Water als regen in haar flat. Jake onder de douche, zijn lange spieren soepel, zijn koperkleurige huid glanzend, halfverborgen in de stoom. De lichten werden vlekkerig voor haar ogen. Bliss huilde openlijk, huilde zoals ze in geen jaren had gedaan. Nu onderging ze haar begeerte als een beklemming in haar borst. Ze probeerde adem te halen, maar kon enkel huilen. Ze probeerde zich te beheersen, maar tevergeefs. Ze kon niet meer denken. Angstig zocht ze hulp bij Jake. Rende naar het stromende water, niet meer dan een hartslag van haar vandaan.
Door de matglazen deur zag Jake een flits van een snelle beweging. Hij dacht meteen aan het_/ü-fragment. Met zijn lichaam nog vol zeep duwde hij de deur open en stapte op de gladde tegels, druipend en dampend. Hij had zo heet mogelijk gedoucht en de kleine badkamer hing vol dampslierten.
Er stond iemand in de deuropening. Het van achteren invallende licht veranderde de gestalte in een silhouet met vage en glanzende omtrekken, als een foto in een modeblad. Aan de schouders en heupen herkende hij Bliss. Jake was zich bewust van zijn naaktheid, maar als hij zich bedekt zou hebben, zou hij zich nog belachelijker hebben gevoeld. Hij voelde het bloed naar zijn gezicht stijgen. Hij wist zeker dat het niet van het hete water kwam.
'Moetje hier beslist als een spook rondsluipen?'
'Maar ik bén een spook,' zei ze. 'Rondsluipen is mijn specialiteit.'
Zijn aanblik, toen hij uit de douche was gekomen, had haar de adem benomen. Wolken krulden van hem af alsof hij een mythisch wezen was, als een draak. Hij leek van macht vervuld.
Ze trad in het badkamerlicht en hij zag dat haar halfgeopende lippen een beetje trilden. Hij kwam helemaal de douche uit.
'Je hebt mijn vraag niet beantwoord.'
'Ik dacht van wel.' Het spreken viel haar moeilijk. De rauwe emotie was als een vuist in haar keel.
'Wat doe je hier?'
'Ik wilde weten hoe je eruitziet.'
'En dus kwam je hier binnen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.' Zijn stem klonk steeds hortender.
'Ja.'
'Godverdomme, ik ben naakt!' barstte hij uit. 'Dat is niet... je kunt niet...'
'Niet schreeuwen,' zei ze. Haar ogen waren vol en glanzend. 'Je moet niet tegen me schreeuwen.' Haar stem was dik.
'Bliss, werkelijk.' Hij wist niets te zeggen. 'Dit is niet eerlijk.'
Ze deed een aarzelende stap naar hem toe. Ze was nu zo dichtbij dat hij de vegen kon zien die de tranen op haar wangen hadden gemaakt.
'Bliss...'
'Jake.' Haar stem was een schorre fluistering. 'Breek mijn hart niet, Jake.'
Niemand had ooit zo tegen hem gesproken. Niemand had ooit zijn naam uitgesproken zoals zij deed. Een liefkozing.
'Vergeef me, Mariana.' Hij hoorde haar gemompelde woorden en het geruis van fijne zijde in hetzelfde lange moment. Het ene geluid versmolt met het andere, zodat hij er later niet meer zeker van was of hij iets gehoord had. Een seconde later lag Bliss' jurk als een zachte stralenkrans om haar enkels.
Jake was wel zo verstandig om te staren. Hij had ook moeilijk anders gekund. Wat hij zag beroofde hem van alle vrije wil. Ze was geelbruin als een grote kat; haar huid was glanzend en stevig, welvend van spieren, zo mooi gevormd dat het leek alsof de jaren haar nauwelijks beroerd hadden. Ze was weelderig en toch ook klein. Haar middel en enkels waren smal. Ze had de schouders van een atleet maar de heupen van een vrouw, breed en zinnelijk. Hij zag de rimpeling van krachtige spieren op haar dijen. Ze strekte haar armen boven haar hoofd, waardoor ze haar borsten nog hoger optrok. Die waren vol en stevig. Haar grote tepels waren al hard. Ze legde haar handen eronder.
'Vind je me mooi?' Weer dat schorre gefluister.
Ditmaal trilde zijn stem. 'Bliss,' stootte hij uit.
'Al is het maar een beetje, toch moet je ja zeggen.'
'Je hebt niet het recht om dit te doen.'
'Mijn liefde geeft me dat recht. Ik heb zo lang van dit moment gedroomd.' Er was een wilde vlam in haar ogen, een oranje flikkering, zoals men die ziet bij dieren tussen dicht oerwoudgebladerte. Haar stem klonk dik van emotie. 'Ik heb van je gehouden vanaf het moment dat we zij aan zij in de Ta Chiu-paal klommen. Ik heb met geen man geslapen zonder van jou te dromen. Hun armen om mij heen werden jouw armen. En als ze in me kwamen, voelde ik jou.'
'Bliss.'
Ze kwam naar hem toe. Ze leek over de tegelvloer te zweven. Hij keek gefascineerd naar het spel van haar lange spieren onder die glanzende, gladde huid. Hij zag hoe ze liep als een panter, een soepele gratie die even krachtig als erotisch was.
Op het moment dat hun lichamen elkaar aanraakten, slaakte Jake een luide zucht. Het was alsof een elektrische stroom door hem heen ging. Hij voelde de zenuwen onder zijn huid tintelen alsof ze jarenlang gesluimerd hadden. Diep in hem was iets door haar tot leven gewekt. Hij voelde hoe ze haar armen om hem heen sloeg, met haar gezicht op de lange hals naar het zijne geheven. Haar vlees gleed langs het zijne. Op het moment dat zijn mond zich over de hare sloot, voelde hij de hitte van haar kruis dat ze tegen hem aandrukte, voelde met een dol makende kieteling haar haartjes tegen zijn onderbuik.
Hij kreunde in haar geopende mond toen hij haar proefde. Ze was als een zoete drank waarvan hij niet genoeg kon krijgen. Het duizelde hem en de spanning in zijn benen werd zo hevig dat zijn spieren verkrampten. En toen zag hij in dat hij aan haar had gedacht sinds de avond van die eerste droom in het ziekenhuis. Toen en na die tijd had hij haar begeerd, maar door zijn schuldgevoel en later zijn verdriet om Mariana had hij het niet ten volle beseft.
Hij klemde haar tegen zich aan, voelde haar warmte door zich heen stromen, zodat zijn verkilde innerlijk ontdooide. Op dat ogenblik schreeuwde zijn hart het uit, en hij liet zich op zijn knieën vallen. Zijn handen streelden haar gespierde flanken. Zijn gezicht was heel dicht bij haar kern. Haar onschuld ontroerde hem, toen ook hij aan die nacht van de kinderen in Cheung Chau dacht.
Hij voelde haar hitte op zijn wang. Zijn neusgaten sperden zich open door de geur van haar opwinding. Hij opende zijn mond en voelde hoe zijn tong in haar werd opgezogen. Hij likte zacht en teder met lange, liefdevolle halen en was verbaasd toen hij merkte hoe snel ze zich voor hem opende, laagje voor laagje.
Boven hem woelde Bliss met haar vingers in zijn dikke haar. Ze hield hem vast terwijl ze haar bekken naar hem toestootte. Haar hart sloeg als een moker toen ze voelde hoe haar geheime vlees openbloeide. Haar ingewanden waren in water veranderd en ze voelde fijne vezels van genot van haar navel tot de plek waar Jake haar beminde.
Zonder precies te weten wat ze deed pakte Bliss Jakes handen en trok ze omhoog totdat ze zijn palmen tegen haar borsten kon drukken. Ze kreunde toen hij haar daar kneep. Het gevoel van zijn eeltige huid op haar gezwollen tepels was haast meer dan ze kon verdragen. Nu voelde ze zich helemaal met hem verbonden, alsof hij al in haar was. Bliss voelde een energie-ophoping in zich. Dank zij haar intensieve levenslange training met intrinsieke energie stond ze er open voor, en was ze niet bang, want ze was zich onmiddellijk bewust van de geweldige kracht ervan.
'Ahhh,' riep ze hijgend. 'Ahhh!'
Bliss zakte door haar knieën en spreidde haar dijen zover ze kon in haar positie. Haar openheid verhoogde haar genot. Ze wierp haar hoofd achterover. Ze staarde nietsziend naar het plafond, dolend in het web van extase dat Jake in haar weefde. Haar oogleden vielen trillend dicht. Haar borsten rezen en daalden in zijn handen.
Ze kon haar heupen niet stoppen: ze kletsten tegen hem aan. Ze wilde hem in zich, maar nog meer wilde ze dat deze extase voortduurde. Ze slaakte een schrille kreet toen ze voelde hoe haar gezwollen vlees in een vochtige plaats werd gezogen. Hitte verspreidde zich door haar lichaam en toen begon het likken opnieuw, maar nu met de extra sensatie. Ze keek naar beneden, zag dat hij een deel van haar in zijn mond had genomen.
'Ohhh,' steunde ze. 'Ik kom. Ik kom ... O!'
De hitte vlamde door haar borst, zette haar schouders, ribbenkast en hart in een bad van vloeibaar vuur, steeg naar haar hals en gezicht. Haar adem kwam hortend door halfgeopende lippen, haar neusgaten stonden wijd open. De spanning in haar spieren werd ondraaglijk. Toen werd ze overweldigd door haar orgasme. Ze sidderde in zijn omhelzing en riep woorden in het Burmaans.
Ze zeeg neer in Jakes wachtende armen, haar hoofd gebogen, knipperend met haar oogleden. Jake liet haar langzaam op zich neerzakken. Hij had haast geen macht meer over zijn bewegingen; hij was bezeten van begeerte naar haar. Zijn lid was zo hard dat het pijn deed, en het sidderde van de brandende beelden van haar in de stuipen van haar intense climax.
Alle adem verliet zijn longen toen hij zijn eikel omspoeld voelde door haar stromende natheid. 'O God!' Hij zei het zoals een machine stoom uitstoot.
Bliss' handen lagen op zijn schouders en hij voelde ze knijpen toen ze op hem neerkwam. Ze boog haar hoofd naar de bocht van zijn schouder. Haar geopende lippen beten in zijn vlees.
'Neem me.' Haar stem was een rauw gefluister. 'Neem me, o, toe dan.'
Voorzichtig duwde hij zich omhoog, voelde zich een stukje verder in haar verzinken. Haar warmte was bijna ondraaglijk. Zijn longen pompten als blaasbalgen. Het zweet gutste van hem af. Het vormde pareltjes op haar lange, nachtzwarte haar, waarvan de lokken als kleine tentakels aan zijn huid plakten.
'O Jake!' Hij kon geen lucht meer krijgen. Hij voelde haar hand naar beneden gaan. Haar sterke vingers knepen ritmisch in zijn ballen. Dat was te veel voor hem. Met een diepe kreun gleed hij helemaal in haar, terwijl hij zich omhoogdrukte. Toen voelde hij dat ze zich van hem verhief. Hij gleed er helemaal uit en zij bleef hangen, met haar lippen tegen zijn lid. Hij drukte zich weer omhoog.
Jake greep haar beet; hij wist dat hij het niet veel langer meer kon uithouden. Bij elke stoot voelde hij haar kern om zijn lid, haar hoge heuvel op zijn buik, haar zacht maar dringend knijpende vingers. Hij voelde het gewicht in zich groeien, de stijgende druk in zijn lendenen. Plotseling spande zijn sluitspier zich. Trillend zwol zijn lid in haar. Bliss voelde zijn climax naderen en ze bereed hem nu sneller. Steeds sneller sloegen hun lichamen tegen elkaar aan, en toen dat gebeurde voelde Jake een soort extatische versmelting. Hij voelde hoe sluisdeuren zich in hem openden, voelde zijn kwetsbaarheid en vluchtte er niet voor weg. En met grote kracht en onstuimige emotie stortte hij zich met ongekende overgave in haar uit.
Met hem versmolten voelde Bliss de aanzwelling van haar eigen krachten. Zijn trillende vuur ontstak het hare, zodat ze op de rand was toen hij klaarkwam. De kracht van zijn explosie sloeg op haar over en ze explodeerde opnieuw, een snelle, scherpe uitbarsting, geheel anders maar niet minder genotvol dan de vorige.
Misschien kwam het niet alleen door het hete water dat nog steeds stroomde in de douche, dat de kamer vol stoom hing, maar ook door de kracht van hun gezamenlijke emoties.
David Oh was op de vlucht.
Avond. In zijn stad. Het zou heus wel goed aflopen, zei hij voortdurend tegen zichzelf.
Hij wist dat hij Jake moest zien te bereiken, om hem te vertellen wat hij nu wist. In de Quarry was het nergens veilig meer.
Naast hem rees hotel Singapore op als een glazen bijenkorf, de kamerlichten helder en uitnodigend. Niet voor hem. Hij holde door Lockhart Road. In het felverlichte Wanchai, vol nachtbars, danstenten en bioscopen voelde hij zich veilig. Maar waarom rilde hij dan zo?
Hij zag zichzelf weer over de GPR-3700 computer terminal gebogen zitten. Hij had ontdekt dat Stallings missies steeds samenvielen met KVRmissies waarvan het doel duister was; dat er kort na zijn mislukte missies oppositieleiders waren geëlimineerd, niet verongelukt zoals de kranten hadden geschreven.
Behalve Mahmed Al-Qassar, een CIA-dubbelspion, die met instemming van de KVR door Stallings bij vergissing was geëlimineerd. Misschien had Stallings dit allemaal niet begrepen. Misschien zou hij erachter zijn gekomen als hij wat langer had geleefd. Wat dat betrof had David Oh iets op hem voor: de wetenschap dat iemand in de Quarry opdracht had gegeven tot eliminatie van Mariana Maroc vóórdat het officiële eliminatiebevel was uitgevaardigd.
Naarmate hij meer tijd aan de computer had doorgebracht, en meer inzicht in de programmering had gekregen, had hij nog een essentieel stukje van de puzzle opgelost. Alle eliminaties van oppositieleiders waren te herleiden tot één bron: Nichiren.
Nichiren werkte in opdracht van de KVR. Dat betekende generaal Daniëlla Vorkuta. De directieven van de Quarry werkten allemaal ten gunste van de Sovjets. Opnieuw Vorkuta.
Dat was genoeg voor David Oh. Zodra hij op de stenen muur van de
'alleen bestemd voor Quarry-directeur' was gestuit, had hij alle opgediepte informatie gekopieerd.
Vorkuta was tot het hart van de Quarry doorgedrongen. Haar aanval kwam van binnenuit en van buitenaf. David Oh had er geen idee van hoever ze al gekomen was, maar één ding was zeker: hij kon niemand vertrouwen. Niemand behalve Jake.
Hij dook de Gray Shark in, een smerig danshol waar de lichten gedempt waren, de borrels voor tweederde uit water bestonden en de meisjes wezenloos voor zich uitstaarden. Het was er vol rook en lawaai. David Oh ging naar de met neonlicht omlijste bar en bestelde een whisky-soda. Die smaakte naar water, wat hij allang best vond. Dit was niet het moment om dronken te worden. Afgezien van de verhoogde dansvloer stond de tent vol tafeltjes. Bij de zijmuur, naast de toiletten, leidde een steile metalen roostertrap naar een tweede verdieping.
David Ohs ogen vlogen door het zaaltje, maar hij zag niemand die hij kende. Uit zijn ooghoek hield hij de deur in de gaten. Hij lette niet op de vertrekkende klanten. Het ging hem om de mensen die binnenkwamen. Binnen zes minuten zag hij drie mogelijke moordenaars. Ze trokken zijn aandacht vanwege hun gezichten. Ze waren getraind door een grote, gedisciplineerde organisatie. Hun ogen streken door de tent, bleven elke acht seconden op een andere hoek rusten. Daar weken ze niet van af. De blikken kwamen zijn kant op.
David Oh greep een meisje, trok haar tegen zich aan en schuifelde weg uit de rode lichtgloed van de bar.
Het was een risico geweest om de computer te gebruiken zoals hij de laatste paar dagen had gedaan. Nu wist hij dat hij ontdekt was. Hij ging met het meisje de trap op. Ze siste de prijs van haar voordelige aanbiedingen in zijn oor. Wou hij recht op en neer of een triootje? Oraal of anaal? Een halfuur, een uur, langer? Heel romantisch. Hij nam niet de moeite om te zeggen dat ze haar mond moest houden.
Boven de discotheek gingen ze een kamer binnen. Daar smeet hij haar opzij zonder verder op haar te letten. 'Hé, SM kost je meer!' Hij trok het kleine raam open. De muziek denderde door de vloer, het zware gedreun van de bas deed zijn tanden klapperen.
Hij tuurde naar buiten. Regenpijpen in overvloed. Hij dacht er maar niet over na hoe lang ze er al hingen of hoe stevig ze waren. Als een kat kroop hij door de opening, klemde zich vast aan de smerige, roestige pijpen. Klauterde naar de donkere steeg.
