Hoofdstuk 1

 

 

 

Fotocamera’s flitsten. Sluiters ratelden als geweervuur terwijl verslaggevers van bladen van allerlei kaliber elkaar overschreeuwden in hun pogingen om zijn aandacht te trekken.

‘Mr. Evans!’

‘Hier nog een!’

Onder de luifel van het chique hotel in Chicago glimlachte Nate Evans plichtmatig. Hij reageerde met een paar vage antwoorden op enkele eenvoudige vragen en wachtte op de vraag waarvan hij wist dat hij zou komen.

Het duurde niet lang.

‘Mr. Evans! Kunt u uitleggen waarom u zich de afgelopen maanden plotseling uit het sociale leven hebt teruggetrokken?’

De vraag die door de herfstavond knalde, bracht met zijn toenemende intensiteit de anderen tot zwijgen en maakte hem het middelpunt van de belangstelling.

Wanneer ze iets op het spoor waren, wisten ze dat.

Maar hij was op de aanval voorbereid. Lokte die uit.

Met gespeelde verbazing over de vraag zweeg hij even om zogenaamd na te denken voor hij antwoordde. ‘Waarschijnlijk heb ik het zo druk gehad met mijn werk dat niet tot me is doorgedrongen dat ik naar de achtergrond was verdwenen.’

Zijn antwoord zou zelfs de minste nieuwsgierigheid niet bevredigen. Bovendien was het een leugen. Het afgelopen halfjaar had hij zich bewust schuilgehouden. Hij was angstvallig buiten ieders gezichtsveld gebleven terwijl de nachtmerrie van zijn leven moeizaam tot een onbevredigende ontknoping was gekomen. Maar zijn afwezigheid op zich bleek weer nieuwe geruchten en speculaties aangaande de oorzaak te voeden.

Welke schoonheid heeft het gebroken hart van deze vrijgezel op haar geweten?

Van die krantenkop was hij zich wezenloos geschrokken, en het had hem een vermogen gekost om de schade te beperken. Om tijd te winnen. Maar als hij de situatie niet volledig onder controle kreeg, zou het journaille blijven graven tot ze de waarheid hadden ontdekt. En daarna zouden ze verder graven en met zoveel modder gooien dat iedereen die deel uitmaakte van zijn leven, erdoor zou worden geraakt.

Daaraan had zijn vader geen behoefte.

En hetzelfde gold voor Bella, het baby’tje dat zijn uitgebluste hart had gestolen. Hoewel ze niet van hem was, had hij zich heilig voorgenomen haar te beschermen waar hij kon. En zijn absolute prioriteit was voorkomen dat een heel mediacircus de aanval zou openen op haar huis en haar moeder, die totaal niet in staat was om zich te verdedigen.

Wat hem bij vanavond bracht. Het eerste grote gala dat hem de mogelijkheid bood de pers op een dwaalspoor te brengen.

Hij glimlachte naar de fotocamera’s. ‘Ik kan maar beter gaan kijken of de dames me zich nog herinneren.’ Met die korte afscheidswoorden haastte hij zich naar binnen, de indruk wekkend dat hij geen minuut wilde missen. Ook al was het ‘societyhuwelijk van het jaar’ het laatste waar hij zin in had.

Hij had behoefte aan iets wat de aandacht afleidde. En hoe eerder hoe beter.

Daarom was hij van plan zo veel mogelijk ophef te veroorzaken. Hij ging een schoonheid aan de haak slaan die voor grote koppen in de roddelbladen zou zorgen. Iemand die zo interessant was dat de pers het verleden zou vergeten en alleen maar belangstelling zou hebben voor het heden.

Iemand die wist wat ze kon verwachten.

Dat was wat het lastig maakte, want waar het zijn dates betrof, was hij keihard. Aan liefde deed hij niet. Net zo min als aan vastigheid. Hij maakte zijn vrouwen heel duidelijk waaraan ze begonnen met hem, waarna hij hen zo vakkundig verleidde dat de oppervlakkigheid hen niets kon schelen.

