3

De zitting werd even voor vijven verdaagd, vlak nadat Dobbs’ verhoor was afgesloten. De gebeurtenissen die geleid hadden tot de arrestatie van Dobbs en mijn cliënt waren even bespottelijk geweest als de rest van dat stomme plan. Iemand had Max Schurr gebeld met de mededeling dat hij alleen naar een beek in het nationaal park, ongeveer twee uur rijden van Desert Grove, moest komen en daar drie miljoen moest achterlaten in ongemerkte biljetten. Die plek was volgens Dobbs gekozen omdat McCann meende dat een eventuele begeleider van Schurr bij het ingaan van de bossen gemakkelijk in het oog liep en omdat er op anderhalve kilometer afstand een oude bosweg liep waar McCann de vluchtauto kon parkeren.
Tegen de instructies van de ontvoerders in nam Maxwell Schurr contact op met de FBI en die installeerde op die plek, uren voor het losgeld moest worden achtergelaten, een arrestatieteam in camouflage-uitrusting. Er zaten sluipschutters in de bomen en achter de bosjes. Jammer genoeg hadden ze niemand op het oude bospad geposteerd. Dat stond niet op een van de kaarten die vanwege de tijdsdruk haastig waren geraadpleegd.
Het arrestatieverslag vermeldde dat twee mannen op de duffelse tas afliepen die Schurr in een gat bij het stroompje had achtergelaten. Beide mannen droegen skibrillen. Een van hen pakte de tas op waarop de FBI-agenten uit hun schuilplaats tevoorschijn kwamen. In plaats van zich over te geven, openden beide mannen het vuur en de man met de geldtas smeerde ‘m het bos in. Er werd zoveel geschoten dat niemand hem achterna durfde te gaan voordat Dobbs in de boeien was geslagen. Tegen de tijd dat de FBI het bospad vond, waren het busje en het geld verdwenen.
Dobbs bekende openlijk zijn aandeel in de dood van Patty Schurr en wees, zodra strafvermindering overeen was gekomen, Paul McCann als medeplichtige aan. Kort daarna vond de politie de stoffelijke resten van het paard en van Patty Schurr. Joan McCann, Pauls vrouw, werd op haar werk gebeld. Ze vertelde de politie dat Paul een vis-tocht maakte. Toen hij thuiskwam werd hij gearresteerd. Het busje, dat gestolen bleek, werd kilometers van Laurel County leeg teruggevonden. De jongens van het lab vonden geen vingerafdrukken, vezels, haren of ander belastend technisch bewijsmateriaal tegen Paul McCann. Op het moment dat het proces begon was het geld nog niet teruggevonden.

Joan McCann was een anorectische vrouw met een bleke huid en gitzwart haar. Ik denk dat ik haar aantrekkelijk had gevonden als ze vijf kilo zwaarder was geweest en minder gespannen. Ik weet zeker dat haar uiterlijk en haar zenuwachtige manier van doen een direct gevolg waren van de relatie met mijn cliënt. Joan had al een paar keer op het punt gestaan echtscheiding aan te vragen. Ik wist dat allemaal omdat Joan als secretaresse werkt op het advocatenkantoor Garvey, Champion en Arnold, waarvan Gene Arnold, echtgenoot van de gerechtsstenografe en mijn beste vriend, maat is. Als Joan weer eens achter een van Pauls affaires kwam, rende ze naar Genes kantoor, huilde daar bittere tranen en zwoer dat ze haar voortdurend ontrouwe echtgenoot zou verlaten. Maar ze kwam altijd weer op die belofte terug zodra Paul zijn charmes op haar losliet.
‘Wat vond je van Dobbs’ getuigenverklaring?’ vroeg Joan bezorgd toen we terugliepen van het gerechtsgebouw naar mijn kantoor.
‘Moeilijk te zeggen,’ zei ik ontwijkend. Ik had geleerd dat je maar beter niet te eerlijk tegen Joan kon zijn. Ze was zo kwetsbaar als een Fabergé-ei. Ze had haar nagels afgebeten tot op het leven en had sinds de dag waarop Paul gearresteerd was een tic in haar linkerooghoek. Eerder had ik de fout gemaakt me weinig optimistisch uit te laten over Pauls kansen waarna ze tien minuten hysterisch was gaan janken.