Hij rende weg in de nacht, terwijl hij dacht: ik moet Jake vinden, dat is mijn enige kans. Drie blokken later dacht hij aan Bliss. Hij had vanaf het begin vermoed dat Jake met haar medeweten uit Hongkong was verdwenen. Nu was ze zeer waarschijnlijk zijn enige schakel. Hij zocht in zijn zak naar kleingeld en begon weer te rennen. Op zoek naar een telefooncel. Sir John Bluestone wist dat hij zijn concurrenten een grote stap voor was zodra die andere man binnenkwam en met zijn verslag begon. Het was komisch, dacht Bluestone nu, languit op zijn leren sofa. Als een vorst. Een handelsvorst. Zo zag hij zichzelf. Gedeeltelijk. Hij had ook zijn geheime leven, dat hem op elk uur van de dag en de nacht verwarmde. Werken voor een ideaal, dat beviel hem. Hij was afkomstig uit de Engelse upper class. In India, en later in de kleine landen van Zuidoost-Azië, had hij gezien hoe de arrogantie van de blanken een hele reeks prachtige paradijzen te gronde had gericht. De minachting voor het leven die zijn volk tentoonspreidde had hem vervuld met walging en, belangrijker nog, onrust. Hij was begonnen zijn opvattingen kenbaar te maken. En was benaderd, gescreend, gerecruteerd. Toen was hij naar Hongkong gestuurd en was gaandeweg opgeklommen tot een van de vijf taipan van Five Star Pacific.
Peter Ng was bijna klaar met zijn verslag. Het was komisch, dacht Bluestone, hoe alle vogeltjes ten slotte op het nest neerstreken. Hier was een man die al langer dan vijfjaar deel uitmaakte van Bluestones netwerk, sinds Bluestone via zijn agenten had ontdekt dat Ng zich in de loop der jaren op slinkse wijze drieentwintigduizend aandelen van de maatschappij had toegeëigend. Bluestone had nooit veel aan hem gehad, alleen een tip zo nu en dan. Tot nu toe.
'Dus Andrew Sawyer,' zei Ng, 'heeft nu dertigduizend aandelen Pak Hanmin. Morgen wil hij er nog eens honderd kopen.'
Nu heb ik iets, dacht Bluestone. T.Y. Chung koopt dan wel voor me, maar ik moet dat laatste pakket van honderdduizend aandelen hebben om het bedrijfin mijn macht te krijgen. Maar daarvoor heb ik niet genoeg geld, en die honderdduizend kunnen wel eens heel duur worden als Sawyer en ik erom gaan vechten, wat zeer waarschijnlijk is. Het is het laatste pakket dat te koop is.
Dit is het moment, dacht hij, om contact met mijn nieuwe partners op te nemen. De plaatselijke banken waar hij zaken mee deed hadden hem op de hoogte gehouden van de overneming van zijn korte-termijnschulden in de afgelopen dagen. Hij kon elk van hen een boodschap aan zijn weldoeners laten doorgeven. Als ze daar geld voor over hadden, zouden ze er vast ook wel voor willen zorgen dat Five Star Pacific Pak Hanmin en de winsten van het vrijwel voltooide Kam Sang-project in de wacht sleepte. Hij zond Ng weg en pakte de telefoon. In zijn adresboekje zocht hij snel het nummer van de president van de Hongkong and Asia Bancorp. Het was al laat, maar dat gaf niet. Hij had iets belangrijks te vertellen. Als hij het tegen Sawyer and Sons wilde opnemen, moest hij een toezegging van kapitaal hebben voordat de Hang Seng morgenochtend opende. Bluestone luisterde naar het zachte gerinkel aan de andere kant van de lijn en toen hij de bekende mannenstem hoorde, begon hij te spreken. David Oh was op een bus gesprongen.
Hij ging precies de verkeerde kant op. Dat vond hij best. Hij was van plan er de tijd voor te nemen. Als hij bloedzuigers achter zich aan had, wilde hij ze de kans geven zich te laten zien.
Er was niemand in zijn buurt toen hij belde. Zijn hart was opgesprongen van blijdschap toen Bliss hem Jake had gegeven. Zoveel te zeggen, zo weinig tijd om het te zeggen. Het was het verkeerde moment voor sentimenten, en hij had zich beheerst. Ze hadden afgesproken op de top van Victoria Peak. Tamelijk dicht bij Jake, maar ver genoeg van Bliss' veilige huis, in de open lucht - bekend terrein. Het kwam heus wel goed.
Bij de derde halte stapte hij uit, nadat hij gewacht had tot de deuren zich begonnen te sluiten. Er kwam niemand achter hem aan. Zwaaide zich in een bus die de andere kant op ging. Dertien haltes, een ongeluksgetal, maar hij moest eruit. Hij liep twee blokken westelijk naar Queensway. Het was na etenstijd en de hoofdverkeersaders van de Kolonie waren propvol mensen. David Oh wachtte geduldig op de bus naar Cotton Tree Drive. Het werd steeds moeilijker om te zeggen of hij gevolgd werd of niet. Zoveel opeengepakte mensen in zo'n kleine ruimte. Maar hij had zijn bloedzuigers tenminste gezien. Hij zou hen zo weer herkennen. Er kwam een bus, maar die was zo afgeladen met passagiers dat hij besloot te wachten. Dat gaf hem de kans om zijn directe omgeving goed in zich op te nemen. Vlak achter hem was een winkel. Erboven prijkten de driedimensionale logo's van vier of vijf vooraanstaande Zwitserse horlogefabrikanten. Zulke zaken trokken altijd massa's toeristen aan, zowel mensen met genoeg geld om de puur gouden met diamanten ingelegde uurwerken te kopen als mensen die zich ermee tevredenstelden ernaar te gapen.
Een eindje verder liep een groepje jonge Chinezen doelbewust ergens heen; ze gingen op in de menigte. Hij draaide zich om. Aan de overkant van de drukke weg praaiden een paar zeelui een taxi; die gingen naar de nachttenten.
Te midden van alle rebbelende stemmen voelde hij zich alleen maar geïsoleerd van de jachtige menigte. Door zijn situatie was hij zijn associatie kwijt. Daar kwam de rode dubbeldekker. Op de zijkant stond een tijgergestreepte advertentie voor een nieuwe film. Een vrouw leunde achterover, met opgericht hoofd. Boven haar verhief zich de romp van een man, halfin de schaduw. In bloedrode letters: De Ninja - De Film. De menigte die zich bij de halte had gevormd begon al te dringen voordat de bus goed en wel stilstond. David Oh voelde zich gedragen op het tij van stuwend mensenvlees. Chinezen schreeuwden in zijn oor; ze scholden een trage Australiër uit.
De donkere trechter van de busdeur slokte de menigte op. David Oh stapte in. Hij was zich er scherp van bewust dat hij geen kans had gehad om de mensen te inspecteren die achter hem stonden te dringen. Hij stapte uit op de hoek van Cotton Tree Drive en Garden Road. Hij wachtte op het groene licht, stak toen over naar het Peak tramhuisje. Hij kocht een kaartje en ging in de schaduw staan wachten. Er kwam mist opzetten. Het werd al moeilijk om verder dan halverwege Peak Road te zien. Hij keek op zijn horloge. Het liep tegen middernacht; om twaalf uur reed de laatste tram. Er was verder niemand. Dit was niet het populairste tijdstip voor de steile rit tegen de berg op. Hoog boven de wolken begonnen de rails te zingen. De tram kwam eraan. De draden trilden. David Oh voelde de beweging. Hij stapte in de vaag verlichte wagen en ging voorin zitten. De deuren begonnen dicht te gaan.
David Oh keek om zich heen. Een jonge Chinees in een zwarte lichtgewicht regenjas en met een hoed op zat helemaal achterin. Hij had een strak opgerolde paraplu bij zich, misschien in een onbewuste imitatie van een Britse gentleman. Hij keek niet naar David Oh.
David Oh wendde zijn blik af. De deuren sloten met een zucht en met een zachte schok begon de tram aan zijn saaie rit tegen Victoria Peak op. Zes haltes. Niemand was in-of uitgestapt. Ze waren nu halverwege, volkomen door wolken omsloten. De nacht had een flauw lichtgevende gloed. Het was donker noch licht en het leek wel alsof ze door een onveranderlijke wereld reisden, ergens halverwege hemel en aarde. David Oh ging verzitten; zijn hemd plakte aan zijn rug. Hij dacht aan Jake. Bij de zevende halte stopte de tram. Er stapte een Chinees in en de deuren schoven dicht. Daar gingen ze weer.
De man keek om zich heen. Hij keek naar de Chinees met de paraplu, toen naar de voorkant van de wagen.
Toen kwamen ze samen op David Oh af.
Buiten was de maan door de mist verduisterd. Na het telefoontje stelde Bliss geen vragen, zoals een westerse vrouw zeker gedaan zou hebben. Toch scheen ze Jakes melancholieke stemming te hebben opgevangen. Ze had haar handen diep in haar jaszakken gestoken.
'We kunnen het best naar het Peak tramstation gaan,' zei ze, en begon over het trottoir te lopen.
Jake knikte. 'We moeten overal rekening mee houden.'
'Dat lukt haast nooit.'
Het was gaan miezeren. De heldere nacht was verdwenen alsof hij er nooit was geweest. Jake bleef staan in de schaduw van de druipende wisteria. Vlak voor hen maakte het trottoir een bocht. 'Ik wil luisteren,' zei hij, 'en kijken.'
De nacht was somber. De mist verdoezelde de lichten van de straat en woningen, maakte alle schaduwen grijs. De hele omgeving leek een vaag licht uit te stralen. Jake hoorde niets en zag niemand. Overal klonk het geluid van onzichtbare krekels.
Jake was absoluut overtuigd van zijn vakmanschap. Hij was getraind door de beste: Henry Wunderman. Het was Wunderman die Jake in Hongkong benaderd had, meer dan twintig jaar geleden.
Ze hadden samen geluncht in de eetzaal van hotel Peninsula. Wunderman, met zijn van zweet glimmende gezicht, had met zijn stoelpoten over het kleed geschuurd toen hij zijn dikke lichaam aan tafel schoof. Hij had bourbon besteld en had een gezicht getrokken toen hij de eerste slok nam.
'Ik begrijp dat je zonder werk zit.'
'Dat klopt.'
Wunderman had met veel vertoon het menu zitten bestuderen, maar uiteindelijk had hij iets heel gewoons besteld. 'Ik ken dit deel van de wereld niet,' zei hij. Hij wachtte tot Jake zijn bestelling had opgegeven; toen legde hij zijn ellebogen op de tafel.
'Waar gaatje belangstelling naar uit?'
Jake vroeg zich af wie deze grote Amerikaan was. Het zou niet erg netjes zijn geweest ernaar te vragen. 'De martiale kunsten, Chinees, wei qi.'
' Wei qi, wat is dat?'
'Een spel. Ik zal het je wel eens leren spelen. Dat duurt zeven minuten. Ik kan je ook leren hoe je moet winnen. Dat duurt zeven jaar.'
Daar had Wunderman om gelachen. 'Je hebt helemaal gelijk,' zei hij.
'Het duurt een hele tijd om sommige dingen te leren.'
Ze hadden elkaar meteen gemogen. Wunderman vond Jake intelligent, zodat hij het gevoel had dat hij iets van hem kon leren. Jake van zijn kant werd geïntrigeerd door Wundermans mysterie. Volgens hem vertegenwoordigde deze man een soort verborgen broederschap, die niets te maken had met Hongkong of een andere stad op aarde. Jake, die zich geïsoleerd voelde van de wereld, werd meteen aangetrokken door dit onbekende genootschap. Het was, vermoedde hij, niet tegen de wet, zoals een triadegenootschap, maar eerder boven de wet. Alsof hij zijn gedachten had gelezen zei Wunderman: 'Ik begrijp dat je connecties met de triaden hebt.'
Jake knikte.
'Waarom werk je niet voor hen?'
Het eten werd opgediend en ze wachtten tot de kelner weer weg was.
'Ik ben gwai loh,' zei Jake. 'Een buitenlandse duivel.'
'Maar voor de helft.' Wundermans zachtbruine ogen keken in die van Jake. 'Ik weet datje half Chinees bent, vriend.' Hij keek even de andere kant op, terwijl hij met zijn wijsvinger in zijn glas roerde. 'Vertel me eens, waarom zit je nog steeds op deze rots?'
'Ik hoor hier thuis.'
'Denk je dan dat er hier iets voor je te halen is?'
Jake staarde hem aan.
'Wat zou dat dan moeten wezen?'
'Dat weet ik niet.'
'Het heeft toch niet toevallig iets te maken met het idiote idee dat je erachter zou kunnen komen wat er met je vader is gebeurd, hè?'
Toen wist Jake dat er met deze man iets heel bijzonders aan de hand was.
'Vertel eens,' zei Henry Wunderman na een pauze, 'als jij geen... buitenlandse duivel was, maar een volbloed Chinees, zou je dan voor hen werken?'
'Nee,' zei Jake, 'dan zou ik een manier verzinnen om hen voor mij te laten werken.'
Wunderman at verder. Zo op het oog ging hij daar helemaal in op. Na een tijdje zei hij: 'Stel dat ik je die manier aan de hand kan doen. Zou je dan interesse hebben?'
Jake keek hem aan. Een antwoord was gauw genoeg gegeven, maar hij besefte de ernst van het moment. Op een vraag als deze antwoordde je niet zomaar.
'Hoe lang blijf je in Hongkong?'
Wunderman haalde zijn schouders op. 'Hoe lang heb jij ervoor nodig om ja te zeggen?'
Jake had drie dagen nodig gehad.
Wat was er sinds die tijd met hen beiden gebeurd?
'Daar gaan we,' zei Jake nu, en hij liep voor Bliss de straat op. Zonder het geritsel van insekten zou de wereld om hen heen doodstil zijn geweest. David Ohs woorden maalden door zijn hoofd: 'De Quarry is gepenetreerd.' Zoveel vragen; geen tijd om er zelfs maar één te stellen. David had de ontmoetingsplaats genoemd en meteen opgehangen.
'Het is niet uitgesloten,' had Jake gezegd, terwijl hij zich begon aan te kleden, 'dat David gezelschap bij zich heeft.'
'En wat dan nog?' Ze trok haar jurk aan.
'Jij blijft hier.'
'Jake, we hebben geen tijd om te gaan redetwisten.'
'Precies.' Hij knoopte zijn hemd dicht. 'Jij blijft thuis.'
'Je kunt me niet verhinderen je te volgen.' Ze trok de rits dicht, ging op zoek naar haar schoenen.
'Denk je soms datje kunt hardlopen op hoge hakken?'
'Ik zocht deze.' Ze stak een paar dansschoentjes met dunne zolen omhoog. 'Die maken geen geluid.'
Hij keek haar aan, draaide zich om en ging naar de woonkamer.
'Wat is er?' vroeg ze, terwijl ze achter hem aanliep. 'Denk je dat ik niet op mezelf kan passen?'
'Misschien.' Hij stapte in zijn schoenen.
'Ik ben opgeleid door Fo Saan.'
Hij keek op. 'Fo Saan.'
Ze knikte.
Hij kwam naar haar toe, zo dichtbij dat hij haar warmte kon voelen. Hij staarde in haar ogen. 'Wij maken een afspraak.'
'Wat voor afspraak?'
'Je kunt met me meekomen, aanhoren wat David Oh me te vertellen heeft, een doodklap op je hoofd krijgen ook, als het zover komt. Maar daarna vertel je me alles wat er over jou te weten valt.'
Ze aarzelde en hij zei: 'Het is de enige manier, Bliss, dat verzeker ik je.'
Ze streek haar dikke haar uit haar ogen. 'Ik wil dat je me vertrouwt.'
'Ik zou dit niet voorgesteld hebben als ik je niet vertrouwde.'
'Waarom wil je dan -'
Hij legde zijn hand op de deurknop. 'Graag of niet. Ik heb je al te lang met je geheimen laten rondlopen.'
'Ik kan het niet vertellen.'
Hij deed de deur open. 'Als je me volgt, merk ik het en dan schud ik je af. Dat kan ik, zoals je weet.'
Dat wist ze maar al te goed. 'Goed dan. Afgesproken.'
'Alles.'
'A mi fuo/o, ja! Alles.'
'We zijn er bijna,' zei Bliss nu.
Boven en voor zich konden ze de lichten van het Peak tramstation in de mist zien gloeien.
'Het ziet er verlaten uit,' zei ze.
'We gaan kijken.'
Binnen zeven minuten stonden ze weer tegenover elkaar voor het station, nadat ze de omgeving hadden doorzocht. Ze konden het resultaat in eikaars ogen lezen: niets.
Samen stonden ze in de klamme nacht te wachten. Het was onvoorstelbaar dat de maan een uur geleden nog helder had geschenen. De regen miezerde neer. De bladeren aan de bomen om hen heen bogen zich onder het gewicht. Hij zou het nooit meer kunnen zien regenen zonder aan Mariana te moeten denken.
'Jake.' Het was een ademstoot naast hem. Hij bewoog even. 'Wat we straks deden, deden we uit liefde.'
'Bliss -'
'Nee, ik móet dit zeggen.' Hij voelde haar vingers op de zijne. 'Wat ik ook voelde in mijn hart, ik zou nooit op die manier naar je toegekomen zijn als...' Ze zweeg even, geagiteerd. Haalde diep adem, alsof ze op het punt stond van een klip te springen. 'Als Mariana en Ting niet dood waren geweest.'
Hij rukte zijn ogen los van de steil oplopende tramrails en staarde haar aan. 'Weetje het van mijn eerste vrouw?'
Bliss knikte. Haar ogen stonden vol verdriet - zijn verdriet. 'Ik weet dat ze zich van het leven heeft beroofd.'
Jake zei niets. Zijn gezicht leek uit steen gehouwen.
Ze dwong zichzelf verder te spreken. 'Ik zei het niet om je te kwetsen, maar om je gerust te stellen. Ik hou te veel van je om je pijn te doen.'