Hij liet zijn blik over de sociale elite in de balzaal met het vergulde koepelplafond gaan, op zoek naar een geschikte, gelijkgestemde vrouw. Binnen vijf minuten was hij er echter achter dat hij zich ernstig had misrekend. Iemand vinden met wie hij opzien kon baren, was niet moeilijk. Talloze bereidwillige kandidates lonkten naar hem. Maar door al die verlokkende blikken veranderde de lusteloosheid die hem het afgelopen halfjaar uit de buurt van het andere geslacht had gehouden, in een beklemmender gevoel.

Overal waar hij keek, zag hij onoprechtheid en bijbedoelingen, en hij merkte dat hij achteruitweek in plaats van naderbij kwam.

En toen zag hij haar.

Payton Liss baande zich onopvallend een weg door de mensenmassa, en ontweek handig de huichelachtige plichtplegingen die bij dit soort huwelijksrecepties hoorden.

Het brave meisje uit zijn verleden. Het kleine zusje van Brandt. Miss Verboden Terrein in eigen persoon.

Payton had zijn geld niet nodig. Ze zou zijn naam niet willen. En ongeacht wat er al die jaren geleden tussen hem en Brandt was gebeurd, zou ze hem helpen, omdat ze altijd deed wat ze behoorde te doen.

Nou ja, bíjna altijd.

Zijn mondhoeken gingen omhoog toen hij haar een broodje van de tafel naast de deur van de gang naar de keuken zag gappen en de zaal uit zag glippen.

Nog voor zijn hersens het plan hadden ontwikkeld, zetten zijn voeten zich in beweging.

 

Met een wolk van tafzijde en tule om zich heen drukte Payton Liss haar schouders tegen de muur van haar schuilplaats, een ongebruikt bijkeukentje dat ze drie bruiloften geleden puur toevallig had ontdekt. Ze strekte haar benen voor zich uit en zette een voet schrap tegen de deur met de vastberadenheid van een gevlucht bruidsmeisje van de tweede garnituur.

‘Vergeet het maar, Nate. De vrouwen zullen je weten te vinden. Zoek maar een eigen plek.’

Door de kier van de deur gingen ijsblauwe ogen over haar heen, waardoor zowel haar geest als haar lichaam werd herinnerd aan de opwindende uitwerking die deze blik vroeger op haar had gehad. ‘Als je de deur niet opendoet, Payton, ga ik terug naar de receptie en zeg ik tegen iedere lamstraal die ik kan vinden dat je hier in je eentje zit… te huilen.’ Het laatste woord kwam over zijn lippen met de zelfvoldaanheid van iemand die wist dat hij al had gewonnen.

Verontwaardigd keek ze hem aan. ‘Ik huil niet!’ Ze verstopte zich, ja. En ze pruilde een beetje. Maar huilen deed ze beslist niet.

‘Dan is de jacht geopend. Iedere vent die in de directie van Liss Industries wil, zal je komen redden. En de praatjes…’

Ze kreeg een wee gevoel in haar maag. Juist vanwege het gepraat hield ze zich schuil.

Het medelijdende gepraat.

‘…Zo’n lief meisje… Ze wilde zelf zo graag trouwen… Toen hij haar in de steek liet, was ze vreselijk teleurgesteld… Wat haar vader had gewild, maar wat verwachtte hij…’

Ze kon er niet meer tegen.

Iedereen vergiste zich. Maar ook als ze de waarheid schreeuwde, zou niemand haar geloven. Ze had zich te lang met succes voorgedaan als een rustig, meegaand iemand. En voor niets. Uiteindelijk had haar voorbeeldige gedrag niet kunnen voorkomen dat het zwakke hart dat haar vader de laatste vijftien jaar van zijn leven had gehad, het had begeven.