‘Je gelooft hem niet, hè?’ vroeg ze met onthutste blik.
Twee blokken van het gerechtsgebouw bleef ik stilstaan voor mijn kantoor, een winkelpui in Pine Street, en legde een hand op haar schouder. Ze rilde en trok weer met haar linkeroog.
‘Paul zweert dat hij onschuldig is, Joan. En ik ben zijn advocaat.’
Het antwoord scheen haar gerust te stellen. Als ze al door had dat ik haar vraag volslagen ontweek liet ze het niet merken.
‘Ik ben bang, Al. Ik... ik weet niet wat ik moet doen als Paul veroordeeld wordt.’ Ze sloeg haar ogen neer. Ze moest huilen en wilde dat niet laten merken. ‘Ik heb geen makkelijk leven bij hem. Je weet dat hij me slaat en vreemdgaat. Dat weet je.’
‘Dat weet ik, Joan.’
‘Maar hij kan zo lief zijn, Al,’ zei ze. Ik had het gevoel dat ze zichzelf net zo hard probeerde te overtuigen dat wat ze zei waar was. ‘Op de avond dat hij me ten huwelijk vroeg, reden we naar Bishop’s Point. Het was laat en er was verder niemand daar. Het was volle maan en de hemel was bezaaid met sterren. Hij zei dat hij daar voor altijd met mij wilde blijven. Ik geloof dat hij dat meende. Als we daar maar hadden kunnen blijven, waren we gelukkig gebleven.’
Joan begon weer te huilen. Ik sloeg mijn arm om haar heen en drukte haar tegen me aan. Ik ben een grote vent, met een lengte van een meter negentig en een schouderbreedte van zesentachtig centimeter, dus een ogenblik was ze helemaal verdwenen. Toen liet ik haar los en gaf haar mijn zakdoek zodat ze haar tranen kon drogen. Toen ze hem teruggaf, probeerde ze te lachen, maar haar lippen trilden en ze onderdrukte een snik. Ik raakte haar schouder aan. ‘Houd nog even vol, Joan. Over een dag of wat is het voorbij.’
Joan glimlachte moedig en liep weg.
Het was na vijven en mijn secretaresse had afgesloten en was weggegaan. Ik opende de deur en keek Joan na voor ik naar binnen ging. Door haar afhangende schouders zag ze eruit alsof ze de hoop volslagen had opgegeven. Op dat moment wilde ik de zaak winnen om te voorkomen dat ze nog meer moest lijden.
Mijn kantoor kijkt uit op Pine Street door een grote spiegelruit waarop in gouden letters Alan Parks Advocaat staat. Je komt binnen in een keurige receptieruimte met een sofa, een paar stoelen en een paar bijzettafeltjes tegenover het bureau van mijn secretaresse-receptioniste. Verder vind je er een archiefruimte met een aanrecht en een koffiezetmachine en mijn kantoor dat groot genoeg is om mijn bureau te herbergen, een boekenplank met juridische handboeken, een paar stoelen voor cliënten en een grote driezitsbank. Daarboven hangen mijn diploma’s en verscheidene indrukwekkende documenten met gouden zegels die getuigen van mijn bevoegdheid om te pleiten voor diverse rechtbanken. Aan de andere muren hangen rustige en smaakvolle reproducties.
Ik had nog maar net mijn aktetas geopend en mijn dossiers er uitgehaald toen Jeanette Arnold op de deur van mijn kantoor klopte. Heb ik verteld hoe verbazend mooi ze was? Jeanette had lang, zacht honingblond haar dat op haar schouders hing, bleekgroene ogen en volle lippen. Ze zag er zo goed uit dat je je haast niet kon voorstellen dat ze echt was.
‘Meneer Parks,’ zei ze, met haar heup leunend tegen de deurpost, ‘ik geloof dat u het met mij wilde hebben over het uitwerken van Dobbs’ getuigenverklaring.’