Hij keek op haar neer. Hij voelde het bekende vlies over zijn hart groeien, de bescherming van zijn innerlijk. Zij was er doorheen gedrongen, zoeven in haar flat. Voor het eerst in driejaar was hij open en kwetsbaar geweest. Dat was tenminste iets.
Hij wist dat ze probeerde permanent te maken wat nu slechts tijdelijk was. Hij wilde daarop reageren. Dat wist hij in de meest absolute zin. Maar het was te snel. Of hij kon het niet meer. Hij wist het gewoon niet, en die wetenschap was als een verlammende slag op zijn hart. Hij vroeg zich af hoe diep de Sumchun hem had verwond. En of hij zich er ooit van zou herstellen.
Hij deed zijn mond open om iets te zeggen toen de rails begonnen te gonzen. Boven zijn hoofd begon de tramdraad te zingen. Hij keek op zijn horloge.
'Daar komt-ie,' zei hij. 'Wees op je hoede.'
David Oh aarzelde van ongeloof. Hij kende de drie. Taiwanezen. Deze twee waren uit Shanghai. Bij alle grote en kleine goden, dacht hij, hoeveel hebben ze er achter me aangestuurd?
Automatisch trapte hij met een zwaargespierd been naar een van de Chinezen. Hij voelde de schok toen de neus van zijn schoen de man aan de binnenkant van diens dijbeen trof, recht op de zenuwknoop. Het been viel onder de man weg en hij greep het beet, met een grimas van pijn op zijn gezicht. Hij droeg een zonnebril. De tweede Chinees hield de strak opgerolde paraplu als een speer voor zich uit.
David Oh hoorde een scherpe klik boven het zware geronk van de tramwagen uit. Ontsteld zag hij het twintig centimeter lange mes uit het uiteinde van de paraplu steken.
Op het laatste moment dook hij opzij. Hij voelde de hete wind van het minizwaard langs zijn linkeroor gieren. Meteen zwaaide zijn arm omhoog in een poging met de zijkant van zijn hand het wapen doormidden te slaan. Er kwam een knik in, maar het brak niet.
Toen haalde de Chinees uit voor een tweede stoot. David Oh schoot van zijn zitplaats. Zittend was hij ernstig in het nadeel geweest. Toen de Chinees op hem afkwam, stampte hij met zijn voet op zijn wreef. Hij zette zijn hele gewicht erachter. Hij draaide met de stalen hak van zijn schoen tot hij de middenvoetsbeentjes krakend hoorde versplinteren.
Tegelijkertijd vouwde hij zijn handen samen en sloeg omhoog uit zijn rechterheup. Hij raakte de Chinees vlak onder de oksel; iets te hoog om een rib te breken, maar voldoende om hem uit evenwicht te brengen. David Oh zwaaide met hem mee, met zijn voet nog steeds op de voet van de ander totdat hij de enkel hoorde breken. Ramde zijn elleboog onder de kin van de Chinees, zoekend naar luchtpijp en ringvormig kraakbeen. De Chinees lag wanhopig te kronkelen, wetend dat hij binnen enkele seconden dood zou zijn als zijn tegenstander kon doorduwen. Zijn vingers lieten het nutteloze parapluzwaard los en tastten tussen de rollende lichamen naar een zenuwknoop. David Oh voelde de verraderlijke pijnvlam en wist dat de Chinees een zenuwcentrum te pakken had. Maar nu zat zijn elleboog helemaal onder
's mans kin. Nog even en hij zou het kraakbeen verbrijzelen. Het was gevaarlijk om de aanval van de ander te negeren, maar David Oh moest wel. Hij kon nu zijn voordeel niet prijsgeven. Hij betwijfelde of de Chinees hem nog eens zover zou laten komen.
Het gonsde in zijn hoofd. Bijen suisden als loden gewichten door zijn hersens. Zijn coördinatievermogen nam af. Hij wist wat hij moest doen, maar het werd meer en meer een herculische taak om de bevelen door te geven aan zijn armen en benen. Vlekken dansten voor zijn ogen, terwijl de Chinees, wetend dat het einde nabij was, zich uit alle macht inspande in deze laatste vertwijfelde greep naar het leven.
Kleverige zwartheid in David Ohs ooghoeken. Hij kon zijn benen niet meer voelen, en hij wist dat de verlamming nu snel naar zijn armen zou opkruipen. En dan zou hij geen kracht meer in zijn elleboog hebben. David Oh dreigde het bewustzijn te verliezen. Hij was zo ver heen dat hij zijn innerlijke zelf van zijn lichamelijk omhulsel kon onderscheiden. Hij wist niet meer wat hij deed.
Zweet prikte in zijn ogen, bracht hem enigszins terug in de realiteit. Hij voelde zijn hart worstelen om zijn adrenalinepeil te handhaven. Hij voelde de hete adem in en uit zijn pijnlijk zwoegende longen gieren. Toen wist hij dat het er slecht voor hem uitzag. Concentreer je! beval hij zichzelf.
Zag de scherpe punt van zijn elleboog tussen kin en borst van de Chinees, en met een schok golfde zijn kracht in hem terug.
Leunde met het volle gewicht van zijn bovenlichaam op zijn elleboog, voelde hem opeens in zacht vlees en kraakbeen verzinken. Meteen voelde hij hoe zijn zenuwcentrum tot rust kwam, maar hij begreep het nog niet. Hij hijgde; de lucht was zwaar van angst en een teveel aan adrenaline. Hij sidderde van binnen, wetend dat hij bijna dood was geweest, en dat hij een mens had gedood.
'Boeddha,' kreunde hij, terwijl hij de brandende striemen rondom zijn zonnevlecht begon te masseren.
Met een dierlijk gegrom knakte David Ohs hoofd achterover toen de staaldraad om zijn nek werd geslagen. Hij was de andere Chinees vergeten!
Hij begon te hoesten; zijn zuurstoftoevoer werd grotendeels afgesneden. De paniek die door hem heen joeg dwong hem beide handen op te tillen om te proberen de draad uit het zachte vlees van zijn keel te trekken. Hij deed precies wat hij had geleerd niet te doen in zo'n situatie. Het was tijdverlies om te proberen de wurgstrop weg te trekken. Hij had geleerd niet aan de strop te denken en zich op de aanvaller te concentreren. Stel hem buiten gevecht, dan verdwijnt de strop vanzelf.
Het doodsbange dier wist alleen dat het door iets verstikt werd, en dat het dat tot elke prijs moest wegtrekken.
Misschien kwam het door het zachte lachje in zijn oor dat David Oh de tegenwoordigheid van geest van een veteraan hervond. Hij rook knoflook en drop in smerige walmen en zijn maag keerde zich om. Het probleem was dat hij nog niet goed hersteld was van de aanval op zijn zenuwknoop. Hij kon zijn benen nauwelijks bewegen. Ze voelden aan als dode gewichten. Grommend liet hij zijn brandende keel los. Hij dwong zichzelf het feit te negeren dat hij nu helemaal geen lucht meer binnenkreeg. Zijn luchtpijp stond in brand. Zijn longen kermden om lucht. Hij stikte in zijn eigen koolzuur. Hij hoorde het zingen in zijn oren, de sirenenzang van zijn eigen pompend bloed. Alle geluiden werden vervormd. Zijn ogen begonnen uit te puilen.
Het enige dat hem redde was het remmen van de tram. Het kwam onverwacht en de greep van zijn aanvaller verslapte heel even. Toen David Oh zich hersteld had was zijn kans al bijna verkeken. Hij graaide achter zich en kreeg de jaspand van de ander te pakken. Met zijn laatste krachten rukte hij naar beneden. Daardoor werd de strop zo aangetrokken dat hij het uitrochelde van pijn. Maar de Chinees verloor zijn evenwicht.
Heel vaag hoorde David Oh de bons. Hij moest tweemaal tegen zichzelf zeggen dat het het geluid van een vallend lichaam was. Langzaam, pijnlijk viel hij op handen en knieën. Hij hapte naar adem als een vis op het droge. Alle kleur was uit zijn gezicht weggetrokken. Zijn van zuurstof verstoken hersens voelden aan alsof ze zouden ontploffen.
Op de vloer van de tram grabbelde hij naar de draad die zijn keel snoerde. Toen voelde hij dat hij omlaag werd getrokken, als een hond aan een lijn. De Chinees had de uiteinden van de strop weer beetgegrepen en nu begon hij, met zijn gezicht vlak voor dat van David Oh, opnieuw druk uit te oefenen op strottehoofd en luchtpijp.
David Oh had nauwelijks genoeg kracht over om zich teweer te stellen. Nu kreeg hij de drop en knoflook recht in zijn gezicht en hij stikte bijna in zijn walging toen hij zwaar kokhalsde.
Hij was zo duizelig dat hij geen besef van boven of beneden meer had. Hij voelde zich gewichtloos, net als even tevoren hangend tussen hemel en aarde. Alleen voelde hij zich nu veel dichter bij de hemel. Hij wist dat hij het bewustzijn dreigde te verliezen - wist ook dat aan de andere kant van die sluimer de dood lag. Dat mocht niet gebeuren. Met grote hammen van knuisten ramde hij op het gezicht van de Chinees, harder en harder totdat het bloed begon te stromen toen hij de huid opensloeg en het vlees eronder beschadigde.
De Chinees werd verblind door zijn eigen kleverige bloed, maar hij liet de strop niet los. Al zijn energie was op dat koord geconcentreerd; zijn enige gedachte was om de draad zo strak mogelijk aan te trekken. Dood was in zijn hart, geen verlangen om te leven.
Maar David Oh vocht door. Hij was zich niet meer bewust van tijd of plaats. Er was alleen leven en de leegte die daarop volgde. Hij draaide zijn duimen naar buiten als lepels en stak ze venijnig in de oogkassen van de Chinees. De man gromde slechts, waar ieder ander gejankt en om genade gesmeekt zou hebben. De Chinees had zichzelf ongevoelig gemaakt voor alle consequenties. Hij wist wat hij doen moest en deed het. Met een laatste wanhopige inspanning leunde David Oh voorover, trok zijn schouders op, en duwde zijn spatelvormige duimen diep in de zachte kassen. De oogballen spatten uiteen toen David Oh, jankend van angst en razernij, zijn nagels zo ver mogelijk door weefsel en kraakbeen stak. De dood kwam, en de Chinees lag wild onder hem te schokken. Er was niets meer in hem over dan de zwakke zenuwstroom en reflexieve trekkingen van spieren die de laatste opdracht van de op slechts één doel geconcentreerde hersens uitvoerden. De vuisten, wit van moeite en inspanning, bleven aan de uiteinden van de strop trekken. Zelfs in de dood gaf de Chinees het niet op. Hij was David Oh aan het doden alsof hij een ondode duivel was, verrezen uit een graf in een lugubere horrorfilm.
Jake wist dat er iets niet in de haak was in de stijgende tramwagen op het moment dat deze vaart minderde voor het Peak station.
Hij zag de voorovergebogen gedaanten door de ramen, herkende de zwarte spatten op diezelfde ramen: bloed.
'Jezus Christus,' fluisterde hij, en hij sprintte op de wagen af. Uit de mist van de berghelling rees de tram naar hem op. Hij glansde van regendruppels. Nevelslierten hingen langs de zijkanten. Langzaam kwam de tram het station binnenrijden.
Jake rende ernaast en bonsde met zijn vuisten op de deur. Bliss holde achter hem aan. 'Doe open!' schreeuwde hij in het Kantonees.' Dew neh loh moh, doe die deuren open!'
Eindelijk kwam de tram tot stilstand. De deuren gleden open, Jake en Bliss stoven naar binnen. Zijn nekharen gingen overeind staan. Het inwendige stonk naar bloed en weeë doodswalm. Zonder zich te bedenken rende hij door de wagen naar voren, waarbij hij over het voorovergeworpen lichaam van een jonge Chinees sprong. Trapte met de hak van zijn schoen in het gezicht van de tweede Chinees en bukte, wrong 's mans verkrampte vingers een voor een los van de uiteinden van de strop.
'David,' snikte hij. 'O mijn God! David!'
Bliss pakte de draad en begon hem los te winden. David Oh kreunde. Bloed sijpelde uit het midden van de paarszwarte striemen. De hals was al twee keer zo dik als normaal.
Jake probeerde David stil te houden terwijl de jongere man naar lucht hapte. De zwelling was kennelijk zo ernstig, dat er geen lucht door de luchtpijp naar binnen kon. Met het uiteinde van de strop maakte hij een incisie in het vlees, die hij met een houtspaander opende, zodat de lucht onbelemmerd naar binnen kon stromen.
'Kalm blijven liggen,' zei hij. David Oh lag hevig te trillen. Zijn haar was door zweet en bloed tegen zijn schedel geplakt. Hij kokhalsde en huilde tegelijk.
Jake ondersteunde zijn hoofd terwijl Bliss een ziekenhuis ging bellen. Even later kwam ze terug met de mededeling dat de ambulance onderweg was.
'David.' Jake probeerde hem overeind te tillen, maar David Oh schreeuwde daarop zo erbarmelijk dat Jake het opgaf. 'David,' fluisterde hij.
David Ohs ogen waren glazig, hun rijke zwart waterig. Hun hoofden raakten elkaar aan. Jake wiegde de jongere man in zijn armen. David Oh raapte zijn laatste krachten bijeen.
'Luister...' Zijn stem stierf weg en zijn oogleden trilden. Met uiterste inspanning keek hij in Jakes ogen. 'Beridien, Donovan, Wunderman. Een van hen weet.. .heeft hiervoor gezorgd ... met Stallings hetzelfde.. .'Zijn ogen vielen dicht, en toen ze weer opengingen, waren de pupillen verwijd van de pijn. Het was zo moeilijk om te spreken. De smaak van bloed en gal was metaalachtig in zijn mond. Zijn keel liep vol.
'Heb je gemist, Jake.. .Niemand om mee te praten .. .Zomaar weggaan zonder iets te zeggen ... Ik dacht dat je me meer vertrouwde.'
'Met vertrouwen had dat niets te maken, David. Het was iets dat ik alleen moest doen.'
'Hetzelfde als... als bij de Sumchun.'
Hij zweeg even. Zijn ademhaling kwam gierend en onregelmatig. Bloed droop uit zijn mondhoek. 'Ik heb het gevoel alsof ik helemaal volloop.' Hij huilde. 'Het spijt me, Jake. Wat er met jou gebeurd is... daarginds ... wou dat het nooit gebeurd was. Je bent mijn vriend. Mijn vriend...'Zijn spieren verstijfden. Opeens, het begin. Jake had het eerder gezien. M mi tuofol' Gebroken vuisten, als klauwen in Jakes armen begraven. 'O
Boeddha!' Zijn ogen spalkten zich open en Jake zag het einde van de pijn naderen, de rand van de dood.
'David -'
'De huoyanl Niet vergeten: de huoyan, Jake!'
In de dood was geen pijn meer. Dat was de enige zin die Jake in Davids sterven kon ontdekken.
Terwijl hij het levenloze lichaam vasthield, waren zijn gedachten niet bij de onthullingen die David Oh hem had gegeven. Zeven jaar lang was Jake David Ohs mentor geweest. Het was vreselijk om te weten dat deze man was gestorven terwijl ze van elkaar waren vervreemd. Het was met hem net zo als het met Mariana was geweest.
David, dacht Jake nu, ik heb jou ook gemist. Ik zal je altijd missen. Je was als een broer voor me. Omdat je zo dicht bij me stond, heb ik jou het meest gekwetst. Net als Mariana. Dat kwam door de Sumchun, daar had je gelijk in. Daar begon ik te sterven. De dood van Mariana, de dood van de dantai, en nu jouw dood. Stukje bij beetje, totdat ik meer dood dan levend ben. Op dat moment voelde hij het lichaam van Bliss tegen zich aan. Zelfs in deze situatie was haar vlees als vuur waar het hem aanraakte. Zijn bloed ging sneller stromen. Bliss.
'We kunnen beter maken dat we wegkomen,' zei Bliss. 'Daar komt de kaartjescontroleur aan.'
Haar dwingende woorden haalden hem terug naar het heden. Meteen schoten de laatste woorden van David Oh hem te binnen. Niet vergeten: de huo yan. Het 'beweeglijke oog' in wei qi. Wat had hij daarmee bedoeld?
'Kom mee! Kom mee!'
Bliss pakte zijn hand, trok hem overeind. Toen ze de wagen uitsprongen trof een andere gedachte hem als een slag. Nu de Quarry David Oh had gevonden en geëlimineerd, was het zeker dat hij hun volgende doelwit zou zijn.
Shanghai/Hongkong-Centraal-China-Shanghai/
Japanse Hooglanden
ZOMER 1937-LENTE 1947
Negentig jaar lang hadden de buitenlandse taipan over Shanghai geheerst. Nu waren ratten en straathonden de baas in de met puin en lijken bezaaide straten. De tai pan, die in de voorbije jaren hun fortuin hadden gemaakt met thee, opium, zijde, scheepvaart, rubber, onroerend goed en zilver afhankelijk van het decennium - trokken zich nu terug op de daken van hun witte gebouwen aan de Bund. Daar zagen zij door verrekijkers hoe hun stad werd verwoest.