Ze onderdrukte de emoties die nog steeds in haar opwelden bij de gedachte aan zijn overlijden van vorig jaar en schudde haar hoofd. Nu was hij door niets meer van streek te brengen. Opstandigheid of een onafhankelijke opstelling konden hem niet meer deren. Hij genoot de eeuwige rust, en hoewel zijn dood haar hart had gebroken, was het ook een bevrijding geweest.

Maar wat ze ook veranderde, iedereen zou haar blijven zien zoals ze zich al die tijd had gepresenteerd. En daarom zou dit de laatste keer zijn dat ze zich in deze kringen vertoonde. Ze moest haar eigen leven gaan leiden.

De verveelde zucht die uit de richting van de deur klonk, bracht haar terug tot de werkelijkheid. Tot Nate, die tamelijk letterlijk zijn hoofd weer in haar leven stak nadat hij er al die jaren geleden uit was verdwenen. ‘Je laatste kans, schat, anders ga ik praten. Vanavond zijn er meer dan genoeg hoopvolle mannen die graag een poging willen wagen.’

En de ellendeling zou het doen ook, dacht ze terwijl ze toegaf aan de glimlach die leek te herrijzen uit de as van de herinneringen die ze aan hem had.

Als het om zijn zin krijgen ging, kende hij geen grenzen. En nu, na haar tien jaar lang slechts in het voorbijgaan te hebben gegroet, wilde hij in haar schuilplaats.

‘Vooruit, Payton.’

Met een onwillige zucht trok ze haar voet van de deur en ging rechter op het stapeltje tafellakens zitten dat ze op de grond had gelegd.

‘Goed, kom binnen. Maar doe het vlug, voor iemand je ziet.’

‘Slimme meid.’ Hij deed een grote stap naar binnen en duwde met zijn andere voet de deur achter zich dicht. De soepele, efficiënte beweging was kenmerkend voor hem en herinnerde haar aan de tijd waarin ze hem over het voetbalveld had zien vliegen. Snel, sterk en bedreven. Met vochtig goudblond haar dat om zijn gezicht danste terwijl hij naar een doel rende.

Ze had haar ogen niet van hem kunnen afhouden. En ook nu lukte het haar niet haar blik los te maken van de volwassen versie van de jongen naar wie ze zo hevig had verlangd.

Dat was een slechte zaak.

Hij zag er zo fantastisch uit dat het moest worden verboden. Hoewel zijn golvende haar wat donkerder en korter was, bleef het op een aantrekkelijke manier in de war zitten. Zijn schouders en borst waren breder, maar hij was nog steeds slank en straalde een kracht en een zelfverzekerdheid uit die de wereld om hem heen deed krimpen. In zijn maatsmoking met een fles champagne losjes in zijn hand was hij de personificatie van achteloze verfijndheid.

Intimiderend op een manier waarvoor ze normaal ongevoelig was.

Maar dit was Nate. Vanaf het begin was het met hem anders geweest. Hij was alles wat ze zichzelf nooit had toegestaan te zijn.

Ten slotte vroeg ze: ‘Wat doe je hier?’

Zijn koele blauwe ogen zochten de hare, en zijn mondhoeken gingen iets omhoog. ‘Ik was op zoek naar jou.’

Maar niet om te proberen haar te verleiden, ook al klonk het zo. Op die manier dacht hij niet aan haar, en dat zou hij ook nooit gaan doen. Ze staarde hem aan en wachtte op nadere uitleg, maar in plaats van die te geven, bekeek hij de kleine ruimte met een dienwagen en planken vol uiteenlopend serviesgoed en tafellinnen. ‘Leuke stek heb je hier. Met een ingebouwde geluidsinstallatie en alles,’ zei hij met een gebaar waaruit bleek dat hij het had over de tonen van Get Down Tonight die door de muren drongen.

‘Dank je. Het begint er aardig op te lijken, geloof ik. Over een paar weken zal ik gasten kunnen ontvangen.’

