartstochtelijk. Ik kon haar niet geven wat ze zocht.
Daarom minachtte ze me. Ze stak de draak met me. Ze zei dat er
iemand was, een man die... die haar het gevoel gaf dat...’
Hij maakte zijn zin niet af. Ik was het liefst hard weggerend. Ik
had mijn hoofd wel tegen de betonnen muur kapot willen slaan om me
net zo beroerd te voelen als Gene.
‘Mensen zeggen wel eens meer dingen die ze niet menen,’ hakkelde
ik. ‘Ze is met je getrouwd, Gene. Ze hield van je.’
‘Nee, ik geloof dat ze nooit van me heeft gehouden. Ik denk dat ze
ergens voor op de vlucht was en dat ze mij daarbij kon gebruiken.
Zodra ze tijd had om goed naar me te kijken, begreep ze dat ze zich
had vergist.’
‘Je moet jezelf niet zo naar beneden halen. Je bent van slag na
alles wat je hebt meegemaakt. Ik heb Jeanette en jou toch samen
gezien, ze gaf echt om je, dat kon ze toch niet spelen.’
Gene keek me aan. Voor het eerst zag ik een straaltje hoop in zijn
ogen. Hij probeerde zichzelf voor te houden dat ik het niet alleen
maar zei om hem op te monteren. Maar ik kende Jeanette beter dan
hij wist en alles wat ik tegen hem had gezegd was gelogen.