De Japanners rukten op. Generalissimo Tsjiang had besloten zich in de stad tegen de indringers teweer te stellen, ook al omdat hij wist dat hij in Shanghai de internationale aandacht op zich zou vestigen. Vanzelfsprekend deden de tai pan alles wat in hun macht lag om de Chinezen ervan te weerhouden de Japanners te bevechten, in de stellige wetenschap dat deze oorlog Shanghai - en daarmee hun toekomst voorgoed zou ruïneren. Maar in deze donkere, militaristische dagen waren de taipan vrijwel al hun macht kwijtgeraakt. Opnieuw waren ze vergeten dat ze op vreemde bodem stonden. De illusie die het bestaan van de Internationale Kolonie bij hen had teweeggebracht, had hun arrogantie nog doen toenemen. Maar ditmaal werden ze door de Chinezen volkomen genegeerd. De onberispelijk geklede taipan drukten hun kijkers tegen hun ogen en zagen tot hun ontzetting hoe de bommen begonnen te vallen. De eerste boorde zich door het dak van het Palace Hotel, dat vol buitenlandse en Chinese gasten zat. De tweede ontplofte op straat, vlak voor het Cathay Hotel. De verwoesting was verschrikkelijk. 729 mensen vonden de dood. Nog eens 861 werden ernstig gewond. Alles in nauwelijks negentig seconden tijd.
Athena en Jake, op veilige afstand van de plaats van het vreselijke bloedbad, voelden het getril van de inslaande bommen. Als Athena al iets dacht, meende ze dat het een aardbeving was. Haar in zichzelf gekeerde bewustzijn vertaalde het gedreun niet dat haar oren hadden opgevangen. Sinds de avond van het voorval met Zilins maïtresse was ze volkomen veranderd. Vol afgrijzen over wat ze een medemens had aangedaan was ze met Jake naar Zilins werkkamer achter in het huis gevlucht. Terwijl ze daar op zijn terugkeer had zitten wachten, had ze veel tijd gehad om over haar daden en haar tegenstrijdige emoties na te denken.
Het was de eerste keer geweest dat ze had gezien hoe intense vrees in haat kon veranderen. Haar eigen agressie joeg haar angst aan. Ze had zich nog nooit zo eenzaam en bang gevoeld als in die lange nacht. Athena had uren gewacht, maar Zilin kwam niet. En ook de bedienden, in paniek geraakt door het begin van de gevechten en de geruchten over de dreigende nederlaag van de stad, lieten zich niet meer zien. Het hart van het grote huis klopte nog, maar Athena was er al doof voor geworden.
In het bleke licht van de grauwe ochtend was ook Sheng Li verdwenen. Als verdoofd zag Athena de opgedroogde bloedvlekken op de vloer, onuitwisbare bruine tatoeages op Zilins kostbare tapijten. De ijzeren pook lag nog waar ze hem had neergegooid, met verkleurde punt. Toen ze dat zag prevelde ze: 'God in de hemel,' draaide zich om en holde met haar hand tegen haar mond gedrukt naar de badkamer, waar ze in de witte porseleinen wasbak braakte.
Tien minuten lang gooide ze met trillende handen ijskoud water tegen haar gezicht. Toen ze weer in Zilins werkkamer kwam, zat Jake op het bureau van zijn vader te spelen. In zijn handjes had hij een grote, stijve envelop. Jake keek op toen ze binnenkwam, stak een hoek van de envelop in zijn mond, mummelde erop met bloot tandvlees.
Toen ze hem de envelop afpakte, begon hij te huilen. Athena tilde hem en op kuste hem op zijn hoofd. Met het kind op haar heup draaide ze de envelop om en las: 'Mijn liefste Athena,' in Zilins zorgvuldige Engelse schrift. Nu begon ze te huilen, wetend dat ze de bevestiging in haar hand hield van wat ze, in haar nachtelijke verschrikking, al had vermoed: dat haar man niet meer zou terugkomen.
Haar handen trilden zo hevig dat ze in haar vinger sneed toen ze de envelop wilde openen. Er stonden drie regels op het briefje: de vindplaats van Zilins verborgen safe en, in de laatste regel, de combinatie van het slot. Ze zette Jake onder het bureau, zijn lievelingsplekje, en ging op haar hurken voor een gelakt kastje zitten. Achter valse deurtjes vond ze de safe, die ze met behulp van Zilins combinatie opende. In de safe ontdekte ze twee kilo goud, drie kilo zilver, en een klein, in zijde gehuld pakje. Dit laatste was Jakes erfdeel. Toen ze de zijde had afgewikkeld lag er een lavendelkleurige jade scherf in haar hand. Het leek haar een deel van een uitgesneden beest, al had zij nooit zo'n dier gezien.
'Deze fu,' stond op een bijgevoegd kaartje, 'is mijn zoons geboorterecht en moet bij hem Wijven, ongeacht wat hem overkomt. In de verre toekomst, wanneer hij meerderjarig is, zal hij misschien aanleiding hebben er gebruik van te maken. Als dat gebeurt, mijn Athena, zal het betekenen dat ik ben geslaagd in mijn opzet.
Ik houd van je, maar helaas, ik houd meer van China. Misschien kun je dit begrijpen. Niet nu, vermoed ik, maar later. De tijd heelt gebroken harten.' Het was getekend met Zilins zegel in vermiljoenkleurige inkt. Maar althans in dit laatste opzicht vergiste hij zich. Niets kon Athena's gebroken hart helen. Zilin was haar leven geweest. Als hij er niet was geweest, zou ze China al gauw weer hebben verlaten.
Nu zat ze gevangen door de oorlog. De Japanners belegerden de stad. Ze dacht niet meer aan zichzelf, maar alleen aan haar baby. Twee maanden lang koesterde ze de weelde die haar enige herinnering aan Zilin vormde. Ze bemoeide zich zo weinig mogelijk met anderen en verliet het huis alleen af en toe om eten en kleren te kopen. Rondom haar was de evacuatie van de stad begonnen. De gezinnen van de westerse taipan werden in veiligheid gebracht, terwijl de mannen op hun post bleven, in de veilige wetenschap dat de Britse torpedojager Duncan, met zijn contingent mariniers, bij de Shanghai Club op hen lag te wachten. In hun vaag verlichte, met hout afgezette toevluchtsoord aan de Bund, ver van de zandzakkenbarricaden waar Chinezen en Japanners elkaar dood schoten, staken en knuppelden, spraken de taipan over het einde van de wereld. Hun wereld. Het kon ze niet schelen wie deze stompzinnige oorlog won. Als de Japanners wonnen zouden zij proberen de tai pan te doden, als de Chinezen door een wonder als overwinnaars uit de strijd te voorschijn zouden komen, zou Tsjiang hen de zee injagen. Hun tijd in dit land was hoe dan ook voorbij. Dat verhinderde hen echter niet hun kristallen glazen te heffen en met grote teugen Scotch en brandewijn te toosten op het einde van een tijdperk.
Athena's leven was een aaneenschakeling van ellende. Overdag spande ze zich in om Jake bezig en op zijn gemak te houden, 's Nachts lag ze wakker in een halfduister, dat verlicht werd door nimmer dovende vuren. De geur van rook was nooit uit haar neusgaten en het geknetter van vuurwapens klonk als een oorverdovende litanie.
Op een dag ging Athena met Jake boodschappen doen. Het was de minst kwade van twee keuzen; ze zou hem nooit alleen thuis hebben gelaten. Ze koos het middaguur, omdat het dan het drukst was in de verwoeste stad, met drommen winkelende mensen op de Nanking Road. Ze was juist uit Sincere's gekomen en stak de weg over naar het Wing On warenhuis, toen haar oren een vreemd bromgeluid opvingen.
Het was hetzelfde geluid dat haar rusteloze slaap kwelde in nachten die vol waren van het zweet van hitte en angst. Ze wist instinctief wat het was voordat iemand om haar heen het besefte. Zonder iets te zeggen griste ze Jake van de straat, klemde hem tegen haar borst, en rende tussen de riksja's en vrachtwagens door. Bij elke stap, leek het wel, werd ze tegengehouden, en later, in de teisterende visioenen van deze momenten, zou ze steeds weer het gevoel hebben dat ze was gevangen in een droom.
De tijd werd elastisch. Ze probeerde mensen opzij te duwen. Ze liep tegen de stoffige zijkant van een auto aan. Mensen schreeuwden naar haar, smeten Chinese scheldwoorden naar haar hoofd. Haar voeten bleven steken in de modder, alle energie verliet haar benen. En voortdurend werd ze gepijnigd door dat vreselijke metaalachtige gebrom, dat steeds luider werd totdat het haar hersens vulde. De dood kwam naderbij. Athena schreeuwde het uit van opkomende paniek. Mijn baby! dacht ze. O God, red tenminste mijn baby!
De grote schaduw van het vliegtuig schoot uit de gele hemel op hetzelfde moment dat de bom viel. In haar latere visioenen herinnerde Athena zich dat ene ogenblik van doodse stilte toen de hele aarde de adem scheen in te houden.
Toen verging de wereld.
Sincere's viel uiteen in een vlammenbrakend inferno. Athena hoorde het gekerm van de klanten als een koor van verdoemden. De aarde barstte open aan haar voeten en ze werd weggeslingerd door de geweldige schok van de ontploffing. De hele muur waar ze tegenaan werd geworpen was rood. Bloed en stukjes roze vlees dropen van de stenen, alsof alle mensen in de onmiddellijke omgeving van het ene moment op het andere waren gesmolten. Beschermend boog Athena zich over Jake heen, met een schouder en een knie tegen de natte stenen. De stank van heet bloed en faecaliën deden haar kokhalzen. Het was een fysieke aanwezigheid op deze plek, een afgrijselijk spook dat door de stad waarde.
Jake krijste het uit van de verstikkende walmen, en Athena legde instinctief haar hand op zijn hoofd. Ze fluisterde in zijn oor. Toen begon de muur van Wing On, waar ze tegenaan was geworpen, te verbrokkelen. Athena hoorde het gerommel boven haar hoofd, maar ze besefte niet wat het was. Haar instinct zei dat ze moest opstaan en wegrennen, maar ze bedwong haar vrees en bleef waar ze was. Als ze was weggevlucht, zouden zij en Jake onder de instortende stenen muur zijn bedolven.
Athena voelde het metselwerk trillen. Ze dacht dat de hemel naar beneden kwam. Een vreselijke druk deed de binten splijten, en zonder steun kantelde de muur als een vloedgolf naar buiten.
Zij die nog op straat waren, opeengepakt en verdwaasd wegvluchtend van de verwoesting van Sincere's, werden onder het gewicht verpletterd. Een lawine van stenen, kalk, versplinterd hout en glasscherven stortte met dodelijke vaart op hen neer. Ze kregen de tijd niet om te beseffen wat er gebeurde.
Athena's ineengedoken positie aan de voet van de muur was de beste die ze had kunnen kiezen. Het lot van de honderden om haar heen werd haar bespaard. Een verdwaalde baksteen trof haar op de slaap; de rand ervan maakte een lange, diepe snede van haar schedel boven de haarlijn tot aan de rechterwenkbrauw.
Bloed gutste over haar gezicht en Jake werd wild van schrik. Eerst was ze zo versuft dat ze niet begreep dat het nu haar eigen bloed was, en niet meer de drek die de muur had besmeurd in de laatste ogenblikken voor de instorting.
'Wat?' stamelde ze. 'Wat?'
Het denken viel haar zwaar. Minuten lang wist ze niet waar ze was. Het leek wel alsof ze onder water moest ademhalen. Ten slotte werd ze gevonden door een reddingsploeg die zich een weg door het slijkerige puin baande. Twee mannen trokken haar voorzichtig uit de kleine holte waar ze lag. Zelfs toen wilde ze Jake nog niet loslaten.
Ze brachten haar naar een ziekenhuis, waar haar wond werd gereinigd, gehecht en verbonden. De overwerkte artsen vroegen haar die nacht in het ziekenhuis te blijven met het oog op een eventuele hersenschudding. Natuurlijk niet in een kamer of op een afdeling, die alle overvol waren met mensen die ernstiger gewond waren, maar in de gang waar de patiënten elkaar verdrongen, in verband gewikkeld, duizelig en wankelend. Athena vluchtte weg uit deze verschrikking met Jake op haar heup, ervan overtuigd dat haar baby geen moment langer dan noodzakelijk was aan zo'n omgeving blootgesteld mocht worden.
De baksteen had meer schade toegebracht dan alleen de nu verbonden wond. De huid eromheen werd zo zwart en blauw, dik en gezwollen, dat de rechterkant van haar gezicht onherkenbaar werd. Jake was doodsbang als hij haar zag en Athena kon niets doen om hem te kalmeren. Hij verdroeg het niet meer dat zij hem vasthield, of zelfs voor hem zong, wat hij altijd het fijnst van alles had gevonden. Het leek alsof hij dacht dat een vreemde het huis was binnengedrongen, iemand die deed alsof ze zijn moeder was. Athena was zich er niet van bewust dat de zwelling haar stembanden aantastte; dat haar stem was veranderd in een schor gerasp.
's Nachts zat ze met haar gezwollen hoofd in haar handen, de seconden afmetend aan het bonzen. Op zulke momenten hoorde ze niets anders dan het geluid van het stromende bloed in haar aderen. Diep verzonken in de werking van haar lichaam was ze zich niet bewust van haar steeds grotere afstand tot de wereld.
Overdag gebeurde het wel dat ze zich niets kon herinneren. Dan schrok ze en sprong op, staarde naar Jake of naar buiten uit het stoffige raam. Ze was een tabula rasa. Geen gedachte flikkerde in haar brein, geen emotie. En dan, alsof er een knop werd omgedraaid, stroomde heel haar leven in haar terug: herinneringen, gedachten, emoties. Die toevloed was dan veel te intens om ineens te absorberen. Urenlange, onbedwingbare huilbuien waren het gevolg.
En Jake zat op het bureau van zijn vader alsof het een groot gevleugeld sprookjesros was, en sloeg haar stil gade. Hij was niet langer bang voor haar. Naarmate de zwelling slonk zag hij dat dit inderdaad zijn moeder moest zijn. Maar de emotionele band die tussen hen had bestaan tot het moment waarop de muur van Wing On rondom hen was ingestort, was verdwenen. Hij bekeek haar met dezelfde intense maar afzijdige nieuwsgie-righeid waarmee hij iedereen bekeek wanneer hij buiten was. Hij vroeg zich af wie zij was.
Op een nacht schrok Athena wakker. Ze schoot overeind in bed. Ze had het gevoel dat ze wakker was geweest en nu sliep. Er hing een vreemde, tijdloze sfeer in de slaapkamer. Het was de nacht van de volle maan en na een week van slecht weer was de hemel nu volkomen helder. Ze merkte dat ze naar het raam tegenover haar bed zat te staren. Niet erdoorheen maar ernaar. Een zilveren manestraal boorde zich door de duisternis, een glanzend schijnsel op de vloer, op het kleed onder haar voeten. Het maanlicht leek voor haar ogen te trillen, alsof het een eigen leven bezat. Het leek haar toe te zingen, een lied, zo bekend dat de tranen in haar ogen sprongen. Welk lied?
Als in trance kwam Athena uit bed en liep op blote voeten door de kamer. Ze ging bij het raam staan. Langzaam legde ze een hand op de vensterbank. Het zilveren licht viel erop.
Met dezelfde kalmte sloeg ze haar ogen op en volgde de lichtstraal omhoog. Ze zag de glanzende schijf van de maan. De hemel eromheen was absoluut doorschijnend.
Ze slaakte een kreet toen de eerste van haar visioenen haar trof met de kracht van een slag. Ze wankelde, viel achterover. Ze lag languit in het maanlicht, terwijl haar geest tot in details de verwoesting op Nanking Road herschiep, vanaf het moment dat ze het vliegtuig had gehoord tot de instorting van de muur.
Toen het visioen van haar week, staarde ze nietsziend omhoog in het maanlicht. Nu zong het zo luid in haar geestesoren dat ze doof was voor alle andere geluiden. Een lofzang, dacht ze. Het maanlicht zingt een lofzang. Het was dezelfde lofzang die haar broer, Michael, placht te zingen als hij thuiskwam van het seminarie. Toen had ze hem altijd zo bespot, en ze was elke zondag opzettelijk het huis uitgeglipt zodat haar moeder haar niet kon vragen hem naar de kerk te vergezellen. In die tijd had ze de godsdienst gehaat. Ze had de roepstem niet gehoord.
Iets van de kracht van de godsdienst was haar in China duidelijk geworden. Ze zag hoe Michaels geloof hem gelukkig had gemaakt, onkwetsbaar voor het hartzeer van het grote, geheimzinnige continent. En eindelijk begreep Athena waarom ze Shanghai niet had willen verlaten terwijl rondom haar de evacuatie was begonnen. Haar visioen had haar het antwoord gegeven. Haar bestemming was hier; ze moest de zieken helpen, de armen en gewonden. De artsen waren hier om hun lichamelijke wonden te verbinden, maar iemand moest Gods licht dragen en hun geestelijke pijn verzachten.
In haar euforie meende Athena dat ze Gods plan kon bevatten. Michaels dood moest een betekenis hebben. Ze was ervan overtuigd dat dit het was. Zijn voorbeeld werd nu geopenbaard in haar. Michaels geest zou voortleven in zijn geliefde China, door haar. De warmte van het maanlicht, die ze nu begon te voelen, stroomde door haar heen. De zielefoltering waarmee ze had geleefd sinds de nacht dat ze Sheng Li had gebrandmerkt was verdwenen.
Ze had gezondigd, had geboet, en was verlost door de roeping van haar overleden broer. Nu was de wereld haar deel. Ze was niet meer alleen, richtingloos, bevreesd. Haar geloofsopenbaring had al die kwellingen verjaagd en haar van schuld verlost. Ze voelde zich niet meer neergedrukt door angst of berouw. Ze was van haat gezuiverd.