Hij trok zijn wenkbrauwen op. ‘Dus je verwacht nu geen gezelschap?’

Toen tot haar doordrong op wat voor gedachten haar toevluchtsoord een rasversierder als Nate zou brengen, kroop er een blos door haar hals naar haar wangen. ‘Nee, nee,’ haastte ze zich te zeggen. ‘Ik heb me hier teruggetrokken, omdat ik met goed fatsoen pas over een uur weg kan en al dat gepraat niet meer kon verdragen.’

‘Dat begrijp ik. Het zijn aasgieren.’ Met de neus van zijn schoen gaf hij een duwtje tegen haar heup. ‘Schuif eens op en laat me erbij zitten.’

Nadat ze wat ruimte had gemaakt, installeerde hij zich naast haar tegen de muur. Haar hart begon sneller te kloppen, en opeens leek het warm in het zojuist nog koele keukentje.

Hij legde zijn armen op zijn opgetrokken knieën en hield de fles champagne in zijn ene hand. ‘Wat ik niet snap, is waarom je in je eentje bent gekomen. En ik hoop vurig dat het niet is omdat je hoopte weer in contact te komen met die sukkel van een ex van je. Clint.’

Ze zuchtte. Natuurlijk had hij de roddels over het beëindigen van hun relatie gehoord. Ook die waren een reden waarom ze zo snel mogelijk uit het sociale leven moest verdwijnen. ‘Nee. Hemel, nee. Dit is mijn ergste nachtmerrie. Ik was van plan niet te gaan omdat ik zogenaamd door een besmettelijke ziekte was geveld. Maar doordat een van de bruidsmeisjes me voor was, werd ik gepromoveerd van gast tot lid van de bruidsstoet. Bofte ik even.’

Zijn mondhoeken gingen omlaag terwijl hij haar van top tot teen bekeek. ‘Als jij het zegt.’

Ze lachte. Heel gemakkelijk vervielen ze in het soort gesprek dat ze vroeger altijd hadden gehad. ‘En jij? Dit is een bruiloft… en je hebt drie jaar achtereen op de lijst van de begerenswaardigste vrijgezellen ter wereld gestaan. Om er zonder kleerscheuren doorheen te komen, zou je aan iedere arm een date moeten hebben. Maar alleen? Het verbaast me dat je de balzaal uit hebt weten te komen zonder dat de vrouwelijke singles nummertjes hadden getrokken om door je te worden besprongen.’

Ditmaal was hij degene die lachte. ‘Payton, Payton.’ Hij keek haar vragend aan. ‘Wat is dat voor taal uit de mond van een braaf meisje als jij?’

Ze staarde hem aan, en haar hart sloeg over toen hij zijn blik op haar lippen richtte.

‘En waarom ben ik de enige die dergelijke praat van je hoort?’

Hij moest niet zo naar haar kijken, vooral niet omdat hij toch niet van plan was erop door te gaan. Ze kon omgaan met de aantrekkingskracht die hij op haar uitoefende. Dat had ze haar halve leven gedaan. Ze had het onderdrukt en weggestopt. Omdat het zinloos en misplaatst was geweest. Maar nu… Het laatste waaraan ze behoefte had, was dat hij haar herinnerde aan wat ze niet kon krijgen. Dat hij flirtte terwijl hij haar nooit anders zou zien dan als het kleine zusje van Brandt. Het brave meisje.

Zo was het genoeg. Ze moest weten wat de man die al die jaren geleden zomaar uit haar leven was verdwenen nu van haar wilde. En daarna moest ze hem uit haar buurt zien te krijgen voor ze iets doms deed. Zoals een lok van zijn tegendraadse haren tussen haar vingers nemen en met haar lippen voelen hoe zacht die was. ‘Wat wil je?’

De vraag bleef tussen hen in zweven. Nadat hij de fles aan zijn lippen had gezet en een grote slok champagne had genomen, keek hij haar doordringend aan. ‘Jou. Ik wil jou, Payton.’