‘Ja. Ja, dat klopt,’ stamelde ik. Ik had mijn ademhaling nog niet helemaal onder controle.
‘Een zittingsverslag uitwerken is zwaar werk,’ zei Jeanette terwijl ze de kamer inliep. ‘Ik moet tot laat werken en helemaal alleen. Het is erg eenzaam werk.’
Tegen de tijd dat ze voor me stond kon ik niet meer denken. Ze bespeurde mijn verwarring en lachte. Wat een glimlach. Wat mij nog aan hersenfuncties restte, ebde weg. Het volgende wat ik mij herinner was de smaak van haar tong in mijn mond, de geur van haar lichaam terwijl ze zich tegen mij aandrukte en de fluwelen aanraking van haar heerlijke kontje toen ik haar rok omhoog schoof en het zachte vlees kneedde. Daarna lagen we op de bank aan elkaars kleren te rukken en het half uur dat volgde beleefde ik als in een roes.
U hebt waarschijnlijk al gemerkt dat de relatie met de vrouw van mijn beste vriend niet helemaal zakelijk was. Ik moet uitleggen dat het er in Desert Grove nogal incestueus aan toegaat. Het is een stadje in een uithoek. Het lijkt erop dat we wat industrieën aan gaan trekken, waardoor de stad zal groeien, maar zolang dat nog niet gebeurd is, heb je maar weinig keus als je een bedgenoot zoekt. Dus overspelige relaties vormen geen uitzondering.
De mijne was wel heel recent en ik was er nog verbaasd over. Jeanette en Gene waren twee jaar geleden een stormachtige liefdesrelatie begonnen tijdens een proces in Portland waarvoor Jeanette als stenografe werkte bij een rondreizende districtsrechtbank. Ze was net aan het bijkomen van een onsmakelijke echtscheiding. Hij was midden veertig en nooit getrouwd geweest. Gene bleef na het proces in Portland hangen om Jeanette het hof te maken. Toen hij terugkeerde in Desert Grove waren ze getrouwd.
Ik had een oogje op Jeanette vanaf het moment dat ik haar ontmoette, maar ik had nooit een poging gedaan omdat Gene en ik zo goed bevriend waren. Onze relatie begon vlak na Pauls arrestatie. Het gebeurde gewoon en zo snel dat ik zelfs niet zeker wist of ik er een verklaring voor had. Maar het was gebeurd en al wou ik dat het niet zo was vanwege Gene, ik was te zwak van zinnen en te verliefd om er een eind aan te maken.
Jeanette stond op en trok een zwarte netkous op over een elegant been. ‘Ik moet naar huis voordat Gene ongerust wordt,’ zei ze. Ik was te uitgeput om antwoord te geven. Ik kon alleen nog maar op de bank liggen en haar zien strekken en buigen in de omgekeerde striptease die ze opvoerde om de rest van haar kleren aan te trekken.
‘Hoe lang duurt de zaak nog?’ vroeg ze terwijl ze haar blouse dichtknoopte. Met moeite ging ik rechtop zitten.
‘Een dag of wat. Arnie is bijna klaar en we hebben niet veel getuigen. We zijn al snel aan ons pleidooi toe.’
‘Ga je winnen?’
‘Moeilijk te zeggen. Het hangt er helemaal vanaf of de jury Dobbs gelooft. Met hem valt of staat de hele zaak. Als hij er niet was geweest, was Paul zelfs niet aangeklaagd. Die houdt vol dat hij onschuldig is en de enige die dat tegenspreekt is Dobbs.’
Jeanette bleef in de deuropening staan en lachte me toe. Ik voelde me weer opgewonden worden en deed er niets tegen, hoewel ik wist dat ze niet langer zou blijven.
‘Als de zaak voorbij is, zullen we een ander excuus moeten bedenken om elkaar te ontmoeten.’ Ze zei het met een stem die droop van seksuele beloftes. Mijn hart ging sneller kloppen. ‘Waarom gebruik je je fantasie niet en bedenk je er vast een.’
Toen was Jeanette verdwenen en ik werd me plotseling bewust van de hitte die in mijn kantoor hing en mijn heftige verlangen naar haar.