4
De jury had niet lang nodig om Paul op alle
aanklachten schuldig te verklaren, die van moord inbegrepen. Dobbs
was veel te geloofwaardig en Paul had geen alibi. Natuurlijk
speelde ik het akkoordje uit dat Dobbs met de aanklager had
gesloten. Hij kwam er in feite gemakkelijk vanaf. Ze lieten hem
zelfs vrij in afwachting van de dagvaarding wegens ontvoering, het
enige wat hem ten laste zou worden gelegd. De jury wist dus dat hij
alle reden had om te liegen. Het probleem was dat hij de indruk
wekte de waarheid te vertellen.
Als iemand wordt veroordeeld wegens moord komen de juryleden
nogmaals bijeen voor een miniproces waarin besloten wordt of de
verdachte levenslang krijgt of de doodstraf. Maxwell Schurr was de
machtigste man in Laurel County en iedereen was dol geweest op
Patty. Paul McCann was een geile gigolo die zijn vrouw sloeg en
bedroog. Het hing er zelfs niet om. Na twee uur beraadslagen sprak
de jury unaniem de doodstraf uit.
Paul hield zich niet goed. Hij kreeg een zenuwinzinking. Hij
schreeuwde en huilde. Hij bezwoer dat hij onschuldig was en dat
Dobbs loog. Ik wist niet wat ik tegen hem moest zeggen, behalve dat
ik in beroep zou gaan en desnoods door zou vechten tot het
hooggerechtshof. Maar ik moest er wel steeds aan denken, zeer tot
mijn eigen ongenoegen, dat ik bij het instellen van het hoger
beroep administratief ondersteund moest worden door Jeanette Arnold
en dat betekende veelvuldig overleg. Maar zover is het nooit
gekomen. Een week na afloop van Paul McCanns proces, verdween
Jeanette Arnold.
Ik werd wakker uit een diepe slaap omdat iemand uit alle macht op
mijn voordeur bonkte. Ik keek slaapdronken op de klok op mijn
bijzettafel maar zag alles dubbel. Het was me sinds de avond van
Dobbs’ getuigenverklaring niet gelukt om een afspraakje te maken
met Jeanette en ik had me dus uit zelfmedelijden in slaap
gedronken. De klok gaf halfdrie aan.
Het gebonk hield maar niet op, dus schreeuwde ik dat ze ermee
moesten stoppen. Ik sliep in mijn onderbroek. Over de armleuning
van de stoel bij mijn bed hing een spijkerbroek. Die trok ik aan en
waggelde met bloot bovenlijf naar de voordeur. Op de veranda voor
mijn deur stond Gene Arnold. Hij zag eruit als een bezetene. Mijn
eerste gedachte was dat hij het wist van Jeanette en mij.
‘Ze is weg,’ was alles wat hij wist uit te brengen voordat hij in
tranen uitbarstte.
Ik had Gene Arnold ontmoet vlak nadat ik acht jaar geleden in
Desert Grove op het openbaar ministerie kwam werken. Toen ik mijn
kantoor opende, hielp hij me op weg door me cliënten te sturen. We
houden allebei van schaken en voor we er erg in hadden, speelden
we, als onze afspraken het toelieten, elke donderdag na het werk
een partij. Dat was het begin van onze vriendschap.
Gene is niet bepaald knap. Daarom was zijn huwelijk met Jeanette
zo’n verrassing. Hij is een meter zeventig lang, kalend en met een
beginnend buikje. Hij houdt van golfen en vissen maar niet op het
fanatieke af. Tot hij met zijn bruid terugkwam in Desert Grove werd
hij beschouwd als een verstokte vrijgezel. Er werd gezegd dat
Jeanette Gene had getrouwd om zijn geld. Ik zag het als een vlucht.
Ze praatte niet veel over haar eerste huwelijk, maar ik wist dat
daar veel leed achter schuilging. Ik geloofde dat ze op Gene
gesteld was, maar niet dat ze van hem hield. Ze zag hem als iemand
bij wie ze zich op haar gemak voelde en veilig was, iemand die haar
verafgoodde en nooit zou laten vallen. Ik had ook het idee dat ze
hem en Desert Grove al gauw beu was.
Gene liet zich op mijn bank vallen en begroef zijn hoofd in zijn
handen. Tegen de tijd dat ik hem een borrel bracht, was hij zover
dat hij me kon vertellen wat er gebeurd was.
‘Jeanette ging vanmorgen naar haar werk en ik naar mijn kantoor. Om
ongeveer halftien belde Marge me vanuit Mels kamer op de rechtbank
met de vraag of Jeanette ziek was.’ Gene keek naar me op met een
zielig, betraand gezicht.
‘Ze is niet op haar werk gearriveerd, Al.’
Mijn eerste gedachte was dat ze ons beiden en de verveling van
Desert Grove was ontvlucht, maar mijn zelfmedelijden veranderde al
snel in angst toen Gene me vertelde wat er verder was gebeurd.
‘Marge zei dat niemand Jeanette op de rechtbank had gezien. Ik
belde naar huis. Daar kreeg ik geen gehoor, dus ik reed naar huis
voor het geval dat ze sliep of flauw was gevallen of,..’