In de drie daaropvolgende maanden ging Athena de straten op, nadat ze zich zo lang verscholen had in het huis dat haar man voor haar had laten bouwen. Ze predikte haar reddende evangelie aan iedereen die wilde luisteren en aan velen die niet luisterden.
Er was werk in overvloed voor haar. Shanghai was een leeg omhulsel geworden, waar enkel het geluid van kanonnen en geweren dof weergalmde. De Japanners stuurden steeds meer versterkingen. Langzaam maar zeker werd Tsjiangs dappere maar kleine leger teruggedrongen door het afval en puin van wat eens de grootste stad van het continent was geweest. Shanghai was een lijk, even rauw en bloedend als de vele gewonde inwoners. Vaak stak Athena Suqiao Creek over om de Chinezen in het zuiden van de stad bijstand te verlenen. Velen van hen waren stervende, sommigen langzaam, anderen snel. Athena probeerde allen troost te bieden. Ze waren verbaasd dat zij Kantonees sprak. Velen sloegen geen acht op haar woorden, omdat ze niet konden geloven dat een buitenlandse duivelin hun taal zo vloeiend beheerste. Maar er was niemand die niet geroerd werd door haar geestelijke hulp.
Ze schopte naar de alomtegenwoordige honden en ratten die dit deel van Shanghai in bezit hadden genomen. Jake leerde altijd een stuk hout bij zich te hebben om ze de kop in te slaan.
De herfst was stervende, even zeker als de stad stervende was. De winter was op komst, en daarmee kwam een eind aan het verzet van de generalissimo. In november beval Tsjiang zijn troepen om de posities die ze zo lang hadden ingenomen prijs te geven. Ze trokken zich snel terug en de Japanners rukten triomfantelijk Shanghai binnen. Met negentigduizend man kwamen ze de Yangzi-vallei in en achtervolgden de vluchtende Chinezen. Ze betraden een stad die beroofd scheen van levensadem. De rook van smeulende branden hing nog in de lucht. Een afschuwelijke stilte overdekte de stad nu de batterijen die elkaar maanden lang hadden bestookt hun bombardementen hadden gestaakt.
Grote delen van de stad waren verwoest. Hele straten waren verdwenen. Duizenden huizen en fabrieken waren met de grond gelijk gemaakt. Overal lagen lijken, wegrottend waar ze waren neergeworpen door de talloze explosies.
Van Brenan Road tot de Garden Bridge paradeerden zesduizend Japanse soldaten in hun uniformen. Allen droegen maskers tegen de rondwarende epidemieën. Op gezag van de nieuwe garnizoenscommandant droegen soldaten met megafonen de toeschouwers in de verslagen stad op om de overwinnaars verschuldigde eerbied te betonen 'door een buiging te maken en ons een goede dag te wensen'.
Athena, met Jake naast zich, moest met vreselijke smart aanzien hoe haar Chinezen zich mompelend neerbogen voor deze horde. Ze hoorde de kreten van afschuw en ontzetting van een miljoen Chinese voorouders. Hun pijn vlamde door haar heen zodat ook zij het uitschreeuwde. Een tel later was ze aan Jakes voeten ineengezakt.
Jake had zijn moeder nog nooit zo bleek gezien. Ze rook vreemd. Hij wilde haar niet aanraken. Hij keek zwijgend toe terwijl de man en de vrouw die zich aan de rand van de menigte toeschouwers bevonden, zich een weg naar zijn vooroverliggende moeder baanden. Hij zag hoe ze zich over haar heen bogen. De man, die hem heel oud leek, hield op een rare manier haar pols vast. Zijn lippen bewogen op een of ander innerlijk ritme. Misschien zong hij, maar volgens Jake was dit niet het moment om te zingen, zelfs geen lofzang.
'We nemen haar mee naar huis,' zei de man tegen de vrouw. Hij tilde Athena op in zijn gespierde armen. De vrouw stak Jake haar arm toe. Hij liet zijn hand in de hare glijden. Die was warm. Hij liep vlak naast haar. Ze rook lekker.
In hun huis hoorde Jake het lawaai dat zijn moeder maakte. Ze lag op een bed. Haar gezicht was glimmend en strakgespannen. Haar borst ging op en neer. De vrouw verzorgde haar; ze legde een natte, opgerolde doek op haar voorhoofd. Eenmaal probeerde ze Athena iets te eten te geven uit een kom. De vloeistof stroomde langs Athena's kin en hals, zodat haar kleren nog natter werden.
De man, die een vreemde zespuntige ster om zijn nek droeg, legde zijn grote handen op Jakes schouders en dwong hem niet naar zijn moeder te kijken. 'Heb je honger?' Hij had een raar accent dat Jake deed giechelen. Jake knikte.
Die nacht maakten ze hem fluisterend wakker.
'Je moeder wil je zien,' zei de vrouw. Ze rook zoetig. Jake nam haar hand en ging met haar mee.
Athena rook viezer dan ooit. Hij trok zijn neus op en probeerde zijn adem in te houden. Binnen dertig seconden hapte hij hijgend naar adem, zodat de vrouw in zijn hand kneep.
Hij zag het zweet van zijn moeders gezicht stromen. Waarom was ze zo heet? Hadden deze mensen geen handdoek om haar af te drogen? Opeens vlogen zijn moeders ogen open. In het licht van de olielamp die de man in zijn hand hield zag Jake de kleur van haar ogen, helderder en schitterender dan ooit.
Op dat moment kwam het contact terug, en hij wierp zich op haar zwoegende boezem. Nu wist hij zeker dat er iets verschrikkelijks zou gaan gebeuren.
De vrouw trok hem terug, hield hem vast, streelde de achterkant van zijn hoofd zoals Athena ook altijd deed.
'Jake.' Het was een gerasp als van schuurpapier. Hij hoorde zijn naam maar kon haar stem niet herkennen.
'Mama.'
Athena huilde. Haar dunne handen tastten onder haar drijfnatte jurk. Maar ze kon niet meer. Haar ogen gingen van Jake naar de vrouw. 'Help me,' fluisterde ze, en trok haar jurk open.
De vrouw zag het zakje dat aan een leren koord aan haar hals hing.
'Geef het hem,' zei Athena met moeite.
De vrouw liet Jake los en boog zich over Athena heen. Ze haalde het zakje van haar hals. Ze maakte het koordje los en haalde er een paar papieren uit. Ze keerde het zakje om boven Jakes handen. Er rolde een lavendelkleurig stukje jade uit.
'Zorg dat hij het altijd bij zich draagt,' zei Athena. Ze zuchtte diep, rochelend.
Jake staarde neer op het wezenloze gezicht van zijn moeder. Toen verdween het licht en duisternis omsloot haar gelaat.
Hij hoorde de zware stem van de man. 'We moeten hier weg. We gaan naar onze vrienden in Hongkong.'
In de duisternis voelde Jake de berusting van de vrouw. Hij tastte omhoog en nam haar hand.
De weg naar Mao leidde via Hu Hanmin. Dat had Zilin geweten vanaf het moment dat hij Shanghai verliet. Volgens zijn zegslieden was Mao na dertien jaar teruggekeerd naar de boerenakkers van het noodlijdende Hunan, als afsluiting van zijn politiek om de steun van de dichtbevolkte centrale provincies te verwerven.
Zilin wist dat hij niet plompverloren met zijn ideeën naar Mao kon toestappen. In feite had hij er in dit stadium geen enkele behoefte aan de aandacht van de opkomende communistische leider op zich te vestigen. Hij wilde eerst opgaan in Mao's organisatie en dan, als hij daar eenmaal voet aan de grond had, zijn filosofieën langzamerhand verbreiden. Het was essentieel dat Zilin zich aan Hu voordeed als een overtuigd communist. Als hij daar niet in slaagde zou hij zijn lange-termijnplan nooit ten uitvoer kunnen brengen. Hij vond het niet leuk om gebruik te maken van iemand die in andere tijden zijn vriend was geweest, maar hij hield zichzelf bitter voor ogen dat hij anderen, van wie hij meer hield dan van Hu, al veel meer had aangedaan.
Hij had met geld kunnen komen - iets dat Mao hard nodig had. Maar hij wist intuïtief dat dat een ernstige vergissing zou zijn. Om te beginnen zou hij daardoor meteen de aandacht trekken. Bovendien zou het hem verdacht maken. Zilin wilde niet dat zijn achtergronden werden uitgeplozen; hij had te lang als een kapitalist geleefd.
Wat Hu en Mao gemeen hadden - wat hen tot elkaar had gebracht - was hun liefde voor filosofie. Dus Zilin wist dat hij hen op diezelfde manier kon benaderen, maar daarbij zou hij een andere toon moeten aanslaan. Voor Mao was het Sun Tzu's De Kunst van het Oorlog voeren, waaruit hij voortdurend putte in zijn guerrillaoorlog tegen Tsjiang. Voor Hu was het Laotse, een filosoof wiens geschriften Zilin uitvoerig had bestudeerd, evenwel zonder zich erin te kunnen vinden.
Hij vond Hu zonder moeite. Hij werkte zij aan zij met de boeren op de akkers. Hij was ouder geworden, zijn brede gezicht was grauwer dan voorheen. Er waren rimpels in zijn huid gekomen, alsof elke dag met Mao hem had getekend.
'Ah, Shi Zilin!' riep Hu uit, toen hij zijn oude vriend herkende onder het stof en de eenvoudige kleren. 'Dus je bent toch gekomen.'
Zilin glimlachte. '"Niets is voor de mens zo afschuwelijk dan een eenzame, onwaardige wees te zijn"' zei hij, Laotse citerend. Hu wiste het zweet van zijn voorhoofd. Hij stonk naar harde arbeid. Hij kneep zijn ogen tot spleetjes. 'Heeft de oorlog in Shanghai je geruïneerd?
Ben je daarom hier?'
Zilin schudde zijn hoofd. 'Ik heb al mijn bezittingen een hele tijd geleden al van de hand gedaan. Ik heb geprobeerd mijn broers over te halen met me mee te komen, maar hun filosofische voorkeuren lagen in een andere richting. Zij zijn niet met Mai getrouwd geweest, zij hebben niet aan de voeten van Sun Zhongshan gezeten en zijn overtuiging in zich opgezogen.'
Hij haalde zijn schouders op. '"Soms is het goed om uiteen te gaan",'
besloot hij, opnieuw citerend.
Hu glimlachte behoedzaam. 'In dat geval...' zei hij, terwijl hij een boerenwerktuig optilde. Hij stak het Zilin toe. 'Als eelt zich begint te vormen, zal ik misschien leren begrijpen.'
Vijf maanden nadat Zilin in Mao's kamp was gekomen, vond de eerste serieuze aanval van de troepen van generalissimo Tsjiang plaats. Tot dan toe, vermoedde Zilin, had Tsjiang het te druk gehad met het likken van zijn wonden van het Shanghai-debacle - waarvan het nieuws hen tamelijk laat had bereikt - en met het recruteren van nieuwe soldaten uit de provincies die niet reeds onder Japanse heerschappij stonden.
Hij had een moeilijk moment doorgemaakt, toen hij voor zijn geestesoog de verwoesting van zijn stad zag. Maar hij wist dat zowel Athena als Sheng Li, elk op haar eigen wijze, sterke vrouwen waren. Hij had genoeg voor hen achtergelaten om zich erdoor te slaan. Hij wist dat ze alles zouden doen wat in hun macht lag om zijn kinderen te beschermen.
Het regenseizoen was al begonnen en veranderde de aarde in modder. De terrasvormige rijstvelden stonden onder water. Mao's strijdkrachten bevonden zich nu in een terrein dat in Sun Tzu's opvatting 'omsingeld' zou heten. Dat betekende dat het nauwelijks toegankelijk was, maar ook nauwelijks te verlaten. Kortom, als ze hier door Tsjiangs troepen betrapt zouden worden, zou Mao het onderspit delven.
Tsjiang was door zijn spionnen op de hoogte gebracht en rukte nu zo snel mogelijk op.
Daarom had Mao een volledige terugtocht gelast. Als hij zijn mensen maar door de smalle engte kon krijgen voordat Tsjiang er was, zouden ze veilig zijn. Het probleem was het lage tempo. Mao's soldaten waren uitgeput. Ze hadden dagelijks twaalf uur lang met de boeren op de akkers gewerkt. Ze hadden hun wapens afgelegd en, in navolging van zijn woorden, de hand aan de ploeg geslagen. Zilin was ervan overtuigd dat ze in of vlak na de engte door Tsjiangs verse troepen bereikt zouden worden. De gevolgen zouden vreselijk zijn.
'Er moet een betere manier zijn,' zei Zilin tegen Hu, terwijl ze op hun hurken gekookte rijst zaten te eten.
'De mannen volgen Mao,' zei Hu, en propte rijst in zijn mond. 'Dat hebben ze vanaf het begin gedaan. Ze geloven hem onvoorwaardelijk. Hij heeft zich nog nooit vergist.'
Tot nu toe, dacht Zilin. Hij keek somber naar de enorme vlakte die ze nog moesten oversteken om bij de engte te komen. Een of twee boerenvrouwen waren nog aan het werk, voorovergebogen, hun vuile katoenen rokken tot hun dijen opgetrokken. Ze stonden tot hun kuiten in de modder, en toen een van hen wegsjokte zag Zilin dat ze er tot haar knieën in zakte. Daar komen we nooit op tijd door, dacht Zilin. Het lijkt wel drijfzand. Hij hapte zo schielijk naar adem dat Hu stopte met eten en hem aanstaarde.
'Wat is er?' zei Hu bezorgd. 'Ben je ziek?'
'Integendeel,' zei Zilin. Hij stond op. 'Misschien heb ik een manier ontdekt om onze mannen te redden.'
Nu stond Hu ook op. Zijn rijstkom was vergeten. 'Wat bedoel je?'
'Luister,' zei Zilin. 'Jij gelooft dat Mao's strategie juist is, heyaT
Hu knikte. 'Ja.'
'Maar wat zal er gebeuren als we op Tsjiangs troepen stuiten terwijl we nog gedeeltelijk in de engte zijn, of zelfs als we er net uit zijn ?'
Hu zag er nog vermoeider uit dan anders. 'We zullen grote verliezen lijden. Veel goede mannen zullen sneuvelen. Maar onze zaak -'
'Ze hoeven niet te sneuvelen,' zei Zilin.
Hu zei niets.
Zilin wees. 'Zie je die vrouwen in de rijstvelden ? Zie je hoe traag hun bewegingen zijn?'
'Dat zijn vrouwen,' protesteerde Hu, 'geen mannen. En zeker geen soldaten.'
'Die vrouwen,' antwoordde Zilin, 'kunnen zonder te klagen tweemaal zoveel op hun rug dragen als onze mannen. Maar op het veld kunnen ze niet uit de voeten. Het is een modderpoel geworden.'
'Ja, dat zie ik.' Hu knikte. 'Slecht voor ons. Het zal ons ernstig vertragen.'
'En er is nog meer regen op komst.' Zilin keek Hu aan. 'Maar als die vlakte slecht voor óns is, moet je je eens voorstellen hoe het over zes uur is, wanneer Tsjiangs troepen er - aan het eind van hun lange dagmars doorheen moeten ploeteren.'
Hu keek hem niet begrijpend aan.
'En ze zullen erdoorheen moeten ploeteren, mijn vriend, als wij niet verder gaan. Als wij hier positie kiezen zodat zij door de rijstvelden moeten waden. En dan springen wij hen met al onze kracht op de nek.'
Hu zweeg; hij zoog Zilins woorden in zich op.
'Bovendien,' zei Zilin, de genadeslag toedienend, 'kunnen de boeren ons dan zien vechten. Ze zullen met eigen ogen zien hoe we het land verdedigen dat we hen al deze maanden hebben helpen bewerken. Hoe zullen ze daarop reageren, denk je? Ze zullen zich allemaal achter ons scharen. Mao zal een legende worden in deze provincies.'
Hu knikte traag, terwijl hij nadacht over Zilins woorden. 'Je hebt gelijk.'
Hij trok peinzend aan zijn onderlip. 'Het is een voortreffelijk plan. Kom mee, we gaan naar Mao.'
Zilin schudde zijn hoofd. 'Het is maar een idee dat ik heb geopperd. Jij en Mao zijn goede vrienden. Er is niet veel tijd meer. Misschien zou hij niet naar mij luisteren, maar naar jou zal hij dat zeker wel doen.'
'Goed,' zei Hu. 'Maar ik vertel hem wel wiens idee het was.'
'Vertel hem over het plan,' zei Zilin, terwijl Hu wegholde. 'Dat is voldoende.'
In de maanden na Mao's beslissende overwinning op het leger dat Tsjiang in Hunan op hem had afgestuurd, werden zijn prestige en macht vertienvoudigd. Maar hij was zich er goed van bewust dat het niet zijn eigen plan was geweest. Niemand in zijn leger wist het, behalve Hu. En de man van wie het plan afkomstig was. Want ondanks Zilins vermaning had Hu het aan zijn eer verplicht gevoeld zijn naam bij Mao te vermelden.
Gedurende enige tijd na de overwinning wist Mao niet goed wat hij moest doen. Wanneer hij de man meteen met eer overlaadde zou hijzelf zijn gezicht verliezen. Maar het zou lomp en, erger nog, dom zijn om hem te negeren. Het was duidelijk dat Zilin een scherp en berekenend verstand had. Zo'n man, besloot Mao ten slotte, kon enorm waardevol voor hem zijn.
Na verloop van tijd werd Zilin bij Mao ontboden. Hu bracht hem bij de communistische leider, maar werd meteen weer weggestuurd.
'Shi Zilin,' zei Mao, 'onlangs is uw naam onder mijn aandacht gebracht.'
'Wellicht ben ik zoveel woorden niet waard.'
Mao knikte afwezig. Hij wilde deze man heel goed laten merken dat zijn belangstelling voor hem op zijn best minimaal was. Het was zeer onverstandig anderen te laten zien wat je nodig had.
'Hu Hanmin geeft hoog van u op.' Na hun kennismaking had Mao Zilin nog niet eenmaal rechtstreeks aangekeken. In plaats daarvan liep hij door de kamer te ijsberen. Hij had de rusteloze geest van de ware revolutionair.
'Ik vertrouw op Hu Hanmin.' Mao maakte een handgebaar. 'Misschien kan hij een plaats voor u vinden in mijn permanente staf.'
'Zoals u wilt, kameraad,' zei Zilin.
Mao wierp hem een vluchtige blik toe. 'We spreken elkaar nog wel. Als u geïnteresseerd bent in militaire aangelegenheden, kunnen we misschien eens wei qi spelen.'
'Heel graag,' zei Zilin, zonder te laten merken dat hij Mao's toespeling op zijn plan had begrepen, het plan dat Mao zich had toegeëigend. Naarmate Mao's aanzien groeide, groeide ook het aanzien van Zilin. Meer en meer werden degenen die een audiëntie bij Mao wilden en niet tot hem werden toegelaten, doorgestuurd naar Zilin. Na een poosje vroegen ze naar hem in plaats van naar Mao.
Zilin vond het fascinerend hun problemen op te lossen. Athena had hem genoeg uit de bijbel voorgelezen om hem in staat te stellen een parallel met Salomo te trekken. Het was niet zijn ego dat hem deze vergelijking ingaf, maar zijn bijzondere aanleg.
Op een stormachtige dag kwam een vrouw Zilins kamer binnen. Het begon al te schemeren. De lampen waren aangestoken, maar hun vlammen flakkerden zo hevig in de windvlagen dat lezen onmogelijk was. Zilins adjudant, een jonge, intelligente man die veel van zijn idealen deelde, stelde haar voor.
'Dit is Qing Ming, kameraad,' zei de jongeman. Hij bleef naast haar staan totdat ze hem met haar blikken dwong zich te verwijderen. Toen hij weg was, liep de vrouw door de kamer naar Zilin toe.
Zilin sloeg haar aandachtig gade, maar het onvaste licht maakte een beoordeling moeilijk. Ze leek niet ouder dan twintig. Hij vond haar buitengewoon mooi. Haar naam was goed gekozen, dacht hij. Qing Ming betekende Zuivere Schittering.
Ze droeg de bestofte kleren van de landlieden uit het zuiden, en de gedachte kwam bij hem op dat ze misschien een hele reis had gemaakt om hem te spreken.
'Wil je niet gaan zitten?' vroeg hij.
'Dank u, ik blijf liever staan.'
'Thee?'
Ze knikte dankbaar, maar zei niets. Terwijl hij inschonk, riep Zilin zijn adjudant en toen deze kwam vroeg hij hem iets te eten te brengen. Hij glimlachte naar Qing Ming. 'Ik heb een lange, vermoeiende dag achter de rug. Ik heb sinds vanochtend geen kans gezien te eten. Ik hoop dat je het niet al te ongemanierd van me vindt dat ik eet terwijl we praten. Mijn adjudant zal genoeg voor ons beiden brengen. Heb je honger?'
'Niet echt,' zei ze.
Maar ze at gulzig. Zilin at met kleine hapjes. Hij had totaal geen trek. Hij had de intense trots van deze vrouw bespeurd. Hij vermoedde dat ze hem nooit om voedsel gevraagd zou hebben, zelfs niet als ze uigehongerd was geweest. Nu sloeg hij haar gade en vroeg zich af van hoever ze was gekomen. Na een poosje veegde ze haar mond af. Ze was gaan zitten toen het eten kwam. Terwijl Zilin thee bijschonk schoof ze naar het puntje van haar stoel. Ze maakte een buitengewoon gespannen indruk.
'Dit is moeilijk voor me,' zei ze zonder inleiding. 'Eerst wilde ik helemaal niet komen, nadat ik van u gehoord had. Het is beschamend voor me om hier voor u te zitten.'
Zilin zei niets; meer kon hij op dat moment niet doen. Ze hief haar hoofd op en hij zag het lamplicht flikkeren in haar zwarte ogen. 'Ik ben de kleindochter van de Jian.'
Jian. Het woord trof Zilin als een plens koud water.
'De Jian,' prevelde hij. Hij herinnerde zich de tuin, de afzondering, de diepe vrede bij de oude man in Suzhou. Hij dacht aan alles wat hij van hem had geleerd. Hij dacht aan zijn pogingen om hem te vinden. Maar hij was nog maar een kind geweest in die tijd. De Jian was verdwenen in de wereld der volwassenen.
Hij keek weer naar deze mooie vrouw. Hij wist dat hij haar niet over zijn vriendschap met de Jian hoefde te vertellen. In haar ogen zag hij dat ze daar alles van wist.
'Mijn grootmoeder hield van de Jian. Ze was zijn maitresse.' Ze keek hem aan. 'Ik heb niemand, en ik kan nergens heen. Drie maanden geleden is mijn man in Kanton gesneuveld. Zijn familie kan me niet gebruiken omdat ik niet uit hun dorp kom. Zijn moeder spuugt op me. In deze slechte tijden ben ik hen tot last geworden.
Om mijzelf maak ik me geen zorgen. Als het alleen om mij ging, zou ik niet als een bedelares bij u gekomen zijn. Maar' - ze legde haar handen op haar buik - 'ik heb iets anders om aan te denken. Het lot van mijn ongeboren baby gaat me boven alles.'
Ze sloeg haar ogen neer en keek naar haar schoot. 'Het enige verhaal dat mijn grootmoeder mij heeft verteld ging over u. Grootvader heeft haar veel over u verteld. Voor hem was u de zoon die hij zelf nooit had. Maar ik wil niet... ik ben hier niet gekomen ... ik bedoel, het is aanmatigend van me om me aan u op te dringen enkel omdat hij van u hield.'
Terwijl Zilin zijn gedachten ordende, nam hij haar zwijgend op. 'Mijn tijd bij jouw grootvader,' zei hij toen, 'was de belangrijkste van mijn leven. Ik weet niet waar ik vandaag zou zijn als hij er niet was geweest.' Hij keek om zich heen. 'Niet hier, in elk geval.' En, dacht hij, mijn grote plan voor China zou beslist nooit tot stand gekomen zijn zonder de lessen die hij me leerde.
Hij stond op en keek neer op de jonge vrouw. 'Stellig beantwoordde ik de liefde van je grootvader. Ik ben blij dat je je moed bij elkaar hebt geraapt om naar me toe te komen.' Hij trok haar overeind. Met zijn hand streelde hij haar onderbuik.
'Jouw kind is belangrijk voor mij. Een nazaat van de Jian is een lid van mijn familie.' Hij leidde haar naar de deur en riep zijn adjudant.
'Vannacht,' zei hij, 'slaap je hier. We zullen het zo geriefelijk mogelijk maken. Eet goed. Ik wil niet dat het jou of je kind aan voeding ontbreekt. Morgen zal ik voorbereidingen voor je reis treffen. Het zal een lange en zware reis worden. Ongetwijfeld zal je kind al geboren zijn voordat je je plaats van bestemming bereikt.'
Qing Ming keek naar hem op. Al haar spanning was verdwenen. 'Waar ga ik heen?'
'Door Burma naar Hongkong,' zei Zilin zacht. 'Naar iemand die Drie Eden Tsun heet. Ik zal je een introductiebrief meegeven.' Hij glimlachte haar toe. 'En een geschenk voor de baby natuurlijk.'
BOEK VIER
KA
[In het boeddhisme de tijdsduur die alleen door de eeuwigheid wordt overtroffen; in wei qi het moment waarop de partijen een patstelling hebben bereikt]
Moskou/ Hongkong/ Peking/Washington/ Macao
ZOMER, HEDEN
'Ik zou graag iets willen weten.'
Yuri Lantin lag op het dooreengewoelde bed, tussen de dikgestreepte Yves Saint Laurent-lakens. Hij' was naakt en rookte een dunne, buitenlandse sigaret. Hij had zijn lange benen achteloos uitgestrekt en bij de enkels gekruist. Hij maakte een volkomen ontspannen indruk.
' Er doen geruchten de ronde,' zei hij, omhoogstarend naar het gewelfde, crèmekleurige plafond, 'bepaald verontrustende geruchten.'
'Waarover?' vroeg Daniëlla. Ze zat naast hem met haar rug tegen een paar ganzedonzen kussens. Ze droeg een deel van een driedelig Albert Nipon-pak dat Lantin voor haar had gekocht bij Beryozka, drie blokken van het Dzjerzjinskiplein. Hoewel de zaak binnen wandelafstand van haar bureau lag, had Daniëlla er nog nooit een voet over de drempel gezet. Ze bezat een felbegeerde rode plastic kaart die haar toegang verleende tot de schaarse winkels die geïmporteerde luxe goederen uit het westen verkochten, maar die had ze nooit gebruikt. Sinds ze haar verhouding met Yuri Lantin was begonnen, had hij haar er al drie keer mee naar toe genomen. Vanavond droeg ze de prachtige gerende Nipon-rok van lichtgevende diepblauwe kunststof die zo verleidelijk om haar heupen zat. Ze droeg zwartzijden nylons; ze was naakt tot het middel.
Zo kleedde Lantin haar vaak voor hun lange vrijpartijen. Hij hield van inventiviteit - en hield ook van haar naaktheid door lagen halfopen kleren en schaduwvlekken.
Nu bestudeerde ze zijn naaktheid, zoals een goede schilderes haar naaktmodel bestudeert. Met haar ogen volgde ze de scherpe lijnen van zijn borst, zonder het haar dat ze op het lichaam van zoveel Russische mannen verfoeide. Zijn buik was plat en mager: ze kon elke spier afgetekend zien. Zijn kruis was half in de schaduw; alleen de top van zijn lid was zichtbaar, afwachtend over zyn dij gekruld. Hy had heel gespierde benen, pezig als van een hardloper. Daniëlla besefte dat ze met verbijsterende hartstocht van dit lichaam hield. De elektriserende geest die er in huisde - dat was een heel ander geval.
Eindelijk had Lantin zijn sigaret op. Hij boog zich voorover, drukte hem uit en pakte in één beweging door een waterglas, waarin drie vingers Starka zat. Hij rookte graag van tijd tot tijd, vooral na seks, maar hij verafschuwde de smaak die hij ervan overhield.
Hij dronk wat van de Starka en zei: 'De geruchten hebben betrekking op Kam Sang. De kernreactor die de Chinezen in Guangdong aan het bouwen zijn.'
'Wat is daarmee?'
'Geruchten,' zei hij weer. Zijn blik streek over haar heen en hij dacht: wat heeft ze toch mooie benen. Als ik mijn eigen dood mocht kiezen, zou ik gewurgd willen worden door die prachtige benen, met mijn neus in haar kut. 'Geruchten dat Kam Sang een geheim herbergt; dat het meer is dan het beweert te zijn.'
'Maar dat is ook zo,' zei Daniëlla, die tot haar genoegen merkte dat ze zijn onverdeelde aandacht had. 'Dacht je dat de KVR niet wist wat er in Hongkong of Zuid-China aan de hand is? Ik ken het geheim van Kam Sang allang. Een van mijn agenten is erachter gekomen. Eigenlijk is het voor jou niet belangrijk.'
'Ik wil het toch graag horen.'
'Kam Sang wordt een geheel nieuwe nucleaire opwerkingsfabriek. Ze gaan ook zeewater ontzilten. Hongkong heeft altijd problemen met de watervoorziening. Die worden hierdoor opgelost.'
Lantin sloot zijn ogen alsof hij wegdoezelde. Daniëlla keek wellustig naar het ritmische rijzen en dalen van zijn borst en buik. Hij ademde zelfs als een atleet.
Zij wilde ook iets en ze zat te dubben hoe ze er het best kon aankomen. Ze had eens een westerse film over de Mafia gezien. Daarin moest de held aan de baas, de peetvader, toestemming vragen om in actie te komen. Daniëlla vroeg zich af of de westerse term 'peetvader' bij Yuri Lantin paste.
'Weet je zeker dat je inlichtingen juist zijn?' vroeg hij.
'Over Kam Sang?' Haar gedachten waren heel ergens anders.
'Ja.'
'Vertel me eens, Yuri, heb jij veel ervaring met het interpreteren van spionagerapporten ?'
'Ik kom uit het leger,' zei hij kort. 'Dat was mijn terrein.' Hij zei het alsof geen enkel ander terrein iets te betekenen had.
'Het heeft niets met wichelarij te maken,' zei ze. 'De ingewanden van geiten uit elkaar pulken om de toekomst te voorspellen. Een netwerk is iets dat je in de loop van jaren opzet; je geeft het de tijd om zich te nestelen, om een deel van zijn omgeving te worden, als een insekt of een grassprietje. Als dat na een hele tijd gelukt is, ga je de binnenkomende rapporten evalueren. Je test ieder brokje ervan als een scheikundige.' Ze veegde haar gouden haren van haar wangen. 'Maar daar houdt de analogie op. Spionage is geen empirische wetenschap.'
Ze zweeg even. Ze legde haar hoofd weer in de kussens, genietend van het zachte dons. 'Je probeert nooit iets aan het toeval over te laten. Vanaf het begin heb ik elke sectie van het netwerk onder observatie gesteld. Die waarnemers rapporteren aan mij. Ze zijn absoluut onafhankelijk van het netwerk zelf. Er zijn ook specifieke hulpagenten voor bepaalde schakels in de keten. Elk van hen brengt onafhankelijk van de anderen rapport aan mij uit, zodat ik het geheel kan controleren.'
'En dat vertel je me allemaal om te bewijzen datje overtuigd bent van de betrouwbaarheid van je inlichtingen.'
'Nee,' zei ze, 'om te laten zien waaróm ze betrouwbaar zijn.'
'Ik denk,' zei hij, 'dat ik me daarom vanaf het begin zo tot je aangetrokken heb gevoeld.' Hij keek in haar grijze ogen. Voor het eerst zag hij dat er bruine vlekjes inzaten. 'Jij bent niet bang.'
'Soms is het dom om niet bang te zijn.'
Hij stak zijn hand uit om haar aan te raken, wat hij zelden deed, een normaal contact zonder zinnelijke bijbedoeling. 'Dat bedoel ik niet.'
'De onbevreesde Daniëlla,' zei ze. Ze wilde hem uit zijn tent lokken. 'Die twee verhoudingen tegelijk heeft: met een s/wz/ifea-generaal en met een peetvader van het Politburo.'
'Een wat?'
'De man met de grootste macht.'
'Ik niet,' begon hij. 'Partijleider -'
Ze had haar vlakke hand tegen zijn lippen gedrukt. Hij trok haar vingers weg. 'Dat moet je niet nog eens flikken!' snauwde hij. Ze vond het niet erg dat ze hem nijdig had gemaakt. Als hij boos was, was hij altijd veel ontvankelijker.
Ze gaf hem een klap. 'We blijven fatsoenlijk, hè?' Haar woede kwam oprecht over.
Hij greep haar bij de pols en draaide hem zo ver om dat ze moest wegrollen. Een halfgeklede dij viel over zijn benen heen. Ze voelde zijn knie tussen haar kuiten.
Ze gaf een gil. Haar dikke haar bedekte zijn gezicht, het licht viel in het goud en glansde zacht alsof het geheimen verborg.
'Misschien komt het ook doordat je zo geil bent dat ik me zo tot je aangetrokken voel,' zei hij in haar oor.
'Je doet me pijn.' Ze wilde dat hij dat geloofde, anders zou hij doorgaan en het ondraaglijk voor haar maken. Ze vermoedde dat zijn gewelddadigheid gemakkelijk de grens kon overschrijden en gevaarlijk worden, wanneer ze de teugels losliet.
'Ja,' zei hij met dikke stem, want zulke woorden hoorde hij graag. Hij boog zich naar haar toe, beet in de zijkant van haar hals. Daar werd Daniëlla heet van. Ze rukte zich los, zodat hij achter haar aan kon komen als hij wilde. Meer en meer voelde ze zich gevangen in zijn spel. Ze wilde tegen hem liegen, maar hem ook langzaam laten merken dat ze genoot van wat hij met haar deed. Ze wist niet waarom, en van tijd tot tijd betrapte ze zichzelf erop dat ze daarover zat na te denken. Meestal wanneer ze aan het werk was. Na een poosje had ze beseft dat ze zich zorgen maakte. Leren om van zijn soort seks te houden was net zoiets als drugs gebruiken. Het was afwijkend en verslavend. Het veranderde je kijk op de realiteit. Ze wist niet wat ze ervan moest denken.
Ze wist alleen dat ze er meer van wilde.
Ze sloeg met de rug van haar hand tegen zijn borst. Ze genoot van het gevoel van zijn lichaam, veerkrachtig en hard tegelijk. Als ze hem opwond werd hij helemaal hard. Dat maakte haar wild, had ze ontdekt. Haar haar fladderde tussen hen in als een gouden gordijn. Hij greep een handvol lokken en sleurde haar boven op zich. Zijn knie begon haar dijen uiteen te duwen, huid tegen zijde. Zijn harde dij ramde in haar kruis. De aanraking perste alle lucht uit haar longen.