Gene schudde het hoofd. Het kostte hem nog steeds moeite om te
praten.
‘Was ze thuis?’ vroeg ik, al zeker van het antwoord.
‘Nee.’
‘Had ze een briefje achtergelaten? Had ze kleren meegenomen? Ik
bedoel, misschien was er een spoedgeval in haar familie,’ probeerde
ik zonder er zelf in te geloven.
‘Al haar kleren waren er nog. Haar koffers ook. Er lag geen
briefje.’
‘Heb je sheriff Cobb gebeld?’
‘Nee. Wat had ik moeten zeggen? Ik bedoel, ze was nog maar een paar
uur weg. Ik was ongerust, maar nadat ik het ziekenhuis had gebeld,
waar ze niet was, hield ik mezelf maar voor dat ze zou bellen en
uitleggen wat er gebeurd was. De sheriff zou toch niets doen
voordat ik zeker wist dat er iets met haar gebeurd was.’
‘En dat weet je nu?’ vroeg ik hem angstig.
‘Ik... ik kreeg een telefoontje, Al.’ Gene wachtte even en haalde
diep adem. ‘De man sprak met vervormde stem, zo laag dat ik er
niets van begreep.’
Gene begon weer te huilen en ik ging naast hem op de bank zitten en
sloeg mijn arm om hem heen. Eindelijk maakte hij snotterend zijn
verhaal af.
‘Ze hebben haar ontvoerd, diezelfde gasten die het op Patty Schurr
gemunt hadden.’
‘Wat?’
‘Het zijn dezelfde lui. Dat zei die knaap die belde. Ze zullen haar
doden als ik naar de politie ga.’ Gene begon weer te snikken. ‘Wat
moet ik doen, Al? Ik houd van haar. Ik moet haar redden.’
Gene keek naar mij alsof hij een antwoord verwachtte, maar ik kon
niet goed nadenken. Was Paul dan toch onschuldig? Dobbs zei dat er
bij Schurrs ontvoering nog iemand betrokken was. Het leek erop dat
het zo was.
‘Lieten ze je met Jeanette praten?’
‘Nee. Ik heb het gevraagd, maar ze weigerden.’
‘Wat willen ze?’
‘Vijfenzeventig mille. Als ze het morgen niet hebben, maken ze haar
dood.’
‘Kun je aan zoveel geld komen?’
Gene knikte. ‘Ik heb geld voor mijn pensioen opzij gezet. Ik heb al
geregeld dat ik het geld morgenmiddag heb. De ontvoerders nemen
morgen om vijf uur bij mij thuis contact op. Ze zeiden dat ze me in
de gaten houden en het weten als ik de politie inschakel en dat ze
mijn telefoon afluisteren.’
‘Geloof je ze?’
‘Het kan me niet schelen of ze liegen. Daar heb ik over nagedacht.
Dat geld interesseert me niet. Maar Jeanette wel. Als ze haar
doden...’
Hij kon zijn gedachte niet verder uitspreken.
‘Je moet de FBI erbij halen,’ zei ik. ‘Ik kan het voor je doen. Mij
houden ze niet in de gaten. Ik kan vanuit mijn kantoor bellen en ze
de situatie uitleggen.’
‘Nee!’ antwoordde Gene scherp. ‘Kijk eens naar de puinhoop die ze
er bij Max van hebben gemaakt. Ik kan het risico niet nemen de
politie erbij te betrekken.’
‘Goed. Geen politie. Maar wat dan?’
‘Kun... kun jij ze het geld brengen, Al?’
‘Wat?’
‘Ik... ik ben niet erg moedig en... dat zie je. Wat zou ik kunnen
doen om haar te redden, als ze haar toch iets zouden doen. Maar jij
bent in dienst geweest. Jij kunt vechten. Als het nodig was, zou je
misschien...’
Zijn stem liet het afweten. Zijn verzoek was pathetisch en
ingegeven door wanhoop.
‘Dat slaat helemaal nergens op, Gene. Ik ben Rambo niet en deze
gasten vechten niet eerlijk. Dit is niet zo’n kungfufilm waarin de
slechterik zijn wapens neergooit en het met blote handen tegen de
held opneemt. Ze zullen wapens hebben en me in de rug schieten als
het ze uitkomt. Jezus, ze vechten het zelfs uit met de FBI.’
‘Het spijt me. Het was een stom plan. Ik weet niet wat ik me in
mijn hoofd haalde.’
‘Dit is politiewerk. Dat moet je nou toch wel weten. Dit zijn
moordenaars.’
‘Ik kan niet naar de politie stappen,’ antwoordde Gene, volkomen
verslagen. ‘Het zou kunnen dat Jeanette nog leeft en dat ze haar
laten gaan als ik ze betaal.’
Ik wilde ertegen ingaan maar bedacht me. Ook ik wilde Jeanette
terug. Bovendien had de FBI er een puinhoop van gemaakt in de zaak
van Patty Schurr. Ik keek naar de klok op de schoorsteenmantel.
‘Laat me je naar huis brengen. Ik blijf bij je. Laten we maar eens
afwachten wat ze voorstellen. Dan kunnen we altijd nog beslissen
wat we doen.’