Ze snakte naar adem en jammerde. Haar ogen traanden en hij likte haar tranen weg. Haar schaamlippen bloeiden open. Haar hart bonkte. Het enige dat ze hoorde was het geruis van haar bloed in haar oren. Ze maakte hem nat.
'Zo heet,' zei hij, en ging opnieuw tot actie over. Met een krachtige ruk van zijn romp gooide hij haar op haar rug. Hij trok haar armen tot boven haar hoofd. Haar zware borsten staken omhoog en hij schoof zijn lid ertussen. De aanraking was droog en onprettig, en daarom maakte hij een van zijn handen los om haar ruw te vingeren. Daniëlla's ogen gingen dicht, ze kreunde van de sensatie.
Toen ging zijn hand weer weg en haar ogen vlogen open. Ze zag hoe hij zichzelf streelde; hij bedekte zijn lange schacht met haar sappen. Toen was hij weer tussen haar borsten en schoof op en neer.
Zijn knieën drukten haar omhoogpriemende borsten dicht tegen elkaar. Ze vormden de schede. Hij werd roder en roder.
Daniëlla tilde haar hoofd op en toen hij naar boven kwam nam ze zijn eikel in haar mond. Likte met haar tong. Ze voelde hem trillen en liet snel weer los.
Hij bleef hijgend op en neer schuiven. 'Met je lippen,' fluisterde hij. Zijn gezicht was verwrongen van de inspanning.
'Je moet in me komen,' zuchtte ze. 'Toe.' Zijn bewegingen waren koortsachtig. Ze jammerde en hij kon haar niet weigeren. Hij trok de rok omhoog, begroef zichzelf met de eerste stoot. Ze kreunden eenstemmig. Daniëlla's inwendige spieren masseerden hem totdat ze zijn onderbuik voelde trillen.
'O!' Het klonk alsof hij werd doodgestoken. 'Doorgaan!'
Daniëlla ging door; met kleine schokjes maakte ze de wrijving steeds groter. Ze dacht dat hij een hartaanval zou krijgen.
Lantin lag op haar te schokken, toen de kracht in hem zich samenpakte en tot ontlading kwam, en nog eens, en nog eens. Daniëlla had nog nooit een man gehad die zo lang en zo diep klaarkwam.
Deze keer bereikte ze zelf geen orgasme, hoewel het niet veel scheelde. Haar gedachten waren bij Karpov.
Later, op de rand van de slaap, toen het zo stil in huis was dat ze de klok in de woonkamer de tijd hoorde wegtikken, zei hij naast haar oor: 'Hoe was het vandaag op je werk?'
Dat vroeg hij niet zomaar, dat wist ze best. Hij had de kopieën van de rapporten die ze hem had toegesmokkeld al gelezen. Ze bedwong de neiging hem iets over haar gesprek met Tany a Nazimova te vragen. Het was vreemd geweest te telefoneren met Chimera, het heiligste van haar heilige geheimen, en tegelijkertijd onder observatie te staan. Het leven tikte weg als een tijdbom en was ineens werkelijk zeer gevaarlijk geworden. Maar voor de man die haar volgde stond ze alleen maar te bellen, een telefoontje met een vriendin of verwant, dus wat zou ze zich druk maken?
Dit waren defensieve gedachten. Dat was niet goed. Als ze nu niet het heft in handen kon krijgen, was het met haar gedaan, zowel in professioneel als persoonlijk opzicht. Ze zou Lantins eigendom zijn, naar lichaam en ziel. Dan kon ze net zo goed hier in bed haar polsen doorsnijden, en al die nieuwe kleren kapotscheuren die hij voor haar had gekocht. Dat waren toch maar loze geschenken, wist ze. Ze waren voor zijn genoegen, niet voor het hare. Dat spelletje had ze al zo vaak gespeeld; dus ze zou hem nu geen aanleiding geven zich bezorgd te maken.
Ze vertelde van de reeks vergaderingen die ze die dag had bijgewoond, ze verried hem haar diepste gedachten en fantasieën die ze over hem had gehad, het commentaar van de andere vrouwelijke officieren bij de lunch op haar sigaretten en haar nieuwe haarstijl. Ze leidde hem met de waarheid om de tuin, zodat hij het niet in de gaten zou hebben als ze loog.
'Wat vonden ze van de nieuwe Daniëlla?'
Zijn stem was zacht en dromerig, als van een minnaar. Maar Daniëlla liet zich niet van de wijs brengen. Het kon hem helemaal niet schelen. Hij hield van de nieuwe Daniëlla; verder interesseerde hem niets.
'Ze waren met stomheid geslagen,' zei ze, alsof ze het iets geweldigs vond.
'Ze wilden weten wat me bezielde.'
'En wat zei je toen?'
'Dat het tijd was voor een verandering. Nou, daar konden ze wel inkomen.'
'Wat vinden zij van veranderingen?'
Nu ze hem op het juiste spoor had gezet, voelde Daniëlla het onderwerp dat ze wilde bespreken naderbij komen. Ze was er met opzet zelf niet over begonnen. Het ging erom dat Lantin er op kwam zonder te vermoeden dat zij hem geholpen had.
'Het hangt ervan af van wie ze afkomstig zijn.'
'Jawel, maar in het algemeen?'
'Ach, dat weetje toch wel. Veranderingen, daar zijn ze niet op getraind. Veranderingen zetten hun geordende wereldje op de kop.'
Daar dacht hij even over na. 'Waar hadden ze het nog meer over? Wat voor roddelpraatjes?'
Nu waren ze warm. Heel warm. 'O, niks bijzonders. Wie slaapt er met wie. Welke luitenant kwam van de week uit de wc. De gewone kletskoek.'
'Er zijn wat rapporten naar me uitgelekt, de laatste tijd.'
'Waarover?'
'Ik vroeg me af of jij het ook gehoord had.'
'Ik begrijp je niet.'
'Vast wel.' Hij was heel uitgekookt. 'Je bent nog steeds loyaal aan Karpov.' Daar had je het. 'Hij heeft achter jouw carrière gestaan. Hij heeft aan de touwtjes getrokken.'
'Wat is er met Karpov?'
'Volgens mij weet je dat wel.' Hij draaide zich op zijn zij, streelde haar arm. 'Weet je, ik vind dat je die loyaliteit maar moest opgeven.'
'Ik moet aan mijn carrière denken.' Precies wat hij van haar zou verwachten.
'Karpov pronkt met mijn veren.' Zijn ogen waren dicht, zijn ademhaling was rustig. Hij was overdekt met zweet, een zout vliesje.
'Karpov heeft een ego zo groot als de Oekraïne,' zei ze.
'Ja, dat weet ik.'
'Egocentrische mensen zijn net chanteurs. Als ze eenmaal zijn begonnen, weten ze van geen ophouden meer.'
'Is dat jouw mening over Karpov?'
Met opzet zei ze niets.
'Het idee van Maansteen is oorspronkelijk van hem afkomstig.' Lantin lag nog steeds met zijn ogen dicht.
'Volgens mij heeft Karpov in zijn hele leven maar één goed idee gehad.'
'En dat is?'
'Dat hij mij het hoofd van de KVR heeft gemaakt.'
Daar moest hij om lachen en zijn ogen vlogen open, zodat ze schrok. Hij staarde haar peinzend aan. Na een poosje zei hij: 'Wat moet ik met Karpov aanvangen?'
'Waarom vraagje dat aan mij?'
'Jij kent hem al heel lang. Jij kent hem ... intiem.'
'En daarom denk je dat ik al zijn geheimen ken.' Ze zou het hem niet al te gemakkelijk maken. 'Waarom vraagje het dan niet aan zijn vrouw?'
Hij ging niet in op haar scherts. 'Zijn vrouw houdt misschien wel van hem. Bovendien heeft ze niet jouw verstand. Mensen in Karpovs positie zijn niet zo gemakkelijk ten val te brengen. Als hoofd van het Eerste Hoofddirectoraat heeft hij veel vrienden. In het leger nog meer. Als je vis wilt vangen hoefje het water nog niet te vertroebelen.'
Ze lachte. 'Ik zou haast geloven dat je serieus bent.'
'Dat ben ik ook.'
Nu hij het als zijn eigen idee beschouwde, kon ze op de ingeslagen weg voortgaan. 'Dit is geen geringe taak.'
'Zeker niet.'
'Dan moet ik je iets vragen.'
'En dat is?'
'Je toestemming,' zei ze.
Hij keek naar haar borsten, zo vol en stevig dat ze hem weer opwonden. Hij voelde zijn lid groeien en hij begon hortend te ademen. Daar moetje helemaal niet naar kijken, Yuri, dacht Daniëlla. Ze bewoog zich een beetje zodat haar borsten heen en weer bungelden.
'Jij bent sluzhba,' zei hij. 'Ik niet. Waar heb je mijn toestemming voor nodig?'
Ze boog zich over hem heen en omvatte zijn stijve lid. Ze kneep zacht. Tegelijkertijd streken haar tepels over zijn onderbuik.
'Jij bent de macht. Zonder jou is er niets.'
Hij slaakte een zucht en zij zuchtte met hem mee. 'O,' fluisterde ze. 'Zo groot!'
Hij deed zijn ogen dicht. Zijn ademhaling ging gejaagd. Hij bedacht hoe stevig hij Daniëlla in zijn greep had. Ze zou hem nooit tegenspreken. Ze mocht dan slinks zijn, maar daar was ze een vrouw voor; ze kende haar plaats in de sluzhba. Daar had zijn observatie van haar hem van verzekerd. En zo wist hij ook dat ze hem in alles zou gehoorzamen. Zhang Hua had haast. Hij was weer te laat voor zijn afspraak met Wu Aiping, en hij verlangde in het geheel niet naar de vernietigende commentaren waaraan de minister hem zou onderwerpen.
'Duizend verontschuldigingen, kameraad minister,' zei hij, toen hij naar Wu Aiping toestapte.
Tot Zhang Hua's opluchting beet hij hem geen zuur antwoord toe. Hij keek hem alleen koel aan en zei: 'Nu het eenmaal gebeurd is, mag je het best weten. In feite wil ik datje het weet. Jij die Shi Zilin trouw bent, jij die in mijn hand bent. Om voor die trouw te boeten zou ik je graag willen ophangen, terwijl je de vernietiging van je mentor gadeslaat.'
Wu Aiping zei het alsof hij met een vriend zat te praten.
'Het laatste telegram is naar Hongkong verzonden,' vervolgde hij. 'De qun heeft, gebruik makend van de fondsen van onze verschillende ministeries, alle kortlopende schulden van Five Star Pacific opgekocht. Dat komt neer op een totale investering van iets meer dan twaalf miljoen dollar. Nu beheersen wij Five Star Pacific. Shi Zilins belangrijkste schakel in zijn ren is onschadelijk gemaakt. Nu de qun Sir John Bluestones partner is, is het met Shi Zilin gedaan. Hij kan Kam Sang niet meer saboteren.'
'Kam Sang kan onze dood worden,' zei Zhang Hua verhit. 'Ik ben het met Shi Zilin eens. Het geheim van Kam Sang is veel te gevaarlijk voor -'
'Zwijg!' Wu Aipings gesiste vermaning had evenveel kracht als een luide brul. 'Mijn hoofd staat niet naar dit lafhartige geklets. China is aan alle zijden ingesloten. We worden belegerd. Als we niets doen om de Sovjets te vernietigen, zullen ze ons onder de voet lopen. Die oorlog in Yunnan is maar de eerste stap van een gezamenlijke campagne die als doel heeft ons te verpletteren. Kam Sang zal ervoor zorgen dat dat nooit gebeurt!'
Zhang Hua zag het vale licht van de fanaticus achter Wu Aipings ogen. De kracht die de minister uitstraalde joeg hem angst aan. Hij deinsde terug en dacht: als Kam Sang geactiveerd wordt, zal niemand van ons het overleven.
'Over Sir John Bluestone gesproken,' zei Wu Aiping, kalmer nu Zhang Hua hem niet meer tegensprak. 'Ik kreeg een telegram van hem via de Hongkong and Asia Bancorp. Hij wilde meer kapitaal om alle resterende aandelen Pak Hanmin te kopen.' Wu Aiping genoot van de wetenschap dat Bluestone nu zijn agent was, of hij dat nu wist of niet. 'Gisteravond heb ik de qun bijeengeroepen en hoewel het risico voor ons groot is, heb ik hen ertoe overgehaald nog meer uit onze fondsen te lenen. Omdat we er zeker van zijn dat het geld snel weer terug zal vloeien, hebben we het vanochtend vroeg overgemaakt. Dat was de laatste nagel in Shi Zilins doodskist. Nu ik de faan-gwai-loh Bluestone in mijn macht heb, kan ik de gebeurtenissen beheersen. Jij, mijn beste lou-sin, minister Muis, zult me meteen op de hoogte brengen wanneer Shi Zilin zijn eerstvolgende codebericht naar Mitre zendt.
Op dat moment stap ik naar de premier toe. Eindelijk zijn we in de positie om Shi Zilin ten val te brengen. Zodra hij de laatste fase van zijn Hongkong-plan in werking stelt is hij ten dode opgeschreven. Wanneer hij uit de weg is geruimd roeien we de generaals uit die hem trouw zijn, en vervangen hen door onze eigen mensen. Dan erven wij de macht die tientallen jaren de zijne is geweest, maar in tegenstelling tot hem zullen wij er actief gebruik van maken.
De tijd van handelen is aangebroken. Een vloedgolf van macht die al mijn vijanden zal wegvagen.'
Zhang Hua hoorde de verandering in Wu Aipings stem. Hij zei niets. Jake keek naar Bliss. Ze lag te slapen, half verscholen onder de gebloemde lakens. Door het raam brandde het zonlicht op zijn schouders. Hij stond met zijn rug naar Hongkong. Hij bekeek haar met innige genegenheid. Nu hij hier stond voelde hij zich nog net zoals een ogenblik geleden, toen hij slapend-wakker naast haar lag. Hij had onrustig gedoezeld, zich scherp bewust van haar aanwezigheid. De zijdeachtige gladheid van haar huid, haar zoete adem in zijn hals, haarlokken, licht als lucht, uitwaaierend over zijn borst.
Hij had het ritmische op-en neergaan van haar diepe, regelmatige ademhaling gevoeld en hij had een paar maal gemeend dat hij was ondergedompeld in de Zuidchinese Zee, voor de kust van het eiland Cheung Chau. Fo Saans stem was van overal en nergens tegelijk gekomen: Ba-mahk, zoek de pols.
Verzonken in haar aura.
Ten slotte was hij in een diepe sluimer gevallen, een zuivere, kalme rust zoals hij in geen jaren had meegemaakt. Vlak voor het aanbreken van de dag was hij wakker geworden, meteen wetend wat er was gebeurd en zo vervuld van schuldbesef dat hij onmiddellijk uit bed had moeten stappen. Het deed er niet toe dat hij wilde blijven waar hij was, aan Bliss' zijde. Dat schuldbesef, zo westers van aard, was ongetwijfeld een erfdeel van zijn moeder. Hij had het beslist niet van zijn vader. Jake dacht maar zelden aan zijn vader. Als hij het deed, dacht hij meestal aan David Maroc. Zijn
/«-fragment was zijn enige schakel met het echtpaar dat hem had verwekt. Hij herinnerde zich alleen David en Ruth Maroc, de mensen die hem als hun eigen zoon hadden grootgebracht.
Voorzichtig pakte Jake, in het licht van de nieuwe dag, het/w-fragment uit dat Kamisaka hem had gegeven. Nichirens stuk. Ja, bevestigden zijn ogen en gedachten, het was een deel van dezelfde Jii, hetzelfde zegel van de Chinese keizer. Hoe was dit mogelijk?
Jakes ogen streken weer over de slapende Bliss. Wie was zij eigenlijk? O
zeker, zijn jeugdvriendin. Maar die rol had ze allang achter zich gelaten. Of niet? Hij wist dat hij haar aan haar belofte moest houden om hem alles te vertellen. Jake was door mysteries omringd. Hij hield niet van onbeantwoorde vragen. Ook die karaktertrek moest hij van zijn echte moeder hebben. Athena Nolan Shi. Zelfs in haar waanzinnige geraaskal vlak voor ze stierf had Athena geweigerd afstand van die naam te doen. Jake Shi. Hij was Jake Maroc geworden, maar nu, met het /w-fragment zwaar in zijn hand, vermoedde hij dat er anderen op de wereld waren die zijn ware naam kenden. Wie waren dat? Hoe wisten ze het? Voor zover hij wist, hadden alleen de Marocs zijn afkomst gekend. Zelfs Mariana had het niet geweten, zelfs Ting niet.
De fu. Sinds de dag van zijn inval in O-henro Huis hadden alle gebeurtenissen om de/w-scherf gedraaid: Mariana's verdwijning, Nichirens daden, en ook die van Bliss. Zij wist van het bestaan van het/w-fragment, zij had gezegd dat hij er achteraan moest gaan. Waarom? Wat wist ze van dit voorwerp dat hij niet wist?
Hij liep door de kamer. Daardoor viel zijn schaduw over haar gezicht. Bliss werd wakker en staarde in zijn ogen.
'Jake.'
Ze bewoog zich niet. Ze sliep naakt. Haar schouders en de bovenkant van haar borsten waren zichtbaar boven het verfomfaaide laken.
'Je heb goed geslapen vannacht.'
Weer ging een steek door hem heen. Hij had bij haar beter geslapen dan hij ooit bij Mariana had gedaan. 'Ik lag maar te woelen en te draaien,' zei hij. 'Ik heb voortdurend liggen dromen.'
'Ik ben twee keer wakker geweest,' zei ze zacht, 'om te kijken of alles met je in orde was. Je sliep als een kind, zonder te bewegen. Alle zorgelijke rimpels waren van je gezicht verdwenen.'
Hij ging op het bed zitten. Hij voelde de emotie in zich opwellen. Alleen al door te praten kon ze zijn hart doen smelten. Hoe was zoiets mogelijk?
Ze keek naar zijn gezicht zoals een moeder naar het gezicht van een angstig kind zou kijken. Ze ging overeind zitten, met opgetrokken knieën tegen haar borst.
'Ik hou je aan je belofte, Bliss.'
Bliss tilde een hand op en streelde Jakes wang. 'Geduld, mijn liefste. De rechtschapenen hebben geleerd dat geduld een van hun machtigste wapens is.'
'Je kunt mij nauwelijks rechtschapen noemen, Bliss.' Hij duwde haar hand weg. 'Ik wil antwoord op mijn vragen. Nu.'
'Nu. Nu. Nu. Wat ben jij toch een westerling.'
Jake werd heel kalm. 'Wat bedoel je?'
'O Jake, ik wist van het bestaan van de fu. Dacht je dat ik niet wist dat jij voor de helft Chinees bent?'
'De Marocs -'
'De Marocs namen je mee uit Shanghai toen je moeder stierf.'
Hij staarde haar aan. 'Hoe weet jij dat?'
'Mijn vader was in die tijd ook in Shanghai. Hij kende jouw vader. Je echte vader.'
Jake stond op van het bed. Hij trok Bliss met zich mee. Ze stonden naakt, badend in het ochtendlicht. In de diepte strekte Hongkong zich uit. Boven hen was de Peak in mist gehuld.
'Bliss, jij bent een spook. Dat heb je zelf gezegd.'
'Dan lijken we op elkaar.' Haar hoofd, schuin gehouden zodat ze hem kon aankijken, was goudkleurig in het zonlicht. Haar blauwzwarte haar was als een gordijn waardoor ze van de rest van de wereld gescheiden waren.
'De fu. Wat is dat?'
'De fu is de sleutel tot de yuhn-hyun in Hongkong.'
'De cirkel? Wat voor cirkel?'
'De Ring,' zei ze. 'Door je vader gevormd, lang geleden.'
'Ik begrijp er niets van.'
'Niemand van ons in de yuhn-hyunbegrijpt het helemaal. De afzonderlijke stukken vormen het geheel. Net als de fu.'
'Dit is niet mijn stuk van de fu. Het is van Nichiren. Het mijne was afkomstig van mijn ouders. Mijn echte ouders. Weet je waar zijn stuk vandaan komt?'
'Als ik dat wist,' zei ze, 'zou ik alles weten.'
'Nichiren en ik -' Hij brak af, draaide zich om naar het raam. 'Het verwart me dat hij dit heeft. Dat we iets delen ... dat zo uniek is als de fu.'
Hij draaide zich weer om. 'Hij is hier in Hongkong. Ik heb gehoord dat hij hier vaak komt. Weetje waar hij heen gaat? Naar Geduchte Sung.'
'Jouw vriend.'
'Dus dat weet je ook. Voor wie werk jij?'
'Dat heb ik jou nooit gevraagd.'
'Ik neem aan datje het al weet.'
'Of ik het weet of niet,' zei ze eenvoudig, 'ik heb nooit misbruik van jouw vertrouwen gemaakt. Waarom doe jij dat dan wel bij mij ?'
'Vanwege je belofte. Je zei datje me alles zou vertellen.'
'En dat zal ik doen ook.' Opnieuw streelde ze hem. 'Mettertijd.' Ze ging op haar tenen staan, drukte haar warme lippen op de zijne. 'Geduld, Jake. Ik doe mijn best om ons in leven te houden. Wil je me mijn werk laten doen?'
Haar donkere ogen keken hem zo intens aan dat hij er geschrokken het zwijgen toe deed.
Het kostte Drie Eden Tsun meer dan twintig minuten om radiocontact met Peking te krijgen. Als gevolg van atmosferische storingen in het noordoosten was zijn signaal niet meer dan een vlammetje in de wind, zodat de stem, toen het contact eindelijk tot stand was gekomen, hakkelend en vaak onduidelijk was.
Drie Eden Tsun zat in het achterschip van een zes meter lange lorcha. De boot lag voor anker aan de oever van een zijrivier, ongeveer zestien mijl stroomopwaarts van Hongkong. Hij veranderde de exacte plaats steeds bij zijn driewekelijkse radiocontacten. Maar hij bleef altijd'in dit gebied. Hij kende deze streek op zijn duimpje en aangezien hij zijn lange-afstandszender om voor de hand liggende redenen niet aan boord van zijn jonk wilde hebben, kon hij zich geen betere schuilplaats voorstellen dan deze.
'Five Star Pacific heeft alle resterende aandelen Pak Hanmin opgekocht,' sprak hij somber in de microfoon.
'Goed zo,' zei de bekende stem. Gewoontegetrouw spraken ze Mandarijns.
'Bij de geest van de Witte Tijger, wat hebben ze geknokt om de laatste honderdduizend aandelen. Bluestone en Andrew, Sawyer hebben er op leven en dood om gevochten voordat Bluestone ze in de wacht sleepte.'
'Dat is nog beter.'
'Beter? Verneukeratief "beter"!' tierde Drie Eden Tsun in de microfoon.
'Ik ben mijn zaak kwijt!'
Er klonk een onverstaanbaar antwoord en hij herinnerde zich nijdig dat ze elke zestig seconden van frequentie veranderden. Hij draaide als een bezetene aan de knop en vroeg om een herhaling.
'Maak je wat dat betreft maar geen zorgen. Het gaat goed in Hongkong. Alles verloopt volgens plan, ondanks alle recente tegenslagen. Helaas kan hetzelfde niet gezegd worden voor de gebeurtenissen aan deze kant. Ik sta onder zware druk van een kliek ministers hier.'
Drie Eden Tsun zat voor de zender-ontvanger gebogen. 'Hoe ernstig is de dreiging?'
'Die kan dodelijk zijn. Ik kan het nog niet zeggen. Heb je zui-hou-kai-ting belegd, de beslissende bijeenkomst?'
'Overmorgen. Kunnen we hier niet iets doen? Kan ik niet iets doen?'
'Heb je van Bliss gehoord?'
'Zij is bij Jake.' Hij haalde adem. 'David Oh, zijn vriend, is geëlimineerd.'
'Door wie?'
'De Quarry.'
'Ah, dus Chimera is opgestaan. Nu zijn we in de eindfase. Je moet Bliss waarschuwen. Het ligt voor de hand dat Jake Chimera's volgende slachtoffer zal zijn.'
'Alle gebeurtenissen wijzen op één bepaalde afloop,' zei Drie Eden Tsun,
'waar of niet?'
'Dat was de oorspronkelijke bedoeling.'
'Maar er zijn zoveel onzekere factoren.'
'Die zijn al in het spel opgenomen. Ze veranderen er niets aan.'
'Niets? Is Mariana Marocs dood niets? Is David Ohs dood niets?
Hoeveel andere mensen zijn er omgekomen van wie ik de namen niet weet?'
'We hebben het nu over de toekomst van China... misschien zelfs van de hele wereld. Hoe kun je dat vergelijken met de dood van een handvol mensen?'
Drie Eden Tsun schudde zijn hoofd. 'Is er dan niets menselijks meer in jou overgebleven? Zie je iedereen als een pion in jouw spel, die je naar believen kunt manipuleren?'
'Ik zie de toekomst van China. Dat is alles.'
'En je familie?' Drie Eden Tsun had zich voorgenomen dit onderwerp niet ter sprake te brengen. Het was ongepast en, erger nog, oneerbiedig. Maar hij kon zich niet meer bedwingen. Hij moest aan Bliss denken. En aan haar gevoelens. 'Wat is er van je familie over? A mi tuofo, kijk toch watje hen met jouw obsessie hebt aangedaan!'
Stilte.
Het geknetter van de ether, een teken van stormen, ver weg en hevig.
'Hallo, Henry,' zei Antony Beridien, opkijkend van zijn overvolle bureau. Hij zei altijd dat hij zich het meest thuisvoelde tussen een stapel dossiers. Ze waren het levenssap waarmee hij zijn dienst voedde. 'Is het al zover?'
Wunderman knikte. 'We zijn al te laat, eigenlijk. Ik wist hoe druk je het had. Ik wilde je zo lang mogelijk met rust laten.'
Achter Beridien glansde het Witte Huis als albast in het vale licht van een lange, sombere middag. De rozestruiken in volle bloei waren zichtbaar, maar de mensenmassa die in dichte drommen langs de presidentiële ambtswoning liep, werd door het gebouw aan het gezicht onttrokken. Beridien rekte zich uit. 'Ach man, ik heb haast niks meer gedaan sinds jij en Rodger dat superbeveiligingssysteem van jullie hebben ingesteld. Zelfs de spreekkamer van de dokter staat vol videorecorders.'
'Een simpele voorzorgsmaatregel, Antony,' zei Wunderman losjes.
'Voorzorgsmaatregelen, shit. Ik kan geeneens gaan pissen zonder dat er camera's en agenten naar mijn piemel staan te loeren. Godallemachtig, kerel, zelfs Ike werd in de oorlog niet zo goed beveiligd.'
Wunderman glimlachte terwijl ze door de kleikleurige gang liepen.
'Misschien had generaal Eisenhower geen Daniëlla Vorkuta tegenover zich.'
'Vuile KVR,' zei Beridien. 'Ik zou Vorkuta en Karpov graag eens in één kamertje bij elkaar willen hebben. Dan zou ik hen eens wat laten beleven.'
Hij drukte zijn handpalm op de muurplaat, waardoor de privé-lift naar boven kwam.
'Ik heb Apollo geactiveerd,' zei Wunderman. 'Dat is mijn mannetje; hij is absoluut betrouwbaar. Hij zit al jaren in het Kremlin, in het diepste geheim. Volgens mij is de situatie zo kritiek geworden dat we het risico van zijn ontmaskering moeten nemen.'
Beridien keek hem aan, terwijl de deur openging en ze de lift instapten. Hij drukte op de onderste knop. 'Koninginnenruil, bedoel je?'
'Daar komt het wel op neer, ja. Dat is het precies.'
'Je hebt Apollo heel lang gekoesterd, Henry. Weetje wel zeker datje hem op deze manier wilt opofferen?'
'Dat hoeft helemaal niet te gebeuren, Antony. Apollo is slim. Misschien kan hij Vorkuta elimineren zonder de aandacht op zichzelf te vestigen.'
Beridien schudde zijn hoofd. 'In de KVR ? Hij zit niet bij de KGB, Henry. Je neemt een groot risico.'
'Op dit moment hebben we meer aan de dood van Vorkuta dan aan Apollo's spionagerapporten.'
'Ik wou dat je eerst bij mij was gekomen.'
'Waarom? Dan had je me verboden Apollo te activeren.'
'Als we Apollo kwijt zijn, Henry, zijn we onze hoogstgeplaatste mol in Rusland kwijt.'
'En als we generaal Vorkuta laten leven, zal ze ons vernietigen.'
Ze passeerden de dubbele haag van bewakers en betraden de medische afdeling. In de onderzoekkamer begon Beridien zich uit te kleden. 'Hoe dan ook, ik ben bang dat we iets waardevols kwijtraken.'
Gekleed in het ziekenhuisschort, dat aan de rugzijde open was, klom Beridien op de tafel. Hij siste toen hij op het koude leer ging liggen. 'Je zou toch zeggen dat ze tegenwoordig in staat moesten zijn deze rotdingen te verwarmen,' zei hij nijdig.
Op dat moment kwam de dokter door een andere deur. Ze droeg haar bruine haar in een knoet. Ze had een heel klein beetje lipstick op haar mond. Haar hoge Slavische jukbeenderen hadden geen cosmetica nodig. Wunderman keek naar haar lange benen terwijl ze naar Beridien toestapte. Ze deed een volledig onderzoek: ogen, neus, keel, hart, longen, bloeddruk, nieren. Wunderman zat voortdurend naar het spel van haar beenspieren te gluren, vooral als ze zich vooroverboog. Ze zal wel tennissen, dacht hij.
'U bent kerngezond,' zei de dokter na een poosje. Wunderman hoorde haar pen krassen, terwijl ze haar bevindingen op Beridiens kaart aantekende. 'Maar u hebt een opkomende verkoudheid. Een griepje, misschien. Niets ernstigs, maar ik zal u toch maar een vitamine-injectie geven. U
maakt lange uren, dus u mag niet uitgeput raken. Het is natuurlijk zinloos om tegen u te zeggen dat u er een poosje tussenuit moet.'
Beridien bromde.
'Gaat u maar zitten,' zei ze.
Wunderman verplaatste zijn aandacht naar haar billen.
De dokter stond bij het glimmende roestvrijstalen wagentje. Ze stak de naald van een injectiespuit in een flesje, keerde het om, zoog de heldere vloeistof in het reservoir. Met een zacht gepiep trok ze de naald uit het flesje.
'Eén moment,' zei Wunderman. Hij liep naar haar toe en pakte het flesje uit haar hand. Hij bestudeerde het etiket. Zijn blik flitste over de lijst met vitaminen. Hij keek strak in de bruine ogen van de dokter en knikte. 'In orde.' Ze rook naar handgemalen zeep.
De dokter keek hem na terwijl hij terugliep naar zijn plekje tegen de muur. Toen hij daar weer stond maakte ze met een in alcohol gedrenkt katoenen lapje een plekje schoon op het vlezige gedeelte van Beridiens bovenarm.
Beridien keek de andere kant op toen de naald erin ging. Als hij dat niet had gedaan, zou hij het glimlachje op het gezicht van de dokter hebben gezien toen ze de zuiger indrukte.
'Het duurt niet lang.' De woorden van de dokter leken te weerkaatsen op de stilte in het vertrek.
Beridien draaide zijn hoofd om toen de dokter zei: 'Niet langer dan drie minuten.'
'Niet langer dan drie minuten - en dan?' vroeg Beridien.
'Dan bent u dood, directeur.'
Wunderman stoof al door de kamer.
'Wat? Is dit een grap? Ik -' Maar het gif was zijn aanval op Beridiens centrale zenuwstelsel al begonnen en hij had geen macht meer over zijn stembanden. Zijn mond maakte rare bewegingen.
'Zoals u kunt zien,' zei de dokter, 'is het geen grap.' Ze legde een hand op Beridiens hoofd, trok eerst het ene, toen het andere ooglid op. 'Hm, de pupillen zijn al sterk verwijd.' Haar stem had de droge, gevoelloze klank van een automaat.
Wunderman duwde haar opzij. 'Antony!'
'Tegen wie hebt u het?' vroeg de dokter. 'Hij is dood.'
'Wat?' Wunderman keek in Beridiens ogen. Ze waren omfloerst, beroofd van uitdrukking. Hij beet zo hard op zijn lip dat de huid stuk ging en hij de zoute smaak van zijn bloed proefde. 'Wat is hier -'
'Vergiftigd,' zei de dokter. 'Ik ben zijn Livia, ziet u.'
Met een ruk haalde Wunderman een pistool onder zijn colbert vandaan en schoot driemaal recht in haar gezicht. Ze wankelde achteruit en viel tegen het wagentje. De zwarte gaten ontsierden haar uitdrukking van absolute verbazing.
Toen sprong hij naar de rode alarmknop die in elke ruimte van het Quarry-gebouw te vinden was, hoe klein of onbelangrijk die ook was. Hij graaide de hoorn van de haak.
'Een noodgeval!' schreeuwde hij door de lijn. 'Dit is een noodgeval, geen oefening! Er is een aanslag op de directeur gepleegd! Ik herhaal, een noodgeval op de medische afdeling!'
Even later vlogen de deuren open. Agenten stroomden naar binnen. Boven hun hoofden registreerden de videocamera's geruisloos ieder detail. Het was dronken-garnalentijd.
Een paar jaar geleden, in Taipei, had een jonge vrouw met een gezonde voorliefde voor seks en eten Sir John Bluestone met deze Chinese lekkernij kennis laten maken. Dronken garnalen waren haar favoriete gerecht. Zoals sommige mensen naar een sigaret snakken als ze seks gehad hebben, zo wierp deze vrouw zich genietend op die schotel.
Tegenwoordig bestelde Bluestone, bij wijze van een soort privé-aandenken aan die voorbije dagen van onbezonnen jeugdigheid, dronken garnalen als hij iets te vieren had. Nu hij het meerderheidsbelang in Pak Hanmin had verkregen was dat zeker het geval, en zonder tijd te verliezen had hij T.Y. Chung meegesleept naar een feestelijke lunch.
De twee taipan zaten aan de beste tafel in Jumbo, het grootste van drie drijvende restaurants in de haven van Aberdeen, aan de zuidkant van het Eiland. Hun tafel stond niet op het derde dek, waar alle gwai /o/i-toeristen werden heen gebracht, maar op het eerste dek. Vandaar hadden ze door een groot raam een prachtig uitzicht op de drukke haven, de stad, en daarachter de Peak.
Bluestone hief zijn glas Johnnie Walker Black Label en klonk met T.Y. Chung. Hij had liever champagne gedronken bij deze gelegenheid, maar hij wilde zich zo Chinees mogelijk voordoen.
'Op de man zonder wie ik Pak Hanmin nooit gekregen zou hebben.'